Kamerstuk 31288-314

Verslag van een algemeen overleg

Verslag van een algemeen overleg, gehouden op 23 augstus 2012, inzake Uitvoering langstudeerdersmaatregel

Gepubliceerd: 13 september 2012
Indiener(s): Halbe Zijlstra (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (VVD)
Onderwerpen: hoger onderwijs onderwijs en wetenschap onderzoek en wetenschap
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31288-314.html
ID: 31288-314

Nr. 314 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 13 september 2012

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 23 augustus 2012 overleg gevoerd met staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over:

  • de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 17 augustus 2012 betreffende het verzoek tot terzijde leggen uitvoering langstudeerdersmaatregel (31 288, nr. 310).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Van Bochove

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Kler

Voorzitter: Elias

Griffier: De Kler

Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Beertema, Dibi, Jasper van Dijk, Elias, Van der Ham, Jadnanansing, Lucas, Ouwehand, De Rouwe en Schouten,

en staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Ik heet de staatssecretaris welkom, evenals onze gasten op de publieke tribune en allen die ons anderszins via beeld- en geluidverbindingen volgen.

Wij hebben drie uur voor dit algemeen overleg. De spreektijd is vastgesteld op vijf minuten. Ik zal in het begin niet al te veel restricties opleggen, maar ik doe een beroep op de leden om te begrijpen dat wij wel op tijd klaar willen zijn. Als het al te dol wordt, moet ik ingrijpen.

Het ligt voor de hand dat velen dit debat zullen volgen. Dat is een extra reden voor de Kamerleden om afkortingen, jargon en onnodige Engelse termen te vermijden.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Voorzitter. Thank you. O nee, dank u. Wij spreken vandaag over de langstudeerboete, een maatregel waarover de afgelopen twee jaar enorm veel te doen is geweest. De PvdA heeft zich vanaf het begin fanatiek tegen deze maatregel verzet. Ik leg nog eenmaal kort uit waarom dat zo was, is en blijft.

Ten eerste is de langstudeerboete te snel en te slordig ingevoerd: te snel omdat studenten die al een paar jaar onderweg zijn geweest, opeens worden geconfronteerd met een rekening van dik € 3 000, en te slordig omdat DUO zich hiermee geen raad weet en de instellingen keihard werken om de administratie op orde te krijgen. Ten tweede laat de boete veel te weinig ruimte voor uitzonderingen, wat minstens zo belangrijk is. Zo kan het gebeuren dat een olympisch sporter goud wint voor Nederland, maar zijn medaille vervolgens moet laten omsmelten om een langstudeerboete te betalen die hij heeft opgelopen door veel te veel trainen.

Het derde en belangrijkste argument tegen de boete is dat studenten gaan uitvallen. Dat was niet de bedoeling. In plaats van snellere studenten krijgen we minder studenten, zo meldde bijvoorbeeld Doekle Terpstra van Hogeschool Inholland. Wie wil dat nu? Daarmee is overigens niet gezegd dat de PvdA zich verzet tegen maatregelen die studiesucces en rendement verhogen. Ik constateer dat de langstudeerboete ook voor die doelen een beroerde maatregel is. Een betere oplossing is het invoeren van een sociaal leenstelsel en matchingsgesprekken, zoals mijn partij voorstelt.

U kunt zich voorstellen dat mijn humeur zeer zonnig werd toen ik hoorde dat het CDA nu van de langstudeerboete af wil. Dat maakt dat er een meerderheid is. Daarom zitten wij hier vandaag. De Kamermeerderheid zat de afgelopen dagen, voorzien van wat koffie en koekjes, in mijn fractiekamer keihard te werken aan een oplossing, maar helaas vooralsnog zonder succes. Ik baal daar ongelooflijk van, want de studenten moeten nu een boete van € 3 000 gaan betalen terwijl een Kamermeerderheid dat niet steunt. Aan de partijen die deze onzinnige boete overeind hielden, ook in het Kunduzpakket, en daarvan nu toch niet willen afwijken, vraag ik welk signaal de politiek nu aan studenten geeft. Het aanzien van de gehele politiek loopt vandaag een stevige deuk op.

Omdat ik de strijd nog niet wil staken, vraag ik alle partijen nogmaals om zich voor de student af te vragen welk belang hier het zwaarst weegt. Mocht dat niets opleveren, dan zal ik een initiatiefwetsvoorstel indienen met mijn collega van GroenLinks. Wij zijn de mogelijkheden daarvoor nu aan het verkennen. Dit wetsvoorstel haalt met terugwerkende kracht de langstudeerboete van tafel. Gezien de meerderheid van partijen die zich tegen de boete keren, reken ik op steun voor dit wetsvoorstel, maar het blijft een blamage van formaat dat de partijen die zo makkelijk riepen dat zij tegen de boetes zijn, de studenten geen duidelijkheid willen bieden voor 1 september.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik ben benieuwd. Mevrouw Jadnanansing heeft gezegd dat ze drie dagen heeft gezocht naar een dekking. In welke richting heeft zij gedacht en waarom is het overleg geklapt?

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Wij hebben in een aantal richtingen gezocht. Wij hebben steeds gezegd dat we de langstudeerboete er in ons eigen voorstel helemaal uithalen. We vinden bijvoorbeeld een dekking in minder opleidingen. Daar staat een groot bedrag voor. Dat hebben we ingeboekt. Dan kom je al op een mooi bedrag. We hebben gekeken naar de prijsbijstelling. Bovendien weet ik dat nu ongeveer de meevallers van de studiefinanciering bekend worden. Als je deze zaken bij elkaar optelt, komt er al een behoorlijk bedrag uit.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik haak even aan bij die prijsbijstelling. Dat is eigenlijk een bedrag dat instellingen krijgen aan het einde van het jaar om de verhoogde kosten op te kunnen vangen. Wil de PvdA dit alleen voor het hoger onderwijs of wil ze ook het mbo of het vo daarin mee laten delen? Zo ja, hoe kan de PvdA dat verantwoorden?

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Ik snap uw vraag. We hebben maar een klein stukje van de prijsbijstelling gepakt en veel meer van de andere posten die ik net heb genoemd, bijvoorbeeld de meevallers in de studiefinanciering.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Dat is geen antwoord op mijn vraag. Ik wil gewoon klip-en-klaar van de PvdA horen of ze ermee akkoord zou kunnen gaan dat niet alleen het hoger onderwijs, maar ook het mbo en het vo een deel van de rekening zouden moeten betalen.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Ik snap uw vraag. Het is echter niet aan mij om deze in detail te beantwoorden. We kunnen hier allerlei vernuftige debatten voeren met elkaar, maar het gaat erom dat we een oplossing willen. Waar een wil is, is een weg. Nogmaals, we hebben vooral gekeken naar het idee van minder opleidingen en de meevallers in de studiefinanciering. Daar hebben we meer dan genoeg geld uitgehaald.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Volgens mij is de conclusie, zo tussen de regels door, dat de PvdA er in principe mee akkoord zou gaan dat niet alleen het hbo, maar ook het mbo en het voortgezet onderwijs hieraan zouden meebetalen. Ik snap daar echt …

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Mevrouw Schouten …

De voorzitter: Even wachten. We gaan in dit debat niet door elkaar heen praten. Dat is de beste route. Mevrouw Schouten was klaar? Dan krijgt mevrouw Jadnanansing het woord.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Ik heb net gezegd dat we niet hebben gekeken naar maatregelen die andere instellingen duperen. We hebben steeds gezocht naar een oplossing binnen het hoger onderwijs. Ik heb al gezegd dat deze vooral zit in het idee van minder opleidingen. De PvdA heeft ook van het CPB gehoord dat dit akkoord is. Het kan. Daar zit heel veel in. We willen geen enkel ander onderwijsveld duperen. Wij hebben gekeken naar de meevallers in de studiefinanciering. We hebben gekeken naar het idee van minder opleidingen. Daar krijgen we meer dan genoeg geld uit.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Nu mis ik opeens de prijsbijstelling. Deze werd eerst wel genoemd.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Ik heb gezegd: een klein stukje daarvan.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Een klein stukje, mevrouw Jadnanansing, is nog steeds een stukje.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): We hoeven niet allerlei details en bedragen te noemen. Het gaat erom dat we vandaag gaan staan voor die 70 000 studenten die nu allemaal in een chaossituatie terecht zijn gekomen. Nogmaals, waar een wil is, is een weg. Ik ben benieuwd of u ook de wil hebt om dit daadwerkelijk op te lossen voor de studenten.

De voorzitter: Ik stel voor dat mevrouw Schouten hier eventueel in haar eigen termijn nog op reageert. Ik geef het woord aan de heer Beertema.

De heer Beertema (PVV): Voorzitter. Het is druk in het hoger onderwijs. Het is heel druk. De grote toegankelijkheid in Nederland is prachtig, maar zij heeft een prijs. Een student kost de belastingbetaler ergens tussen € 6 000 en € 15 000 per jaar. Die berekeningen lopen nogal uiteen. Volgens de cijfers van de OESO heeft de Nederlandse student een van de laagste rendementen van Europa. Ongeveer een derde van de studenten heeft na vijf jaar nog steeds geen diploma gehaald. Er wordt vaak gewisseld van studie en op tijd afstuderen is een uitzondering.

Volgens een onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam besteden de studenten daar gemiddeld drie uur per dag aan hun studie, inclusief colleges. Drie uur per dag: studeren als bijactiviteit. Dat betekent voor de PVV en de VVD, en in het zeer recente verleden ook nog voor het CDA, dat er zakelijker moet worden gestudeerd.

Wat bieden we onze studenten nu? Een nominale studietijd van twee jaar in de bachelorfase die met één jaar mag uitlopen, en een tweejarige masterfase die ook één jaar mag uitlopen. Dat is dus plus twee jaar en dat vinden wij heel redelijk. Dat is namelijk plus 50%.

De langstudeerdersmaatregel is de prijs die wij met zijn allen betalen voor het betaalbaar houden van het onderwijs en voor de grote toegankelijkheid. Er moet zakelijker gestudeerd worden dan de drie uur van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Studenten hebben nu twee jaar extra voor sporten, stages en bestuurswerk. Als er onrechtvaardige aspecten in de wet zitten, dan kunnen wij die repareren. Dat gebeurt ook voor de bestuurders en de deeltijdstudenten. Dat is iets anders dan met één pennenstreek een hele wet teniet te doen. Dat was onze positie en dat was ook de positie van de VVD en het CDA ten tijde van het regeer- en gedoogakkoord. Ook was het de positie van de ChristenUnie, D66 en GroenLinks, toen zij het Kunduzakkoord sloten.

Voor alle duidelijkheid, de langstudeerdersregeling is niet leuk en het is geen mooie maatregel. Daarover zijn wij het eens. De PVV ruilt de maatregel graag in voor een alternatief waaraan minder haken en ogen zitten. Daarbij tekenen wij wel aan dat dit verantwoordelijk gedekt moet zijn. Bovendien hechten wij sterk aan de prikkel om de studie eerder af te ronden, die nu wel bestaat. De maatregel werkt namelijk. Een langstudeerder in Trouw van 16 augustus zegt dat de boete bij hem voor een schrikeffect heeft gezorgd. Een maand boete betalen is nog tot daaraan toe, maar € 3 000 of meer betalen gaat volgens hem wel heel ver. Hij is maar vier dagen op vakantie geweest en zit nu elke dag in de bibliotheek.

Mijn eigen neef heeft afgelopen dinsdag zijn scriptie ingeleverd na zo'n jaar of negen studeren. Dat was niet alleen studeren, maar ook tennissen, sporten en allerlei heel leuke dingen doen. Vooral onder druk van de langstudeerdersboete heeft hij zijn studie nu afgemaakt. Mijn familie en de jongen zelf zijn dolgelukkig dat het gebeurd is. Zo zijn er nog duizenden studenten. Een van de voorzitters van een studentenvereniging zei: wij kunnen niet meer volstaan met het spelen van een goedkope kroeg; wij moeten leden ook helpen met hun ontwikkeling; daarom organiseren wij tentamentrainingen en bijlessen en oudere dispuutsgenoten begeleiden jongeren. Dat vind ik een fantastisch mooi beeld.

Iedereen heeft zich inmiddels uitgesproken, de Tweede Kamer, de Raad van State, de Eerste Kamer en de rechter. Ons staatshoofd heeft haar handtekening onder de wet gezet. Tijdens het intensieve overleg van de Kunduzpartijen is dit onderwerp opnieuw ter tafel gekomen. D66, GroenLinks en de ChristenUnie hebben zich aan de langstudeerdersmaatregel gecommitteerd. Maar zie: opeens gebeurde er een wonder! De heer Van Haersma Buma kwam naar de studenten, hoorde gemor en riep: wij gooien de wet overboord; het bier staat daar! Oud-corpslid Pechtold doet er nog een studentikoze schep bovenop en roept: er moet een langstudeerdersbonus komen! De heer Pechtold schrok als minister echter van de viesheid en de voosheid van het politieke bedrijf. Hij zegt nu dat er een bonus moet komen voor mensen die lang studeren, niet alleen voor de echte student, maar ook voor de student die wat extra jaartjes wil zooien voordat hij zich maatschappelijk nuttig wil maken. De heer Pechtold en de heer Buma zijn two of the boys die een beetje willen zooien en brallen. Bijna gratis extra lang studeren op kosten van de belastingbetaler. Zo ga je niet met wetgeving om en zeker niet met je eigen wetgeving. Daar is het gratis bier van de heer Van Haersma Buma, maar dit wordt uiteindelijk betaald door de hardwerkende burgers van dit land.

In de uitzending van Knevel & Van den Brink sprak de staatssecretaris dat er meerdere routes zijn om studenten meer te laten bijdragen. Het sociaal leenstelsel is volgens hem en een aantal partijen hier een van de mogelijkheden. Mijn indruk is dat de langstudeerdersmaatregel bedoeld was om meer studenten sneller te laten afstuderen en niet zozeer om meer geld uit hen te schudden. Kan de staatssecretaris bevestigen dat de langstudeerdersmaatregel inderdaad bedoeld was om het aantal langstudeerders terug te dringen? Welke andere routes zijn er nog om dat doel te bereiken? Kan hij uitleggen waar in de alternatieven, in het bijzonder in het sociaal leenstelsel, de prikkels zitten om eerder af studeren en om het rendement daarvan te verhogen?

Ten slotte, ik heb begrepen dat de vier Kunduzpartijen, de PvdA en de SP – ik noem hen voor het gemak maar even Kunduz-plus – gisteren naarstig hebben gezocht naar een uitweg. Ik hoorde de heer Buma gisteravond nog zeggen dat het vandaag gaat lukken. Ook volgens mevrouw Sap was de Kunduzcoalitie plus de PvdA en de SP er uit. Van de PvdA hoor ik nu iets anders. Ik laat mij graag verrassen. De PVV vindt de langstudeerdersregeling als noodgreep een verstandige strategie om het rendement te verhogen, zakelijker te studeren, ouders tegemoet te komen die vaak wanhopig zijn over de jarenlange uitloop van de studie van hun zoon of dochter en om geld te besparen dat geïnvesteerd wordt in het hoger onderwijs. Maar het is een noodgreep. Als het nieuwe Kunduz-plus een alternatief heeft waarin al die aspecten zijn meegenomen, ook de prikkel om meer te studeren dan drie uur per dag, zal de PVV dat graag bekijken. De PVV ruilt de maatregel graag in voor een minder belastend alternatief. Ik laat mij dus graag verrassen.

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Het komt niet zo vaak voor dat de Kamer terugkomt van reces. Vandaag doen we het en het is direct erg druk. Ik denk dat het goed is als ik eerst even inga op de keuzes die het CDA maakt in het hoger onderwijs, dat ik duidelijk maak welke keuzes het CDA recentelijk heeft gemaakt en dat ik duidelijk maak wat onze toekomstvisie is. Als dingen onbeantwoord blijven, zullen daar vast wel vragen over komen.

De kwaliteit van ons hoger onderwijs en de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in Nederland zijn internationaal gezien twee heel sterke punten. Op die punten kunnen we trots zijn. Er valt altijd veel op af te dingen. Het is nooit perfect, maar wij zijn trots op het feit dat onze universiteiten en hogescholen in de wereld goed scoren. Wij zijn ook trots op het feit dat ontzettend veel jongeren in dit land kunnen studeren zonder daarbij afhankelijk te zijn van de portemonnee van hun ouders. De uitdaging de komende jaren …

De heer Beertema (PVV): Ik heb nu al een interruptie, want ik word een beetje wee van al die trotsheid op ons onderwijs. Ik citeer even een tekst die ik hier voor me heb: «in totaal stopt 34% van de hbo'ers en 29% van de universiteitsstudenten in het eerste jaar, blijkt uit cijfers van de onderwijsinspectie. Van de studenten die wel bij hun eerste studie blijven, loopt de meerderheid studievertraging op: na drie jaar heeft slechts 22% van de studenten hun bachelordiploma.» We geven 180 mln. uit aan uitvallers en switchers, aan directe kosten, plus ruim 800 mln. voor de jaren die vertraagde studenten niet op de arbeidsmarkt meedoen. Zijn we daar ook trots op?

De voorzitter: Wat is uw vraag? Een interruptie is een korte flitsende onderbreking.

De heer Beertema (PVV): Zijn we daar ook trots op? Dat wil ik aan de heer De Rouwe voorleggen.

De heer De Rouwe (CDA): Ik wil de heer Beertema bedanken, want hij maakt precies het bruggetje waar ik naartoe wilde. Een aantal dingen is heel goed in het hoger onderwijs: de kwaliteit en de toegankelijkheid. Er is echter ook een heel groot aantal uitdagingen voor de toekomst. Hoe houden we het toegankelijk? Hoe houden we de kwaliteit op orde? Nu kom ik bij het punt van de heer Beertema. Hij wijst er terecht op dat Nederlandse studenten relatief lang studeren en dat er ook veel uitval is. Dat is een gemiste kans, want juist de jonge generatie hebben wij de komende jaren keihard nodig. Het CDA kiest, ook in zijn programma, de komende tijd voor sterker uit de crisis komen door meer werk. Hoe kom je aan meer werk? We komen aan meer werk door mensen goed op te leiden. Dat betreft ook het punt waar wij de afgelopen jaren met elkaar in een coalitie een keuze voor hebben gemaakt: het voorkomen dat studenten te lang doorstuderen. Wij denken namelijk dat dit niet goed is voor dit land. Dat zijn precies de punten die de heer Beertema daarnet ook noemde.

