Het bericht ‘Waakhond fileert Haagse ontkenning: ’Hamas had wel degelijk vinger in de pap bij hulporganisaties’ |
|
Annelotte Lammers (PVV), Gidi Markuszower (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport van NGO Monitor, «Analysis: How the Dutch Government is Evading Accountability for its Humanitarian Assistance Funding»?1, 2
Ja.
Welke maatregelen heeft het kabinet genomen, gelet op het jaarverslag van 2016 van het Palestinian Centre for Human Rights (PCHR), dat datzelfde jaar Nederlandse overheidsfinanciering ontving en waarin werd gesteld dat in Gaza «internationale organisaties werden lastiggevallen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (Hamas)», organisaties «vaak concessies deden om hun werk te kunnen voortzetten», een «verbod gold op onderzoeksactiviteiten zonder toestemming van het ministerie» en dossiers «zonder wettelijke grondslag werden gecontroleerd», om te voorkomen dat door Nederland gefinancierde organisaties concessies doen aan Hamas of afhankelijk worden van goedkeuring door Hamas-ministeries?
Het kabinet heeft reeds aan uw Kamer toegelicht (Kamerstukken 2026Z03619 en 2026Z03619) dat besluiten om bepaalde organisaties te financieren altijd zorgvuldig worden genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Vraagstukken over due dilligence worden ook meegenomen in beoordelingsmemoranda, bijvoorbeeld in de risicoanalyse en intergriteitsbeoordeling. Het beoordelingsmemorandum kan niet worden geaccordeerd zonder een geldige ORIA. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluaties en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Als uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andersoortige malversaties, dan treedt het ministerie daartegenop. Organisaties waar Nederland mee samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties.
Het kabinet heeft daarnaast vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke omstandigheden, zoals die als Gaza, waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingssamenwerking voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen op orde zijn; deze processen moeten ervoor moeten zorgen dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische organisaties. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn.
Kunt u gedetailleerd beschrijven welke due diligence-procedures momenteel gelden om te waarborgen dat door de Nederlandse overheid gefinancierde projecten en NGO’s niet, direct of indirect, worden misbruikt door terroristische organisaties?
Zie antwoord vraag 2.
Is het kabinet, gelet op het rapport van NGO Monitor waarin wordt gewezen op infiltratie van Hamas in het Ministerie van Sociale Ontwikkeling (MoSD) in Gaza, bereid toekomstige financiering, inclusief via aangepaste contractvoorwaarden, afhankelijk te maken van het uitsluiten van het MoSD uit de uitvoering van projecten, waaronder het verstrekken van begunstigdenlijsten voor financiële steun? Zo nee, waarom niet?
Nee, zie het antwoord op vraag 2 en 3
Was het kabinet ervan op de hoogte dat Oxfam Novib, lid van de door Nederland gefinancierde Dutch Relief Alliance (DRA), nog steeds samenwerkt met de Union of Agricultural Work Committees (UAWC), een organisatie waarvan Nederland de financiering eerder stopzette na een audit waaruit bleek dat 34 medewerkers banden hadden met de terroristische organisatie PFLP, waaronder 12 in leidinggevende posities, en dat Nederlands geld werd gebruikt voor salarissen van twee medewerkers die betrokken waren bij de moord op Rina Shnerb in 2019?
Ja, het kabinet is hiervan op de hoogte. Het staat Oxfam Novib vrij om samen te werken met andere organisaties.
Uw Kamer is in 2022 uitgebreid geïnformeerd over de uitkomsten en kabinetsreactie op extern onderzoek naar UAWC (Kamerstuk 23 432, nr. 486). Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen aanwijzingen zijn dat er financiële stromen bestaan tussen UAWC en de PFLP, en evenmin kon worden geconstateerd dat sprake is van een organisatorische eenheid tussen UAWC en PFLP, dan wel aansturing van UAWC door de PFLP. Daarnaast is er geen bewijs gevonden dat suggereert dat stafleden van UAWC of bestuursleden hun positie bij UAWC gebruikt hebben voor terroristische activiteiten of om terroristische activiteiten te steunen.
Acht het kabinet het acceptabel dat Oxfam Novib nog steeds samenwerkt met UAWC? Zo ja, waarom?
Zie antwoord vraag 5.
Indien het kabinet dit onacceptabel acht, welke gevolgen heeft dit voor de financiering van Oxfam Novib en voor organisaties binnen de Dutch Relief Alliance?
Zie antwoord op vraag 5 en 6.
Op 17 maart 2026 stelde u dat het kabinet vertrouwen heeft in de neutraliteit en onafhankelijkheid van partnerorganisaties, blijft u bij dit standpunt in het licht van de bovenstaande informatie? Zo ja, waarom?
Ja. Zie antwoord op vraag 2, 3, 5 en 6.
Bent u het, gelet op bovenstaande informatie, eens met de stelling dat het onjuist is dat «geen aanwijzingen bestaan dat Nederlandse of Europese middelen bij onbedoelde bestemmingen zijn terechtgekomen»? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Bent u bereid alle steun aan organisaties waar Hamas direct of indirect zeggenschap over heeft of op enige andere wijze invloed uitoefent, op te schorten?
Dit is hier niet aan de orde. Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
De komst van antisemitische activisten naar een bijeenkomst in de Dominicuskerk in Amsterdam |
|
Gidi Markuszower (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het evenement «People’s Congress» dat op 7 maart 2026 plaatsvindt in de Dominicuskerk in Amsterdam, waarbij onder meer Omar Barghouti, Francesca Albanese en Jeremy Corbyn als sprekers zijn aangekondigd?1
Ja.
Bent u bekend met antisemitische uitlatingen van verschillende aangekondigde sprekers op dit evenement, waaronder de uitspraak van Omar Barghouti dat hij zich «definitely, most definitely» verzet tegen het bestaan van een Joodse staat, en de uitspraak van Jeremy Corbyn waarin hij sprak over «our friends in Hamas and Hezbollah», terroristische organisaties die oproepen tot de vernietiging van Israël?
Haatzaaiende uitingen tegen bepaalde groepen kunnen bijdragen aan gevoelens van onveiligheid en uitsluiting. Dat is verwerpelijk. Hamas is in 2003 op de Europese sanctielijst terrorisme (GS931) geplaatst. Deelname aan deze terroristische organisatie is dan ook strafbaar. De publieke steunbetuigingen aan Hamas worden door het kabinet met grote zorg bezien. Daarom wordt aan een wetsvoorstel gewerkt om zowel het verheerlijken van terrorisme als het openlijk betuigen van steun aan een terroristische organisatie strafbaar te stellen. Momenteel wordt het advies van de Raad van State verwerkt. Het kabinet heeft kennisgenomen van de wens om het wetsvoorstel zo snel mogelijk naar de Kamer te verzenden.
Bent u bekend met de uitspraak van VN-rapporteur Francesca Albanese na de gruwelen van 7 oktober dat het geweld «must be put in context» en deelt u de mening dat dit neerkomt op het legitimeren van terrorisme?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bekend met VN-Veiligheidsraadresolutie 1566 (2004), waarin wordt gesteld dat terroristische daden «under no circumstances justifiable by considerations of a political, philosophical, ideological, racial, ethnic, religious or other similar nature» zijn, en deelt u de mening dat de uitspraken van de genoemde sprekers stuk voor stuk rechtstreeks ingaan tegen deze door de VN-Veiligheidsraad vastgestelde norm? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat Nederland nooit een podium mag bieden aan sprekers die antisemitisme verspreiden, oproepen tot het verdwijnen van een bondgenoot en terroristische aanslagen legitimeren? Zo nee, waarom niet?
In Nederland geldt het grondrecht van vrijheid van meningsuiting, dat alleen onder strikte voorwaarden kan worden beperkt. Het kabinet acht het daarom niet passend om in algemene zin te stellen dat bepaalde personen of sprekers nooit een podium mogen krijgen.
Wel geldt dat wanneer uitlatingen de grenzen van de wet overschrijden, bijvoorbeeld door aan te zetten tot haat, discriminatie of geweld, hiertegen kan worden opgetreden. Het is in eerste instantie aan lokale autoriteiten en het Openbaar Ministerie om, binnen de geldende wettelijke kaders, te beoordelen of en welke maatregelen in concrete gevallen noodzakelijk zijn.
Bent u bereid deze buitenlandse sprekers ter bescherming van de openbare orde de toegang tot Nederland te ontzeggen en hun een inreisverbod op te leggen?
Ik deel uw bezorgdheid over antisemitisme in Nederland. De Minister van Asiel en Migratie gaat niet in op individuele zaken. In algemene zin kan ik zeggen dat een vreemdeling die een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, bijvoorbeeld vanwege het uitdragen van extremisme, de toegang tot Nederland (en het Schengengebied) geweigerd kan worden. Dit is mogelijk middels onder andere het weigeren van een visum, een ongewenstverklaring en/of een signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS III).
Bent u bekend met het feit dat deze bijeenkomst plaatsvindt in een kerkgebouw, namelijk de Dominicuskerk in Amsterdam, en deelt u de mening dat het moreel volstrekt onacceptabel is dat een kerk wordt gebruikt als podium voor antisemitische propaganda?
Ik vind elke vorm van antisemitische propaganda altijd onacceptabel.
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat Nederland een vrijhaven wordt voor internationale sprekers die antisemitische propaganda verspreiden?
Het kabinet acht het van belang dat de openbare orde en nationale veiligheid worden beschermd en dat binnen de grenzen van de rechtsstaat wordt opgetreden tegen strafbare uitingen, zoals het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld. Daartoe bestaat een breed palet aan maatregelen.
Bij strafbare feiten, zoals uitlatingen die aanzetten tot haat, geweld, discriminatie, opruiing of (onnodige) belediging is strafrechtelijk optreden in concrete gevallen mogelijk door de Politie en het Openbaar Ministerie.
Indien de spreker een aantoonbaar risico vormt voor de openbare orde, kan de burgemeester besluiten om het evenement of de manifestatie vooraf te beperken of te verbieden.
Wanneer dit niet het geval is, kunnen lokale overheden hun zorgen over de spreker of het evenement met de uitbater van de locatie bespreken, maar is het aan de uitbater zelf om te zorgen dat extremistische boodschappen bij hen geen podium krijgen.
Daarnaast kan de toegang tot Nederland worden geweigerd of een ongewenstverklaring en/of een signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS III), indien de IND beschikt over informatie van de AIVD, de lokale driehoek of een duiding van de NCTV, waaruit blijkt dat de aanwezigheid van de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Het kabinet blijft zich, samen met betrokken partners, inzetten voor de bescherming van de openbare orde en het tegengaan van strafbare gedragingen.
Kunt u deze vragen uiterlijk op 6 maart om 20:00 uur (vanavond) beantwoorden en maatregelen nemen om te voorkomen dat deze bijeenkomst doorgaat?
Dat is helaas niet gelukt.
Verschillen in strafmaat en kwalificatie bij zaken van bekladding van religieuze instellingen |
|
Annelotte Lammers (PVV), Gidi Markuszower (PVV), Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving, onder meer van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), over een uitspraak in een strafzaak rond bekladding van een Joodse instelling1 en hoe verhoudt deze zich tot een eerdere uitspraak uit 2024 waarbij voor een vergelijkbaar feit tegen een moskee celstraffen zijn opgelegd?2
Ja, ik ben bekend met deze berichten. Ik treed niet in de beoordeling van rechterlijke uitspraken. Wel kan ik toelichten dat strafrechters in elke zaak zelfstandig beoordelen of sprake is van een strafbaar feit, welke juridische kwalificatie daaraan wordt gegeven en welke straf passend en geboden is, mede op basis van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval, waaronder eventueel een discriminatoir motief. Het is daarbij niet ongebruikelijk dat zaken die op het eerste gezicht vergelijkbaar lijken, juridisch verschillend worden beoordeeld, omdat de bewijsvoering, de context van het delict en de omstandigheden van het geval kunnen verschillen.
Begrijpt u dat het niet erkennen van een antisemitisch motief in dit soort zaken door de Joodse gemeenschap kan worden ervaren als een gebrek aan erkenning van de ernst van antisemitisme?
Ik begrijp dat beslissingen in strafzaken in de samenleving en in specifieke gemeenschappen verschillend kunnen worden ervaren en emoties kunnen oproepen, zeker bij feiten die raken aan discriminatie. Tegelijkertijd is het aan de strafrechter om vast te stellen of een discriminatoir aspect kan worden bewezen. Die juridische toets kan niet worden vervangen door de maatschappelijke beleving van een feit, hoe invoelbaar die beleving ook kan zijn.
Hoe vaak wordt in dit soort zaken uiteindelijk juridisch vastgesteld dat sprake is van antisemitisme en hoe vaak niet? Kunt u concrete cijfers geven?
