De aardbeving in Eleveld op 14 oktober 2026 en de belofte voor een nieuwe regeling |
|
Ulaş Köse (D66), Henk Jumelet (CDA) |
|
de Bat |
|
|
|
|
Gelet op het feit dat de Commissie Mijnbouwschade in eerdere gevallen 440.000 euro aan onderzoeks- en proceskosten heeft gemaakt tegenover slechts € 80.000 aan uitgekeerde herstelgelden en zij het hier zelf ook niet mee eens is, hoe wordt bij de uitwerking van een nieuwe regeling geborgd dat een proportioneel en maatschappelijk uitlegbaar deel van de middelen daadwerkelijk terechtkomt bij herstel en compensatie voor bewoners?
In 2025 is er een evaluatie geweest van de schadeafhandeling in Ekehaar door de Commissie Mijnbouwschade (verder: CM).1 Hier kwam inderdaad uit naar voren dat er bij de afhandeling van de schademeldingen naar verhouding veel kosten werden gemaakt voor causaliteitsonderzoek door deskundigen ten opzichte van de bedragen die uiteindelijk zijn uitgekeerd om schade te vergoeden. Daarom heeft de voormalige Minister van Klimaat en Groene Groei aangegeven samen met de mijnbouwbedrijven (gas, olie, zout en opslag) te willen kijken naar een verbetering van de reguliere procedure van de CM. Dit vergt tijd, mede ook omdat met alle mijnbouwondernemingen overeenstemming moet worden bereikt.
Voor de afhandeling van schademeldingen als gevolg van de aardbeving bij Geelbroek heeft het kabinet hier niet op willen wachten. We stellen een aanpak voor waarin schademeldingen door de aardbeving bij Geelbroek sneller worden afgehandeld en er minder geld gaat naar onderzoek2. In deze aanpak worden vier ringen onderscheiden binnen het door de CM vastgestelde beoordelingsgebied. De CM en NAM willen in de twee ringen dichtbij het epicentrum een versnelde procedure toepassen op grond van het Instellingsbesluit van de CM (artikel 7 van Protocol A in Bijlage 1). Dit houdt in dat een causaal verband wordt aangenomen en inwoners hun schade tot bepaalde maximale bedragen vergoed kunnen krijgen. Voor ring 1 gaat het om een maximaal bedrag van € 10.000 euro en voor ring 2 om een maximaal bedrag van € 7.000 euro. Als de schademelder hier geen gebruik van wil maken wordt de schademelding door de CM afgehandeld met behulp van de reguliere procedure, waarbij wel onderzoek naar causaliteit wordt gedaan. Dit vergt een langere doorlooptijd en de schademelder loopt het risico dat hij uiteindelijk geen of een lagere vergoeding krijgt dan hij zou hebben gekregen onder de versnelde procedure. Dit aangezien schade in woningen in Nederland vele verschillende en soms gecombineerde oorzaken heeft. In de buitenste twee ringen wil NAM geen causaal verband aannemen, omdat NAM van mening is dat slechts in uitzonderlijke gevallen en dan in beperkte mate sprake zal zijn van schade die veroorzaakt of verergerd is door de beving bij Geelbroek. Dit zou betekenen dat deze schades volgens de reguliere procedure moeten worden afgehandeld. Dit vindt het kabinet, vanwege het grote aantal schademeldingen niet wenselijk. Wel is NAM bereid om een bedrag beschikbaar te stellen om de afhandeling van schademeldingen in dit gebied te bespoedigen en de uitvoeringskosten te mitigeren. Daarom werkt het kabinet aan een beleidsregel, op grond waarvan schademelders voor de buitenste twee ringen voor een onverplichte tegemoetkoming in aanmerking kunnen komen. Voor ring 3 en voor ring 4 wordt er met een vast bedrag gewerkt als onverplichte tegemoetkoming van overheidswege. Voor ring 3 gaat het om € 3.000 euro en voor ring 4 om 1.000 euro. Met deze aanpak is geen causaliteitsonderzoek vereist. Daardoor is de verwachting dat er een betere verhouding is tussen uitgekeerde tegemoetkomingen en onderzoekskosten. In ringen 3 en 4 kunnen schademelders ook voor de reguliere procedure kiezen.