Van daaruit heeft de regering van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV, de keuze gemaakt om inderdaad dat rendement te verhogen en met een verhoogd collegegeld, lees langstudeerdersboete, te komen. Daarmee hebben wij ons doel duidelijk gemaakt. Het CDA kiest ervoor, koos ervoor en zal ervoor kiezen dat wij al onze studenten in dit land brede toegang willen geven met een goede ondersteuning van een prestatiebeurs. Het CDA vraagt en vroeg echter van studenten in dit land dat ze wel tempo maken. Daarmee maakt het CDA ook de komende tijd een fundamenteel andere keuze dan de keuze om studenten met een boete of met een grote schuld op te zadelen.

De heer Buma heeft in Utrecht de keuzes van het CDA voorgelegd. Die keuze heeft hij gedaan in zijn allereerste onderwijsdebat. Daarbij hebben wij direct duidelijk gemaakt dat wij doorzetten met de wil dat studenten onderwijs kunnen volgen en dat zij daarin een goed tempo hebben. Wij zien ook dat er geen meerderheid meer was voor de langstudeerdersboete. De heer Rutte meldde zelf vrij recentelijk van die gehate langstudeerdersboete af te willen. Wij willen keuzes maken voor de toekomst van dit land in plaats van keuzes te behouden uit het verleden van dit land.

Er was al geen meerderheid meer voor. De heer Rutte heeft zelf gezegd dat hij ervan af wilde. Het CDA heeft er daarom bewust voor gekozen het verkiezingsprogramma niet te baseren op het verleden, maar op de toekomst. Het principe blijft overeind. Dat te lang wordt gestudeerd, schaadt onze economie. De heer Beertema heeft het al genoemd. Dat willen we niet. Het grote principe, het achterliggende punt van het CDA, in het debat en als handreiking aan de andere partijen, was: laten wij de brede toegang tot het onderwijs behouden, laten wij kennis belonen in plaats van beboeten met een sociaal leenstelsel.

Mevrouw Lucas (VVD): Dit is een enorm betoog van het CDA. Toen de heer De Rouwe zei dat het CDA ervoor wil zorgen dat de studenten niet te lang over hun studie doen, dacht ik eventjes dat er weer een draai zou aan komen en vroeg ik mij af of het vandaag misschien toch opeens weer anders was geworden. Ik hoor erg graag van het CDA welke keuze het dan wel maakt. Ik hoor nu vooral wat het allemaal niet gaat doen, maar ik hoor ook heel graag het alternatief van het CDA, want dit klinkt als veel mooie woorden.

De heer De Rouwe (CDA): De vraag is wat wij wel gaan doen. Dat heb ik net duidelijk gezegd. Het CDA maakt een fundamenteel andere keuze dan de VVD, namelijk schulden gaan maken en geven aan de mensen die kennis willen en die wij juist nodig hebben voor de toekomst van dit land. Het CDA maakt de fundamentele keuze om de basisbeurs te behouden. Wij vinden dat je daarmee de toegankelijkheid groot houdt en niet schulden doorbelast aan een generatie die het de komende jaren al juist heel pittig krijgt: door een kleine arbeidsmarkt, door de AOW, door de vergrijzing en door de schulden waarvoor op dit moment nog een oplossing moet worden gevonden. Dit is de keuze die het CDA nu en voor de verkiezingen duidelijk heeft gemaakt en die de heer Van Haersma Buma ook duidelijk kenbaar heeft gemaakt. Dit is voor het CDA het belangrijkst. Daarvan kun je vinden wat je wilt; ik respecteer ieders mening daarover. Wij gaan door met de principes van het prestatiesysteem en zien af van de langstudeerdersboete. Die keuze hebben wij voor de verkiezingen gemaakt omdat wij dat eerlijker vinden dan na de verkiezingen.

Mevrouw Lucas (VVD): De heer De Rouwe heeft goed nagedacht over de manier waarop hij een ingewikkelde draai mooi kan verkopen. Ik weet dat hij vroeger wasmachineverkoper is geweest; dat komt hem nu van pas. Wat bijzonder is, is dat hij refereert aan het feit dat de VVD een andere keuze zou hebben gemaakt. Dat is gewoon niet waar. De VVD had het sociale leenstelsel in het vorige verkiezingsprogramma staan en heeft het opnieuw opgenomen in het huidige verkiezingsprogramma omdat dit voor haar de eerste keuze is. Dat is wat wij willen. Ook wij hebben voor de verkiezingen hierover duidelijkheid gegeven. Dat is echter wat anders dan studenten een belofte doen. Dat deed de heer Van Haersma Buma met zijn gebaar: daar is het bier. De heer De Rouwe maakte de belofte nog sterker door te zeggen dat het CDA ervoor zorgt dat niemand die boete hoeft te betalen. Waar komt die draai opeens vandaan? Kan de heer De Rouwe die belofte aan de studenten ook waarmaken? Hij heeft gezegd: ik ga er persoonlijk voor zorgen dat niemand deze boete hoeft te betalen. We waren in Amsterdam; wij waren bij het debat. Gelukkig was mevrouw Jadnanansing daar ook aanwezig. Ik zie haar nu instemmend knikken. Ik ben dus niet de enige die deze belofte aan de studenten heeft gehoord. Ik hoor graag van de heer De Rouwe of hij die belofte vandaag ook gaat inlossen.

De heer De Rouwe (CDA): De draai van de VVD is niet zozeer dat de langstudeerdersboete niet in het verkiezingsprogramma van de VVD stond. Dat klopt. Die stond ook niet in het CDA-verkiezingsprogramma. De langstudeerdersboete is de vorige keer bij de CPB-berekeningen naar voren gekomen en op de tafel van de onderhandelaars terechtgekomen. De VVD heeft, zoals dat bij regeren hoort, de langstudeerdersboete geaccordeerd, omarmd. Het kabinet van VVD- en CDA-huize, gesteund door de PVV, heeft de langstudeerdersboete omarmd en uitgevoerd. Ik neem het mevrouw Lucas niet kwalijk; iedereen mag vinden wat hij wil. Ik vind dat je dat voor de verkiezingen moet zeggen. Dat doet de VVD en dat doet het CDA. Voor de VVD geldt echter dat de heer Rutte als premier bereidwillig heeft meegewerkt aan de invoering van de langstudeerdersboete, maar koud één of twee weken nadat het voorstel door de Tweede en de Eerste Kamer is behandeld, doodleuk zegt «ik wil het niet doen».

Dat mag hij doen, ook als lijsttrekker, maar daarmee was er vanaf dat moment al geen meerderheid meer in het parlement. Toen zei ik dat het CDA er niet voor kiest om programma's te schrijven uit het verleden, maar voor de toekomst. De langstudeerdersboete was en is voor ons een middel om het rendement te verhogen en dat doel blijft overeind.

Het tweede punt van mevrouw Lucas is dat ik persoonlijk had beloofd, terwijl ik nog net niet mijn creditcard heb getoond, dat wij die boetes zouden terugbetalen. Ik heb in het debat en voor de radio gezegd dat het CDA de keuze heeft gemaakt om de langstudeerdersmaatregel terug te draaien. Wij hebben de uitnodiging geaccepteerd van de heren Samsom en Pechtold, in het debat in Utrecht, om zaken te doen. Wij hebben in de afgelopen dagen de keuze gemaakt dat wij van die boete af willen, ook nu.

Ik constateer dat als wij dat willen, en dat willen wij, dat je dan een meerderheid in het parlement nodig hebt. Het is ook zo dat de partijen de komende week duidelijk moeten maken hoe zij hun beloften inkleden. Het Centraal Planbureau zal bij alle partijen doorrekenen wat zij zeggen en doen. Daarbij zal blijken dat het CDA de daad bij het woord voegt en de langstudeerdersboete er helemaal uit heeft gehaald.

Wij hebben de afgelopen dagen geprobeerd om daarvoor een meerderheid te vinden. Wij willen dat en meerdere partijen willen dat, maar als je iets in het parlement wilt veranderen, is de democratische voorwaarde altijd de helft plus één. Ik ben benieuwd of de VVD, waarvan de heer Rutte heel stoer riep van die hatelijke boete af te willen, ook kan leveren en volgende week laat zien ervan af te willen. Het CDA zal dat doen, onderbouwd.

De voorzitter: Met het oog op de verdelende rechtvaardigheid en de klok stel ik voor dat alle interrumpanten twee vervolgvragen mogen stellen, in afwijking van anders, want dan kunnen zij iets meer op streek komen en doorvragen, maar niet meer dan dat. Dat betekent dat mevrouw Lucas nu aan haar tweede vervolgvraag toe is.

Mevrouw Lucas (VVD): Ik denk dat heel duidelijk is dat de VVD geen draai heeft gemaakt. Wij hebben altijd een eerlijk verhaal verteld en dat blijven wij ook doen. Dat eerlijke verhaal is dat wij liever een sociaal leenstelsel willen, maar dat je als je regeert, compromissen moet sluiten. Dat compromis was de langstudeerdersregeling, die ik twee jaar lang met verve heb verdedigd tegenover de studenten, want afspraak is afspraak als je een compromis sluit. Dan leg je dat uit, ook als het een moeilijk verhaal is. Dat hebben wij gedaan.

De voorzitter: Dit is iets voor uw eigen inbreng. Wat is uw vraag aan de heer De Rouwe?

Mevrouw Lucas (VVD): Ik wilde graag reageren op de vraag van de heer De Rouwe hoe wij dat van die langstudeerdersregeling afkomen gaan doen. Dat willen wij inderdaad ook. Dat delen wij. Wij hebben in ons verkiezingsprogramma een voorstel staan om dat op een solide, degelijke, financieel verantwoorde wijze te doen. Wij bouwen de langstudeerdersregeling af en voeren een sociaal leenstelsel in. Dat is conform ons verhaal. Dat is mijn antwoord op de heer De Rouwe, maar ik hoor toch graag of hij zijn belofte aan studenten gaat waarmaken en ervoor zorgt dat niemand deze boete hoeft te betalen, zoals hij in Amsterdam heeft gezegd.

De heer De Rouwe (CDA): Er zijn terecht veel vragen over gesteld op alle plaatsen waar ik de afgelopen dagen was, zoals in Amsterdam. In die publieke discussies heb ik duidelijk aangegeven dat wij nu van die boete af willen. Een duidelijk verschil met de VVD is dat het CDA dat ook kan onderbouwen, omdat het CPB onafhankelijk doorrekent wat alle partijen roepen en of zij dat financieel waarmaken. Wij maken dat waar, zoals volgende week duidelijk zal worden.

Ik stel vast dat er een aapje uit de mouw komt bij de VVD. Gisteren was er ook een heel mooi verhaal, met allemaal mooie beloften, maar de vraag is of je dat ook doet en hoe je dat betaalt. De VVD zegt die boete vreselijk te vinden en haat deze zelfs. De lijsttrekker wil er zo snel mogelijk vanaf, maar de VVD levert niet. Dat gaat pas op termijn gebeuren. Die keuze maakt het CDA niet. Waarom niet? Als je er toch vanaf wilt, vinden wij het niet eerlijk dat studenten twee jaar lang wel een boete moeten betalen, terwijl deze daarna wordt afgeschaft.

Alleen hebben al deze partijen in dit parlement te maken met het feit dat alles wat je wilt, van een dekking moet worden voorzien. Wij hebben dekkingsvoorstellen. Die laten we ook volgende week nog een keer zien. Je moet ook voor alles wat je wilt, een meerderheid in dit parlement hebben. Ik nodig de VVD uit om een stap verder te gaan en niet alleen te zeggen dat er op termijn een sociaal leenstelsel komt. Dat vind ik vreselijk slecht. Als de heer Rutte er echt vanaf wil, dan moet de VVD ook laten zien wie zij is. Ga met ons om de tafel! Er zijn immers veel partijen die er vanaf willen. Ik stel vast dat de VVD gewoon niet wil, dat zij wel roept maar niet levert.

De voorzitter: Dit is een klein beetje uitlokking, maar ik stel voor dat mevrouw Lucas daar in haar eigen termijn op reageert. Ik ga het rijtje langs en was gebleven bij de heer Beertema. Daarna komt de heer Jasper van Dijk aan de beurt.

De heer Beertema (PVV): Mijn vraag is eigenlijk al beantwoord. Voor de duidelijkheid merk ik nog het volgende op. Ik begrijp nu dat niet het CDA gedraaid is, maar dat de VVD gedraaid is. Ik begrijp voorts dat de heer Van Haersma Buma eigenlijk alleen maar voortgeborduurd heeft op een positie die de VVD al had ingenomen door afscheid te nemen van die boete. Zo hoor je nog eens wat!

De voorzitter: Daar hoorde ik geen vraag in.

De heer Beertema (PVV): Is die interpretatie juist?

De heer De Rouwe (CDA): Het is inderdaad juist dat de heer Buma voor de verkiezingen een duidelijke keuze gemaakt heeft die we ook onderbouwen. Wij gaan door met een fundamenteel andere keuze. Wij zetten namelijk in op de prestatiebeurs en vragen dat ook van studenten. Wij kiezen daarom niet meer voor de langstudeerboete. Wij hebben in de afgelopen dagen gesproken met iedereen die dat wilde. Wij hebben in de afgelopen dagen een voorstel voor een dekking op tafel gelegd. Dat kon het CDA ook, omdat het in zijn doorrekeningen meteen al de fundamentele keuze gemaakt heeft om er direct vanaf te willen. Als ik dan vaststel dat de VVD nu hier zegt dat zij er wel vanaf wil, maar pas op termijn, dan zeg ik: daar komt de aap uit de mouw. Ik heb de heer Rutte allerlei mooie dingen horen roepen, maar ik stel vast dat er bij de VVD kennelijk geen draagvlak is om er nu vanaf te willen. Dat draagvlak heb ik bij andere partijen wel gevoeld. Het CDA maakt dus een andere keuze en wil er nu wel vanaf. Het is voor ons belangrijk dat we een solide meerderheid vinden om er vanaf te kunnen. Daarom hebben wij die gesprekken ook gevoerd.

De heer Beertema (PVV): Ik begrijp dat het CDA aan het «herbronnen» geweest is. Dat doen ze bij het CDA heel vaak. Ze komen tot nieuwe inzichten. Daar heb ik ook respect voor. Maar wat is er nu in essentie veranderd, bijvoorbeeld in de cijfers van switchers, uitvallers en langstudeerders, op grond waarvan het CDA tot deze conclusie komt? Dat begrijp ik niet zo goed.

De heer De Rouwe (CDA): Die cijfers zie ik nog steeds. Het CDA maakt zich daar ook nog steeds zorgen daarover. Daarom maken wij de bewuste keuze voor de prestatiebeurs. Wij kiezen er bewust voor om tegen studenten te zeggen dat zij er bij het CDA op kunnen rekenen dat die beurs er is, maar dat wij hun dan wel vragen om tempo te maken. Dat hele principe is ook het principe van een verhoogd collegegeld. Je krijgt in Nederland 80% van je collegegeld als subsidie, maar we vragen van je dat je wel tempo maakt. Wij laten dus het middel los, omdat wij ook gewoon zien dat daar geen meerderheid meer voor is, ook toen het CDA zich daar nog niet over had uitgesproken. Maar het doel hebben wij nog steeds. Op dat vlak zie ik echt een overeenkomst met de PVV. Wij zullen dat beleid de komende jaren ook voortzetten, omdat wij dat eerlijker vinden dan het beboeten van kennis. Wij vinden dat beter voor de bestrijding van de crisis dan het weghouden van studenten bij het onderwijs, omdat ze een onnodige schuldenlast krijgen.

De heer Beertema (PVV): Ik hoor heel veel verhalen over principe, over eerlijkheid enzovoorts, maar ik kan mij maar niet losmaken van het beeld van de heer Van Haersma Buma die zegt: daar staat bier. Dat is toch uiteindelijk mijn conclusie.

De heer De Rouwe (CDA): Dan adviseer ik de heer Beertema om een biertje met de heer Buma te drinken en dat gewoon eens met hem persoonlijk uit te spreken. Ik verdedig hier de keuze die het CDA bewust heeft gemaakt.

De heer Jasper van Dijk (SP): Het CDA heeft twee jaar lang de langstudeerboete verdedigd. Het CDA is ook de bedenker van die langstudeerboete. Drie weken voor de verkiezingen zegt de lijsttrekker: we willen er vanaf. Een dag daarna zegt de heer De Rouwe: wij gaan de boete aan geen enkele student geven. Dat is een citaat. Kan de heer De Rouwe vandaag al die studenten garanderen dat die boete aan niemand wordt uitgedeeld? De politieke meerderheid is er. Dat is dus niet het probleem.

De heer De Rouwe (CDA): Wij hebben de keuze gemaakt om te stoppen met de langstudeermaatregel. Ik heb de argumenten daarvoor gegeven. Wij hebben aangegeven dat wij daarvoor vanaf ook al meteen komend jaar een dekking hebben, omdat dat ook tegenover het CPB verantwoord moet worden.

Wij voegen de daad bij het woord. Het gaat nu om de vraag of er sprake is van een meerderheid en een dekking om dat te doen. Wij denken dat daar sprake van is, maar wij hebben de afgelopen dagen ook moeten constateren dat de partijen hierover van mening verschillen. In alle debatten heb ik gezegd dat wij hiervan af willen en dat wij daarvoor voorstellen zouden doen. Wij zijn ook bewust constructief ingegaan op de goede uitnodiging van de PvdA en D66 om mee te praten. Daar hebben wij actief aan meegedaan. Voor een wil is ook een meerderheid nodig, maar wij hebben moeten vaststellen dat die meerderheid nog niet direct in zicht is. Wij hebben echter de keuze gemaakt. Wij willen daar graag over meepraten en dat hebben wij ook gedaan.

De voorzitter: Ik heb het vermoeden dat de heer Van Dijk een vervolgvraag heeft.

De heer Jasper van Dijk (SP): Dat klopt, voorzitter. Ik denk dat het belangrijk is dat het CDA beseft dat het in deze discussie een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Het CDA is vorige week omgegaan. Heel veel andere partijen waren al tegen de langstudeermaatregel. Er is de afgelopen dagen hard onderhandeld en er zijn opties op tafel gekomen. Erkent de heer De Rouwe dat zijn partij vandaag een speciale verantwoordelijkheid heeft en alles moet doen om vandaag – dus niet over een aantal maanden, maar vandaag – te garanderen dat de boete inderdaad aan geen enkele student wordt opgelegd?

