Kamerstuk 31239-120

Verslag van een algemeen overleg

Dossier: Stimulering duurzame energieproductie

Gepubliceerd: 15 juni 2011
Indiener(s): Maxime Verhagen (minister economische zaken, viceminister-president ) (CDA)
Onderwerpen: energie natuur en milieu
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31239-120.html
ID: 31239-120

Nr. 120 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 15 juni 2011

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie1 heeft op 19 mei 2011 overleg gevoerd met minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over:

  • de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 17 maart 2011 met een reactie op de brief over het clusteren van woningen met SDE-subsidie (2011Z05499);

  • de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 22 april 2011 met de voorgenomen invulling van de regeling inzake SDE-plus in 2011 (31 239, nr. 114);

  • de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 18 april 2011 met antwoorden op de vragen over de reactie op de brief betreffende het clusteren van woningen met een SDE-subsidie (31 239, nr. 113);

  • de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 21 april 2011 met het actieplan betreffende Aardwarmte (32 500 XIII, nr. 195);

  • de brief van de AER d.d. 16 mei 2011 met een afschrift van de brief met het briefadvies van de AER aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie met betrekking tot beleidsinstrumenten aangaande hernieuwbare elektriciteit (2011Z09934);

  • de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 9 mei 2011 met een reactie van het kabinet op het advies van de AER inzake beleidsinstrumenten die door de AER geadviseerd worden ten aanzien van hernieuwbare elektriciteit (31 239, nr. 116);

  • de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 16 mei 2011 met een reactie op de ingezonden brief van de heer en mevrouw S. over biogas (31 239, nr. 118);

  • de brief van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 16 mei 2011 met een lijst van vragen en antwoorden over de voorgenomen invulling van SDE-plussubsidies in 2011 (31 239, nr. 117).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Van der Ham

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Franke

Voorzitter: Jansen

Griffier: Franke

Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Dijkgraaf, Jansen, Leegte, Van der Ham, Samsom, Van Tongeren, Van Veldhoven, Verburg, Van Vliet en Wiegman-van Meppelen Scheppink,

en minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Ik open de vergadering en heet alle aanwezigen welkom.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. Dit kabinet kiest ervoor om één doelstelling te koppelen aan één instrument. Voor het terugdringen van de CO2 hebben we het Emission Trading System (ETS). Dan hebben we geen CO2-opslag of kolenbelasting nodig. Voor het stimuleren van duurzame energie hebben we de SDE-plusregeling, en niet ook nog eens een energieakkoord of slimme salderingsregeling. De SDE-plusregeling is een grote verbetering ten opzichte van de SDE-regeling, omdat de nieuwe regeling beperkt is in tijd en omvang. Daarmee is de SDE-plusregeling een overgangsregeling naar een systeem dat robuust is en onafhankelijk van onwerkbare subsidies. Voor dat robuuste systeem kijkt de VVD naar een systeem van leveranciersverplichting. We moeten daar nuchter naar kijken. Het grote risico van zo'n systeem is windfall profits, waarbij de duurste techniek de prijs zet voor de goedkoopste techniek. Die verdient dan ten onrechte bakken met geld.

Het is van tweeën een. Als hernieuwbare energie rendabel wordt, de kosten dalen en de productie stijgt, en subsidies op termijn niet meer nodig zijn, dan zijn er ook geen windfall profits meer. De hernieuwbare bron is kostenconcurrerend geworden met de fossiele alternatieven, die bovendien in prijs zullen stijgen. Daarmee is de zorg voor ten onrechte verdiende winsten ongegrond. Op deze aanname is ook de SDE-plusregeling gebaseerd, om de tijdelijk onrendabele kop te subsidiëren. Als mijn redenering niet klopt en de verschillende hernieuwbare energiebronnen blijven tot in lengte van dagen onrendabel met grote onderlinge verschillen in prijs, dan zullen we ons moeten afvragen of we wel door moeten gaan met het stimuleren van dit soort energiebronnen. Moeten we dan niet onze knopen tellen en in de energiemix het aandeel kernenergie verder verhogen? Dat is immers schoon, betaalbaar en betrouwbaar. Moeten we dan niet stoppen met de goedbedoelde projecten waarbij we steeds goed geld naar slecht geld gooien?

Met betrekking tot de SDE-plusregeling heb ik de volgende vragen. Voor een aantal technieken is een beperking van het aantal vollast-uren opgenomen. Projecten worden beloond voor het opgesteld vermogen en niet voor de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit. Een vergoeding voor de geproduceerde elektriciteit zou innovatie stimuleren en leiden tot lagere maatschappelijke kosten. Graag hoor ik van de minister hoe hij dit gaat aanpassen in de regeling.

Daarnaast is het voor bedrijven niet mogelijk rechtstreeks biogas aan derden te leveren. Hierdoor zijn bedrijven genoodzaakt gas op te waarderen tot de gewenste Wobbe-kwaliteit. Dit gaat gepaard met hoge kosten en rendementsverlies in de keten. Graag hoor ik hoe de minister dit dilemma gaat oplossen. Hoe kijkt de minister aan tegen de kleine vergisters op boerderijen? Komen deze voldoende aan bod of is er bewust voor gekozen deze groep klein te houden?

Kan de minister zeggen of het systeem van prijsbepaling ten opzichte van de APX, de zogenaamde spotmarkt, of die van de ENDEX, de lange termijnmarkt, de meeste rust geeft voor investeerders en de subsidieverstrekker? Klopt de redenering van de VVD dat de ENDEX, de lange termijn hogere grijsprijs, leidt tot een lagere en beter in te schatten subsidie? Leidt deze daarmee tot een betere inschatting van de investering en een efficiënter gebruik van de SDE-plusregeling? Als dat zo is, kan de minister dit dan aanpassen en de prijs baseren op de ENDEX?

Nederland heeft een ruime afvalverbrandingscapaciteit. Er is een moratorium afgesproken met de afvalbranche om tot 2020 geen nieuwe verwerkingscapaciteit te bouwen. Het is in dat licht merkwaardig dat de SDE-plusregeling geld ter beschikking stelt voor de bouw van nieuwe afvalverbrandingsinstallaties (AVI's). Met nieuwe installaties die uitsluitend kunnen concurreren op basis van subsidie wordt de overcapaciteit vergroot en de marktwerking verder verstoord. Bovendien leidt dit niet tot een effectiever gebruik van afval, wat de Kamer zo graag wil. Kan de minister toezeggen dat hij dit gaat aanpassen? Ik overweeg een motie op dit punt.

We hebben vier fases. Nu geldt «wie het eerst komt, het eerst maalt». Als een goede en goedkope oplossing later komt, loopt deze de kans de boot te missen. Kan de minister overwegen om de goedkoopste techniek, de meest effectieve techniek, voorrang te geven boven de eerste die zich aanmeldt? Daarmee wordt de dure subsidie effectiever gebruikt.

De VVD is de enige partij die de urgentie van het energievraagstuk onderkent en alle alternatieven wil faciliteren. De partij sluit geen enkel alternatief uit. Wij realiseren ons dat aan alle alternatieven risico's en nadelen kleven. Die verantwoordelijkheid moeten we willen en durven nemen. Daarmee zeggen we dat een energieakkoord overbodig is. Dat hebben we alleen nodig als we alternatieven willen uitsluiten en oplossingen moeten vinden voor de rest die overblijft. Kortom, één doelstelling met één instrument. Het is onze uitdaging het eenvoudig en werkbaar te houden.

Voorzitter: Van der Ham

Mevrouw Verburg (CDA): Ik wil graag weten waar de heer Leegte zich op baseert als hij zegt dat de VVD de enige partij is die geen enkele mogelijkheid om tot verduurzaming van energie te komen uitsluit.

De heer Leegte (VVD): Ik geef toe dat we het CDA trouw aan onze zijde vinden. Er zijn dus ten minste twee partijen die dat doen. Ik vraag de griffie op te nemen dat ook het CDA alle alternatieven wil faciliteren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik hoorde tot mijn grote vreugde de heer Leegte zeggen dat de VVD geen enkel alternatief wil uitsluiten, dus ook decentrale opwekking niet. Daarvoor moet nog het een en ander worden geregeld, om niet in een soort kafkaësk woud van regelingen te komen. Het gaat om versimpeling van de regels voor decentrale opwekking, voor mensen die zelf terug willen leveren. Is dat een correcte weergave van de woorden van de heer Leegte?

De heer Leegte (VVD): Het is uiteraard de interpretatie van GroenLinks. De VVD sluit geen enkel alternatief uit. We kijken daarbij naar betaalbaar, schoon en betrouwbaar. Over die betaalbaarheid verschillen VVD en GroenLinks wel eens van mening. We kunnen iets faciliteren door er veel geld achteraan te gooien, maar dat is niet de oplossing die de VVD kiest. Wij kiezen een oplossing die robuust is, waarbij de sector zelf de verantwoordelijkheid krijgt om de alternatieven te kiezen en daarmee tot een effectieve en optimale energiemix te komen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Als de VVD zegt dat er niet veel geld tegenaan gegooid mag worden, hoe ziet de partij dan de 7,5 mld. aan belastingteruggave die bij fossiele energie zit? Als iets veel geld is, is dat het wel.

De heer Leegte (VVD): Dit debat hebben we al vaak gehad. De 7,2 mld. heeft te maken met 2 mld. investering voor de railinfrastructuur, 1,4 mld. landbouwsubsidies, 400 mln. voor de melkprijs en 375 mln. voor de lage btw op vlees. Er is onderzoek gedaan naar het stimuleren van de grijze economie. Dat weet mevrouw Van Tongeren ook als ze de rapporten heeft gelezen. Het enige twistpunt is de 1,2 mld. die naar kerosine gaat. Dat vinden wij goed. De VVD wil naar alle alternatieven kijken.

De heer Samsom (PvdA): De VVD zegt dat ze alle energiebronnen wil faciliteren. Ik constateer dat er een paar energiebronnen niet bijzitten, zoals wind op zee- en zonne-energie. De heer Leegte meent dat een energieakkoord niet nodig is, omdat alles kan. Hij stemde wel voor de oproep tot zo'n energieakkoord, nog niet zo lang geleden. De PVV stemde volgens mij tegen.

De heer Leegte (VVD): Ik heb de PVV op dit punt aan mijn zijde. Er zijn allerlei wisselende combinaties in dit dossier. Wij hebben niet voor dit akkoord gestemd, omdat we denken dat het overbodig is. Er is alleen een akkoord nodig als er energiesoorten worden uitgesloten. Dan heb je een probleem bij het oplossen van de andere dingen. Wij zien die problemen niet. We moeten alles faciliteren en kijken naar de betaalbaarheid. Het is een verantwoordelijkheid die de markt goed zelf kan oppakken.

De heer Samsom (PvdA): In diezelfde redenering hebben we de SDE-plusregeling ook niet nodig. Dan hebben we volgens de redenering van de VVD eigenlijk helemaal niets aan energiebeleid nodig. Waarom zit de heer Leegte hier nog?

De heer Leegte (VVD): Daar heeft de heer Samsom volstrekt gelijk in. Ik heb gezegd dat we zitten met de erfenis van de SDE-regeling. Het is een slechte regeling, waar we niet in een keer vanaf kunnen. Er zijn allerlei investeringen op gebaseerd. Dit kabinet heeft de SDE-plusregeling opgesteld. Dit is een verbetering ten opzichte van de SDE-regeling, omdat de nieuwe regeling beperkt is in tijd en kosten. Het is een verbetering, maar niet de goede oplossing. We moeten toe naar een robuuste oplossing voor de lange termijn. Dat is de leveranciersverplichting.

De heer Samsom (PvdA): Nu vinden we elkaar. Dit is een verbetering, maar nog niet alles. Zou een energieakkoord, in welke vorm dan ook, in theorie die volgende stap zijn voor de lange termijn, waarover de heer Leegte zo gloedvol betoogt? Is er een mogelijkheid denkbaar dat een energieakkoord precies voldoet aan de wensen van de VVD?

De heer Leegte (VVD): Alleen hij zonder ideeën kan er niet van veranderen. De VVD is een partij van ideeën. Als er goede voorstellen komen, zijn we altijd bereid er naar te kijken. Als het energieakkoord in de richting van een leveranciersmodel gaat, vindt de PvdA de VVD aan haar zijde. Dit is volgens de VVD de enige robuuste oplossing voor de lange termijn.

De heer Van Vliet (PVV): Voorzitter. Ik heb de stukken bestudeerd die op de agenda staan. Van mijn kant geen theoretisch verhaal, maar een aantal vragen aan de minister. In de brief van de minister van 22 april over de SDE-plusregeling valt op dat de basis een introductie van concurrentie tussen de verschillende opties is. Hierdoor wordt op relatief voordelige wijze meer duurzame productiecapaciteit gerealiseerd. De PVV hecht niet veel belang aan duurzame productiecapaciteit. Als we een regeling hebben, moeten de gelden zo effectief mogelijk worden verdeeld, besteed en geïnvesteerd. Concurrentie spreekt de PVV op zich wel aan. Als we spreken over concurrentie bij de verschillende opties, wil ik weten waarom ook hier niet de opening voor bijstook van biomassa wordt gegeven.

Welke overwegingen en berekeningen heeft de minister om tot het maximumbasisbedrag te komen, de vierde tranche van 15 cent per kilowattuur (kWh)?

In de categorie vrije projecten krijgen alle projecten een basisbedrag dat gelijk is aan de bovengrens van de betreffende fase. Dat klinkt mij vreemd in de oren. Als we direct de bovengrens toekennen als het om subsidies gaat, wil ik dat iedere mogelijkheid tot fraude is uitgebannen. Ik hoor graag de visie van de minister op dit punt.

Onder het kopje realistische projecten staat dat aanvragers voor groen gas een haalbaarheidsstudie met prijsindicatie en netbeheerders moeten overleggen. Deze haalbaarheidsstudie is kosteloos en wordt onder normale omstandigheden binnen tien werkdagen door de netbeheerders verstrekt. Dat lijkt mij optimistisch. Heeft de minister dit zo overlegd met de netbeheerders?