In het rapport Strafbare Discriminatie in Beeld 2025 van het OM is antisemitisme 93 keer geregistreerd als discriminatiegrond. Dit betreft 8% van het totaal aantal geregistreerde discriminatiegronden in dat jaar. In 2024 betrof dit 69 registraties, oftewel 11% van het totaal aantal geregistreerde discriminatiegronden in dat jaar.
Deelt u de mening dat het niet vaststellen van een antisemitisch oogmerk in gevallen waarin dat door betrokkenen en de maatschappij in zijn geheel wel zo wordt ervaren juist bijdraagt aan het toenemende antisemitisme in Nederland?
Ik deel die mening niet. Het strafrecht is gericht op het vaststellen van individuele strafbare feiten. Het al dan niet kunnen bewijzen van een discriminatoir aspect in een concrete strafzaak betekent niet dat het onderliggende feit daarmee wordt gebagatelliseerd of niet als ernstig wordt erkend. Daarnaast denk ik niet dat het in een strafzaak niet kunnen vaststellen van een antisemitisch aspect op zichzelf bijdraagt aan het toenemend antisemitisme in de samenleving.
Deelt u de mening dat antisemitisme als motief bij strafbare feiten explicieter en zwaarder meegewogen moet worden in de strafmaat? Zo nee, waarom niet?
Het huidige strafrechtelijke kader biedt al uitdrukkelijk de mogelijkheid om een discriminatoir aspect, waaronder antisemitisme, zwaar te laten meewegen bij vaststelling van de strafmaat.
Gedragingen met een discriminatoir karakter zijn strafbaar gesteld in de artikelen 137c tot en met 137g van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast kan een discriminatoir aspect worden aangemerkt als strafverzwarende omstandigheid bij bepaling van de straf. Met ingang van 1 juli 2025 is een algemene wettelijke strafverzwaringsgrond geïntroduceerd (artikel 44bis Wetboek van Strafrecht). Deze bepaling regelt dat de rechter de op te leggen straf met één derde kan verhogen indien een strafbaar feit (bijvoorbeeld een mishandeling of vernieling) is gepleegd met een discriminatoir aspect.
Hoe duidt u de verschillen in strafmaat en kwalificatie in het licht van het gelijkheidsbeginsel en het uitgangspunt van rechtsgelijkheid?
Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. In het strafrecht betekent dit echter niet dat zaken die in eerste opzicht vergelijkbaar lijken, automatisch tot dezelfde uitkomst moeten leiden. De strafrechter beoordeelt per zaak afzonderlijk de concrete feiten en omstandigheden, de bewijslast, de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verschillen in strafmaat of kwalificatie kunnen daarom gerechtvaardigd zijn wanneer deze verschillen berusten op relevante verschillen in bewijs, context of juridische beoordeling.
In hoeverre wordt bij incidenten zoals bekladding van Joodse instellingen standaard onderzocht of sprake is van een antisemitisch motief en welke factoren zijn hierbij van belang bij de overweging van de rechter voor het aannemen van een antisemitisch oogmerk? Bent u bereid in overleg met het Openbaar Ministerie en de rechtspraak te bezien of nadere richtlijnen of verduidelijkingen nodig zijn om meer consistentie te bevorderen?
In strafrechtelijke onderzoeken wordt in zaken waarin mogelijk sprake is van discriminatoire aspecten, waaronder antisemitisme, standaard onderzocht of aanwijzingen bestaan voor een dergelijk motief. Het OM hanteert daarbij de Aanwijzing Discriminatie.3
Of een discriminatoir motief uiteindelijk juridisch kan worden bewezen, hangt af van de beschikbare bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan door de rechter.
Ik zie, mede gelet op de bestaande wettelijke kaders en de Aanwijzing Discriminatie van het OM, op dit moment geen aanleiding om aanvullende of nadere richtlijnen te ontwikkelen. Wel blijf ik in gesprek met het OM en de rechtspraak over de effectieve werking van het bestaande instrumentarium en de bestrijding van discriminatie in al haar vormen.
De politiepublicatie 'Game Over?!' en het profiel van verdachten van bankhelpdeskfraude en nepagentpraktijken |
|
Annelotte Lammers (PVV), Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de politiepagina «Game Over?!», waarin tientallen verdachten van onder meer bankhelpdeskfraude en nepagentpraktijken herkenbaar in beeld worden gebracht?1
Ja
Herkent u een bepaald daderprofiel bij deze daders? Zo ja, hoe ziet dit profiel eruit? Zo nee, worden wij dan bedrogen door onze eigen ogen?
Zoals de campagne heeft laten zien zijn nepagenten en fraudeurs een groot probleem, met soms ingrijpende gevolgen. Niet alleen in verband met de financiële gevolgen van oplichting, maar ook het verlies van de samenleving in het vertrouwen dat je de deur kan openen of gegevens kan delen. Dit kabinet geeft prioriteit aan de aanpak van criminaliteit die burgers raakt, zowel offline als online. Met de actie Game Over?! wil de politie zaken oplossen, oplichters aanpakken, criminele netwerken verstoren en laten zien dat deze criminaliteit niet zonder gevolgen blijft. In het strafrecht staat het handelen van een verdachte centraal. Herkomst, culturele achtergrond of geloof spelen geen rol.
Kunt u bevestigen dat binnen deze dadergroep sprake is van oververtegenwoordiging van mensen met een bepaalde herkomst? Zo nee, waarom wordt hier niet explicieter over gerapporteerd?
Zie antwoord vraag 2.
Waarom wordt in publieke communicatie over deze criminaliteit terughoudend omgegaan met het benoemen van daderprofielen, terwijl dit relevant is voor preventie en bewustwording?
Zie antwoord vraag 2.
In hoeverre is er bij dit type criminaliteit sprake van georganiseerde structuren en welke rollen worden daarin onderscheiden? Indien sprake is van georganiseerde structuren, zijn deze duidelijk in beeld bij de politie?
Bij oplichtingen door nepagenten is meestal sprake van een georganiseerde structuur met een aantal rollen. De meeste fraudes verlopen volgens een vast stramien en met een vaste rolverdeling. De rollen die je kunt onderscheiden zijn: de beller, de nepagent, de chauffeur en de coördinator. Deze rollen zijn duidelijk. De «Game Over?!» campagne focust zich specifiek op de rol van nepagent.
Kunt u toelichten in hoeverre bij deze vormen van fraude sprake is van grensoverschrijdende of internationaal georganiseerde criminaliteit? Indien hiervan sprake is, op welke vlakken schieten opsporingsbevoegdheden en de samenwerking met andere landen tekort in het aanpakken van deze criminaliteit?
De internationale component verschilt per type oplichting. Bij telefonische helpdeskfraude (waar nepagenten en bankhelpdeskfraude onder vallen) is juist vaak sprake van Nederlandse daders in alle rollen. Vloeiend en netjes Nederlands spreken is een vereiste om geloofwaardig over te komen.
Er is ook een internationale context: Nederlandse daders plegen hun delicten ook in België, zowel het oplichten, als het ronselen van personeel. Ook worden Nederlandse loopjongens ingezet voor oplichtingen in België.
Bent u voornemens de korpschef op te roepen, bij effectiviteit van deze maatregel van publicatie, dit veel vaker in te zetten? Zo nee, waarom niet?
Politie en Openbaar Ministerie gaan de «Game Over?!» campagne evalueren. Afhankelijk van de uitkomst daarvan zullen zij beslissen over een vervolg.
Bent u bereid de Kamer periodiek te informeren over ontwikkelingen in daderprofielen en trends binnen deze vorm van criminaliteit?
Het Centraal Bureau voor de Statistiek levert maandelijks de kenmerken van bij de politie geregistreerde verdachten naar incidentsoort. Deze zijn openbaar beschikbaar via de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek.2
Bent u bekend met het bericht dat inwoners van Loosdrecht zich door de komst van een asielzoekerscentrum (azc) voor alleenstaande mannelijke asielzoekers diep verdeeld voelen en als racisten worden weggezet?1
Heeft u begrip voor de terechte woede en veiligheidszorgen van inwoners, met name vrouwen en gezinnen, over de komst van 70 alleenstaande mannelijke vreemdelingen op een locatie waar kinderen spelen en langsfietsen? Zo ja, waaruit blijkt dat concreet, of laat u hen totaal aan hun lot over?
Klopt het dat bewoners pas enkele dagen van tevoren zijn geïnformeerd over het azc in het voormalige gemeentehuis, zonder veiligheidsplan en zonder enige inspraak?
Is dit de toekomstige blauwdruk van uw asielbeleid: de zelf veroorzaakte asielcrisis afwentelen op kleine Nederlandse dorpen als Loosdrecht omdat u weigert de instroom te stoppen?
Wat vindt u ervan dat in Loosdrecht op 18 maart 2026 geen gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden, er dus geen democratisch mandaat ligt en onder leiding van een waarnemend VVD-burgemeester desondanks een azc wordt doorgedrukt tegen de wil van een groot deel van de inwoners?
Bent u bekend met de uitspraken van de waarnemend burgemeester, ter rechtvaardiging van zijn besluit, dat «er een crisis is» en dat «als we niet uitkijken, er weer mensen op het gras in Ter Apel of in sporthallen moeten slapen»?
Vindt u dat de belangen van alleenstaande mannelijke asielzoekers zwaarder wegen dan de veiligheid, rust en leefbaarheid van Nederlandse vrouwen, kinderen en gezinnen in Loosdrecht?
Bent u het eens met de stelling dat hieruit blijkt dat er sprake is van systematische benadeling van Nederlanders en bevoordeling van vreemdelingen?
Heeft u de beelden gezien van het politieoptreden tegen demonstrerende inwoners?
Bent u het eens met de stelling dat optreden tegen gewelddadige demonstranten noodzakelijk is, maar dat bruut politieoptreden tegen vreedzame, onschuldige inwoners met terechte zorgen niet bij onze rechtsstaat past? Zo nee, waarom niet?
Hoe verklaart u de dubbele maat waarbij honderden klimaatactivisten de A12 mogen blokkeren, door de politie worden begeleid en zonder enige straf wegkomen, terwijl demonstraties van bezorgde burgers in Loosdrecht worden neergeslagen en zij binnen enkele dagen worden veroordeeld?
Bent u bereid de burgemeester tot de orde te roepen wegens het disproportionele politiegeweld, zelf in te grijpen en een streep te zetten door het azc? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden, doch ten minste ruim vóór de geplande komst van het azc?
Het bericht ‘Waakhond fileert Haagse ontkenning: ’Hamas had wel degelijk vinger in de pap bij hulporganisaties’ |
|
Annelotte Lammers (PVV), Gidi Markuszower (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport van NGO Monitor, «Analysis: How the Dutch Government is Evading Accountability for its Humanitarian Assistance Funding»?1, 2
Ja.
Welke maatregelen heeft het kabinet genomen, gelet op het jaarverslag van 2016 van het Palestinian Centre for Human Rights (PCHR), dat datzelfde jaar Nederlandse overheidsfinanciering ontving en waarin werd gesteld dat in Gaza «internationale organisaties werden lastiggevallen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (Hamas)», organisaties «vaak concessies deden om hun werk te kunnen voortzetten», een «verbod gold op onderzoeksactiviteiten zonder toestemming van het ministerie» en dossiers «zonder wettelijke grondslag werden gecontroleerd», om te voorkomen dat door Nederland gefinancierde organisaties concessies doen aan Hamas of afhankelijk worden van goedkeuring door Hamas-ministeries?
Het kabinet heeft reeds aan uw Kamer toegelicht (Kamerstukken 2026Z03619 en 2026Z03619) dat besluiten om bepaalde organisaties te financieren altijd zorgvuldig worden genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Vraagstukken over due dilligence worden ook meegenomen in beoordelingsmemoranda, bijvoorbeeld in de risicoanalyse en intergriteitsbeoordeling. Het beoordelingsmemorandum kan niet worden geaccordeerd zonder een geldige ORIA. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluaties en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Als uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andersoortige malversaties, dan treedt het ministerie daartegenop. Organisaties waar Nederland mee samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties.
Het kabinet heeft daarnaast vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke omstandigheden, zoals die als Gaza, waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingssamenwerking voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen op orde zijn; deze processen moeten ervoor moeten zorgen dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische organisaties. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn.
Kunt u gedetailleerd beschrijven welke due diligence-procedures momenteel gelden om te waarborgen dat door de Nederlandse overheid gefinancierde projecten en NGO’s niet, direct of indirect, worden misbruikt door terroristische organisaties?
Zie antwoord vraag 2.
Is het kabinet, gelet op het rapport van NGO Monitor waarin wordt gewezen op infiltratie van Hamas in het Ministerie van Sociale Ontwikkeling (MoSD) in Gaza, bereid toekomstige financiering, inclusief via aangepaste contractvoorwaarden, afhankelijk te maken van het uitsluiten van het MoSD uit de uitvoering van projecten, waaronder het verstrekken van begunstigdenlijsten voor financiële steun? Zo nee, waarom niet?