De heer De Rouwe (CDA): De intenties en de keuze van het CDA zijn heel duidelijk, maar ik ben in dit parlement niet gemandateerd om namens 76 Kamerleden te spreken. Ik wil graag de kant uit die wij hebben aangegeven. Wij hebben dat ook aangegeven in de gesprekken voor én achter de schermen. Het komt aan op de vraag of daar een meerderheid voor is en of er een meerderheid is voor een goede dekking, want die blijft altijd nodig. Het CDA wil daaraan meewerken en dan moeten wij maar kijken. Anders moeten wij volgende week aangeven welke keuzes wij willen maken en hoe wij dit verdelen; dat zouden wij toch al moeten doen. Dat zal dan weer besproken moeten worden op het moment waarop nieuwe gesprekken plaatsvinden, bijvoorbeeld aan de onderhandelingstafel. Ook ik stel vast dat heel veel partijen van de boete afwillen. Dat geldt niet voor iedereen en niet iedereen wil dit direct. Iedereen heeft het recht op zijn eigen keuze, maar dit staat en valt altijd met een gedragen voorstel. Daar hebben wij aan willen meewerken. Daar willen wij ook over meepraten.

De voorzitter: De laatste vraag van de heer Van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik moet vaststellen dat het CDA ervoor heeft gezorgd dat studenten nu in grote onzekerheid verkeren. Dat is zeer begrijpelijk. Zij vragen allemaal: moet ik nu betalen of niet? Dat is een legitieme vraag van die studenten. De heer De Rouwe heeft gezegd dat de boete aan geen enkele student zal worden opgelegd. Heeft hij daarmee eigenlijk voor zijn beurt gesproken nu hij daaraan toevoegt dat er daarvoor wel een meerderheid moet zijn? Of maakt hij dat waar en doet het CDA welke concessie dan ook om er vandaag voor te zorgen dat de langstudeerboete definitief van tafel is?

De heer De Rouwe (CDA): Ik waardeer het dat de heer Van Dijk mij zeer grote woorden toedicht alsof wij beloofd zouden hebben dat geen enkele student de boete zal krijgen. Onze inzet en onze wil is dat die boete nu van tafel gaat. Die inzet lijkt mij rechtvaardig en wij mogen en willen die inzet uitspreken. Wij voegen ook de daad bij het woord, omdat wij de boete helemaal uit onze CPB-berekeningen hebben gehaald. Het is echter niet zo dat ik of wie dan ook binnen het CDA kan spreken namens een meerderheid van dit parlement. Wij kunnen wel meewerken aan het nagaan wat wel en wat niet kan. Op basis van meerderheden, een goede onderbouwing en de wil om eruit te komen, zullen wij die medewerking verlenen. Het is dus een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Het CDA geeft aan dat het daar heel graag aan wil meewerken.

De heer Dibi (GroenLinks): De heer De Rouwe verwijst naar de doorrekening van de verkiezingsprogramma's door het CPB. Die doorrekening komt binnenkort uit. De meeste partijen investeren in hun verkiezingsprogramma in onderwijs en geven daarin een structurele dekking aan voor de langstudeerboete. Dat is iets voor in de toekomst. Tot die tijd moet een oplossing gevonden worden voor studenten die nu een boete krijgen. Er is de optie om tot 1 januari 2013, dus tot aan het eind van dit jaar, een tijdelijke dekking te zoeken. Dan kan de belofte van het CDA om geen enkele student de boete op te leggen, bewaarheid worden. Staat het CDA ervoor open om dit met elkaar te gaan verkennen?

De heer De Rouwe (CDA): Dit lijkt een herhaling te worden. Ik heb al de nuance aangegeven. Onze inzet is dat wij van die boete af willen. Wij gaan een stap verder: wij willen er nu van af. Wij hebben gepoogd om er met alle partijen uit te komen. De heer Dibi zegt dat er een voorstel komt waarmee we ervan af kunnen komen. Wij moeten het voorstel nog zien. Ik stel wel vast dat, leuk of niet, de wet al is ingegaan en dat studenten die boete nu al hebben gekregen. Wij willen constructief meekijken naar wat we kunnen doen; dat hebben wij ook gedaan in de afgelopen dagen. We moeten echter vaststellen dat hieruit geen voorstel is voortgekomen dat kan.

De heer Dibi (GroenLinks): Dat is geen antwoord op mijn vraag. Totdat er formatieonderhandelingen zijn en partijen met elkaar rond de tafel gaan zitten over de langere termijn, wordt die boete gewoon uitgedeeld. GroenLinks wil op zoek gaan naar een kortetermijnoplossing waarmee we tijd kopen, zodat er iets kan worden gedaan in de tijd totdat alle partijen rond de tafel een nieuw kabinet hebben gevormd. Ik zou het op prijs stellen als de heer De Rouwe de Kamer en de studenten serieus nam. Het CDA heeft gewoon gezegd: die boete gaan we aan niemand geven...

De voorzitter: Dat is iets voor uw termijn. Wat is uw vraag?

De heer Dibi (GroenLinks): Ik hoop dat het CDA bereid is om te kijken naar een mogelijke spoedwet, waarmee wij voor de korte termijn een dekking vinden. Vanwege de vertrouwelijkheid kan ik niet vertellen wat voor dekkingen het allemaal zijn, maar er zijn opties. De vraag is of het CDA op korte termijn, liefst al na dit AO, wil overleggen over die kortetermijnoplossing.

De heer De Rouwe (CDA): Er vindt weer een herhaling plaats, waarbij de suggestie is dat het CDA gezegd heeft dat het niet doorgaat. Ik heb aangegeven dat wij van die boete af willen en ook dat wij daar nu van af willen, en dat onze daden zijn vertaald door het Centraal Planbureau. Voorzitter, ik moet dit telkens herhalen, omdat anders...

De voorzitter: Aan u werd een concrete vraag gesteld. Zou u die concrete vraag nu willen beantwoorden?

De heer De Rouwe (CDA): Die concrete vraag was volgens mij al eerder gesteld en ook eerder beantwoord. Mijn antwoord is aldus: wij hebben de afgelopen dagen gepraat, met iedereen die dat wilde en wilde meedenken. De heer Dibi zegt dat er nog een dekking moet komen, maar om wat voor reden dan ook kan hij daarover niets meer zeggen. Volgens mij is in de afgelopen dagen de focus daarop geweest. We hebben met elkaar moeten constateren dat we er met zijn allen nog niet uitkomen. Als we er wel uit willen komen, wil het CDA graag opnieuw meepraten. Wij hebben in de afgelopen dagen niet gezegd dat het van ons niet hoeft. Sterker nog, we hebben gewoon willen meepraten en een constructieve inbreng geleverd. Volgende week zullen we dat bij het CPB opnieuw laten zien.

De heer Dibi (GroenLinks): Tot slot, en nog concreter, het volgende. Het bedrag dat moet worden gevonden voor 2012 is 62 mln. Dat zou gedekt kunnen worden met een meevaller bij de studiefinanciering, die rond deze tijd in het jaar altijd bekend wordt. Ik zeg daarbij nadrukkelijk dat ik de instemming nodig heb van de Kunduzpartijen, en ik begin met het CDA. Mijn vraag is of men bereid is om de kortetermijnoplossing te verkennen, die niet fraai is, die heel lelijk is, die op heel veel weerstand zal kunnen rekenen, maar wel een belofte van de politiek inlost. Is het CDA daartoe bereid?

De heer De Rouwe (CDA): De heer Dibi voegt nu een begrijpelijke voorwaarde toe, namelijk dat de Kunduzpartijen ermee moeten instemmen. Ik vind dat een redelijke houding. Het CDA heeft daaraan in de afgelopen dagen medewerking willen verlenen. Als het de heer Dibi lukt om de instemming te krijgen van de Kunduzpartijen, wie zijn wij dan? In de afgelopen dagen hebben wij aangegeven dat wij juist willen meepraten. Dit lijkt mij dus absoluut vruchtbaar. Ik denk alleen dat de heer Dibi terecht aangaf dat gebleken is dat daarvoor geen meerderheid is onder de Kunduzpartijen. Als het de heer Dibi lukt, doen wij dus graag mee. Wij willen ook blijven praten. Wij moeten alleen wel reëel zijn. Het is de afgelopen dagen niet gelukt, en dat is ook de reden dat wij vandaag niet het resultaat kunnen neerzetten dat zowel de heer Dibi als het CDA zouden willen. Beide partijen hebben aangegeven dat ze van de boete af willen, en ook dat zij dat nu willen. Dat is precies waar hij de vinger op legde, en volgens mij terecht.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Voorzitter. Er wordt op dit moment driftig getwitterd over dit debat. De studenten geven allemaal aan dat zij helemaal niks meer begrijpen van waar die mensen daar achter die tafel het over hebben.

Kan het zo zijn dat de heer De Rouwe ons nu min of meer opzadelt met iets wat hij aan de studenten heeft beloofd? Hij heeft in dat debat van die studievereniging in Amsterdam gezegd dat hij er persoonlijk voor zal zorgen dat studenten die langstudeerboete niet per 1 september hoeven te voldoen. Dat heeft hij echt letterlijk zo gezegd. Mevrouw Lucas was daarbij en ook anderen hebben de heer De Rouwe dat zo horen zeggen. Wat is zo'n uitspraak waard als er vervolgens in dit debat alleen nog maar de wil lijkt te zijn om die belofte gestand te doen? Wat biedt de heer De Rouwe die studenten vandaag concreet? Zij willen gewoon duidelijkheid. Ik hoef geen vernuftig debat, want wij moeten gewoon tot een oplossing komen. 70 000 studenten krijgen die boete opgelegd! Oplossingen moeten wij hebben.

De heer De Rouwe (CDA): Er wordt de hele tijd over het punt gezegd dat ik ervoor zal zorgen. Nu wordt er ook nog eens «persoonlijk» aan toegevoegd. Dat is gewoon onzin. Ik heb duidelijk aangegeven dat wij van de boete af willen. Wij willen er nog steeds vanaf en daarom willen wij met alle partijen praten om te kijken of het kan. Maar – en dat ligt niet aan ons – als je van dat plan af wilt, moet je een financieel deugdelijke dekking hebben. De heer Dibi voegt eraan toe – en dat snap ik – dat er ook een Kunduzmeerderheid nodig is. Je moet de Kunduzpartijen inderdaad allemaal meenemen. Ik stel vast dat wij de afgelopen drie dagen gesproken hebben en dat wij er niet uit zijn gekomen. Ik zou het mevrouw Jadnanansing niet persoonlijk willen vragen, maar ik denk dat mevrouw Jadnanansing de afgelopen drie dagen heeft gezien dat het CDA er heel serieus in zit en dat wij heel serieus willen kijken hoe wij het kunnen doen. Alleen moeten wij met elkaar vaststellen – we zijn er allemaal bij – dat er op dit moment gewoon geen voorstel ligt voor een financieel deugdelijke dekking. Dat is de politieke realiteit, maar dat neemt niet weg dat onze wil duidelijk is. Wij willen van die boete af en dat laten wij in de doorrekeningen ook duidelijk zien.

De voorzitter: Ik heb het gevoel dat het een beetje een herhaling van zetten is. Ik wil u niet beknotten, maar …

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Ik deel dat gevoel. Het blijft bij praten, praten, praten, zonder dat er een oplossing komt. Er komt ook geen duidelijkheid. Die 70 000 studenten vragen zich nu echt oprecht af wat er aan de hand is en wat zij moeten doen.

De heer Van der Ham (D66): Ik zag de heer De Jager, de minister van Financiën, onlangs op televisie bij Knevel & Van den Brink. Hij zei toen dat hij geen contact had gehad met de heer Van Haersma Buma, voordat die zijn uitspraak over de langstudeerboete deed. U bent de woordvoerder hoger onderwijs. Hebt u wel op de een of andere manier van tevoren gecheckt of uw uitspraak door de gelijkgezinde bewindspersonen in het kabinet wordt gedeeld?

De heer De Rouwe (CDA): Volgens mij is de keuze die het CDA heeft gemaakt op onderwijs, door iedereen gecheckt, omdat wij ons verkiezingsprogramma hebben vastgesteld. Overigens maakt de langstudeerboete geen deel uit van dat programma. Wij hebben een duidelijke principieel andere keuze gemaakt. Zo willen wij geen leenstelsel, maar een prestatiebeurs, het principe dat wij nu hebben. Iedereen mocht bij dat congres aanwezig zijn. Wie onderling belt, weet ik niet. Ik ben niet de telefooncentrale waar dat wordt geregistreerd. Als er wordt gevraagd naar de lijntjes en naar het waar en wat, dan moet ik gewoon vaststellen dat het CDA als partij met partijleider Buma een duidelijke keuze heeft gemaakt. Die keuze is duidelijk voor de verkiezingen neergelegd en onderbouwd. Volgens mij heeft iedereen daar kennis van kunnen nemen. Zo gaat het. En wie met elkaar belt, wil en kan ik niet weten.

De heer Van der Ham (D66): Daarom vroeg ik ook naar uw contacten. U gaat inderdaad niet over de belcontacten van anderen. U bent woordvoerder hoger onderwijs. Hebt u hierover met de betrokken bewindspersonen, bewindspersonen die vaak lid van uw partij zijn, overlegd?

De heer De Rouwe (CDA): Ik heb de afgelopen dagen met veel mensen gesproken. Volgens mij heb ik ook met u gesproken. Met wie ik allemaal gesproken heb, vind ik niet zo relevant. Ik vind relevant wat het resultaat is. Kunnen wij eruit komen? Is er een wil om eruit te komen? Wij moeten allen vaststellen – niemand is daarvan uitgezonderd – dat er op dit moment geen oplossing ligt. Ik vind dat jammer. Ik denk dat mevrouw Jadnanansing dat jammer vindt. Dat er met iedereen is gesproken, spreekt voor zichzelf. De afgelopen dagen zijn we er niet uitgekomen. Klaar! Wat de positie van de heer De Jager betreft: ik heb hem als minister bij Knevel & Van den Brink gewoon begrijpelijk en duidelijk horen aangeven dat wat wij doen van een financieel deugdelijke dekking voorzien moet zijn.

Ik denk dat wij dat allemaal vinden in het parlement. Dat is ook een van de voorwaarden die de heer Dibi terecht op tafel legde in relatie tot de Kunduzvariant. De verschillende partijen moeten vaststellen dat het niet gelukt is. Dat ligt volgens mij niet aan het CDA.

De heer Van der Ham (D66): Ik zal daarover straks ook namens mijn fractie nog wat zeggen. Ik merk dat ik nog geen antwoord op mijn vraag heb gekregen. Is er voordat de heer Buma zijn uitspraak deed in dat studentendebat, waarvan de heer De Rouwe ongetwijfeld op de hoogte was als woordvoerder hoger onderwijs, contact geweest met de bewindspersonen van CDA-huize in het kabinet over dit standpunt? De heer De Jager heeft gezegd dat de heer Van Haersma Buma daarover geen contact heeft gehad, maar heeft de heer De Rouwe dat wel gehad?

De heer De Rouwe (CDA): Ik heb met veel mensen in de partij contact. Ik ga hier niet mijn telefoongegevens voorleggen om duidelijk te maken met wie precies ik contact heb gehad. Het is ook volstrekt irrelevant voor de inhoud van het debat. De keuze van het CDA is gemaakt. Die is openbaar gemaakt. Die is consequent en wordt ook gevolgd in de doorrekeningen. Dat is wat telt en politiek relevant is.

Mevrouw Lucas (VVD): Voorzitter. Ik stel graag een heel korte vraag. Ik heb ook Knevel & Van den Brink gezien en ik heb ook de minister van Financiën horen zeggen dat het CDA met een solide en degelijke dekking moest komen. Vindt de heer De Rouwe dat ook? Vindt hij ook dat een oplossing financieel degelijk moet zijn zoals de heer De Jager dat omschreef bij Knevel & Van den Brink?

De heer De Rouwe (CDA): Het CDA vindt ook dat er een financieel degelijke dekking moet komen. Dat spreekt vanzelf. Mijn partij vond dat in het verleden en vindt dat nog steeds. Om die reden hebben wij dat meegenomen in alle doorrekeningen; wij laten dat ook zien. Ik denk dat ook de VVD dat belangrijk vindt. Het antwoord is dus ja.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Voorzitter. Ik zit met enige gêne te luisteren. Ik constateer dat de partijen drie dagen bij elkaar hebben gezeten en de liefde in die drie dagen niet bepaald is toegenomen. Ik vind het echter erger dat er enorme verwarring ontstaat en onzekerheid blijft bij de mensen die het aangaat. De heer De Rouwe zegt steeds dat het nu niet gelukt is om een dekking te zoeken. Wil hij duidelijkheid geven aan de studenten en zeggen dat het niet meer lukt voor 12 september – dat hij zijn hand dus overspeeld heeft – of blijft hij zeggen dat er wordt gekeken naar wat nog mogelijk is? Ik hoor graag dat het CDA die duidelijkheid nu biedt.

De heer De Rouwe (CDA): Ik ben geen woordvoerder namens 76 Kamerleden. Ik heb dat mandaat niet gekregen in de gesprekken die wij gevoerd hebben. Het CDA heeft met andere partijen serieuze pogingen gedaan. Die hebben tot niets geleid. Wij vinden dat allemaal erg jammer. Het CDA heeft de keuze gemaakt om af te schaffen en handelt daar ook naar. Daarvoor is een meerderheid nodig. Het CDA heeft de keuze gemaakt en zal die ook uitdragen. Ik begrijp de vraag van mevrouw Schouten, maar ik heb niet het mandaat van 76 Kamerleden. Dat hebben wij geen van allen. Dit politieke stelsel is zo opgebouwd dat er een meerderheid voor een standpunt moet komen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik hoor graag van de heer De Rouwe klip en klaar: het gaat dus niet meer lukken voor 12 september, sorry. Hij heeft namelijk gezegd dat hij het wel zou gaan regelen.

De heer De Rouwe (CDA): Ik stel vast dat het nu niet lukt. Die boete gaat al in. Wij kunnen niet de suggestie wekken dat die boete er niet komt, want die geldt al als gevolg van de gemaakte keuze. In de afgelopen dagen hebben wij met iedereen naar de mogelijkheden gekeken. Daarbij is geen overeenstemming bereikt over de voorwaarden, waaronder die van financiële degelijkheid. Dat lag niet aan het CDA. Mijn fractie heeft geprobeerd om te handelen volgens haar mening. Er is echter geen meerderheid hiervoor te vinden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er is al veel geprobeerd om duidelijkheid te krijgen. Wat zegt het CDA tegen studenten die die boete op de mat hebben gekregen? Moeten zij dat geld gaan overmaken?