In de brief over het Actieplan Aardwarmte wordt gesproken over een opbrengst van 11 petajoule door aardwarmte in 2020. Dit zou niet ondenkbaar zijn. «Uitgaande van het gemiddelde warmtegebruik van 40 gigajoule per huishouden kan 11 petajoule voldoen aan de warmtevraag van 275 000 huishoudens.» In de brief van de minister over de SDE-plusregeling lees ik dat hij verwacht dat in 2020 ongeveer 5 petajoule extra duurzame energie wordt geproduceerd. Dat zou overeen komen met het elektriciteitsgebruik van ongeveer 400 000 Nederlandse huishoudens. Als 5 petajoule tot het stroomverbruik van 400 000 huishoudens moet dekken, hoe kan dan 11 petajoule het warmtegebruik van slechts 275 000 huishoudens dekken? Die rekenkundige relatie kan ik niet leggen. Ik hoor graag een toelichting van de minister daarop.

Wanneer wordt duidelijk wat de gevolgen zijn voor de energierekening van de consument? De plannen van de Algemene Energieraad (AER) reppen over een overgang naar een leveranciersverplichting op termijn, voor de producenten van duurzame energie. Ik begrijp uit de toelichting van de minister dat hij daarover in gesprek is met de sector. Nu weet ik van de sector dat zij in overwegende mate groot voorstander is van de leveranciersverplichting. Ik hoor graag van de minister een iets meer afgebakend antwoord over de richting van zijn ideeën op dit vlak.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Voorzitter. De minister stelt met zijn energieplannen goedkoper uit te zijn tussen nu en 2020. Op de lange duur zou goedkoop wel eens duurkoop kunnen zijn. Nederland zakte vorige week naar de achttiende plaats op de ranglijst voor het duurzame investeringsklimaat. Voor D66 staat de toekomst voorop. Onze stip op de horizon is een volledig duurzame energievoorziening in 2050. Ik wil vanuit dat perspectief aan de hand van drie vragen stilstaan bij de plannen. Wat leveren de plannen van de minister de komende tien jaar concreet op en is dat genoeg? Is het kabinet hiermee een betrouwbare partner op energiegebied? Welke erfenis houd je over als je de komende tien jaar kiest voor «goedkoper is beter»?

De minister belooft 5 petajoule extra duurzame energie in 2020, voor maximaal 1,4 mld. Hoeveel gaat er aan het einde van de regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) weer af? Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de AER hebben zeer kritische geluiden laten horen over de haalbaarheid van de doelen. Ik wil daarom graag van de minister weten wat zijn schatting is van de energiemix in 2020. Koopt hij met zijn plannen vooral molens, zonnepanelen of kacheltjes op houtpallets? Dat maakt qua kosten nogal wat uit. Van duurdere energie kun je met dit bedrag minder financieren.

Is dit kabinet een betrouwbare partner op energiegebied? De wispelturigheid is een groot manco in het Nederlandse beleid geweest. De nieuwste regeling komt alvast met de mededeling dat de aanpak voor windmolens volgend jaar wordt aangepast en de financiering de komende jaren grondig op de schop gaat. Op de achtergrond wordt een verplicht aandeel duurzaam in de steigers gezet. Ik vraag de minister nadrukkelijk om in zijn energierapport te kijken naar mogelijkheden om meer rust te brengen in het energiebeleid. Rust als basisvoorwaarde voor investeringen uit de private sector, zonder welke de doelstellingen nooit gehaald zullen worden. Ik vraag de minister met klem de Kamer goed te informeren over het eventueel verplichte aandeel duurzaam. Dat kan via een stand van zakenbrief.

Het internationale perspectief, de lange termijn, ligt in een gelijk Europees speelveld. Dit geldt juist voor duurzame energie in een geliberaliseerde energiemarkt, waar zowel spelers als investeerders voor de Europese regio hun besluitvorming voorbereiden. Is de minister bereid een strategisch advies van de AER te vragen over de mogelijkheden en kansen voor Nederland bij verdere Europese harmonisatie van de financiering van het stimuleren van duurzame energie? Ik overweeg een motie op dit punt.

Welke erfenis brengt de korte termijnfocus op de kostprijs daarna? De minister schrijft zo veel mogelijk per euro te willen realiseren. Dat snap ik, maar we staan ook voor de uitdaging de weg te bereiden na 2020. Heeft de minister berekend of deze doelstellingen ons op het meest kostenefficiënte pad brengen met het oog op 2050? D66 maakt zich zorgen dat daarna een kloof ontstaat tussen de laureaten van het topgebied energie, waar onderzoek plaatsvindt, en de grootschalige praktijk van de SDE-plusregeling. Deelt de minister die zorg over een mogelijke missing link van grootschalige proefprojecten en pilots? Hoe denkt hij onderzoek en toepassing in de toekomst te verbinden? Innovatie gaat niet alleen om de nieuwste snufjes. Het gaat ook over slim samenwerken binnen duurzame energie. De laatste maanden sloegen een paar honderd mensen de handen ineen om 5 000 zonnepanelen uit China te importeren. Samen aanschaffen werkt ook bij zonneboilers op strandhuisjes of mestvergisters voor boerenstallen. D66 gelooft dat decentrale energieopwekking een bijdrage moet leveren aan een duurzame energietoekomst. Ook de SDE-plusregeling zou daaraan een steentje kunnen bijdragen. Kan de minister bevestigen dat juist de gebundelde kleine projecten, bijvoorbeeld met een minimale omvang van een aantal megawatt (MW), ook samen mogen meedingen naar subsidie? Zal hij bij dit soort initiatieven ruimhartig kijken naar de praktische zaken, zodat het ontbreken van een enkele omgevingsvergunning niet de bottleneck blijkt voor een heel project?

Wat D66 betreft moet onze energievoorziening de komende tien jaar op koers komen voor 2050. Dat vraagt een betrouwbare overheid, slim inspelen op de omgeving binnen en buiten de grenzen, een stevige financiële inzet en een innovatief en stimulerend ondernemersklimaat.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Voorzitter. Dit kabinet heeft herhaaldelijk gezegd dat een van de doelstellingen in het energiebeleid is onafhankelijker te worden van het buitenland. Nu worden we steeds afhankelijker, met name van de heer Poetin. We kopen in toenemende mate kolen van hem, maar betrekken ook gas en uranium van een goede vriend van hem in Kazachstan, als de plannen van deze minister worden doorgezet om die onnodige tweede kerncentrale neer te zetten. Dat is niet het beleid dat deze regering op de lange termijn voorstaat. Zij zegt dat ze in 2 050 wil koersen op 80% of 90% schone energie. GroenLinks wil graag 100% schone energie. Dit zigzagbeleid is dom. We zakken op alle ranglijsten, qua duurzaamheid, qua schone energie, qua aandeel investering. Dat zie je ook in de eerste daden van deze regering. Daarbij was het afschaffen van de heffingskorting op groen beleggen. Dat levert misschien tientallen miljoenen op voor de schatkist, maar het scheelt 8 mld. aan private investeringen in groene energie. Graag een reactie van de minister daarop.

De Green Deal laat op zich wachten. De ratio achter de SDE-plusregeling is kwantiteit voor kwaliteit. Het moet zo goedkoop mogelijk. Goedkoop is vaak duurkoop. Waarom kiest de minister niet voor het toewerken naar een verplicht aandeel duurzaam voor de goedkopere technieken? Waarom zondert hij de technieken waar veel innovatie in mogelijk is niet af in een stimuleringsregeling? Ik denk aan zon, zee en aardwarmte. Ik vind het lastig debatteren over de SDE-plusregeling, omdat we het energierapport niet hebben en de inhoud van de Green Deal nog niet kennen. Kende ik die wel, dan zou ik wellicht minder kritisch zijn omdat het geheel duidelijk is. De SDE-plusregeling is wellicht niet mijn favoriet, maar dat wordt dan gecompenseerd door de andere regelingen. Die kennen we nog niet. Wat ik jammer vind is dat de minister geen tussendoelen stelt voor de tussenliggende jaren. Daarmee kunnen we zien of we op de goede weg zijn. We zien dat nu pas aan het einde van de rit. Hoe weten we of we de Europese doelen gaan mislopen of gaan halen? Verschillende doorrekeningsinstanties hebben de minister laten weten dat we het in hun berekeningen niet gaan halen. Op andere onderwerpen, zoals het tegengaan van migratie, zien we wel dat deze regering harde tussendoelen heeft. Als het gaat om de toekomst van deze aarde geeft ze niet thuis met een echt afrekenbaar doel.

Ik vind het teleurstellend dat de minister stopt met het ondersteunen van zonne-energie. Dit is de regering die zegt dat de burger meer verantwoordelijkheid moet nemen. Dat wil de burger met energieopwekking ook. Maar decentrale opwekking door burgers of groepen burgers wordt zo goed als onmogelijk gemaakt door een woud van regelgeving. Het is ook een beleid dat met regelmaat van koers verandert.

Ik wil het debat over schone energie graag rationeel voeren. Het wordt vaak gevoerd op grond van meningen, niet op grond van feiten. Zo heb ik de heer Leegte horen zeggen dat het potentieel voor zon-PV slecht 4% zou zijn. Niets is minder waar. Op grond van berekeningen van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) is het minstens 40%. Als je alle theoretische mogelijkheden meetelt is het zelfs 80%. Dan krijg je een rare, niet feitelijke discussie. Idem dito met de fossiele subsidies. Belastingteruggaven zijn er wel degelijk op meer dan kerosine. Als we die stap voor stap zouden afschaffen, hebben we veel minder SDE-subsidie nodig. Ook daarop hoor ik graag een reactie van de minister.

Ik sluit me aan bij het punt over de afvalverbranding. Daar mag de SDE-regeling niet voor worden misbruikt. Ook hoor ik graag een reactie op het verminderen van de bureaucratie in de wereld van de schone energie.

De heer Leegte (VVD): De vraag is of mevrouw Van Tongeren bekend is met de informatieparadox. Die zegt dat hoe meer informatie je krijgt, hoe makkelijker je kunt shoppen. Volgens mij is dat hetzelfde wat zij doet met de informatie die ze heeft. We moeten kijken naar de knoppen die er zijn. 96% van onze energievoorziening is fossiel. Daar moeten we iets aan doen. We moeten snel werk maken van duurzame energie. De percentages die mevrouw Van Tongeren noemt vallen allemaal binnen één sector. Kent zij de informatieparadox?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ja.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Allerlei signalen bereiken ons over de energievoorziening, zoals de brief en het advies van de AER. Er zijn ook allerlei signalen dat het misgaat. Ik denk aan het onderzoek van de Europese Commissie dat aangeeft dat investeerders in duurzame energie Nederland mijden omdat de risico's van projectontwikkeling te hoog zijn. Daar zit de kern van het probleem van het energiebeleid van de afgelopen dertig jaar. De complexiteit, het gebrek aan continuïteit en discussies over een betrouwbare overheid die elke twee of drie jaar het beleid verandert. Daarom denk ik dat de verplichting kansen biedt, al kunnen die risico's zich ook daar voordoen.

Zonne-energie moet het in het voorstel nogal bezuren. Kleinschalige zon-PV komt niet terug in de SDE-plusregeling. Grootschalig zit in de vrije categorie. Deze onzekere situatie mag wat de SGP betreft niet voortduren. Het is verstandig zonne-energie op te nemen, omdat het in de nabije toekomst onmisbaar is. Ontwikkeling en innovatie moeten doorgaan. De minister heeft in de beantwoording van de vragen een opmerkelijk spectrum geschetst. Hij schrijft dat initiatieven zonder subsidie van de grond zijn gekomen en dat kleinschalige zon-PV te duur is. Vindt de minister dit ook een opmerkelijk spectrum? De SGP vindt dat we de kansen die dit spectrum biedt niet moeten laten liggen. Dat betekent dat de SDE-plusregeling wat ons betreft moet worden aangepast. We hebben daartoe twee voorstellen. Dit zijn het verlagen van de grens voor zon-PV van 15 kWh naar 10 kWh en het toestaan van gebundelde aanvragen. Gaat de minister hierin mee?

Een opkomende ontwikkeling in de agrarische sector is naast co-vergisting de mono-vergisting van mest. Deze wijze van mestverwerking zal een belangrijke rol gaan spelen in de mestaanpak van staatssecretaris Bleker en de reductie van ammoniak- en methaanuitstoot van veehouderijbedrijven. De SDE-plusregeling is gericht op zo veel mogelijk duurzame energie voor zo weinig mogelijk subsidiegeld. Dat is een goed uitgangspunt. Dat gaat voorbij aan de genoemde integraliteit van kleinschalige mestvergistingsprojecten. Sluit de SDE-plusaanpak van de minister aan op de binnenkort verschijnende mestaanpak van staatssecretaris Bleker? Gaan beide bewindslieden de kracht van de samenvoeging van EZ en LNV benutten, ook voor kleinschalige mestvergisting? Is het mogelijk om voor mono-vergistingsprojecten een aanvraag in te dienen binnen de vrije categorie van de SDE-plusregeling? Projecten als kleinschalige mestvergisting krijgen meestal probleemloos een vergunning. Het is in de SDE-plusregeling wel onzeker hoeveel subsidie uiteindelijk overblijft voor deze projecten. De eis dat bij de SDE-plusaanvraag de vergunning rond moet zijn, is voor kleinschalige projecten dan ook een probleem, gezien de kosten die daarvoor vooraf gemaakt moeten worden. Is de minister bereid hieraan tegemoet te komen, alleen voor de kleinschalige projecten?

De minister wil vanaf 2012 binnen de SDE-plusregeling ruimte geven aan biomassa-installaties. Geldt dat voor alle installaties en wordt dit structurele ruimte? Kan de minister snel duidelijkheid geven over het basisbedrag voor de renovatie? Er zijn bijvoorbeeld vergisters die tegen een faillissement aanzitten.

Verschillende projecten met vergunningen hebben de afgelopen twee jaar een SDE-aanvraag gedaan maar zijn uitgeloot. Ik noem als voorbeeld de 25 groengasprojecten van melkveehouders die in de startblokken staan. Is de minister bereid deze projecten voorrang te geven als blijkt dat loting nodig is?

Voor afval sluit ik me aan bij de vorige sprekers. Het is gek dat er een moratorium is en dat er dan toch een subsidieregeling bestaat. Een teveel aan verbrandingscapaciteit is slecht voor iedereen.

