Kamerstuk 31325-27

Verslag van een algemeen overleg

Wijziging onderwijswetten i.v.m.het gratis beschikbaarstellen van lesmateriaal door scholen

Gepubliceerd: 10 december 2008
Indiener(s):
Onderwerpen: onderwijs en wetenschap voortgezet onderwijs
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31325-27.html
ID: 31325-27

31 325
Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het door de scholen om niet ter beschikking stellen van lesmateriaal aan de leerlingen in het voortgezet onderwijs

nr. 27
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 4 december 2008

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 heeft op 6 november 2008 overleg gevoerd met staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over:

– de brief d.d. 25 juli 2008 van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over experimenten gratis openbaar vervoer voor 16- en 17-jarige mbo’ers (31 200-VIII, nr. 202);

– de aanbiedingsbrief d.d. 15 juli 2008 van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij de beleidsdoorlichting WTOS (31 511, nr. 2);

– de aanbiedingsbrief d.d. 6 juni 2008 van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij de Schoolkostenmonitor 2006 (30 800-VIII, 142);

– de voortgangsbrief schoolkosten d.d. 31 oktober 2008 van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (31 325, nr. 26).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

Voorzitter: Van de Camp Adjunct-griffier: Boeve

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De voorzitter: Ik open dit algemeen overleg van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en heet de staatssecretaris voor voortgezet onderwijs en de dames en heren civil servants die haar begeleiden, van harte welkom. Er zijn inmiddels vijf collega’s aangeschoven, maar wellicht dat een andere liberale fractie zich nog bij ons voegt. Wij gaan praten over de schoolkosten in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Ik stel voor dat de collega’s hun bijdrage leveren in een tijdsbestek van zeven minuten in de eerste termijn.

Het woord is aan de heer Jasper van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Wij spreken over schoolkosten, een omstreden onderwerp. Het gaat hierbij om het geld dat niet door de overheid maar door de ouders wordt betaald aan de school. Basisonderwijs en voortgezet onderwijs dienen kosteloos te zijn. Zo is het afgesproken in een Europees verdrag en het past ook bij ons land om dat goed te regelen. Onderwijs is een basisvoorziening. Als iemand het daarmee oneens is, dan hoor ik dat graag. Toch worden ouders op allerlei manieren met kosten geconfronteerd. Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat ouders in het voortgezet onderwijs jaarlijks € 480 betalen en in het middelbaar beroepsonderwijs ruim € 900.

Mevrouw Besselink (PvdA): Ik ben erg geïntrigeerd door de opmerking van de heer Jasper van Dijk. Hij zegt dat eenieder die het niet eens is met de opmerking dat het onderwijs kosteloos moet zijn, dat nu maar moet melden. Ik herinner hem aan zijn eigen standpunt tegen gratis schoolboeken. Hoe verhoudt de uitspraak dat het allemaal kosteloos moet zijn, zich met die strijd tegen gratis schoolboeken?

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik complimenteer mevrouw Besselink met haar selectieve gehoor. De SP is beslist niet tegen gratis schoolboeken, de SP is tegen slechte wetten die de partij van de mevrouw Besselink steunt. De verplichte aanbesteding van de gratis schoolboeken maakt het voor scholen een crime om deze wet uit te voeren. Ik beveel de staatssecretaris derhalve van harte aan om de aanbesteding een jaar uit te stellen en de gratis schoolboeken wel door te laten gaan, maar dan direct via de ouders.

Voorzitter. Een berucht onderdeel is de vrijwillige ouderbijdrage in het onderwijs. Daar heb ik onderzoek naar gedaan. Dat wil ik bij dezen aan de staatssecretaris aanbieden. Ik heb ook voor andere mensen een exemplaar beschikbaar, maar ik zal nu even kort vertellen wat erin staat. Ik wil graag ook het principiële standpunt van de staatssecretaris over het verschijnsel vrijwillige ouderbijdrage vernemen. Dat is een bijdrage die scholen vragen bovenop het reguliere overheidsbudget. Is deze bijdrage niet in strijd met het uitgangspunt dat onderwijs kosteloos dient te zijn? Ziet zij het gevaar dat scholen met een hoge ouderbijdrage meer kunnen dan scholen met een lage ouderbijdrage, waardoor er een tweedeling ontstaat? Ziet zij het risico dat de ouderbijdrage een reden voor de overheid kan zijn om achterover te leunen? De ouders betalen het wel! Wat vindt zij ervan dat leerlingen wier ouders de ouderbijdrage niet betalen, kunnen worden buitengesloten van activiteiten? Het is niet leuk voor een kind om als enige niet mee te mogen op een schoolreisje. Is de staatssecretaris het met mij eens dat de ouderbijdrage deze negatieve effecten heeft? Volgens de schoolkostenmonitor geeft bijna de helft van de scholen niet aan de ouders door dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Dat is echt een enorm aantal. In sommige schoolgidsen staat letterlijk dat de bijdrage verplicht is. Ouders moeten verplicht meebetalen aan primaire zaken, zoals kopieerkosten, sportactiviteiten en naslagwerken. Deze kosten horen toch bij het onderwijs? Dan is het toch normaal dat die kosten door de overheid worden vergoed?

In het onderzoek van de staatssecretaris is een soort onderverdeling gemaakt van allerlei kosten die onder de schoolkosten vallen: ICT, naslagwerken en noem maar op. Dan kom je dus uiteindelijk op € 480 uit voor het voortgezet onderwijs. Dat is een hoog bedrag. Het is voor ouders vaak niet goed te zien of bepaalde kosten noodzakelijk zijn of dat zij onder de vrijwillige ouderbijdrage vallen. De vereniging Ouders & COO heeft ook aangegeven dat de definitie van de ouderbijdrage en de schoolkosten diffuus is. Deelt de staatssecretaris de mening dat deze echt glashelder moet zijn? Ik zou zeggen: als het bij het onderwijs hoort, betaalt het ministerie het; als het vrijwillig is, als het om een extraatje gaat, dan kan dat eventueel van de ouders gevraagd worden. 14% van de ouderbijdragen is hoger dan € 300. Dat is echt nogal veel geld voor iets wat kosteloos dient te zijn.

Mijn aanbevelingen zijn de volgende. De ouderbijdrage moet gemaximeerd worden, bijvoorbeeld tot € 50. Daarmee voorkom je dat mensen in gênante situaties komen. Scholen moeten glashelder maken dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Er moeten geen onderwijszaken worden betaald uit de ouderbijdrage. Zou de gedragscode niet wettelijk moeten worden vastgelegd? Laat de inspectie goed controleren hoe scholen dit aanpakken. Verbied ook de inschakeling van incassobureaus en deurwaarders.

Ik heb vandaag nog een voorbeeld binnengekregen van een ouder die een formulier inzake de ouderbijdrage niet had ondertekend. Het ging daarbij om € 180. De school heeft gezegd dat het kind van die ouder zonder dat ondertekende formulier de school niet in zou mogen. De moeder heeft niet betaald en heeft een deurwaarder aan de deur gekregen. Daaruit is een rechtszaak voortgevloeid waarin de moeder 100% in het gelijk is gesteld. Een school mag ouders of verzorgers niet van tevoren verplichten tot het betalen van een ouderbijdrage. Een school mag die ouderbijdrage ook niet koppelen aan toelating tot de school. Inmiddels is een tweede kind uit het hetzelfde gezin op deze school gekomen – het Adelbert College in Wassenaar– en heeft de moeder wederom een deurwaarder op zich af gekregen. Ik heb het dossier hier liggen. Geïnteresseerden kunnen dat inzien.

Wat doet de staatssecretaris nu met een school als deze? Is zij bereid de scholen hier streng op aan te spreken?

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Hoe ziet de SP de rol van de ouders hierin? De SP wil het bedrag maximeren op € 50. Als het dan minder zou zijn, dan wordt het ook echt € 50, is mijn ervaring. Dat zou je dus eigenlijk ook niet moeten willen. Ouders beslissen toch ook mee over de hoogte van een ouderbijdrage? Ik vind dat de heer Jasper van Dijk nu wel heel gemakkelijk die ouderrol aan de kant zet. Volgens mij hebben de ouders er alles over te zeggen. Die rol zouden zij ook zeker moeten nemen. Waar is die ouderrol bij hem?

De heer Jasper van Dijk (SP): Laat ik vooropstellen dat heel veel ouders met plezier die ouderbijdrage betalen. Het gaat om hun kind, dus natuurlijk, ze betalen als dat het onderwijs van hun kind verbetert, als dat die kinderen een prettige tijd bezorgt, als zij daardoor niet worden buitengesloten van het schoolreisje. Maar stel nu dat die ouderbijdrage € 300 is en je zit in de bijstand, je hebt niet zo veel geld en je hebt hoge kosten. Daar gaat het natuurlijk over. Ik spreek de staatssecretaris aan, die zelf zegt: ik ben verantwoordelijk voor het primaire onderwijsproces; ik zorg daarvoor en de school mag eventueel voor extraatjes een ouderbijdrage vragen. Dan moet je dat wel heel strikt naleven. De ouders kunnen daar inderdaad met elkaar over spreken in de medezeggenschapsraad. Daar is ook een gedragscode voor, maar je ziet dat scholen door tekortschietende overheidsbudgetten gedwongen worden om de ouderbijdrage te verhogen. Die scholen zeggen: als wij het geld niet van de overheid krijgen, dan gaan wij het wel van de ouders vragen. Dat vind ik een heel verkeerde ontwikkeling. Ik nodig de scholen uit om met mij samen naar de staatssecretaris te gaan en te pleiten voor extra overheidsbudget. De staatssecretaris is in eerste instantie verantwoordelijk, niet de ouders.

Voorzitter. Ik kom te spreken over de ov-kaart in het mbo. Het is echt discriminatie dat een hbo’er die ov-kaart wel krijgt en een mbo’er niet. Deelt de staatssecretaris die mening? Er is een budget gekomen, dat komend jaar 15 mln. en het jaar daarop structureel 30 mln. bedraagt. Dat is een stapje in de goede richting, maar het is volstrekt onduidelijk hoe dat geld besteed zal worden. Kan de staatssecretaris aangeven welke richting zij hierbij kiest? Wat gaat zij met dat geld doen? Laten wij alstublieft niet volgend jaar ontdekken dat die 15 mln. vooral besteed is aan onderzoek en rapportages in plaats aan de reizen die de studenten voor hun opleiding moeten maken.

De voorzitter: Ik zie dat de heer Anker wil interrumperen. Ik heet hem overigens nog van harte welkom bij dit algemeen overleg.

De heer Anker (ChristenUnie): Ik vervang vandaag de heer Slob. Het verheugt mij dat de heer Van Dijk blij is dat er nu iets zal worden gedaan aan een ov-kaart voor het mbo. Hij merkt op dat wij geen geld moeten uitgegeven aan onderzoek en dergelijke. Wij hebben echter een brief gekregen waarin een aantal onderzoeksrichtingen is uitgestippeld. Volgens mij moeten wij aangeven wat wij daarvan vinden. Er worden vijf varianten genoemd. Het ministerie heeft gezegd dat twee daarvan niet zo handig lijken te zijn. Dan zijn er nog drie varianten over. Ik ben heel erg benieuwd welke voorkeur de heer Van Dijk dan heeft.

De voorzitter: Wij houden hier van korte interrupties en korte antwoorden op de interrupties. Ik herhaal dat nog maar even.

De heer Jasper van Dijk (SP): De heer Anker laat mij kiezen uit drie kwaden. Eigenlijk is het nog maar de vraag of ik er behoefte aan heb om daar antwoord op te geven. Ik stel voorop dat de Partij van de Arbeid en ook de ChristenUnie al lang pleiten voor een volwaardige ov-kaart voor het middelbaar beroepsonderwijs. Zo hoort het te zijn! Ik kan nog even mevrouw Dijksma citeren, die zei: leerlingen van het mbo worden op dit moment dus achtergesteld, en dat is niet eerlijk. Daar ben ik het helemaal mee eens. Vervolgens komt de regering met een budget. Dat is een stap. Nu vraagt de heer Anker mij om te kiezen uit die tekortschietende en gebrekkige alternatieven. Eerlijk gezegd wil ik daar helemaal geen uitspraken over doen. Ik zeg tegen de staatssecretaris: maak maar een zo goed mogelijke regeling en zorg vooral dat er goed wordt geluisterd naar de mening van de studenten zelf.

Mevrouw Besselink (PvdA): Ik wil de heer Van Dijk toch uitdagen om ten minste zo grootmoedig te zijn als de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), die heeft aangegeven dat zij eigenlijk hetzelfde standpunt als de SP heeft. Zij heeft desalniettemin de staatssecretaris een paar adviezen meegegeven en aangegeven welk voorstel zij zou kiezen uit de voorstellen die dan wel mogelijk zijn. Die realiteitszin zie ik bij de SP niet. Ik doe derhalve toch graag die oproep aan de heer Van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP): Exclusief voor de Partij van de Arbeid dan vandaag realiteitszin van de SP. Ik vind het voorstel van de JOB om een ov-kaart met bijbetaling te verstrekken, het meest realistisch. Maar de staatssecretaris zegt dat zij het allemaal nog moet uitzoeken en dat zij in december met een rapportage zal komen. Vervolgens zien wij dat daar weer allerlei nadelen aan zitten. De staatssecretaris heeft ervoor gezorgd, ondanks haar mooie beloften dat die ov-kaart er zou komen, dat wij nu tussen al deze gebrekkige alternatieven moeten kiezen. Dat is niet mijn keuze. De SP heeft geld vrijgemaakt voor een volwaardige ov-kaart.

Voorzitter. Ik ga verder met de schoolboeken. Leverancier Van Dijk dreigt 47 scholen voor de rechter te dagen. Dat is echt een heel nare situatie. Wij hebben nu een korte, tamelijk nietszeggende brief gekregen waarin de staatssecretaris haar beleid nog eens op een rijtje zet. Kan zij zich voorstellen dat scholen zich heel erg zorgen maken over dit proces? Ik heb het al vaker gezegd. Zij kan het oplossen, in ieder geval tijdelijk, door te zeggen: oké, ik vind de problemen nu te groot, dus ik stel het circus rond de aanbestedingen nog een jaar uit en ik geef de ouders nog een keer direct € 316. Dan hebben wij net iets meer tijd om goed te kijken naar een duurzame oplossing.

Kan de staatssecretaris verder garanderen dat de WTOS voor mbo’ers goed geregeld is?

De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. Allereerst wil ik graag een compliment uitdelen aan de heer Van Dijk van de Socialistische Partij. Het is altijd mooi als een partij haar positie gebruikt om een onderzoek te doen en bepaalde kwesties te agenderen. Dan heb ik het natuurlijk over het onderzoek naar de ouderbijdrage. Wij praten vaak met elkaar over stelsels, regels van bestuur en autonomie van scholen. Dat zijn allemaal zaken die toch wel ver af staan van leerlingen en hun ouders. Vandaag doen wij dat niet, want vandaag hebben wij het over iets wat vrijwel iedereen raakt: ouders die hun kind naar een goede school willen sturen en de kosten die dat met zich brengt. Dat gaat over de portemonnee van mensen. Daarom heb ik het initiatief tot dit debat genomen. Dat is in het licht van de huidige onzekere economische tijden een belangrijk debat.

