Het bericht ‘De quota worden duur betaald’ |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Tjeerd de Groot (D66) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD), Mark Rutte (minister-president , minister algemene zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het bericht «De quota worden duur betaald»?1
Ja.
Klopt het dat premier Rutte op 21 juni 2017 dreigde de vrijhandelsverdragen tussen de Europese Unie en de Faeröer eilanden te beïnvloeden als de nieuwe visserijwet werd ingevoerd?
Nee, de Minister-President heeft tijdens het gesprek met Minister-President Johannesen van de Faeröer eilanden aangegeven dat het wetsvoorstel, indien aangenomen, van negatieve invloed zou zijn op de Nederlandse economie en heeft daarom verzocht om het voorstel te herzien. MP heeft daarbij de optie genoemd dit op Europees niveau te bespreken.
Indien dit klopt, kunt u toelichten waarom ervoor is gekozen om de premier contact op te laten nemen met de regering van de Faeröer en niet de ministers van Visserij of Buitenlandse Zaken?
Zie antwoord onder vraag 2. De Minister-President heeft tijdens een gesprek met Eerste Kamerlid en adviseur uit de visserijsector, de heer Van Kesteren, toegezegd contact op te zullen nemen met zijn Faeröerse counterpart. Tijdens het gesprek met Minister-President Johannesen heeft hij aangegeven dat het wetsvoorstel, indien aangenomen, van negatieve invloed zou zijn op de Nederlandse economie. Er is vervolgens voor gekozen om de toenmalige Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Ploumen niet ook met haar counterpart te laten bellen omdat de Nederlandse zorgen rondom dit wetsvoorstel, na het telefoongesprek van de Minister-President, reeds bekend waren.
Kunt u de verslagen van het contact tussen de Nederlandse regering en de Faeröer over deze kwestie openbaar maken?
Niet van ieder gesprek met de autoriteiten van de Faeröer eilanden is een verslag opgemaakt. Daar waar wel een verslag is opgemaakt, wordt dit niet openbaar gemaakt vanwege de mogelijk nadelige gevolgen voor de bilaterale betrekkingen.
Kunt u toelichten waarom Nederland hier besloot om op eigen houtje contact op te nemen met de regering van de Faeröer en niet op Europees niveau, terwijl het om een Europees vrijhandelsverdrag gaat en ging?
Nederland heeft het Faeröer wetsvoorstel ook op Europees niveau opgebracht. De Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat hebben daartoe contact gelegd met de Europese Commissie. De Europese Commissie is vervolgens autonoom in het al dan niet agenderen en de kwestie is niet geagendeerd voor de jaarlijkse onderhandelingen over de visserijquota of via het tweejaarlijks Joint Comittee waar het EU-Faeröer vrijhandelsakkoord wordt besproken.
Klopt het dat het hierbij in feite maar om de visserijbelangen van één bedrijf ging? Kunt u toelichten waarom deze belangen zo belangrijk waren dat er dit dreigement aan te pas moest komen?
Nee, meerdere Europese visserijondernemingen hebben belangen in de Faeröerse visserij. Voor Nederland had deze aanstaande wijziging in beleid inderdaad met name gevolgen voor een grote speler in de visserijsector. De Nederlandse reserveringen bij het wetsvoorstel, waarbij buitenlandse eigenaren verplicht werden om binnen vier jaar afstand te doen van hun aandelen in Faeröerse visserijbedrijven binnen, zijn in algemene zin bij de Faeröerse overheid opgebracht.
Bent u het ermee eens dat het onwenselijk is voor Nederland om zich op een dergelijke wijze te mengen met de democratische processen in een derde land, enkel omdat dit ten goede komt van een enkel Nederlands bedrijf? Zo ja, kunt u toelichten waarom u er dan toch voor heeft gekozen om u op een dergelijke manier in de lokale democratie te mengen?
Zie antwoord onder vraag 6. Meerdere Europese visserijondernemingen hebben belangen in de Faeröerse visserij. De Nederlandse regering heeft onder andere als taak het opkomen voor Nederlandse (economische) belangen in het buitenland. Deze nieuw voorgestelde wetgeving zou mogelijk verregaande negatieve gevolgen hebben voor de Nederlandse visserijsector. De gedane interventies zijn vanuit dat perspectief ondernomen. Tijdens de bilaterale contacten is kenbaar gemaakt dat Nederland zich bewust is van de autonomie van Faeröer op dit gebied en deze respecteert.
Heeft de Nederlandse regering inzake deze kwestie contact gezocht met Denemarken, aangezien deze verantwoordelijkheid draagt voor buitenlandse aangelegenheden en voor de rechtsprekende macht op de eilanden?
Ja, er is ook contact gezocht met Denemarken over deze kwestie, o.a. via de Nederlandse ambassade in Kopenhagen.
Klopt het dat het Nederlandse quotumbezit in de Faeröer eilanden problemen oplevert voor lokale vissers? Kunt u reflecteren op de vraag of dat wenselijk is voor de lokale economie op deze eilanden? Kunt u bovendien reflecteren op de vraag wat dit doet met de banden tussen beide landen en het sentiment dat op de eilanden wordt gevoeld jegens Nederland? Is dit sentiment wenselijk volgens u?
Het is ingewikkeld voor mij om een oordeel te vellen over Nederlands quotumbezit in Faeröer. Ik begrijp dat deze kwestie gevoelig ligt, onder andere vanwege het feit dat de visserijsector op Faeröer een belangrijke sector is. Belangrijk is natuurlijk dat de autonomie van een land wordt gerespecteerd. Maar we moeten de rechten van belanghebbenden niet uit het oog verliezen. Vanwege de wederzijdse interdependentie van Nederland en Faeröer op het vlak van visserij zijn Nederland en Faeröer op elkaar aangewezen. Het is daarbij derhalve belangrijk dat de bilaterale relatie tussen beide landen goed blijft. Mocht visserij een wissel trekken op deze relatie dan is dat een punt van aandacht.
Acht u het wenselijk dat de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiger (bedrijfs)belangen heeft die aanleiding zijn tot directe interventies in het wetgevingsproces van het land waar hij wordt geacht Nederland te vertegenwoordigen?
U doelt hierbij naar ik aanneem op het ambt van Honorair Consul. Honoraire Consuls zijn onbezoldigde ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Zij vervullen hun ambt als nevenfunctie en dragen onder andere zorg voor de promotie van economische relaties. Door hun grondige kennis van de lokale omstandigheden en hun brede netwerken vormen zij een belangrijk onderdeel van het postennet. In Faeröer is de visserij de belangrijkste economische sector. Hier zijn ook economische belangen van Nederland mee gemoeid. Bij de aanstelling van de Honoraire Consul was bekend dat hij als zakenman in de visserijsector actief was. Er is toen de afweging gemaakt dat zijn positie en netwerk zeer relevant waren voor de behartiging van de economische belangen van Nederland in Faeröer. Het zijn uitsluitend die belangen, die aanleiding hebben gegeven voor het handelen van de Nederlandse regering in het onderhavige geval.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en elk afzonderlijk beantwoorden?
De poging van het Koninklijk Huis om een strafzaak te beïnvloeden |
|
Joël Voordewind (CU), Gidi Markuszower (PVV), Attje Kuiken (PvdA), Bram van Ojik (GL), Michiel van Nispen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Mark Rutte (minister-president , minister algemene zaken) (VVD), Ferdinand Grapperhaus (minister justitie en veiligheid) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Mogelijk beïnvloeding door kringen rond Koninklijk Huis in zaak-Poch, maar geen bewijs»?1 2 3
Ja.
Kunt u verklaren waarom kringen rondom het Koninklijk Huis op de hoogte waren van de zaak-Poch, een zaak die op dat moment nog slechts bij een gering aantal personen binnen het openbaar ministerie en de Nationale Recherche bekend was? Zo nee, waarom niet?
Zoals blijkt uit het rapport van de Commissie Dossier J.A. Poch (hierna: de Commissie)4 heeft de Commissie onderzoek gedaan naar dit voorval, maar geen bevestiging ervan kunnen krijgen.
Kunt u uitsluiten dat deze zaak destijds gelekt is? Zo nee, waarom niet?
Zoals ik in het antwoord op vraag 2 heb aangegeven, heeft de Commissie onderzoek gedaan naar dit voorval, maar hiervan geen bevestiging kunnen krijgen.