Kostenefficiënter produceren is een uitdaging en van groot belang. Is de minister bereid bij wind ook te kijken naar maximering van het aantal vollast-uren? Ook die variabele speelt een belangrijke rol.

Op zich ziet de SGP veel in de leveranciersverplichting voor een duurzame oplossing. Hoe ziet de minister de ontwikkeling van de complexiteit? Ik zie het voor me. We zetten een ideaal systeem neer, komen er binnen een jaar achter dat bepaalde technieken te veel of te weinig ontwikkelen en dat bepaalde technieken windfall profits gaan opleveren. We gaan aan allerlei knoppen draaien. Daardoor ontstaat binnen drie of vier jaar zo'n ingewikkeld systeem dat het weer niet werkt. Kunnen wij wel een systeem ontwikkelen dat robuust is, tegen de politiek en tegen lobbygedrag in?

Mevrouw Verburg (CDA): Voorzitter. Deze minister zal straks worden afgerekend op drie punten. De eerste is de mate waarin hij in staat is geweest, samen met de collega's in het kabinet, het nieuwe topgebiedenbeleid tot volle bloei te brengen. Dat kan een geweldig economisch verdienmodel voor Nederland voor de komende decennia opleveren. Kennis plus kunde plus klimaat is kassa. Dat zou het motto moeten zijn. Het tweede punt is dat de minister werk moet maken van het hakken in regels en procedures. Ondernemers en burgers worden er gek van. Het kan goede initiatieven afremmen. Het derde punt is de vraag of deze minister in staat is de energieproductie en -consumptie richting duurzaamheid te sturen, onomkeerbaar. Dat zal in deze kabinetsperiode moeten gebeuren. Dat kan denk ik ook. Daarbij zijn de Green Deal en het energietransitieakkoord van belang. Hoe staat het daarmee? Daarbij kan ook deze SDE-plusregeling helpen. Op deze punten wordt de minister afgerekend. Dit zijn belangrijke zaken voor de toekomst van Nederland, nationaal en internationaal.

Over de vormgeving van de SDE-plusregeling ben ik tevreden. Ik zie dat er nog haken en ogen zijn. Tegelijkertijd zie ik dat er lessen zijn geleerd van de MEP en de eerdere SDE-regeling. Dit is wat het CDA betreft een regeling waarmee we het kunnen proberen.

Voor een aantal punten wil ik extra aandacht vragen. Naast meters maken, is dat zorgen dat zaken zo snel mogelijk in exploitatie kunnen worden genomen via de fasen- en categorieënaanpak, binnen het gegeven budget. Er is niet meer geld beschikbaar. Het is overigens geen klein bier.

Daarnaast zijn de voorwaarden van groot belang. Als er initiatieven zijn, lopen de initiatiefnemers vaak aan tegen de ellenlange procedures voor locatiekeuze, omgevingsvergunning, milieuvoorwaarden of het krijgen van krediet. Is de minister bereid met provincies en gemeenten voorrang te geven aan initiatieven die bijdragen aan verduurzaming van energie? Net zoals we voorrang geven aan duurzame energie op het net, realiseren we ook hier die voorrang. Wat mij betreft zou alles even snel moeten, maar we zien hoe stroperig dit soort processen gaat. Is de minister daartoe bereid in de richting van de medeoverheden?

We zien dat er geen geld meer is voor zonne-energie. Ik vind het initiatief van de stichting Urgenda fantastisch. Zij gaat inkopen in China, maar loopt dan weer ergens anders tegenaan. Dat zijn de banken. Ook daarvan vind ik dat de minister een goede, actieve, bemiddelende rol kan spelen om ervoor te zorgen dat dit soort initiatieven krediet kan krijgen. De subsidieregeling is helemaal niet nodig, omdat er toch meters worden gemaakt. Dat vind ik veelbelovend en kansrijk. Wil de minister op dat punt een toezegging doen? Dit valt voor mij onder het kopje hoe maken we het mogelijk, niet onder welk budget we hebben of hoeveel we aan de regels doen. Hiermee kunnen mensen enthousiast verder en zien ze hun ondernemerschap beloond.

Naast exploitatie is het belang van innovatie groot. In de loop van dit traject moeten naast exploitatie nieuwe technieken, procedures en processen worden gestimuleerd. Ik denk aan de derde generatie biomassa, de wind op zee-ontwikkelingen. Ik ben van plan bij de bespreking van de Green Dealvoorstellen te komen met een voorstel om daar via de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) wat te doen voor research en development.

Naast het feit dat meters gemaakt kunnen worden, zien we in de ketenaanpak in de agrarische sector dat dit ketenneutraliteit bevordert. Waarom is er niet ook een meetpunt voor wat men bijdraagt aan emissiereductie? Hoe kan het een bijdrage leveren aan de ketenneutraliteit?

Hoe kijkt de minister aan tegen de voorstellen die de AER heeft gedaan voor het geleidelijk realiseren van meer volume door het plafond per techniek op te heffen?

De heer Samsom (PvdA): Voorzitter. Mijn interruptie op de heer Leegte was minder retorisch dan de commissieleden wellicht denken. Eigenlijk moet dit debat niet plaatsvinden.

Investeren in duurzame energie heeft alles te maken met investeerdersvertrouwen. Dat wordt niet bepaald door de kwaliteit van de subsidie- of stimuleringsregeling, maar door de kans dat die regeling er volgend jaar hetzelfde uit ziet. We hebben zojuist die kans tot 0% gereduceerd. Het investeerdersvertrouwen is dus wederom enigszins aangetast. Ik geef een voorbeeld. De minister levert er in zijn brief een bijdrage aan, door te schrijven dat hij de windenergieregeling volgend jaar gaat veranderen. Dat was overigens een nadrukkelijke wens van de Kamer. Windenergie-exploitanten zullen een jaar gaan wachten. Zij rekenen er op dat de regeling er volgend jaar beter uitziet dan nu. Hetzelfde geldt voor een aantal andere regelingen waarvan we hebben gezegd dat ze de volgende keer beter kunnen. In vergaderingen voegen we nog wel eens centen toe aan categorieën. Het signaal dat daar vanuit gaat naar de sector, is dat ze even moeten doordouwen en dat er dan nog iets meer binnen komt. Ik neem het de ondernemers niet kwalijk. Ik neem het overigens de Kamerleden, inclusief mijzelf, ook niet kwalijk, maar het is niet de manier waarop wij met duurzame energie moeten omgaan.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik neem het de Kamerleden, inclusief mijzelf, wel kwalijk. Want hier zit de kern van het probleem. Wij zijn als Kamer niet bereid om te zeggen dat we een systeem neerzetten voor de komende tien jaar. We maken een afweging tussen de kosten en de baten en dan staat het voor tien jaar vast.

De heer Samsom (PvdA): Natuurlijk moeten we het onszelf aanrekenen. Al tien jaar voeren we hier ongeveer hetzelfde toneelstukje op. Het heeft nog effect ook, en niet het goede. Elke tien jaar maken we, sinds de teloorgang van de Regeling regulerende energiebelasting (REB), een MEP, een SDE-regeling, een SDE-plusregeling. Vervolgens hollen marktpartijen de Kamer binnen en maken afspraken met de energiewoordvoerders om die ene cent erbij te claimen voor zijn zeer belangrijke, allesbepalende technologie, die de toekomst zal maken of breken. Goede volksvertegenwoordigers zijn daar gevoelig voor en veranderen het systeem. Dat moet ophouden.

De conclusie van de PvdA-fractie is dat deze regeling steun verdient, omdat hij beter is dan geen regeling. Eigenlijk zou het na vandaag moeten stoppen. We moeten ons voornemen volgend jaar geen nieuwe SDE-plusregeling voor een jaar open te stellen, of per vier maanden de basisbedragen per categorie aan te passen. Het energierapport moet de ambitie hebben de volgende SDE-regeling overbodig te maken. Dat hebben we de minister indringend gevraagd met de motie-Verburg/Samsom. Na tien jaar bakkeleien over subsidieregelingen versus verplichtingen ben ik er achter gekomen dat het allebei even ingewikkeld is. Het gaat er om hoelang je de regeling vol kunt houden. We moeten het doen op de manier waarop het Infrafonds tot 2020 is geclaimd en belegd. Dat biedt investeerders vertrouwen. Die wegen worden wel aangelegd.

Bij duurzame energie moet dat eigenlijk ook. Over deze regeling heb ik dan ook geen enkele opmerking. De minister en zijn ambtenaren hebben hun uiterste best gedaan om een nog ingewikkeldere en nog succesvoller regeling te maken. Ik voorspel dat het na dag 1 een drama wordt. Dan zal ik niet genieten, maar meewenen met de minister over het feit dat weer een goedbedoelde poging tot duurzame energiestimulering is gestrand. Wij moeten naar iets anders toe. De minister heeft nog één maand om een energierapport te maken. De deadline ligt ergens rond juni. In dat energierapport zou hij tot 2020 zekerheid moeten bieden aan investeerders. Dat moet het signaal zijn. Nu sturen we het signaal dat als iedereen een jaar op zijn handen blijft zitten, er volgend jaar iets anders uit de trukendoos van deze gezamenlijke volksvertegenwoordiging komt.

De heer Leegte (VVD): Ik vind dit, als nieuw Kamerlid, een bijzonder moment van zelfinzicht van de PvdA. Al na zes maanden debatteren is de PvdA overtuigd van het feit dat we afmoeten van al die subsidies. Tegen de sector zeg ik dat ik spijt heb dat ik mij niet acht jaar geleden heb gekandideerd, zodat we acht jaar geleden die zekerheid hadden kunnen bieden en niet in al die hobby's van politici hadden moeten gaan. Hoe zit het, zo vraag ik de PvdA, met de salderingsregelingen en al die andere dingetjes die nog in de pijplijn zitten waarvan de PvdA zegt dat het een slimmigheidje is dat nog aan het systeem moet worden toegevoegd? Blijven we daar ook van verschoond?

De heer Samsom (PvdA): Ik had het niet over het feit dat we af moeten van al deze subsidies. Ik kan me een subsidiesysteem voorstellen dat effectief is, een subsidiesysteem dat je volhoudt. Het enige duurzame energiebeleid is beleid waarvan je zeker weet dat het de volgende verkiezingen overleeft. Dat mag een subsidiesysteem zijn. In Duitsland werkt het ook. Theoretisch economisch het domste systeem dat je kunt verzinnen, maar het is ongelooflijk effectief omdat het wordt volgehouden. Dan komt het vanzelf goed. Dat zou in Nederland ook kunnen. Ik kan daarvoor slimme ideeën verzinnen, maar de essentie is juist dat we elkaar niet met slimme ideeën gaan bestrijden. De essentie is dat we elkaar vinden in iets waarvan we zeker weten dat we het vol kunnen houden. Misschien is dat een tandje minder snel dan ik zou willen, misschien is het een tandje sneller dan de VVD zou willen. Dat zou kunnen. Gezamenlijk maken we iets waardoor ondernemers weten dat hun investeringen ook na de volgende verkiezingen veilig zijn. Het beleid staat als een huis. Zo is het bij wegen ook. Die komen er, omdat er in dit land consensus is bereikt over nut en noodzaak.

De heer Leegte (VVD): Maar daarmee ondersteunt de heer Samsom mijn betoog over één doelstelling en één instrument. We moeten het systeem niet ingewikkelder maken. We hebben de SDE-plusregeling voor het stimuleren van duurzame energie. We moeten niet ook nog eens salderingsoplossingen invoeren.

De heer Samsom (PvdA): Saldering is geen regeling. De markt maakt slim gebruik van de mogelijkheden die wij hebben geboden. Dat zou de VVD moeten toejuichen. Een simpeler systeem bestaat niet. Ik heb lang gedacht dat een verplichtingensysteem een simpel systeem zou zijn. Dat is het niet. Het is heel ingewikkeld. Ik weet nog niet waar ik uiteindelijk voor moet kiezen. We kunnen ervoor kiezen, maar laten we dat niet doen op het argument van eenvoud. Overigens geldt dit ook bij een subsidiesysteem. We kiezen sowieso een ingewikkeld systeem. Daarom moeten we stevig in onze schoenen staan en het lang weten vol te houden, ook als iedereen de Kamer bestormd met aanvullende vragen.

De heer Van Vliet (PVV): Dit debat gaat over het stimuleren van duurzame energie. Ik wil centraal stellen dat het hier om belastinggeld gaat. Waar trek je als politicus de grens om over je eigen graf te willen regeren?

De heer Samsom (PvdA): Is onze democratie bestand tegen de wens om stabiel langjarig beleid uit te zetten? Dat is een existentiële vraag die op heel veel terreinen speelt. Bij wegenaanleg speelt dit via het Infrafonds. Daar hebben we een modus operandi voor gevonden. Dat kan bij duurzame energie ook. Ik wil betogen dat het bij duurzame energie zelfs nog urgenter is om te doen. Het gaat inderdaad om gemeenschapsgeld, niet alleen belastinggeld, maar ook om kosten voor elektriciteit. Je moet inderdaad bereid zijn iets van de democratische grillen te doorbreken. Het is ons met sociaal beleid gelukt in 1982 met het Akkoord van Wassenaar. Het is ons in de jaren negentig gelukt met het Infrafonds. Het zal ons in 2011 moeten lukken met duurzame energie.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. De doelstellingen rond duurzame energie gaan de ChristenUnie aan het hart. Het gaat ons ook aan het hart als geld ongebruikt op de plank blijft liggen, of slecht wordt gebruikt en we denken dat het beter had gekund. De prognose is somber. Het ziet er naar uit dat we onze doelstellingen niet gaan halen, ook niet met het nieuwe beleid. Er is 35 mld. tot 40 mld. aan investeringen nodig. Dat betekent dat we langjarige voorwaarden moeten hebben. Nederland moet duurzaam investeringskapitaal kunnen aantrekken. Daarover is de AER sceptisch. Op dit punt wil ik graag een reactie van de minister.