Nee, zie het antwoord op vraag 2 en 3
Was het kabinet ervan op de hoogte dat Oxfam Novib, lid van de door Nederland gefinancierde Dutch Relief Alliance (DRA), nog steeds samenwerkt met de Union of Agricultural Work Committees (UAWC), een organisatie waarvan Nederland de financiering eerder stopzette na een audit waaruit bleek dat 34 medewerkers banden hadden met de terroristische organisatie PFLP, waaronder 12 in leidinggevende posities, en dat Nederlands geld werd gebruikt voor salarissen van twee medewerkers die betrokken waren bij de moord op Rina Shnerb in 2019?
Ja, het kabinet is hiervan op de hoogte. Het staat Oxfam Novib vrij om samen te werken met andere organisaties.
Uw Kamer is in 2022 uitgebreid geïnformeerd over de uitkomsten en kabinetsreactie op extern onderzoek naar UAWC (Kamerstuk 23 432, nr. 486). Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen aanwijzingen zijn dat er financiële stromen bestaan tussen UAWC en de PFLP, en evenmin kon worden geconstateerd dat sprake is van een organisatorische eenheid tussen UAWC en PFLP, dan wel aansturing van UAWC door de PFLP. Daarnaast is er geen bewijs gevonden dat suggereert dat stafleden van UAWC of bestuursleden hun positie bij UAWC gebruikt hebben voor terroristische activiteiten of om terroristische activiteiten te steunen.
Acht het kabinet het acceptabel dat Oxfam Novib nog steeds samenwerkt met UAWC? Zo ja, waarom?
Zie antwoord vraag 5.
Indien het kabinet dit onacceptabel acht, welke gevolgen heeft dit voor de financiering van Oxfam Novib en voor organisaties binnen de Dutch Relief Alliance?
Zie antwoord op vraag 5 en 6.
Op 17 maart 2026 stelde u dat het kabinet vertrouwen heeft in de neutraliteit en onafhankelijkheid van partnerorganisaties, blijft u bij dit standpunt in het licht van de bovenstaande informatie? Zo ja, waarom?
Ja. Zie antwoord op vraag 2, 3, 5 en 6.
Bent u het, gelet op bovenstaande informatie, eens met de stelling dat het onjuist is dat «geen aanwijzingen bestaan dat Nederlandse of Europese middelen bij onbedoelde bestemmingen zijn terechtgekomen»? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Bent u bereid alle steun aan organisaties waar Hamas direct of indirect zeggenschap over heeft of op enige andere wijze invloed uitoefent, op te schorten?
Dit is hier niet aan de orde. Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Verschillen in strafmaat en kwalificatie bij zaken van bekladding van religieuze instellingen |
|
Annelotte Lammers (PVV), Gidi Markuszower (PVV), Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving, onder meer van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), over een uitspraak in een strafzaak rond bekladding van een Joodse instelling1 en hoe verhoudt deze zich tot een eerdere uitspraak uit 2024 waarbij voor een vergelijkbaar feit tegen een moskee celstraffen zijn opgelegd?2
Ja, ik ben bekend met deze berichten. Ik treed niet in de beoordeling van rechterlijke uitspraken. Wel kan ik toelichten dat strafrechters in elke zaak zelfstandig beoordelen of sprake is van een strafbaar feit, welke juridische kwalificatie daaraan wordt gegeven en welke straf passend en geboden is, mede op basis van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval, waaronder eventueel een discriminatoir motief. Het is daarbij niet ongebruikelijk dat zaken die op het eerste gezicht vergelijkbaar lijken, juridisch verschillend worden beoordeeld, omdat de bewijsvoering, de context van het delict en de omstandigheden van het geval kunnen verschillen.
Begrijpt u dat het niet erkennen van een antisemitisch motief in dit soort zaken door de Joodse gemeenschap kan worden ervaren als een gebrek aan erkenning van de ernst van antisemitisme?
Ik begrijp dat beslissingen in strafzaken in de samenleving en in specifieke gemeenschappen verschillend kunnen worden ervaren en emoties kunnen oproepen, zeker bij feiten die raken aan discriminatie. Tegelijkertijd is het aan de strafrechter om vast te stellen of een discriminatoir aspect kan worden bewezen. Die juridische toets kan niet worden vervangen door de maatschappelijke beleving van een feit, hoe invoelbaar die beleving ook kan zijn.
Hoe vaak wordt in dit soort zaken uiteindelijk juridisch vastgesteld dat sprake is van antisemitisme en hoe vaak niet? Kunt u concrete cijfers geven?
In het rapport Strafbare Discriminatie in Beeld 2025 van het OM is antisemitisme 93 keer geregistreerd als discriminatiegrond. Dit betreft 8% van het totaal aantal geregistreerde discriminatiegronden in dat jaar. In 2024 betrof dit 69 registraties, oftewel 11% van het totaal aantal geregistreerde discriminatiegronden in dat jaar.
Deelt u de mening dat het niet vaststellen van een antisemitisch oogmerk in gevallen waarin dat door betrokkenen en de maatschappij in zijn geheel wel zo wordt ervaren juist bijdraagt aan het toenemende antisemitisme in Nederland?
Ik deel die mening niet. Het strafrecht is gericht op het vaststellen van individuele strafbare feiten. Het al dan niet kunnen bewijzen van een discriminatoir aspect in een concrete strafzaak betekent niet dat het onderliggende feit daarmee wordt gebagatelliseerd of niet als ernstig wordt erkend. Daarnaast denk ik niet dat het in een strafzaak niet kunnen vaststellen van een antisemitisch aspect op zichzelf bijdraagt aan het toenemend antisemitisme in de samenleving.
Deelt u de mening dat antisemitisme als motief bij strafbare feiten explicieter en zwaarder meegewogen moet worden in de strafmaat? Zo nee, waarom niet?
Het huidige strafrechtelijke kader biedt al uitdrukkelijk de mogelijkheid om een discriminatoir aspect, waaronder antisemitisme, zwaar te laten meewegen bij vaststelling van de strafmaat.
Gedragingen met een discriminatoir karakter zijn strafbaar gesteld in de artikelen 137c tot en met 137g van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast kan een discriminatoir aspect worden aangemerkt als strafverzwarende omstandigheid bij bepaling van de straf. Met ingang van 1 juli 2025 is een algemene wettelijke strafverzwaringsgrond geïntroduceerd (artikel 44bis Wetboek van Strafrecht). Deze bepaling regelt dat de rechter de op te leggen straf met één derde kan verhogen indien een strafbaar feit (bijvoorbeeld een mishandeling of vernieling) is gepleegd met een discriminatoir aspect.
Hoe duidt u de verschillen in strafmaat en kwalificatie in het licht van het gelijkheidsbeginsel en het uitgangspunt van rechtsgelijkheid?
Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. In het strafrecht betekent dit echter niet dat zaken die in eerste opzicht vergelijkbaar lijken, automatisch tot dezelfde uitkomst moeten leiden. De strafrechter beoordeelt per zaak afzonderlijk de concrete feiten en omstandigheden, de bewijslast, de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verschillen in strafmaat of kwalificatie kunnen daarom gerechtvaardigd zijn wanneer deze verschillen berusten op relevante verschillen in bewijs, context of juridische beoordeling.
In hoeverre wordt bij incidenten zoals bekladding van Joodse instellingen standaard onderzocht of sprake is van een antisemitisch motief en welke factoren zijn hierbij van belang bij de overweging van de rechter voor het aannemen van een antisemitisch oogmerk? Bent u bereid in overleg met het Openbaar Ministerie en de rechtspraak te bezien of nadere richtlijnen of verduidelijkingen nodig zijn om meer consistentie te bevorderen?
In strafrechtelijke onderzoeken wordt in zaken waarin mogelijk sprake is van discriminatoire aspecten, waaronder antisemitisme, standaard onderzocht of aanwijzingen bestaan voor een dergelijk motief. Het OM hanteert daarbij de Aanwijzing Discriminatie.3
Of een discriminatoir motief uiteindelijk juridisch kan worden bewezen, hangt af van de beschikbare bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan door de rechter.
Ik zie, mede gelet op de bestaande wettelijke kaders en de Aanwijzing Discriminatie van het OM, op dit moment geen aanleiding om aanvullende of nadere richtlijnen te ontwikkelen. Wel blijf ik in gesprek met het OM en de rechtspraak over de effectieve werking van het bestaande instrumentarium en de bestrijding van discriminatie in al haar vormen.
De politiepublicatie 'Game Over?!' en het profiel van verdachten van bankhelpdeskfraude en nepagentpraktijken |
|
Annelotte Lammers (PVV), Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de politiepagina «Game Over?!», waarin tientallen verdachten van onder meer bankhelpdeskfraude en nepagentpraktijken herkenbaar in beeld worden gebracht?1
Ja
Herkent u een bepaald daderprofiel bij deze daders? Zo ja, hoe ziet dit profiel eruit? Zo nee, worden wij dan bedrogen door onze eigen ogen?
Zoals de campagne heeft laten zien zijn nepagenten en fraudeurs een groot probleem, met soms ingrijpende gevolgen. Niet alleen in verband met de financiële gevolgen van oplichting, maar ook het verlies van de samenleving in het vertrouwen dat je de deur kan openen of gegevens kan delen. Dit kabinet geeft prioriteit aan de aanpak van criminaliteit die burgers raakt, zowel offline als online. Met de actie Game Over?! wil de politie zaken oplossen, oplichters aanpakken, criminele netwerken verstoren en laten zien dat deze criminaliteit niet zonder gevolgen blijft. In het strafrecht staat het handelen van een verdachte centraal. Herkomst, culturele achtergrond of geloof spelen geen rol.
Kunt u bevestigen dat binnen deze dadergroep sprake is van oververtegenwoordiging van mensen met een bepaalde herkomst? Zo nee, waarom wordt hier niet explicieter over gerapporteerd?
Zie antwoord vraag 2.
Waarom wordt in publieke communicatie over deze criminaliteit terughoudend omgegaan met het benoemen van daderprofielen, terwijl dit relevant is voor preventie en bewustwording?
Zie antwoord vraag 2.
In hoeverre is er bij dit type criminaliteit sprake van georganiseerde structuren en welke rollen worden daarin onderscheiden? Indien sprake is van georganiseerde structuren, zijn deze duidelijk in beeld bij de politie?
Bij oplichtingen door nepagenten is meestal sprake van een georganiseerde structuur met een aantal rollen. De meeste fraudes verlopen volgens een vast stramien en met een vaste rolverdeling. De rollen die je kunt onderscheiden zijn: de beller, de nepagent, de chauffeur en de coördinator. Deze rollen zijn duidelijk. De «Game Over?!» campagne focust zich specifiek op de rol van nepagent.
Kunt u toelichten in hoeverre bij deze vormen van fraude sprake is van grensoverschrijdende of internationaal georganiseerde criminaliteit? Indien hiervan sprake is, op welke vlakken schieten opsporingsbevoegdheden en de samenwerking met andere landen tekort in het aanpakken van deze criminaliteit?
De internationale component verschilt per type oplichting. Bij telefonische helpdeskfraude (waar nepagenten en bankhelpdeskfraude onder vallen) is juist vaak sprake van Nederlandse daders in alle rollen. Vloeiend en netjes Nederlands spreken is een vereiste om geloofwaardig over te komen.
Er is ook een internationale context: Nederlandse daders plegen hun delicten ook in België, zowel het oplichten, als het ronselen van personeel. Ook worden Nederlandse loopjongens ingezet voor oplichtingen in België.
Bent u voornemens de korpschef op te roepen, bij effectiviteit van deze maatregel van publicatie, dit veel vaker in te zetten? Zo nee, waarom niet?
Politie en Openbaar Ministerie gaan de «Game Over?!» campagne evalueren. Afhankelijk van de uitkomst daarvan zullen zij beslissen over een vervolg.
Bent u bereid de Kamer periodiek te informeren over ontwikkelingen in daderprofielen en trends binnen deze vorm van criminaliteit?
Het Centraal Bureau voor de Statistiek levert maandelijks de kenmerken van bij de politie geregistreerde verdachten naar incidentsoort. Deze zijn openbaar beschikbaar via de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek.2
Het uitsluiten van Joodse organisaties bij onderzoek naar Joods vastgoed in Rijswijk |
|
Annelotte Lammers (PVV), Shanna Schilder (PVV), Gidi Markuszower (PVV) |
|
Pieter Heerma (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat de gemeente Rijswijk ervoor heeft gekozen om het Nieuw Israëlitisch Weekblad en Irgoen Olei Holland niet te informeren over een onderzoek naar Joods vastgoed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, omdat deze media volgens de gemeente een bepaalde «kleuring» zouden geven aan het conflict in Gaza?1
Deelt u de mening dat het uiterst kwalijk is als een gemeente besluit Joodse media en organisaties uit te sluiten van communicatie over een onderzoek naar Joods vastgoed en mogelijke restitutie en dat dit op zijn minst de schijn wekt van discriminatie op grond van politieke gezindheid, afkomst of religie?