Deelt u de mening dat (elke poging tot) inmenging in een strafrechtelijk onderzoek ontoelaatbaar is? Zo nee, waarom niet?
Elke poging tot onrechtmatige inmenging in een strafrechtelijk onderzoek is ontoelaatbaar.
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk zou zijn als kringen rondom het Koninklijk Huis zich zouden hebben gemengd in een lopende strafzaak en dat de mate waarin een zaak «gevoelig» ligt bij het Koninklijk Huis geen maatstaf kan zijn voor het wel of niet doorzetten van een rechtszaak? Zo nee, waarom niet?
Zoals blijkt uit het rapport van de Commissie, heeft de Commissie dit voorval onderzocht en hiervan geen bevestiging kunnen krijgen.
Deelt u de mening dat het telefoontje naar de vicepresident van Eurojust, eind voorjaar/begin zomer 2007, van de «cabinet of your majesty» kan worden gezien als een poging om een lopende strafzaak te beïnvloeden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Deelt u de mening dat het onwenselijk is om de schijn te laten bestaan dat een dergelijke poging tot beïnvloeding zou zijn ondernomen vanuit het Koninklijk Huis? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
Welke maatregelen worden normaliter genomen indien gelekt wordt uit een strafrechtelijk onderzoek?
Naast strafrechtelijk onderzoek, en eventueel strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie, kan degene die zijn ambtsgeheim heeft geschonden ook nog disciplinair worden gestraft.
De vraag of een strafrechtelijk onderzoek wordt ingesteld hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Zo dient het feit niet verjaard te zijn en moet er voldoende opsporingsindicatie zijn om een onderzoek uit te kunnen voeren. Bij lekonderzoeken speelt in die afweging niet alleen tijdsverloop een rol, maar ook het aantal personen dat met een geheim bekend is geweest. Naarmate dat aantal groter is, is de kans op succesvolle vervolging wegens artikel 272 Sr (schending ambtsgeheim) geringer.
Welke maatregelen worden normaliter genomen indien pogingen worden ondernomen een strafrechtelijk onderzoek te beïnvloeden?
Zie antwoord vraag 8.
Herinnert u zich dat het kabinet de Rijksrecherche heeft ingeschakeld om het lekken van het advies van het Outbreak Management Team te onderzoeken? Bent u bereid het mogelijke lek uit het Poch-onderzoek en de mogelijke poging tot beïnvloeding te laten onderzoeken door de Rijksrecherche om zo te kunnen uitsluiten dat het Koninklijkhuis inderdaad betrokken was? Zo nee, waarom niet? Welk ander nader onderzoek is nu nog mogelijk om de betrokkenheid van kringen rondom Koninklijk Huis vast te stellen?
Inmiddels is vanuit het Bestuurlijk Afstemmingsoverleg (BAO) van het OMT aangifte gedaan. Of een aangifte uiteindelijk leidt tot een strafrechtelijk onderzoek dat bovendien zal worden uitgevoerd door de Rijksrecherche, is een beslissing die vervolgens eerst voorligt aan de Coördinatiecommissie Rijksrecherche (CCR). In de CCR zitten, onder voorzitterschap van een lid van het College van procureurs-generaal, onder meer de directeur van de Rijksrecherche en de coördinerend officier van justitie Rijksrecherche.
Zoals ik hiervoor heb aangegeven, heeft de Commissie het voorval waar in de vraag naar wordt verwezen, onderzocht en hiervan geen bevestiging kunnen krijgen.
Overigens dateert dit voorval volgens het rapport uit 2007, wat betekent dat eventuele schending van het ambtsgeheim in 2013 is verjaard.
Nader onderzoek in aanvulling op dat van de Commissie ligt dan ook niet in de rede.
Herinnert u zich de antwoorden op Kamervragen d.d. 30 april 2020 waarin u stelt dat u de Argentijnse rechtshulpverzoeken in de zaak Julio Poch, alle correspondentie over deze rechtshulpverzoeken en alle reisverslagen van de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) inzake het dossier Poch, niet aan de Kamer kon doen toekomen zolang de Commissie-Machielse aan het werk was?4
Ik herinner mij mijn antwoorden op Kamervragen van 30 april 2020. Deze beantwoording zag op de verslaglegging van de dienstreizen van januari en mei 2008.
Herinnert u zich de motie-Van Nispen (Kamerstuk 31 753, nr. 203) die met grote meerderheid is aangenomen en die u, onder verwijzing naar artikel 68 van de Grondwet, verzoekt deze documenten (Argentijnse rechtshulpverzoeken in de zaak Julio Poch, alle correspondentie over deze rechtshulpverzoeken en alle reisverslagen van de CIE inzake het dossier Poch) naar de Kamer te sturen?
Ik herinner me de aangehaalde motie-Van Nispen. In deze motie is mij gevraagd het journaal van een politieliaison die in januari/februari 2008 voor de eerste dienstreis naar Argentinië is afgereisd en de ministeriële nota uit 2009 aan uw Kamer te verstrekken. De ministeriële nota heb ik bij brief van 29 september 2020 aan uw Kamer doen toekomen.6
Bent u bereid nu onverwijld en ongelakt alle hierboven genoemde documenten alsnog aan de Kamer te doen toekomen indachtig artikel 68 van de Grondwet?
Conform artikel 5 van het Instellingsbesluit van de Commissie, wordt de Commissie vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht, opgeheven. Op grond van artikel 14, eerste lid, van het Instellingsbesluit wordt het archief van de Commissie bij opheffing van de Commissie overgebracht naar het archief van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.7
Ingevolge artikel 14, tweede lid van het Instellingsbesluit vindt het beheer van het archief plaats met inachtneming van de door de Commissie in haar protocol aangegeven vertrouwelijkheid, waarover de Commissie met het Ministerie van Justitie en Veiligheid nadere afspraken maakt. Deze afspraken zullen voor opheffing van de Commissie worden gemaakt.
Aan de hand van het protocol en de gemaakte afspraken, kan ik bepalen welke stukken conform artikel 68 Grondwet aan de Kamer worden verstrekt. De genoemde rechtshulpverzoeken en de correspondentie hierover en het genoemde journaal zullen hier ook bij worden betrokken.
Waarom ontkende u na publicatie van het rapport van de Commissie Dossier J.A. Poch politieke bemoeienis, terwijl die wel degelijk kan worden vastgesteld?5
Uit artikel 129, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie juncto artikel 11, eerste lid, van het Reglement van Orde College van procureurs-generaal volgt dat het Openbaar Ministerie ten opzichte van de Minister van Justitie en Veiligheid een inlichtingenverplichting heeft. Door de Minister van Justitie en Veiligheid te informeren over een gevoelige strafzaak wordt hij in staat gesteld zijn politieke verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de gedragingen van het OM.
Naast de politieke verantwoordelijkheid voor het OM omvat het ambt van de Minister van Justitie en Veiligheid de rol van Centrale Autoriteit inzake internationale rechtshulp. Bij brief van 19 december 2019 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het vastgestelde Protocol samenwerking in Internationale rechtshulp.9 Zoals ook in deze brief uiteen is gezet, heeft de Minister van Justitie en Veiligheid in Nederland de rol van Centrale Autoriteit voor de ontvangst, beoordeling, en doorzending van justitiële rechtshulpverzoeken.
De Commissie heeft vastgesteld dat mijn ambtsvoorganger Hirsch Ballin geen ministeriële aanwijzing heeft verstrekt met betrekking tot de zaak Poch noch persoonlijke opdrachten die de uitvoering van het onderzoek raakten.
Kunt u deze vragen apart en voor 8 februari 2021 beantwoorden?
De vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Het ter dood veroordeelde Pakistaanse echtpaar Shafqat Emmanuel en Shagufta Kausar |
|
Joël Voordewind (CU), Martijn van Helvert (CDA), Kirsten van den Hul (PvdA), Sjoerd Sjoerdsma (D66), Bram van Ojik (GL), Kees van der Staaij (SGP), Sadet Karabulut |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het feit dat de behandeling van het hoger beroep van het echtpaar Shafqat en Shagufta keer op keer wordt uitgesteld?
Ja.
Wat vindt u van de uitspraak in eerste aanleg dat het echtpaar ter dood veroordeeld is wegens blasfemie?