Het gaat echter om meer dan dat. Wij hebben het vandaag ook over de kwaliteit en de toegankelijkheid van het onderwijs. Ik begin met iets waar ik me toch wel wekelijks boos over maak: de ov-jaarkaart voor mbo’ers. Die boosheid heeft ook te maken met de brieven die wij daar wekelijks over krijgen. Volgens mij ontvangt de staatssecretaris die brieven ook wel eens. Ons principiële punt blijft dat er geen onderscheid mag bestaan tussen minderjarige mbo’ers en minderjarige studenten. Alle coalitiepartijen hebben in het verleden vaak geroepen dat er een einde moet komen aan deze ongelijke behandeling. Nu zitten zij daadwerkelijk in de regering en kunnen zij daar wat aan doen, maar helaas gebeurt er niets. De 15 mln. voor volgend jaar en de 30 mln. daarna zijn een sympathiek gebaar, maar daarmee wordt geen einde gemaakt aan de ongelijke behandeling. Een gratis ov-jaarkaart kost misschien meer geld, maar er gaat dan wel minder geld verloren aan allerlei ingewikkelde zoektochten om te komen tot een regeling die hoe dan ook meer administratie en bureaucratie met zich zal brengen dan een gratis ov-jaarkaart voor alle mbo’ers.

Bij de beantwoording van mijn mondelinge vragen zei de staatssecretaris dat mbo’ers geen gratis ov-jaarkaart krijgen, omdat zij vaker in de buurt van hun school wonen. Zij rekende voor dat 50% van de mbo’ers meer dan 15 km moet reizen. Dat is toch een forse groep en een forse afstand. De staatssecretaris zei dus in antwoord op mijn mondelinge vragen dat mbo’ers minder moeten reizen dan studenten. Tegelijkertijd zie ik om mij heen dat studenten in het hoger onderwijs in de stad wonen waar zij studeren. Hoeveel groter is de reisafstand voor hen dan voor mbo’ers? Het letterlijke citaat van de staatssecretaris was overigens: «omdat de mbo-scholen zich relatief dichter bij de jongeren bevinden in vergelijking met de hbo-instellingen en de universiteiten. Dat is gewoon zo, dat hebben wij bekeken.» Ik zie graag een onderbouwing daarvan.

Een volgend punt is de verplichte vrijwillige ouderbijdrage. Veel ouders weten niet dat de ouderbijdrage in het onderwijs vrijwillig is. Soms weten zij het wel, maar voelen zij dat niet zo. De druk op ouders om hoe dan ook te betalen, is groot. Wat kunnen wij doen om het vrijwillige karakter te versterken? De leden van mijn partij krijgen een adviestabel lidmaatschapskosten. Daarin staat wat hun bijdrage zou kunnen zijn naar rato van het inkomen. Het gaat wat ver om zoiets vanuit Den Haag te regelen, maar oplossingen zijn er dus wel degelijk. Kan de staatssecretaris met een creatieve blik hierover met scholen communiceren?

Een bijkomstigheid van de huidige vrijwillige ouderbijdrage is dat de ongelijkheid tussen scholen hierdoor wordt versterkt. Een zwakke school in Slotervaart ontvangt natuurlijk minder geld van ouders om extra activiteiten te ondernemen dan een school in Wassenaar. Door de steeds toenemende schoolkosten neemt ook deze ongelijkheid met een kleur toe. Kinderen mogen uitgesloten worden van een extra activiteit als hun ouders niet de ouderbijdrage kunnen betalen. Hier heeft de heer Van Dijk ook al aan gerefereerd. Stel je voor dat je als enig kind niet mee mag naar de Efteling, omdat je ouders de ouderbijdrage niet betalen! Ik heb dat tijdens mijn basisschoolperiode wel eens om me heen gezien. Kinderen bleven dan op school of thuis en wij kwamen de volgende dag met de verhalen hoe leuk het wel niet was geweest in de Efteling. Dit soort dingen laat heel diepe sporen na en is heel slecht voor het zelfvertrouwen van kinderen. Ik vind het eigenlijk onacceptabel. Ik vraag de staatssecretaris om actie te ondernemen. Wat gaat zij doen?

De heer Jan de Vries (CDA): De door de heer Dibi aangehaalde situatie is schrijnend voor de kinderen die het betreft. Vindt hij dat de staatssecretaris daar regelgeving voor moet ontwerpen? Of is het eigenlijk van de gekke dat een schoolbestuur of schoolleiding dat niet zelf oplost en onderlinge solidariteit organiseert voor die ouders die zich dat niet kunnen veroorloven? Is de heer Dibi dat met de CDA-fractie eens?

De heer Dibi (GroenLinks): Ik vind het ook echt van de gekke en ik ben het daar absoluut mee eens. Nu is het zo geregeld dat het mag. Wij zeggen met z’n allen: scholen mogen kinderen uitsluiten van extra activiteiten als hun ouders die extra bijdrage niet hebben betaald. Ik vind dat de overheid de scholen duidelijk moet maken dat dit soort praktijken onwenselijk is. Op heel veel scholen gaat het natuurlijk wel goed, maar ik vind toch dat de staatssecretaris hier een rol in zou kunnen hebben en het ook moet communiceren. Het moet niet meteen een wet zijn of zo, maar het moet in ieder geval afgelopen zijn.

De heer Jan de Vries (CDA): Er is natuurlijk ook nog wel een belangrijk verschil tussen de verschillende activiteiten. Dan heb ik het over de aard van die activiteiten. Als het gewoon onder schooltijd is, dus de tijd waarin onderwijs wordt gegeven, dan kunnen die kinderen toch niet worden uitgesloten? Is de heer Dibi dat ook met de CDA-fractie eens?

De heer Dibi (GroenLinks): Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik gaf het voorbeeld van de Efteling in mijn basisschoolperiode. Zo’n schoolreisje gebeurde gewoon onder schooltijd. Dan werden kinderen uitgesloten omdat hun ouders de ouderbijdrage niet hadden betaald. Dit soort dingen gebeurt. De heer De Vries kan dan wel zeggen dat wij ons daar als Den Haag niet mee moeten bemoeien, maar dat vind ik dus niet. Ik vind dat wij ons daar wel mee moeten bemoeien. Dat hoeft niet meteen via een wet te zijn, maar de staatssecretaris kan de besturen heel duidelijk aanspreken op het feit dat dit soort dingen moet worden beëindigd.

En dan nu de «gratis schoolboeken»-reeks. Een nieuw hoofdstuk, er is weer een deel verschenen. Een van de grote spelers op de boekenmarkt sleept waarschijnlijk 47 schoolbesturen voor de rechter, omdat die weigeren tig vragen te beantwoorden over de aanbesteding van gratis schoolboeken. Aan de ene kant is dit natuurlijk goed nieuws. De comfortabele monopoliepositie van de uitgeverijen wordt onzeker en dat leidt tot paniekvoetbal. Aan de andere kant is dit slecht nieuws, want scholen verkeren in onzekerheid met mogelijk serieuze financiële gevolgen. De staatssecretaris heeft toegezegd dat zij de kosten vergoedt als scholen zich houden aan de adviezen van de taskforce. In haar brief voegt zij daar echter een criterium aan toe, namelijk dat scholen ook de aanbestedingsregels in acht moeten hebben genomen. Wat bedoelt de staatssecretaris hier precies mee? Worden alleen de proceskosten vergoed voor scholen die het proces ook winnen? Uiteindelijk is deze hele rompslomp de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris. Ik hoor graag een duidelijke toezegging dat alle financiële consequenties voor haar rekening zijn. Dan heb ik het niet over scholen die de regels aan hun laars lappen en blunderen, maar over scholen die meegaan met de regels van de taskforce en toch in een juridische procedure terechtkomen.

Voorzitter. Ons voortgezet onderwijs telt ook duizenden illegale scholieren. Zij hebben op basis van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind recht op onderwijs en vallen onder de Leerplichtwet. Voor het schooljaar 2008–2009 hebben ouders van schoolgaande kinderen een eenmalige tegemoetkoming schoolboeken van € 316 ontvangen, die moet worden gezien als een overgangsregeling totdat de wet optimaal kan functioneren. Ook de illegale scholieren hebben recht op deze eenmalige tegemoetkoming. Bij het ontbreken van zowel een wettelijke vertegenwoordiger als een ouder aan wie de kinderbijslag wordt uitbetaald, ontvangt de leerling zelf de tegemoetkoming. Het probleem is echter dat deze groep leerlingen, waarvan de omvang mij onbekend is, geen rekening mag openen en dus het geld niet ontvangt. Het LAKS draagt voor dit probleem constructief twee oplossingen voor. Het boekengeld wordt overgemaakt aan de school en de school zorgt dat het geld bij degene komt die het boekengeld voor de leerling zonder papieren betaald heeft. Of het boekengeld wordt terugbetaald aan degene die aan de hand van een rekeningafschrift plus onderwijsnummer of leerlingnummer kan aantonen dat hij of zij het boekengeld heeft betaald. Ik hoor hierop graag een reactie. Ik overweeg om op dit punt een motie in te dienen. Ik ga er eigenlijk van uit dat de staatssecretaris ervoor zal zorgen dat iedereen die tegemoetkoming krijgt. Deze groep leerlingen komt in het mbo ook allerlei problemen tegen, bijvoorbeeld dat een stageplek niet wordt verleend omdat de groep onverzekerd is. De staatssecretaris kan hierover schriftelijke vragen tegemoet zien.

De heer Jan de Vries (CDA): Voorzitter. Het is belangrijk dat de Kamer regelmatig met het kabinet spreekt over de ontwikkeling van de schoolkosten. Wij moeten met het kabinet waken voor de toegankelijkheid van ons onderwijs. Inmiddels is gelukkig het lesgeld afgeschaft en zijn de schoolboeken in het voortgezet onderwijs gratis. Dat is winst voor alle ouders en leerlingen, in het bijzonder voor de ouders die geen beroep konden doen of gewoon niet deden op de WTOS. Kan nu eigenlijk worden geconcludeerd dat het voortgezet onderwijs tot het goedkoopste van Europa behoort? Als dat zo is, dan is het goed om dat ook hier vast te stellen.

Het is belangrijk dat de schoolkosten gemonitord worden. In de laatste monitor was te zien dat de vrijwillige ouderbijdrage aan het dalen is. Is er aanleiding om te veronderstellen dat die trend zich voortzet? Heeft de staatssecretaris daar al informatie over? De CDA-fractie heeft zich ook in de vorige kabinetsperiode zeer druk gemaakt over het feit dat de daarvoor ontworpen gedragscode in het voortgezet onderwijs slecht wordt nageleefd. In juni 2007 had nog maar iets meer dan de helft van de scholen in het voortgezet onderwijs die code ondertekend. Dat was natuurlijk veel te weinig. Wat is het actuele cijfer? Ik heb op de website van het ministerie gezocht naar die cijfers, maar ik heb die informatie helaas niet kunnen vinden. Ik heb in de vorige kabinetsperiode namens de CDA-fractie al gezegd: wij hebben nu een witte lijst met scholen die de code hebben ondertekend, moeten wij niet naar een zwarte lijst met scholen die weigeren om de code te ondertekenen, die deze code dus niet uitvoeren en daarmee ook de vrijwilligheid van de ouderbijdrage blijkbaar niet accepteren?

Het ondertekenen van die gedragscode zegt nog niet alles over het naleven ervan. Heeft de staatssecretaris de indruk dat de oudergeleding haar formele rol in voldoende mate kan spelen? Begrijpen wij goed dat de inspectie daar heel specifiek onderzoek naar gaat doen? Dan gaat het niet alleen om het ondertekenen van de code, maar ook om het toepassen ervan. Nagegaan moet worden of de oudergeleding werkelijk invloed heeft op de hoogte van de schoolkosten. De CDA-fractie vindt dat van groot belang. Het is natuurlijk prima om een brochure toe te sturen, maar het onderzoek van de inspectie zal heel belangrijk zijn om schoolbestuurders die nog niet zo ver zijn, ook zo ver te krijgen. Hoe oordeelt de staatssecretaris over het feit dat er scholen zijn die hun vrijwillige ouderbijdrage laten incasseren door de distributeur van schoolboeken? Dat heb ik in het laatste blad van de NKO gelezen. Dat is toch geen vrijwillige ouderbijdrage meer? In ieder geval wordt daarmee niet de suggestie gewekt dat het om een vrijwillige ouderbijdrage gaat, laat staan als er later ook nog een incassobureau wordt ingeschakeld. Kan dat punt worden meegenomen in het inspectieonderzoek?

De heer Jasper van Dijk (SP): Vindt de heer De Vries dat onaanvaardbaar? Of zegt hij ook nu weer dat scholen daar maar in overleg met de ouders uit moeten komen?

De heer Jan de Vries (CDA): De CDA-fractie vindt het niet aanvaardbaar wanneer de vrijwillige ouderbijdrage wordt geïnd via de factuur van de distributeur. Daarmee wordt immers de indruk gewekt dat het geen vrijwillige ouderbijdrage is. Op het moment dat de inspectie dat constateert, op basis van een onderzoek of op basis van een klacht van ouders, moet zij de school daarop aanspreken.

De heer Jasper van Dijk (SP): Kan de heer De Vries concreet reageren op het verhaal dat vandaag in Trouw staat. Ik wijs op een quote van Ouders & COO: «Scholen rommelen met de ouderbijdrage nu zij binnenkort zelf verantwoordelijk zijn voor de inkoop van schoolboeken.» Vindt de heer De Vries het aanvaardbaar dat een school de ouders vraagt de schoolboeken te betalen via de ouderbijdrage?

De heer Jan de Vries (CDA): Daar kom ik zo over te spreken.

Wij vinden het van groot belang, ook gezien de zorgen rondom de vrijwilligheid van de ouderbijdrage en de ontwikkeling van die ouderbijdrage, dat wij blijven monitoren. Ook al hebben wij inmiddels een SP-onderzoekje onder 58 ouders, het lijkt ons beter om dat onderzoek iets zorgvuldiger en integraler te doen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Dat is niet juist. Het zijn 120 respondenten.

De heer Jan de Vries (CDA): Wij moeten de inspectie dus blijven vragen om onderzoek te doen naar de toepassing van de schoolkostenmonitor en wij moeten tegelijkertijd die monitor uitbreiden naar het mbo. Wij denken overigens dat het goed is dat de monitor voor het voortgezet onderwijs ook aansluit bij de evaluatie van de gratis schoolboeken, zodat wij een integrale monitor krijgen. Wij zouden wel graag zien dat monitors voor het mbo en het vo gescheiden blijven, maar wel met elkaar vergeleken kunnen worden. De vraagstelling moet zodanig zijn dat de uitkomsten kunnen worden vergeleken.

Ook wij maken ons zeer grote zorgen over de signalen dat de kosten voor schoolboeken door de schoolbesturen worden ondergebracht bij de ouderbijdrage. Dat kan niet het geval zijn. Daar kan geen misverstand over bestaan. De CDA-fractie vindt dat onaanvaardbaar. Wij vragen de staatssecretaris de vinger aan de pols te houden en zo nodig in te grijpen. Wij vragen haar wel of zij ook de titel heeft om in te grijpen. Wij hopen dat. Anders moet die titel er komen. Wij zien overigens dat steeds meer scholen overgaan tot de aanschaf van een laptop. Prima, want daarmee wordt ook aangegeven dat scholen overgaan tot digitalisering. Dat ziet de Kamer graag. Bovendien wordt dat alleen maar makkelijker gemaakt door gratis schoolboeken. Maar het kan toch niet zo zijn dat ouders met de aanschafkosten van zo’n laptop worden geconfronteerd? Naar onze overtuiging behoort zo’n laptop gewoon tot de hardware van de school, en dus ook tot de leermiddelen die de school zelf behoort aan te schaffen. Ik hoor hierop graag een reactie van de staatssecretaris.

De staatssecretaris geeft in haar laatste brief aan dat de voorbereiding van de uitbetaling van de eenmalige tegemoetkoming in december naar tevredenheid verloopt. Is dat vandaag nog steeds zo? Ziet zij nog steeds geen onverhoopte belemmeringen op die weg? Zijn alle systemen getest enzovoorts, zodat de ouders deze tegemoetkoming op tijd kunnen ontvangen?