Welke uitgangspunten hanteert u om te waarborgen dat de nieuwe regeling uitgaat van vertrouwen in bewoners, in plaats van wantrouwen en bewijsdruk?
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag één, kunnen schademelders, afhankelijk van in welke ring hun woning staat, aanspraak maken op een vergoeding tot een maximaal bedrag (ringen 1 en 2) of een vast bedrag als onverplichte tegemoetkoming van overheidswege (ring 3 en 4). Er is geen causaliteitsonderzoek naar de oorzaak van de schade vereist. De schademelder kan ook nog steeds kiezen voor de reguliere procedure van de CM.
Welke waarborgen komen er voor een eenvoudige, laagdrempelige en snelle afhandeling van kleine en evidente schadegevallen?
Zoals beschreven in het antwoord op vraag één kunnen schademelders, afhankelijk van in welke ring hun woning staat, aanspraak maken op een schadevergoeding of onverplichte tegemoetkoming. De voorgestelde aanpak draagt bij aan een snellere afhandeling. De versnelde procedure (ring 1 en 2) is vastgelegd in een overeenkomst tussen de CM en NAM. Voor ring 3 en 4 wordt onder andere een beleidsregel opgesteld. Indien de schademelder geen gebruik wil maken van deze aanpak, wordt de schademelding door de CM afgehandeld met behulp van de reguliere procedure, zoals vastgelegd in het Instellingsbesluit van de CM en het bijbehorende protocol (Protocol A in Bijlage 1).
Op welke wijze wordt in de uitwerking expliciet rekening gehouden met de impact van schade en procedures op het welzijn en vertrouwen van bewoners, en welke ondersteuning wordt daarbij geboden?
De CM ondersteunt bewoners (en micro-ondernemingen) die een schademelding hebben ingediend bij de CM met onafhankelijk en deskundig advies over de afhandeling van de mijnbouwschade. Hierbij wordt voorzien in persoonlijke begeleiding gedurende het gehele proces van schadeafhandeling met behulp van een vaste zaakbegeleider die het proces en de schaderegeling uitlegt, aanwezig is bij de schadeopname en fungeert als persoonlijk aanspreekpunt voor de schademelder. Bewoners worden door de zaakbegeleider in het gehele traject ontzorgd en kunnen met al hun inhoudelijke en persoonlijke vragen bij hun zaakbegeleider terecht. Daarnaast wordt door de CM ingezet op het op een laagdrempelige manier verstrekken van informatie over de schadebeoordeling, het beantwoorden van vragen en het bieden van een «luisterend oor» voor inwoners in de regio die daaraan behoefte hebben. Naast het benutten van online communicatiekanalen en lokale media wordt daarbij bijvoorbeeld gebruik gemaakt van het Informatiepunt Digitale Overheid in lokale bibliotheken en worden er in samenwerking met de betrokken Drentse gemeenten bijeenkomsten georganiseerd in dorpshuizen en wijkcentra. Ook is de CM telefonisch bereikbaar om vragen te beantwoorden.
Hoe wordt voorkomen dat bewoners met vergelijkbare schade uitsluitend op basis van het moment van melding of afhandeling verschillend worden behandeld?
De beving is inmiddels bijna drie maanden geleden. Naar verwachting hebben de meeste mensen met schade zich bij de CM gemeld. Schademeldingen die zijn gedaan voor het tijdstip van publicatie van de overeenkomst tussen CM en NAM voor versnelde procedure en de betaalovereenkomst tussen NAM en de Staat, worden op grond van de versnelde procedure (eerste en tweede ring) dan wel de beleidsregel voor de onverplichte tegemoetkoming van overheidswege (derde en vierde ring) afgehandeld. De regionale bestuurders hebben gevraagd om enige coulance omdat soms mensen door omstandigheden zich niet hebben kunnen melden. Aangezien dit om slechts enkele gevallen zal gaan, geldt er bij de versnelde procedure en de beleidsregel een hardheidsclausule voor uitzonderlijke situaties, waarin een schademelder kan aantonen dat eerdere indiening niet mogelijk was om redenen die hem of haar niet zijn aan te rekenen.
Bent u bekend met het feit dat dat na de aardbeving bij Eleveld een situatie is ontstaan waarbij de straat of postcode van inwoners bepalend is voor de hoogte en toegankelijkheid van schadevergoeding, doordat er verschillende regelingen gelden van Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en de Commissie Mijnbouwschade? Hoe beoordeelt u deze ontstane tweedeling, waarbij inwoners in vergelijkbare situaties ongelijk worden behandeld?