Nederland betreurt ten zeerste de terdoodveroordeling van het echtpaar. In diverse overleggen met uw Kamer heb ik mij krachtig uitgesproken tegen de doodstraf in het algemeen en tegen die straf op blasfemie in het bijzonder. Ieder doodvonnis is er één teveel – zelfs als die niet wordt voltrokken.
Welke mogelijkheden ziet u samen met uw collega-ministers in de EU om een herhaling van dit eerdere vonnis te voorkomen en het hoger beroep nu eindelijk op 15 februari doorgang te laten vinden? Bent u bereid alleen, maar bij voorkeur samen met andere collega-ministers in de EU, er bij de Pakistaanse overheid op aan te dringen dit echtpaar vrij te laten en zich in te spannen hen in veiligheid te brengen?
De zaak is momenteel onder de Pakistaanse rechter. Nederland en de EU interveniëren niet in de rechtsgang in andere landen. Nederland volgt deze rechtszaak desalniettemin al langere tijd en heeft zijn zorgen al diverse malen tegenover de Pakistaanse autoriteiten geuit. Op 4 februari jl. heeft de Nederlandse ambassade in Islamabad dit nogmaals in een gesprek met het Pakistaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken gedaan. Ook in EU-verband wordt het proces nauwgezet gevolgd en is de zaak diverse malen opgebracht bij de Pakistaanse ministeries van Mensenrechten en Buitenlandse Zaken. Op Nederlands initiatief hebben de EU-ambassadeurs op 10 februari jl. in een gesprek met de Pakistaanse Minister van Justitie wederom hun zorgen aan de orde gesteld.
Bent u bereid om alles op alles te zetten om de blasfemiewetten in Pakistan aangepast te krijgen zodat ge- en misbruik van deze wetten voorkomen wordt, waar mogelijk ook in samenspraak met (internationale) organisaties?
Tijdens bilaterale en multilaterale contacten met de Pakistaanse regering, besteedt Nederland consequent aandacht aan de positie van religieuze minderheden en van degenen zonder religie en/of levensovertuiging in Pakistan. Hierbij worden de Nederlandse zorgen over het misbruik van blasfemiewetgeving regelmatig opgebracht. Op 16 december jl. heb ik nog met mijn Pakistaanse ambtsgenoot gesproken en mijn zorgen over de vrijheid van religie en levensovertuiging en bescherming van religieuze minderheden in Pakistan overgebracht. Ook tijdens de hoogambtelijke politieke consultaties op 8 december jl. heeft Nederland hiervoor aandacht gevraagd.
Bent u bereid om de rechtszaak te laten bijwonen door de Nederlandse vertegenwoordiger in Pakistan?
Nederland gaat in EU-verband na hoe de rechtszaak zo effectief mogelijk gevolgd kan worden.
Bent u bereid om er bij de Hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de heer Borrell, op aan te dringen een gemeenschappelijke demarche uit te voeren over deze rechtszaak en te pleiten voor vrijlating?
In september 2020 heeft Nederland deelgenomen aan een demarche in EU-verband over deze rechtszaak. Op Nederlands initiatief is de rechtszaak op 10 februari jl. in EU-verband aan de orde gesteld bij de Pakistaanse Minister van Justitie. Nederland zal, zowel bilateraal als in EU-verband, aandacht blijven vragen voor deze rechtszaak.
Bent u bereid de advocaat van Shafqat en Shagufta, de heer Saif al Malook, wederom onderdak te schaffen en asiel te verlenen mocht deze opnieuw door doodsbedreigingen vanwege deze en andere rechtzaken moeten uitwijken naar het buitenland?
Het kabinet kan niet vooruitlopen op een eventueel asielverzoek van de heer Saif ul-Malook.
Wilt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden en in ieder geval voor 12 februari 2021?
Deze vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Het bericht dat er al negen maanden vijf Nederlanders vast zitten in een gevangenis in Venezuela. |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat er al negen maanden vijf Nederlandse vissers vastzitten in een gevangenis in Venezuela?1
Ik ben bekend met de detentie in Venezuela sinds maart 2020 van vijf inwoners van Curaçao. Vier personen bezitten de Nederlandse nationaliteit. De vijfde persoon heeft de Venezolaanse nationaliteit en is met een verblijfsvergunning woonachtig op Curaçao.
Kunt u bevestigen dat er inderdaad vijf Nederlandse staatsburgers vastzitten in Venezuela? Zo ja, hoe heeft dit kunnen gebeuren?
Het gaat om vijf vissers (vier Nederlanders en een Venezolaan) die op twee vissersboten in Venezolaanse territoriale wateren voeren en daar door de Venezolaanse autoriteiten zijn aangehouden en gearresteerd. Zoals bekend heeft Venezuela in februari 2019 de grens met het Koninkrijk der Nederlanden eenzijdig gesloten. De vijf personen zijn naar het vaste land van Venezuela in detentie gebracht. De aanklacht van de Venezolaanse autoriteiten tegen de vijf personen is voor zover bekend illegaal verblijf in Venezolaanse wateren en/of goederensmokkel.
Klopt het dat deze Nederlanders onrechtmatig, zonder proces en/of veroordeling vastzitten? Zo ja, in wat voor omstandigheden bevinden zij zich?
De personen zitten in voorarrest en de zaak is nog niet inhoudelijk voor de Venezolaanse rechter geweest. Volgens recente informatie zou de zaak binnenkort op zitting voor de rechter komen.
De detentieomstandigheden in Venezuela zijn in het algemeen slecht, zo ook voor deze vijf gedetineerden. De vijf personen zitten samen in één cel in een gevangenis in een plaats op zes uur rijden vanaf de hoofdstad Caracas.
Vanuit de ambassade in Caracas wordt zoveel mogelijk de gebruikelijke consulaire bijstand verleend, zo zijn de gedetineerden onder meer bezocht door medewerkers van voornoemde ambassade. Ook de autoriteiten op Curaçao staan in contact met de gedetineerden en hun familieleden.
Wat voor pogingen heeft u tot nu toe gedaan om deze Nederlandse staatsburgers vrij te krijgen?
De ambassade kan geen burgers uit een buitenlandse detentie halen. De ambassade verleent consulaire bijstand aan Nederlandse gedetineerden in het buitenland. Eén van de onderdelen van consulaire bijstand is in dit geval ook contact met de Venezolaanse autoriteiten over onder meer het waarborgen van een eerlijke procesgang en humane detentieomstandigheden.
Is er een lopende dialoog met de Venezolaanse regering en diplomatieke dienst over deze kwestie?
De ambassade heeft de Venezolaanse autoriteiten via diplomatieke weg verschillende malen verzocht de gelijke rechten en voorzieningen voor de Nederlandse gedetineerden als voor andere gedetineerden te waarborgen en te komen tot een spoedige en eerlijke behandeling van hun strafzaak.
Klopt het dat de Nederlandse regering financiële steun heeft gegeven aan Venezuela in het afgelopen jaar? Zo ja, vanuit welke motivatie? Heeft u daarbij ook geëist dat deze vijf Nederlandse onderdanen worden vrijgelaten? Zo nee, waarom niet?
De Nederlandse regering heeft geen financiële steun gegeven aan de Venezolaanse autoriteiten. Wel worden lokale en internationale organisaties ten behoeve van het verbeteren van de mensenrechten en humanitaire situatie in het land gesteund. Zo is er afgelopen jaar twee miljoen euro gegeven aan UNICEF. Dit betreft een niet geoormerkte donatie die gegeven wordt indachtig het humanitair imperatief en de humanitaire principes van neutraliteit en onpartijdigheid.
Kunt u de Kamer verzekeren dat u alles op alles zet om deze Nederlanders vrij te krijgen?
Het Koninkrijk der Nederlanden kan zich niet rechtstreeks bemoeien met een buitenlandse rechtsgang. Wel kan aan de gedetineerden consulaire bijstand worden verleend, hun detentieomstandigheden en hun rechtsgang gemonitord en bij de Venezolaanse autoriteiten worden aandrongen op humane detentieomstandigheden en een eerlijke en spoedige rechtsgang. Ook in deze zaak wordt maximaal ingezet binnen de diplomatieke en consulaire mogelijkheden.
In het geval deze Nederlanders vrij komen, kunt u er ook voor zorgen dat ze een repatriëringsvlucht krijgen naar Nederland?
