Voorgesteld 22 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het openbaar vervoer de afgelopen periode geconfronteerd is met meerdere bezuinigingen en dat er telkens, vaak na voorstellen vanuit de Kamer, incidentele financiële oplossingen gevonden worden, maar dat de benodigde structurele investeringen uitblijven;
constaterende dat het openbaar vervoer in Nederland voor steeds meer mensen geen betaalbaar alternatief meer is;
overwegende dat kwalitatief en betaalbaar openbaar vervoer van cruciaal belang is om steden en dorpen bereikbaar te houden en ook van groot belang is voor de woningbouwopgave en voor het versterken van de economische ontwikkeling;
verzoekt de regering om uiterlijk bij de begroting voor het jaar 2027 met plannen te komen voor structurele versterking van het openbaar vervoer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Hoop
Grinwis
Beckerman
Kostić
Stoffer