Hij zegt in de brief dat met 1,5 mld. 5 petajoule wordt gerealiseerd. Ik vraag me af op welke manier. Volgens de doelen zouden we 15 petajoule moeten realiseren. Hoe zit het met het aantal petajoule als de energieprijzen lager uitvallen? Wordt het overige budget dan alsnog besteed aan duurzame energie? Ik vraag me ook af of er geen gat valt in 2011, 2012. Het lijkt er op dat de inhaalslag die we nu moeten maken pas in 2013 van start gaat. Dan nog is het de vraag of dat genoeg is. Ik wil het rapport van SEO Economisch Onderzoek noemen. Dat schetst twee routes. Deze verschillende nauwelijks in kosten. Ik constateer dat dit kabinet helaas kiest voor het scenario met de nadruk op fossiele energiebronnen, ondanks de verbeterde SDE.

De nieuwe SDE-regeling is voor bepaalde categorieën, zoals wind op land, gunstig. Daarbij heb ik de vraag of er geen differentiatie nodig is. Het basisbedrag gaat uit van kustlocaties. Is de minister bereid in het basisbedrag te differentiëren voor wind op land? Ik verwijs gemakshalve naar het voorstel van de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA).

Het is goed om niet uit te gaan van opgesteld vermogen maar van de kWh-productie. Op die manier kun je subsidie verlenen op basis van verwachte productie en na vijf jaar op werkelijke productie afrekenen. Zo stimuleren we innovatieve oplossingen om zo efficiënt mogelijk te produceren. Dat is gunstig voor zon-PV, waar de ontwikkelingen op dit moment in sneltreinvaart gaan. Dit principe is ook toe te passen op de toekenningsfases. Als wind op land met een lage kostprijs en een laag SDE-plusbedrag past binnen fase 1 en kan concurreren met bijvoorbeeld stortgas, zou dat moeten kunnen. Waarom laten we de koppeling met de techniek niet los? Graag een reactie van de minister.

Het principe «wie het eerst komt, het eerst maalt» is vaak ten nadele van kleine particulieren. Dat zit de ChristenUnie dwars. Ik hoor graag van de minister een uitleg over de keuzes die hierin zijn gemaakt. Een ander aandachtspunt is de vaste grondvergoeding binnen de SDE. Het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) hanteert een hogere vergoeding dan binnen de SDE. Ik vraag me af of de minister dat element wil verbeteren in de SDE-regeling, bijvoorbeeld door een grondvergoeding per megawattuur (MWh) te hanteren en dat af te stemmen met het RVOB.

In Nederland is veel kennis over zon-PV, ook bij bedrijven. R&D groeit in Nederland. De omzet is 1 mld. China koopt graag onze apparatuur. Ik denk aan een producent in Arnhem die crystallized siliciumtechniek toepast en Soliance in Eindhoven. Dit zijn prachtige bedrijven. Tegelijkertijd zien we dat allerlei businessunits zon-PV in Nederland sluiten. Dat vind ik een gevoelig verlies. Ik vraag me af of de minister dit voor lief neemt, of dat hij actie gaat ondernemen om deze kennis te behouden.

Maken we ons niet afhankelijk van biomassa? Waar halen we dat straks allemaal vandaan? We zouden voor duurzame energie algemeen geldende duurzaamheidseisen moeten hebben. Ik heb begrepen dat staatssecretaris Atsma hier nog niet aan wil. Wil de minister toezeggen dat alleen SDE-plussubsidie wordt verleend aan aantoonbaar duurzame biomassa?

De commissie Veerman heeft goede aanbevelingen gedaan. Bedrijven hebben tientallen miljoenen geïnvesteerd in businesscases en doen mee aan tenders. Belangrijkste vraag op dit moment is of de minister de looptijd van vergunningen wil verlengen.

Het was fijn geweest als er al een reactie was op het rapport van de Taskforce Windenergie op Zee.

De heer Paulus Jansen (SP): Voorzitter. Duitsland is een grote economie, die degelijk wordt geleid. Het is onze belangrijkste handelspartner. Daarom is het goed te kijken of de Duitsers iets slims verzinnen. Jaren geleden was al duidelijk dat de Duitse overheid met het feed-insysteem een heel effectief, duur, maar zeer succesvol instrument had voor het uitrollen van duurzame energie. De knop waaraan ze konden draaien was het basisbedrag om de kosten bij te sturen. Ten principale heeft dat systeem zijn kwaliteit bewezen. Ik vraag ieder jaar waarom we nog steeds niet de les leren van succesvolle andere voorbeelden. Op dit punt ben ik een groot voorstander van open grenzen in Europa.

Wat zijn de twee belangrijke verschillen tussen de Nederlandse SDE en het Duitse systeem? Het eerste is dat wij veel bureaucratie nodig hebben om het geld te verdelen. Dat wordt minder omdat alle kleine partijen eruit worden gegooid. Het tweede, misschien nog wel grotere, probleem is de uitval van projecten. Een project waaraan subsidie is toegekend hoeft niet door te gaan. We hebben vragen gesteld over de zon-PV. Die zijn op 18 april beantwoord. 42% van de in 2008 toegekende subsidie is op dit moment besteed. Meer dan de helft van de toegekende subsidie is überhaupt niet besteed. Dat is zo ineffectief als het maar zijn kan. Het Duitse systeem is anders. Er wordt een installatie aangelegd, die wordt aangemeld en gaat stroom leveren. Op dat moment gaat de kassa rinkelen. Dat is fool proof en zonder bureaucratie. Ik snap niet dat deze minister nog niet op die toer zit.

De nieuwe regeling is nog verfijnder. Ik vrees dat fase 1 zwaar onderuitgeput gaat worden, zeker nadat de AVI's eruit gegooid zijn. Daar ben ik het overigens mee eens, omdat simpelweg niemand aan die voorwaarden gaat voldoen. Fase 2 zal onderuitgeput worden omdat veel projecten worden teruggegeven. Wind op land-projecten worden door lokaal verzet uiteindelijk niet gerealiseerd. Deze SDE komt vooral neer op het opstoken van hout en olie. Dat lijkt duurzaam, maar als het grote volumes worden is het helemaal niet duurzaam en ook niet innovatief. Ik denk dat we daarmee op de langere termijn een grote fout maken. Het is misschien op de korte termijn goedkoop, maar geeft op de langere termijn geen grote bijdrage aan de Nederlandse economie. De SP is hier heel kritisch over. Ik hoop dat de minister zijn blik zo snel mogelijk naar buiten richt en terugkomt op deze keuze.

Wij denken dat het belangrijk is dat de Warmtewet snel wordt vastgesteld door de Tweede Kamer. Het is een randvoorwaarde om een succes te kunnen maken van warmteprojecten. Dit geldt niet alleen voor geothermie, maar ook voor andere typen warmte. Het is hard nodig dat daar tempo wordt gemaakt. We wachten er inmiddels vijf jaar op. 2012 is wat mij betreft te laat. Dat jaartal wordt in de laatste brief genoemd.

Het probleem van de gebonden gebruikers bij warmte moet worden opgelost. Het is voor de SP onacceptabel dat particuliere bedrijven warmte gaan leveren aan gebonden klanten. Dat is een veel te groot risico. We doen dit bij kleinverbruikers, maar niet bij grootverbruikers. Die mogen weglopen. Dat is meten met twee maten. Wij willen dat dit probleem wordt aangepakt.

Ik denk dat duurzame warmte en een efficiënt gebruik van warmte de komende tien jaar de grootste bijdrage moeten leveren aan de oplossing van ons energieprobleem. In dat verband vraag ik de minister te reageren op de kritiek van de AER. Hij vindt het ondersteuning van zijn beleid, maar de raad zegt dat hij met dit beleid zijn doelstellingen niet haalt. Het is ook qua investeringen niet te behappen. Is warmte dan geen absolute noodzaak voor de komende tien jaar?

De heer Van Vliet (PVV): De feed-inregeling heeft naar mijn gegevens administratief tot enorme problemen geleid. Kan de heer Jansen zijn enthousiasme toelichten?

De heer Paulus Jansen (SP): Volgens mij heeft de regeling administratief zeker niet tot problemen geleid. Het is een buitengewoon simpele regeling. Het is wel zo dat er in Duitsland discussie was en is over de betekenis ervan voor de prijzen van grijze stroom. Het feed-intarief wordt betaald door een opslag op de grijze stroom. Er zijn mensen die 1 of 1,5 cent per kWh meer te veel vinden. Dat is een politieke afweging. Het Duitse systeem is oneindig veel eenvoudiger dan het Nederlandse. Het voorkomt dat allerlei projecten schijnbaar doorgaan, die achteraf worden teruggegeven.

Minister Verhagen: Voorzitter. Op het moment dat er een goed publiek debat ontstaat, kan alles veranderen. Vorig jaar hebben we een debat gehad over de vormgeving van de SDE-plusregeling, zoals die door de Kamer was gevraagd. Vandaag gaat het om de definitieve invulling. Destijds ging het debat over het feit of de regeling recht deed aan hetgeen in het regeerakkoord stond. Als ik het debat van vandaag hoor, kan ik me aansluiten bij de heer Samsom. We gaan niet iedere week het beleid veranderen, maar staan voor de keuzes die we eerder gemaakt hebben. We staan voor de grote uitdaging het energiebeleid verder te verduurzamen. Dat betekent dat we groene groei en kansen op verduurzaming moeten benutten. Dat betekent ook realisme ten aanzien van de manier van groeien. Wil je een duurzame groei langjarig kunnen voortzetten, dan moet je daarbij rekening houden met de betaalbaarheid van het beleid. Dat is een van de elementen die in voorgaande regelingen een grote rol hebben gespeeld. De betaalbaarheid was niet gegarandeerd of leidde tot grote problemen ten aanzien van overschrijdingen, met alle negatieve gevolgen voor zowel het draagvlak als voor de voortzetting van het beleid. In de SDE-plusregeling vinden we juist een evenwicht door de beschikbare middelen te richten op de meest kosteneffectieve technieken met de introductie van fases en één gemeenschappelijk budget. Het budgetplafond is een essentieel element, wat bepalend is geweest in de discussies rond het regeerakkoord. Het stimuleren van de juiste concurrentie tussen technieken is van belang, omdat men niet bij voorbaat zeker is dat een bepaalde categorie wordt toegewezen. De algemene doelstelling hebben we in december besproken. Het geld moet efficiënt worden ingezet, zodat we met het beschikbare geld meer verduurzaming kunnen realiseren dan in de voorgaande methodes.

Door het toevoegen van een vrije categorie prikkel ik daarnaast groen ondernemerschap en innovatieve oplossingen. Bij de gepresenteerde basisbedragen heb ik het ECN een-op-een gevolgd. Een second opinion door het Fraunhofer Institute geeft mij het vertrouwen dat een goede inschatting is gemaakt van de kosten van een representatieve businesscase. In het vorige debat met de Kamer is duidelijk gemaakt dat we niet-realistische aanvragen moeten voorkomen. Nieuwe systematiek zou dat kunnen uitlokken. Het leidt tot oneerlijke concurrentie met realistische aanvragen en het onnodig vasthouden van SDE-plusbudget. De commissie wees daar terecht op. Er zijn aanscherpingen toegevoegd, waarmee ik onrealistische aanvragen sneller kan afwijzen. Tegelijkertijd hebben we ervoor gewaakt te grote administratieve drempels op te werpen. We hebben veel contact gehad met de betrokken sectoren. Het merendeel van de reacties is positief. Men begrijpt dat dit een eerlijke manier is om de beschikbare middelen te verdelen, waarbij de technieken die het meest marktrijp zijn en kosteneffectief bijdragen aan de doelstelling vooraan in de rij staan. Sectoren zijn wel bang voor het feit dat het budget te vroeg is uitgeput. De windsector vreest dat er een run komt op groen gas, biomassa is bang voor een run op wind. Zo is iedereen met name bezorgd over zijn eigen categorie. Een concurrentiemodel betekent dat sommige projecten in aanmerking komen en andere projecten niet. Dat is inherent aan het systeem. Door de introductie van concurrentie tussen de verschillende technieken is de maatschappij het voordeligst uit. We maken op die manier zo veel mogelijk meters met het beschikbare geld.

Er zijn tal van verzoeken binnengekomen van partijen die toch weer pleiten voor het werken met budgetschotten. Zo krijgen ze geen concurrentie van een andere sector en stellen ze hun eigen techniek veilig. Ik wil daar niet in mee gaan. Dat is de bijl aan de wortel van het grote voordeel van de SDE-plusregeling, ook ten opzichte van de SDE-regeling. We hebben dit in december besproken. Door het bestaan van de schotten liepen we tegen problemen op. Onrendabele of te dure technieken werden daardoor gesubsidieerd. Het geld droeg niet bij aan de doelstellingen die we hadden geformuleerd. Ik wil concurrentie tussen de technieken.

In 2012 is er een nieuwe ronde met nieuwe kansen. Voor innovatie en topgebieden komt een ander beleid. Uiteraard wil de Kamer het totaal zien, om te wegen of dit wel of niet goed is. De nieuwe regeling moest snel vormgegeven worden. Om te voorkomen dat er een gat ontstaat moeten de aflopende bestedingen van de gelden van de SDE opgevangen worden door de nieuw beschikbare gelden in het kader van de SDE-plusregeling. Als ik had gewacht tot de Green Deal en het energierapport ook klaar waren, was dat gat ontstaan. Ik begrijp de wens om het totaalplaatje te hebben voordat men een oordeel velt. We krijgen nog het advies van de heer Van der Veer in het kader van de topteams. Daarnaast hebben we dan de innovatie, de Green Deal, het energierapport en de SDE-plusregeling. Ik vraag de Kamer niet er op te vertrouwen dat het allemaal goed komt. De Kamer kan een totaaloordeel uitspreken als het totale pakket klaar is, maar deze regeling is een essentieel onderdeel om de doelstellingen te halen.

Het behalen van de doelstellingen hoeft niet altijd met subsidies. De initiatieven van Urgenda en Zonvast vind ik geweldig. Zij geven aan dat de markt zeer goed de uitrol van zonnepanelen voor particulieren kan organiseren zonder een cent subsidie. Die optie is uit de SDE-plusregeling gehaald vanwege te hoge uitvoeringslasten. Omdat de subsidie er niet was en men dat zeker wist, heeft het geleid tot een prijsdaling voor panelen en dakinstallaties. Hierdoor zijn veel meer particulieren overgegaan tot aanschaf. Het is niet zo dat subsidie hoe dan ook leidt tot een grotere uitrol van duurzame initiatieven dan het hebben van geen subsidie.