De heer De Rouwe (CDA): Of er nu al wel een meerderheid was, of er nu wel een Kunduzcoalitie was die zich erachter schaarde, of er nu wel of niet overeenstemming was over een financiële dekking, de wet is er. Dat is het ingewikkelde. De boete moet dus sowieso worden betaald. Het CDA heeft bewust de insteek gekozen om er vanaf te willen. Wij willen ook bekijken of wij er nu vanaf kunnen. Ik kom dan weer terug bij het punt dat een meerderheid van de partijen hiervoor geen oplossing heeft weten te vinden. Als die oplossing er wel zou zijn, moest de boete ook worden betaald. De vraag van mevrouw Ouwehand was of de boete moet worden betaald. Ja, die moest al worden betaald, los van de uitkomst van dit debat. Het CDA heeft de keuze gemaakt ervan af te willen. Als daarvoor een meerderheid is, willen wij bekijken – mits financieel degelijk en Kunduzproof – of wij ervan af kunnen. Op dit moment is echter gebleken dat er geen meerderheid is. Dat ligt aan alle betrokken partijen die erbij zijn. Ik denk dat iedereen deze uitkomst betreurt.

De voorzitter: Het antwoord op de vraag van mevrouw Ouwehand is dus «ja».

De heer De Rouwe (CDA): In beide varianten is het «ja», want de wet is al ingegaan. De boete zal dus moeten worden betaald. Als er nu een meerderheid zou zijn, met een dekking en Kunduzproof, om de maatregel in te trekken, moest de boete ook betaald worden maar dan moest hij vervolgens worden teruggedraaid. De keuze van het CDA was om te bekijken of het kon worden teruggedraaid. Op dit moment moeten we gewoon vaststellen dat er geen meerderheid voor is. Ik zeg daarbij dat dit niet aan het CDA heeft gelegen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zie het al aankomen dat er tijdens dit debat ook geen oplossing komt. Het zou het CDA sieren als het, desnoods voor de camera's of op welk studentenforum dan ook, zou zeggen: maak het gewoon maar over; wij willen heel graag ook de studentenstem. Dat laatste geldt overigens niet alleen voor het CDA, maar die partij heeft zich er wel expliciet op de valreep nog over uitgesproken. Het CDA zou moeten zeggen: jullie moeten het toch overmaken, want wij hebben beloften gedaan en wij hebben geen oplossingen gevonden.

De heer De Rouwe (CDA): Wij hebben de keuze gemaakt om van de langstudeerboete af te willen. Die keuze heb ik net onderbouwd. Wij houden het principe overeind, maar zagen ook in navolging van de VVD dat er geen draagvlak voor was. Wij willen de basisbeurs behouden. Wij hebben die keuze gemaakt. Als je een keuze wilt omzetten in daadwerkelijk beleid, heb je altijd een meerderheid nodig.

Voorzitter. Het CDA kiest voor toegankelijk onderwijs waaraan iedereen kan meedoen. Het CDA kiest voor de kwaliteit, omdat we weten dat we sterker uit deze crisis komen als mensen goed geschoold worden. Daarom maakt het CDA de fundamentele keuze om de basisbeurs te behouden en om door te gaan met de prestatie die we daarin vragen van studenten. Dat vinden we ook redelijk. Het CDA heeft er dus ook bewust voor gekozen dat de langstudeerboete daarbij niet nodig is. Wij hopen dat hiervoor een meerderheid komt, met een goede onderbouwing. Wij moeten echter constateren dat die meerderheid er op dit moment gewoon niet is. Dat is te betreuren. Het zal de komende weken aan de kiezers zijn om te beoordelen of partijen doen wat ze beloven en of ze de daad bij het woord voegen. Het CDA zal in zijn doorrekeningen laten zien dat het van de boete afwil en dat het dit netjes heeft gedekt.

De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. De invoering en mogelijke afschaffing van de langstudeerboete doet denken aan een studentenkamer: een puinzooi. Dat is jammer, want de studententijd geldt als een van de bijzonderste perioden in een mensenleven voor wie dat is weggelegd. In die periode wordt het hongerige talent van een nieuwe generatie gevoed met onderwijs op een hoog niveau en van academische kwaliteit. Er gebeurt in die periode echter veel meer. Het is ook een periode van nieuwe contacten leggen, relaties aangaan, experimenteren, bestuursfuncties vervullen, maatschappelijk betrokken zijn en reizen. Sommigen van ons krijgen tijdens hun studentenleven een kind, worden ziek of kiezen de verkeerde studie.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat studeren meer is dan binnen een zo kort mogelijke periode een diploma behalen en arbeidsproductief worden. Hogescholen en universiteiten zijn geen lopendebandproductie maar een thuis voor zelfontplooiing, kennis, innovatie en contact. De langstudeerboete is een maatregel die deze waarde van het hoger onderwijs ontkent en jonge mensen reduceert tot enkel en alleen euro's.

GroenLinks kent het hoger onderwijs een andere waarde toe en daarom hebben wij ons ingezet om hier vandaag met een oplossing te kunnen komen. Kennis mag nooit een schuld zijn en daarom is er eigenlijk maar één optie, namelijk afschaffing van de langstudeerboete. Tegen de staatssecretaris, die zei dat afschaffing onbehoorlijk zou zijn, zeg ik dat niet de afschaffing, maar de invoering van de langstudeerboete onbehoorlijk is. GroenLinks realiseert zich dat de afschaffing uitvoeringstechnisch tot een puinzooi kan leiden en instellingen confronteert met een ingewikkelde opdracht. Dat besef is voor ons echter ondergeschikt aan het belang van studenten die soms steun hebben van hun ouders, maar vaak ook op zichzelf zijn aangewezen en nu in alle staten verkeren om duizenden euro's bij elkaar te sprokkelen. De heer Beertema noemde net zijn neefje. Ik ken ook voorbeelden van studenten voor wie de langstudeerboete misschien wel goed zou zijn, maar ik kan ook mijn buurjongen en tig andere voorbeelden noemen van studenten die bij hun ouders of bij derden moeten aankloppen om het geld te vinden dat ze nodig hebben om die € 3 063 te kunnen betalen. Dat is ook een realiteit.

De voorzitter: De heer De Rouwe wil een interruptie plaatsen. Kort graag.

De heer De Rouwe (CDA): De heer Dibi zegt: kennis mag geen schuld zijn. Waarom is hij dan voor een leenstelsel?

De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb bewust niet de confrontatie gezocht met het CDA op dit soort dingen, omdat ik dacht dat wij dat vandaag moeten ontstijgen. Ik vind het huidige stelsel van de studiefinanciering verre van ideaal. Wij willen dat graag anders inrichten. De middelen die naar onderwijs gaan, zullen de komende jaren schaarser worden. Dat weten we allemaal. Het zal niet meer zijn zoals het was. Dan vind ik het gelegitimeerd dat er van studenten een bepaalde bijdrage wordt gevraagd. Wij hebben gekozen voor een sociaal leenstelsel en die keuze zal ik de komende weken ook verdedigen in de campagne. Er lag eerst een ander voorstel, namelijk dat van het studieloon. Dat is niet gelukt, waarop wij hebben gekozen voor het sociaal leenstelsel.

Voorzitter. De partijen die betrokken waren bij het overleg over de langstudeerboete zijn niet tot overeenstemming gekomen over de opschorting van de maatregel in het studiejaar 2012/2013. Dat vind ik een blamage. Het beschaamt het hele parlement. Er is al gezegd hoe er in den lande tegen ons aangekeken wordt door de ingewikkelde manoeuvre van het CDA. Toch zijn er nog opties en die wil GroenLinks heel graag verkennen. Ik zei het net al en ik zeg het nog een keer: omdat alle partijen «investeren in onderwijs» in hun programma staan hebben, zouden wij voordat er wordt onderhandeld over een nieuw regeerakkoord een kortetermijnoplossing kunnen vinden in het jaar 2012. Dat vergt een bedrag van 62 mln. dat gedekt kan worden met een meevaller op het gebied van de studiefinanciering. Ik zeg daar heel nadrukkelijk bij dat GroenLinks gecommitteerd is en blijft aan de afspraken die zijn gemaakt in het Kunduzakkoord. Er moet dus voor deze tijdelijke oplossing steun zijn van alle bij dat akkoord betrokken partijen. Ik heb net gehoord dat het CDA die mogelijkheid wil verkennen. Dan kijk ik nog naar D66, de VVD en de ChristenUnie.

De voorzitter: De woordvoerders daarvan spreken allemaal na u, dus dat komt goed uit.

De heer Dibi (GroenLinks): Precies, maar dan leg ik die vraag alvast aan hen voor. Ik hoop dat deze partijen bereid zijn om deze oplossing in ieder geval niet te vetoën. Misschien staan zij er niet om te springen en willen zij hun handtekening er niet onder zetten, maar zij zouden ons wel de nodige ruimte kunnen geven. Het is niet fraai, dat zeg ik erbij. Het is eigenlijk een draak van een oplossing, maar dan wordt de belofte wel ingelost. De politiek heeft nu eenmaal publiekelijk gezegd: wij gaan een einde maken aan de langstudeerboete en wij gaan – ik citeer de heer De Rouwe – de boete aan geen enkele student geven. Die belofte maken wij niet waar als wij nu zeggen dat we het later gaan oplossen.

Ik hoop dat mevrouw Lucas, mevrouw Schouten en de heer Van der Ham in hun inbreng hierop willen ingaan. Anders zal ik op dit punt een interruptie plaatsen.

Dat betekent ook iets voor de instellingen, die eigenlijk een gedoogsituatie zouden moeten aangaan met een student. Zij zouden niet meer moeten innen, in de wetenschap dat dit probleem in de toekomst structureel opgelost zal worden. Ik zie een aantal van de belangrijke spelers in het hoger onderwijs op de publieke tribune zitten. Ik hoop dat die afspraak gemaakt kan worden, zodat de studenten ook echt geen boete krijgen. Ik hoop op voldoende vertrouwen erop dat er echt een oplossing gevonden zal worden. Ik zie iemand lachen, maar ik meen dit heel erg serieus.

Tot slot. Wij kunnen een onzekere toekomst niet naar onze hand zetten, maar we kunnen jonge mensen wel handvatten bieden om die toekomst zelfverzekerd te trotseren.

Dat kan onder andere door maximale toegang tot het hoger onderwijs en ruimte en tijd voor dat onderwijs. Daarvoor moet die langstudeerboete van tafel.

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Als ik even rondkijk, zie ik dat ik de enige hier aan tafel ben die niet verkiesbaar is. Dat stemt mij direct een beetje anders. Iedereen zit in de verkiezingsmodus. Allerlei partijen doen ongelooflijk veel beloftes. Er worden allerlei grote woorden gebruikt bij een probleem dat iedereen ziet. Bijna elke partij zegt: die langstudeerboete is eigenlijk geen mooi voorstel, daar willen wij van af. Iedereen probeert het te claimen. De heer Dibi zei net: ik ben benieuwd wat de heer Van der Ham gaat zeggen. Dat weet de heer Dibi natuurlijk heel goed. Daar denken wij precies hetzelfde over.

De heer Dibi (GroenLinks): Ik mag niets uit dat soort gesprekken vertellen. Daarom zeg ik het publiek. Nu moet iedereen publiek verantwoording afleggen.

De heer Van der Ham (D66): Prima maar u begrijpt best wat ik bedoel, mijnheer Dibi.

De heer Dibi (GroenLinks): Ja, voor D66 is onderwijs ook héél belangrijk.

De heer Van der Ham (D66): Precies. Leuk dat u dat nog even benadrukt.

De heetgebakerdheid is dus behoorlijk groot op dit onderwerp. Dat is terecht, want dit voorstel is uit ongelukkigheid geboren en zal waarschijnlijk op een rommelige manier weer worden afgevoerd. D66 is heel consequent geweest over de langstudeerboete. We hebben tegengestemd toen het wetsvoorstel voorlag, ook in de Eerste Kamer. We vinden wel dat er iets moet gebeuren met studenten die te weinig doen. Daarom hebben wij eerder weleens voorgesteld om te komen tot een bindend studieadvies. Ook met het sociaal leenstelsel kan een druk worden uitgeoefend op studenten om een beetje tempo te maken. De vorm van een langstudeerboete is echter een soort bazooka waarmee alles wordt geraakt en niet specifiek de groep die je wellicht wilt raken. Je raakt er namelijk ook studenten mee die een technische studie doen, olympiërs, gehandicapten, dubbel ingeschreven studenten en deeltijders. Daarom waren wij nooit voor die langstudeerboete en willen wij hem zo snel mogelijk afvoeren. Dat is ook in ons verkiezingsprogramma te lezen.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Ik ben ontzettend blij dat de heer Van der Ham af wil van de langstudeerboete. Dat willen wij al een hele tijd. Maar hoe komt het dan dat hij die boete niet meteen al bij het Kunduzakkoord eruit heeft gemept?

De heer Van der Ham (D66): Dat weet mevrouw Jadnanansing allang. Dat hebben wij geprobeerd, maar het CDA en de ChristenUnie wilden dat op dat moment niet, ook omdat zij de dekking die daartegen overstond, het financiële plaatje van het invoeren van een sociaal leenstelsel, niet wilden accorderen. Daarom is dat niet gelukt, maar wij zijn altijd al, samen met de PvdA overigens, tegen die langstudeerboete geweest. Als de PvdA mee was gaan doen in dat overleg, dan had zij daar ook een bijdrage aan kunnen leveren. De PvdA heeft ervoor gekozen om dat niet te doen. Dat is er uitgekomen, maar het mag de afgelopen jaren en maanden duidelijk zijn geworden dat wij zo snel mogelijk af willen van de langstudeerboete.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Betekent dat dat de heer Van der Ham het aangekondigde initiatiefwetsvoorstel gaat steunen?

De heer Van der Ham (D66): Wij willen er zo snel mogelijk van af. Als dat dus heel snel kan, is dat heel mooi, maar dan moeten wij vervolgens wel bekijken hoe wij dat betalen. Daarvoor hebben wij de afgelopen paar dagen met elkaar om de tafel gezeten. Wij hebben gekeken hoe wij dat zo goed mogelijk kunnen doen. Wij hebben zelf een aantal voorstellen gedaan. Wij hebben gezegd: je zou met elkaar de afspraak kunnen maken om toch tot een sociaal leenstelsel te komen. Dan kun je een en ander een beetje versnellen en dekken. Je kunt de gratis schoolboeken bijvoorbeeld versneld afschaffen, waardoor je dekking hebt om de langstudeerboete snel af te schaffen. Zo zijn wij heel constructief met een aantal voorstellen gekomen. Wij hebben ook gekeken of er noodoplossingen zijn te vinden om de boete voor het komend collegejaar af te schaffen. Ook daarin zijn wij over onze eigen schaduw heen gesprongen, in die zin dat het begrotingstechnisch allemaal niet netjes is als je het op die manier doet, maar dat het misschien de enige oplossing is om dat goed te doen. D66 staat er nog steeds constructief in. Als er tijdens dit debat voorstellen worden gedaan om dat toch goed te regelen en wat tijd te kopen – wij hebben zelf ook voorstellen gedaan – dan staan wij daarvoor open. Wij zijn zeer benieuwd welke meerderheden ervoor zijn. Aan ons zal het niet liggen. Dat heeft mevrouw Jadnanansing ook de afgelopen dagen gemerkt, maar het is goed om dat ook hier even te herhalen.

Ook de mogelijke meevaller rond de studiefinanciering zou mogelijk als dekking kunnen worden gebruikt. Al dergelijke zaken zijn langsgekomen. Als alle mogelijkheden optellen tot een mooi bedrag, hebben we een goed verhaal. Nogmaals, we zijn bereid om in dezen wat pleisters te plakken en een en ander pas later goed af te hechten.

De heer Jasper van Dijk (SP): Dit gaat me iets me makkelijk. D66 was inderdaad samen met de SP tegen de langstudeerboete, maar bij de onderhandelingen over het Kunduzakkoord had D66 de kans om de langstudeerboete weg te halen. De heer Van der Ham zegt dat D66 graag een sociaal leenstelsel had gewild en dat daarvoor geen meerderheid was, maar hij noemt nu ook allerlei mooie opties, zoals een tijdelijke oplossing waardoor een volgend kabinet het kan regelen. Dat had D66 toen ook kunnen zeggen, maar dat is niet gebeurd. In die zin is ook D66 akkoord gegaan met de langstudeerboete.

De heer Van der Ham (D66): De SP heeft nog nooit geregeerd, maar je hebt altijd te maken met wat er is gebeurd voor je in de coalitie zat. Helaas heeft er voor de Kunduzcoalitie een kabinet van CDA, VVD en PVV gezeten. Dat kabinet heeft allemaal onfraaie dingen gedaan, maar je moet daar wel iets mee doen. De betreffende wetten zijn aangenomen, hoewel D66 en de SP daartegen hebben gestemd. Je moet daarmee werken.

Wij hebben destijds ultieme pogingen gedaan. Toen het niet gelukt was, hebben wij gezegd: maak D66 met de verkiezingen groot, dan zullen wij er met andere partijen voor zorgen dat wij zo snel mogelijk van de langstudeerboete af komen. Vervolgens deed zich het nieuwe feit voor dat het CDA al voor de verkiezingen van de langstudeerboete af wilde. Wij hebben toen een poging gewaagd om dat voor elkaar te krijgen. De bal om de mogelijkheden te bekijken, ligt nu bij het CDA. Met het Lenteakkoord is het niet gelukt, maar als de heer Van Dijk daarover klachten heeft, moet hij niet bij D66 zijn. Wij hebben namelijk alles geprobeerd, samen met de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP): Het zijn gewoon politieke keuzes geweest. Ik begrijp dat wel. In onderhandelingen blijkt dat het ene wel kan en het andere niet. D66 heeft bijvoorbeeld wel de bezuiniging op het passend onderwijs ongedaan weten te maken; chapeau! D66 heeft echter niet de langstudeerboete ongedaan gemaakt en dat is een feit.

De voorzitter: U kunt al deze dingen in uw termijn noemen. Mondt deze interruptie nog uit in een vraag?

De heer Jasper van Dijk (SP): Deelt de heer Van der Ham die mening?

De heer Van der Ham (D66): Wij hebben ook 70 mln. voor leraren binnengehaald. Er zijn heel veel goede maatregelen voor het onderwijs genomen. Dat moet nog veel verder gaan. Daarom is het van groot belang dat studenten en alle andere mensen die het onderwijs zijn toegedaan, op 12 september op de juiste partijen stemmen.

Het zou prachtig zijn als wij de invoering van de langstudeerboete konden opschorten en op termijn helemaal afschaffen. D66 heeft de afgelopen dagen allerlei voorstellen gedaan en actief en creatief meegedacht met voorstellen van anderen, maar D66 heeft niet de meerderheid. Wij moeten nu een meerderheid voor een andere oplossing vinden. Ik hoop dat dat de uitslag van dit debat zal zijn, maar wij wachten het af. Helaas is het niet alleen van ons afhankelijk.

De voorzitter: Hebt u uw betoog inmiddels afgerond?