De heer Jasper van Dijk (SP): Misschien kunnen wij nog zaken doen. De heer De Vries vraagt de staatssecretaris of zij ook de titel of de bevoegdheid heeft om in te grijpen. Daaruit maak ik op dat hij vindt dat dit nodig is. Dat vind ik ook, want het is inderdaad onaanvaardbaar. Zullen wij daar dan voor pleiten?

De heer Jan de Vries (CDA): Volgens mij heb ik helder aangegeven wat de CDA-fractie aanvaardbaar vindt, en wat niet. Wij vinden het onaanvaardbaar als kosten voor schoolboeken worden doorberekend in de vrijwillige ouderbijdrage, zelfs als de oudergeleding in de medezeggenschapsraad daarmee ingestemd heeft. Wij vinden dat strijdig met de inhoud en de bedoeling van enerzijds de vrijwillige ouderbijdrage en anderzijds het gratis maken van schoolboeken. Wij hopen dat de staatssecretaris een titel heeft om in te grijpen. Anders is zij mans genoeg om ervoor te zorgen dat de Kamer, de medewetgever, het mogelijk maakt om zo ver te komen.

De voorzitter: Ik stel voor om de beantwoording van de staatssecretaris op dit punt af te wachten. De heer De Vries vervolgt zijn betoog.

De heer Jan de Vries (CDA): Wordt het ook niet tijd voor een gedragscode voor de schoolkosten in het mbo, en misschien ook wel in het primair onderwijs? Of heeft de staatssecretaris geen enkele reden om te veronderstellen dat het daar niet goed verloopt?

Wij zien dat de schoolkosten in het mbo en in het voortgezet onderwijs redelijk vergelijkbaar zijn. Met de gratis schoolboeken is die vergelijkbaarheid niet helemaal meer aanwezig. Gelukkig kunnen ouders in het mbo altijd nog een beroep doen op de WTOS. Wij hopen wel dat die wet juist bij de ouders ook in voldoende mate onder de aandacht wordt gebracht.

Voor de CDA-fractie zijn de reiskosten in het mbo een belangrijke bron van zorg. Relatief hoge reiskosten voor minderjarige mbo’ers kunnen een bedreiging vormen voor een doorlopende leerloopbaan, dus voor de doorstroming van het vmbo naar het mbo. Dat geldt zeker in de dunbevolkte gebieden, maar ook voor bepaalde opleidingen die dungezaaid zijn in ons land. Daarom is het goed dat de coalitie de mogelijkheid heeft gevonden om in ieder geval een stap te maken in het ondersteunen van die leerlingen die geconfronteerd worden met hoge reiskosten die een belemmering kunnen vormen voor het volgen van onderwijs. Het gaat hierbij structureel om 30 mln. De staatssecretaris heeft inmiddels een aantal opties tegen het licht gehouden. Wij zijn erg blij dat zij dat niet geïsoleerd op haar departement doet, maar in samenwerking met alle betrokkenen, inclusief de JOB. De JOB zit als een volwassen gesprekspartner aan tafel. Dat hoort zo en dat moet zo. De CDA-fractie begrijpt dat de staatssecretaris al aangeeft een aantal opties niet haar voorkeur hebben, omdat ze ook niet op een draagvlak kunnen rekenen. Wij wachten de uitkomst van de gesprekken af. Voor ons is het van belang dat de ouders, en daarmee ook de leerlingen, zo veel mogelijk tegemoet worden gekomen, dat het uitvoerbaar en betaalbaar is en dat er zo min mogelijk uitvoeringslasten aan verbonden zijn, zodat zo veel mogelijk van die 30 mln. uiteindelijk ook bij de ouders en de leerlingen terechtkomt.

De WTOS wordt per 1 januari 2010 opgeheven en gaat over naar het kindgebonden budget. Dat is prima want dat biedt natuurlijk ook een oplossing voor het ondergebruik van de WTOS. Daarmee worden ouders automatisch gecompenseerd. Voor welke kosten biedt de WTOS nu nog een tegemoetkoming? Er is immers inmiddels geen lesgeld meer en er is ook geen geld meer nodig voor schoolboeken. Wat zal het effect zijn van het overbrengen van de WTOS naar het kindgebonden budget?

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Er moet mij even iets van het hart. In de achterkamertjes van de coalitie werd tijdens de algemene politieke beschouwingen besloten dat iedereen met een cadeautje tevoorschijn moest komen. Er werd door de coalitiepartijen toen goede sier gemaakt met de mededeling dat zij iets zouden gaan doen aan het openbaar vervoer voor de mbo-studenten. Het ging om een bedrag van 30 mln. En wat blijkt nu? Het is gewoon een halfdode mus geweest. Doe het goed of doe het niet! Hiermee wordt immers gewoon weer ergens een probleem neergelegd. Het is dus een slecht cadeau. Hoe kijkt de heer De Vries daar nu tegenaan? Dit levert meer problemen op dan dat het voordelen biedt. Waar gaat dit over?

De voorzitter: Dat is wel een beetje een geconstrueerde vraag, maar vooruit.

De heer Jan de Vries (CDA): Dank u wel voor die betiteling van de vraag. Mevrouw Dezentjé zegt: waar gaat dit over? Maar waar gaat haar vraag nu eigenlijk over? Iedere keer dat deze coalitie ervoor kiest om ouders tegemoet te komen in de hoge kosten voor het hebben van kinderen in de schoolgaande leeftijd, wordt dat door de VVD-fractie gerelativeerd en wordt het belang niet onderkend. Dat was bij de gratis schoolboeken het geval en dat zie ik opnieuw als het gaat om een tegemoetkoming in de reiskosten voor het mbo. Natuurlijk, geen misverstand, het zou mooi zijn om deze reiskosten volledig te compenseren. Maar daar is geen budgettaire ruimte voor. Ik zie dat partijen die graag hadden gezien dat wij nog een stap verder waren gegaan, nu constructief meewerken aan het bedenken van een goede oplossing die zo effectief en doelmatig mogelijk is. Ik hoop dat de VVD dat weet te waarderen, dat dat realiteitsvermogen ook bij haar aanwezig is. Hopelijk zijn de ouders en de leerlingen daar straks wel van overtuigd.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Ik vind het toch een slap verhaal. Als je iets wilt doen, doe het dan goed en kom dan met die 110 mln. voor de draad! Men hoeft alleen maar die idiote maatschappelijke stage te schrappen en al het geld is beschikbaar om het ov te bekostigen. Daar heeft het CDA dus niet voor gekozen.

De heer Jan de Vries (CDA): Wij wachten met belangstelling het amendement van de VVD-fractie af, waarmee die 30 mln. weer uit de begroting voor 2009 wordt gehaald omdat de VVD-fractie niet tevreden is met een halve oplossing en daarmee de ouders dus helemaal niets gunt.

Mevrouw Besselink (PvdA): Voorzitter. Het is goed dat wij met elkaar praten over de schoolkosten en dat wij een keer goed op een rij zetten waar wij het in dat kader met elkaar over hebben. Volgens ons komen er uit dit debat drie belangrijke dingen naar voren. Dat is allereerst de vraag hoe verder moet worden gegaan met de ov-kaart in het mbo. Ik zal een reactie geven op de vijf opties die voorliggen. Ik zal voorts iets zeggen over de vrijwillige ouderbijdrage en ik zal ten slotte ingaan op de medezeggenschap.

Ik begin met de ov-kaart. Ik vind het wél hartstikke fijn dat die 30 mln. er nu ligt. Die 30 mln. kan worden beschouwd als een tegemoetkoming. Ouders klagen immers tegen de politiek over het feit dat het zo ingewikkeld wordt om hun kind naar de door het kind gewenste mbo-instelling te laten gaan, omdat de kosten te hoog zijn. Daar vinden wij nu een oplossing voor. Het is jammer dat de VVD daar dan niet in mee wil gaan.

De staatssecretaris heeft vijf voorstellen genoemd, waarvan zij er twee ook weer meteen afschiet. Wat overblijft is de ov-kaart met de bijbetaling, de mogelijkheid om het in samenwerking met de provincies te doen en de mogelijkheid om restitutie achteraf te organiseren.

De fractie van de PvdA opteert voor de tweede optie: samenwerking met de provincies. Veel provincies, zoals Groningen, Friesland en Drenthe, zijn al bezig met zo’n oplossing. Ik ben het helemaal eens met eenieder die hier heeft geroepen dat het geld zo snel mogelijk moet worden aangewend voor die reiskosten, en niet moet worden uitgegeven aan onderzoeken, administratieve rompslomp, bureaucratie en overhead. Het geld moet zo effectief mogelijk worden aangewend. Ik zie die samenwerking met de provincies als een grote kans. Daar moet vanuit Den Haag niet al te verkrampt mee omgegaan worden. Er bestaan grote verschillen tussen de regio’s. Ik kan me voorstellen dat in de Randstad een bepaalde oplossing beter werkt dan in een dunbevolkt gebied. Laat die provincie dus uitzoeken wat een goede oplossing is en laten wij daar als Rijk op aansluiten. Wij moeten ervoor zorgen dat die trajectkaart goed wordt uitgevoerd. De JOB heeft gepleit voor een landelijke dekking, zodat men in de ene provincie niet beter af is dan in de andere. Ik hoop dat de staatssecretaris dat meeneemt in haar overwegingen. Wij zijn overigens gebeld door de gedeputeerde in Friesland die aangaf dat zo’n trajectkaart eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld is, omdat men in Friesland de gegevens binnen drie maanden redelijk op orde had.

De heer Dibi (GroenLinks): Het zou mevrouw Besselink niet moeten verbazen dat de oppositie geen gat in de lucht springt, want zij moet de hand in eigen boezem steken. Haar partij heeft in het verleden hoge verwachtingen gecreëerd. Zij is niet de enige, want dat heeft de ChristenUnie ook gedaan. Dan moet zij niet raar opkijken als wij nu zeggen dat die regeling wel een stapje in de goede richting is, maar dat het niet is wat wij allemaal willen. Straks zal het wel of niet krijgen van een ov-jaarkaart afhankelijk zijn van de provincie waarin iemand woont. Dan is je woonplaats bepalend voor de vraag of je wel of niet hoeft te betalen om op school te komen. Mevrouw Besselink moet eigenlijk gewoon tegen de staatssecretaris zeggen: geen ov is niet oké, u moet die ov-jaarkaart gewoon voor alle mbo’ers regelen.

Mevrouw Besselink (PvdA): Wij hebben 30 mln. beschikbaar gesteld. Ik heb net al aangegeven dat dit geld direct voor de reiskosten moet worden aangewend, en niet aan overhead moet worden uitgegeven. Ik denk dat dit een goede optie is. De staatssecretaris zal de drie opties uitwerken. Ik heb onze voorkeur vast aangegeven en ik heb daarbij gezegd dat erop moet worden gelet dat in alle provincies hetzelfde beleid wordt gevoerd. Ik hoor daarop graag de reactie van de staatssecretaris.

De heer Dibi (GroenLinks): Mijn fractie zal op zoek gaan naar een potje. Ik hoop eigenlijk dat de PvdA er nog steeds voor open staat om die belofte waar te maken. Als wij een goed alternatief vinden om die ov-jaarkaart toch voor iedereen verwezenlijken, dan hoop ik dat de PvdA een bondgenoot is en niet zegt: nee, dat doen wij niet.

Mevrouw Besselink (PvdA): In eerste instantie zijn wij daarin geen bondgenoot. Wij willen dat de trajectkaart goed geregeld is. Het doel van deze kaart is dat je van huis naar de onderwijsinstelling gaat en weer terug. Daar gaan wij nu een oplossing voor zoeken.

Voorzitter. Een volgend punt is de vrijwillige ouderbijdrage. Het is erg zorgelijk dat nog steeds onduidelijk is waar ouders voor betalen. Dat moet niet kunnen. Wat is nu vrijwillig, wat is niet vrijwillig? Wat behoort onder de vrijwillige bijdrage te vallen? De heer De Vries heeft deze discussie ook al aangestipt. Zoals hij al zei: het kan niet zo zijn dat scholen in het kader van de gratis schoolboeken die boeken dan maar onder de vrijwillige ouderbijdrage laten vallen om daarmee niet scherp te hoeven inkopen. Het moet voor ouders helder zijn wat wel en niet onder de vrijwillige ouderbijdrage hoort te vallen en waarvoor zij betalen. Daarnaast moet ook veel duidelijker worden gemaakt dat het om een vrijwillige ouderbijdrage gaat en dat ouders via de medezeggenschapsraad instemmingsrecht over de hoogte van het bedrag hebben. Tot nu toe blijkt dat dit niet goed genoeg geregeld is. Kan de staatssecretaris aangeven wat zij hieraan zal doen, wat haar positie en rol zijn, hoe zij voor meer duidelijkheid zal zorgen?

Ik ben verder heel benieuwd naar de gedragscode. Om hoeveel scholen gaat het en waarom is er sprake van een toename? In 2007 zei tweederde van de scholen die de code nog niet hadden ondertekend, dit wel te zullen doen. Ik ga er min of meer van uit dat dit gebeurd is nu wij intussen ver in 2008 leven. Hoe is de stand van zaken op dit punt? In hoeverre kan de staatssecretaris bevorderen dat die gedragscode ondertekend wordt?

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Mevrouw Besselink stelt allemaal vragen waarop het antwoord al bekend is. Het is namelijk heel simpel. De vrijwillige ouderbijdrage is bedoeld voor extra’s. De overheid zorgt voor het primaire onderwijsproces. Uit de monitor blijkt dat een ouder per kind gemiddeld € 480 betaalt, exclusief schoolboeken. Er wordt betaald voor onder andere ICT en naslagwerken. Is mevrouw Besselink het ermee eens dat de overheid daarvoor verantwoordelijk is, en niet de ouders?

Mevrouw Besselink (PvdA): Ik ben het ermee eens dat wij het primaire onderwijsproces bekostigen. Mijn grote zorg is dan ook dat de kosten van de gratis schoolboeken in de toekomst zullen vallen onder de vrijwillige ouderbijdrage, terwijl deze voor rekening van de school zouden moeten komen. Daar moeten wij heel scherp op toezien.

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Dit is allesbehalve een antwoord! Ik stel de vraag nog een keer. Is mevrouw Besselink het ermee eens dat de overheid verantwoordelijk is voor het primaire onderwijsproces en dat de ouders alleen een bijdrage kunnen betalen voor extra’s?

Mevrouw Besselink (PvdA): Ja.

De heer Jasper van Dijk (SP): U zegt «ja».

Mevrouw Besselink (PvdA): Dan moet je dus heel goed bedenken: wat hoort daar dan onder te vallen?

De heer Jasper van Dijk (SP): ICT, naslagwerken, rekenmachines, dat is primair onderwijs. Een leerling kan geen onderwijs volgen zonder die zaken. De ouders moeten daar nu wel voor betalen. Mevrouw Besselink zegt «ja» op mijn vraag. Zij zegt dus dat de overheid daarvoor verantwoordelijk is. Dan moet zij daar ook voor opkomen. Dat betekent dat de overheidsbekostiging omhoog moet.

Mevrouw Besselink (PvdA): Volgens mij is dit een definitiekwestie die wij nu niet moeten gaan uitdiepen.

Voorzitter. Ik heb in de evaluatie van de WTOS gelezen dat de voorlichting niet altijd op orde is. Het ondergebruik zit daarin. Dat wordt met name een probleem voor die groep 18-plussers in het voortgezet onderwijs. Zij hebben nergens een natuurlijk aansluitmoment, ook niet via de IB-Groep. De IB-Groep geeft ook aan dat dit een van de knelpunten is. Bij de overgang van de WTOS naar het kindgebonden budget vervalt een heel groot deel van de problematiek voor de 18-minners, maar dat blijft voor de 18-plussers bestaan. Kan de staatssecretaris daar extra aandacht aan besteden en ervoor zorgen dat de voorlichting op orde is?