Ja, ik ben hiermee bekend en snap ook dat dit om uitleg vraagt. In het effectgebied van het Groningenveld en de gasopslagen Grijpskerk en Norg geldt een bijzondere aanpak voor de afhandeling van schade. Deze aanpak is gerechtvaardigd, omdat er in dat effectgebied in korte tijd tienduizenden gelijksoortige gevallen van fysieke schade gemeld werden, waarvan het grootste deel te herleiden was tot bodembeweging door gaswinning uit het Groningenveld. In de rest van Nederland is het aantal, de ernst en omvang van schadegevallen door bodembeweging als gevolg van de gaswinning geringer (ook in het geval van Geelbroek), waardoor een aanpak zoals in het effectgebied van het IMG onvoldoende gerechtvaardigd is. Dat neemt niet weg dat de schade buiten het IMG-effectgebied ook op een zorgvuldige en adequate wijze moet worden afgehandeld.
Deelt u de opvatting dat de huidige situatie, met meerdere loketten en regelingen voor schadeafhandeling in hetzelfde gebied, leidt tot onduidelijkheid en ongelijkheid voor gedupeerden? In hoeverre ziet u een oplossing in het organiseren van één centraal loket voor mijnbouwschade (één loket voor alle gedupeerden) om in dit gebied te zorgen voor een eerlijkere, transparantere en toegankelijkere afhandeling?
In het kader van de «een-loket aanpak» werken de CM en IMG al intensief samen, waardoor één centraal loket niet nodig is. Gezien het aantal, de ernst en omvang van de schadegevallen in het effectgebied van het Groningenveld en de gasopslagen bij Norg en Grijpskerk, is een bijzondere aanpak daar gerechtvaardigd. In de brief van 20 maart is geconstateerd dat er zowel bij de CM als bij het IMG meldingen van schade als gevolg van de bevingen bij Geelbroek zijn binnengekomen.3 Daar waar nodig wordt doorverwezen of samengewerkt tussen het IMG en de CM.
Welke andere mogelijkheden ziet u om de onwenselijke situatie te repareren waarin bewoners die dichter bij het epicentrum wonen soms juist onder een ongunstiger regime vallen, waarbij zij moeten aantonen dat schade door de aardbeving is veroorzaakt, terwijl in andere gebieden die met schade door dezelfde aardbeving kampen het bewijsvermoeden geldt?
Hier is rekening mee gehouden door te werken met vier ringen. Het maximale bedrag voor inwoners in de eerste ring rond het epicentrum is het hoogst, daarna volgt het plafondbedrag in de tweede ring enzovoorts. Daarbij is geen causaliteitsonderzoek vereist.
Wordt ook bezien of voor eerder afgehandelde gevallen een vorm van herbeoordeling, nabetaling of aanvullende compensatie mogelijk is om de gehanteerde regeling gelijk te trekken?
Nee, de versnelde procedure en beleidsregel geldt alleen voor schades die gemeld zijn naar aanleiding van de bevingen op 14 maart 2026 bij Geelbroek. De aanpak geldt niet voor schades door eerdere bevingen die zijn afgehandeld, omdat schades in beginsel maar één keer worden vergoed. Wel zal ik – op basis van de evaluatie van de CM die begin dit jaar naar uw Kamer is verzonden4 – samen met de mijnbouwondernemingen (waaronder NAM, maar ook andere mijnbouwondernemingen die actief zijn op land) in gesprek gaan om te komen tot verbeteringen binnen de reguliere systematiek van de CM. In dat traject streef ik er ook naar om – in lijn met de motie van de leden Jumelet en Peter de Groot5 -aandacht te besteden aan mensen die eerder schade hebben gemeld naar aanleiding van de aardbeving in Ekehaar van 2023 en die slechts een deel van schade aan de woning vergoed hebben gekregen. Het gaat daarbij om schadegevallen, waarbij is vastgesteld dat deze voor een deel door bodembeweging als gevolg van de beving in Ekehaar is ontstaan en voor een deel door andere oorzaken. Ik besteed hierbij expliciet aandacht aan de mogelijkheid van een «terugwerkende kracht» bepaling.