De heer Van der Ham (D66): Met uw instemming heb ik nog een laatste zin.

Het zou mooi zijn als wij de krampachtigheid die rond zo'n verkiezingscampagne heerst, waarbij iedereen als een bok op het eigen verkiezingsprogramma blijft zitten, kunnen doorbreken. Wij willen eigenlijk allemaal van de langstudeerboete af, maar iedereen is zo verkrampt dat het niet lukt om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Ik hoop dat partijen bereid zijn om hier overheen te springen en dat wij studenten duidelijkheid kunnen geven, wat de duidelijkheid ook moge zijn. Wij moeten sowieso af van de onzekerheid die nu onder studenten bestaat.

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Wij spreken over de langstudeerboete. Sinds enkele weken is de steun voor deze omstreden boete van € 3 000 tot een minimum gedaald. De oppositie was altijd al tegen, de VVD was er nooit blij mee en nu de campagne is begonnen, is ook het CDA tegen, nota bene de bedenker van de boete. Dat is mooi, maar het is ook rijkelijk laat. Nu zitten wij één week voor het nieuwe studiejaar met deze realiteit. Vandaar dit extra debat in het reces. Wij zullen immers snel moeten handelen, want studenten zitten in grote onzekerheid.

De langstudeerboete was een gedrocht in de ogen van de SP, een straf op ambitie. Studenten worden beboet als zij zich willen verdiepen, als zij topsporter zijn of als zij zijn uitgeloot. Zij willen niet zo snel mogelijk, maar zo goed mogelijk afstuderen. Moeten zij dan € 3 000 betalen omdat zij geen genoegen willen nemen met een genadezesje?

Ook instellingen kregen een perverse prikkel om studenten zo snel mogelijk te laten afstuderen. Ik krijg berichten van docenten die daartoe worden opgejaagd. Het gaat weer niet om kwaliteit, maar om kwantiteit, om het zo snel mogelijk binnenhalen van het diploma.

De boete treft veel studenten die weinig schuld hebben aan de vertraging. Ik noemde al de topsporters, en daarnaast zijn er de studenten die zijn uitgeloot voor een studie, de bètastudenten, de deeltijdstudenten van na 2011, de student-bestuurders, de studenten die een tweede studie doen en vooral de zittende studenten. Zij worden geconfronteerd met deze akelige boete zonder hiervan te weten toen zij aan hun studie begonnen. De spelregels zijn tijdens de wedstrijd veranderd. Maak dat ongedaan.

De situatie is urgent. Gezien de enorme meerderheid hier aan tafel mag je ervan uitgaan dat een nieuw kabinet de boete zal afschaffen. Het gaat dus om een oplossing voor het komende studiejaar. Als we niets doen, wordt één lichting studenten slachtoffer van politiek gezwabber. Ik zeg dit vooral tegen het CDA en de VVD, die de boete nota bene al hadden afgeschaft in het Catshuisakkoord. In het Kunduzakkoord is de studieboete toch teruggekeerd, met medeweten van GroenLinks, D66 en de ChristenUnie. Nu zitten we hier met al deze partijen, die de boete toch wel willen afschaffen. Ik kijk vooral naar het CDA. We mogen namelijk verwachten dat deze partij het voortouw neemt. Op de vraag wat de heer De Rouwe tegen de studenten zegt die hem vragen of ze moeten betalen of niet, geeft hij geen antwoord. Wees een kerel en zeg tegen de studenten: u hoeft niet te betalen, want ik maak mijn uitspraak waar dat we de boete aan geen enkele student zullen geven! Dat is toch glashelder.

Het gaat om een overzichtelijk bedrag, van 62 mln. Dit kan op verschillende manieren gedekt worden. Dat is echt niet het probleem.

De SP heeft tegen één alternatief een groot bezwaar, namelijk het sociaal leenstelsel. Ik snap niet dat men dit verdedigt. Een sociaal leenstelsel is een verhullende term. Studenten belanden van de regen in de drup. De boete op studeren is dan namelijk van toepassing op alle studenten. Vier jaar basisbeurs lenen komt neer op € 13 000 schuld, ruim vier keer de langstudeerboete. Daarom spreek ik ook liever van een «asociaal schuldenstelsel».

Het CDA heeft zichzelf met een zware verantwoordelijkheid opgezadeld. Als de boete niet per direct wordt afgeschaft, komt dat neer op goedkope verkiezingsretoriek van de heer Buma.

We willen allemaal een oplossing voor deze gênante vertoning. Laten we de daad bij het woord voegen en de gehate langstudeerboete ongedaan maken. De staatssecretaris wil er niet aan, maar dat is zijn politieke keuze. De Kamer is aan zet. 80% van het parlement wil van de boete af. Het is te zot voor woorden als deze maatregel dan wel wordt uitgevoerd.

De heer Dibi (GroenLinks): Als ik het goed begrijp, steunt de SP het voorstel om voor 2012 de dekking voor die 62 mln. te zoeken in de meevallers in de studiefinanciering.

De heer Jasper van Dijk (SP): Dat is een prima optie, zeker als we daarmee een meerderheid halen en vandaag tegen studenten kunnen zeggen dat die langstudeerboete niet doorgaat, in plaats van hen nog maandenlang in onzekerheid te laten blijven.

Mevrouw Lucas (VVD): Voorzitter. Ik heb het reces gebruikt om terug te kijken naar wat ik het afgelopen jaar heb gedaan en bereikt en me op te laden voor de verkiezingen en het volgende seizoen in de politiek. Waar ik op uitkom, is dat ik het afgelopen jaar heel veel tijd heb besteed aan het uitleggen aan studenten waarom we de langstudeerregeling nodig vinden. Dat is soms best een lastig verhaal, daar zal ik niet omheen draaien. Het is namelijk geen geliefde regeling onder studenten en het was ook niet onze eerste voorkeur. Het is echter wel een manier om studenten bij te laten dragen aan de kosten van hun studie. Hierdoor kunnen we investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Dat is voor de VVD heel belangrijk.

Dat is ook politiek. Soms moet je kunnen uitleggen waarom je de dingen doet die je doet, ook als er geen applaus komt en je daarna niet kunt zeggen: daar is het bier. Van die opmerking kreeg mijn vertrouwen in de politiek een knauw. Dat kan ik wel vertellen.

De wet is al meer dan een jaar in werking. De acceptgiro's zijn verstuurd. Er is een rechtszaak geweest. Studenten hadden zich er eigenlijk net bij neergelegd, ook al waren ze nog steeds niet blij dat dit echt ging gebeuren. Daarom was de VVD ook heel blij met de uitnodiging van de Partij van de Arbeid. Hoewel wij niet direct nodig waren voor een meerderheid, wilden wij namelijk graag meepraten. In ons verkiezingsprogramma staat ook dat wij op termijn af willen van de langstudeerregeling.

Door de politieke situatie die ontstond, was er veel verwarring bij de studenten. Ook wij vonden het dus onze verantwoordelijkheid om om de tafel te gaan zitten en op zoek te gaan naar een oplossing.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben het eens met mevrouw Lucas dat het geen fraaie vertoning was van het CDA. Zij zegt dat haar vertrouwen in de politiek een knauw kreeg. Zeker nu zij zegt dat zij het hele jaar heeft besteed om aan studenten uit te leggen waarom zij die langstudeerdersboete wil, hoor ik graag van haar of haar vertrouwen in de minister-president ook een knauw kreeg toen zij hem hoorde zeggen dat de VVD af wil van de gehate langstudeerdersboete.

Mevrouw Lucas (VVD): Nee, dat kwam voor mij absoluut niet als een verrassing, omdat dit hetzelfde standpunt is dat wij in 2010 ook al in ons verkiezingsprogramma hadden staan en dat ik ook steeds eerlijk heb verteld, ook in alle zaaltjes met studenten. Wij hadden liever een sociaal leenstelsel gezien, maar daarvoor bestond helaas geen draagvlak bij de coalitieonderhandelingen. Wij hebben een compromis gesloten, namelijk de langstudeerdersregeling. Daaronder heb ik mijn handtekening gezet, daar ben ik achter gaan staan en dat heb ik overal uitgelegd. Ik heb er echter nooit een geheim van gemaakt dat wij liever een sociaal leenstelsel hadden gezien. Soms moet je compromissen sluiten in de politiek. Die moet je kunnen uitleggen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Precies, maar daar gaat het natuurlijk mis. Je doet als Kamerlid je best om het compromis uit te leggen. Ineens zegt je politiek leider echter, toevallig in verkiezingstijd, dat je partij af wil van de langstudeerdersboete. Dat betekent dus niet dat de VVD het ooit anders wil inrichten en dit is niet het verdedigen van een compromis, maar het is zieltjes winnen onder de studenten. Ik kan mij niet voorstellen dat je er gelukkig van wordt, als je als Kamerlid zoveel tijd hebt gestoken in het uitleggen van een maatregel, maar er ineens een vage belofte aan studenten wordt gedaan. Die belofte wordt vandaag nog steeds niet waargemaakt. Laten wij dat niet vergeten. Als mevrouw Lucas het CDA wil duiden als een partij die in de verkiezingscampagne niet bepaald het vertrouwen onder burgers en studenten versterkt, moet zij ook de hand in eigen boezem steken ten aanzien van haar eigen partij, de VVD.

Mevrouw Lucas (VVD): Het grote verschil is dat wij steeds het alternatief erbij hebben aangegeven. Dat is ook niet iets waarover studenten onmiddellijk staan te juichen, maar dat is wel het eerlijke verhaal. Wij hebben gezegd dat wij liever een sociaal leenstelsel willen en dat wij de langstudeerdersboete willen afbouwen, als het sociaal leenstelsel er komt. Daarmee krijg je nog steeds geen applaus, maar dat verhaal hebben wij wel steeds verteld. Dat is het verschil waarover wij het nu hebben.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ook ik vind dit niet zo sterk. De VVD probeert zich in dit debat voor te doen als de partij die ook tegen de langstudeerdersboete is maar niet vandaag maar pas over zoveel jaar. Er is onderhandeld en er zijn degelijke dekkingen voorgesteld. Voor het komende halfjaar is een meevaller bij de studiefinanciering, het geld dat niet besteed wordt, een mogelijkheid. Ik raad mevrouw Lucas aan om niet helemaal achter de staatssecretaris te gaan staan. Hij is weliswaar van dezelfde partij, maar hij zit in de regering en mevrouw Lucas is lid van een autonome partij. Zij kan vandaag zeggen dat de VVD er ook aan meewerkt om zwabberbeleid te voorkomen en dat de VVD de boete per direct afschaft.

Mevrouw Lucas (VVD): Ik kom daarop zo in mijn verhaal. De politieke wil was er bij de VVD om om de tafel te gaan zitten en om te bekijken wat wij konden doen, met name omdat er onduidelijkheid was ontstaan. Vanaf het begin van de gesprekken hebben wij steeds gezegd dat het niet tegen elke prijs kan. Er moet dan namelijk echt een financieel degelijke oplossing liggen. Eerst hebben wij een tijd moeten wachten voordat er voorstellen waren. Het CDA zei dat het met serieuze dekkingsvoorstellen zou komen, maar eigenlijk hebben wij geen serieus voorstel gezien. Ook het voorstel waarover de heer Van Dijk het nu heeft, vind ik geen solide oplossing. Daarmee wordt de langstudeerdersregeling nog steeds niet afgeschaft, maar alleen een halfjaartje uitgesteld. Dit wordt incidenteel gedekt met een meevaller. Je weet al dat het niet zal lukken om tijdig met een alternatief te komen. Het is dus een kwestie van vooruitschuiven. De VVD heeft als leus voor de verkiezingen gekozen voor: «niet doorschuiven maar aanpakken». Daaraan voldoet dit voorstel echt niet. Het zou zeer ongeloofwaardig zijn als ik dit voorstel zou verdedigen. Ik wil het ook niet verdedigen. Het andere voorstel waarover mevrouw Jadnanansing het had, komt eigenlijk neer op een generieke korting op de onderwijsinstellingen.

Dat was voor de VVD ook onbespreekbaar, want hiermee wordt de rekening doorgeschoven naar de instellingen. De instellingen hebben we de opdracht gegeven om aan de kwaliteit van het onderwijs te werken. Daar staat de VVD voor. Dat is ontzettend belangrijk, ook voor de studenten. Uiteindelijk gaat het om de waarde van je diploma. Stel dat we de rekening bij de instellingen neerleggen en vragen om het op te lossen, ook al weten we dat daarmee het beleid, de kwaliteitsagenda maar ook de adviezen van de commissie-Veerman en alle adviezen waar wij het allemaal over eens waren onder druk komen te staan. De VVD kan en wil dat niet voor haar rekening nemen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik moet vaststellen dat de VVD kiest voor zwabberbeleid. Als we het aan de VVD overlaten, zegt die partij dus: we gaan de langstudeerboete de komende jaren gewoon doorvoeren, dus één lichting of meer wordt hier slachtoffer van en daarna schaffen we hem af. Dat is zwabberbeleid. Het is precies wat mevrouw Lucas net zei: niet aanpakken, maar doorschuiven. Dat is heel jammer.

Mevrouw Lucas (VVD): Ik denk dat ons verhaal het eerlijke verhaal is. Iedereen die weet hoe een wetstraject verloopt, weet dat we een alternatief op zijn vroegst op 1 september 2014 zouden kunnen invoeren. En dan nog moet er een opbouw zijn. Als je zoals de VVD voor een sociaal leenstelsel kiest, kun je dan pas met de eerste generatie studenten beginnen. Daarom staat in ons verkiezingsprogramma dat wij een sociaal leenstelsel opbouwen, waarna we de langstudeerregeling kunnen afbouwen, maar dat daar nog een aantal jaren overheen gaat. Dat is geen gemakkelijk verhaal, maar wel een eerlijk verhaal. Het is dus niet volgend jaar afgelopen, ook niet in ons verkiezingsprogramma. Als je een en ander nu vooruitschuift tot 1 januari, moet er nog wel iets gebeuren. Je schuift de rekening dus door. Je kunt ervoor kiezen om het dan maar in de formatie op te lossen, maar dat is niet de stijl van de VVD. Daar kiezen wij niet voor. Wij wilden het gezamenlijk goed oplossen. Dat is helaas niet gelukt, omdat wij geen solide voorstellen hebben gehoord van het CDA. Dat is heel erg jammer. Daarom kiezen wij voor een degelijke oplossing zoals die in ons eigen verkiezingsprogramma staat. Ik kan wel uitleggen aan de studenten waarom het nu nog nodig is dat de langstudeerregeling nog een aantal jaren blijft bestaan.

Dit is mijn betoog. Het is geen gemakkelijke boodschap, maar het is een eerlijke boodschap. Ik hoop dat de studenten dat begrijpen. Ik begrijp dat het vertrouwen in de politiek waarschijnlijk ook door dit debat niet enorm is toegenomen. Dat is dood- en doodzonde.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): De vraag komt een beetje laat, maar ik wil toch een klip-en-klaar antwoord. Steunt de VVD het initiatiefwetsvoorstel niet?

Mevrouw Lucas (VVD): Wij steunen het niet, omdat wij de dekking niet solide en degelijk vinden.

De heer Dibi (GroenLinks): Terecht zegt mevrouw Lucas dat er een solide dekking moet zijn, maar door een rechterlijke uitspraak is er al geen solide maatregel meer. Een rechterlijke uitspraak heeft al een gat geslagen in de begroting waar nog geen dekking voor is. Dat argument geldt dus niet. Stel dat een aantal partijen, een meerderheid van de Kamer, kan komen tot een oplossing waarmee wij de 62 mln. op korte termijn dekken met de meevaller van de studiefinanciering. Zou de VVD dat accepteren? Misschien zou zij er niet aan meewerken, maar zou zij het wel gedogen? Of zou de VVD dat vetoën?

Mevrouw Lucas (VVD): De heer Dibi constateert terecht dat er ook nog wat andere problemen zijn. De Kunduzcoalitie heeft nog een generieke taakstelling bij het ministerie neergelegd van 340 mln. Daarnaast moeten we door de uitspraak van de rechter nog een oplossing verzinnen. Wij willen dat gat in ieder geval niet groter maken. Wij vinden dat echt geen degelijk beleid. Dat is doorschuiven en daar kiest de VVD niet voor.

De heer Dibi (GroenLinks): Ik probeer het toch nog een keer. Het klopt dat mevrouw Lucas met verve deze maatregel heeft verdedigd, die heel veel andere mensen niet durfden te verdedigen. Daar verdient zij heel veel respect voor.

De situatie is nu echter eenmaal zoals die vandaag is. Wie daaraan schuld heeft, vind ik minder interessant. Er is een mogelijke kortetermijnoplossing. Die maakt het gat inderdaad iets groter, maar niet heel veel groter. Het gat wordt namelijk 62 mln. groter. GroenLinks heeft zich gecommitteerd aan de afspraken die ook met de VVD zijn gemaakt. Zou de VVD het accepteren als het gat van 62 mln. wordt gedekt met de meevaller bij de studiefinanciering?

Mevrouw Lucas (VVD): De heer Dibi zegt terecht dat het een kortetermijnoplossing is. We hebben bij het Kunduzakkoord afgesproken dat wij niet doen aan kortetermijnoplossingen. Als wij iets willen veranderen, zullen we met een structurele dekking moeten komen. Mijn antwoord op de vraag van de heer Dibi is dan ook dat ik daar niet mee kan leven.

De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Schouten.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Voorzitter. De afgelopen weken heb ik alles met verbazing gadegeslagen. Ik meen dat de ChristenUnie – misschien ook de VVD – een van de weinige partijen is die nog bij hun oorspronkelijke opstelling zijn gebleven en een helder verhaal hebben. Wij vinden een langstudeerboete verdedigbaar als de basisbeurs in stand blijft. Dat is waar we altijd voor gestreden hebben en daar staan we nog steeds voor. De overheid geeft de studenten € 13 000. De andere partijen zeggen heel mooi «wij willen van de langstudeermaatregel af», maar wij willen dan ook graag van die andere partijen horen dat zij weliswaar een cadeautje van € 3 000 geven, maar daar vervolgens wel een lening van € 13 000 tegenover stellen. Ik heb dat eerlijke verhaal tot nu toe bij al die partijen gemist.

