Voorgesteld 4 februari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er voor mensen met een uitkering vaak onnodige financiële en administratieve belemmeringen zijn om raadslid, Statenlid of algemeen bestuurslid in een waterschap te worden;
constaterende dat in het rapport Uitkeringsgerechtigden en de raadsvergoeding aanbevelingen worden gedaan en dat het kabinet informatie over de bestaande regelgeving opnieuw breder onder de aandacht brengt;
van mening dat het hebben van een uitkering geen belemmerende factor zou mogen zijn om volksvertegenwoordiger te zijn;
verzoekt het kabinet met de decentrale overheden en de beroepsvereniging van decentrale volksvertegenwoordigers in gesprek te gaan en te bezien hoe bestaande belemmeringen weggenomen kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Tseggai
Westerveld