Ontvangen 3 september 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel A, wordt na subonderdeel 1 een subonderdeel ingevoegd, luidende:
1a. Het eerste lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
a. Onder verlettering van onderdeel b tot onderdeel c wordt na onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende:
b. het belang van dit onderzoek opweegt tegen het gebruik van menselijke embryo’s;
b. Onderdeel c (nieuw) komt te luiden:
c. redelijkerwijs aannemelijk is dat de vaststelling, bedoeld onder a, niet door andere vormen of methoden van wetenschappelijk onderzoek kan plaatsvinden dan onderzoek met de desbetreffende embryo's of door onderzoek van minder ingrijpende aard, waaronder in elk geval wordt verstaan dat:
1.° het doel niet kan worden bereikt door middel van een proef waarbij minder embryo’s worden gebruikt, en
2.° het doel niet kan worden bereikt door middel van het minder lang doorkweken van het embryo;
De indiener beoogt met dit amendement een uitbreiding van de toetsingscriteria door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). De toetsingscriteria in de huidige wet zijn algemeen en summier. Bijvoorbeeld in artikel 10 dat stelt dat onderzoek alleen toegelaten kan worden als hetzelfde bereikt kan worden door onderzoek «van minder ingrijpende aard».
Met dit amendement wordt verduidelijkt wat wordt verstaan onder die ingrijpende aard: door het amendement wordt er nadrukkelijker een belangenafweging gemaakt en onderzoeksprotocollen ook getoetst op aantallen embryo’s en kweekduur. In praktijk worden deze aspecten al standaard meegenomen door de uitvoerende instantie, de CCMO, en zorgt dit amendement niet voor een grote verandering in de werkwijze of verzwaring van de toetsingsprocedure.
Als de initiatiefwet speciale kweek wordt aangenomen worden de toetsingscriteria in de embryowet belangrijker gezien de ethische gevoeligheid van het tot stand brengen van embryo’s voor onderzoek. Het is passend om deze aspecten dan ook wettelijk vast te leggen.
De wetstekst strookt met dit amendement meer met de manier waarop dierproeven worden gereguleerd, waar ook de belangenafweging en aantallen duidelijker worden gespecificeerd.
Hertzberger