In algemene zin staat buiten kijf dat het uitsluiten van Joodse media en organisaties vanwege hun geloof of afkomst onacceptabel is. Het doen van onderzoek, naar welk onderwerp dan ook, speelt een belangrijke rol bij het verrijken van kennis en ontwikkelingen in de samenleving. Wanneer een gemeente onderzoek doet of laat uitvoeren betreft dit een lokale aangelegenheid. De gemeentelijke autonomie maakt dat gemeentebesturen een eigen bevoegdheid hebben. Hierbinnen kunnen zij ook zelf onderzoek verrichten en hier beleidskeuzes op baseren. Het is niet aan mij om een kwalificatie te geven aan de wijze waarop een gemeente in een concreet geval optreedt in het kader van een onderzoek. Het is aan de gemeenteraad om haar college van burgemeester en wethouders ter verantwoording te roepen wanneer zij dat nodig acht.
Hoe beoordeelt u het feit dat het college van burgemeester en wethouders hiermee inging tegen het advies van zowel de onderzoeker als de begeleidingscommissie, die aangaf dat het uitsluiten van deze media de onafhankelijkheid en kwaliteit van het onderzoek kon schaden?
Zie het antwoord op vraag 2.
Deelt u de opvatting dat het onacceptabel is dat communicatie over onderzoek naar onteigend Joods vastgoed uit de Tweede Wereldoorlog afhankelijk wordt gemaakt van de politieke opvattingen die een gemeente toeschrijft aan bepaalde Joodse media of organisaties?
In het algemeen ben ik het met u eens dat Joodse media of organisaties niet op basis van hun politieke opvattingen uitgesloten zouden moeten worden bij onderzoeken naar onteigend Joods vastgoed uit de Tweede Wereldoorlog.
Hoe verhoudt de handelwijze van de gemeente Rijswijk zich volgens u tot artikel 1 van de Grondwet, waarin expliciet is vastgelegd dat discriminatie op grond van onder meer politieke gezindheid niet is toegestaan?
Het is niet aan mij om een kwalificatie te geven over de handelwijze van het gemeentebestuur van Rijswijk. Wanneer er een vermoeden is van het overtreden van artikel 1 van de Grondwet, kan de rechter daar desgevraagd een oordeel over uitspreken.
Deelt u de zorgen dat door deze beslissing mogelijk relevante getuigen, nabestaanden of andere belanghebbenden nooit zijn bereikt, waardoor het onderzoek naar Joods vastgoed mogelijk onvolledig is gebleven?
Het is niet aan mij om over een specifiek geval een opvatting te hebben. Wel kan ik het mij voorstellen dat er in dit geval een zorg bestaat dat mogelijk niet alle relevante getuigen, nabestaanden of andere belanghebbenden zijn bereikt in dit onderzoek. Echter, ik wil en kan niet oordelen of het onderzoek van de gemeente Rijswijk daarmee als onvolledig kan worden gezien.
Bent u bereid te onderzoeken of de handelwijze van de gemeente Rijswijk in strijd is met het discriminatieverbod en met de zorgvuldigheid die van een overheid mag worden verwacht bij onderzoek naar onteigend Joods bezit?
Nee. De Nationale ombudsman is in beginsel bevoegd om klachten over de gedraging van – in dit geval – de gemeente Rijswijk te onderzoeken en hierover te oordelen. Met de komst van de uitbreiding van de Algemene wet gelijke behandeling – naar zogenaamd eenzijdig overheidshandelen – wordt het in de toekomst voor het College voor de Rechten van de Mens ook mogelijk om over het handelen van de overheid te oordelen. Een wetgevingstraject hiervoor ben ik momenteel aan het voorbereiden.
Welke rol ziet u voor het Rijk om te waarborgen dat gemeenten bij onderzoek naar Joods vastgoed en mogelijke restitutie zorgvuldig, onafhankelijk en zonder politieke of ideologische afwegingen handelen?
Zoals ik in het antwoord op vraag 2 aangaf dient het college van burgemeester en wethouders haar verantwoording af te leggen aan haar gemeenteraad. Het is aan de gemeenteraad om het college aan te spreken op haar handelen. Dit geldt ook bij onderzoek naar Joods vastgoed en mogelijke restitutie.
Deelt u de mening dat het bijzonder pijnlijk en ongepast is als juist bij onderzoek naar onrecht dat Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan opnieuw een situatie ontstaat waarin Joodse organisaties of media worden buitengesloten en dat dit bijdraagt aan het toenemende antisemitisme in Nederland?
Ik kan mij voorstellen dat er gevoelens van onvrede bestaan bij de Joodse organisaties die niet direct zijn betrokken bij het onderzoek van de gemeente Rijswijk. Echter, zoals ik in het antwoord op vraag 2 aangaf dient het college van burgemeester en wethouders verantwoording af te leggen aan haar gemeenteraad. Het is aan de gemeenteraad om het college aan te spreken op haar handelen.
Bent u bereid om op korte termijn in gesprek te gaan met de gemeente Rijswijk om opheldering te vragen over deze gang van zaken en de Kamer hierover te informeren? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 2.
Het bericht dat Koningin Máxima aanwezig is bij de viering van het 70-jarig jubileum van Oxfam Novib |
|
Gidi Markuszower (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Koningin Máxima op 31 maart 2026 aanwezig zal zijn bij de viering van het 70-jarig jubileum van Oxfam Novib in Den Haag?1
Ja.
Bent u bekend met het feit dat Oxfam Novib Israël, een bondgenoot van Nederland, beschuldigt van «genocide», «apartheid» en een «bezettingsregime», en oproept tot een verbod op handel en investeringen?
Het kabinet is bekend met het standpunt van Oxfam Novib. Ngo’s maken zelfstandig keuzes over hun standpunten en publieke communicatie. Die ruimte is een fundamenteel onderdeel van hun onafhankelijkheid en valt onder de vrijheid van meningsuiting. Het is een democratische verworvenheid dat maatschappelijke organisaties zich kritisch mogen uitlaten over dergelijke kwesties, ook wanneer dat niet in lijn is met het standpunt van het kabinet.
Deelt u de mening dat deze ongefundeerde aantijgingen één-op-één Hamas-propaganda zijn en neerkomen op het delegitimeren van de Joodse staat?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bekend met recente berichtgeving, waar eerder ook schriftelijke vragen over zijn gesteld2, waaruit blijkt dat de terroristische organisatie Hamas een «flinke vinger in de pap heeft» bij organisaties als Oxfam Novib?3
Ja, het kabinet is bekend met deze berichtgeving. Echter, er is geen informatie voorhanden die de aantijgingen van deze berichtgeving of het rapport van NGO Monitor waarin deze aantijgingen worden gedaan, steunt. Partnerorganisaties waar Nederland mee werkt zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke contexten als Gaza waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen, die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische organisaties, op orde zijn. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor en de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO Monitor.
Deelt u de mening dat het volstrekt onaanvaardbaar is dat het Koninklijk Huis een jubileum bijwoont van een organisatie die antisemitische propaganda verspreidt, een bondgenoot delegitimeert en aan het koordje van Hamas loopt?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 en 3, maken ngo’s zelfstandig keuzes over hun standpunten en communicatie. Het kabinet heeft daarbij vertrouwen in de betrouwbaarheid en professionaliteit van onze partnerorganisaties. Dit geldt ook voor Oxfam Novib.
Hoe is het bezoek aan deze organisatie te rijmen met de toespraak van de Koning, die zich in 2024 rechtstreeks tot Joodse Nederlanders richtte met de woorden «blijf, wij horen samen», terwijl deze organisatie actief bijdraagt aan een klimaat waarin Joden ons land worden uitgejaagd?4
Dit bezoek staat volledig los van hetgeen Zijne Majesteit de Koning heeft gezegd in 2024. Die oproep geldt overigens nog steeds.
Bent u bereid met het Koninklijk Huis in gesprek te gaan om te voorkomen dat deze aanwezigheid bij het jubileum van Oxfam Novib doorgang vindt?
Het kabinet ziet hier geen enkele reden toe.
De komst van antisemitische activisten naar een bijeenkomst in de Dominicuskerk in Amsterdam |
|
Gidi Markuszower (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het evenement «People’s Congress» dat op 7 maart 2026 plaatsvindt in de Dominicuskerk in Amsterdam, waarbij onder meer Omar Barghouti, Francesca Albanese en Jeremy Corbyn als sprekers zijn aangekondigd?1
Ja.
Bent u bekend met antisemitische uitlatingen van verschillende aangekondigde sprekers op dit evenement, waaronder de uitspraak van Omar Barghouti dat hij zich «definitely, most definitely» verzet tegen het bestaan van een Joodse staat, en de uitspraak van Jeremy Corbyn waarin hij sprak over «our friends in Hamas and Hezbollah», terroristische organisaties die oproepen tot de vernietiging van Israël?
Haatzaaiende uitingen tegen bepaalde groepen kunnen bijdragen aan gevoelens van onveiligheid en uitsluiting. Dat is verwerpelijk. Hamas is in 2003 op de Europese sanctielijst terrorisme (GS931) geplaatst. Deelname aan deze terroristische organisatie is dan ook strafbaar. De publieke steunbetuigingen aan Hamas worden door het kabinet met grote zorg bezien. Daarom wordt aan een wetsvoorstel gewerkt om zowel het verheerlijken van terrorisme als het openlijk betuigen van steun aan een terroristische organisatie strafbaar te stellen. Momenteel wordt het advies van de Raad van State verwerkt. Het kabinet heeft kennisgenomen van de wens om het wetsvoorstel zo snel mogelijk naar de Kamer te verzenden.
Bent u bekend met de uitspraak van VN-rapporteur Francesca Albanese na de gruwelen van 7 oktober dat het geweld «must be put in context» en deelt u de mening dat dit neerkomt op het legitimeren van terrorisme?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bekend met VN-Veiligheidsraadresolutie 1566 (2004), waarin wordt gesteld dat terroristische daden «under no circumstances justifiable by considerations of a political, philosophical, ideological, racial, ethnic, religious or other similar nature» zijn, en deelt u de mening dat de uitspraken van de genoemde sprekers stuk voor stuk rechtstreeks ingaan tegen deze door de VN-Veiligheidsraad vastgestelde norm? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat Nederland nooit een podium mag bieden aan sprekers die antisemitisme verspreiden, oproepen tot het verdwijnen van een bondgenoot en terroristische aanslagen legitimeren? Zo nee, waarom niet?
In Nederland geldt het grondrecht van vrijheid van meningsuiting, dat alleen onder strikte voorwaarden kan worden beperkt. Het kabinet acht het daarom niet passend om in algemene zin te stellen dat bepaalde personen of sprekers nooit een podium mogen krijgen.
Wel geldt dat wanneer uitlatingen de grenzen van de wet overschrijden, bijvoorbeeld door aan te zetten tot haat, discriminatie of geweld, hiertegen kan worden opgetreden. Het is in eerste instantie aan lokale autoriteiten en het Openbaar Ministerie om, binnen de geldende wettelijke kaders, te beoordelen of en welke maatregelen in concrete gevallen noodzakelijk zijn.
Bent u bereid deze buitenlandse sprekers ter bescherming van de openbare orde de toegang tot Nederland te ontzeggen en hun een inreisverbod op te leggen?
Ik deel uw bezorgdheid over antisemitisme in Nederland. De Minister van Asiel en Migratie gaat niet in op individuele zaken. In algemene zin kan ik zeggen dat een vreemdeling die een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, bijvoorbeeld vanwege het uitdragen van extremisme, de toegang tot Nederland (en het Schengengebied) geweigerd kan worden. Dit is mogelijk middels onder andere het weigeren van een visum, een ongewenstverklaring en/of een signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS III).
Bent u bekend met het feit dat deze bijeenkomst plaatsvindt in een kerkgebouw, namelijk de Dominicuskerk in Amsterdam, en deelt u de mening dat het moreel volstrekt onacceptabel is dat een kerk wordt gebruikt als podium voor antisemitische propaganda?
Ik vind elke vorm van antisemitische propaganda altijd onacceptabel.
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat Nederland een vrijhaven wordt voor internationale sprekers die antisemitische propaganda verspreiden?
Het kabinet acht het van belang dat de openbare orde en nationale veiligheid worden beschermd en dat binnen de grenzen van de rechtsstaat wordt opgetreden tegen strafbare uitingen, zoals het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld. Daartoe bestaat een breed palet aan maatregelen.
Bij strafbare feiten, zoals uitlatingen die aanzetten tot haat, geweld, discriminatie, opruiing of (onnodige) belediging is strafrechtelijk optreden in concrete gevallen mogelijk door de Politie en het Openbaar Ministerie.
Indien de spreker een aantoonbaar risico vormt voor de openbare orde, kan de burgemeester besluiten om het evenement of de manifestatie vooraf te beperken of te verbieden.