De aardbeving in Eleveld op 14 oktober 2026 en de belofte voor een nieuwe regeling |
|
Ulaş Köse (D66), Henk Jumelet (CDA) |
|
de Bat |
|
|
|
|
Gelet op het feit dat de Commissie Mijnbouwschade in eerdere gevallen 440.000 euro aan onderzoeks- en proceskosten heeft gemaakt tegenover slechts € 80.000 aan uitgekeerde herstelgelden en zij het hier zelf ook niet mee eens is, hoe wordt bij de uitwerking van een nieuwe regeling geborgd dat een proportioneel en maatschappelijk uitlegbaar deel van de middelen daadwerkelijk terechtkomt bij herstel en compensatie voor bewoners?
In 2025 is er een evaluatie geweest van de schadeafhandeling in Ekehaar door de Commissie Mijnbouwschade (verder: CM).1 Hier kwam inderdaad uit naar voren dat er bij de afhandeling van de schademeldingen naar verhouding veel kosten werden gemaakt voor causaliteitsonderzoek door deskundigen ten opzichte van de bedragen die uiteindelijk zijn uitgekeerd om schade te vergoeden. Daarom heeft de voormalige Minister van Klimaat en Groene Groei aangegeven samen met de mijnbouwbedrijven (gas, olie, zout en opslag) te willen kijken naar een verbetering van de reguliere procedure van de CM. Dit vergt tijd, mede ook omdat met alle mijnbouwondernemingen overeenstemming moet worden bereikt.
Voor de afhandeling van schademeldingen als gevolg van de aardbeving bij Geelbroek heeft het kabinet hier niet op willen wachten. We stellen een aanpak voor waarin schademeldingen door de aardbeving bij Geelbroek sneller worden afgehandeld en er minder geld gaat naar onderzoek2. In deze aanpak worden vier ringen onderscheiden binnen het door de CM vastgestelde beoordelingsgebied. De CM en NAM willen in de twee ringen dichtbij het epicentrum een versnelde procedure toepassen op grond van het Instellingsbesluit van de CM (artikel 7 van Protocol A in Bijlage 1). Dit houdt in dat een causaal verband wordt aangenomen en inwoners hun schade tot bepaalde maximale bedragen vergoed kunnen krijgen. Voor ring 1 gaat het om een maximaal bedrag van € 10.000 euro en voor ring 2 om een maximaal bedrag van € 7.000 euro. Als de schademelder hier geen gebruik van wil maken wordt de schademelding door de CM afgehandeld met behulp van de reguliere procedure, waarbij wel onderzoek naar causaliteit wordt gedaan. Dit vergt een langere doorlooptijd en de schademelder loopt het risico dat hij uiteindelijk geen of een lagere vergoeding krijgt dan hij zou hebben gekregen onder de versnelde procedure. Dit aangezien schade in woningen in Nederland vele verschillende en soms gecombineerde oorzaken heeft. In de buitenste twee ringen wil NAM geen causaal verband aannemen, omdat NAM van mening is dat slechts in uitzonderlijke gevallen en dan in beperkte mate sprake zal zijn van schade die veroorzaakt of verergerd is door de beving bij Geelbroek. Dit zou betekenen dat deze schades volgens de reguliere procedure moeten worden afgehandeld. Dit vindt het kabinet, vanwege het grote aantal schademeldingen niet wenselijk. Wel is NAM bereid om een bedrag beschikbaar te stellen om de afhandeling van schademeldingen in dit gebied te bespoedigen en de uitvoeringskosten te mitigeren. Daarom werkt het kabinet aan een beleidsregel, op grond waarvan schademelders voor de buitenste twee ringen voor een onverplichte tegemoetkoming in aanmerking kunnen komen. Voor ring 3 en voor ring 4 wordt er met een vast bedrag gewerkt als onverplichte tegemoetkoming van overheidswege. Voor ring 3 gaat het om € 3.000 euro en voor ring 4 om 1.000 euro. Met deze aanpak is geen causaliteitsonderzoek vereist. Daardoor is de verwachting dat er een betere verhouding is tussen uitgekeerde tegemoetkomingen en onderzoekskosten. In ringen 3 en 4 kunnen schademelders ook voor de reguliere procedure kiezen.