De ChristenUnie blijft helder: wij willen graag dat iedere student toegang heeft tot het hoger onderwijs. Die toegankelijkheid heeft voor ons altijd vooropgestaan. Daar mag de overheid in investeren en daar investeert de ChristenUnie ook in, maar vervolgens mogen wij ook van studenten vragen om binnen een redelijke termijn af te studeren. In dit geval mag dat met één jaar uitloop in de bacheloropleiding en met één jaar uitloop in de masteropleiding. Dat verhaal hebben wij al een aantal jaren verteld en dat blijf ik hier herhalen.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Als je alle verkiezingsprogramma's bekijkt, dan weet je dat er na 12 september een meerderheid is voor het afschaffen van de langstudeerboete. Je zadelt studenten dus nu op met een boete die later toch weer wordt afgeschaft. Mevrouw Schouten vertelt een eerlijk verhaal; dat klopt, maar zegt zij dan toch «dat doet voor mij niet terzake, ik sta voor mijn standpunt, ik blijf erbij, we houden de langstudeerboete hoe dan ook in stand tot die 70 000 jongeren op 1 september een acceptgiro krijgen»?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Mevrouw Jadnanasing houdt nu een beetje een omgekeerde redenering. Het is bijna een soort CDA-redenering: we zien dat er een meerderheid is voor een voorstel, dus we wijken maar af van ons eigen standpunt. Zo werken wij bij de ChristenUnie niet. Wij zeggen gewoon waar wij zelf voor staan. Dat kunnen wij tegenover de studenten uitleggen en dat hebben wij de afgelopen jaren ook gedaan. Als mevrouw Jadnanasing het verhaal eerlijk vertelt, namelijk dat zij € 13 000 schuld in het vooruitzicht stelt, moeten de studenten maar zelf bepalen waar zij zo meteen voor kiezen.

Mevrouw Jadnanasing (PvdA): Mevrouw Schouten steunt het initiatiefwetsvoorstel dus niet.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik zal mijn betoog voortzetten. Daarbij zal ik op dit onderwerp terugkomen, maar wat ik nu hoor, is dat er een incidentele dekking is. Wij vinden dat de basisbeurs in stand moet blijven en dat de langstudeerboete daar prima tegenover kan staan. Kennelijk ligt er nu een initiatiefwetsvoorstel op tafel. Als ik daarin meega, weet ik dat de langstudeerboete eraf zal gaan, maar ook dat een sociaal leenstelsel zal worden ingevoerd. Dat is niet de keuze die de ChristenUnie maakt. Ik wil graag dat ook andere partijen eerlijk zeggen dat tegenover dat cadeautje een rekening staat die gepresenteerd zal worden.

De afgelopen dagen heeft een aantal partijen intensief met elkaar overlegd. Bij dat overleg hebben wij niet aan tafel gezeten. Wij zijn niet uitgenodigd voor die bijeenkomst. Dat konden wij ons ook voorstellen, want wij zijn er altijd duidelijk over geweest dat het niet ons idee was om van de langstudeerboete af te komen. Andere partijen hebben overleg gevoerd. Zoals ik al eerder heb gezegd, vind ik de manier waarop het nu is gegaan tamelijk gênant. Er zijn studenten die vooral door uitspraken van het CDA valse hoop hebben gekregen. Er zijn allerlei discussies geweest.

Ook gisteravond werd nog gesuggereerd dat er een oplossing was, maar vanochtend moet iedereen constateren dat het niet is gelukt. Ik reken het de partijen toch aan dat zij er medeverantwoordelijk voor zijn dat een deel van het geloof in de politiek op deze manier afbrokkelt.

De heer Dibi (GroenLinks): Het is inderdaad een gênante vertoning. Ik gun mevrouw Schouten volop de ruimte om iedereen daarop aan te spreken, maar het kan nog wel lukken, als drie van de Kunduz-partijen zeggen dat zij met een incidentele dekking tijd willen kopen voor een structurele oplossing. De VVD heeft er net heel duidelijk antwoord op gegeven. Zou de ChristenUnie er misschien niet aan meewerken, maar wel accepteren dat de Kamer dit doet, voor de duidelijkheid richting studenten? Of zegt mevrouw Schouten dat wij met z'n allen een handtekening onder het akkoord hebben gezet en dat zij hier ook niet mee kan leven?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ik heb net al antwoord gegeven. Ik weet dat wanneer dat voorstel er ligt, er vervolgens een sociaal leenstelsel ingevoerd zal worden. Dat is niet de keuze van de ChristenUnie.

De voorzitter: Dat had u al gezegd en dat is duidelijk.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Het was een herhaling van de vraag.

De voorzitter: Het heeft geen zin om steeds hetzelfde te herhalen.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Heel kort, voorzitter. Mevrouw Schouten zegt dat zij niet was uitgenodigd, maar zij kent mij als een warm mens die iedereen altijd overal voor wil uitnodigen. Door een omissie is dat fout gegaan, maar zij is in tweede instantie uitgenodigd door de heer De Rouwe, maar toen heeft zij laten weten dat zij er niet bij wilde zijn.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Ja, dat klopt. U hebt inderdaad eerst een dag met elkaar zitten overleggen en toen mochten wij aanschuiven. Dat is niet de volgorde voor ons. Als u ons erbij had willen hebben, had u ons kunnen uitnodigen. U weet mijn e-mailadres en u kunt mij ook bellen, want u hebt mijn telefoonnummer. Dat is niet gebeurd. Wij mochten de volgende dag aanschuiven, omdat wij misschien nodig waren, maar zo werken wij niet.

De heer Dibi (GroenLinks): Ik snap dat mevrouw Schouten de discussie over het sociaal leenstelsel erbij betrekt, maar deze staat er los van. Er is sowieso een meerderheid voor dat stelsel. De vraag is nu of de ChristenUnie deze kortetermijnoplossing zou blokkeren, los van de discussie over het sociaal leenstelsel.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Nogmaals, ik weet dat het sociaal leenstelsel er tegenover komt te staan, als dat gebeurt, dus wij zullen niet meegaan met dit voorstel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik denk het wel vaker, maar vandaag zeg ik het maar eens hardop: schaamte is een ondergewaardeerde emotie in de politiek. Schaamte weerhoudt je van gedrag dat echt niet door de beugel kan. Ik kan iedereen aanraden om daar wat meer aandacht aan te besteden.

De pijlen zijn gericht op het CDA, en dat snap ik wel, want zij waren de bedenkers van deze maatregel. Om op de valreep, in een verkiezingsdebat met studenten te zeggen dat zij ervan af willen, zonder een oplossing te hebben waardoor zij deze woorden waar kunnen maken, dat verdient op geen enkele manier de schoonheidsprijs, maar de VVD gaat ook niet vrijuit. Voor zover ons bekend vindt de minister-president dat het nog geen campagnetijd voor hem is, en dat respecteren wij allemaal ten zeerste. Als hij, niet als lijsttrekker of als iemand in campagnetijd, zegt dat hij van die gehate langstudeerdersboete af wil, dan doet hij dat gewoon als minister-president. Als hij daarvoor geen oplossing op zak heeft, lijkt mij dat ook gedrag waarover andere mensen misschien zouden zeggen dat je je daar een beetje voor kunt schamen.

Mevrouw Lucas (VVD): Toen mevrouw Ouwehand mij interrumpeerde, deed zij het nog wel goed. Toen zei zij eerlijk dat de heer Rutte daar stond bij de presentatie van het verkiezingsprogramma, dus als lijsttrekker van de VVD. Nu is hij in haar ogen toch weer premier. Hij stond daar echt als lijsttrekker en hij heeft gezegd wat de VVD al jaren zegt: wij hebben liever een sociaal leenstelsel en dan kunnen wij inderdaad af van die langstudeerdersboete.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nu ben ik helemaal in de war. Wil de minister-president nu wel of niet voor zaterdag campagne voeren en uitspraken doen als lijsttrekker? Ik geloof dat hij heel graag wil dat wij hem zien als minister-president. Hij heeft natuurlijk belangrijke zaken te doen en dat respecteren wij allemaal ten volle. Als je zo'n stevige uitspraak doet over een omstreden maatregel, waarvan je weet dat de acceptgiro's straks op de matten vallen, dan mag je toch op z'n minst het begin van een oplossing paraat hebben?

Als ik het debat van vandaag zo beluister, dan is dat er helemaal niet. Dan had je je als minister-president die daar zijn verkiezingsprogramma presenteert, wel wat bescheidener kunnen opstellen. Dat vind ik wel.

De voorzitter: Ik wil feitelijk even vaststellen dat wij vandaag het kabinet nog niet gehoord hebben. Dat komt straks.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb wel een brief gelezen.

Mevrouw Lucas (VVD): Ik denk dat het heel duidelijk was. Hij stond daar het verkiezingsprogramma van de VVD te presenteren. Hij heeft diezelfde middag een andere persconferentie gegeven waarin hem dezelfde vraag werd gesteld. Hij is dus ook een beetje oud nieuws van mevrouw Ouwehand. Toen heeft hij gewoon gezegd: het kabinet voert het beleid uit dat er ligt. Volgens mij bestaat daar helemaal geen onduidelijkheid over. Ik weet eigenlijk ook niet of dit soort vragen nu, in dit debat, heel erg helpen voor het aanzien van de politiek. Het is echter aan mevrouw Ouwehand om die vraag te beantwoorden.

De voorzitter: Ik stel voor dat mevrouw Ouwehand nog even kort antwoord geeft en daarna haar betoog vervolgt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben bang dat het vandaag niet meer goed gaat komen met het aanzien van de politiek. Maar goed, dat hoop ik natuurlijk wel. Wij hopen dat de partijen die een hekel hebben aan de langstudeerboete maar daar bij de opstelling van het regeer – en gedoogakkoord of bij de onderhandelingen van de Kunduz-coalitie van hebben gezegd «we verzinnen hem» of «we laten hem maar doorgaan», toch vandaag duidelijkheid geven. Een grote meerderheid in het parlement zegt dat de langstudeerboete een wangedrocht is. Ik hoef de argumenten niet meer te noemen. Iedereen kent ze en ongeveer iedereen is ertegen. Hartstikke mooi! De Partij voor de Dieren is ook tegen.

We kunnen het toch niet maken om studenten vanmiddag in onzekerheid te laten. Ik ben niet zo vaak bij onderwijsdebatten. Ik heb landbouw in mijn portefeuille. Maar ik vind het extra zuur om te constateren dat het bestaan van zulke grote onzekerheden voor andere groepen in de samenleving niet zou worden geaccepteerd. En dan kom je er in het debat nota bene ook nog niet uit! Dan wordt gezegd: we doen een overgangstermijn van tien jaar. Of er wordt gezegd: de staatssecretaris gaat het gewoon nú regelen. Maar je zorgt ervoor dat je eruit komt.

Ik heb na het beluisteren van de eerste termijn weinig hoop gekregen. Maar, wie weet! Wie weet, helpt de staatssecretaris de Kamer uit de brand. Dat zou nog wel de grootste grap zijn. En anders gaan we het in tweede termijn nog een keer proberen.

De voorzitter: Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Mij is gebleken dat de staatssecretaris meteen kan antwoorden. Ik stel echter toch voor om heel kort te schorsen, en wel precies vijf minuten.

De vergadering wordt van 12.45 uur tot 12.50 uur geschorst.

Staatssecretaris Zijlstra: Voorzitter. Ik dank de Kamerleden voor hun bijdragen, in het bijzonder de heer Beertema. Hij heeft in dit debat namelijk als enige een vraag, welgeteld één, aan de staatssecretaris gesteld. Ik zou dus heel snel klaar kunnen zijn, maar ik ga toch ook nog even iets breder in op de context.

Toch begin ik met de vraag van de heer Beertema, want die vraag raakt de relevantie van dit debat: is de langstudeermaatregel bedoeld om studenten ertoe te bewegen om sneller af te studeren of om studenten meer te laten bijdragen en hoe zit het met het sociaal leenstelsel als eventueel alternatief? Het kabinet en de partijen die het kabinet ondersteunen – daarin hebben in de loop van de tijd wisselingen plaatsgevonden – gaan uit van het principe dat in economisch moeilijke tijden twee dingen van studenten worden verwacht. Er wordt van hen verwacht dat zij wat snelheid maken met de studie, want de belastingbetaler betaalt elk jaar een aanzienlijk deel mee aan de kosten van die studie. Daarnaast wordt van studenten een hogere eigen bijdrage verwacht. Als je in economisch moeilijke tijden wilt investeren in het onderwijs, moet dat immers ook van de gebruiker komen. Dat kun je op verschillende manieren doen. Je kunt daar een sociaal leenstelsel voor gebruiken, zoals enkele partijen in hun programma hebben aangegeven. Je kunt er ook een langstudeermaatregel voor gebruiken. Wie weet verzint iemand in een creatieve bui nog iets anders, maar dit zijn wel zo'n beetje de twee smaken die voorliggen en die allebei uitgaan van hetzelfde principe.

Ik ga niet al te veel in op de geschiedenis en ik zal niet met allerlei gezellige verwijten komen, want dat zou niet erg bijdragen aan het debat. De positie van het kabinet is terughoudend. Het kabinet is gevallen en is daarmee demissionair geworden. Vijf partijen hebben in de Kamer een begrotingsakkoord, het Lenteakkoord, gesloten om ervoor te zorgen dat in ieder geval de begroting van 2013 zodanig in elkaar zit dat de staatsschuld niet onverantwoord oploopt. Het kabinet geeft uitvoering aan dat akkoord. In dat akkoord staat de langstudeermaatregel.

Eerlijk gezegd snap ik niets van de verwijten aan partijen dat zij een verkiezingsprogramma hebben. Als men iets anders vindt dan het vigerende beleid, is dat kennelijk een schande. Ik vind dat dit geen enkele partij te verwijten is, want als dat de situatie zou zijn, zouden we met z'n allen kunnen fuseren en zouden we gewoon klaar zijn. We moeten constateren dat elke partij eigen denkbeelden heeft die zij na de verkiezingen via een verkiezingsprogramma graag gerealiseerd wil krijgen, of dat nou gaat om het onderwijs, de zorg of wat dan ook. We hebben moeten constateren dat enkele partijen, ook op het gebied van het onderwijs, hebben aangegeven dat zij van de langstudeermaatregel af willen. Dat is het goede recht van elke partij. Ik zit hier met de pet van de staatssecretaris op, maar ik zou hier ook een fantastische spagaat kunnen maken. Dit staat natuurlijk elke partij vrij. Ik snap dus niets van de verwijten die worden geuit als lijsttrekkers een bepaalde boodschap geven, ook al hebben zij dan een andere pet op.

Het debat van vandaag gaat over iets anders. Het gaat niet over het feit dat partijen zeggen: als wij na de verkiezingen plaatsnemen in het kabinet, willen wij ervoor zorgen dat de langstudeermaatregel wordt vervangen, bijvoorbeeld door een sociaal leenstelsel of door iets anders.

Nee, dit debat is ontstaan doordat partijen hebben gezegd dat zij de langstudeermaatregel nú willen afschaffen. En dat is de complicerende factor. We kunnen hier heel wat over soebatten, wat ik graag aan de Kamer overlaat. Waar het uiteindelijk om gaat, is of je er uitkomt of niet.

Ik ben het met alle sprekers eens die hebben gezegd dat de studenten duidelijkheid verdienen. Los van verwijten aan politieke partijen, de situatie is nu immers dat studenten en instellingen niet weten waar zij aan toe zijn. Ik denk dat het belangrijk is dat die onduidelijkheid in ieder geval zo snel mogelijk verdwijnt. Ik heb de Kamer vorige week vrijdag een brief gestuurd, waarin ik heb benadrukt dat wij in verband met het Lenteakkoord nog een onderwijsbrede taakstelling hebben, die vanwege de korte termijn niet volledig kan worden ingevuld. Daar hebben we dus al een vuiltje, maar dat wist iedereen. In dat licht zie ik geen mogelijkheden om de langstudeermaatregel af te schaffen, want dat kost heel veel geld. Ik snap alle gevoelens. Ik snap alle mensen die zeggen: als er een politieke meerderheid lijkt te zijn om die langstudeermaatregel in het volgende kabinet af te schaffen, geldt hij maar voor even. De heer Van Dijk zei bijvoorbeeld, letterlijk, dat één lichting studenten hiermee te maken krijgt. Ik wil dat beeld even toelichten, want de zaak ligt iets genuanceerder. Ik zal dat doen aan de hand van een voorbeeld, met een blik op wat er in de verkiezingsprogramma's staat. Men zou kunnen concluderen dat in de volgende periode een sociaal leenstelsel kan worden ingevoerd; dat hangt af van de formatiebesprekingen. Twee jaar geleden kon je op basis van de stapel verkiezingsprogramma's concluderen dat er een meerderheid was voor het sociaal leenstelsel. De eerlijkheid gebiedt dus dat het feit dat er vóór de verkiezingen een meerderheid is voor een bepaalde maatregel of het afschaffen van een maatregel, niet inhoudt dat die maatregel vervolgens wordt ingevoerd of afgeschaft. Je hebt daar echt een uitwisseling van standpunten voor nodig, en onderhandelingen. Partijen hebben geprobeerd, op basis van de ontstane situatie en los van de vraag hoe die is veroorzaakt, om een invulling te geven aan de afschaffing van die maatregel. Ik heb daar alle waardering voor en terecht heeft het kabinet daaraan technische bijstand verleend. Maar als je daar niet uitkomt, geeft dat precies weer hoe het in het politieke proces gaat. Je kunt het met zijn allen namelijk wel eens zijn over een bepaalde maatregel of het afschaffen daarvan, maar je moet het ook nog eens worden over de wijze waarop dat wordt betaald. Ik heb moeten constateren dat er tot op heden geen voorstel ligt met een dekking waarvoor in de Kamer een meerderheid bestaat. Ik kom zo te spreken over het voorstel van die 62 mln. van de heer Dibi.

De langstudeermaatregel is al ingegaan, namelijk op 1 september vorig jaar. Ik ga ervan uit dat het verhoogde collegegeld zal worden geheven, want de wet is gewoon de wet. Ook al had men een dekking gevonden, dan nog zou de wet gewijzigd moeten worden, wat ik heb geschetst in de brief. Het zou voorts met terugwerkende kracht moeten gebeuren, waarbij de complicerende factor geldt dat een wetsvoorstel met terugwerkende kracht alleen mag begunstigen. Je moet er dus ook voor oppassen dat mensen er niet door worden benadeeld, want anders hebben dezen weer een rechtsgrond voor protest. Stel je voor dat je in 2014, het vroegst mogelijke jaar, een sociaal leenstelsel invoert. In dat geval kun je zeggen dat studenten hier maar twee jaar mee te maken hebben, maar dat is niet het geval. Ik zal het voorbeeld geven waarin een nieuwe coalitie het sociaal leenstelsel op 1 september 2014 invoert. Zoiets genereert slechts heel langzaam opbrengsten voor de rijksbegroting, of beter voor de onderwijsbegroting. Het voorbeeld: een student geneeskunde die op 1 september 2013 aan zijn studie begint, met een bachelor van drie jaar en een master van drie jaar. Stel dat hij over beide een jaartje langer doet. Dan heeft deze student acht jaar gestudeerd, maar is hij nog niet in aanmerking gekomen voor de langstudeermaatregel. Hij valt echter wel onder het regime van de langstudeermaatregel. Dus als deze student in 2022 aan zijn negende collegejaar begint, komt hij in aanmerking voor de langstudeermaatregel en geldt deze ook nog gewoon. De opbrengsten houden namelijk niet op als je met een alternatieve dekking komt op 1 september 2014 of, als dat zou lukken, op een eerder moment. Die opbrengsten lopen langjarig door, tot in de jaren twintig.