Repatriëring van overheidswege is geen onderdeel van de consulaire bijstand aan ex-gedetineerden. Als onderdeel van de consulaire bijstand zal het Ministerie van Buitenlandse Zaken in samenwerking met de autoriteiten van Curaçao wel meehelpen te onderzoeken hoe de vijf personen na vrijlating veilig naar Curaçao kunnen terugkeren.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor 5 februari 2021 beantwoorden?
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
De zaak van dhr. Singh |
|
Martijn van Helvert (CDA), Michiel van Nispen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Sander Dekker (minister zonder portefeuille justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Herinnert u zich de aangenomen motie van het lid Van Nispen c.s. waarin de regering wordt verzocht zich maximaal in te spannen om de heer Singh op korte termijn naar Nederland over te laten brengen, verzoeken tot overbrenging te honoreren en hiertoe zo nodig de procedure tot overdracht van de tenuitvoerlegging te starten?1
Ja.
Kunt u een update geven over de gezondheidssituatie van dhr. Singh? Klopt het dat hij corona heeft?
Volgens de Amerikaanse autoriteiten is de heer Singh (betrokkene) besmet geweest met COVID-19. Hij heeft op dit moment geen actieve COVID-infectie meer. Hij is op 19 januari 2021 vanuit de medische afdeling van de California Medical Facility in Vacaville terug overgebracht naar zijn reguliere cel. Zijn reguliere cel bevindt zich ook in de California Medical Facility, volgens de District Attorney (DA) een instelling met toegang tot goede gezondheidszorg.
Bent u bereid om, ondanks al uw procesmatige en inhoudelijke bezwaren, uit humanitair oogpunt zo snel mogelijk bij de Verenigde Staten een verzoek te doen om de procedure tot overdracht van de tenuitvoerlegging te starten, zodat dhr. Singh zijn resterende leven in Nederland kan doorbrengen?
In mijn brief aan uw Kamer d.d. 21 september 2020, in reactie op de motie van het lid Van Nispen c.s., heb ik aangegeven waarom ik geen ruimte zie voor een verzoek aan de Amerikaanse autoriteiten tot overdracht van de tenuitvoerlegging van zijn straf aan Nederland (een Wots-verzoek).2 De bezwaren daartegen gelden onverkort. Daarbij is de Wots niet bedoeld als humanitair instrument. De humanitaire situatie waar betrokkene zich in bevindt (lange detentie, ouderdom en een zwakke gezondheid) maakt dit niet anders. In dezelfde brief heb ik daarom uiteengezet dat ik betrokkene, in overleg met het juridisch team van betrokkene, vanuit een humanitair oogpunt diplomatiek zou ondersteunen bij een gratieverzoek, mits er met de vrijlating die daarin wordt verzocht geen maatschappelijke risico’s zijn gemoeid. Vervolgens is het gratieverzoek door het juridische team van de betrokkene ingediend en zijn er vanuit mijn ministerie stappen gezet om het gratieverzoek bij de Amerikaanse autoriteiten actief te ondersteunen.
Welke maximale inspanningen heeft u, naar aanleiding van de aangenomen motie, de afgelopen zeven maanden verricht om dhr. Singh naar Nederland te halen?
De volgende stappen zijn naar aanleiding van de motie ondernomen:
Klopt het dat de gratieverzoeken tot nu toe niks hebben opgeleverd, omdat er vanuit de Verenigde Staten bezwaren zijn tegen een onmiddellijke invrijheidstelling van dhr. Singh? Zo ja, waarom blijft u dan vasthouden aan de gratieprocedure?
Zoals toegelicht in antwoord 3 zie ik geen ruimte voor overbrenging in het kader van de Wots. Daarom is er met het juridisch team van betrokkene afgesproken dat zij een verzoek tot gratie in zouden dienen en ik dit zou ondersteunen. Alle stappen, zoals genoemd in antwoord 4, zijn er op gericht om het gratieverzoek te ondersteunen.
Hoewel eerdere verzoeken tot vrijlating inderdaad zijn afgewezen zijn de omstandigheden bij het lopende verzoek anders en kunnen ze anders worden beoordeeld dan bij eerdere gratieverzoeken. Zo heeft betrokkene na zijn laatste Parole Hearing in 2018 gewerkt aan zijn rehabilitatie. Dat blijkt onder meer uit de certificaten van opleidingen en trainingen die hij heeft gevolgd. De gouverneur beslist dan vervolgens over zijn gratiëring.
Bent u bekend met het feit dat eerdere gratieverzoeken niet tot het gewenste resultaat hebben geleid? Zo ja, waarom blijft u dan vasthouden aan de gratieprocedure?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u ervan op de hoogte dat bij een levenslange gevangenisstraf de voortgezette tenuitvoerlegging kan worden toegepast (op basis van artikelen 9 t/m 11 van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, hierna VOGP), waardoor er voor dhr. Singh nog voldoende strafrestant overblijft en hij dus niet op vrije voeten komt bij aankomst in Nederland? Zo ja, waarom hanteert u de procedure van de voortgezette tenuitvoerlegging niet?
Nederland heeft in 2014 beargumenteerd waarom ze voor de VS een omzettingsprocedure hanteert en geen voortzettingsprocedure. De argumenten hiervoor gelden onverkort.3 Daarbij geldt dat de hierna genoemde bezwaren met betrekking tot het strafrestant zowel gelden voor de omzettingsprocedure als de voortzettingsprocedure.
Voorop gesteld, het is niet aan de Minister om te bepalen of er strafrestant is. Dat is aan de rechter op het moment dat er een Wots-verzoek is ontvangen. In het kader van een eventueel Wots-verzoek aan of vanuit de VS is wel een inschatting gemaakt van een eventueel strafrestant. Hierbij is er van uitgegaan dat in de VS een tijdelijke straf van 56 jaar to life met de mogelijkheid van parole (vervroegde invrijheidsstelling) is opgelegd. In de VS bestaat er ook de mogelijkheid dat er een gevangenisstraf zonder mogelijkheid van parole wordt opgelegd. In Nederland is de langste tijdelijke gevangenisstraf dertig jaar. Betrokkene heeft in de VS inmiddels 36 jaar van zijn straf ondergaan. In casu zou dat betekenen dat betrokkene, wegens het ontbreken van een strafrestant, direct op vrije voeten gesteld zou worden. Het strafrestant is nodig om de gedetineerde voor te bereiden op zijn terugkeer in de maatschappij. Nu hier geen sprake is van een strafrestant ligt dit niet in lijn met doelen van de Wots, waaronder de kans tot resocialisatie. De straf omzetten naar een levenslange gevangenisstraf is vermoedelijk strafverzwarend, omdat in Nederland de levenslange gevangenisstraf (in tegenstelling tot een tijdelijke gevangenisstraf) een onbepaalde duur heeft en niet de mogelijkheid van voorwaardelijke invrijheidstelling kent.
Overigens geldt dat alvorens een rechter kijkt naar de vraag of er sprake is van een strafrestant eerst wordt gekeken naar de binding met Nederland. In mijn brief van 21 september jl. heb ik hierover aangegeven dat, op grond van de eerdere inschatting door IOS4 en het standpunt van de Ombudsman, ik van mening ben dat vaststaat dat betrokkene niet voldoet aan het criterium binding als geformuleerd in het Beleidskader.
Welke concrete aanwijzingen heeft u dat de Verenigde Staten het VOGP met Nederland zou opzeggen indien een WOTS-verzoek (Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen) van dhr. Singh door Nederland wordt ingewilligd?
In mijn brief van 21 september jl. heb ik aangegeven dat bij het afwijken van beleid de kans bestaat dat sommige landen het vertrouwen in de Nederlandse staat verliezen als we ons niet aan de doelen van de Wots/VOGP houden. Dit kan tot gevolg hebben dat zij niet langer bereid zijn samen te werken op dit gebied en een overdracht te doen voor de tenuitvoerlegging van strafvonnissen. Het vertrouwen tussen landen is van essentieel belang voor de goede werking van onder andere het VOGP. Nederland hecht hieraan dan ook een groot belang.
Bent u het met ons eens dat, gezien de unieke situatie van dhr. Singh, van ongewenst precedentwerking geen sprake kan zijn? Zo nee, over hoeveel soortgelijke zaken hebben we het?