Wanneer dit niet het geval is, kunnen lokale overheden hun zorgen over de spreker of het evenement met de uitbater van de locatie bespreken, maar is het aan de uitbater zelf om te zorgen dat extremistische boodschappen bij hen geen podium krijgen.
Daarnaast kan de toegang tot Nederland worden geweigerd of een ongewenstverklaring en/of een signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS III), indien de IND beschikt over informatie van de AIVD, de lokale driehoek of een duiding van de NCTV, waaruit blijkt dat de aanwezigheid van de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Het kabinet blijft zich, samen met betrokken partners, inzetten voor de bescherming van de openbare orde en het tegengaan van strafbare gedragingen.
Kunt u deze vragen uiterlijk op 6 maart om 20:00 uur (vanavond) beantwoorden en maatregelen nemen om te voorkomen dat deze bijeenkomst doorgaat?
Dat is helaas niet gelukt.
Bent u bekend met het bericht dat tussen Wit-Rusland en Polen tunnels zijn aangetroffen die mogelijk zijn gegraven door terroristische organisaties zoals Hamas, Islamitische Staat (IS), Hezbollah of Iran-gelieerde groeperingen om illegale migranten Europa binnen te smokkelen?1
Ja.
Erkent u dat, als deze tunnels daadwerkelijk zijn gebruikt, er duizenden terroristen via deze route Europa en mogelijk dus ook Nederland kunnen zijn binnengekomen?
Nederland en de EU werken nauw samen om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. Een onderdeel van deze samenwerking is de intensieve informatie-uitwisseling tussen de verschillende veiligheidspartners. Alle betrokken veiligheidspartners blijven zowel nationaal als internationaal alert op mogelijke dreigingen en zetten zich onverminderd in om risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren.
Hoewel het bekend is dat terroristen mogelijk misbruik kunnen maken van migratiestromen is het overgrote deel van de migranten niet betrokken bij terrorisme. Dat dergelijke door de Poolse grensautoriteiten onderkende tunnels door migranten kunnen zijn benut is hoe dan ook een kwalijke zaak. Het kabinet onderstreept dan ook het belang van de inzet door landen aan de Europese buitengrens, in samenwerking met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), om mogelijke irreguliere grenspassages tegen te gaan en de integriteit van de Europese buitengrens te beschermen. Lidstaten zijn daarbij verplicht om iedere persoon die zich aan de buitengrens van de Europese Unie (EU) meldt, aan een grenscontrole te onderwerpen.
Realiseert u zich dat één doorgelaten jihadist al voldoende is voor een bloedige aanslag op Nederlandse bodem?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe ziet u deze ontwikkeling in het licht van de oplopende spanningen met Iran en de angst voor de inzet van terroristische netwerken om aanslagen in Europa te plegen?
Het is bekend dat Iran en aan Iran gelieerde groepen in Europa doorgaans via clandestiene netwerken, terroristische of criminele proxy’s en (online) gerekruteerde individuen opereren, maar niet via logistiek complexe infrastructuur zoals tunnels. De oplopende spanningen hebben de hoogste aandacht van alle veiligheidsdiensten.
Kunt u ons garanderen dat via deze route géén personen met banden met jihadistische organisaties Nederland zijn binnengekomen? Zo nee, erkent u dat alle Nederlanders dus ernstig gevaar lopen?
Ondanks de strenge procedure en inspanningen kan er nooit een absolute garantie worden gegeven dat er geen personen Nederland binnenkomen die veiligheidsrisico’s met zich mee brengen. Nederland heeft een sterke en brede aanpak om signalen van terrorisme tijdig te onderkennen en personen die worden verdacht van misdrijven met een terroristisch oogmerk op te sporen, te vervolgen en, indien toepasselijk, te bestraffen.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 en 3 blijft het kabinet zich onverminderd inzetten om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. De bescherming van de nationale veiligheid vergt constante inspanning, nauwe samenwerking en gerichte implementatie van maatregelen.
Binnen de asiel- en nareisprocedure bestaan daarnaast verschillende maatregelen om eventuele risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren. Hier worden besluiten over toelating en verblijf per casus zorgvuldig afgewogen op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar is, binnen de nationale en Europese wettelijke kaders en met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen. Onder de coördinatie van de NCTV is in 2023 een systeemcheck uitgevoerd over het tijdig onderkennen van signalen die de nationale veiligheid kunnen raken binnen de migratie- en veiligheidsketen. Uw Kamer is over de bevindingen en maatregelen geïnformeerd door middel van de Kamerbrief «Stand van zaken bestrijding misbruik asiel- en migratiestromen door terroristen».2
Hoeveel illegale migranten zijn in 2024 en 2025 via de oostelijke buitengrens de EU binnengekomen, hoeveel daarvan zijn in Nederland terechtgekomen en hoeveel van deze groep zijn daadwerkelijk uitgezet?
Volgens cijfers van Frontex werden in 2025 10.846 irreguliere grenspassages aan de oostelijke landgrens van de EU waargenomen, dit is 37% minder dan in 2024.3 Over het aantal migranten dat vervolgens doorreist naar Nederland, en het aantal daarvan dat (al dan niet gedwongen) terugkeert zijn geen cijfers beschikbaar. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de afgelegde reisroute niet in de cijfers wordt geregistreerd, en er voorts ook geen koppeling mogelijk is met de terugkeercijfers.
Bent u het eens dat, als Europa en Nederland overspoeld worden met miljoenen illegale migranten, miljoenen mensen moeten worden uitgezet en bent u bereid daartoe een massief uitzetprogramma te starten? Zo nee, waarom niet?
In algemene zin is het kabinet van mening dat de omvang van migratie naar Nederland ingeperkt moet worden. Dat geldt ook voor asielmigratie. Binnen de geldende internationale en Europese juridische kaders doet het kabinet dan ook wat kan om dit te bewerkstelligen. Een belangrijk sluitstuk van het migratiebeleid richt zich reeds op het bewerkstelligen van effectieve terugkeer, al dan niet door gefaciliteerde zelfstandige terugkeer middels terugkeer- en herintegratieondersteuning van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) of via gedwongen vertrek indien vreemdelingen vertrekplichtig zijn en niet meewerken aan zelfstandig vertrek. Zoals u ook kunt lezen in het regeerakkoord steunt het kabinet de nieuwe EU-terugkeerverordening waarmee onder andere de mogelijkheden voor gesloten opvang voorafgaand aan gedwongen vertrek worden verruimd. Het kabinet is hierbij tevens voorstander van het verruimen van het zogeheten bandencriterium, waardoor het gemakkelijker wordt op EU-niveau terugkeerafspraken te maken met landen buiten Europa. Bij afspraken over terugkeer- en transithubs waarborgt Nederland dat migranten nooit terug worden gestuurd naar een land waar zij het risico lopen om vervolgd te worden.4
Bent u het eens dat Wit-Rusland migratie inzet als hybride oorlogsvoering tegen Europa, dat dit bewuste ondermijning is van onze nationale veiligheid en dat daartegen harde tegenmaatregelen moeten volgen?
Het kabinet vindt de hybride dreiging door instrumentalisering van migratiestromen door Belarus onaanvaardbaar en heeft zich dan ook altijd voorstander getoond voor het sanctioneren van het Belarussische regime in Europees verband. Zo sprak de Europese Raad zich gezamenlijk al in 2021 uit tegen de hybride aanvallen aan de grenzen van de EU, en stelde daar gepast op te reageren richting het Belarussische regime.5 Zo werd de sanctieregeling aangepast waardoor ook opgetreden kan worden wanneer migranten worden ingezet voor politieke doeleinden, en zijn er om deze reden Europese sancties uitgevaardigd tegen Belarus. Sindsdien zijn er – mede in relatie tot de oorlog in Oekraïne – reeds verscheidene sanctiepakketten uitgevaardigd tegen het Belarussische regime en andere betrokkenen, ook in reactie op de hybride aanvallen tegen EU-landen.6
Bent u het eens dat dit precies laat zien waarom Nederland per direct een asielstop moet invoeren en weer volledige controle moet nemen over wie ons land binnenkomt? Zo nee, waarom niet?
Vreemdelingen die asielbescherming behoeven moeten die conform Europese en internationale verplichtingen ook kunnen krijgen. Een algehele asielstop is dus niet de juiste oplossing. Het kabinet staat voor een nieuw modern migratiemodel met meer grip migratie, een verlaging van de instroom en verhoging van de terugkeer van asielmigranten, fatsoenlijke opvang en sneller meedoen, en sturing op arbeidsmigranten. Het EU-migratiepact dat op 12 juni in werking treedt is een grote stap om meer grip te krijgen over wie er naar Nederland komt. Zoals toegelicht onder vraag 7 vormt een effectief terugkeerbeleid een sluitstuk van ons migratiebeleid, en zal de nieuwe EU-terugkeerverordening het Europese terugkeerbeleid effectiever maken en de nationale autoriteiten meer opties geven om terugkeer te effectueren. Daarnaast zet het kabinet onverkort in op nationale maatregelen en brengen we de asielketen op orde, spant het kabinet zich internationaal in voor de modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht, en werkt het kabinet – zowel billateraal als in Europees verband – intensief samen met landen langs de migratieroutes met als doel het beperken van irreguliere migratie en het tegengaan van mensensmokkel, het bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf en het bieden van bescherming aan migranten.
Kunt u deze vragen vóór vrijdag 6 maart om 12.00 uur beantwoorden?
Dit is helaas niet gelukt.
Het bericht dat Hamas ook bij Nederlandse hulporganisaties zoals Oxfam Novib een stevige vinger in de pap heeft. |
|
Annelotte Lammers (PVV), Gidi Markuszower (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met berichtgeving en internationale rapporten waaruit blijkt dat Hamas hulporganisaties in Gaza infiltreert, medewerkers plaatst binnen ngo’s en deze organisaties gebruikt als instrument voor haar eigen doeleinden?2
Ja.
Deelt u de mening dat het volstrekt absurd is wanneer een Nederlandse stichting met ANBI-status en subsidie, samenwerkt met organisaties die banden hebben met een terroristische organisatie?
Er is geen informatie voorhanden die de aantijgingen van NGO Monitor steunt.
Voor wat betreft deze casus; het kabinet heeft vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke contexten als Gaza waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties, op orde zijn. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Het kabinet is hierdoor van mening dat terroristische organisaties zoals Hamas, direct noch indirect, gefinancierd worden met Nederlands belastinggeld. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor3 en de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO Monitor.4
Realiseert de regering zich dat het direct of indirect financieren van een terroristische organisatie een misdrijf vormt en daarmee in strijd is met de wet?
Ja.
Kunt u garanderen dat tijdens uw ambtstermijn geen euro Nederlands belastinggeld, direct of indirect, terechtkomt bij organisaties die onder invloed staan van Hamas? Zo nee, waarom niet?
Nederland werkt samen met professionele en betrouwbare maatschappelijke organisaties, die beleid en gedegen procedures hebben om risico’s van malversaties te verkleinen, en die adequaat optreden in geval van zowel aantijgingen als bewezen malversaties. Dergelijke procedures bieden nooit volledige garanties, maar helpen risico’s te minimaliseren in de moeilijke noodhulpcontexten waarin veel van onze humanitaire partners werken.
Besluiten om bepaalde organisaties te financieren worden altijd zorgvuldig genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Organisaties met wie Nederland samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluatie en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Als uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andersoortige malversaties, dan treedt het ministerie daar tegen op.
Hoe controleert u concreet dat Nederlands belastinggeld niet terechtkomt bij organisaties die onder invloed staan van terroristische organisaties?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u bereid per direct een diepgaand onderzoek te starten naar Nederlandse organisaties, waaronder Oxfam Novib, om vast te stellen of en hoe zij, direct of indirect, bijdragen aan Hamas, en bij de geringste aanwijzing de ANBI-status onmiddellijk in te trekken, de subsidie te beëindigen en hier harde consequenties tegenover te plaatsen?
Nee. Zie de antwoorden op vragen 2, 4 en 5.
Hoe valt het te rijmen dat in het coalitieakkoord staat dat de samenwerking met UNRWA wordt hersteld, gezien de overduidelijke banden tussen UNRWA-medewerkers en Hamas en het feit dat Gaza feitelijk onder controle staat van deze terroristische organisatie?3
Diverse onafhankelijke onderzoeken, waaronder onderzoeken uitgevoerd door VN Office of Internal Oversight Services (OIOS) en het Colonna-rapport, stellen vast dat voor de aantijgingen van banden tussen UNRWA-medewerkers en Hamas geen verifieerbaar bewijs is geleverd. Daarnaast blijkt uit het Colonna-rapport dat UNRWA de benodigde mechanismen, procedures en beleid heeft om ervoor te zorgen dat de verplichting tot naleving van het neutraliteitsbeginsel wordt nageleefd. Tevens implementeert UNRWA de aanbevelingen komende uit het Colonna-rapport die de neutraliteit en integriteit verder versterken.
Bent u bekend met het recente besluit van de Duitse christendemocraten om onvoorwaardelijke steun aan UNRWA te beëindigen?4 Waarom kiest het kabinet daar niet voor?