De oudergeleding in de MR heeft instemmingsrecht als het gaat om de invulling van de ouderbijdrage. In de praktijk blijkt echter dat ouders daar te weinig grip op hebben. Kan de staatssecretaris daarover meer informatie geven? Hoe pakt zij die rol op? Ook ouders die in een medezeggenschapsraad zitten, hebben niet altijd precies door wat hun mogelijkheden zijn. Zeker in het kader van de stijgende kosten moet ervoor worden gezorgd dat de ouders de machtsmiddelen die zij hebben, ook gebruiken.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Voorzitter. Als ik de SP hoor praten, dan zijn wij straks toe aan de staatspuntenslijpers! Alles moet volgens de SP door de Staat betaald worden: potloden, etuitjes, puntenslijpers en noem maar op.

Ook ik begin met de ouderbijdrage. Het moet duidelijk zijn dat het hierbij om vrijwillige ouderbijdragen gaat. Als die duidelijkheid niet wordt gegeven, dan is de school daar sowieso in eerste aanleg voor verantwoordelijk. Dat is geen taak van de Staat, maar van de school. Het is ook een taak van de school om de ouders bij dat soort dingen te betrekken. En ouders hebben natuurlijk ook een eigen rol om daarop toe te zien. Alles wat daarin vermengd wordt aan verplicht, vrijwillig en noem het maar op, wijs ik natuurlijk van de hand.

En dat geldt al helemaal voor de gratis schoolboeken, die natuurlijk ook niet gratis zijn. In de horrorserie «het gratis schoolboek» zijn wij ongeveer aanbeland bij aflevering 27. De uitgeverijen hebben een flink aantal juridische procedures aangekondigd. Daarover moet mij één ding van het hart. Op 12 maart jongstleden heeft in de Kamer ’s avonds een hoorzitting plaatsgevonden om vooruitlopend op de wetgeving alle juridische implicaties door te spreken. De Kamer is daar goed over geïnformeerd. Wat hier gebeurt, werd toen al voorzien. Dat is ook in het debat aan de orde geweest. De grote afwezigen bij die hoorzitting waren het CDA, de ChristenUnie en de PvdA. En wij zitten nu opgezadeld met heel verkeerde wetgeving, die verschrikkelijke gevolgen zal hebben. Wat is er nu immers met de scholen aan de hand? De scholen zitten gewoon met de problemen. De scholen zitten klem want die zitten met langlopende contracten. Hoe zal de staatssecretaris dit oplossen? Dit is immers nog lang niet ten einde. Stoppen met die gratis schoolboeken nu het nog kan! Trek die wetgeving gewoon in en doe het niet! De heer Jan de Vries (CDA): De betiteling «hoorzitting» wil ik verre van mij werpen. Wij hebben hier hoorzittingen die wij als Kamercommissie formeel organiseren conform het Reglement van Orde. Op 12 maart was er een gesprek tussen een aantal oppositiepartijen en de jurist van de distributeurs die toch wel een heel specifiek belang had.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Voorzitter. Ik vind dit werkelijk een heel flauwe interruptie. Als dit de enige reactie van de grootste regeringspartij van dit land is, dan vind ik dat toch wel erg slap.

De voorzitter: Even voor de geschiedenis, want wij moeten wel zuiver zijn op dit punt.

Het was niet een door de Kamer georganiseerde bijeenkomst. Ik kan mij namelijk niet herinneren dat die bijeenkomst via een groentje, dus via een convocatie, was aangekondigd. Wij moeten wel de spelregels in acht nemen. Maar laat er geen misverstand over bestaan dat Kamerleden het recht hebben om met iedereen te praten.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik wil even een korte aanvulling geven. De bijeenkomst was inderdaad niet door de commissie georganiseerd, maar elke partij was van harte welkom.

De voorzitter: Dank u wel voor deze aanvulling. Dan zijn wij eens over de geschiedenis. Dat is altijd prettig.

Mevrouw Dezentjé vervolgt haar betoog.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Ik ga nog even in op de brief van de staatssecretaris van 6 november, dus van vandaag. Daarin wordt gesproken over de taskforce, de groep die scholen moet helpen met de aanbestedingen à raison van 57 mln. Daarmee wordt geld over de balk gesmeten. Er is een regeling voor schadevergoeding: de «vergoeding advocaat- en proceskosten aanbestedingsprocedure schoolboeken», als er is gehandeld in lijn met de adviezen van de taskforce. Is het waar dat de taskforce in het land verkondigt dat scholen de contracten met de uitgeverijen gewoon kunnen verscheuren, omdat zij niet meer geldig zouden zijn nu er andere wetgeving is? Kan de taskforce adviseren om een schikking te treffen en, zo ja, wat zijn daarvan de financiële gevolgen?

Mij bereiken geluiden dat door de schoolleiding druk op leraren wordt uitgeoefend om toch de boekenkeuze, het pakket, aan te passen aan het bedrag dat voor schoolboeken beschikbaar is. Dan kun je aan de ene kant zeggen: dat is mooi, want wij willen allemaal dat de schoolboeken goedkoper worden. Maar aan de andere kant kun je je afvragen of hiermee dan nog steeds de kwaliteit is gewaarborgd.

Er is al het nodige gezegd over de reiskosten in het mbo. Voor een tegemoetkoming in de reiskosten kan momenteel een beroep worden gedaan op de WTOS. Waarom wordt de normvergoeding voor niet-reizenden niet verlaagd, zodat de normvergoeding voor mensen die ver moeten reizen, kan worden verhoogd? Volgens mij zou daarmee een heleboel bereikt kunnen worden.

Ik heb inderdaad wat moeite met het bedrag van 30 mln. ten behoeve van de reiskosten in het mbo. De VVD gaat er eigenlijk in al haar keuzen vanuit dat extra geld de kwaliteit van het onderwijs ten goede zou moeten komen. Het geld van de onderwijsbegroting moet worden besteed aan de kwaliteit van het onderwijs. Het is ook helemaal niet duidelijk of dit echt doelmatig is, omdat heel veel leerlingen niet ver hoeven te reizen. Slechts een beperkt deel van de leerlingen heeft hoge reiskosten. Het lijkt me dus een vrij dure oplossing. Ik wacht voor mijn verdere oordeel af welke keuzes op tafel komen.

De heer Jan de Vries (CDA): Ik vind het toch eigenlijk wel stuitend dat mevrouw Dezentjé zegt dat alles wat op de onderwijsbegroting staat, naar de kwaliteit van het onderwijs moet gaan. Daarmee zegt zij in feite dat de VVD niet wil dat ouders worden gecompenseerd voor hun schoolkosten. Zij vindt niet alleen dat die 30 mln. te weinig is, maar zij vindt eigenlijk dat er helemaal geen geld naar de ouders van de leerlingen in het mbo moet.

De heer Jasper van Dijk (SP): Het viel mij ook op dat de VVD het mes op de keel bij de coalitie zet. Of die ov-kaart voor het mbo wordt goed geregeld of die wordt niet geregeld. Maar wat is nu het standpunt van de VVD? Is zij daar zelf helemaal niet voor? Ik dacht dat ik een bondgenoot had in mevrouw Dezentjé en dat wij samen een goede ov-kaart voor het mbo zouden regelen.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Helaas kan ik geen bondgenoot worden van de SP. Als wij het mbo van een ov-kaart willen voorzien, dan is daar 80 mln. extra mee gemoeid. Dan gaat het dus om 110 mln. in totaal. De VVD maakt op dit punt een andere keuze. Volgens de heer De Vries heb ik gezegd dat alles wat op de onderwijsbegroting staat, naar de kwaliteit van het onderwijs moet gaan. Ik denk dat een inkomenspolitieke maatregel als 300 mln. per jaar voor gratis schoolboeken daar inderdaad helemaal niet thuishoort. Daar wordt de kwaliteit van het onderwijs immers niet beter van. Hetzelfde geldt voor 30 mln. ten behoeve van openbaar vervoer.

De heer Jan de Vries (CDA): Het is toch wel heel spijtig om hier te moeten constateren dat de VVD-fractie zich blijkbaar niet druk maakt over de school- en reiskosten van mbo-leerlingen of welke leerlingen dan ook in het Nederlandse onderwijsstelsel. De toegankelijkheid van het onderwijs is voor de VVD-fractie geen relevante factor.

De heer Jasper van Dijk (SP): En als wij deze redenering doortrekken, dan moet mevrouw Dezentjé nu ook boter bij de vis doen en pleiten voor afschaffing van de ov-kaart voor hbo’ers en wo’ers, maar dat heb ik haar nog niet horen zeggen.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Ik wil er even op wijzen dat met het reizen naar hbo-instellingen en universiteiten vaak veel meer reistijd gemoeid is. Dat is ook zichtbaar gemaakt. Ik heb hier de gegevens voor me. Slechts een beperkt deel van de mbo-leerlingen heeft te maken met hoge reiskosten. Dat is dus een heel ander verhaal. Er wordt nu eerst een onderzoek gedaan. Ik heb al gezegd dat ik mijn eindoordeel volledig laat afhangen van de keuzes die op tafel komen.

De heer Anker (ChristenUnie): Voorzitter. Het is goed dat wij vandaag spreken over schoolkosten. Daar heb ik zelf niet ontzettend veel ervaring mee, want ik zit over het algemeen meer in de hoek van het hoger onderwijs. Vandaag zit ik hier echter als plaatsvervanger van de heer Slob.

Wij pleiten er al lange tijd voor de kosten voor ouders met schoolgaande kinderen via verschillende wegen terug te dringen. Inmiddels is het lesgeld afgeschaft, is de vaste schoolboekenprijs losgelaten en is besloten tot het invoeren van gratis schoolboeken. Dat zijn stuk voor stuk zaken waar wij blij mee zijn.

Toch resteren er voor de fractie van de ChristenUnie nog enkele vragen. Bij de WTOS blijkt uit de beleidsdoorlichting dat de mate van kostendekkendheid van de middelen die aan ouders zijn toegekend, is teruggelopen. In het voortgezet onderwijs is dit deels te wijten aan de sterk gestegen kosten voor schoolboeken. In het mbo is de mate van kostendekkendheid over de hele linie groter, maar komt ongeveer 50% van de ouders van wie de kinderen ver moeten reizen, te kort. Het is goed dat voor beide oorzaken een oplossing wordt gezocht in de vorm van de gratis schoolboeken en een tegemoetkoming in de reiskosten voor minderjarige mbo-scholieren. Het is wel jammer dat moet worden geconstateerd dat een deel van de ouders die wel recht hebben op een tegemoetkoming in de schoolkosten, geen gebruik maakt van de WTOS. Het gaat hierbij om ongeveer 37%. Dit wordt weliswaar grotendeels opgelost doordat de WTOS zal worden opgenomen in het kindgebonden budget, maar er blijft een inhaalslag nodig voor groepen die wel onder de WTOS blijven vallen. Ziet de staatssecretaris nog mogelijkheden om de WTOS bij deze groepen beter onder de aandacht te brengen?

Bij de algemene politieke beschouwingen heeft de ChristenUnie aandacht gevraagd voor de kosten van openbaar vervoer voor minderjarige mbo’ers. Bij eerdere discussies over schoolkosten, bijvoorbeeld over het afschaffen van het lesgeld, heeft de fractie van de ChristenUnie al de wens geuit om ook voor deze groep iets te doen. Daarom zijn wij ook blij dat een meerderheid van de Kamer ons voorstel heeft gesteund om 30 mln. ter beschikking te stellen voor een tegemoetkoming in de kosten voor deze groep. Tegelijk zijn wij ons ervan bewust dat hiermee niet volledig in een ov-kaart kan worden voorzien. Het is dan ook zaak dit geld zo effectief mogelijk te besteden, zodat het werkelijk terechtkomt bij deze groep jongeren. De fractie van de ChristenUnie is blij dat de staatssecretaris de uitwerking voortvarend ter hand heeft genomen.

De fractie van de ChristenUnie is erg te spreken over de regeling die de provincie Friesland heeft getroffen. Vanmiddag heb ik zelf even een kijkje genomen op ovscholierenkorting.nl. Het is gewoon prachtig dat wij een overheidswebsite hebben met slechts één pagina, met een formulier met vier vragen. Als dat is ingevuld, zie je of je recht hebt op korting. Vervolgens moet je een formulier op een A4’tje invullen en je kaartje meesturen. Dat het zo makkelijk kon! Dat geeft weer hoop voor de begrotingsbehandeling van Binnenlandse Zaken. In vijf maanden tijd is daar een relatief eenvoudige restitutieregeling in het leven geroepen, waarbij eenvoud en snelheid hand in hand gaan. Het is goed dat ook de restitutievariant door de staatssecretaris verder wordt onderzocht, maar voor een landelijke regeling is wellicht meer nodig. Het is begrijpelijk dat de staatssecretaris meerdere opties onderzoekt. De fractie van de ChristenUnie gaat er daarbij vanuit dat eenvoud in de uitvoering en daarmee effectiviteit van de regeling leidend zullen zijn. Ik heb in de brief gelezen dat voor een ov-studentenkaart met bijbetaling uitgebreide systeemaanpassingen nodig zijn en een incasseringssysteem moet worden opgebouwd. Dat lijkt mij nogal ingewikkeld, maar daar staan weer voordelen van deze variant tegenover. Wij wachten de uitkomsten van het verdere onderzoek af. Kan de staatssecretaris kort schetsen hoe het overleg met de provincies en de MBO Raad tot nu toe is gegaan? Hoe staat deze tegenover de verschillende opties?

Voor 2009 is ook 15 mln. beschikbaar voor een tegemoetkoming in de kosten van minderjarige mbo-scholieren. Bij de verschillende alternatieven die onderzocht worden, wordt gesproken over 2010. Kunnen wij ervan uitgaan dat bij het uiteindelijke voorstel ook de mogelijkheden voor 2009 worden betrokken, zodat ook dit geld op een goede plek terechtkomt?

Mijn fractie is blij dat een meerderheid van de Kamer heeft ingestemd met de invoering van gratis schoolboeken. Hiermee is er uitzicht op een situatie waarin de in de afgelopen jaren almaar oplopende rekening voor schoolboeken niet meer onverkort bij de ouders kan worden neergelegd. Ook biedt het een mogelijkheid om zeer gericht een eigen leermiddelenbeleid te voeren en de schoolkosten te verlagen. Er zijn afspraken gemaakt over een zorgvuldig invoeringstraject. Er is een duidelijk overgangsjaar ingesteld en daarnaast is afgesproken dat de scholen steun krijgen bij de invoering. Het invoeringsjaar is nog niet eens zo heel erg lang gaande. Wij hebben er alle vertrouwen in dat dit jaar zal worden gebruikt om de zaak op de rails te krijgen, zodat de gratis schoolboeken worden ingevoerd op een manier zoals wij met elkaar hebben bedoeld.

Voorzitter. Wij hebben in het verleden ook onze zorgen over de ouderbijdrage uitgesproken. De staatssecretaris besteedt hier in haar voortgangsbrief over de schoolkosten terecht de nodige aandacht aan. De fractie van de ChristenUnie hecht aan de rol en de verantwoordelijkheid van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad als het gaat om het vaststellen van de hoogte van de ouderbijdrage. Kan de staatssecretaris nog eens duidelijk uiteenzetten op welke wijze zij zal bijdragen aan het juiste gebruik van de ouderbijdrage door de scholen?