Nee, zoals in mijn brief van 21 september jl. beschreven ben ik van mening dat er wel degelijk sprake zal zijn van precedentwerking. Op de voor de Wots relevante criteria is de zaak van betrokkene namelijk niet uniek. Zoals ik in mijn brief van 21 september jl. heb aangeven zijn er tussen 2016 tot en met 2019 in totaal 302 verzoeken afgewezen vanwege het ontbreken van binding en/of strafrestant.
Bent u het met ons eens dat bij de nadere invulling in de nationale wetgeving voor de WOTS de menselijke maat uit het oog is verloren en het beleidskader wellicht moet worden herzien om, in zaken zoals die van dhr. Singh, slagvaardiger te werk te kunnen gaan?
Nee. Zoals ik in het antwoord op vraag 3 uiteen heb gezet is het inzetten van de Wots uit humanitaire overwegingen niet geschikt. In overleg met het juridisch team van betrokkene heb ik aangegeven het gratieverzoek vanuit een humanitair oogpunt diplomatiek te ondersteunen. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 4 neem ik hier verschillende stappen toe.
Kunt u deze vragen één voor één en binnen drie weken beantwoorden?
Nee, dat is niet gelukt. De beantwoording nam meer tijd in beslag dan de gevraagde drie weken.
Het bericht 'Leger Ethiopië neemt hoofdstad van Tigray in' |
|
Salima Belhaj (D66), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Leger Ethiopië neemt hoofdstad van Tigray in»?1
Ja.
Hoe duidt u de recente ontwikkelingen in Ethiopië, waar gewapende strijd is uitgebroken tussen het regeringsleger en het Tigray Volksbevrijdingsfront (TPLF) met als gevolg velen doden, gewonden en vluchtelingen?
De situatie en de gebeurtenissen in de regio Tigray zijn op dit moment nog steeds onduidelijk en onoverzichtelijk, als gevolg van het slechte verbindingen en het feit dat het gebied nog altijd slecht toegankelijk is voor humanitaire hulpverleners, journalisten en onafhankelijke waarnemers. Het gewapend conflict volgde op een periode van toenemende spanningen tussen het Tigray Volksbevrijdingsfront (TPLF) en de federale overheid. Het TPLF was tot 2018 oververtegenwoordigd in de politieke en militaire elite van Ethiopië, maar moest die centrale rol in de machtsstructuur prijsgeven na het aan de macht komen van de huidige premier Abiy. Deze machtswisseling volgde op massale protesten tegen het autoritaire bestuur onder leiding van de TPLF en vormde het startpunt van een ambitieuze hervormingsagenda.
Klopt het dat het conflict nu al aan honderden, mogelijk duizenden mensen het leven heeft gekost? Heeft u hier betrouwbare informatie over?
Vanwege het gebrek aan toegang voor humanitaire hulpverleners, media en waarnemers tot het gebied beschikt het kabinet niet over betrouwbare, onafhankelijke informatie over slachtoffers. De berichten in de media die onder andere zijn gebaseerd op getuigenissen van mensen die het gebied zijn ontvlucht geven aanleiding om uit te gaan van verontrustende aantallen slachtoffers.
Bent u bekend met de berichtgeving van Amnesty’s Crisis Evidence Lab dat er op 9 november 2020 mogelijk honderden burgers zijn afgeslacht in Tigray? Heeft u nadere informatie over de verantwoordelijken voor deze slachtpartij?
Ik ben bekend met die berichtgeving die zonder meer zorgelijk is. Ik beschik echter momenteel niet over nadere onafhankelijke informatie waaruit conclusies kunnen worden getrokken over de verantwoordelijken. Volgens de Ethiopische mensenrechtencommissie zijn de slachtoffers vooral Amhara, en de schuldigen aan de TPLF gelieerde strijders. Er zijn overigens ook mediaberichten die het tegenovergestelde beweren.
Hoeveel burgers in Tigray verkeren op dit moment in (voedsel)nood?
Voorafgaand aan het conflict waren reeds 850.000 inwoners en in het gebied aanwezige vluchtelingen afhankelijk van een vorm van humanitaire hulp. De VN schat dat als gevolg van het conflict dit aantal zal toenemen met 1,1 miljoen mensen (in Tigray en aangrenzende regio’s).
Klopt het dat er inmiddels meer dan 40.000 mensen gevlucht zijn naar Soedan?
Dat klopt. Volgens de huidige beschikbare gegevens zijn er tenminste 60.000 mensen gevlucht naar Soedan.
Klopt het dat meerdere internationale organisaties, waaronder de Verenigde Naties (VN) en de Afrikaanse Unie (AU), en ook de Europese Unie (EU) al hebben gepleit voor een staakt-het-vuren? Klopt het ook dat de premier van Ethiopië al deze oproepen af heeft geslagen?
De VN, AU en EU hebben inderdaad opgeroepen tot een staakt het vuren. Premier Abiy heeft zich op het standpunt gesteld dat het leger een binnenlandse militaire operatie heeft uitgevoerd om de rechtsorde in het land te herstellen. Na inname van de regionale hoofdstad Mekelle kondigde premier Abiy op 28 november een eind van de militaire operatie aan. Er is echter nog geen einde aan gevechten in de regio gekomen, en VN, AU en EU hebben de oproep om via dialoog tot een vreedzame uitweg uit het conflict te komen herhaald.
Bent u bereid zich bij deze oproepen aan te sluiten, en op te roepen tot een staakt-het-vuren in Ethiopië?
Zowel Minister Kaag als ikzelf hebben in bilaterale gesprekken de Ethiopische regering opgeroepen tot een staakt het vuren, het voorkomen van burgerslachtoffers, het naleven van mensenrechten en het verlenen van volledige en vrije toegang voor hulpverleners en journalisten. Zowel de Hoge Vertegenwoordiger van de EU als Minister Kaag en ikzelf hebben het aanbod van de Afrikaanse Unie om dialoog te faciliteren van harte ondersteund.
Welke humanitaire hulp is volgens uw informatie nodig in de grensregio met Soedan? Welke humanitaire hulpacties ondernemen de VN, AU en andere organisaties op dit moment? Op welke manier bent u van plan daar aan bij te dragen?
UNHCR en partnerorganisaties hebben in Soedan gewaarschuwd voor de dringende additionele behoefte aan extra vestigingsplaatsen voor vluchtelingen. Met tenminste 60.000? nieuwkomers die sinds 7 november asiel hebben aangevraagd, hebben de vluchtelingenkampen aan het grensgebied hun maximale capaciteit bereikt. Verder berichtte de VN dat er een tekort is aan water, voedsel, brandstof en medicijnen in Mekelle en andere delen van Tigray.
ICRC levert medische hulp waar toegang is; UNHCR coördineert de respons voor vluchtelingenopvang; OCHA coördineert de noodhulprespons van VN-organisaties en (I)NGO’s (o.a. water, sanitatie en noodopvang). Een Humanitarian Preparedness Planà USD 96.9 miljoen is gelanceerd door OCHA.
Via de ongeoormerkte bijdragen aan de Dutch Relief Alliance (DRA), het Rode Kruis en de VN draagt Nederland bij aan de humanitaire respons in Ethiopië en Soedan. Middels het Central Emergency Response Fund (CERF) – een groot VN multidonorfonds – is USD 35.6 miljoen vrijgemaakt in december 2020. Met een aandeel van 17,3% heeft Nederland ruim USD 6 miljoen bijgedragen aan humanitaire hulp in de regio. Naast de bijdrage uit het CERF, heeft de DRA USD 180.000 vrijgemaakt voor een noodhulprespons. Deze middelen worden aangewend voor de opvang van vluchtelingen in Soedan.
Het bericht 'Egypt arrested its leaders, but a leading human rights group remains defiant' |
|
Sadet Karabulut , Bram van Ojik (GL), Lilianne Ploumen (PvdA), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Egypt arrested its leaders, but a leading human rights group remains defiant»?1
Ja
Klopt het dat de Egyptische autoriteiten drie leidinggevende medewerkers van het Egyptian Initiative for Personal Rights (EIPR), een vooraanstaande mensenrechtenorganisatie, gearresteerd hebben?