Ja, ik ben bekend met dit besluit. Het kabinet ondersteunt het mandaat van UNRWA en hun cruciale werk om levensreddende humanitaire hulp te bieden in Gaza. Ook levert UNRWA essentiële basisdiensten, met name op gebied van gezondheidszorg en onderwijs, aan Palestijnse vluchtelingen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Libanon en Syrië. Met het leveren van basisdiensten aan Palestijnse vluchtelingen draagt UNRWA bij aan stabiliteit in de regio. Daar is iedereen bij gebaat.
Bent u bereid de Nederlandse steun aan UNRWA onmiddellijk op te schorten? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 8.
Klopt het dat de gemeente Lochem omwonenden en ondernemers rond het geplande asielzoekerscentrum (azc) € 1.000 wil geven om hun «gevoel van veiligheid en leefbaarheid» te vergroten?1
Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) van de gemeente Lochem heeft een conceptsubsidieregeling voorgesteld waarop omwonenden en ondernemers tot medio maart kunnen reageren. Er is nog geen definitief besluit genomen, op basis van inspraak bepaalt het college de definitieve regeling. Het voorstel voor de financiële tegemoetkoming voor omwonenden is een regeling van de gemeente waarbij het Ministerie van Justitie en Veiligheid niet betrokken is.
Bent u het eens met de stelling dat veiligheid geen taak is van burgers, maar van de overheid en dus de verantwoordelijkheid van de burgemeester?
De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde, het Openbaar Ministerie voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. De burgemeester en het OM voeren daarover binnen de lokale driehoek overleg met de politie.
Erkent u dat dit voorstel een impliciete erkenning is dat de komst van het azc grote veiligheidsrisico’s met zich meebrengt die de gemeente schijnbaar niet onder controle heeft? Zo nee, waarom niet?
Het voorstel betreft een autonome, lokale keuze van het college. De toelichting en motivering van deze lokale subsidieregeling zijn aan de gemeente.
Bent u het eens met de stelling dat dit azc er dan nooit mag komen, omdat de veiligheid van de inwoners op één moet staan?
De veiligheid van inwoners heeft prioriteit en de veiligheidssituatie wordt continu gemonitord en indien nodig wordt direct opgetreden om de veiligheid van bewoners en omwonenden te borgen. Er zijn op dit moment geen incidenten bekend bij de gemeente Lochem met betrekking tot de huidige opvanglocatie voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV’ers) en er is geen aanleiding om van de komst van het azc af te zien.
Bent u bereidt een streep door de komst van dit azc te zetten? Zo nee, bent u bereid om desnoods, in overleg met de Minister van Defensie, militairen in te zetten om de veiligheid van de inwoners te garanderen?
Zoals toegelicht bij het antwoord op vraag 4 is dit niet aan de orde. Er zijn geen incidenten bekend met betrekking tot de huidige opvanglocatie.
De oproep van MiGreat tot het aangaan van schijnhuwelijken |
|
Annelotte Lammers (PVV), Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de oproep van niet-gouvernementele organisatie (ngo) MiGreat om schijnhuwelijken aan te gaan om een verblijfsvergunning te krijgen?1
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat het aangaan van een schijnhuwelijk met het oog op verblijfsrecht huwelijksfraude is en dus strafbaar is?
Het aangaan van een schijnhuwelijk met als doel verblijfsrecht verkrijgen is in strijd met het vreemdelingenrecht. Indien sprake is van een schijnhuwelijk kan de IND bestuursrechtelijk optreden, bijvoorbeeld door afwijzing of intrekking van een verblijfsvergunning.
Strafbaarheid kan aan de orde zijn als daarbij strafbare handelingen worden gepleegd, zoals valsheid in geschrifte of het opzettelijk faciliteren van illegaal verblijf. Of in een concreet geval sprake is van een strafbaar feit, is in eerste instantie aan het Openbaar Ministerie en uiteindelijk aan de strafrechter.
Bent u bereid alles op alles te zetten om huwelijksfraude tegen te gaan en, als hiervan sprake is, verblijfsvergunningen en/of paspoorten onmiddellijk met terugwerkende kracht in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Ik vind het onacceptabel dat schijnhuwelijken met als doel het verkrijgen van verblijfsrecht plaats kunnen vinden. Ik zet mij er dan ook voor in om dit tegen te gaan.
Op het moment dat de IND aanwijzingen heeft dat sprake is van een schijnhuwelijk, kan de verblijfsaanvraag worden afgewezen of kunnen verleende verblijfsrechten, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, met terugwerkende kracht worden ingetrokken. Hiervoor moet de IND vaststellen dat het huwelijk of partnerschap uitsluitend is aangegaan met het doel verblijfrecht te verkrijgen. Dit gebeurt of basis van verklaringen van betrokken, informatie van gemeenten, en bevindingen uit onderzoek. Veelal wordt de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie gevraagd een onderzoek (adrescontrole) in te stellen. Indien het Nederlanderschap is verkregen op basis van onjuiste gegevens kan door de IND worden bezien of intrekking daarvan aan de orde is, binnen de kaders van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Daarvoor moet worden vastgesteld dat het Nederlanderschap is verkregen op basis van fraude, misleiding of het achterhouden van relevante informatie. De IND stelt hiervoor een dossier op met de relevante feiten en bewijsstukken en beoordeelt of aan de wettelijke voorwaarden voor intrekking is voldaan. Voor de benodigde informatie en verificatie werkt de IND samen met gemeenten, bijvoorbeeld ten aanzien van gegevens uit de Basisregistratie Personen. Daarnaast kan informatie worden betrokken van andere ketenpartners, zoals de politie of toezichthoudende instanties. Daarnaast doet de IND na constatering van een schijnhuwelijk aangifte bij de politie. Dit kan leiden tot strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke fraude of valsheid in geschrifte.
Bent u het eens met de stelling dat het publiekelijk oproepen tot het plegen van een strafbaar feit strafbaar is? Zo ja, doet het Openbaar Ministerie onderzoek naar deze oproep?
In algemene zin is het publiekelijk aanzetten tot het plegen van strafbare feiten strafbaar (art. 131 Wetboek van Strafrecht (Sr)). Of een concrete uiting daaronder valt, hangt af van de precieze inhoud, context en vergt juridische beoordeling.
Het is aan het Openbaar Ministerie om zelfstandig te besluiten of er aanleiding bestaat om een strafrechtelijk onderzoek te starten. Over eventuele lopende onderzoeken worden in beginsel door het kabinet geen publieke uitspraken gedaan. Ik hecht er wel aan te benadrukken dat ik de betreffende oproep van MiGreat afkeurenswaardig vind en dat ik dit aan MiGreat kenbaar heb gemaakt.
Hoe beoordeelt u de ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling) die deze ngo geniet, gelet op de strafbare oproep en het nalaten van het voldoen aan de wettelijk verplichte jaarverslagen, zoals beschreven in het artikel van NieuwRechts?2
Omdat de Belastingdienst gehouden is aan de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), kan geen informatie worden verstrekt over deze individuele instelling.
In zijn algemeenheid geldt dat een instelling op verzoek kan worden aangemerkt als ANBI indien de instelling (onder meer) uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (ten minste 90%) het algemeen nut beoogt. Het begrip «algemeen nut» is in de AWR neutraal vormgegeven en wordt, zoals ook uit de jurisprudentie blijkt, neutraal getoetst. Dat betekent dat een ANBI de vrijheid heeft om – binnen de in de wet genoemde categorieën3 – een door haar als algemeen nuttig beschouwde doelstelling na te streven. Dit neutrale karakter is een belangrijke eigenschap van de ANBI-regelgeving, omdat ANBI’s daarmee een afspiegeling zijn verschillende doelen die als algemeen nuttig worden gezien. Hiermee wordt gewaarborgd dat niet alleen doelen in lijn met bijvoorbeeld het overheidsbeleid gezien kunnen worden als algemeen nuttig. Het betreft objectieve criteria.
Het beoordelen van het recht op (behoud van) de ANBI-status aan de hand van de daarvoor bij wet gestelde voorwaarden is wettelijk voorbehouden aan de inspecteur van de Belastingdienst.4 Voor wat betreft intrekking van de ANBI-status is de inspecteur gebonden aan een limitatief aantal gronden.5 Intrekking vindt plaats ingeval een instelling niet langer voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor de ANBI-status of als niet wordt voldaan aan de zogenoemde integriteitstoets.
Een van de wettelijke voorwaarden is dat de instelling via internetinformatie met betrekking tot haar functioneren openbaar maakt.6 Indien de inspecteur constateert dat niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, wordt in de praktijk in de regel eerst een hersteltermijn geboden. Als de instelling na afloop van die termijn de benodigde informatie niet openbaar heeft gemaakt, wordt haar ANBI-status ingetrokken.
De integriteitstoets houdt in dat de ANBI-status door de inspecteur wordt ingetrokken als het hem kenbaar is dat de instelling of een bestuurder, feitelijk leidinggever of gezichtsbepalend persoon van die instelling onherroepelijk is veroordeeld wegens het opzettelijk plegen van een in de ANBI-regelgeving genoemd misdrijf. Een overtreding van wet- en regelgeving kan dus pas fiscale gevolgen hebben op het moment dat deze strafrechtelijk is afgedaan. De inspecteur van de Belastingdienst kan en mag immers niet op de stoel van de strafrechter gaan zitten.7
De integriteitstoets brengt ook met zich dat de ANBI-status wordt ingetrokken als de inspecteur gerede twijfel heeft over de integriteit van de instelling of van bovengenoemde betrokken personen én de instelling of persoon ondanks een verzoek daartoe van de inspecteur niet binnen zestien weken een verklaring omtrent gedrag (VOG) kan overleggen. Gerede twijfel veronderstelt dat de inspecteur niet te lichtvaardig kan overgaan tot het opvragen van een VOG.8 Dit mede gelet op de neutrale toetsing of sprake is van algemeen nuttige activiteiten.
Verdenkingen, niet-vervolgbare activiteiten of gedrag dat simpelweg niet aansluit bij eenieders overtuiging van wat behoort tot het algemeen nut zijn an sich geen redenen om de ANBI-status van een instelling in te trekken.
Bent u bereid om, in overleg met de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, de ANBI-status te onderzoeken en deze in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bekend met de zogenoemde Epstein Files Transparency Act en met de recente publicatie van circa drie miljoen documenten uit het Epstein-dossier door het Amerikaanse Ministerie van Justitie?1
Ik ben bekend met de berichtgeving omtrent de publicatie.
Erkent u de relevantie van dit onderwerp, gezien de gruwelijke details die elke dag meer bekend worden en de grote gevolgen voor de slachtoffers en de maatschappij?
Dat het hier een bijzonder omvangrijke en heftige zaak betreft staat buiten kijf. Het moet ontzettend pijnlijk zijn voor de slachtoffers om steeds weer met de details van deze zaak te worden geconfronteerd.
Bent u bekend met het feit dat in deze documenten meerdere Nederlanders worden genoemd?
Ik ben bekend met wat hierover in de berichtgeving is gemeld. Ik geef als Minister geen duiding aan individuele casuïstiek, en acht het meer in zijn algemeen van belang dat voorzichtigheid en terughoudendheid wordt betracht bij het trekken van conclusies wanneer niet over alle details wordt beschikt.
Bent u bekend met een e-mailwisseling waarin Epstein aan een Nederlands model zou hebben geschreven: «you owe me 2 girls», en kunt u aangeven hoe u deze uitlating duidt?2
Zie antwoord vraag 3.
Deelt u de mening dat uit de gepubliceerde communicatie Nederlandse betrokkenheid, hetzij in de vorm van slachtofferschap, hetzij in de vorm van daderschap of medeplichtigheid kan blijken?
Zie antwoord vraag 3.
Deelt u de opvatting dat het van groot belang is om elke vorm van Nederlandse betrokkenheid zorgvuldig te onderzoeken, uit te sluiten dan wel te vervolgen, en dat dit des te relevanter is gezien de omvangrijke betrokkenheid van personen uit onder meer ons buurland het Verenigd Koninkrijk? Zo nee, waarom niet?
De afweging om al dan niet onderzoek te doen naar mogelijke strafbare feiten is aan het Openbaar Ministerie (OM). Het OM heeft mij laten weten dat er bij hen thans geen Nederlandse zaken of onderzoeken bekend zijn die raken aan het Epstein-dossier. Daarbij is het van belang om op te merken dat voor het starten van een opsporingsonderzoek altijd sprake zal moeten zijn van concrete feiten en omstandigheden die erop wijzen dat strafbare feiten zijn gepleegd en waarover Nederland rechtsmacht heeft.