Het beeld dat hiermee maar een klein groepje studenten te maken krijgt, is dus niet juist.

De heer Dibi heeft een voorstel gedaan in deze vergadering. Kun je het tekort op de begroting van 2012 van 62 mln., een gat dat ontstaat door het afschaffen van de langstudeerboete, dekken? Hij gaf aan te denken aan de meevaller bij de studiefinanciering. Het zou zo kunnen zijn dat er een meevaller is. Het nadeel van de huidige situatie is dat je soms dingen ziet aankomen, maar dat er ook nog wel eens tegenvallers tevoorschijn komen. Het is gebruikelijk dat je mee- en tegenvallers op een rijtje zet om vervolgens aan het einde van het jaar te kijken wat er onder de streep staat.

Ik ben echter bereid om uit te gaan van de premisse dat het te dekken is uit een meevaller. Wij hebben te maken met een collegejaar en een collegejaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus van het jaar daarop. Je kunt niet gedurende het collegejaar het wettelijke regime veranderen. Je kunt niet zeggen: we dekken een stukje en laten de langstudeerboete op 1 januari ingaan. En je kunt al helemaal niet zeggen: op 1 januari zien wij dan wel wat er gebeurt. Als je dat doet, leg je namelijk een enorme hypotheek bij de onderwijsinstellingen. De systematiek van de langstudeermaatregel houdt namelijk in dat de volledige opbrengst van zo'n 370 mln. per jaar op de instellingen wordt gekort. De instellingen krijgen het studentendeel via het verhoogde collegegeld terug. Als de heer Dibi het verhoogde collegegeld zou afschaffen, dan zijn de instellingen vanaf januari zo'n dikke 7% van hun budget kwijt. En dat raakt natuurlijk onmiddellijk aan de kwaliteit van het hoger onderwijs. Het is in mijn ogen dan ook geen verstandige route.

De heer Dibi (GroenLinks): Voor alle duidelijkheid: er is geen ideale oplossing. Dat het ergens pijn doet, snap ik.

Laten wij van het hypothetische geval uitgaan dat wij het hele studiejaar moeten dekken. Dat zou ons 119 mln. kosten en 178 mln. voor 2013.

Staatssecretaris Zijlstra: Het gaat om 119 mln. voor de periode tot september 2013. Als je het eerste collegejaar wilt dekken, dan kom je hoger uit, want het eerste collegejaar komt uit op 181 mln.

De heer Dibi (GroenLinks): Je zou daarvoor de meevaller bij de studiefinanciering kunnen gebruiken. Laten wij zeggen dat die ongeveer 75 mln. bedraagt. Verder zou je daar het voorstel van mevrouw Jadnanansing voor minder studies aan kunnen toevoegen. Dat levert nog eens 50 mln. op. Als je dan ook nog iets doet met de prijsbijstelling voor het hoger onderwijs die nog niet is uitgekeerd, dan heb je het benodigde bedrag al bij elkaar. Het kabinet hoeft dit voorstel niet te omarmen, maar zou het kabinet dit voorstel willen uitvoeren? Is het een voor het kabinet acceptabel voorstel?

Staatssecretaris Zijlstra: Mijnheer Dibi gaat nu echt drie haltes te ver!

Ik heb nadrukkelijk aangegeven dat het kabinet het Lenteakkoord uitvoert, een akkoord waaronder de handtekeningen van vijf partijen staan. Als deze partijen tot nadere inzichten komen en dat fatsoenlijk dekken, dan moet een kabinet zich bescheiden opstellen. Dat wil zeggen dat de dekking geen gaten achterlaat in de begroting van 2013 en de begrotingen – ik sprak er zojuist over – van de jaren daarna.

Het kabinet is demissionair en moet zich daarom terughoudend opstellen, ook tegenover een eventueel voorstel van de lentecoalitie. Wij zullen dat voorstel dan zeker wegen. Het kabinet moet zich ook terughoudend opstellen tegenover oplossingen die een gat schieten in de begroting van onze opvolgers. Het past een demissionair kabinet niet om zomaar een gat achter te laten.

De heer Dibi (GroenLinks): Dat snap ik. Maar klopt het dat er al een gat zit in de dekking van de langstudeerboete als gevolg van een rechterlijke uitspraak? Zo ja, dan moet het kabinet al geld gaan zoeken dat er niet is. Laten wij met z'n allen in ieder geval vaststellen dat er sowieso geen solide dekking is voor de langstudeerboete. Laten wij daaraan toevoegen dat een meerderheid van de Kamer publiekelijk heeft gezegd dat er een einde zal komen aan de langstudeerboete. Dat staat ook in de verschillende verkiezingsprogramma's. Die programma's worden op dit moment doorgerekend en ik ga er dan ook van uit dat het structureel wordt gedekt. Zou het kabinet het technisch, juridisch en financieel acceptabel vinden om in ieder geval tot januari 2013 met deze oplossing te gaan werken?

Staatssecretaris Zijlstra: Dat voorstel voldoet gewoon niet aan de degelijkheidseisen die wij stellen aan de rijksbegroting. Als staatssecretaris van OCW lijkt het mij buitengewoon onverstandig om deze maatregel op deze manier af te schaffen of uit te stellen. Ik heb nog niet helemaal helder hoe de heer Dibi het precies wil hebben, maar duidelijk is wel dat de langjarige dekking door hem niet wordt geregeld.

In het lopende collegejaar is er dan al een tekort bij de instellingen en dat raakt onmiddellijk aan de kwaliteit van het geboden onderwijs. Er zijn afspraken gemaakt met het hoger onderwijs over het zetten van stappen op het gebied van kwaliteit. Daarbij hoort ook dat de instellingen in het hoger onderwijs kunnen rekenen op de toegezegde financiële middelen. Ik snap alle ongemakkelijkheid. Ik word ook niet blij van deze discussie, niet vanwege de maatregel zelf maar vanwege de wijze waarop deze discussie wordt gevoerd. Natuurlijk kijk je dan of er een oplossing is. Ik constateer dat de Kamer er niet in is geslaagd om een dekkingsvoorstel te genereren dat aan de eisen van de financiële deugdelijkheid voldoet. Dan rest het kabinet niets anders dan het uitvoeren van het bestaande beleid. Wij kunnen daarover de hele middag discussiëren, maar ik vind het vooral belangrijk dat de suggestie van een aantal partijen dat er misschien binnenkort nog een oplossing komt, wordt weggenomen. Het is de afgelopen drie dagen niet gelukt. Ik zou het daarom zeer waarderen – niet voor mezelf want ik voer gewoon de wet uit totdat er iets anders ligt, wat waarschijnlijk pas gebeurt na de formatie van een nieuw kabinet – als richting de studenten en de instellingen de verantwoordelijkheid zou worden genomen om te zeggen: ja, het verhoogde collegegeld moet betaald worden omdat er geen alternatieve dekking is gevonden.

Ik ben heel nieuwsgierig naar alle CPB-doorrekeningen die komende maandag openbaar worden. Kennelijk zijn individuele partijen erin geslaagd om per onmiddellijk de langstudeermaatregel af te schaffen. Er zijn partijen die het in de toekomst willen doen, niet onmiddellijk. Dat is prima. Deze discussie is voortgekomen uit de wens om het nu te doen. Ik zal met enige nieuwsgierigheid de doorrekeningen bekijken. Dat heeft er niet toe geleid dat er een voorstel met meerderheid in deze Kamer ligt, ondersteund door de Kunduzpartijen, als alternatief voor de langstudeermaatregel. Als demissionair staatssecretaris kan ik dan ook niet anders doen dan gewoon het vigerend beleid voortzetten.

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. In reactie daarop zeg ik tegen de Kamer dat het inderdaad aan haar is om met een alternatief te komen. De staatssecretaris wil het niet; dat heeft hij eigenlijk vorige week ook al gezegd en hij zegt het nu weer. Dat is heel jammer, maar ik zie dan een bijzondere verantwoordelijkheid voor het CDA dat de belofte heeft gedaan dat er geen boete wordt uitgekeerd. Die partij heeft veel medestanders, al lange tijd.

Ik kom graag terug op de vergelijking die de staatssecretaris maakt tussen de langstudeerboete en dat zogenaamde «sociale leenstelsel». Die vergelijking is een beetje vals. Ten eerste is de steun voor dat leenstelsel veel kleiner. Ik heb even geteld: 81 zetels zijn daarvoor. Het afschaffen van die langstudeerboete wordt gesteund door ongeveer 120 zetels, afhankelijk van het zetelaantal van de PVV-fractie; dat is een beetje onduidelijk. Er is in elk geval een ruime meerderheid tegen. Er is inderdaad sprake van een bijzondere situatie omdat er gezegd is: wij willen die boete nu afschaffen. Dat is volgens mij prima mogelijk. De staatssecretaris zegt ook geen nee op de vraag van de heer Dibi of het kan. Het is gewoon aan ons om dat bij het ministerie neer te leggen en het te regelen.

Staatssecretaris Zijlstra: Er kan heel veel, maar het kan niet dat studenten niet betalen. Als de Kamer erin slaagt om het Lenteakkoord aan te passen inclusief langjarige dekking zonder dat er gaten vallen in de Onderwijsbegroting of de kwaliteit van het onderwijs terugloopt, dan kan de langstudeermaatregel worden afgeschaft. Er zullen dus alternatieven moeten komen. Ook dan zal in alle gevallen de wet moeten worden gewijzigd. Ik heb in de brief aangegeven dat vanwege het nultarief in het eerste jaar, het tarief voor het tweede jaar in de wet moest worden vastgelegd. Dat staat niet in een AMvB. Bij alternatieven zal dus de wet moeten worden aangepast met terugwerkende kracht. Dat is al niet zo fraai, maar dat gebeurt wel eens; dat kan. De wet moet dan wel begunstigend worden. Het mag namelijk alleen maar als dat positief uitwerkt op de partijen die met de wet te maken hebben. Het wordt nog een hele uitdaging om dat voor elkaar te krijgen.

Ik blijf maar constateren, want daar gaat het uiteindelijk om, dat wij vigerend beleid hebben. Studenten zullen het verhoogde collegegeld moeten betalen. Sommigen hebben dat ook al gedaan. Studenten hebben de brieven al in de brievenbus gekregen. We kunnen in deze situatie toch ook niet aan instellingen vragen om het nu maar even niet te innen omdat we misschien nog met een oplossing komen? Dat leidt namelijk onmiddellijk tot een enorm gat op de begroting van de instellingen. Je moet dan gewoon constateren dat partijen, los van de vraag of ze wel of niet schuldig zijn aan de ontstane situatie, oprecht hebben geprobeerd om eruit te komen maar dat daarvoor geen dekking is gekomen. Het lijkt me dan verstandig dat we helderheid scheppen voor de studenten. Het is dan aan de partijen die in de formatie aan tafel zitten om te bekijken wat ze in de toekomst doen. Het past een demissionair kabinet niet om daarin te treden.

De voorzitter: Dit was uw reactie op de vraag van de heer Jasper van Dijk, maar het was vermoedelijk ook het einde van uw betoog.

Staatssecretaris Zijlstra: Ik kan er nog heel veel woorden aan vuil maken, voorzitter, maar dit is de kern van de situatie.

De voorzitter: Dan gaat u dat zeker niet doen. Mij is gebleken dat er behoefte bestaat aan een tweede termijn. De spreektijden bedragen twee minuten per fractie.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Voorzitter. Er zijn door ons allen heel veel mooie woorden gesproken in eerste termijn. Partijen hebben hun eigen positie daarin ingenomen. De positie van de student dreigt daarbij onder te sneeuwen. Ik zal het heel simpel stellen. Er is een heel ruime meerderheid tegen de langstudeerboete. Ik wil dus echt een initiatiefwetsvoorstel indienen om de invoering te stoppen op 1 januari. In de formatie kan er dan een definitieve oplossing komen. Ik denk dat dit nu mogelijk is omdat wij een meevaller hebben in de studiefinanciering. Ik vraag elke fractie om hier glashelder te zeggen of zij het voorstel steunt.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik sta zeer welwillend tegenover een wetsvoorstel dat de langstudeerboete ongedaan maakt; graag! Voordat mijn naam eronder komt, krijg ik graag een helder antwoord van mevrouw Jadnanansing op de volgende vraag. Zij zei net dat zij de langstudeerboete per 1 januari ongedaan wilde maken …

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Nee, wij schorten de boete op. Wij stoppen de invoering tot 1 januari. Er is nu een ruime meerderheid die de boete niet wil. Het is dan echt heel akelig om nu tegen de studenten te zeggen dat ze de boete toch maar moeten betalen, terwijl je weet dat deze maatregel na 13 september, wanneer de formatie begint, zal sneuvelen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik doe nu het verzoek aan mevrouw Jadnanansing om mijn naam eronder te zetten.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Dank u wel, mijnheer Van Dijk.

De heer Beertema (PVV): Voorzitter. Ik begin met een citaat uit de NRC van vorig jaar. «Sinds de professionalisering van het bestuur der universiteiten is steeds meer aan het licht gekomen dat Nederlandse studenten behoren tot de traagste op aarde, dat de studie-uitval in Nederland het hoogst is van de beschaafde wereld, dat de studiebelasting het minste is van alle ons omringende landen, terwijl het studierendement het laagste is van alle OESO-landen (slechts 47 procent van de studenten haalt in vier jaar het bachelorprogramma; het streefcijfer is 70 procent). In 2005 diagnosticeerde voormalig staatssecretaris Rick van der Ploeg» – een partijgenoot van mevrouw Jadnanansing – «onomwonden dat «het erbarmelijke academisch klimaat in Nederland» het gevolg was van «een heilige coalitie van pretstudenten, middelmatige professoren en megalomane bestuurders».» Aldus Rick van der Ploeg van de Partij van de Arbeid.

Wij herkennen veel in dat beeld. De langstudeerboete is wat ons betreft nog steeds een regeling die in ieder geval het rendement kan en zal verhogen. Maar nogmaals, de PVV stelt zich open voor een alternatief voor deze lelijke regeling dat minder schuurt. Dan zijn wij daar graag bij en dan zullen wij het op zijn merites beschouwen. Er moet in ieder geval wel een prikkel in zitten om serieuzer te gaan studeren.

Vandaag is er helemaal geen uitzicht gekomen op zo'n alternatief. Ik sluit me aan bij mevrouw Schouten dat het een enigszins beschamende vertoning was. Er is wat mij betreft meer mist gecreëerd en dat is ronduit schadelijk voor het vertrouwen in de politiek, zeker in de verkiezingstijd die zich nu afspeelt. Ik stel voor om dit debat maar zo snel mogelijk af te ronden.

De heer Jasper van Dijk (SP): Ik heb een verhelderende vraag. De heer Beertema zegt steeds dat hij een mooi alternatief wel wil steunen. Begrijp ik dus goed dat de PVV helemaal geen hartstochtelijk voorstander is van de langstudeerboete, die de uitval zo goed zou bestrijden? Als er iets moois ligt, trekt dan zelfs de PVV haar steun in, zodat alleen de ChristenUnie nog overblijft als voorstander?

De heer Beertema (PVV): Ik heb daar heel nadrukkelijk aan verbonden dat het dezelfde opbrengst moet hebben en dus gedekt moet zijn en dat die prikkel erin moet zitten – daar hoor ik niemand over – om sneller en serieuzer te studeren. Ik citeerde uit een opiniestuk uit NRC Handelsblad, maar de heer De Rouwe herkent dat natuurlijk net zo goed als ik en de heer Dibi waarschijnlijk ook. Die cijfers zijn er gewoon. Voor een beschaafd land als het onze, waar kennis heel belangrijk is, zijn cijfers zoals deze een beschamende vertoning. Er moet veel efficiënter gestudeerd worden. Studeren is hartstikke duur en de belastingbetaler draagt daar heel veel aan bij. Dat moet gewoon serieuzer gebeuren. Ik herhaal dat ik de langstudeerregeling een lelijke regeling vind. Natuurlijk is het niet leuk. Het is een ordinaire financiële prikkel voor studenten om sneller af te studeren, maar hij werkt! Hij werkt heel goed en dat is waar het ons om gaat. De vervangende regeling zou inderdaad die prikkel in zich moeten hebben. Bij een sociaal leenstelsel vraag ik mij dat zeer af, maar nogmaals, ik sta open voor alternatieven, zolang die prikkel er maar in zit.

De heer De Rouwe (CDA): Voorzitter. Het hele debat over de langstudeerregeling heeft twee belangrijke kenmerken. Een is de oplossing voor de korte termijn, waarvan veel partijen zeggen dat die er moet komen. En de tweede is de structurele oplossing. De afgelopen dagen hebben wij met meerdere partijen gesproken en geconcludeerd dat er geen kortetermijnplannen liggen voor 2012 en 2013 die dekkend en deugdelijk zijn. Het CDA stelt voor de lange termijn precies dezelfde eisen in haar verkiezingsprogramma. Het moet dekkend en deugdelijk zijn. Voor elk plan, van wie het ook moge zijn, moet er een meerderheid zijn. Er moet ook draagvlak voor zijn binnen de Kunduzcoalitie. Wij moeten echter vaststellen dat dat draagvlak er niet is. Dat is jammer. Het is betreurenswaardig.

Alle partijen zullen in de komende verkiezingsstrijd moeten aangeven wat ze voor plannen hebben met de langstudeerboete, hoe ze de kwaliteit van het onderwijs willen borgen en hoe ze het onderwijs toegankelijk willen houden, zonder schulden neer te leggen bij volgende generaties. Dat zullen wij ook doen. Wij vinden het dan ook goed dat er nu snel verkiezingen zullen plaatsvinden. De plannen hebben er gelegen, maar er is nog geen meerderheid voor. Dat is erg jammer. Laat het maar 12 september worden.

Mevrouw Lucas (VVD): Ik zou graag van de heer De Rouwe horen wat hij verstaat onder «dekkend en deugdelijk». Hanteert hij dezelfde definitie als de minister van Financiën heeft gegeven in Knevel & Van den Brink, namelijk dat een oplossing structureel moet zijn en langjarig? Is dat wat de heer De Rouwe verstaat onder dekkend en deugdelijk?