De heer Samsom (PvdA): Allereerst wijs ik erop dat Urgenda bestaat dankzij de Subsidieregeling Maatschappelijke Organisaties en Milieu (SMOM). Het is mij niet gelukt de betreffende minister te overtuigen van het nut van het laten voortbestaan van deze subsidie. Het initiatief is mede door de prijzen in China geslaagd, niet alleen door het briljante overheidsbeleid hier. De zekerheid van de minister dat het in de eerste ronde van deze SDE-plussubsidie wel goed zal gaan, wordt misschien wel minder. In de vrije categorie is nog 9 cent per kWh nodig. Wellicht gaat iemand met die subsidie twintig containers met zonnepanelen invoeren en aan de man kan brengen. Kunnen we dit soort ontwikkelingen bijhouden met de SDE-plusregeling?

Minister Verhagen: De creativiteit van de sector is mij al opgevallen. Ik sluit dus niet uit dat men nieuwe wegen vindt. Als 9 cent te hoog is, gaat het bedrag in 2012 omlaag.

Het Duitse voorbeeld is aangehaald als een beter systeem. Daar hebben we naar gekeken bij de vormgeving van de SDE-plusregeling. Bij zonnepanelen vond ik het mooie dat er veel creativiteit is, ook met betrekking tot de financiën. Een ondernemer in die sector zei me dat wat hier nu gebeurt in Duitsland niet voorkomt, met de genereuze steun voor zonne-energie. Een aanbieder van zonnepanelen noemde de SDE-regeling een belemmering. Het geven van subsidie was goed bedoeld, maar was een belemmering en leidde tot het ontbreken van creativiteit. Ik zeg niet dat we dus af moeten zien van iedere vorm van subsidie. Dan hadden we de SDE-plusregeling niet bedacht. Maar de gedachte dat er veel duurzame energie-initiatieven worden ontwikkeld als er een bak geld tegenover staat, is onjuist.

De heer Samsom (PvdA): De minister zegt dat hij het bedrag in 2012 verandert. Dan zijn we voor 2011 wel de sigaar, want dan is de subsidiepot in categorie 1 op 1 juni aanstaande uitgeput. Ik spreek uit ervaring.

Minister Verhagen: We hebben die tarieven een-op-een van het ECN overgenomen. Het is niet de bedoeling dat wij door de hoogte van de vastgestelde bedragen de ontwikkelingen krijgen die de heer Samsom schetst. Hij vindt de regeling toch te ingewikkeld. Er zou een alternatief gepresenteerd moeten worden in het energierapport. Het belangrijkste bezwaar is dat de stappen die we zetten naar meer duurzame energie te beperkt zijn. De heer Samsom wil harder lopen. Dat zou kunnen via een fonds dat meer geld heeft. Ik heb het te doen met het gereserveerde geld uit het regeerakkoord. We hebben systematisch stappen gezet om zeker te stellen dat we met dit geld de meest duurzame vorm van energie kunnen ondersteunen en genereren. We moeten blijven kijken naar betere alternatieven, maar niet te snel en te vaak wijzigingen doorvoeren. De duidelijkheid die we scheppen lokt de inzet vanuit de markt en de sectoren uit. Ik ga in het energierapport wel in op de wenselijkheid van eventuele alternatieven.

De heer Paulus Jansen (SP): De argumentatie van de minister is dat de leveranciers door het Duitse systeem alleen maar dik en volgevreten worden. Innovatie wordt niet gestimuleerd. Ik constateer dat in Duitsland per saldo, gecorrigeerd voor het aantal inwoners, een factor 10, 20 of 25 meer vermogen wordt geplaatst dan hier. De output is perfect. Laat de minister eens kijken wat het Duitse circus kost aan de Duitse belastingbetaler in relatie tot de kosten van onze regeling. 1 cent per kWh, met gemiddeld 3 000 kWh per jaar, is drie tientjes per huishouden per jaar. De SDE-regeling in Nederland is ook niet goedkoop. Ik wil weten of het Duitse systeem zo extreem duur is als de minister suggereert. Er ontstaat een infrastructuur, ook aan de kant van de installateurs. Die hebben we over vijf à tien jaar hard nodig om de grootschalige uitrol van de grond te krijgen.

Minister Verhagen: De signalen die ik gaf komen uit de markt. Als partijen dat uit eigen ervaring melden, moeten we het serieus meenemen. Bij de vormgeving van de SDE-plusregeling zijn we uitgegaan van de feed-inregeling, als alternatief voor de SDE zoals we die kenden. Een van de grootste problemen van de feed-inregeling is het open einde. Het is onbetaalbaar, tenzij je zegt dat er op andere terreinen wordt bezuinigd. Daar hebben we niet voor gekozen. Tegelijkertijd hebben we de regeling minder afhankelijk gemaakt van de begroting, door het als opslag op de energierekening te doen. Het is in die zin geen belastinggeld. Het is wel geld voor de burger, maar geld wat hij via zijn eigen rekening gaat betalen.

Het Duitse systeem heeft een goede output gehad, maar kostte gigantisch veel geld. De riante vergoeding van zon-PV heeft inderdaad geleid tot 9 000 MWh voor zon, maar tegen een heel hoge vergoeding. Het resultaat daarvan is dat ook Duitsland de vergoedingen fors naar beneden moet bijstellen om het überhaupt in de hand te houden. Dat kun je een succes noemen, maar een huishouden gaat daar volgend jaar ruim 70% meer betalen aan duurzame energie. Juist als je stappen wilt zetten, moet je beginnen zoals wij het doen. Het is een manier van stimuleren en draagvlak creëren. We beginnen met € 8 per jaar per huishouden. Dat komt omdat we de SDE-gelden nog hebben. Het bedrag groeit op het einde van de kabinetsperiode naar € 25 per huishouden.

De heer Paulus Jansen (SP): Ik vroeg de minister met een rekensom aan te tonen dat Duitsland duur uit is. Daarom verlaagt Duitsland de bijdragen. Het verlaagt de bijdragen ook omdat de kostprijs van zonne-energie snel daalt. Dat is het hoofdargument. Het is precies wat ze wilden bereiken.

Minister Verhagen: Als ik in de vergelijking met de Duitsers zie dat zij € 140 per jaar per huishouden betalen en wij € 8, dan is het maar waar je gelet op de ontwikkelingen de lasten wilt leggen. Ik zeg toe die rekensom in een overzicht op papier te zetten.

Bij de vormgeving van het regeerakkoord is door partijen die deze coalitie schragen, als opdracht aan de nieuwe regering meegegeven dat het niet het Duitse feed-insysteem mocht zijn. Dat is de reden dat er een SDE-plusregeling in het regeerakkoord staat. Dat hebben we besproken toen we het regeerakkoord verdedigden.

De AER geeft in het advies aan dat zij de SDE-plusregeling als een goede stap beschouwt. Ze adviseert de SDE-plusregeling maximaal te benutten. Ik ben blij met deze steun en zie de regeling als het instrument voor de komende jaren. De SDE-plusregeling is in het rapport vergeleken met een verplichting. Verschillende Kamerleden spraken al over de vergelijking SDE-regeling versus verplichtingen. In het SDE-plussysteem is volgens de AER de consument het beste af. Dat is op zich een belangrijke constatering en randvoorwaarde bij de discussie over een eventuele systeemwijziging. Een punt van kritiek is dat we het systeem al zo vaak hebben omgegooid, dat een systeemwijziging aantoonbare meerwaarde moet hebben willen we dit overwegen. Als je weer onzekerheid creëert moet er echt iets te winnen zijn. Wij praten met de sector over de verschillende systemen. Die gesprekken worden voortgezet. Het is apart dat juist het Verenigd Koninkrijk, waar altijd naar wordt verwezen als het gaat over de verplichtingen, afscheid neemt van de verplichting ten faveure van een SDE-plussystematiek. Zij kijken bij ons hoe we dit vormgeven, omdat ze er betere resultaten van verwachten. Het is niet zo zwart-wit als soms wordt gesuggereerd.

Subsidies moeten eindig zijn. Het is een prikkel om een ontwikkeling te stimuleren. Die moet er niet ten eeuwigen dage afhankelijk van zijn. Overigens is de invoering van een verplichting ook een vorm van subsidie aan producenten. Bij een verplichting wordt een producent niet via de belasting betaald, maar draagt de afnemer rechtstreeks af aan de producent. Wij vinden elkaar in de noodzaak goed te kijken naar de betaalbaarheid van het stimuleren van duurzame energie. Via de SDE-plusregeling subsidiëren we alleen de goedkopere en bijna rendabele vormen. Een verplichting willen we pas invoeren als we kunnen voorkomen dat die wordt meebetaald door de consument.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik hoorde de minister net zeggen dat elke subsidie eindig moet zijn, omdat je er een bepaalde prikkel mee beoogt. Ik wil van de minister weten of dat ook geldt voor bepaalde belastingteruggaven. Ik noem als voorbeeld de vrijstelling kolenbelasting, die voor iedereen die elektriciteit opwekt geldt, maar niet voor iemand die glas maakt of keramische potten bakt.

Minister Verhagen: Mevrouw Van Tongeren heeft een andere opvatting over belastingvrijstellingen versus subsidie. In systematiek is het iets anders. Net als bij hypotheekrenteaftrek, wat zij ziet als subsidie, gaat het om minder afdragen van belasting. Men betaalt nog steeds aan de overheid, maar minder dan zonder de aftrekmogelijkheden. Het is iets anders dan subsidie. Los daarvan vindt GroenLinks dat fossiele brandstoffen te veel worden gesubsidieerd. Daar hebben we al eerder over gediscussieerd.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): De vraag ging specifiek over de prikkel en de tijdelijkheid. Zelfs al zit er een verschil in de techniek, het komt op het zelfde neer. Als het tijdelijk moet zijn en moet eindigen, moet je het afbouwen. Dan zou voor rood gas, kerosine, belasting op kolen hetzelfde gelden als voor de schone energie. Dit is een specifieke vraag over de tijdelijkheid van de prikkel.

Minister Verhagen: Subsidies moeten niet oneindig doorlopen. Dit principe deel ik met diverse Kamerleden. Bij vrijstellingen, bijvoorbeeld bij kolen, is gekozen voor een internationaal gelijk speelveld. Op het moment dat dit in relatie tot die open markt bij andere landen niet meer het geval is, is het eindig. Het bestaan van een gelijk speelveld is de reden geweest om de vrijstelling te introduceren. Het blijft de vraag of er dusdanige wijzigingen in zijn gekomen, dat we ervan af kunnen zien. Ik zeg niet dat het hoe dan ook altijd door moet gaan, maar de vraag of je het voortzet of niet is afhankelijk van het bestaan van een gelijk speelveld. Overigens gaat van het totale geld, subsidie of fiscale vrijstelling, per opgewekte energie veel minder naar grijze energie dan bij groene energie.

De heer Leegte (VVD): Subsidies moeten eindig zijn, omdat ze bedoeld zijn om de onrendabele kop er af te halen. Als de kop rendabel is geworden, is de subsidie niet meer nodig. Daarin past zo'n verplichtingensysteem. Dan zijn alle prijzen gelijk. Fossiel wordt duurder, want schaarser. Dan slaat het om. Als je een minimumaandeel duurzame energie verplicht stelt, doet men dat meteen. Tenzij er technieken zijn, die nooit rendabel zullen worden. Als we zien aankomen dat technieken nooit die prijs kunnen benaderen, moeten we daar niet mee verder gaan. Dan blijven we goed geld naar slecht geld gooien. Dan kunnen we beter kiezen voor kernenergie. Dat is wel schoon, betaalbaar en betrouwbaar.

Minister Verhagen: We hadden het over duurzame energie. Met alle sympathie die ik heb voor kernenergie, mede gelet op de CO2-reductie die we ermee kunnen realiseren, zie ik het als een transitie-energie. Het valt niet onder de duurzame energie. De Kamer kan veel van me vragen, maar niet dat ik kernenergie als duurzame energie zal omschrijven. Ik ben het met de algemene redenering eens. Indien hernieuwbare energie rendabel wordt, bestaat niet langer de noodzaak van stimuleringsbeleid. Dat betekent dat de markt het zelf zal gaan produceren. De verwachting is dat de kosten van hernieuwbare energie zullen dalen en die van fossiele energie zullen stijgen. Ergens in die tijd gaan ze elkaar kruisen. Tot die tijd is er een risico op overwinsten. Het beperken daarvan vraagt om een zorgvuldige vormgeving van de leveranciersverplichting. Anders realiseer je geen duurzame energie die betaalbaar is voor de consument, maar financier je juist overwinst. Dat moeten we ondervangen. We delen hetzelfde perspectief. Ik ga in het energierapport nader in op de eventuele wenselijkheid van een verplichting. Dan kunnen we er over spreken.

De leveranciersverplichting ben ik in overleg met de sector aan het verkennen. Het systeem dat je kiest mag niet leiden tot windfall profits. Het is duidelijk dat er voldoende ruimte moet zijn voor nieuwe partijen. We moeten een voldoende liquide en transparante markt hebben. Er moet perspectief zijn voor een doorgroei naar een geharmoniseerd Europees systeem. Dit zijn belangrijke elementen. Het gaat niet van de ene op de andere dag, maar vraagt zorgvuldige weging omdat het niet zwart-wit is.

In de SDE-plusregeling zijn geen geleidelijke plafonds per techniek of per sector meer.

Het PBL heeft in een eerste analyse aangegeven, dat de kabinetsplannen zullen leiden tot 9% duurzame energie in 2020. Het had nog niet volledig inzicht in de uitwerking van de plannen. Ik zie ten opzichte van de eerste analyse van het PBL vijf mogelijkheden om een hoger percentage te realiseren. De SDE-plusregeling richt zich primair op goedkopere opties. Voor iedere euro wordt het maximale aantal kWh neergezet. Grootschalige bij- en meestook is een kosteneffectieve optie. Ik zal dat op korte termijn bestuderen. Er komt een Green Deal die zich richt op energiebesparing en de beperkte totale energievraag. Het aandeel duurzame energie in de energiemix neemt toe. Ik wil een goede balans aanbrengen tussen investeringen in de uitrol van goedkope opties en investeringen in innovatie. Daardoor kunnen nieuwe technologieën bijdragen aan het vergroten van het percentage duurzame energie. Ik ga kijken naar het realiseren van kosteneffectieve opties in het buitenland, zoals die nadrukkelijk in de EU-richtlijn worden toegestaan. Dat punt zullen we bij de evaluatie van de SDE-plusregeling mee nemen. Met Noorwegen zijn we bezig met tal van dingen. Het creëert schijnzekerheid om de uitkomst van deze extra maatregelen te vertalen in een percentage. Het zal kunnen en moeten leiden tot een hoger percentage. Ik denk dat deze maatregelen ons in ieder geval in de richting van het realiseren van de gewenste 14% brengen.