Welke uitgangspunten hanteert u om te waarborgen dat de nieuwe regeling uitgaat van vertrouwen in bewoners, in plaats van wantrouwen en bewijsdruk?
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag één, kunnen schademelders, afhankelijk van in welke ring hun woning staat, aanspraak maken op een vergoeding tot een maximaal bedrag (ringen 1 en 2) of een vast bedrag als onverplichte tegemoetkoming van overheidswege (ring 3 en 4). Er is geen causaliteitsonderzoek naar de oorzaak van de schade vereist. De schademelder kan ook nog steeds kiezen voor de reguliere procedure van de CM.
Welke waarborgen komen er voor een eenvoudige, laagdrempelige en snelle afhandeling van kleine en evidente schadegevallen?
Zoals beschreven in het antwoord op vraag één kunnen schademelders, afhankelijk van in welke ring hun woning staat, aanspraak maken op een schadevergoeding of onverplichte tegemoetkoming. De voorgestelde aanpak draagt bij aan een snellere afhandeling. De versnelde procedure (ring 1 en 2) is vastgelegd in een overeenkomst tussen de CM en NAM. Voor ring 3 en 4 wordt onder andere een beleidsregel opgesteld. Indien de schademelder geen gebruik wil maken van deze aanpak, wordt de schademelding door de CM afgehandeld met behulp van de reguliere procedure, zoals vastgelegd in het Instellingsbesluit van de CM en het bijbehorende protocol (Protocol A in Bijlage 1).
Op welke wijze wordt in de uitwerking expliciet rekening gehouden met de impact van schade en procedures op het welzijn en vertrouwen van bewoners, en welke ondersteuning wordt daarbij geboden?
De CM ondersteunt bewoners (en micro-ondernemingen) die een schademelding hebben ingediend bij de CM met onafhankelijk en deskundig advies over de afhandeling van de mijnbouwschade. Hierbij wordt voorzien in persoonlijke begeleiding gedurende het gehele proces van schadeafhandeling met behulp van een vaste zaakbegeleider die het proces en de schaderegeling uitlegt, aanwezig is bij de schadeopname en fungeert als persoonlijk aanspreekpunt voor de schademelder. Bewoners worden door de zaakbegeleider in het gehele traject ontzorgd en kunnen met al hun inhoudelijke en persoonlijke vragen bij hun zaakbegeleider terecht. Daarnaast wordt door de CM ingezet op het op een laagdrempelige manier verstrekken van informatie over de schadebeoordeling, het beantwoorden van vragen en het bieden van een «luisterend oor» voor inwoners in de regio die daaraan behoefte hebben. Naast het benutten van online communicatiekanalen en lokale media wordt daarbij bijvoorbeeld gebruik gemaakt van het Informatiepunt Digitale Overheid in lokale bibliotheken en worden er in samenwerking met de betrokken Drentse gemeenten bijeenkomsten georganiseerd in dorpshuizen en wijkcentra. Ook is de CM telefonisch bereikbaar om vragen te beantwoorden.
Hoe wordt voorkomen dat bewoners met vergelijkbare schade uitsluitend op basis van het moment van melding of afhandeling verschillend worden behandeld?
De beving is inmiddels bijna drie maanden geleden. Naar verwachting hebben de meeste mensen met schade zich bij de CM gemeld. Schademeldingen die zijn gedaan voor het tijdstip van publicatie van de overeenkomst tussen CM en NAM voor versnelde procedure en de betaalovereenkomst tussen NAM en de Staat, worden op grond van de versnelde procedure (eerste en tweede ring) dan wel de beleidsregel voor de onverplichte tegemoetkoming van overheidswege (derde en vierde ring) afgehandeld. De regionale bestuurders hebben gevraagd om enige coulance omdat soms mensen door omstandigheden zich niet hebben kunnen melden. Aangezien dit om slechts enkele gevallen zal gaan, geldt er bij de versnelde procedure en de beleidsregel een hardheidsclausule voor uitzonderlijke situaties, waarin een schademelder kan aantonen dat eerdere indiening niet mogelijk was om redenen die hem of haar niet zijn aan te rekenen.
Bent u bekend met het feit dat dat na de aardbeving bij Eleveld een situatie is ontstaan waarbij de straat of postcode van inwoners bepalend is voor de hoogte en toegankelijkheid van schadevergoeding, doordat er verschillende regelingen gelden van Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en de Commissie Mijnbouwschade? Hoe beoordeelt u deze ontstane tweedeling, waarbij inwoners in vergelijkbare situaties ongelijk worden behandeld?