Ja. Op 15 november werd Mohammed Basheer, administratief manager van EIPR gearresteerd door de Egyptische veiligheidsdiensten. Op 18 november volgde de arrestatie van Karim Ennarah, het hoofd van EIPR’s strafrechtafdeling. Op 19 november werd tevens de directeur van EIPR, Gasser Abdelrazak, gearresteerd. Inmiddels is bekend gemaakt dat alle drie de medewerkers op donderdagavond 3 december jl. weer zijn vrijgelaten.
Klopt het dat deze arrestaties plaatsvonden kort nadat zij enkele Westerse ambassadeurs hadden ontmoet in Cairo?
Ja. Op 3 november brachten dertien ambassadeurs en chargés d’affaires (Duitsland, EU, Frankrijk, Spanje, Noorwegen, Ierland, Zweden, Denemarken, Verenigd Koninkrijk, Finland, Zwitserland, Canada en Nederland) een bezoek aan EIPR. De Nederlandse Ambassadeur nam deel aan deze ontmoeting.
Betrof dit ook een ontmoeting met de Nederlanders ambassadeur?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bekend met de reden van hun arrestaties? Zo ja, wat is deze?
Karim Ennarah en Gasser Abdelrazak worden beschuldigd van lidmaatschap van een terroristische organisatie, het publiceren en verspreiden van valse informatie en verklaringen die de openbare veiligheid ondermijnen en het algemeen belang schaden. Administratief directeur Mohammed Basheer wordt met dezelfde aanklachten geconfronteerd en wordt tevens beschuldigd van het financieren van terrorisme. De drie medewerkers zijn vrijgelaten, maar de aanklachten tegen hen blijven staan. Ook heeft het Terrorisme hof op 6 december jl. de bevriezing van de persoonlijke bankrekeningen van de drie medewerkers bekrachtigd.
Bent u bekend met de locatie waar zij in voorarrest zitten? Zo ja, waar is dit?
Ja. Mohammed Basheer, Karim Ennarah, en Gasser Abdelrazak verbleven in voorarrest in de Tora gevangenis in Cairo.
Klopt het ook dat deze arrestaties plaatsvonden kort nadat de overheid eerder deze maand honderden politieke gevangen had vrijgelaten? Zo ja, hoe duidt u deze nieuwe arrestaties van mensenrechtenverdedigers?
Sinds het aantreden van president Sisi zijn volgens de schatting van Human Rights Watch zo’n 60.000 Egyptenaren vanwege politieke redenen gearresteerd. Duizenden van hen zitten nog vast, waarvan velen in voorarrest. De arrestaties van drie EIPR-medewerkers passen in de trend waarbij de ruimte voor het maatschappelijk middenveld afneemt. Deze ontwikkelingen geven reden tot aanhoudende zorg. Evenals binnen EU- en VN-verband is het overbrengen van deze zorgen onderdeel van de reguliere dialoog tussen Nederland en Egypte.
Klopt het dat Frankrijk, Ierland en Noorwegen hun zorgen over deze arrestaties al hebben overgebracht? Zo ja, waarom heeft Nederland dat nog niet gedaan?
Samen met de andere betrokken landen heeft Nederland de afgelopen periode via diplomatieke kanalen verschillende acties ondernomen. Daarbij zijn zorgen over de arrestaties overgebracht in gesprekken met de Egyptische autoriteiten. De Nederlandse Mensenrechtenambassadeur uitte recent ook via Twitter onze zorgen. Andere landen en EU deden dit ook.
Bent u bereid opheldering te vragen bij de Egyptische autoriteiten over de reden van deze arrestaties en bent u bereid uw zorgen over te brengen over het feit dat vooraanstaande mensenrechtenverdedigers zijn gearresteerd?
Zowel in Cairo en in Den Haag is Nederland op verschillende niveaus in gesprek gegaan met de Egyptische autoriteiten om onze zorgen over te brengen en opheldering te vragen.
Het bericht dat Australische militairen 39 burgers en gevangenen executeerden in Afghanistan |
|
Salima Belhaj (D66), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Ank Bijleveld (minister defensie) (CDA), Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van «Australische militairen executeerden 39 burgers en gevangenen in Afghanistan»?1
Ja.
Wat was over het onderzoek bekend bij uw ministeries? Sinds wanneer?
De Australische onderzoekscommissie heeft voorafgaand aan het verschijnen van het rapport op 19 november 2020 geen informatie aan Nederland verstrekt over de misstanden die in het rapport aan de orde komen. Wel hebben de Australische Minister van Defensie en Commandant der Strijdkrachten kort voor de verschijning van het rapport hun Nederlandse collega’s laten weten dat er uit het onderzoek geen Nederlandse betrokkenheid bij de misstanden naar voren is gekomen.
In juli 2017 werd in de Australische media een aantal documenten over misstanden tijdens operaties van Australische speciale eenheden in Afghanistan gelekt, de Afghan Files. Naar aanleiding van deze publicaties werd in de media genoemd dat de Inspector Generalvan de Australische krijgsmacht de vermeende misdragingen van de speciale eenheden onderzocht. Voor zover bekend nam het kabinet via deze berichten in de Australische media voor de eerste maal kennis van het onderzoek van de Inspector General.
In februari 2018 gaf de Australische onderzoekscommissie te kennen naar Nederland te willen komen om interviews af te nemen met militairen die in de periode 2006–2010 het commando voerden over de missie ISAF in Zuid-Afghanistan, of commandant waren van de Task Force Uruzgan. Defensie heeft de onderzoekscommissie gefaciliteerd bij het tot stand komen van vier interviews, die in mei 2018 plaatsvonden. Het verslag van deze vertrouwelijke interviews is niet door de Australische onderzoekscommissie aan het kabinet of aan de geïnterviewde militairen ter beschikking gesteld. In maart 2018 werd door Australië een publieke oproep gedaan voor het melden van relevante informatie voor het onderzoek van de Inspector General.
Voor wat voor incidenten zijn Nederlandse militairen verhoord? Wat zijn de exacte data van deze incidenten?
Zie antwoord vraag 2.
Hebben Nederlandse militairen intensief samengewerkt met het Australische leger (ADF) tijdens deze missie?
Australië was voor de Nederlandse militaire inzet in Uruzgan in de periode 2006–2010 een belangrijke partner. Vanaf het regeringsbesluit in 2005 om deel te nemen aan de NAVO-missie in Zuid-Afghanistan heeft Nederland aansluiting gezocht bij Australië. Overeengekomen werd dat beide landen onder Nederlandse leiding een gezamenlijke taakeenheid zouden vormen, de Task Force Uruzgan. Het Australische deel van de taakeenheid bestond uit ongeveer 400 militairen die vooral zijn ingezet voor infrastructurele projecten. Ook maakten Australische militairen deel uit van de staf van de taakeenheid.
De Australische speciale eenheden in Uruzgan maakten geen deel uit van de gezamenlijke taakeenheid. Nederland heeft in de periode 2006–2010 op bepaalde momenten wel samengewerkt met Australische speciale eenheden in Uruzgan, of hun operaties ondersteund. Dit betrof zowel speciale als conventionele Nederlandse eenheden.
Welke informatie over de executies als genoemd in dit rapport waren al bij Nederland bekend?
Zie hiervoor de antwoorden op de vragen 2 en 3 en eveneens de antwoorden op de schriftelijke vragen 2 en 3 die door het lid Karabulut (SP) zijn gesteld. (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2020–2021, nr. 1111)
Waren er Nederlandse militairen op de hoogte of bekend met de verhalen van deze speciale eenheden van Australië (bijvoorbeeld over het ontgroeningsritueel)? Zo ja, is daar destijds melding van gemaakt? Heeft deze melding de hogere legerleiding dan wel de Minister bereikt?2
Zie antwoord vraag 5.
Is er destijds door de Nederlandse krijgsmacht of een andere krijgsmacht in de NAVO-coalitie onderzoek gedaan naar mogelijke oorlogsmisdaden van Australische militairen?
Nederland heeft destijds geen onderzoek gedaan naar mogelijke oorlogsmisdaden van Australische militairen. Het kabinet doet geen uitspraken over eventuele onderzoeken van (NAVO-)bondgenoten naar andere (NAVO-)bondgenoten.