Er zijn verschillende maatregelen om onderbesteding aan te pakken. Zoals ik in mijn brief heb aangegeven, vraag ik naar de benodigde vergunningen, toets ik het financiële plan en vraag ik om een heldere studie met prijsindicatie van de netbeheerders bij groen gas. Herindiening is niet toegestaan. Aanvragers moeten toestemming hebben van de eigenaren van de locatie waar de installatie wordt neergezet. Na één jaar hebben we het ijkmoment, waarbij moet worden aangetoond dat de opdracht voor de bouw van de installatie is verstrekt. Als er na een jaar niets is gedaan, kan ik de subsidiebeschikking intrekken. Ik voorkom met deze maatregelen dat onnodig lang budget wordt vastgehouden voor projecten die niet worden gerealiseerd. Dat kan snel worden ingezet in een volgende openstellingsronde. Geld dat over is wordt weer ingezet. Er zijn maatregelen getroffen om dat zeker te stellen. Het resterende budget heb ik dan beschikbaar voor volgend jaar. Dat is het voordeel van het niet hebben van een financiering via de belasting, maar via een opslag.

Om inzicht te krijgen in de gerealiseerde projecten verwijs ik naar de jaarlijkse publicatie van de cijfers over de SDE en de MEP in het jaarbericht. Dat is een openbaar rapport en voor iedereen via de website te downloaden.

Het snel afgeven van vergunningen is belangrijk voor een snelle realisatie van projecten. Als projecten onder de Rijkscoördinatieregeling grote energieprojecten vallen gelden strakke termijnen. In mijn contacten met gemeenten en provincies besteed ik aandacht aan een spoedige vergunningverlening. Het NIMBY-gehalte neemt echter toe. Ik vind het bijzonder dat Friesland, een provincie die zich als heel groen presenteert, in het collegeakkoord heeft gezet dat er alleen nog windmolens mogen komen aan de grens. Het is tekenend. Er moet wel duurzaamheid komen, maar niet bij ons zelf. We moeten ons ervan bewust zijn dat het makkelijker praten is hier, dan het daar ter plekke uit te voeren. Toch kijk ik de verschillende lokale bestuurders aan om mee te werken aan het snel verlenen van vergunningen.

Ik kies voor 15 cent en niet voor 10 cent als maximumbasisbedrag, omdat het bedrag moet passen bij het beschikbare budget en bij de technische mogelijkheden in de praktijk. Ik denk met 15 cent een juiste balans te hebben gevonden, ook op basis van het ECN. Met een hoger maximum verschuift de aandacht naar minder kosteneffectieve technieken. Dat past niet bij de gewenste doelmatige inzet van overheidsmiddelen. Je wekt ook verwachtingen, omdat je veel minder projecten gaat financieren. Er is immers een eindig budget. Met een lager maximum loop je het risico dat er onvoldoende projecten tegen die prijs kunnen produceren. Er zijn dan te weinig aanvragen om de doelstellingen met betrekking tot duurzame energie te realiseren. Ik wil echt een forse stap richting de duurzame energiedoelstellingen zetten en ik ben er van overtuigd dat dit hiermee kan.

De productiekosten van de ene techniek zijn meer volatiel dan van een andere. Zon-PV is een voorbeeld van een techniek die snel goedkoper wordt, hoewel die nog steeds relatief duur is. Bij andere technieken treden ook effecten op. Het basisbedrag blijft per saldo gelijk. De verschillen in basisbedragen voor groen gas zijn een gevolg van marktontwikkelingen in techniek en prijs. Omdat die ontwikkelingen nogal wisselen, bepalen we de basisbedragen jaarlijks.

Bij het evalueren van de SDE-regeling heb ik de optie van een tender overwogen, juist omdat we het principe «wie het eerst komt» niet meer wilden. Ik heb gekozen voor een systeem waarbij er door de fasensystematiek wordt gestuurd op goedkope opties eerst. Tegelijkertijd is sprake van continuïteit in de regeling. Partijen weten sneller waar ze aan toe zijn. In geval van een budgetuitputting zal in de toekomst het budget op de dag van de uitputting via een tender worden verdeeld. Daarvoor moet ik de AMvB wijzigen. Het is een goede mix van een werkbare regeling en het stimuleren van kosteneffectieve opties. Het geheel wordt verdeeld op basis van kostprijs, zoals diverse Kamerleden willen.

Er zijn al afspraken gemaakt over klimaat en energie met gemeenten, provincies en waterschappen. We zijn daarnaast met diverse decentrale overheden in gesprek over initiatieven in het kader van de Green Deal.

Ik stuur niet op neer te zetten vermogen, maar op productie van duurzame energie. Men krijgt betaald per kWh elektriciteit of kubieke meter gas dat aan het netwerk wordt aangeboden. In de SDE-plusregeling wordt wel een maximumaantal vollast-uren gesteld. Die zijn zodanig gesteld, dat een ambitieuze producent het net kan halen. De meeste producenten zitten onder dit niveau en worden uitgedaagd om meer te produceren. Aan de hand van de vollast-uren wordt het basisbedrag berekend.

Er is een voorstel van de NWEA om binnen de SDE-plusregeling te differentiëren naar windarme en windrijke locaties. Op 30 november 2010 heb ik aangegeven dat de methodiek voor wind op land voor 2011 ongewijzigd blijft. Er vinden gesprekken met de sector plaats, om te kijken of winddifferentiatie in de toekomst nuttig zou kunnen zijn. Ik houd de Kamer op de hoogte over de voortgang van deze gesprekken.

In 2011 stimuleren we twee routes voor biogas. Men kan het biogas in een warmte-krachtkoppeling (wkk) omzetten in elektriciteit en men kan het biogas opwaarderen naar aardgaskwaliteit en invoeren op het gasnet. Dat is de ruimte die het SDE-besluit biedt. Om het snel in te kunnen voeren zijn we van dit besluit uitgegaan. Dat wijzigen we met een optimaliseringsslag in de SDE-plus. Ik stimuleer vanaf 2012 ook warmte. Dat betekent dat straks alle mogelijke toepassingen van ruw biogas ondersteund worden: elektriciteit, groen gas, warmte. Ook eigen gebruik wordt gestimuleerd. Het is niet meer noodzakelijk biogas in te voeren op het aardgasnetwerk. Men kan het ook inzetten in het eigen bedrijf. Er is voorlopig nog geen reden om aan te nemen dat congestie op het gasnet ontstaat. Daarvoor zijn de aangeboden hoeveelheden te klein.

Ik ben verbaasd dat Kamerleden ten opzichte van 6 december met nieuwe elementen komen. Als we zo doorgaan komen we inderdaad in het doemscenario van de heer Samsom terecht. Een aparte categorie voor groen gas is überhaupt niet aan de orde geweest toen we de systematiek bespraken. Mijn antwoord is overigens hetzelfde als het geweest zou zijn als we het op 6 december wel aan de orde hadden gehad. Ik ben hier geen voorstander van. Een aparte categorie ondermijnt de centrale filosofie van concurrentie tussen technologieën. Waarom zouden we daarnaast wel een aparte categorie hebben voor kleine vergisters, kleinschalig groen gas, en niet voor andere producenten? Het is eigenlijk een terugkeer naar de oude SDE, met een bijna communistische wijze om de prijzen vast te stellen. Ik kan me niet voorstellen dat de heer Leegte daarvoor pleit.

De heer Paulus Jansen (SP): Ik kan mij niet voorstellen dat een CDA minister dit ooit ingevoerd heeft.

Minister Verhagen: Als we dit gaan doen, hoe sympathiek het ook klinkt, moeten we de illusie loslaten dat we ooit in staat zullen zijn de 14%-doelstelling binnen deze termijn te halen. Als we ons geld uitgeven aan kleinschalige initiatieven moeten we niet verwachten dat we daar de meters mee maken.

Monovergisters vallen onder de categorie mest, co-vergisters in de SDE-plus. Net als alle categorieën kunnen ze voor een lager basisbedrag aanvragen in de vrije categorie. Het ECN heeft overigens berekend dat monomestvergisters goedkoper zijn dan co-vergisters. Volgens het ECN kunnen ze uit met 12,7 cent per kWh. Ze kunnen dus prima concurreren in de SDE, die op 15 cent zit. Ik hoop dat ik hiermee de brede zorg over de mestvergisters weg heb genomen.

De SDE-plusregeling gaat over het stimuleren van duurzame energie. We hebben niet voor niets het onderscheid tussen 14% duurzaam en 20% CO2-reductie. De CO2-reductie kan worden gerealiseerd met niet-duurzame vormen van energie. Ik wil duidelijkheid creëren en de SDE-plusregeling op het doel richten. Als dit de onderliggende reden zou zijn om te pleiten voor CO2-effectiviteit in relatie tot de co-vergisters, verwijs ik naar mijn opmerkingen van zojuist. Zij kunnen gewoon meedraaien in de regeling.

Bij- en meestook is een kosteneffectieve optie. Het past niet zo goed in de SDE-plusregeling. Er zijn pas kasmiddelen voor de SDE-plus vanaf 2013. Bij- en meestook vragen direct om budget. Tenzij de Kamer me dat geeft, heb ik dat niet. Als de Kamer suggesties heeft wil ik daar met mijn collega's over praten. Als ik het inbreng, kan de optie het gehele budget in een keer opeten. Dat moeten we ons realiseren. Ik ben in het kader van de Green Deal met de sector in gesprek over een alternatief beleid om bij- en meestook te stimuleren. Bij behandeling van de Green Deal informeer ik de Kamer daar verder over.

We stimuleren met de SDE-plusregeling niet het bouwen van nieuwe AVI's. Er wordt geen subsidie gegeven aan AVI's met een normaal rendement. In de AVI-categorie wordt alleen de onrendabele top afgedekt, van het verhogen van het rendement. Er is een convenant met de afvalsector waarin is afgesproken geen nieuwe AVI's te bouwen. Er worden echter sporadisch kleine installaties gebouwd, die niet onder het convenant vallen. Die kleine AVI's wil ik stimuleren om een zo hoog mogelijk rendement te halen. Dat is iets anders dan het stimuleren van de bouw of het financieren daarvan. Op die manier krijgen we meer kosteneffectieve duurzame energieproductie. Ik verwacht weinig aanvragen. De enkele aanvraag die binnen zou kunnen komen wil ik wel financieren.

In de SDE-regeling was het mogelijk om kleinschalige zonaanvragen te bundelen. Dan konden woningcoöperaties een straat vol panelen leggen. Kleinschalige zon-PV komt niet terug in de SDE-plusregeling. Zelfs als de aanvragen worden gebundeld, blijven ze te klein voor de grootschalige categorie. De huidige ontwikkelingen van Zonvast en Urgenda hebben niet de ondersteuning van SDE-plus nodig om te bereiken wat wij toejuichen. Waar het bundelen van initiatieven nuttig is, maak ik het wel mogelijk. Bij biogas is dat het geval.

De kostenopslag zal in 2013 100 mln. opleveren. Dat zal oplopen naar 200 mln. in 2014 en 300 mln. in 2015. De helft van de opbrengst is afkomstig van de huishoudens, de andere van bedrijven. Voor een gemiddeld huishouden zullen de kosten in 2013 € 8 bedragen. Dit bedrag loopt op tot € 25 in 2015. Dit zijn gemiddelden. Een huishouden dat veel energie afneemt, zal meer gaan betalen. Dit is een andere prikkel, die leidt tot het nemen van initiatieven om energie te besparen. Een huishouden dat relatief weinig gas en elektriciteit afneemt zal een lagere opslag hebben.

Mevrouw Van Tongeren wil fossiele energie duurder maken. Dan komen we tot het verkleinen van de kloof. Wij zitten aan de onderkant. Wij maken duurzame energie goedkoper. Los van het feit dat we op punten principieel van mening verschillen over de manier van oplossingen zoeken, is de gewone man duurder uit met haar systeem. De lasten gaan omhoog. Wat wij doen is eigenlijk op zo kosteneffectieve manier duurzame energie realiseren. Wij willen dat via het innovatiebeleid de kostprijzen van duurzame energie in de toekomst omlaag gaan. Aan de ene kant geven we ze een steuntje, aan de andere kant proberen we met het innovatiebeleid de kostprijs voor duurzame energie te verlagen. Daardoor blijft het voor iedereen betaalbaar. Als fossiele energie duurder wordt dan duurzame energie, kunnen ze beter concurreren. Dan is de gewone man duurder uit en gaan de lasten omhoog.

Mevrouw Van Veldhoven vraagt om een strategisch advies van de AER over het internationale perspectief. Ze overweegt hierover een motie. Nederland heeft bij de EU altijd aangedrongen op harmonisatie en samenwerking bij stimulering van duurzame energie. We moeten af van subsidieconcurrentie tussen lidstaten. Dat ben ik met haar eens. We zien andere landen met belangstelling kijken naar de SDE-plusregeling. We nemen de internationale dimensie mee in ons beleid. Ik kijk met een open houding naar internationale initiatieven. Als je een grotere markt kunt realiseren, kunnen de kosten omlaag. Op dit moment lijkt me een apart advies over het internationale perspectief dan ook onnodig.

Het voorstel voor de Warmtewet is terug van de Raad van State. Ik werk aan het nadere rapport daarover en zeg toe dat het wetsvoorstel voor 1 juli in de Tweede Kamer ligt. Restwarmte is interessant vanwege de effecten op energiebesparing. Het wordt bevorderd door het ETS en door meerjarenafspraken. Ook zal in de Green Deal aandacht worden besteed aan restwarmte.