De heer Dibi (GroenLinks): Nu de VVD is afgehaakt, wordt het steeds moeilijker. Ik ga het echter toch proberen, omdat ik de ChristenUnie ken als een integere partij die niet zomaar iets roept. De ChristenUnie heeft in het verleden gepleit voor een ov-kaart voor minderjarige mbo’ers. Staat de heer Anker ervoor open om bij de begrotingsbehandeling van OCW toch te kijken naar een mogelijkheid om die ov-jaarkaart voor alle mbo’ers te financieren? Dan hoeft er geen geld te worden verspild aan het onderzoeken van een regeling en aan systeemwijzigingen, maar dan wordt dat geld gewoon ingezet voor een generieke ov-kaart voor 16- en 17-jarige mbo’ers.

De heer Jasper van Dijk (SP): Daar sluit ik mij volledig bij aan. De schoolkosten in het mbo bedragen € 900 per leerling per jaar. Ook als de weg naar een ov-kaart wordt ingeslagen, blijven de kosten voor mbo’ers hoog. Is de heer Anker het met mij eens dat je daarvoor een goede tegemoetkomingsregeling moet hebben, zodat die kosten voor mensen met lage inkomens goed gedekt worden?

De heer Anker (ChristenUnie): Ik zal eerst de vraag van de heer Dibi beantwoorden. Wij zijn niet van mening dat er geld wordt verspild met deze regeling. Het is duidelijk dat ook ons ideaal ooit is geweest om iets van een ov-kaart te bedenken. Er zijn verschillende redenen voor om dat wel of niet te willen. Wij hebben daarnaar gezocht en geconstateerd dat het moeilijk is om zoiets te vinden. Wij hebben nu dit bedrag kunnen vrijspelen. Er is al een tegemoetkoming, in die zin dat ze een lager ov-tarief hebben. Daar gaat nu nog eens iets van af. Dat is op zichzelf al een heel mooi resultaat. Ik vind het echt jammer dat de heer Dibi dan spreekt over verspilling.

De heer Dibi (GroenLinks): Mogelijke verspilling.

De heer Anker (ChristenUnie): Dat is dan een nuancering. Wij willen niet dat het geld verspild wordt. Het moet zo snel en zo eenvoudig mogelijk worden ingezet. Natuurlijk is er het gevaar dat wij een onderhandelingsproces ingaan waarbij een heleboel mensen belangen hebben en dat ook nog heel lang gaat duren. Dat lijkt ons niet verstandig. Ik vraag de staatssecretaris dan ook om er vaart mee te maken en zich niet te laten verleiden tot langslepende processen. Ik ken haar persoonlijk ook niet zo, dus ik heb daar wel vertrouwen in.

Wat de OCW-begroting betreft, moet de heer Dibi bij de heer Slob zijn. Hij is de woordvoerder tijdens deze behandeling. Als hij een heel interessant voorstel heeft en ook nog ergens 80 mln. vindt, dan wens ik hem daar veel succes mee.

De vraag van de heer Van Dijk over de schoolkosten in het mbo kan ik als vervanger van de heer Slob niet zo snel beantwoorden.

De heer Jasper van Dijk (SP): Het zij u vergeven. Misschien kunnen wij een schriftelijke ronde richting de fractie van de ChristenUnie doen.

De voorzitter: Het lijkt me verstandig dat u dat in het ledenrestaurant even met elkaar uitspreekt.

Antwoord van de staatssecretaris

De voorzitter: Ik wijs erop dat wij om tien voor half vijf klaar moeten zijn met dit antwoord van de staatssecretaris om nog een tweede termijn te kunnen houden.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voorzitter. Ik ga mijn best doen. Ik ben altijd heel kort van stof, de commissie kent mij. Ik heb drie blokken: de reiskosten van minderjarige mbo’ers, de schoolkosten en de ouderbijdrage en de schoolboeken.

Ik begin met de reiskostenvergoeding voor mbo’ers, een belangrijk onderdeel van de laatste brief die ik aan de Tweede Kamer heb gestuurd. Ik dank de Kamerleden die blij zijn met de snelle inzet op dit gebied. Ik ben zelf ook blij dat wij in de afgelopen twee maanden een aantal slagen hebben kunnen maken in gesprekken met mensen om scherp te krijgen waar wij het over hebben. Ik voel mij gesteund door de reacties van de Kamer op de opties die naar voren zijn gebracht. Alle partijen zijn voor het snel op een rij zetten en invoeren van een goede optie. Ik ben van plan om daarmee te komen voor de begrotingsbehandeling, zodat men kan bekijken of dat is wat men ervan verwacht.

Zoals de minister-president heeft aangegeven, gaat het bij de meeste zaken die wij doen om complexe zaken die uitvoeringshandelingen vergen. In dit geval moeten wij alle provincies zo ver krijgen. Voor de ene provincie kan dat wat anders betekenen dan voor de andere provincie, maar wij willen toch tot één lijn komen voor de leerlingen in het land. Ik ben wel eerlijk, ik doe het zorgvuldig en ik wil geen verwachtingen wekken die ik niet kan waarmaken. Kijkend naar de JOB en alle mensen die deze organisatie vertegenwoordigt, probeer ik dit zo snel mogelijk te doen, want wij vinden het een goede zaak om dit op te pakken.

Er is gevraagd wat er gebeurt met het bedrag van 15 mln. in 2009. Bij de uitwerking van de varianten zal ik een tijdpad helder maken. Daar wil ik niet op vooruitlopen, maar daarover zullen wij spreken als ik bij de begrotingsbehandeling met een voorstel kom.

Er is gevraagd of in het mbo minder wordt gereisd dan in het hoger beroepsonderwijs. Dat is wel de ervaring die wij hebben. De heer Dibi vraagt om precieze cijfers, maar die heb ik niet bij de hand. Ik zal deze informatie eerst intern boven water halen en vervolgens zal ik deze schriftelijk toesturen.

De heer Dibi (GroenLinks): Komt deze informatie voor de begrotingsbehandeling?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Dat is mijn streven. Als het maar enigszins mogelijk is, zal ik dat zeker doen.

Mevrouw Dezentjé heeft gevraagd waarom het bedrag van de motie-Slob niet in de WTOS is opgenomen. Ik dacht dat de VVD-fractie iets had met middeninkomens, die ook behoorlijk onder deze problematiek te lijden hebben. Wij kunnen dit bedrag natuurlijk in de WTOS doen, dan hoor ik dat graag in tweede termijn van de Kamer. Dat is vrij eenvoudig en scheelt enorm in de uitvoering, maar als wij de WTOS met dit bedrag verhogen, doen wij alleen iets voor de laagste inkomens. In het Kamerdebat kwam naar voren dat de middeninkomens op dit gebied ook een behoorlijke zware last ervaren. Mevrouw Dezentjé wil het ingewikkeld maken door de WTOS te verhogen voor mensen met veel reiskosten en deze te verlagen voor mensen met weinig reiskosten. Ik geef op een briefje dat dit een heel vrolijke toestand wordt. Als de VVD ook pleit voor minder administratieve lasten, zou ik zeggen: begin er niet aan.

Er is gevraagd hoe het staat met het overleg met de MBO Raad en de provincies. Ik ben heel constructief met hen in overleg. Ik ben blij dat de JOB daar heel goed bij betrokken is. Zij houdt de eigen standpunten heel scherp boven water, maar denkt wel mee met datgene wat er nu ligt. Dat noem ik pragmatisch bestuur. Prima. Zij kunnen er echt op rekenen dat wij hen zullen blijven betrekken bij de uitwerking van de varianten.

Wat betreft de varianten is door de een gevraagd om deze verder uit te zoeken en de ander vindt het helemaal niets. Dan zou ik zeggen: lever die 30 mln. dan maar weer in. Mevrouw Besselink sprak over het model van Friesland. Zij noemde dat een trajectkaart, maar het gaat om restitutie. Bij een trajectkaart wordt van tevoren onderhandeld over een traject en krijgt men een briefje. Ik beluister bij haar en bij de heer Anker interesse voor wat in Friesland en Groningen gebeurt. De heer Anker is blij over de site, die bredere hoop geeft dan alleen voor dit onderwerp. De heer Adema is als gedeputeerde van Friesland binnen het IPO verantwoordelijk voor dit punt. Wij gaan heel serieus in overleg met deze provincies, maar voor mij is relevant dat het een bredere aanpak wordt voor alle provincies.

De heer Van Dijk vroeg of het niet discriminerend is om minderjarige mbo’ers geen kaart te geven en minderjarige hbo’ers wel. Ik heb regelmatig iets over deze vergelijking gezegd. De groep minderjarigen in het hoger beroepsonderwijs is veel kleiner. Dat is niet te vergelijken met het aantal minderjarige mbo’ers. Daarbij maken wij een pragmatische afweging wat betreft de financiën. Ik heb 30 mln. in handen gekregen dankzij de Kamer, waarvoor veel dank. Ik ga het zo goed en zo snel mogelijk uitvoeren, met zo min mogelijk extra lasten. Tot zover het blokje reiskosten in het mbo.

De heer Jasper van Dijk (SP): Dat het een kleinere groep is, neemt niet weg dat het gewoon discriminatie blijft. Laten wij dat vaststellen. De staatssecretaris zal scenario’s uitschrijven en komt voor de begrotingsbehandeling met een voorstel. Ik wil graag horen dat zij de politieke wil heeft om een volwaardige ov-kaart te regelen, als er in de resterende twee jaar die dit kabinet regeert, een financiële opening komt.

De heer Dibi (GroenLinks): De staatssecretaris heeft in het verleden gezegd op zoek te gaan naar een potje en alles te doen wat binnen haar mogelijkheden ligt om een volwaardige ov-kaart te lanceren. Gaat zij daarmee door?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik vraag beide heren om mijn brieven heel zorgvuldig te lezen. Aan het eind van de brief die is gericht aan mevrouw Linthorst van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer, waarvan deze Kamer een afschrift heeft gekregen, heb ik namens het kabinet geschreven dat die keuze er voor mij op dit moment niet is, gelet op de prioriteiten die er binnen de portefeuille zijn. Dat is vragen naar de bekende weg, zoals ik altijd tegen mijn kinderen zei.

De heer Van Dijk heeft mij het rapport aangeboden over de schoolkosten. Ik moet hier toch wat over kwijt. Ik zag de heer Van Dijk vanochtend op het nieuws zeggen dat de SP duidelijkheid wil over de ouderbijdrage. Ik heb het rapport gekregen en er even een blik in geworpen. Ik zie een aantal vragenlijsten, kopieën van schriftelijke vragen, een column en wat aanbevelingen. Met een belangrijk deel van de aanbevelingen heb ik niet zoveel problemen, maar over een ander deel ervan zijn wij het niet eens.

Ik heb wel een probleem met de manier waarop de SP-fractie met het onderwerp kosten voor ouders omgaat. Ik zal uitleggen waarom. Eerlijk gezegd komt het niet zo geloofwaardig over als de SP zich hier vandaag presenteert als de partij die wil vechten voor het verlagen van kosten van ouders. Ik herinner er graag aan dat deze partij tegen het wetsvoorstel voor gratis schoolboeken voor de kinderen in het middelbaar onderwijs en daarmee ook tegen het uitkeren van € 316 heeft gestemd. Als het aan u had gelegen, zouden de ouders in december niet € 316 ontvangen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Dat is feitelijk onjuist.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Dat is feitelijk juist, want beide voorstellen zaten in een wetsvoorstel waar de SP-fractie tegen heeft gestemd. Ik vind dat u hierover helder moet zijn. Schoolkosten zijn een heel grote mep bij de kosten van ouders waaraan wij substantieel tegemoet willen komen. De SP-fractie zal allerlei redenen hebben gehad om ertegen te stemmen, maar ik doe ook wel eens een onderzoekje en ik heb in de afgelopen week aan 500 ouders gevraagd hoe zij aankijken tegen de kosten van schoolboeken. Uit dat onderzoek blijkt dat 70% van de ouders klaagt over de hoogte van de kosten. Het is voor mij nog scherper geworden: 90% van de ouders is zeer blij en tevreden over het feit dat wij gratis schoolboeken gaan invoeren. Ik zal nog wel kijken naar de vrijwillige ouderbijdrage, omdat wij ons daarover zorgen maken, maar ik ben blij dat het kabinet ervoor heeft gekozen om de daad bij het woord te voegen en iets substantieels te doen voor de ouders. Ik word niet zo warm van dit pleidooi van de SP-fractie. Het is jammer dat zij niet heeft ingestemd met dat wetsvoorstel, want nu zijn die ouders blij dankzij het kabinet, maar niet dankzij de SP-fractie.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik vind het echt misleidend wat hier gebeurt. Wij hebben meerdere debatten gevoerd over de schoolboeken. Mevrouw Van Bijsterveldt weet net zo goed als ieder ander dat de SP-fractie een groot voorstander is van gratis schoolboeken, maar niet via de verplichte aanbesteding. Zij heeft de scholen met dat gedrocht opgezadeld. Wij zien week in, week uit dat zij de scholen heeft opgezadeld met grote problemen en zorgen. Ik ben voor gratis schoolboeken, maar tegen verplichte aanbesteding. Ik heb in moties voorgesteld om het geld direct aan de ouders over te maken, zodat de schoolboeken wel gratis worden, maar niet via die wet.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: De heer Van Dijk gebruikt grote woorden. De Nederlandse Mededingingsautoriteit heeft aanbevolen om betalen en bepalen in één hand te brengen bij de scholen, om marktwerking bij schoolboeken op gang te brengen. Het is geen correcte voorstelling van zaken om te zeggen dat gratis schoolboeken kunnen zonder aanbesteding. Het zit anders in elkaar. De aanbestedingswetgeving is in de Kamer aan de orde geweest en hier vastgesteld. Dat is de werkelijkheid. Het betekent echt iets voor het geld van de gemeenschap en van de ouders als je op grond van die werkelijkheid bereid bent om iets te doen om de kosten te drukken door betalen en bepalen in één hand te brengen. Ik vind het free-ridersgedrag om er op deze manier mee om te gaan. Het is commentaar aan de zijkant zonder verantwoordelijkheid te nemen als het erop aankomt.

De heer Jasper van Dijk (SP): U kunt hoog of laag springen, maar u gaat nu de technische discussie in. Die aanbestedingen worden een ramp, dat ziet het hele land, behalve de coalitie. Ik heb voorgesteld om het geld aan de ouders te geven, waardoor de schoolboeken wel gratis worden, en intussen te zoeken naar een duurzame oplossing zonder die aanbestedingen. Daar wilt u niet aan. U blijft ermee doorgaan. Dit wordt een verschrikkelijk prestigeproject.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Op dit moment stel ik vast dat wij € 316 aan de ouders geven. Ik ben blij dat de coalitiepartijen daarmee hebben ingestemd. Wij weten dat er ook ouders zijn die meer betalen dan wat zij van ons krijgen. Door betalen en bepalen in één hand te brengen krijg je kostenbewustzijn en blijven de ouders niet zitten met kosten die toch blijven oplopen en die niet voldoende worden gecompenseerd door een vergoeding van het Rijk. Ik heb nog steeds geen goed alternatief gehoord voor wat het kabinet heeft besloten. Ik vind het echt te makkelijk om het over deze lijn te spelen. Ik ben een grote pleitbezorger voor het neerwaarts bijstellen van de kosten voor ouders. Die grootse daad is voor de zomervakantie gedaan met de wetgeving die is afgehandeld in de Tweede en de Eerste Kamer.

Ik neem de uitwerking van het rapport over de schoolkosten vanzelfsprekend wel serieus. De SP doet acht aanbevelingen en wil daarop gaarne een reactie. Uit het onderzoek blijkt dat de vrijwillige ouderbijdrage niet vrijwillig is. De eerste aanbeveling is om het vrijwillige karakter te garanderen, maar ik kan dit niet beter garanderen dan ik doe. Dit is heel scherp geregeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. Het is verplicht om hierover informatie in de schoolgidsen op te nemen. De ouderbijdrage is vrijwillig en moet worden gespecificeerd. Een jaarlijkse overeenkomst is nodig. Er is een keuze mogelijk bij de ouders om voor de gehele of een gedeelte van de vrijwillige ouderbijdrage kwijtschelding te vragen. Een school is verplicht om een reductie- of kwijtscheldingsregeling in te stellen.