Kunt u bevestigen of ontkrachten dat het Openbaar Ministerie eerder onderzoek heeft gedaan naar mogelijke Nederlandse betrokkenen binnen het netwerk van Epstein, direct dan wel indirect? Indien dit niet het geval is, kunt u toelichten waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u bereid onderzoek te laten instellen naar mogelijke Nederlandse betrokkenheid, en daarbij, indien noodzakelijk, gebruik te maken van zijn aanwijzingsbevoegdheid, algemeen dan wel bijzonder, met het oog op het bevorderen van gerechtigheid voor Nederlandse en internationale slachtoffers en het voorkomen van ongestrafte betrokkenheid?
Uiteraard onderschrijf ik altijd het belang van gerechtigheid voor slachtoffers en het uitblijven van straffeloosheid. Zoals ik in het antwoord op de vragen 6 en 7 aangaf, is de afweging om al dan niet een strafrechtelijk onderzoek in te stellen aan het OM. U wijst op de mogelijkheid van de aanwijzingsbevoegdheid. Daarbij moet worden opgemerkt dat een algemene aanwijzing dient voor beleidskwesties, prioriteiten en werkwijzen van het OM in het algemeen. Op de kwestie waar uw vraag op ziet kan deze dus niet van toepassing zijn. Met het geven van een bijzondere aanwijzing in individuele zaken ga ik terughoudend om. Gelet op bovenstaande en het antwoord op de vragen 6 en 7 zie ik geen aanleiding om gebruik te maken van mijn bijzondere aanwijzingsbevoegdheid.
Het rapport ‘Gevangen in Vrijheden’ van de Taskforce Antisemitismebestrijding. |
|
René Claassen (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
Moes , Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport «Gevangen in Vrijheden» van de Taskforce Antisemitismebestrijding, waaruit blijkt dat Joodse studenten worden uitgescholden voor «kankerjood», met stokken geslagen, zich voortdurend moeten verantwoorden voor hun Joods-zijn en zich daardoor zeer onveilig voelen op hun eigen campus?1
Ja.
Deelt u de mening dat uit dit rapport en uit de voortdurende toename van antisemitisme steeds duidelijker blijkt dat antizionisme een verkapte vorm is van antisemitisme?
Het kabinet sluit zich aan bij de manier waarop het rapport2 dit uiteenzet, namelijk dat in sommige gevallen antizionisme kan fungeren als dekmantel voor antisemitische sentimenten. Het rapport stelt dat antizionisme een antisemitisch karakter krijgt wanneer antizionistische uitingen gepaard gaan met ontkenning van het recht op zelfbeschikking voor Joden, het gebruik van antisemitische stereotypen of het collectief verantwoordelijk stellen van Joden voor het handelen van Israël. Laat duidelijk zijn dat het kabinet dergelijke uitingen sterk afwijst.
Welke middelen wendt u zelf aan en welke middelen stimuleert u bestuurders te gebruiken, om met harde hand op te treden tegen terugkerend antisemitisme? Indien geen, waarom niet?
Er worden, zowel door mij als Minister van OCW als door de onderwijsinstellingen, verschillende acties ondernomen om de veiligheid op universiteiten en hogescholen te verbeteren. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer onlangs per brief uitgebreid geïnformeerd over de sociale en fysieke veiligheid op universiteiten en hogescholen en de maatregelen die in dit kader worden ingezet.3 Zo spreken de managers Integrale Veiligheid van universiteiten elkaar wekelijks om een dreigingsbeeld te maken door actuele situaties te bespreken en ervaringen, kennis en good practices te delen. Ook werk ik samen met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) aan een handreiking voor vertrouwenspersonen en andere functionarissen over het herkennen van en omgaan met antisemitisme waarbij ik gebruik maak van de expertise van diverse organisaties uit het veld. Daarnaast hebben mijn voorgangers regelmatig gesprekken gehad met Joodse studenten en medewerkers over hun ervaringen, met instellingsbesturen over deze signalen en met de NCAB over de voortgang van de lopende acties. Die lijn zet ik door.
Deelt u de mening dat de visa ingetrokken moeten worden van buitenlandse studenten die zich schuldig maken aan antisemitisme en dat een visumverbod tot de mogelijkheden moet behoren om dergelijke studenten te weren? Zo nee, waarom niet?
Onderwijsinstellingen moeten voor studenten en medewerkers een veilige plek bieden. Voor antisemitisme is in onze samenleving, en daarmee ook op onze onderwijsinstellingen, geen plaats. Ten aanzien van het intrekken van studentenvisa van studenten die afkomstig zijn van buiten de EU, geldt zowel bij toegang als gedurende het verblijf het volgende: wanneer bij onherroepelijke veroordeling is vast komen te staan dat zij een gevaar zijn voor de openbare orde kan de verblijfsvergunning van deze persoon worden ingetrokken. In deze veroordeling kan strafbaar antisemitisch handelen een rol spelen. Indien een vreemdeling in Nederland is veroordeeld voor een misdrijf ontvangt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hiervan een bericht. De IND beoordeelt of een vergunning kan worden ingetrokken.4 Hierbij toetst de IND aan de zogenoemde «glijdende schaal» (art. 3.86 Vreemdelingenbesluit 2000) en het evenredigheidsbeginsel. Afhankelijk van de ernst van het delict waarvoor een vreemdeling is veroordeeld, kan de IND de vreemdeling ongewenst verklaren en een inreisverbod opleggen. Het is dus niet aan de Minister van OCW of de Minister van J&V om te oordelen over wanneer visa ingetrokken zouden moeten worden.
Klopt het dat laffe bestuurders uit angst bedreigende spandoeken en haatteksten laten hangen? Zo ja, gaat u eisen dat dergelijke uitingen per direct worden verwijderd en dat daders worden gesanctioneerd?
Ik sluit mij niet aan bij de bewering dat bestuurders «laf» reageren op escalaties en uitwassen bij demonstraties. Ik zie dat bestuurders zich dagelijks inzetten om de veiligheid voor (Joodse) studenten en medewerkers te borgen. Het eindrapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding onderkent dit ook en stelt dat het duidelijk is dat de protestacties veel vragen van bestuurders en vele medewerkers om hen heen qua inzet. Ik steun hen in de complexe afweging die zij moeten maken. Ook stelt het rapport dat instellingen acties hebben ondernomen, zoals het opstellen van een richtlijn protesten5, het evalueren van veiligheidsbeleid en het versterken van de afstemming met de lokale driehoek. Daarop aanvullend roept het rapport bestuurders en betrokkenen op om oog te hebben voor de Joodse minderheid, naast hen te gaan staan en duidelijk en zichtbaar voor hen op te komen. Dit onderstreep ik ten zeerste.
Verder is het niet aan de Minister van J&V of aan mij om aan te geven wanneer en hoe een onderwijsinstelling moet ingrijpen bij (uitingen van) protesten en demonstraties. Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van studenten en medewerkers. Het is belangrijk dat keuzes voor het borgen van veiligheid waar mogelijk zoveel mogelijk lokaal worden genomen door de instellingsbestuurders, in nauwe samenspraak met de lokale veiligheidsdriehoek van burgemeester, OM en politie. Ter plekke kan de situatie het beste worden ingeschat en hoe hiermee moet worden omgegaan.
Bent u bereid maatregelen te nemen tegen docenten en bestuurders die een bepalende rol spelen in het creëren of laten voortbestaan van een onveilige sfeer voor Joodse studenten, door het niet nemen van adequate maatregelen dan wel door zelf bij te dragen aan een antisemitische cultuur? Zo ja, hoever bent u bereid te gaan? Heeft u de hoofdverantwoordelijken inmiddels in kaart gebracht?
Zoals hiervoor aangegeven zijn instellingsbesturen verantwoordelijk voor een veilige leer- en werkomgeving. Daar spannen zij zich elke dag opnieuw weer voor in. Verwacht mag worden dat in het onderwijs, onderzoek en bij de verschillende overige activiteiten op instellingen, docenten en bestuurders zich bewust zijn van hun voorbeeldfunctie en dat zij zorgen voor ruimte voor diversiteit aan inzichten. Ik verwacht dat instellingen hun verantwoordelijkheid nemen in de zorg voor een veilige leer- en werkomgeving voor studenten en medewerkers en hierbij het reguliere instrumentarium inzetten dat zij hiervoor beschikbaar hebben, variërend van aanspreken, berispen tot en met ontslag en aangifte. De inzet en proportionaliteit van de maatregelen hangt af van de aard en ernst van de situatie, dit ter beoordeling door de instelling als werkgever.
Pas wanneer er voor de Inspectie van het Onderwijs aanleiding is geweest om een onderzoek uit te voeren naar de sociale veiligheid op de instelling, en zij na dit gedegen onderzoek in een rapport tot de conclusie komt dat er sprake is (geweest) van wanbeheer in de zin van de Wet op hoger onderwijs en onderzoek (WHW), heb ik als Minister van OCW als ultimum remedium de mogelijkheid de Raad van Toezicht van de betreffende instelling een aanwijzing te geven. Een aanwijzing houdt in dat ik de Raad van Toezicht een opdracht geef tot het nemen van een of meer maatregelen.
Deelt u de mening dat de tijd van praten voorbij is en dat er per direct concrete resultaten geboekt moeten worden om antisemitisme in de kiem te smoren? Zo ja, neemt u de aanbevelingen uit het rapport over?
Het kabinet deelt de mening dat antisemitisme aangepakt dient te worden. Er is geen ruimte voor antisemitisme in onze samenleving en op onze onderwijsinstellingen. De aanbevelingen uit het rapport zijn van grote waarde voor de instellingbesturen en mijn ministerie. In het voorjaar zal vanuit betrokken ministeries een uitgebreide beleidsreactie op het rapport naar de Tweede Kamer worden verzonden, samen met de jaarlijkse actualisatie van de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030.
Het voorkomen van antisemitische verstoringen van de Chanoekaviering in Amsterdam |
|
Maikel Boon (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
Rijkaart |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van de aangekondigde tegendemonstraties rondom de Chanoekaviering met voorzanger Shai Abramson op zondag 14 december 2025 bij het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam, waarbij antisemitische groepen oproepen tot acties die gericht zijn op het verstoren van deze Joodse viering?1, 2, 3
Ja.
Deelt u de opvatting dat antisemitische groeperingen niet mogen verhinderen dat deze Joodse viering op waardige en veilige wijze kan plaatsvinden?
Het is niet aan het kabinet, maar aan het lokaal gezag om demonstraties zoveel mogelijk te faciliteren, en waar nodig te beperken of in het uiterste geval te verbieden. Om een ongehinderde en veilige instroom van het Concertgebouw mogelijk te maken en ter voorkoming van wanordelijkheden had de burgemeester van Amsterdam besloten dat bij de ingangen van het Concertgebouw geen demonstraties mochten plaatsvinden. In dit geval heeft uiteindelijk de rechter bepaald dat een kleine groep demonstranten onder bepaalde voorwaarden toch mocht demonstreren bij het Concertgebouw. Andere demonstranten konden onder voorwaarden op het Museumplein demonstreren. Waar demonstranten zich niet aan deze voorwaarden hielden, heeft de politie direct opgetreden en aanhoudingen verricht. Het is aan het openbaar ministerie en aan de rechter om te bepalen of er sprake was van strafbare feiten.
Deelt u de zorgen van steeds meer Joodse Nederlanders die vrezen dat zij niet langer zonder risico een religieus-cultureel evenement kunnen bijwonen vanwege antisemitische demonstraties? Bent u bovendien bekend met de open brief van mevrouw Lia Flesschedrager, die een indringend voorbeeld schetst van deze angst doordat haar 88-jarige vader met vasculaire dementie en haar 87-jarige moeder mogelijk niet veilig de Joodse viering kunnen bereiken?4
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid om, in overleg met de burgemeester van Amsterdam, alle noodzakelijke maatregelen te treffen om de veiligheid van bezoekers te garanderen en daarbij tevens te bespreken of het afkondigen van een noodverordening wenselijk is om antisemitische verstoringen te voorkomen, mede gezien eerdere antisemitische incidenten bij Joodse evenementen, zoals bij de opening van het Nationaal Holocaustmuseum?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u deze vragen met spoed beantwoorden en wel uiterlijk vóór zondag 14 december 2025?
Helaas is dat niet gelukt. Op 9 januari jl. heb ik uw Kamer een uitstelbericht gezonden.
Verbod op religieuze uitingen boa’s |
|
Annelotte Lammers (PVV), Marjolein Faber (PVV) |
|
Rijkaart , Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Is de Minister eens met de stelling dat boa’s neutraliteit dienen uit te stralen? Zo nee, waarom niet?
Het vorige kabinet had een traject in gang gezet om de neutrale uitstraling van de geüniformeerde boa’s per AMvB te regelen. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft daar een negatief advies over uitgebracht en aangegeven dat artikel 6 van de Grondwet een wet in formele zin vereist.1 Dit advies is voor het kabinet reden om af te zien van regeling bij AMvB. Dat geldt ook voor een tijdelijke regeling bij AMvB vooruitlopend op formele wetgeving.