Staatssecretaris Atsma heeft de Kamer al laten weten in beginsel positief te staan tegenover het verlengen van de looptijd van de vergunningen voor wind op zee. Hij wil daarbij rekening houden met de belangen van andere partijen, zoals de scheepvaart en de visserij. De staatssecretaris heeft deze partijen uitgenodigd om met een gezamenlijk voorstel vanuit de windsector te komen. Dat voorstel wacht ik af, omdat ik zijn verantwoordelijkheid in deze serieus wil nemen.

Ik sluit aan bij de duurzaamheidscriteria zoals die zijn vermeld in de Europese richtlijn. Ik stel duurzaamheidscriteria op voor de meest risicovolle stromen, zoals het gebruik van vloeibare biomassa bij thermische conversie. De Europese Commissie heeft de productie van groen gas, mits niet ingezet in transport, voorlopig vrijgesteld van duurzaamheidscriteria. Het gaat daarbij om de vergisters met relatief kleinschalige installaties, waarvoor de duurzaamheidsrisico's beperkt zijn. Risicovolle stromen, zoals palmolie, kunnen en mogen sowieso niet worden ingezet in vergisters. Zeker waar het gaat over het inzetten van dit soort producten, zoek ik aansluiting bij wat in de EU wordt gevolgd. Wij hebben afgesproken dat wij geen nationale kop op Europese regels of beleid zetten. Als de Europese Commissie het op termijn nodig acht de duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa verplicht te stellen, zal ik dat uiteraard in Nederland implementeren.

De stelling dat de ENDEX een hogere prijs en dus een lagere subsidie geeft laat ik nadrukkelijk voor rekening van de VVD. De regering hanteert deze stelling niet. Zij is daarmee niet bij voorbaat onwaar. In een goed werkende markt zullen de prijzen op de beide marktplaatsen dicht bij elkaar liggen, zeker wanneer het tijdstip van levering dichterbij komt. Ik heb in antwoorden op schriftelijke vragen inhoudelijk onderbouwd waarom ik de APX-prijs wil blijven hanteren als basis voor het correctiebedrag. Een van de redenen die ik daarbij heb genoemd is het continueren van de huidige bepaling van de correctie. Dat geeft de meeste rust. Als ik mijn werkwijze omgooi terwijl sommige projecten draaien, en andere projecten worden voorbereid, kom ik in het doemscenario van de heer Samsom terecht en ben ik als overheid heel grillig. Ik wil juist een stabiel investeringsklimaat hebben.

Ik ga uit van een opbrengst van 5 petajoule, waarmee 400 000 huishoudens voorzien kunnen worden. Het Actieplan Aardwarmte gaat uit van 11 petajoule waarmee 275 000 huishoudens voorzien kunnen worden. In de schriftelijke vragen heb ik getracht dit uit te leggen. Het verschil is te verklaren omdat beide getallen niet met elkaar te vergelijken zijn. Het gaat om verschillende vormen van energieverbruik: warmte versus elektriciteit. Ze hebben ook een andere tijdshorizon. Het getal van 5 petajoule is de extra opbrengst in 2020 van het verplichtingenbudget van de SDE-plusregeling in 2011. Vervolgens is dat uitgedrukt in elektriciteitsverbruik. Bij een gemiddeld gebruik van 3 500 kWh per huishouden is dit goed voor een gebruik van 400 000 huishoudens. Het getal 11 petajoule uit het Actieplan Aardwarmte gaat over de totale mogelijke bijdrage van aardwarmte aan de warmteproductie in 2020. Die is in het actieplan uitgedrukt in warmtegebruik van representatieve huishoudens, wat goed is voor 275 000 huishoudens. Het is dus een schijnbaar gebrek aan logica, omdat het van andere grootheden uitgaat.

Over eventuele tussendoelen hebben wij diverse malen gesproken. Ik ga daar niet in mee, omdat ik één doel heb: 14% duurzame energie in 2020. We hebben in het regeerakkoord afgesproken dat we dat willen halen. Daarvoor zet ik me in. Ik ben ervan overtuigd dat we het met het beleid dat ik formuleer en uitvoer kunnen realiseren. Dat doen we met name via de SDE-plusregeling, maar ook met de Green Deal. Het PBL heeft een doorrekening in haar werkprogramma staan. Ik vraag de Kamerleden de Green Deal af te wachten, om te bezien in hoeverre zij het realistisch achten. Ik wil dus geen aparte tussendoelen per jaar stellen. Ik rapporteer de Kamer wel welke projecten er per jaar worden opgezet en zijn gerealiseerd.

Het probleem van de grondvergoeding is bekend. Volgende week spreken we met de Dienst Domeinen over de grondprijzen voor het project Windenergie in de Zuidlob. Ik heb voor deze weerbarstige problematiek niet direct een oplossing. Ik zal de Kamer informeren, zodra ik meer concrete ideeën heb. Het probleem kan ik nu niet oplossen.

Mevrouw Wiegman vroeg naar een schatting van de energiemix. Met de SDE-plusregeling stuur ik niet op de energiemix, maar op kosteneffectiviteit. Daarnaast kan import een rol spelen. Ik schetste de mogelijkheid al dat wij via de import van duurzame energie een bijdrage leveren, maar die niet via de SDE-plusregeling financieren omdat het project niet in Nederland wordt opgezet. Uiteindelijk is het aan de markt om de energiemix te bepalen. De SDE is niet bestemd voor de energiemix. De regeling is bedoeld om de doelstelling van 14% duurzame energie te kunnen realiseren.

De heer Jansen stelde dat het systeem slechts leidt tot het stimuleren van biomassa en aardwarmte. Deze stelling wil ik bestrijden. Ik stimuleer de goedkoopste opties. Bij het beschikbaar stellen van de subsidie kies ik niet voor a- of b-technologie. Ik ben echter niet blind voor de technologische ontwikkelingen. De enige uitzondering is de grootschalige bij- en meestook buiten de SDE-plusregeling. De aardwarmte gaat in 2011 niet via de SDE-regeling, maar wel in 2012. Ik ben ervan overtuigd dat de sector creatief genoeg zal zijn om hier optimaal gebruik van te maken.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. We gaan over naar een robuust systeem. Zoals de Partij van de Aandeelhouder ook zegt geeft dat rust in de sector. Dat is goed. Daar vinden we elkaar en dat noemen we dan energieakkoord. Belangrijk is ons te realiseren dat het miljarden en miljarden aan investeringen gaat kosten. Dat legt een druk op de internationale kapitaalmarkt. Dat is de reden waarom het stabiel moet zijn in Nederland. Anders gaat het geld naar een ander land. Dat is zeker actueel als we zien wat er in Griekenland gebeurt. Als het geld opraakt, komt er niets van onze ambitie terecht. Dat zou de VVD jammer vinden.

Ik ben blij met de toezegging van de minister om te kijken naar de leveranciersverplichting. Als we dat een akkoord noemen is dat prima. De Kamer kan zich dan beperken tot het controleren van de controle van het ministerie op die verplichting.

Als de minister verwacht dat er geen aanvragen worden gedaan voor de AVI's, kunnen we dat dan niet beter schrappen? Ik wil daar met een motie desgewenst druk achter zetten.

De heer Van Vliet (PVV): Voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording van de vragen. Mijn fractie is niet bepaald enthousiast over de duurzaamheidsdiscussie. We hebben bepaalde afspraken gemaakt en daar staan we voor.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Voorzitter. Het is een interessante constatering van de heer Leegte, dat het miljarden gaat kosten. Ik ben blij dat ook de VVD zo duidelijk uitspreekt dat ze zich dat realiseert. Mijn fractie wil maatregelen nemen die daarbij passen en geen lasten voor ons uitschuiven. Vandaar dat ik de minister vroeg naar een kosteneffectief pad tot 2050. Daar heb ik nog geen antwoord op gekregen.

Ik ben blij dat de minister zegt dat energiebesparing een belangrijk onderdeel zal zijn van het behalen van de doelstelling. Ik heb daar al vaak op gehamerd. Ik wil graag dat het kabinet hier ambitieuze plannen voor ontwikkelt. Ik wil graag weten waar ik de plannen van het kabinet over energiebesparing terug kan vinden en wat de doelstelling daarin is.

Kan de minister de kosteneffectieve opties in het buitenland opnemen in het energierapport? Ik vind dat heel belangrijk. Laten we de transitie naar een duurzame energiehuishouding zo goedkoop mogelijk maken voor de Nederlandse consument.

Ik begrijp dat de minister de keuze voor de energiemix niet maakt. Maar de keuze die uiteindelijk door de markt tot stand komt, maakt veel uit voor hetgeen de minister met het vaststaande budget van de SDE-plusregeling kan bereiken. Of de markt voor 6 cent stortgas elektriciteit of voor 12 cent waterkracht elektriciteit aanbiedt, betekent dat de minister de helft of twee keer zoveel van de doelstelling zal kunnen realiseren. Wat verwacht de minister?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Voorzitter. Ik ben blij dat de minister aanstipte dat kernenergie niet duurzaam is. Daar zijn wij het over eens.

De opmerkingen over de tussendoelen begrijp ik werkelijk niet. We beginnen, we doen ons best en we zien wel waar we uitkomen. Dat ben ik van deze minister en deze regering niet gewend. Een normale, ordentelijke manier is dat je gaat kijken hoe je bij je einddoel komt en wat je dan per jaar moet doen. Ik begrijp niet dat de minister daar niet een klein beetje in wil bewegen.

De onafhankelijkheid van het buitenland is nog niet echt behandeld. Wij worden met de dag afhankelijker van de heer Poetin en degenen die hij beschermt.

Het motto is energiebesparing, energiebesparing en daarna wind, zon en aardwarmte. Waar vind ik dit met enige ambitie en enthousiasme terug in de plannen?

Mijn laatste punt moet zeker de VVD/CDA-coalitie aanspreken. Dat is het leggen van meer verantwoordelijkheid bij de burger en het verminderen van de bureaucratie rond de mogelijkheid om zelf op te wekken en terug te leveren in kleinere coöperaties. Het CDA is bij uitstek de partij van de eigen verantwoordelijkheid van mensen en het werken met zo min mogelijk onnodige regels. Dat willen we als GroenLinks graag steunen. Hoe kunnen we daarin verder komen?

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Als je voor de SDE een subsidie wilt aanvragen heb je een vergunning nodig. Moet dit voor kleinschalige projecten? Het kan een grote barrière zijn, omdat men daarvoor kosten moet maken terwijl men niet weet of de subsidie wordt toegewezen. Het punt van de continuïteit valt een beetje buiten dit debat. Mijn vraag is of dit een belangrijk onderdeel wordt van de discussies die we gaan voeren over de Green Deal. Daar zit de achilleshiel van het toekomstige energiebeleid. Kan de minister met voorstellen komen die er zo uitzien dat ze niet telkens onderuit worden gehaald en worden veranderd door de politiek? Ik denk aan privaatrechtelijke contracten, waarbij de overheid zich voor langere tijd vastlegt op zaken. Ik wil graag dat de minister nadrukkelijk kijkt hoe dat te waarborgen valt. Anders ben ik bang dat we het wel elk jaar met elkaar belijden, maar niet tot daden komen. Beleid moet effectief zijn.

Mevrouw Verburg (CDA): Voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik heb daarin wel gemist in welke mate hij bezig is met de uitvoering van het energietransitieakkoord. Partijen daarin kunnen goed helpen om te voorkomen dat we met subsidieregelingen, fiscale regelingen en leveranciersverplichtingen ingewikkeld moeten doen. Hoe staat het daarmee?

Over de Green Deal ontvangen we een wetsvoorstel van de minister. Daarbij zullen we als CDA komen met voorstellen voor initiatieven van burgers en kleine coöperaties, niet zozeer voor aanvullende subsidies maar om hekken en hindernissen weg te nemen. We moeten mogelijk maken dat eigen initiatieven worden beloond. Ik hoor enthousiasme bij GroenLinks. Dat kan mooi worden. Het komt bij de Green Deal ter sprake.

De minister is bezig met het sluiten van een Green Deal met gemeenten en provincies. Dat juich ik toe. Zij kunnen zorgen dat hun inwoners eigen initiatieven realiseren, door hun ambtenaren indringend te verzoeken dingen toe te staan in plaats van hobbels op te werpen.

Ik overweeg een motie in te dienen over verduurzaming in combinatie met het CO2-neutraal maken van de keten.

De heer Samsom (PvdA): Voorzitter. Ik kom terug op de rekensom van de minister dat hij ondanks het PBL-cijfer van 9% in 2020 echt 14% gaat halen. Hij komt 150 petajoule tekort. Dat is ongeveer 20 terawattuur (TWh), als je het omrekent in elektriciteit. Dat is precies de opbrengst van het ontbrekende windpark op zee van 6 000 MW. Dat krijgt de minister niet extra voor elkaar met de Green Deal. Hij heeft beloofd dat in het energierapport het definitieve cijfer wordt aangeleverd. Dat zie ik met belangstelling tegemoet. In het theoretische geval dat de berekening niet helemaal op 14% komt, maar 4% of 5% tekort schiet, kan de minister de Kamer om hulp vragen. De PvdA is bereid die hulp te bieden. Dan kunnen we, in lijn van mijn eerste termijn, zaken doen over een energiebeleid dat langjarig zekerheid biedt en wel die 14% haalt. We moeten ons inderdaad realiseren dat dit een miljardeninvestering van deze maatschappij vraagt, die zich uiteindelijk zal terugbetalen. Daar profiteren onze kinderen van. Zo kan de minister het aanpakken, als hij onverhoopt de rekensom niet rond krijgt.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Ik ben niet zo goed in rekensommen, maar het gaat me om het verhaal achter de cijfers. Met de rekensom van de heer Samsom zie ik mijn twijfels bevestigd. Ik laat me graag verrassen door de minister. Ook ik bied mijn hulp aan, mochten zaken tegenvallen bij de Green Deal.

Graag krijg ik een terugkoppeling van de minister als het gaat om de uitkomsten van zijn gesprekken over differentiatie van wind op land en de grondprijzen onder de windmolens. Ook als de berichten niet rooskleurig zijn hoor ik ze graag. We kunnen daarover in discussie gaan. Ik wil de minister adviseren het gesprek aan te gaan met zijn collega van Financiën. Het gaat over grondeigendom van de staat. Het gaat om het principe hoe je het rondpompen van geld doorbreekt.