Op grond van de Wet op de medezeggenschap heeft de medezeggenschapsraad instemmingsrecht over de hoogte en de bestemming van de vrijwillige ouderbijdrage. De ouders in de MR hebben instemmingsrecht bij het beleid dat de school voert bij de beheersing van de schoolkosten. Ook dat is een heel belangrijk punt. Er zijn ondersteunende acties, zoals een informatieve brochure als steun in de rug voor ouders in de medezeggenschapsraad. Ik ben volop in gesprek met de organisaties van ouders. Het overleg over de brochure wordt eind november afgekaart, zodat deze naar de ouders toe kan en de mensen in de medezeggenschapsraad meer zicht krijgen op wat hun bevoegdheid is. Dan is het inderdaad een belangrijke verantwoordelijkheid van ouders om dat gesprek aan te gaan in de medezeggenschapsraad. Dat is heel relevant.

Daarnaast loopt er een inspectieonderzoek om die zaak op te pakken. Dat moet ook gebeuren, want wij krijgen signalen dat het niet klopt en dan ben ik ook van mening dat wij er wat aan moeten doen. Ik zou het buitengewoon op prijs stellen als individuele signalen aan mij worden doorgespeeld. Dan zal ik direct de inspectie erop zetten om een en ander te onderzoeken. Als het niet klopt, moet het worden gecorrigeerd. Dat is mijn eerste reactie op het onderzoek van de SP. Ik wil mijn antwoord hier niet exclusief aan wijden, maar nu ook een aantal andere vragen beantwoorden.

Er is een suggestie gedaan om de ouderbijdrage te maximeren. Dat ben ik niet van plan. Ik vind dat het echt een zaak is tussen het bevoegd gezag en de oudergeleding om daar op een goede manier mee om te gaan. Het is wel belangrijk dat de oudergeleding met de ouders in de school heel goed communiceert over wat zij op dit gebied doet. Er is veel publiciteit over dit thema. Wij zijn bezig met die folder. Er is intensieve communicatie met organisaties van ouders, zoals NKO en Ouders & COO. Dat moet ertoe leiden dat ouders zich er meer van bewust worden dat zij die bevoegdheid hebben, doordat er een geleding is in de MR die namens hen daarover besluiten mag nemen. De school mag extra activiteiten ondernemen, maar dat mag nooit zonder toestemming van de ouders, als dat extra geld kost.

Ik zou daar niet in willen treden, want dan zouden wij het hier niet goed doen. Ik voel niets voor een steviger bewind van bovenaf. De afspraak met de inspectie is om de controle in het komend jaar te verscherpen. Aan het eind van dat jaar zal ik de zaken scherper in beeld hebben. Dan gaan wij daarover een debat voeren en dan kunnen wij bekijken wat wij aanvullend moeten doen. Er moeten voldoende waarborgen in de wet zitten, maar de handhaving is ook een belangrijk punt. In hetzelfde licht ga ik ook niet voorschrijven welke kosten eronder vallen. Ik vind dat dit echt aan de school is. De ene school kiest voor een ander type activiteiten dan de andere school. Die vrijheid wil ik hun niet ontnemen.

Hoe ga ik ervoor zorgen dat de vrijwillige ouderbijdrage echt vrijwillig is? Deze is vrijwillig. Ik hoor het graag wanneer hierover verkeerd wordt gecommuniceerd. Nogmaals, wij kijken er met de inspectie naar. Via die lijn, maar eventueel ook via incidenten, zal ik de zaak in beeld brengen. Ik vind dat het niet kan als een school iets pretendeert wat niet klopt. Daarom ben ik er ook geen voorstander van om het via de distributie te doen, zoals de heer De Vries naar voren bracht. Dat vind ik gewoon slecht. Ik vind dat een verkeerd beeld. Het is een beetje misleiding als het op die manier gebeurt. Het is misschien niet zo bedoeld en vooral bedacht met het oog op de efficiency, maar ouders raken er wel van in de war. Ik zal dat punt meenemen met de inspectie. Wanneer ik ervan hoor of wanneer wij het zien, zullen wij dit aanpakken. Ik zal ook bij de VO-raad inbrengen dat het niet op deze wijze moet gebeuren.

Ik ga ervan uit dat ouders bij de medezeggenschapsraad niet willen dat leerlingen worden uitgesloten. Daar ligt de verantwoordelijkheid om te bekijken wat men doet en wat reëel is om te vragen. Daarnaast is elke school verplicht om een kwijtscheldings- of reductieregeling te hebben. Naar aanleiding van deze vragen zal ik dit punt wel toevoegen aan het inspectieonderzoek, om te bekijken of dit naar tevredenheid van degenen die erbij betrokken zijn, is geregeld. Dat beloof ik bij dezen. Bij de afweging van die ouders behoren dit soort zaken meegewogen te worden.

De CDA-fractie heeft gevraagd of het klopt dat de ouderbijdrage daalt. Op dit moment hebben wij dit niet in beeld. De inspectie zal dit punt meenemen bij het monitoren van de ontwikkeling van de schoolkosten.

De heer Van Dijk noemt een bedrag van € 480 voor schoolkosten hier en daar extreem. Wij kennen de vrijwillige ouderbijdrage en de kosten voor de financiering van de school. De ouderbijdrage gaat via de lijn die ik zojuist uitgebreid heb geschetst. De financiering van schoolkosten gaat via de lijn van projectsubsidies of lumpsum. Dat zijn de twee lijnen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Dit is niet juist. Als je de bedragen op pag. 5 van de bijlage van de brief van 31 oktober bij elkaar optelt, kom je op € 480 schoolkosten voor de ouders. Dan gaat het over atlassen, woordenboeken, ICT, aangeschafte leermiddelen, gereedschappen, in rekening gebrachte kosten en de ouderbijdragen. Dat is € 480 per leerling, exclusief schoolboeken.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik leg deze vraag even opzij en kom er graag in tweede termijn op terug.

Er is opgemerkt dat de gedragscode blijkens actuele cijfers over de witte lijst slecht wordt nageleefd. SLO doet hiernaar onderzoek. Ik krijg de resultaten binnen enkele weken. Er is wel een positief beeld te melden. Volgens SLO communiceert driekwart van de scholen beter en zijn de rekeningen voor ouders meer transparant. Door de discussie die wij hierover hebben gevoerd, zijn scholen ook actiever geworden. Het merendeel van de scholen heeft ook echt een beleid, maar bij een aantal scholen is de gedragscode niet ondertekend. Dat aantal heb ik nog niet doorgekregen, maar ik spreek af dat ik de onderzoeksgegevens naar de Kamer zal sturen zodra ik ze heb.

De heer Jan de Vries (CDA): Ik ben benieuwd naar die cijfers. Hopelijk is de resterende groep scholen zo klein mogelijk. De vraag is of daar geen zwarte lijst voor moet komen. Zij hebben die code na bijna drie jaar nog steeds niet ondertekend en zijn blijkbaar weigerachtig om met de ouders een goed beleid te voeren. Dat moet dan ook maar duidelijk worden op de website.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voordat ik zoiets zou doen, wil ik toch eerst weten over hoeveel scholen wij het hebben en wat de argumentatie is om het niet te doen. Ik vind het netjes om dat na te gaan. Laat ik met u afspreken dat ik op deze vraag terugkom wanneer het onderzoek er ligt, zodat ik inzicht heb in waar wij het over hebben.

De heer Jan de Vries (CDA): Welke argumenten kunnen er dan zijn om het niet te doen?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik zou het niet weten, maar ik zou wel graag wat meer willen weten van de achtergronden en de bevindingen van SLO.

De heer Jan de Vries (CDA): De CDA-fractie heeft in de vorige kabinetsperiode ingestemd met zelfregulering op dit punt, maar dan moet de sector dat wel serieus nemen en dat moet blijken uit de cijfers. Ik vind dat de sector zelf ook corrigerend mag optreden bij de leden die zich er blijkbaar niet aan storen. Ik wil dat ook graag publiek zien.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Laat ik het zo afspreken met de heer De Vries. Zodra ik het stuk van SLO heb, zal ik aangeven hoe ik met naming en shaming zal omgaan. Dat lijkt mij goed. Ik ben het met hem eens dat men een heel goed verhaal moet hebben om dat niet te doen. Ik zou niet zo een, twee, drie weten wat dit zou moeten zijn, maar het lijkt mij wel goed om dit soort stappen zorgvuldig te zetten. Ik heb dus een specifiek onderzoek van de inspectie naar de gedragscode toegezegd.

Er is gevraagd naar de gevolgen van de integratie van de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage met de schoolkosten in het kindgebonden budget voor de ouders. Het gedeelte van de kosten dat overblijft, gaat mee in het kindgebonden budget, dus dat is geen probleem. De WTOS-uitkering blijft gehandhaafd voor het mbo.

De heer De Vries heeft gevraagd om een gescheiden monitor bij de schoolkosten van vo en mbo, maar om zodanig onderzoek te doen dat een vergelijking mogelijk blijft. Binnen de verschillende monitors worden dezelfde typen kostenposten onderzocht, zodat er niet maanden nodig zijn, maar al heel snel een goede vergelijking kan worden gemaakt. In de brief aan mevrouw Linthorst is te zien dat wij heel veel zaken behoorlijk goed vergelijkbaar in beeld hebben. Een terechte logistieke vraag van de heer De Vries is om te zorgen voor een goede aansluiting op de evaluaties rond de schoolboeken. Wij zullen proberen om niet te werken met al jaren verouderde informatie over de boeken en om daar goed op aan te sluiten.

De CDA-fractie heeft ook gevraagd of er een titel is om in te grijpen. Als het erop aankomt, als zaken willens en wetens verkeerd worden voorgesteld en als er geen correctie optreedt, nadat de inspectie de school op de vingers heeft getikt, kunnen er bekostigingsmaatregelen worden genomen. Dat is tot op heden niet gebeurd, maar wij worden wel scherper. Dat stel ik ook vast bij de Kamer, en dat is terecht. Alles is erop gericht om de ouders zo veel mogelijk te ontzien wat betreft de kosten van onderwijs. In het vorige kabinet-Balkenende zijn de leskosten afgeschaft en in dit kabinet zijn de kosten van de schoolboeken afgeschaft. Een logisch vervolg is dan dat wij heel scherp zijn wat betreft scholen die er een potje van maken en zaken door elkaar gooien. Voor mij is het eerste belangrijke punt het inspectieonderzoek dat ik aan het eind van het jaar krijg. Over de uitkomsten daarvan en over de vraag of wij adequaat optreden of dat er een verscherping moet optreden, ga ik graag het debat aan. In theorie kan het. Als het in de toekomst nodig is, moeten wij daar serieus naar kijken.

Er is gevraagd waarom laptops niet in de schoolkosten zitten. Er staat letterlijk in de wet of in de memorie van toelichting dat deze er niet onder vallen. De scholen hebben een budget om voor computers op school zorg te dragen en dat doen heel veel scholen ook. In dat opzicht valt het buiten het bedrag van € 316. Als scholen gebruik willen maken van laptops, kunnen zij dat betalen uit de lumpsum. Als de MR ermee instemt, kan de school op grote schaal laptops inkopen en voor een lage prijs ter beschikking stellen. Dat doen nogal wat scholen. Dan wordt het ding toch voor meer dingen gebruikt, laten wij eerlijk zijn, meestal ook persoonlijk door de leerling zelf. Dan maakt het deel uit van de vrijwillige ouderbijdrage en dient het afgestemd te worden.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik dank de staatssecretaris hartelijk voor het uitgebreide antwoord op het rapport. Dat waardeer ik, maar ik stel vast dat er nog zorgen blijven. Het is diffuus wat precies onder de ouderbijdrage valt en wat niet. Dat zegt Ouders & COO ook. Daarom heb je een scheiding tussen ICT, naslagwerken en ouderbijdragen. Er worden ook deurwaarders ingezet, zoals ik heb gezegd. Dat is mij gemeld en die meldingen zal ik doorgeven. Ik vraag de staatssecretaris om schriftelijk te reageren op mijn rapport en over andere toezeggingen, zoals over de zwarte lijst die door de heer De Vries naar voren is gebracht. Je ziet dat de helft van de scholen niet doorgeeft dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Dat leidt tot veel verwarring. Wij krijgen niet voor niets meldingen van ouders. Volgens mij vindt de staatssecretaris dat ook niet prettig, maar ik zou iets sneller actie willen dan eind 2009, als het inspectieonderzoek komt.

De heer Dibi (GroenLinks): Zou het niet veranderd moeten worden dat kinderen uitgesloten mogen worden van extra activiteiten als hun ouders de ouderbijdrage niet hebben betaald?

De heer Jan de Vries (CDA): Ik heb ervoor gepleit om in te grijpen bij scholen die schoolboeken onder de vrijwillige ouderbijdrage brengen. Ik vraag om een scherp antwoord op grond van welke titel de staatssecretaris dat kan aanpakken. Wanneer laptops verplicht worden als onderdeel van het onderwijs, zodat deze nodig zijn om het onderwijs te volgen, kan het in de ogen van de CDA-fractie niet zo zijn dat ouders deze met de vrijwillige ouderbijdrage moeten bekostigen.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: De heer Van Dijk vraagt om een brief en snellere acties. Ik probeer de vragen hier gewoon te beantwoorden. Tegenwoordig zetten wij dat allemaal keurig in een verslag en dan heeft men het gewoon op schrift. Ik zeg hier dat ik het onderzoek van de inspectie verbreed naar aanleiding van dit debat. Ik ga er iets mee doen en zal het debat aangaan zodra ik er inzicht in heb. Ik vind het echt zonde om dat nog een keer op schrift te zetten, want dat betekent toch weer dat een aantal ambtenaren met zo’n brief bezig is. Het kost toch altijd heel veel tijd om dat te doen. Ik ga kijken naar de voorbeelden die de heer Van Dijk noemt en naar aanpassingen. Daarvoor hoef ik het onderzoek niet af te wachten, dat doe ik gewoon. Ik vraag aan de inspectie om met deze zaken aan de gang te gaan. Als het niet klopt, zal zij de scholen op de vingers tikken en zeggen: let op, zo kan het niet, wij willen dat veranderd zien. Als men dat niet verandert, dan kom ik de school tegen. Een brief leidt niet tot snellere actie; een mondelinge toezegging hier is gewoon een toezegging.

De heer Dibi vraagt of ik dat uitsluiten kan tegengaan. Ik begrijp de zorg, maar de afweging moet op schoolniveau worden gemaakt. Als er een vrijwillige ouderbijdrage wordt gevraagd voor extra kosten of uitgaven, dient de school een reductie- of kwijtscheldingsregeling te hebben, waarbij de ouders in de medezeggenschapsraad betrokken zijn. Daar dient de afweging plaats te vinden. Ik kan hier niet zeggen dat men dit of dat echt niet mag doen. Natuurlijk wil ik ook dat er niemand uitgesloten wordt, maar het is soms ook een afweging of iemand wil meegaan en daar het geld voor over heeft. Zo was het bij mij in het verleden ook. Dat kan ik hier niet veranderen. Het houdt verband met datgene wat de MR beslist over de vrijwillige bijdrage en de reductie- en kwijtscheldingsregeling van de school om de ouders tegemoet te komen. In het laatste geval kan er ook nog gebruik worden gemaakt van de bijzondere bijstand in een gemeente bij dit type activiteiten. Ik geef toe dat dit geen gemakkelijke weg is, maar ik heb niet de illusie dat ik dit van bovenaf kan regelen. Samen met collega’s probeer ik de randvoorwaarden bij dit proces te geven.