De bijeenkomst van de G20 georganiseerd door Saoedi Arabië |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Sadet Karabulut , Bram van Ojik (GL), Lilianne Ploumen (PvdA) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u voor de start van de (virtuele) bijeenkomst van de G20 aangeven of er een Nederlandse VN-gezant deel gaat nemen dan wel gesprekken zal gaan hebben?
Nederland nam niet deel aan de G20-top die op 21 en 22 november jl. virtueel plaatsvond. En marge van de G20-top worden doorgaans verschillende (digitale) side events georganiseerd. Ook hieraan namen geen Nederlandse vertegenwoordigers deel.
Kunt u bevestigen dat er in Saoedi-Arabië nog altijd vrouwenrechtenactivisten vastzitten in afwachting van hun berechting?
Ja. Hier heeft Nederland op verschillende momenten aandacht voor gevraagd. Zo werd de situatie van de vrouwenrechtenactivisten aangekaart tijdens het bezoek van de Minister van Buitenlandse Zaken aan Saoedi-Arabië in februari jl. en tijdens een telefoongesprek van de Minister van Buitenlandse Zaken met de Saoedische Minister van Staat Al-Jubeir dit najaar. Ook in de daarvoor geëigende multilaterale fora zoals de Mensenrechtenraad was hiervoor aandacht. Tijdens de Mensenrechtenraadsessie van september dit jaar sprak Nederland in een gezamenlijke verklaring samen met 28 gelijkgestemde landen ernstige zorgen uit over de aanhoudende detentie van de groep vrouwenrechtenactivisten. Met deze landen werd gezamenlijk opgeroepen tot vrijlating van alle politieke gevangenen in Saoedi-Arabië. Voorts werd op 25 november jl. bekend gemaakt dat de zaken van in elk geval twee van de activisten, Loujain al-Hathloul en Samar Badawi, worden doorverwezen naar het speciale strafhof voor terrorisme in Riyad. In reactie daarop heeft Nederland samen met zes Europese landen een gezamenlijke verklaring uitgebracht waarin ernstige zorgen over deze strafzaken wordt uitgesproken en waarin opnieuw wordt opgeroepen de groep vrouwenrechtenactivisten vrij te laten.
Is het u bekend onder welke omstandigheden zij vastzitten? Zo ja, hoe oordeelt u over deze omstandigheden? En zo nee, bent u bereid zich hierover te laten informeren?
Een aantal van de groep vrouwenrechtenactivisten die in 2018 werd gearresteerd, is op voorwaardelijke grond vrijgelaten in afwachting van hun proces. Tenminste vijf activisten zitten echter nog steeds zonder veroordeling vast. De Committee on the Elimination of Discrimination against Women (CEDAW) van de VN bracht op 5 november jl. een statement uit waarin specifiek zorgen werden geuit over de positie van één van de activisten, Loujain al-Hathloul, omdat het haar niet wordt toegestaan vanuit de gevangenis regelmatig contact te hebben met haar familie en zij in hongerstaking is gegaan. Nederland deelt deze zorgen.
Deelt u de mening dat de wijze waarop Saoedi-Arabië omgaat met mensenrechtenactivisten, waaronder vrouwenrechtenactivisten, onwenselijk is? Zo ja, wanneer heeft u hierover voor het laatst contact opgenomen of laten nemen met (vertegenwoordigers van) de Saoedische overheid? En zo nee, waarom niet?
Nederland heeft zorgen over de beperkte ruimte voor critici en andersdenkenden in Saoedi-Arabië. Dit lijkt haaks te staan op de sociale, economische en culturele hervormingen die dit land heeft ingezet. Het meest recent heeft Nederland aandacht gevraagd voor de situatie van de groep vrouwenrechtenactivisten tijdens hoogambtelijke politieke consultaties met Saoedi-Arabië die op 28 oktober jl. plaatsvonden. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft dit onderwerp zelf aangekaart tijdens een telefoongesprek met Minister Al-Jubeir dit najaar.
Kunt u deze vragen voor de start van de (virtuele) bijeenkomst van de G20 beantwoorden?
Deze vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Het bericht dat Palestijnse kinderen worden mishandeld en vernederd in Israëlische gevangenissen |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Tom van den Nieuwenhuijzen-Wittens (GL), Achraf Bouali (D66), Kirsten van den Hul (PvdA) |
|
Sigrid Kaag (minister zonder portefeuille buitenlandse zaken) (D66), Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Palestijnse kinderen onmenselijk behandeld in Israëlische gevangenissen»?1
Ja.
Kunt u een reactie geven op het onderzoek van Save the Children? Kunt u daarbij in het bijzonder ingaan op de constateringen van fysieke mishandeling, verbale mishandeling, bedreiging van familie, vernederend lichamelijk onderzoek, ontzegging van toegang tot gezondheidszorg en ontzegging van contact met een advocaat?
Hoewel het niet mogelijk is de verklaringen van de kinderen in het rapport van Save the Children op onafhankelijke wijze te verifiëren (wat ook door de auteurs wordt onderkend) is het beeld dat in het rapport wordt geschetst in grote mate in overeenstemming met eerdere analyses van andere organisaties, zoals Defense for Children International, Human Rights Watch en Military Court Watch. UNICEF heeft in diverse rapporten eveneens melding gemaakt van soortgelijke wijze van behandeling van minderjarigen bij arrestatie en detentie. Vanzelfsprekend vindt het kabinet zaken als fysieke mishandeling, verbale mishandeling, bedreiging van familie, vernederend lichamelijk onderzoek, ontzegging van toegang tot gezondheidszorg en ontzegging van contact met een advocaat onacceptabel.
Heeft u eerder signalen ontvangen dat de genoemde misstanden hebben plaats gevonden in Israëlische gevangenissen? Zo ja, hoe heeft u hierop gereageerd?
Sinds de geluiden over de misstanden heeft Nederland de kwestie regelmatig aangekaart bij de Israëlische autoriteiten, onder meer tijdens bezoeken van de Mensenrechtenambassadeur en in gesprekken met het kantoor van de Israëlische Military Attorney General (zie onder meer de Kamerbrief van 15 januari 2015, Kamerstuk 23 432, nr. 397 en Kamerbrief van 16 juni 2018 in reactie op de motie Karabulut, Kamerstuk 23 432, nr. 455). Nederland heeft een actieve rol in de informele werkgroep Children and Armed Conflict (CAAC) van enkele EU-ambassades te Tel Aviv. De werkgroep heeft de afgelopen jaren regelmatig contact gehad met Israëlische autoriteiten over de behandeling van Palestijnse minderjarigen in detentie en woonde rechtszaken bij van minderjarigen bij de militaire rechtbank. Tijdens de laatste twee VN UPR’s van Israël (2014 en 2018) wijdde Nederland een van haar twee aanbevelingen aan dit onderwerp. Tot slot heeft Nederland verscheidene projecten gesteund van mensenrechtenorganisaties die zich inzetten voor het verbeteren van de situatie.
Deelt u de mening dat minderjarigen niet berecht zouden moeten worden door een militaire rechtbank? Zo ja, hoe gaat u er dan op aandringen bij de Israëlische autoriteiten deze praktijk af te schaffen? Zo nee, waarom niet?
Het bezettingsrecht voorziet in de mogelijkheid dat berechting in bezet gebied plaatsvindt voor een militaire rechtbank. Wel moet daarbij worden voldaan aan alle waarborgen die worden vereist door het bezettingsrecht en de mensenrechten, zoals het recht op een eerlijk proces. Israël is als bezettende macht verplicht de rechten van Palestijnse minderjarigen te waarborgen, overeenkomstig de mensenrechtenverdragen waar Israël partij bij is, inclusief het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
De Nederlandse ambassade in Tel Aviv zet zich met ambassades van andere EU-lidstaten in voor de bescherming van de rechten van deze kwetsbare groep.
In het verleden toonde de Israëlische regering zich bewust van tekortkomingen in detentieomstandigheden voor kinderen en zegde toe hieraan te werken. Zo voerde Israël sinds 2008 een reeks juridische hervormingen door met het doel het Israëlisch militair jeugdrecht in lijn te brengen met het Israëlisch nationaal jeugdstrafrecht, wat in de meeste gevallen een betere bescherming betreft. Ook in de jaren erna heeft Israël hervormingen ingezet (zie onder meer Kamerbrief d.d. 20 januari 2015). Deze hervormingen lijken op de grond echter niet het gewenste effect te hebben, behalve een verbeterde toegang tot juridische bijstand en minder gebruik van eenzame opsluiting. Een slechte behandeling komt echter nog steeds veel voor.