De duurzaamheidscriteria, die ook wel de Cramercriteria worden genoemd, zijn ontwikkeld om tot wetgeving te komen. Verwijzen naar de Europese richtlijnen is te gemakkelijk. De Europese Commissie laat taken en ruimte aan lidstaten om zaken in te vullen. Op dit punt beraad ik mij op eventuele vervolgstappen.

De heer Paulus Jansen (SP): Voorzitter. Het is fijn dat de Warmtewet voor 1 juli naar de Kamer komt. Mijn vraag over onderbenutting van het budget is nog niet beantwoord. Volgens de opgave van de minister is van het budget zon-PV in 2008 42% besteed. Voor andere categorieën ligt dat bedrag wellicht hoger, maar er is veel oud budget onderuitgeput. De minister zegt in zijn brief dat hij het beter gaat doen, zie pagina vier over de realistische projecten. Mijn vraag is hoe hoog de lat komt te liggen met dat lijstje.

Ik voorspel dat als het eerste criterium niet verder wordt geoperationaliseerd, het moeilijk wordt om daarop te toetsen. Ik ben benieuwd wat het streven van de minister op dat punt is.

De minister is het niet eens met mijn redenering over de fasering die neerkomt op biomassabijstook. Ik heb het onderbouwd. In fase 1 komen er voor 9 cent te weinig projecten binnen. In fase 2 komen er voldoende wind op land-projecten binnen, maar die worden niet gerealiseerd wegens oppositie. Dan komt fase 3 uit bij het opstoken van biomassa. Dat is mijn voorspelling. Ik hoor daar graag een inhoudelijke reactie van de minister op.

Minister Verhagen: Voorzitter. Ik hoop dat een VAO niet nodig is, gezien de volle agenda. Ik hoop dat de argumenten die ik inbreng worden gehoord, zodat ook de moties niet nodig zijn. Ik hoop dat ik de Kamer kan overtuigen.

Met het schrappen van de AVI ben ik het echt niet eens. Het is een kleine categorie, waarmee we een enorm rendement kunnen halen. We stimuleren niet de bouw, maar we financieren het verhogen van het rendement. Het is een kosteneffectieve optie. Voor relatief weinig geld krijgen we een effectieve output. Als de heer Leegte zijn motie indient en de Kamer steunt deze onverhoopt, kom ik geen 4% tekort maar kunnen we mijn optimistische scenario van 14% op onze buik schrijven. Bezint eer ge begint.

Ik zeg toe dat ik de kosteneffectieve buitenlandse opties en import opneem in het energierapport.

De SDE-plusregeling richt zich niet op energiebesparing. Ik ben net zo bevlogen als mevrouw Van Tongeren. Willen wij onze doelstellingen halen, zowel qua CO2 als qua aandeel duurzame energie, dan is energiebesparing de meest goedkope en snelst te realiseren optie. Dat maakt absoluut onderdeel uit van de Green Deal en het energierapport.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): De minister gaat daar dus een doelstelling voor neerzetten.

Minister Verhagen: Ik ben niet zo voor subdoelstellingen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Ik wil weten wat het beleid gaat bereiken. Daar komt een berekening over. Worden daarin energiebesparingen ook meegenomen?

Minister Verhagen: In het energierapport zal ik ambities verwoorden. Dat is iets anders dan doelstellingen. Wij hanteren geen aparte doelstellingen voor de energiebesparing, want ik wil geen overlappende doelstellingen. Ik wil wel een ambitieuze formulering, die bijdraagt aan 14% duurzame energie en 20% CO2-reductie in 2020.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Ik ben blij dat de minister zijn ambitie gaat kwantificeren, op een andere manier dan in een doelstelling.

Minister Verhagen: Ik verzet me tegen de vraag naar CO2-reductie en -effectiviteit. Dit staat haaks op het regeerakkoord. Er is op verzoek van de fracties zeer nadrukkelijk gesteld dat de SDE zich specifiek moet richten op duurzaamheid. Als we ook CO2-effectiviteit gaan stimuleren via de SDE, vermengen we het tot één instrument. Dat wordt veel duurder. Dan geldt dat we onze doelstelling voor duurzame energie niet halen. Theoretisch zou het dan kunnen dat ik de kerncentrale ga financieren om mijn doelstelling te halen. Dat doe ik niet, want SDE gaat over het stimuleren van duurzame energie. Een eventuele motie hierover zal ik niet uitvoeren, omdat het in strijd is met de geest van het regeerakkoord.

De heer Leegte (VVD): In de eerste termijn zei de minister dat hij verwacht geen aanvraag te krijgen voor de AVI-categorie. Nu zegt de minister dat het een manier is om effectief de doelstelling te halen. Dat is mijn zorg. Ofwel het is effectief en dan wordt het veel gebruikt. Dan gaan we onnodig afval verbranden. Ofwel er zijn weinig tot geen aanvragen en dan doet de categorie er niet toe. Dan heb ik liever dat we voorkomen dat we er gebruik van maken.

Minister Verhagen: Ik heb gezegd dat voor de weinige aanvragen die nog komen, je dit instrument wel degelijk nodig hebt om een hoog rendement te realiseren. Het is daarmee een kosteneffectief instrument. Juist daarom zeg ik dat ik een motie hierover ontraad.

Op dit moment zijn we met veel verschillende actoren in overleg om te komen tot afspraken. Er komen initiatieven van bedrijven. We kijken welke afspraken we kunnen maken en hoe we die kunnen uitwerken. Ik neem de robuustheid daarbij uiteraard mee. Ik kom daar bij de rapportage over de Green Deal en het energierapport op terug.

Het doel van het beleid is het stimuleren van duurzame energie, zolang het duurder is dan fossiel. Daarnaast hebben we het innovatiepad om kosten van duurzame energie terug te brengen. Daarbij gaan ontwikkelingen zo snel, dat we nu niet kunnen zeggen hoe het er na 2020 uitziet, met name met betrekking tot de innovatie. Ledlampen hadden we tien jaar geleden ook niet voorzien. Op het gebied van innovatie kunnen grote, nu nog onbekende stappen worden gezet. We weten nog niet hoe het er in 2040 uit ziet. Op het moment dat energienetten goed werken, heb je pas het effect dat we in het zuiden zonne-energie hebben en in het noorden windenergie. Zolang de netten niet op elkaar zijn aangesloten, kunnen we een heleboel zonne-energie hebben, zonder dat we daar voordeel van hebben.

Als we de doelen voor 2015 harder maken dan de veronderstellingen die we nu hanteren, wil ik ze op EU-niveau aanvliegen. De basis is een goedwerkend ETS. Het heeft niet direct zin om keuzes te maken. Dat schept een schijnzekerheid. Europa komt met een routekaart voor koolstofarme energievoorziening.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Een routekaart tot 2050?

Minister Verhagen: Laten we de Europese discussie op dit punt afwachten. Als we energienetwerken hebben die met elkaar verbonden zijn, heeft dat effecten op het aandeel zonne-energie in onze eigen elektriciteitsvoorziening.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Is de minister bereid om, als de routekaart er eenmaal is, te kijken wat de vertaling zou moeten zijn voor het Nederlandse beleid en dan tegen het licht te houden of we op het meest kosteneffectieve pad zitten?

Minister Verhagen: Laten we op basis van het rapport kijken hoe we de discussie voeren. Als de Kamer wenst dat ik nationale doelstellingen formuleer, hoor ik dat wel.

Mevrouw van Tongeren stelt dat ik steeds afhankelijker word van de heer Poetin. Ik ben het daar niet mee eens. Ik ben overigens niet bang voor hem. Ik vind dat we een mix moeten hebben, niet alleen van verschillende vormen van energie maar ook van leveranciers. Een van de redenen waarom wij kernenergie in de transitiefase als onderdeel van de mix zien, is dat we niet afhankelijk willen zijn van één leverancier. De mix voorkomt ook dat je afhankelijk bent van één soort energie. Er zijn studies die stellen dat we door extra windenergie te maken extra afhankelijk worden van de heer Poetin, omdat we meer gas moeten importeren voor het balanceren van het net. We moeten toch niet met wind op land stoppen, omdat we dan meer gas moeten hebben? Ik ben van mening dat we ons met het beleid dat wij voeren, minder afhankelijk maken van één energieproducent en één energievorm. Juist door diversificatie, zowel van energievorm als van leverancier, maken we ons minder afhankelijk van één land.

De heer Jansen vraagt naar de percentages van de budgetbenutting. Als ik zeg dat die 100% is, zal hij dat direct bestrijden en mijn voorspelling willen zien. Het geld dat beschikbaar is gesteld in de SDE-plusregeling, kan uitgegeven worden. Dat hoeft niet te betekenen dat je ieder jaar 100% uitgeeft, maar wel dat het geld beschikbaar blijft. Ik kan nog niet zeggen hoe groot het percentage van de benutting is. Partijen met een SDE-beschikking hebben nog de kans hun project te realiseren. Momenteel neemt het realisatiepercentage nog steeds toe. Ik zal de Kamer informeren als de realisatietermijnen aflopen. Door onze maatregelen zal het percentage hoger zijn dan vorig jaar.

Mevrouw Wiegman heeft formeel gelijk dat ik vanuit Europa de juridische ruimte heb voor duurzaamheidscriteria. In de Europese afspraken passen zelfs de Cramercriteria. Tegelijkertijd hebben we als regering gezegd dat we geen nationale kop willen op Europese afspraken op dit terrein. Daarin worden we door een meerderheid van de Kamer gesteund. Dit willen we, omdat op het punt van hoge administratieve lasten biomassaprojecten internationaal moeten concurreren op biomassaprijzen. Duurzaamheidsrisico's voor de betreffende stromen zijn nihil. De regering is geen groot voorstander van duurzaamheidscriteria, maar formeel gesproken zou het kunnen.

Mevrouw Verburg (CDA): Ik heb nog een vraag gesteld over de uitvoering van het energietransitieakkoord.

Minister Verhagen: Ik heb gezegd dat ik hierover bij de Green Deal en het energierapport nadere informatie verstrek. Het is daar onderdeel van.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik wil graag een toezegging hebben van de minister dat hij over de grondprijzen in overleg gaat met zijn collega De Jager. Het gaat om grond die staatseigendom is. Het is rondpompen van geld.

Minister Verhagen: Ik ben hierover in gesprek met de Dienst Domeinen, die onder het ministerie van Financiën valt.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Mijn zorg over het niet verbinden van enerzijds investeringen in technologie en anderzijds de grootschalige uitrol is niet geadresseerd. Ik bedoel de missing link tussen het geld dat we investeren in R&D en aan de andere kant de mogelijkheid voor de technologieën in de fases van de SDE effectief mee te kunnen draaien. We missen een soort pilot- en grootschalige demonstratiefase. Waar zien we het beleid dat de minister gaat voeren terug?

Naar aanleiding van de toezegging van de minister dat het budget naar volgende jaren kan worden meegenomen vraag ik hem of hij dit kan opnemen in de wettelijke regeling. Dan weten we zeker dat dit onderdeel is van de systematiek.

Minister Verhagen: Het eerste punt van mevrouw Van Veldhoven is van groot belang. Juist bij het bedrijfslevenbeleid en de uitwerking van de plannen van aanpak van de topteams, moet het element van samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid zeer nadrukkelijk terugkomen. Daarom verwees ik naar de heer Van der Veer, die op dit vlak de link moet leggen. Een van de elementen in het bedrijfslevenbeleid is het op duurzame wijze komen van kennis naar kunde naar kassa. Dan moet precies de bedoelde verbinding worden gemaakt. Dit wordt in de plannen van aanpak meegenomen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Kijken de topteams uitdrukkelijk naar de mogelijkheid om die verdere uitrol en demonstratiefase ook in Europees verband te doen? Het gaat vaak om echt grootschalige zaken, waar je niet in elk land het wiel voor moet willen uitvinden maar juist Europese krachtenbundeling voor nastreeft.

Minister Verhagen: Een open economie zoals de Nederlandse kijkt altijd positief naar Europa.

Er is een jaarlijks plafond van 1,4 mld. Vandaar dat de opslag van de SDE-plusregeling oploopt. We hebben nu de aflopende SDE van 1,4 mld. Het totaal blijft 1,4 mld. Mocht ik in enig jaar minder committeren, dan blijft dat geld beschikbaar voor het jaar daarop. Ik kom steeds op 1,4 mld. uit. Dat is in het besluitvormingsmemorandum opgenomen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Dit punt is mij niet geheel duidelijk. Enerzijds zegt de minister dat je het budget dat je in jaar A niet opmaakt mee kunt nemen naar jaar B. Anderzijds zegt hij dat het plafond altijd 1,4 mld. blijft.

Minister Verhagen: De opslag zit niet in de begroting. Het komt op de energierekening thuis. Het zou vreemd zijn dat er, als ieder jaar 1,4 mld. wordt opgehaald, we omdat we minder projecten hebben maar 800 mln. uitgeven en het resterende budget niet. Dan zou ik de burgers oplichten. Ze moeten wel € 8 tot € 25 betalen voor duurzame energie, terwijl ze maar voor € 6 geleverd krijgen. Macro blijft het budget op het plafond van 1,4 mld. Het betekent dat ik als ik het ene jaar 1 mld. uitgeef, ik het volgende jaar 1,8 mld. te besteden heb.

De voorzitter: Ik heb de volgende toezeggingen genoteerd:

  • De Kamer wordt schriftelijk geïnformeerd over de totale kosten en output van het Duitse feed-insysteem, afgezet tegen het Nederlandse model van de SDE-plusregeling.

  • De Kamer wordt geïnformeerd over de resultaten van het gesprek van de minister met de sector over de mogelijkheid tot differentiëren bij wind op land.

  • Voor 1 juli a.s. ligt het wetsvoorstel met betrekking tot warmte in de Kamer (Warmtewet).

  • De minister rapporteert jaarlijks aan de Kamer welke projecten met de SDE-plusregeling zijn gerealiseerd.

  • De Kamer wordt geïnformeerd over de resultaten van het gesprek van de minister met de Dienst Domeinen over de problematiek van de grondvergoeding.

Ik dank de minister en de aanwezigen voor hun tijd en inbreng en sluit de vergadering.