Ja, ik ben hiermee bekend en snap ook dat dit om uitleg vraagt. In het effectgebied van het Groningenveld en de gasopslagen Grijpskerk en Norg geldt een bijzondere aanpak voor de afhandeling van schade. Deze aanpak is gerechtvaardigd, omdat er in dat effectgebied in korte tijd tienduizenden gelijksoortige gevallen van fysieke schade gemeld werden, waarvan het grootste deel te herleiden was tot bodembeweging door gaswinning uit het Groningenveld. In de rest van Nederland is het aantal, de ernst en omvang van schadegevallen door bodembeweging als gevolg van de gaswinning geringer (ook in het geval van Geelbroek), waardoor een aanpak zoals in het effectgebied van het IMG onvoldoende gerechtvaardigd is. Dat neemt niet weg dat de schade buiten het IMG-effectgebied ook op een zorgvuldige en adequate wijze moet worden afgehandeld.
Deelt u de opvatting dat de huidige situatie, met meerdere loketten en regelingen voor schadeafhandeling in hetzelfde gebied, leidt tot onduidelijkheid en ongelijkheid voor gedupeerden? In hoeverre ziet u een oplossing in het organiseren van één centraal loket voor mijnbouwschade (één loket voor alle gedupeerden) om in dit gebied te zorgen voor een eerlijkere, transparantere en toegankelijkere afhandeling?
In het kader van de «een-loket aanpak» werken de CM en IMG al intensief samen, waardoor één centraal loket niet nodig is. Gezien het aantal, de ernst en omvang van de schadegevallen in het effectgebied van het Groningenveld en de gasopslagen bij Norg en Grijpskerk, is een bijzondere aanpak daar gerechtvaardigd. In de brief van 20 maart is geconstateerd dat er zowel bij de CM als bij het IMG meldingen van schade als gevolg van de bevingen bij Geelbroek zijn binnengekomen.3 Daar waar nodig wordt doorverwezen of samengewerkt tussen het IMG en de CM.
Welke andere mogelijkheden ziet u om de onwenselijke situatie te repareren waarin bewoners die dichter bij het epicentrum wonen soms juist onder een ongunstiger regime vallen, waarbij zij moeten aantonen dat schade door de aardbeving is veroorzaakt, terwijl in andere gebieden die met schade door dezelfde aardbeving kampen het bewijsvermoeden geldt?
Hier is rekening mee gehouden door te werken met vier ringen. Het maximale bedrag voor inwoners in de eerste ring rond het epicentrum is het hoogst, daarna volgt het plafondbedrag in de tweede ring enzovoorts. Daarbij is geen causaliteitsonderzoek vereist.
Wordt ook bezien of voor eerder afgehandelde gevallen een vorm van herbeoordeling, nabetaling of aanvullende compensatie mogelijk is om de gehanteerde regeling gelijk te trekken?
Nee, de versnelde procedure en beleidsregel geldt alleen voor schades die gemeld zijn naar aanleiding van de bevingen op 14 maart 2026 bij Geelbroek. De aanpak geldt niet voor schades door eerdere bevingen die zijn afgehandeld, omdat schades in beginsel maar één keer worden vergoed. Wel zal ik – op basis van de evaluatie van de CM die begin dit jaar naar uw Kamer is verzonden4 – samen met de mijnbouwondernemingen (waaronder NAM, maar ook andere mijnbouwondernemingen die actief zijn op land) in gesprek gaan om te komen tot verbeteringen binnen de reguliere systematiek van de CM. In dat traject streef ik er ook naar om – in lijn met de motie van de leden Jumelet en Peter de Groot5 -aandacht te besteden aan mensen die eerder schade hebben gemeld naar aanleiding van de aardbeving in Ekehaar van 2023 en die slechts een deel van schade aan de woning vergoed hebben gekregen. Het gaat daarbij om schadegevallen, waarbij is vastgesteld dat deze voor een deel door bodembeweging als gevolg van de beving in Ekehaar is ontstaan en voor een deel door andere oorzaken. Ik besteed hierbij expliciet aandacht aan de mogelijkheid van een «terugwerkende kracht» bepaling.