Voorgesteld 19 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de arbeidsparticipatie van statushouders ver achterblijft bij het landelijk gemiddelde, ook na vijf jaar;
constaterende dat pilots zoals Statushouders aan het werk aantonen dat gerichte begeleiding via taalonderwijs, werkgeversbegeleiding en directe plaatsing in zogenoemde startbanen effectief is;
overwegende dat integratie om de taal te leren, een netwerk op te bouwen en bij te dragen aan de samenleving begint bij werk;
overwegende dat in een krappe arbeidsmarkt met stijgende uitkeringslasten het onacceptabel is dat statushouders jarenlang aan de kant blijven staan, terwijl bewezen aanpakken onvoldoende worden opgeschaald bij gebrek aan middelen;
overwegende dat arbeidsparticipatie de meest directe route is naar zelfredzaamheid, vermindering van bijstandsafhankelijkheid en ontlasting van de sociale zekerheid;
verzoekt de regering bewezen arbeidsmarktprogramma's voor statushouders op te schalen en werk een prominentere plaats te geven binnen het inburgeringstraject,
en gaat over tot de orde van de dag.
Michon-Derkzen