Er is gevraagd onder welke titel ik kan ingrijpen wanneer de kosten van schoolboeken in de vrijwillige bijdrage worden gestopt. Dan wordt het niet correct toegepast. Het gaat om boeken die de leerlingen moeten hebben, omdat zij anders het onderwijs niet goed kunnen volgen. Het hele onderwijs moet gevolgd kunnen worden met de tegemoetkoming in de lumpsum en de gratis schoolboeken. Ik heb beloofd in tweede termijn in te gaan op de tussencategorie die de heer Van Dijk heeft genoemd. Daarbij zal ik het verplichte onderdeel laptop ook scherp neerzetten.

Over het derde blokje, de schoolboeken, is ook een aantal vragen gesteld. Wij hebben hierover in de afgelopen weken regelmatig met elkaar gesproken en ik ben ervan overtuigd dat wij hierover de komende maanden nog regelmatig zullen spreken. Daar is ook reden toe. Wij willen een traject lopen zodat ouders gratis schoolboeken hebben. Wij doen dat via de lijn van betalen en bepalen in één hand. Dat werkt op de markt het beste. Dat zeg ik niet alleen, maar dat zegt ook de NMa. Door deze Kamer is wetgeving aanvaard over het aanbesteden en alles daaromheen. Dat is een leerproces in het komend jaar. Nogmaals, ik ben ervan overtuigd dat wij hierover nog wel eens zullen debatteren.

De SP-fractie heeft concrete vragen gesteld over de zorgen over de aanbesteding, in dit geval van Pro Mereor, waarover wij in de krant hebben kunnen lezen. Het gaat om een inkoopcollectief onder de vlag van VOS/ABB, een van de besturenorganisaties, waarin ruim dertig schoolbesturen participeren. Deze zijn verdeeld over vijf aanbestedingen. Leveranciers hebben naar aanleiding van deze aanbestedingen een aanzienlijk aantal vragen gesteld. Voor zover wij hebben begrepen, neemt het inkoopcollectief even goed de tijd om te bezien hoe het hiermee zou kunnen omgaan. Dat lijkt mij buitengewoon verstandig van ze. Een leverancier heeft via de krant kenbaar gemaakt bezwaren te hebben bij een aantal punten in de aanbestedingsstukken en een kort geding te overwegen. Volgens de laatste informatie van de taskforce is een kort geding op dit moment niet aan de orde. Hier wil ik het bij laten: het inkoopcollectief is ermee bezig, de aanbesteding ligt er, de vragen zijn gesteld, de beantwoording zal plaatsvinden en er is op dit moment geen sprake van een kort geding.

Scholen maken zich zorgen omdat Van Dijk Educatie een rechtszaak zou beginnen. Ik heb al aangegeven dat dit niet aan de orde is. Dit kwam ook in het spoeddebat aan de orde. De heer Van Dijk vraagt om het niet te doen en te stoppen met die aanbestedingen. Op de vraag om het uit of af te stellen heb ik al eerder geantwoord dat afstel niet aan de orde is, omdat scholen sowieso aanbestedingsplichtig zijn. Wij hebben het al eerder gehad over de contracten. Het is heel duidelijk dat dit type contracten aanbestedingsplichtig is. Of wij het nu betalen of de ouders, het aanbesteden moet gewoon gebeuren. Het is een illusie om te denken dat men ervan af zou kunnen. De Kamer heeft zelf om heel veel redenen besloten om dit te doen. Dit is de wet en zo voeren wij deze uit. Dit zou voor de scholen ook gelden als er geen gratis schoolboeken waren. Het gaat hier niet om onvoorziene omstandigheden. De markt komt in beweging, that’s all. Ik heb al een aantal malen gezegd dat dit zeker niet zonder slag of stoot zal gaan. Het belangrijkste is dat wij voor ogen houden voor wie wij het doen: de ouders. De schoolkosten voor de ouders zijn in de afgelopen jaren fors gestegen. Daarover hebben wij in het verleden stapels brieven ontvangen. Het is duidelijk dat mensen ontzettend blij zijn dat er nu echt wat gebeurt. Het kabinet heeft besloten om dat te doen. Dat is gezond voor de markt. Uiteindelijk zitten er positieve punten in voor de scholen als het gaat om innovatie et cetera. Die geluiden krijgen wij al steeds breder door.

De heer Dibi heeft gevraagd hoe het zit met de tegemoetkoming voor illegale leerlingen. Het LAKS heeft die vraag ook aan mij gesteld. Een voorwaarde die voor alle leerlingen geldt, is dat zij per 1 oktober ingeschreven zijn bij de school. Als er onvoldoende gegevens zijn, worden zij proactief benaderd. Er wordt gevraagd om een rekeningnummer op te geven. Dat hoeft geen eigen rekening te zijn, want het kan zijn dat men deze niet heeft. Het blijft mensenwerk. Wij hebben vanaf het begin gezegd dat men het zelf moet melden als onverhoopt rond de kerst blijkt dat bepaalde groepen niet scherp genoeg in beeld zijn. Het LAKS zal daar zeker scherp op zijn. De publiciteit zal hiervoor ook zorgdragen. Wij proberen deze mensen proactief in beeld te hebben, als zij per 1 oktober ingeschreven zijn, want dat is sowieso een voorwaarde om uit te keren over het jaar waarover wij het hebben.

Er is gevraagd wat wordt bedoeld met de zinsnede «met inachtneming van de aanbestedingsregeling» in de regeling voor proceskosten. Met de passage «met inachtneming van de regelgeving» wordt bedoeld dat men er geen potje van gemaakt moet hebben. Verder moet men het advies van de taskforce hebben opgevolgd. Wij krijgen heel veel vragen en dan proberen wij goed advies te geven aan mensen. Dan komt men in aanmerking voor de vergoeding. Als er een verzoek tot mij wordt gericht, neem ik dat in behandeling en dan bekijk ik hoe het is gegaan; of men bereid was om zich goed te laten adviseren, et cetera. Bij een alleingang houdt het op. Wij moeten wel de mogelijkheid hebben om van advies te dienen en het idee hebben dat men heeft gepoogd om al het materiaal dat wij op de site hebben gezet en bij regiobijeenkomsten hebben gepresenteerd, goed te benutten. Anders zijn wij voor niets bezig en dan kunnen wij niet instaan voor de gevolgen, om het maar simpel te zeggen. Ik heb overigens nog geen verzoeken in die zin ontvangen.

Er is gevraagd wat de gevolgen zijn bij een advies dat een schikking mogelijk is. Wanneer zich juridische complicaties voordoen, moet men dat heel vroegtijdig melden bij de taskforce. Dan is ruggespraak over de te volgen strategie noodzakelijk, omdat OCW dan echt in beeld komt. Het belang van de scholen staat voorop bij de taskforce. Volgens de regeling proceskosten is schikken een van de mogelijkheden. Wel vergoed worden advocaten en proceskosten voor de schikking. Niet vergoed wordt het hoogste afgesproken schikkingsbedrag, het spijt mij, want dat kunnen heel hoge bedragen worden. Wij moeten ook een beetje nuchter zijn, want het gaat hier wel om belastinggeld. Alles moet in heel goed overleg gebeuren met de taskforce. Over de vraag hoe de staatssecretaris haar toezegging in de Eerste Kamer wil nakomen over het voor haar rekening nemen van de kosten veroorzaakt door de juridische procedures, heb ik zojuist al het nodige gezegd. Dat ga ik niet herhalen.

Mevrouw Dezentjé heeft de indringende vraag gesteld of de taskforce het advies geeft om de bestaande overeenkomsten te verscheuren. Natuurlijk niet. Ik heb volgens mij buitengewoon helder uitgelegd hoe het zit. Wij helpen de scholen bij het maken van hun eigen analyse bij contracten die in het verleden zijn aangegaan en die niet rechtmatig zijn, gezien het feit dat zij aanbesteed hadden moeten worden omdat in Nederland de aanbestedingswetgeving geldt. Wij zeggen: dit zijn de voordelen, dat zijn de nadelen. Ik ga het debat niet overdoen dat ik een aantal weken geleden in de Tweede Kamer heb gehad. Wij geven aan dat de afweging uiteindelijk bij de school is en dat deze de keuze moet maken.

Nadere gedachtewisseling

De heer Jasper van Dijk (SP): Dank voor het antwoord. Ik ben een beetje dubbel. Het is goed dat de staatssecretaris heel veel gaat onderzoeken, maar dat gaat nog een tijd duren, terwijl er nu juist veel zorgen zijn over de ouderbijdrage, bijvoorbeeld omdat schoolboeken in de ouderbijdrage worden verrekend. Dat gebeurt nu. Kan de staatssecretaris bevestigen dat het onaanvaardbaar is dat de deurwaarder wordt ingezet voor het innen van een vrijwillige ouderbijdrage? Ik wil helemaal niet dat ambtenaren overbodig werk gaan doen, maar ik wil toch graag een schriftelijke reactie, zodat ik heel goed kan bekijken wat voor openingen de staatssecretaris geeft. Ik overweeg om een uitspraak te vragen van de Kamer over de aanbevelingen uit mijn rapport. Er moet echt iets meer snelheid op dit dossier komen.

Het is jammer dat de staatssecretaris niet iets meer ambitie heeft bij de ov-kaart voor mbo’ers. Wie weet wat er financieel gebeurt. Misschien komt er wel extra geld. De staatssecretaris kan zeggen dat zij allereerst de ov-kaart voor mbo’ers regelt als er extra geld komt. Dat zou het mbo goed doen.

Er zijn zorgen op het gebied van de schoolboeken. Er is nog geen kort geding, maar dat kan natuurlijk wel komen. Kan de staatssecretaris nog eens zeggen dat zij er alles aan doet om de scholen te bevrijden van de juridische kosten die daaraan verbonden zijn?

De heer Dibi (GroenLinks): Ik was niet onder de indruk van de krokodillentranen van de coalitiepartijen over de ov-jaarkaart voor minderjarige mbo’ers. Zij zeggen dat zij het zo erg vinden dat deze niet helemaal tevoorschijn is gekomen. Dat is vast wel waar, maar het heeft ook te maken met een politieke keuze. Er was in het verleden geen geld voor, maar ineens was er wel 30 mln. Wij worden heel vaak verrast doordat de coalitiepartijen eerst zeggen dat er geen geld is, terwijl daarna ineens een bak geld uit een of ander potje tevoorschijn wordt getoverd. Ik denk dat hier sprake is van een politieke keuze en dat vind ik heel erg jammer. Ik hoop ook dat de JOB zich niet laat inpakken door de staatssecretaris en blijft strijden voor een volwaardige ov-kaart voor mbo’ers. Wat betreft de schoolboeken ben ik wel blij dat misschien meer spelers deze markt gaan betreden. Als dat leidt tot prijsdaling van de schoolboeken, krijgt de staatssecretaris een bosje bloemen van mij. Maar als dat niet zo is, heeft zij wel een probleem. Wat betreft de vrijwillige ouderbijdrage sluit ik mij aan bij de vraag van de heer Van Dijk over het verrekenen van de gratis schoolboeken bij de ouderbijdrage. Verder wil ik toch horen of de staatssecretaris het acceptabel vindt dat kinderen worden uitgesloten van activiteiten als hun ouders de ouderbijdrage niet hebben betaald. Zij kan wel zeggen dat het moeilijk is, maar wat is haar standpunt?

De heer Anker (ChristenUnie): Ik huil helemaal geen krokodillentranen. Toen wij met het amendement hiervoor 30 mln. konden reserveren, dachten wij: yes, eindelijk kunnen wij wat doen op dit dossier, waarover wij al zo lang brieven, mailtjes en telefoontjes krijgen. Daar zijn wij erg blij mee. Natuurlijk is er niet voor iedereen een ov-kaart, ook al willen wij iedereen wel in het openbaar vervoer hebben. Dat is een politiek doel dat ook niet altijd gerealiseerd kan worden. Allesbehalve krokodillentranen, wij waren dolblij en enthousiast. Misschien zou u ook een beetje blij moeten zijn, omdat het ernaar uitziet dat de reiskosten voor deze groep voor bijna de helft worden gecompenseerd.

De heer Dibi (GroenLinks): Ik vind het jammer dat niet is gekozen voor een volwaardige ov-kaart voor minderjarige mbo’ers. Natuurlijk moeten wij blij zijn met de opties die nu op tafel liggen, maar er blijft een ongelijke behandeling bestaan. U hebt zich hierover in het verleden uitgesproken. Ik vind het jammer dat u zich toch weer achter allerlei politieke constructies verschuilt en zegt dat ik gewoon blij moet zijn.

De heer Jan de Vries (CDA): Ik zou toch bijna een zakdoekje nodig hebben. Wij vinden dat de staatssecretaris zich prima inzet voor een reiskostenregeling. Wat ons betreft komt er een voorstel uit dat op redelijk korte termijn uitvoerbaar is, met een breed bereik en lage uitvoeringskosten. Wij zijn blij dat alle partijen constructief meedenken. De suggestie dat de JOB zich zou laten inpakken door de staatssecretaris zegt veel over de staatssecretaris en ook heel veel over de JOB. Die stelling delen wij niet. Wij denken dat de JOB een volwassen organisatie is die zich door niemand laat inpakken en met visie in dit dossier zit.

De staatssecretaris heeft helder gemaakt dat zij net als de CDA-fractie vindt dat schoolboeken geen deel kunnen uitmaken van de vrijwillige ouderbijdrage. Zij is ook heel helder over het innen via distributeurs en over procedures die daarop zouden kunnen volgen. Het is goed om te horen dat de inspectie er bovenop zal zitten.

Wij wachten de rapportage over de gedragscode af, maar voor de CDA-fractie is het helder. Ik geef de scholen die zich hierbij nog niet hebben aangesloten, in overweging om dit heel snel doen. Wat ons betreft kan er geen andere uitkomst zijn dan dat degenen die overblijven, en hopelijk is dat een handvol, via naming en shaming op een zwarte lijst komen.

Ik hoor graag een helder antwoord over de laptops. Er zijn al scholen waar geen desktops meer worden aangeschaft of ter beschikking gesteld aan de leerlingen en waar het onderwijs geheel of gedeeltelijk met laptops moet worden gevolgd, ook in verband met het lesmateriaal. Dan moet dat via de lumpsum worden bekostigd.

De CDA-fractie zal zich met de staatssecretaris blijven inzetten voor verlaging van de schoolkosten. Wij hebben al heel veel bereikt. De ouders zijn daar heel erg blij mee. Dat draagt bij aan toegankelijkheid die voor ons van groot belang is. Wij wachten overigens met belangstelling het nieuwe SP-onderzoek naar de vrijwillige partijafdracht af.

De voorzitter: Laat u zich niet uit de tent lokken, maar beperkt u zich tot een onderwijsvraag aan de heer De Vries.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ja, dan doen wij na het debat de partijafdracht van de SP, waar het CDA wat van zou kunnen leren. Ik deel zijn mening over de laptops volledig. Het principe is dat men geen onderwijszaken in de ouderbijdrage moet onderbrengen. De staatssecretaris zegt dat zij dat belangrijk vindt, maar het kan zijn dat zij er nog een jaar mee wacht. Vindt de heer De Vries net als ik dat wij wat sneller actie moeten ondernemen, om goed te regelen dat de ouderbijdrage er is voor vrijwillige zaken en niet voor het onderwijs?