In het coalitieakkoord zijn geen afspraken over de neutrale uitstraling van de geüniformeerde boa’s gemaakt. In het Commissiedebat BOA-stelsel van 12 maart 2026 heb ik met uw Kamer over dit onderwerp gesproken. Daarbij heeft het lid Martens-America (VVD) aangekondigd hierover een initiatiefwetsvoorstel voor te bereiden. Dat betekent dat uw Kamer nu aan zet is. Nadat het initiatiefwetsvoorstel bij uw Kamer aanhangig is gemaakt en de Afdeling advisering van de Raad van State daarover advies heeft uitgebracht, zal het kabinet zijn standpunt over het initiatiefwetsvoorstel bepalen.
Waarom treedt de algemene maatregel van bestuur (AMvB) niet in werking (betreffende een verbod op religieuze uitingen voor buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s))? Zo nodig tot de beoogde wet die ditzelfde behelst in werking is getreden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u bekend met het linkedin bericht geplaatst door de Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch waarin hij aangeeft dat het wel mogelijk moet zijn dat een boa een hoofddoek draagt bij het uniform?1
Ja.
Is het niet gewenst dat een burgemeester ook neutraal is, om maar eens de woorden van de burgemeester zelf aan te halen, in gedrag en integriteit?
Ja, daarbij wijzen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ik op een essay over de neutrale positie van de burgemeester, dat recent tot stand is gekomen ten behoeve van de ontwikkeling van een leerlijn in het opleidingsprogramma van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.3 De auteurs geven aan dat neutraliteit daarin een «ruimte» is, waarbinnen het juiste midden gezocht wordt tussen institutionele kaders, persoonlijke overtuiging, en politieke werkelijkheid.
In hoeverre kan deze burgemeester neutraal zijn gezien hij zelf aangeeft dat hij geïnspireerd wordt door Said Qutb de oprichter van de fundamentalistische Moslimbroederschap. Zo ja waarom?
Iedere burgemeester heeft eigen inspiratiebronnen, zoals levensovertuigingen, politieke ideologie of godsdienstige overtuigingen. In lijn met voornoemd essay kan – afhankelijk van de institutionele kaders en politieke context -voor een burgemeester meer of minder ruimte aanwezig zijn voor het expliciteren van persoonlijke overtuigingen. De benodigde neutraliteit is daarmee ook tijds- en situatieafhankelijk. Burgemeesters maken daarin telkens een eigen afweging. Het is primair aan de gemeenteraden om te beoordelen in hoeverre de eigen burgemeester daarin de juiste afwegingen maakt.
Bent u bekend met de aflevering van Bureau Utrecht van 4 november 2025, waarin te zien is dat agenten moeten vluchten geweld van buurtbewoners?1 Deelt u de mening dat dit soort beelden het gezag en aanzien van zowel de politie als de overheid ernstig schaden?
Ik ben bekend met de uitzending van «Bureau Utrecht». Laat ik voorop stellen dat agressie en geweld tegen politiemedewerkers onacceptabel is. Zij zetten zich dagelijks in voor onze veiligheid. Dit kan alleen als zij veilig hun werk kunnen uitvoeren.
Zowel de werkgever als de politiemedewerkers zelf nemen maatregelen om het risico op agressie en geweld te verkleinen. Politiemedewerkers worden getraind om in situaties een afweging te maken wanneer en hoe zij handelen. Hieronder valt het (tijdelijk) tactisch terugtrekken als hun veiligheid niet gewaarborgd kan worden. Ook heeft de politie als werkgever een «Integrale Aanpak Geweld Tegen Politieambtenaren» vastgesteld waarin eenduidige registratie, kennisontwikkeling, opleiding van politiemedewerkers en vroegsignalering van incidenten centraal staat. Daarnaast biedt de werkgever een politiemedewerker waar nodig zorg, aandacht en ondersteuning.
Als Minister van Justitie en Veiligheid treed ik niet in individuele afwegingen die politiemedewerkers maken tijdens het uitvoeren van hun werk. Ik ondersteun iedere beslissing om veilig en gezond te kunnen werken en zie dit niet als verlies van aanzien van de politieorganisatie. Daarbij merk ik op dat er verschillende manieren zijn om op te treden. De politie heeft een lange adem en een groot arsenaal van interventiemogelijkheden. Afhankelijk van wat de situatie vraagt, betekent dit de ene keer dat meteen stevig wordt opgetreden, een andere keer dat dat op een later moment gebeurt.
Deelt u de mening dat de politie moet beschikken over voldoende middelen en bevoegdheden om haar taken te kunnen uitvoeren en haar gezag te behouden? Zo ja, bent u bereid om nadere middelen en bevoegdheden toe te wijzen?
De politie beschikt over voldoende bevoegdheden en middelen om haar taken te kunnen uitvoeren. Indien de gevaarzetting groter of massaler wordt, kan de politie opschalen naar geweldspecialisten, zoals de Mobiele Eenheid en de hondengeleiders. Deze geweldspecialisten beschikken over aanvullende middelen en werken veelal in groepsverband.
Bent u op de hoogte van de uitspraken van presentator Ewout Genemans en de burgemeester van Utrecht in de uitzending van Pauw en De Wit op 4 november 2025 waarin zij stellen dat het hier niet gaat om een uitzonderingssituatie maar dit vaker gebeurt? Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat de burgemeester dit laat gebeuren? Zijn er al stappen ondernomen om dergelijke situaties te voorkomen?
Beslissingen over de politie-inzet in het kader van de openbare orde zijn aan de burgemeester die belast is met de handhaving van de openbare orde in diens gemeente. De burgemeester heeft daarbij het gezag over de politie. Hierover legt de burgemeester desgevraagd verantwoording af aan de gemeenteraad. De politie van Utrecht treedt onder gezag van de burgemeester wel degelijk in deze situaties handhavend op.
Bent u het er mee eens dat er nooit toegestaan mag worden dat tuig hele wijken overnemen en «No Go» zones ontstaan? Kunt u aangeven in welke gemeenten en met welke frequentie deze situaties zich nog meer voordoen? En zijn hier al maatregelen tegen getroffen?
Het is vanzelfsprekend onwenselijk als er gebieden zijn waar mensen onveilig zijn of zich onveilig voelen. Van een «no go» zone is in deze situatie geen sprake. Het is verder zoals bij de beantwoording van vraag 3 aangegeven aan de burgemeester om de openbare orde in diens gemeente te handhaven. De burgemeester beschikt daarbij over verschillende wettelijke bevoegdheden. Het is aan de burgemeester om deze -gelet op de situatie die zich in de gemeente voordoet- toe te passen.
Deelt u de mening dat de burgemeester in dit soort situaties moet optreden? Welke mogelijkheden heeft de burgemeester in deze situaties en ziet u mogelijkheden om deze verder uit te breiden?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u bereid de korpschef ter verantwoording te roepen en concrete maatregelen af te spreken teneinde een einde te maken aan dergelijke absurde situaties?
Ik sta voor onze politiemedewerkers die elke dag hun belangrijke werk in de wijken doen. Zij moeten hiervoor voldoende zijn toegerust en dat is het geval, zoals ik boven reeds heb aangegeven.
Ik zie geen aanleiding om de korpschef ter verantwoording te roepen. Het is namelijk belangrijk dat de politie en de burgemeester, die het gezag heeft over dit optreden, voldoende steun krijgen en ruimte houden om wettelijke bevoegdheden toe te passen om ordeverstoringen te bestrijden.
Het bericht ‘Verbijstering om plan voor ’melk en dadels’ op Amsterdamse stembureaus tijdens ramadan: ’Waanzin’’ |
|
Annelotte Lammers (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Rijkaart |
|
|
|
|
Bent u bekend met het in de Telegraaf beschreven voorstel van de DENK-fractie in Amsterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen? Zo ja, hoe beoordeelt u dit plan en het feit dat burgemeester Halsema hierin meegaat en open zegt te staan voor «creatieve oplossingen»?1
Ja, ik ben hiermee bekend. Een Amsterdams raadslid heeft gesuggereerd om dadels en melk beschikbaar te stellen op stembureaus in Amsterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026, vanwege de ramadan.
Gemeenten organiseren de verkiezingen en zorgen onder andere voor voldoende stembureauleden. Gemeenten zijn gewezen op het tijdstip van de verkiezingen en de ramadan, en dat dit gevolgen kan hebben voor de werving en de inzetbaarheid van vrijwilligers. Het staat gemeenten vrij om creatieve oplossingen te verzinnen voor mogelijke bezettingsproblemen, binnen de kaders van de Kieswet.
Kiezers hebben van 7.30 uur tot 21.00 uur om hun stem uit te brengen en dit kan in ieder stemlokaal binnen de eigen gemeente. Er zijn gedurende de dag voldoende mogelijkheden om de stem uit te brengen. Gemeenten hoeven hierin geen aanvullende voorzieningen te treffen.
Bent u het ermee eens dat dit absurde voorstel niet strookt met de neutraliteit die in acht moet worden genomen rond de verkiezingen? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1 is het aan gemeenten om, binnen de kaders van de Kieswet, invulling te geven aan de organisatie van de verkiezingen.
Bent u het ermee eens dat stembureaus niet bedoeld zijn voor het faciliteren van islamitische feestjes?
Stembureaus zorgen er voor dat kiezers op een goede wijze hun stem kunnen uitbrengen bij verkiezingen. Het is aan kiezers zelf om te bepalen wanneer ze hun stem uitbrengen in relatie tot hun andere mogelijke activiteiten die dag. Gemeenten hoeven hierin geen aanvullende voorzieningen te treffen.
Bent u bereid om een einde te maken aan deze plannen of soortgelijke «creatieve oplossingen»? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1 organiseren gemeenten de verkiezingen en zorgen onder andere voor voldoende stembureauleden. Het staat gemeenten vrij om creatieve oplossingen te verzinnen voor mogelijke bezettingsproblemen, binnen de kaders van de Kieswet.
De Sinterklaasviering in Nederland |
|
Annelotte Lammers (PVV), Marjolein Faber (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Intocht van Sinterklaas in Yerseke afgelast»?1
Ja.
Bent u het ermee eens dat wij in Nederland tradities zoals Sinterklaas moeten koesteren?
Ja, Nederlandse tradities moeten we koesteren. Soms is dat in een wat aangepaste vorm, zodat op die manier een traditie juist kan blijven bestaan. Het Sinterklaasfeest is een eeuwenoude traditie die wordt vormgegeven door de samenleving en die is blijven bestaan door te veranderen.
Bent u het er ook mee eens dat de politie de veiligheid zou moeten kunnen garanderen en dat het niet kan dat een stelletje relschoppers van Kick Out Zwarte Piet (KOZP) ervoor kan zorgen dat een kinderfeest geen doorgang vindt? Wordt er niet op deze manier toegegeven aan een dreigement van ordeverstoring? En loopt men op deze wijze niet het risico op precedentwerking?
Van de burgemeester heb ik vernomen dat de officiële intocht van Sinterklaas dit jaar door het Sinterklaascomité Yerseke is afgelast. Tijdens de intocht in 2024 demonstreerden ongeveer 20 personen tegen zwarte piet. Ongeveer 100 tegendemonstranten probeerden dat protest te verstoren, waarbij vreedzame betogers zijn bekogeld met eieren. Volgens mediaberichten is ook geprobeerd hen te belagen. De politie heeft destijds moeten ingrijpen en heeft uiteindelijk vier bij de tegendemonstratie betrokken personen gearresteerd.
KOZP had aangekondigd dit jaar bij de intocht in Yerseke te demonstreren, waarna het comité heeft besloten de intocht af te gelasten omdat naar hun oordeel de intocht niet veilig kon plaatsvinden gelet op landelijke dreigingen van meerdere actiegroepen en de mogelijke risico’s die daarmee gepaard gaan. Dat vind ik teleurstellend.
Het faciliteren en in goede banen leiden van demonstraties is verder aan de burgemeester, die daarover verantwoording aflegt aan de gemeenteraad.
Deelt u de mening dat de dorpsgemeenschap met deze maatregel zeer benadeeld wordt in het vieren van tradities?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u het ermee eens dat de burgemeester zijn bevoegdheden moet aanwenden om dit traditionele kinderfeest doorgang te laten vinden? Zo nee, waarom niet? En zo ja, hoe zou dat vorm gegeven moeten worden en hoe is uw rol in dezen?
De burgemeester is verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde. Het is niet aan mij om een oordeel te geven over het optreden van de burgemeester. De burgemeester legt daarover verantwoording af aan de gemeenteraad.
In dit geval heeft de burgemeester mij laten weten dat de gemeente tezamen met de politie zich operationeel hebben voorbereid op de intocht en eventuele demonstraties. Ook heeft de burgemeester de verschillende partijen bij elkaar gebracht voor een gesprek. Het comité heeft zelf besloten om de intocht af te gelasten, omdat het niet wilde dat de intocht in Yerseke toneel zou worden van een politieke of maatschappelijke confrontatie. De burgemeester is gekend in dit besluit, maar is daar verder niet in betrokken.