De heer De Rouwe (CDA): Dat is precies wat ik net zei in mijn betoog. Het CDA wil op de korte termijn focussen, want de staatssecretaris zegt terecht dat daar de spanning op zit. We willen het op korte termijn oplossen, omdat we het niet eerlijk vinden dat een deel van de studenten die boete wel moet betalen, terwijl de situatie er later weer heel anders uit kan zien, nu een meerderheid, waaronder ook VVD en CDA, heeft aangegeven dat die boete eruit gaat. Wij onderschrijven wat de heer Beertema zei over de prikkel om door te studeren. Dat heb ik in mijn eerste termijn gedaan en dat blijf ik doen, omdat ik het de keerzijde vind van de basisbeurs. Om het op te lossen voor 2012 en 2013 – een grote opgave – heeft het CDA de afgelopen dagen voorstellen gedaan waar meerdere partijen voor voelden. In ons verkiezingsprogramma staan voorstellen om dat ook op lange termijn te doen. We hebben voorstellen gedaan, maar moeten constateren dat daar geen draagvlak voor is. Dat vinden wij ontzettend jammer.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Ik heb begrepen dat de SP het voorstel steunt en GroenLinks ook. Steunt het CDA het voorstel ook?

De heer De Rouwe (CDA): Het regent op dit moment voorstellen die niet onderbouwd zijn en waar geen dekking of geen oplossing in staat. De heer Dibi heeft ook een voorstel gedaan. Terecht zegt hij als deelnemer aan de Kunduzvariant, waar het CDA geen deelnemer aan is, dat het financieel deugdelijk en dekkend moet zijn en dat er steun voor moet zijn onder de Kunduzpartijen. De afgelopen dagen – mevrouw Jadnanansing was daarbij – zijn wij daar niet uitgekomen. Anders hadden wij hier wel een oplossing gehad. Dat maakt het zo jammer. Ik heb nog niet in de plannen van anderen gehoord dat die oplossing er wel is. Dan moeten wij vaststellen dat die er niet is. Dat vind ik ontzettend jammer. Maar net werd ook de vraag gesteld: lagen er al plannen? Ja, er lagen wel degelijk plannen om het financieel dekkend en deugdelijk te krijgen voor de komende twee jaar. Er lagen ook plannen, ook in veel verkiezingsprogramma's, om het structureel dekkend te krijgen.

De heer Van der Ham (D66): Begrijp ik uit de woorden van de heer De Rouwe dan goed dat wat vorige week begon, de inzet van het CDA, op dit moment voor de verkiezingen is geëindigd?

De heer De Rouwe (CDA): De afgelopen dagen hebben wij allen onze plannen op tafel gelegd. Daar heeft het CDA steun aan gegeven. Niet alle partijen aan tafel hebben die gesteund. Ook de ChristenUnie heeft aangegeven: wij zijn deelnemer aan de Kunduzcoalitie maar zien het niet zitten. Sommige partijen geven aan dat ze die wel willen steunen, maar dat is dus niet het geval. Dan moet ik gewoon vaststellen dat die woordvoerders niet de woordvoerder van mijn partij zijn, maar ik ook niet de woordvoerder van hun partij. Er is op dit moment gewoon geen meerderheid. Dat is ontzettend jammer. Het CDA wil onverminderd van de boete af. Wij hebben een en ander ook laten doorberekenen door het CPB, maar het is nu aan de kiezer om te beoordelen waar hij voor gaat en welke partij de daad bij het woord voegt. Ik kan opgelucht aangeven dat wij volgende week met die voorstellen komen. Die maken wij ook inzichtelijk. Dan moet de kiezer maar oordelen.

De heer Jasper van Dijk (SP): Het moet niet gekker worden.

De voorzitter: Laat het vooral korter worden.

De heer Jasper van Dijk (SP): Het lijkt nu net of andere partijen niet mee willen doen met het CDA, maar het CDA is dit hele debat gestart. Dat heeft beloofd: er komen geen boetes, niemand hoeft iets te betalen. Nu bieden wij het u op een presenteerblaadje aan, mijnheer de Rouwe: u kunt hier bij het kruisje tekenen. U doet dat niet. Ik vind dat schandalig. U maakt studenten blij met een dooie mus.

De voorzitter: En uw vraag aan de heer De Rouwe is?

De heer Jasper van Dijk (SP): Vindt hij dat ook niet jammer voor zichzelf?

De heer De Rouwe (CDA): Die vraag voelde ik al aankomen. Ik beantwoord haar graag. Deze woorden doen geen recht aan het proces van de afgelopen dagen, want ik had heel sterk het idee dat het CDA en de SP precies dezelfde gedachte hadden. Maar er zijn ook partijen die niet dezelfde gedachte hadden. Daardoor hebben wij geen meerderheid hiervoor gekregen. Wij hebben onze voorstellen op tafel gelegd. U was daarbij, mijnheer Van Dijk. Die zijn dekkend en deugdelijk. Daar was bij de VVD geen draagvlak voor. Dat lag niet aan de SP maar ook niet aan het CDA. Mevrouw Schouten zegt ook: ik hoef ook niet. Dat verwijt ik haar niet. Dat mag iedereen doen. Dat begrijp ik ook, maar daarmee is er geen meerderheid, ook geen Kunduzmeerderheid, zoals de heer Dibi terecht aangeeft. Ik heb niet zo'n behoefte om verwijten te uiten: die wel, die niet. Ik constateer alleen feitelijk dat er plannen hebben gelegen en dat die niet voldoende draagvlak hebben. Dat bedoelde ik niet jegens de heer Van Dijk te zeggen.

De voorzitter: Ik ben van harte bereid om iedereen het woord te geven zolang het allemaal uitkomt qua tijd, maar de bal alleen maar rondspelen maakt het er voor niemand beter op. De woordvoerders moeten zelf maar overwegen of zij dat willen blijven doen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Dat ben ik met u eens, voorzitter, maar daar zijn wij niet mee begonnen. Daar is het CDA op dit moment mee bezig. Dat is bezig om de bal bij anderen neer te leggen. Voor de Handelingen wil ik de heer De Rouwe nog het volgende vragen. Klopt het dat wij niet aan tafel hebben gezeten? Klopt het dat wij ook nooit een formeel gedragen voorstel hebben gezien van de partijen die daar wel zaten? De heer De Rouwe zegt: de ChristenUnie heeft dat allemaal geblokkeerd. Er heeft ons echter nooit een formeel voorstel bereikt. Ik wist vanochtend, toen ik hier naartoe kwam, niet eens of er überhaupt een overeenkomst was.

De voorzitter: Formeel is er geen enkel voorstel zolang het niet openbaar in de Kamer besproken is. Dat is net iets anders.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Dan kan de heer De Rouwe ons toch niet verwijten – wij hebben daar niet aan tafel gezeten – dat wij daartegen waren?

De heer De Rouwe (CDA): Ik probeer aan te geven dat ik bij de ChristenUnie in dit debat niet proef dat zij mee wil werken aan afschaffing van de langstudeerboete. Dat verwijt ik mevrouw Schouten niet, want de ChristenUnie heeft net als elke partij het recht om een koers te kiezen en die te volgen. Er ligt geen verwijt. Ik stel alleen vast dat de ChristenUnie ook deel uitmaakt van de Kunduzcoalitie. Zoals de heer Dibi terecht zei, moet je die coalitie mee hebben als je iets wilt veranderen. De ChristenUnie heeft aangegeven dat zij die beweging niet wil maken.

De uitnodiging is van de PvdA gekomen. De PvdA heeft zelf aangegeven dat men daar vergeten is om de ChristenUnie uit te nodigen. Dat vinden wij jammer, maar daarna hebben wij met elkaar gesproken en hebben wij gezegd dat wij ook de ChristenUnie graag wilden uitnodigen. Dat is ook erkend door de PvdA. Wij hebben toen contact met de ChristenUnie gezocht en gevraagd of men wilde aanschuiven. Ik verwijt mevrouw Schouten niet dat zij niet aanschuift, want zij heeft al gezegd dat dit niet haar debat is, maar voor het feit dat zij niet uitgenodigd is, moet zij bij de uitnodigende partij zijn. Overigens weet ik dat dit ook geen opzet was, maar dat terzijde.

De voorzitter: Wij naderen nu de pijngrens. Weet u zeker dat u hiermee door wilt gaan?

De heer De Rouwe (CDA): Nou, het zou flauw zijn als ik zou zeggen dat de PvdA de ChristenUnie met opzet niet heeft uitgenodigd. Zo heb ik dat niet gezegd.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): We gaan nu toch niet discussiëren over wie wel en niet uitgenodigd was? De studenten willen gewoon antwoord. Zij willen weten of ze op 1 september een boete krijgen of niet. Klopt het dat de heer De Rouwe zijn belofte dat de langstudeerboete per direct zal worden stopgezet, niet kan waarmaken?

De voorzitter: Dank u. Dat was de laatste keer. De heer De Rouwe mag nog antwoorden, daarna gaan wij verder.

De heer De Rouwe (CDA): Het standpunt dat wij vorige week kenbaar hebben gemaakt, heeft twee aspecten. Ten eerste willen wij van de langstudeerboete af. Wij dekken die afschaffing ook in het verkiezingsprogramma. Ten tweede willen wij er nu van af omdat wij het niet netjes vinden dat een deel van de studenten nu de boete krijgt. Daarom zijn we ingegaan op de uitnodiging van de PvdA om mee te praten over de manier waarop wij ervan af kunnen komen. Daarom hebben wij de afgelopen dagen financieel deugende en dekkende voorstellen op tafel gelegd die het probleem zouden kunnen oplossen. Tot onze teleurstelling moeten wij concluderen dat daar niet voldoende draagvlak voor was.

De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. Dit is pijnlijk voor ons allemaal, voor de Kamer en voor het kabinet. De staatssecretaris zegt dat hij nu naar de Kamer kijkt en dat die haar eigen manoeuvre op moet lossen. Dat klopt, maar we zitten hier ook vanwege een overhaaste invoering en een slechte maatregel. Het is aan ons allemaal om een oplossing te vinden. Ik vind het zeer pijnlijk dat dit nu nog niet is gelukt.

Ik weet dat de voorzitter Engels niet apprecieert, maar ik zeg erbij: it ain't over till the fat lady sings. Dat geldt ook voor de langstudeerboete. Ik heb een voorstel gedaan. Ik zal na dit debat alsnog proberen te bekijken of de partijen die gecommitteerd zijn aan het Kunduzakkoord – GroenLinks is dat ook en dat blijft zo – toch de ruimte willen benutten. Ik voeg eraan toe dat ik graag een VAO met aansluitend stemmingen wil, liefst komende dinsdag. Dan kunnen collega's die misschien nog op vakantie zijn daar rekening mee houden. Ik hoorde bijvoorbeeld dat de heer Wilders op vakantie was; misschien ligt hij nu nog ergens op het strand.

De voorzitter: Omdat er zo veel mensen meekijken, licht ik het even toe. Een VAO is een verslag van een algemeen overleg. Dat wordt op de plenaire agenda geplaatst. Met andere woorden, er wordt in de grote zaal over gediscussieerd. Tijdens een VAO kunnen moties worden ingediend. In deze bijzondere situatie, waarin de plenaire vergadering zou moeten worden bijeengeroepen tijdens het reces, moet de initiatiefnemer 30 handtekeningen verzamelen om dat te regelen. Ik neem aan dat dit de heer Dibi bekend is.

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. De positie van D66 ten aanzien van de langstudeerboete is bekend. Wij zien er niets in. Wij hebben in ons verkiezingsprogramma dan ook opgenomen dat wij die zo snel mogelijk gaan afschaffen. Dat hebben wij ook gedekt. De vraag is of wij het nog voor 1 september 2012 kunnen regelen. Wat tijdens een debat als een zonnesteek opkwam, dreigt te eindigen in een zonnestreek. Er was even hoop op een goede en snelle oplossing, maar ik ben daarover na dit debat niet echt positiever geworden. Wij hebben alle soorten dekkingen serieus bekeken, zelfs twijfelachtige dekkingen, waarbij wij zeiden: als het zo moet, dan doen we het maar zo. Aan D66 heeft het dus niet gelegen. Wij moeten heel snel helderheid geven. Als er een VAO en een stemming komen, moet dat maar zo snel mogelijk.

Studenten moeten namelijk wel weten waar ze aan toe zijn. Ik vind het heel jammer. Er is even een week van hoop geweest, maar het heeft niet mogen baten.

De heer Jasper van Dijk (SP): Voorzitter. Er zijn hoge verwachtingen gewekt. Heel Nederland, maar in ieder geval alle studenten keken uit naar dit debat in de hoop dat vandaag zou worden geregeld dat er geen langstudeerboete meer is. Ik hoor het de heer Buma nog zeggen: we gaan die boete afschaffen, hij komt er niet.

We hebben oplossingen besproken. Die zijn er en er is ook een meerderheid voor, met de SP, GroenLinks, de PvdA, D66 en het CDA. 86 zetels is een ruime meerderheid. We kunnen er zo uitkomen. Mijn excuses, ik ben de Partij voor de Dieren vergeten. Het zijn er dus nog meer, 88 zetels.

Dit was misschien het debat van de dode mus, maar ik verwacht dat we eruit komen.

Mevrouw Lucas (VVD): Voorzitter. Dit was het debat dat de student duidelijkheid had moeten geven. Dat is niet echt gelukt. Een en ander wordt nog steeds vooruitgeschoven, met de woorden «misschien dit» of «misschien dat». De VVD is duidelijk. Wij vinden de dekking die wordt voorgesteld voor 2012 en het voorstel dat op tafel heeft gelegen voor 2012 en 2013 niet deugdelijk en niet solide. Daar kunnen wij niet mee instemmen. Ik vind ook dat de voorstellen grote financiële consequenties hebben. Daarom vind ik het belangrijk dat minister De Jager van Financiën aanwezig is bij het VAO dat is aangevraagd.

De heer Dibi (GroenLinks): Ik vind het wel opmerkelijk dat de VVD-fractie zegt dat er geen dekking is voor het afschaffen van de langstudeerboete. Gisteren of eergisteren had de VVD namelijk nog € 1 000 voor iedereen in de aanbieding. Als we dat bedrag een beetje verminderen, kunnen we toch gewoon een dekking vinden?

Mevrouw Lucas (VVD): Ik kan nu een heel college geven over de vraag hoe het zit met belastingen die niet geïnd worden, bij wie deze nu in de portemonnee zitten en hoe je deze allemaal kunt gebruiken, maar dat zal ik niet doen. We hebben samen gezocht binnen de begroting van het ministerie van OCW. Daar waren we het allemaal over eens, ook de heer Dibi. Het is ons echter niet gelukt, omdat er geen solide voorstellen zijn gedaan. Dat is heel erg jammer, maar dat is de waarheid. Daarmee hebben we vandaag te dealen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb niet zo veel meer toe te voegen aan wat ik in mijn eerste termijn heb gezegd. Ik constateer dat er maar liefst weer twee initiatieven omhoog poppen om de student vermeende hoop te geven. Een aantal partijen heeft drie dagen bij elkaar in een kamer gezeten. Het is die partijen niet gelukt om overeenstemming te bereiken. Nogmaals, ik heb er niet bij gezeten, maar het lijkt me heel wonderlijk als het nu opeens wel gebeurt. Vertel het eerlijke verhaal aan de studenten en geef hun duidelijkheid. Dan weet iedereen waar hij aan toe is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Volgens mij is de samenvatting dat er een maatregel is verzonnen die niemand wilde. In de aanloop naar de verkiezingen wilde iedereen ook niet de gevolgen daarvan dragen. Er zijn dus beloftes gedaan en er is hoop gewekt. Het ligt aan niemand, maar de langstudeerboete gaat toch niet van tafel. Volgens mij kan ik de gevoelens van de studenten goed inschatten en denken zij nu thuis: en bedankt.

De voorzitter: Mevrouw Jadnanansing wil nog een vraag stellen aan de heer Van der Ham.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Steunt de heer Van der Ham mijn voorstel of niet?

De heer Van der Ham (D66): Welk voorstel?

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Het voorstel om een en ander op te schorten tot na de formatie.

De heer Van der Ham (D66): We hebben al diverse keren gezegd dat het niet aan ons ligt. Dat is ook precies de houding van mijn collega Tofik Dibi. Er zijn echter partijen die het voorstel niet steunen, zoals het CDA en de VVD. De heer De Rouwe heeft al gezegd dat hij de strijd op dit punt staakt. Dan houdt het op. Dat is lastig, maar ik denk dat dit ook voor de heer Dibi geldt.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA): Uw antwoord is dus nee?

De heer Van der Ham (D66): Als er voor aankomende dinsdag nog allerlei prachtige alternatieven worden bedacht, zullen we daar natuurlijk naar kijken. Kijk echter even rond. De heer Dibi heeft zich niet uitgesproken, maar hij zegt eigenlijk ook dat het ophoudt als er geen meerderheid voor is, als er geen steun is van het CDA en de VVD. Ik ben daar heel helder over. Er zit niet zo veel in, helaas. Aan ons heeft het niet gelegen. Dat hebt u wel gemerkt de afgelopen dagen.

De voorzitter: Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de tweede termijn van de Kamer. Het woord is aan de staatssecretaris, hoewel hem geen vragen zijn gesteld.

Staatssecretaris Zijlstra: Voorzitter. Wat dat betreft ga ik erop vooruit. In de eerste termijn werd één vraag gesteld en nu zijn er geen vragen.

Het past een bewindspersoon niet om een oordeel te vellen over de Kamer, maar ik zou dit gevaarlijke pad toch willen betreden. Wij voeren dit debat omdat de heer Beertema zei dat er mist is gecreëerd. In deze tweede termijn zal ik wederom niet ingaan op de schuldvraag, maar er is mist ontstaan. Mevrouw Schouten wees er ook al op dat er twee voorstellen liggen. De kern van dit debat is dat wij, «de politiek», ervoor hebben gezorgd dat instellingen en studenten op dit moment niet weten waar zij aan toe zijn. Als wij dit debat op een manier beëindigen waarop zij nog steeds niet weten waar zij aan toe zijn, zijn wij echt op de verkeerde manier bezig. Ik doe dus een dringend beroep op de Kamer om die duidelijkheid te geven. Of de Kamer regelt het – daar is zij echter in drie dagen niet in geslaagd – of zij zorgt ervoor dat de duidelijkheid er wel komt, want dit kan echt niet.

De voorzitter: Volgende week zullen wij een plenaire voortzetting hebben. Dat zal nog bekend worden gemaakt.

Ik dank u zeer en sluit deze vergadering.