De heer Jan de Vries (CDA): De CDA-fractie heeft tot op heden alleen maar heldere antwoorden gehoord van de staatssecretaris. Zij zou nog terugkomen op de laptops. Ik heb niet de indruk dat de staatssecretaris wacht met handhaven. Zij is heel helder geweest, ook bij de interrupties. Wanneer men in strijd handelt met wet- en regelgeving of de bedoelingen daarvan, stuurt zij de inspectie erop af. Dat lijkt mij de beste methode om ervoor te zorgen dat alle scholen zich morgen aan de regels houden. Ik denk ook dat de scholen meeluisteren vanmiddag.

Mevrouw Besselink (PvdA): Uit de stukken werd heel helder dat wij bij de schoolkosten te maken hebben met drie grote problemen: de prijs van de boeken, de hoogte van de reiskosten en de vrijwillige ouderbijdrage. Ik constateer dat wij de schoolboeken en de reiskosten substantieel hebben aangepakt. De schoolboeken worden gratis en er is 30 mln. voor een tegemoetkoming in het gedeelte van de reiskosten dat echt essentieel is voor een studie. Blijft over de vrijwillige bijdrage voor ouders. Ik ben blij met de antwoorden die de staatssecretaris heeft gegeven. Zij geeft uiting aan een sense of urgency en zegt dat zij er bovenop zit. Zij rapporteert eind volgend jaar, maar zij begint meteen met een aantal verstevigingen, zodat de inspectie bij de scholen scherper let op een aantal dingen die in de Kamer zijn genoemd, zoals kosten die wel onder de ouderbijdrage kunnen, maar niet moeten. Nogmaals, dat vind ik van groot belang. Het kan niet zo zijn dat ouders via de vrijwillige ouderbijdrage extra kosten moeten gaan betalen in verband met de gratis schoolboeken. Dat kunnen wij niet accepteren. Ik dank de staatssecretaris voor de heldere antwoorden. Ik ben nog benieuwd naar haar antwoord over de gedragscode, omdat ik vind dat wij daarmee de sense of urgency van het veld kunnen peilen.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Zoals ik net al zei, zijn er scholen die zich klem lopen door de langlopende contracten. Ik wil nog van de staatssecretaris horen of deze kunnen worden uitgediend of dat de taskforce adviseert om een schikking te treffen. Ik zou het erg op prijs stellen als de staatssecretaris voorkomt dat mijn e-mailbox rond kerst volloopt dan wel vastloopt, als blijkt dat heel veel ouders hun geld niet hebben gehad en de buren wel. Ik neem aan dat het ministerie een analyse maakt van de risico’s die men hiermee loopt. Voorziet de staatssecretaris om wat voor risico’s het gaat, zodat wij niet het zoveelste horrorscenario krijgen?

De heer Jan de Vries (CDA): Ik vind het echt ongekend dat de VVD-woordvoerder, die in eerste termijn heeft erkend dat zij helemaal niet zit te wachten op compensatie voor de ouders, op welke manier dan ook, deze opmerking maakt over ouders die mogelijk in december niet op tijd een tegemoetkoming krijgen.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Ik ga over mijn eigen vragen en die heb ik bij dezen gesteld. Dat is vrij simpel. Als er 300 mln. aan schoolboeken wordt uitgegeven door dit parlement, lijkt het mij dat ik het volste recht heb om te vragen of die regeling, waar ik zeer tegen ben, fatsoenlijk wordt uitgevoerd.

De heer Anker (ChristenUnie): Ik vind het jammer dat ik zoveel pessimisme zie. Dat ik met mijn gereformeerde achtergrond moet oproepen tot optimisme is voor mij ook even wennen. Ik verschuil mij helemaal niet achter allerlei politieke dingetjes, zoals de heer Dibi mij net in de schoenen schoof. Het is goed om ambities te hebben en meer te willen. Dat vind ik heel mooi van de heer Dibi, maar wij zijn blij dat wij een serieuze tegemoetkoming hebben kunnen realiseren. Ik heb volgens mij nog geen antwoord gekregen op mijn vraag in eerste termijn hoe het bedrag van 15 mln. in 2009 wordt besteed.

De heer Dibi (GroenLinks): Blijkbaar heb ik een gevoelige snaar geraakt, want u komt er nu voor de tweede keer op terug. Ik neem aan dat de ov-jaarkaart voor alle minderjarige mbo’ers u ook aan het hart gaat, want u hebt er in het verleden ook voor gepleit. Ik snap dat het moeilijk is om genoegen te nemen met een halve oplossing, maar ga dan alstublieft weer de achterkamertjes in om met een nieuwe bak geld te komen.

De heer Anker (ChristenUnie): Ik zal eens kijken of er onder de grote geldkraan in de fractiekamer van de ChristenUnie weer een emmer met muntjes staat, maar dat zijn sprookjestermen, zo werkt het niet.

De voorzitter: Ik vind dit wel een mooie Eftelingafsluiting van de tweede termijn van de zijde van de Kamer.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Voorzitter. Hartelijk dank voor de korte, krachtige reactie van de de Kamer in tweede termijn. Ik stel nogmaals heel helder dat voor dit soort kosten geen deurwaarder op de stoep mag staan. Dat hing waarschijnlijk samen met de koppeling aan het boekengeld. Daar moet wel iemand achteraan gestuurd worden, want het geld voor de boeken moet wel betaald worden. Ik zal het voorbeeld van de heer Van Dijk laten nagaan. Ik vind dat dit niet past bij het type uitgaven waarover wij het hier hebben. Een positief punt is dat die combinatie niet meer kan worden gemaakt als straks de gratis schoolboeken zijn ingevoerd.

Dan het statement van de heer Van Dijk over meer ambitie bij de ov-jaarkaart. Ik heb altijd ambitie en ik spring zo ver als de polsstok reikt. Ik wil heel hard lopen om heel ver te springen. Om die reden ben ik met veel schwung aan de gang gegaan met de 30 mln. die de Kamer mij heeft geboden. Ik heb vooral de ambitie om de kwaliteit van het onderwijs goed op orde te houden. Dat is de reden voor de laatste alinea in de brief aan mevrouw Linthorst.

Waarom beantwoord ik de heer Van Dijk niet schriftelijk? Ik vind dat ik hier al uitgebreid heb geantwoord. Hij bedankt mij daar ook voor. Wij hebben wel 20% reductie op onze ambtenaren en ik merk dat er soms grenzen zijn aan wat er allemaal bij hen kan worden neergelegd. Zo’n brief kost weer een halve dag, want elke letter moet goed bekeken worden. Dat is terecht, want het heeft allerlei implicaties, zo werkt dat met brieven van de overheid. Ik vind het gewoon zonde om nog een brief te sturen, want ik heb hier mijn best gedaan om hem zo goed mogelijk van antwoord te voorzien.

Ik kom wel met een brief over de tussencategorie van schoolkosten die niet bij de vrijwillige bijdrage horen of in de lumpsum zitten. Daarbij zal ik ingaan op de laptops, want die vraag intrigeert mij. Bij de voorbereiding van dit debat heb ik ook gezegd dat nog niet scherp genoeg is hoe het zit. Ik weet wel hoe het hoort, maar ik wil bekijken hoe wij ermee omgaan als er straks een opwaartse lijn is van de laptop en een neerwaartse lijn van de boeken. Kan de heer Van Dijk voor de helderheid zijn vraag over de tussencategorie nog een keer stellen, zodat wij deze goed kunnen beantwoorden?

De heer Jasper van Dijk (SP): Mijn vraag is heel simpel of ICT en naslagwerken volgens u onder het primaire onderwijsproces vallen. U moet eens bekijken wat er allemaal in de categorie «zelf aan te schaffen materiaal door de school» staat. Dat wordt niet gespecificeerd, maar het komt neer op een bedrag van € 480, dat door de ouders betaald moet worden. Voor het mbo is het ruim € 900. Dat is geen klein bedrag. Dank dat u op die vraag antwoord wilt geven. Wanneer kunnen wij die brief verwachten?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Laten wij afspreken dat deze er voor de behandeling van de Onderwijsbegroting is, zodat wij het debat dan verder kunnen voeren.

De heer Dibi vroeg of ik het acceptabel vind dat kinderen uitgesloten worden. Ik kan niet alles van bovenaf regelen. Als ik zelf in de ouderraad van een school zou zitten, zou ik het niet acceptabel vinden. Ik ga ervan uit dat ouderdelegaties in de medezeggenschapsraad dat ook zullen afwegen.

Ik begrijp heel goed wat de heer De Vries zegt over de gedragscode. Zodra ik door het SLO-onderzoek de aantallen scherp in beeld heb, ben ik bereid om naming en shaming toe te passen, als ik tenminste niet nog een tussenactie zal ondernemen. Ik beloof hem dat ik hierop terugkom bij de uitkomsten van het onderzoek van SLO. Hiermee heb ik ook de vraag van mevrouw Besselink beantwoord. Zij zette helder uiteen hoe wij proberen de zaken een voor een te tackelen en daar steeds beter in slagen. Als er een rimram van zaken is, krijg je de zaken niet scherp. Omdat er allerlei dingen weggevaagd zijn, doordat er besluiten genomen zijn door een kabinet dat de kosten wil terugbrengen, is er scherper zicht op hoe wij moeten omgaan met de zaken die overblijven.

Mevrouw Dezentjé vroeg naar de langlopende contracten. Ik heb gezegd dat ik niet ga over hoe men de onderhandelingen moet doen. Wij geven advies en analyseren de situatie. Wij brengen de voor- en nadelen in kaart. De school is een contract aangegaan en moet zelf de finale afweging maken. Wij geven inzicht in de consequenties, maar de beslissing ligt bij de school.

Wat betreft de volstromende e-mailbox van mevrouw Dezentjé zou ik het niet mooier kunnen zeggen dan de heer De Vries. Ik vind het inderdaad te makkelijk. Als het aan haar had gelegen was haar e-mailbox leeg gebleven en was er geen sprake geweest van een uitkering. Ik ga proberen het zo goed mogelijk te regelen. Ik ben er helder over geweest dat het om een grote operatie gaat. Ongetwijfeld zal een aantal mensen dat geld niet helemaal krijgen in december. Ik wil nu niet het debat overdoen dat wij hierover gevoerd hebben. Ik neem die inspanningsverplichting op mij en ben er volop mee bezig. Ik heb op dit moment geen aanleiding om te denken dat het niet op een zo goed mogelijke manier zal gebeuren. Wij zijn bezig om het zo goed mogelijk te doen.

Over het bedrag van 15 mln. waar de heer Anker naar vroeg, heb ik al gezegd dat ik vlak voor de behandeling van de Onderwijsbegroting met een voorstel kom, waarbij ik een tijdpad aangeef en duidelijk maak wat ik doe met dat geld dat vanaf 1 januari 2009 beschikbaar is. Dan heb ik een beter beeld. Misschien moeten wij wat besteden aan zware voorbereidingen die eraan vastzitten. De jaren 2009 en 2010 zijn heel dichtbij als je een goede regeling wilt hebben die de nodige voorbereiding en soms zelf wetgeving vraagt. Laten wij de verwachtingen op het juiste niveau houden. Daar hebben de mensen van de JOB, die inderdaad buitengewoon volwassen zijn in hun handelen, ook recht op. Wij doen wat wij kunnen. De verwachtingen die wij wekken, moeten wij waarmaken.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Ik heb het lumineuze idee gekregen om alle e-mails direct door te sturen naar de heer De Vries. Dan ben ik ervan af. Dan kan hij uitleggen hoe het zit met die slechte wetgeving. Ik twijfel er niet aan dat de staatssecretaris zich tot het uiterste inspant om ervoor te zorgen dat die operatie goed verloopt. Daarom kan ik mij juist voorstellen dat er binnen het ministerie een soort risicoanalyse wordt gemaakt van wat er fout kan gaan, zodat men zich daarop kan prepareren. Kan de staatssecretaris ons hierover informeren? Dan hebben wij dat hier even aan de orde gehad. Hoe heeft het ministerie zich hierop voorbereid?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Ik moet mevrouw Dezentjé teleurstellen. De uitvoering is typisch een taak en verantwoordelijkheid van de regering. Het is aan u om te controleren of dit goed gebeurt. Wanneer het zo ver is, mag u daar weer helemaal in duiken. U kunt ervan uitgaan dat wij bezig zijn om dit op een goede manier te doen. Er is in beeld gebracht wat moet gebeuren wat betreft de link tussen de IB-groep, de scholen, het onderwijsnummer, de aanmeldingen, et cetera. Nogmaals, het is de taak van de regering om dat goed te doen.

Mevrouw Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD): Ik heb met genoegen vier jaar het belastingdossier gedaan. Als wij iets hebben geleerd van wat daar mis is gegaan, dan is het dat er een goede uitvoeringstoets moet zijn. Ik wil weten of er bij deze grote operatie een uitvoeringstoets is geweest en ik wil worden geïnformeerd over de risico’s die er zijn. Is er een risicoanalyse gemaakt?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart: Volgens mij belanden wij nu in een discussie die wij driekwart jaar geleden al heel uitgebreid hebben gevoerd. Wij hebben vastgesteld dat wij combinaties maken met de onderwijsnummers die scholen bij ons aanmelden. Laten wij blij zijn dat dit kan. Er zijn ook leerlingen die niet goed ingevoerd worden. Daar gaan wij proactief achteraan. Voor eind januari kunnen zij opnieuw hun gegevens aanleveren. Zij krijgen vervolgens hun uitkering in maart of april. Dat heb ik hier allemaal al verteld. Met de ambtelijke uitwerking wil ik de Kamer niet vermoeien. Ik weet ook niet of de anderen daarop zitten te wachten. Aan het eind van de rit kan men mij erop aanspreken of ik er alles aan heb gedaan om het zo goed mogelijk te doen en of de uitkomst bevalt. Mensen met kinderen op de middelbare school krijgen deze uitkering. Dat lijkt mij een heel belangrijk punt. Ik probeer het zo goed mogelijk te doen.

De voorzitter: Ik dank de staatssecretaris voor haar antwoord in tweede termijn.

Toezeggingen

– De staatssecretaris stuurt de Kamer vóór de begrotingsbehandeling een brief over de tussencategorie schoolkosten (wat valt er onder het primaire onderwijsproces) en het punt van de laptops.

– Het onderzoek van SLO wordt na ontvangst, voorzien van een beleidsreactie inzake gedragscode schoolkosten, aan de Kamer verstuurd. De staatssecretaris zal hierbij tevens ingaan op het eventueel instellen van een «zwarte lijst».

– Vóór de behandeling van de Onderwijsbegroting ontvangt de Kamer een definitief voorstel inzake reiskosten minderjarige mbo’ers. Hierbij zal tevens worden ingegaan op de vragen van het lid Dibi inzake differentiatie in reisafstand.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Van de Camp

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

De Kler


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), voorzitter, Depla (PvdA), Slob (ChristenUnie), Remkes (VVD), Joldersma (CDA), Jan de Vries (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Jan Jacob van Dijk (CDA), Aptroot (VVD), Leerdam (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Roefs (PvdA), ondervoorzitter, Verdonk (Verdonk), Van Leeuwen (SP), Biskop (CDA), Bosma (PVV), Pechtold (D66), Zijlstra (VVD), Langkamp (SP), Jasper van Dijk (SP), Besselink (PvdA), De Rooij (SP), Ouwehand (PvdD) en Dibi (GroenLinks).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Ferrier (CDA), Gill’ard (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Miltenburg (VVD), Atsma (CDA), Sterk (CDA), Vietsch (CDA), Schinkelshoek (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Dijken (PvdA), Hamer (PvdA), Van Dam (PvdA), Van der Burg (VVD), Gesthuizen (SP), Jonker (CDA), Fritsma (PVV), Van der Ham (D66), Ten Broeke (VVD), Van Bommel (SP), Leijten (SP), Timmer (PvdA), Gerkens (SP), Thieme (PvdD) en Halsema (GroenLinks).