Nederland zal haar zorgen blijven uitspreken naar de Israëlische regering. Ook gaat Nederland door met het ondersteunen van organisaties die zich inzetten voor verbetering. Zo financiert Nederland momenteel het project «Change in Israel’s Detention and Interrogation Conditions for Children in Police Stations» van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Public Committee Against Torture in Israel (PCATI).
Deelt u de mening dat detentie en mishandeling van minderjarigen onder het militair recht een grove schending vormen van het internationaal recht en zouden moeten worden beëindigd? Zo ja, hoe gaat u hier bij de Israëlische autoriteiten op aandringen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 4.
Wat kan Nederland beteken voor slachtoffers van deze misstanden?
Zie antwoord vraag 4.
Biedt Nederland steun aan organisaties op het gebied van psychosociale hulp in de Palestijnse Gebieden? Zo ja, om welke projecten gaat het? Zo nee, bent u bereid om – in lijn met het beleid om de inzet op mentale gezondheid en psychosociale steun te verbreden naar integratie hiervan binnen vredesopbouw en de bredere vrede- en veiligheidsagenda2 – psychosociale hulp onderdeel uit te laten maken van de inzet op veiligheid en rechtsorde binnen de Palestijnse Gebieden?
Ja. Via meerdere programma’s biedt Nederland steun aan organisaties die psychosociale hulp verlenen in de Palestijnse Gebieden. Zo biedt UNRWA psychosociale hulp aan Palestijnse vluchtelingen, als onderdeel van hun «Social Relief Services» programma. Ook via het UNDP Sawasya programma, dat mede door UNDP, UN WOMEN en UNICEF wordt uitgevoerd, steunt Nederland organisaties die psychosociale hulp bieden. Daarin is speciaal aandacht voor kinderen en vrouwen die in aanraking zijn gekomen met de wet, zowel op de Westelijke Jordaanoever als in Gaza en Oost-Jeruzalem. Ook steunt Nederland een Palestijnse vrouwenrechtenorganisatie die via een hulplijn psychosociale hulp biedt aan vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld.
Bent u bekend met het bericht dat het Al Hol-opvangkamp in Noordoost-Syrië, waar meerdere Nederlandse mannen en vrouwen verblijven, een broedplaats voor radicalisering en rekrutering door IS is geworden?1
Ja
Hoe duidt u deze ontwikkelingen? Zijn er aanwijzingen van Nederlandse mannen en/of vrouwen die opnieuw gerekruteerd zijn door IS?
van het kamp bevolkt door personen met een diverse achtergrond. Een deel van deze personen is teleurgesteld in ISIS en het jihadistisch gedachtengoed. Een ander deel heeft nooit afscheid genomen van ISIS of haar jihadistische ideologie. En weer anderen zijn wederom geradicaliseerd en dus mogelijk vatbaarder voor rekrutering door ISIS. Deze situaties kunnen ook voor de Nederlandse vrouwen gelden.
Klopt het dat IS de afgelopen maanden weer aan kracht wint in Syrië en Irak? Klopt het voorts dat vrouwen een steeds belangrijkere rol krijgen in de organisatie, waaronder gewapende functies?
Experts wijzen erop dat ISIS zou kunnen profiteren van afgenomen druk als gevolg van de COVID-19-crisis. In vergelijking met vorig jaar lijkt ISIS wat meer activiteit te vertonen. De slagkracht komt echter nog lang niet in de buurt van die tijdens de «hoogtijdagen van het kalifaat». Op basis van de bestaande inlichtingen is er geen aanleiding om te veronderstellen dat vrouwen een steeds belangrijkere rol krijgen binnen de organisatie. Er zijn evenmin aanwijzingen dat steeds meer vrouwen gewapende functies krijgen.
Klopt het dat in Al Hol een aparte gevangenis voor buitenlandse vrouwen bestaat, omdat deze gevaarlijker zouden zijn dan vrouwen uit Syrië en Irak? Zo ja, klopt het dat juist op deze plekken radicalisering en rekrutering voor IS plaatsvindt? Zitten hier ook Nederlandse vrouwen tussen?
Nee, er is voor zover bekend binnen Al Hol geen aparte vrouwengevangenis voor buitenlandse vrouwen. Er is wel een aparte sectie voor buitenlandse vrouwen in het kamp. In algemene zin probeert ISIS de bevolking van de opvangkampen binnen hun ideologische invloedssfeer te behouden.
Kunt u zich uw uitspraken herinneren tijdens het mondelinge vragenuur van 30 juni jl., waarin u stelde dat er zeker wel een tiental Nederlandse vrouwen uit opvangkampen in Syrië zijn ontsnapt? Heeft u sindsdien kennisgenomen van andere ontsnappingen van Nederlandse mannen en/of vrouwen uit deze kampen? Zo ja, hoeveel?
Ja, ik kan mij deze uitspraken herinneren. Er zijn met een zekere regelmaat berichten dat personen zijn ontsnapt uit de opvangkampen in Noordoost Syrië. Vaak is het onduidelijk om welk aantal het gaat en bestaat er evenmin zekerheid over hun nationaliteit en leeftijd. Ook is er vaak onduidelijkheid wanneer de ontsnappingen plaatsvonden. Er zijn aanwijzingen dat nog een of enkele Nederlandse vrouwen sinds 30 juni zijn ontsnapt. Voor zover bekend zijn er sindsdien geen Nederlandse mannen ontsnapt uit detentie.
Hoe duidt u de opvatting dat het nu weigeren van het terughalen van eigen onderdanen uit Syrische kampen door Europese lidstaten als kortzichtig veiligheidsbeleid wordt beschouwd? Welke oplossing voorziet u om te voorkomen dat Nederlandse mannen en vrouwen in dergelijke kampen verder radicaliseren en onder de radar terugkeren naar Europa?
Het kabinet zet zich in om straffeloosheid te voorkomen. Hierbij wordt voortdurend bekeken of personen naar Nederland gehaald kunnen worden ter berechting. De situatie is echter complex. Er wordt een afweging gemaakt waarin de internationale betrekkingen, de veiligheidssituatie in de regio en de veiligheid van betrokkenen worden meegewogen. Het kabinet volgt de ontwikkelingen in het gebied en heeft hierover geregeld overleg met relevante Schengenpartners. Om uitreizigers zo vroeg mogelijk te onderkennen zijn alle uitreizigers opgenomen in het Schengen Informatie Systeem (SIS) en is een Europees Arrestatie Bevel (EAB) tegen hen uitgevaardigd.
Welke andere Europese lidstaten hebben inmiddels hun onderdanen teruggehaald uit Syrische opvangkampen?
Europese lidstaten zetten niet in op het actief repatriëren van volwassen uitreizigers uit de opvangkampen en detentiecentra in Noordoost-Syrië. Italië repatrieerde in 2019 eenmalig, met behulp van de VS, een mannelijke uitreiziger. Recentelijk repatrieerden zij ook een vrouw met 4 minderjarige kinderen. Duitsland haalde in november 2019 een uitreizigster met haar drie kinderen uit een opvangkamp in Noordoost-Syrië terug. Voor wat betreft de actieve repatriëring van (wees)kinderen bezien de meeste Europese lidstaten per geval wat mogelijk is. Zo repatrieerde Frankrijk bijvoorbeeld in juni van dit jaar 10 kwetsbare kinderen. Het Verenigd Koninkrijk repatrieerde in september een kind dat zonder ouders in een opvangkamp in Noordoost-Syrië verbleef.
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van het door het openbaar ministerie uitgevaardigde aanhoudingsbevel en het bevel tot gevangenneming van de rechtbank Rotterdam, waarin de regering is verzocht binnen zes maanden met concrete daden te voldoen aan de wens om de verdachte in Nederland te berechten? Welke concrete stappen zijn hierin al genomen?
Uw kamer is hierover op 18 juni door middel van een brief over geïnformeerd. In deze brief is aangegeven dat, tijdens het CORE-7 overleg van 3 juni 2020 met andere Schengenlanden en het VK, Nederland heeft opgebracht of er mogelijkheden zijn om gezamenlijk te kijken naar wat in individuele gevallen de concrete mogelijkheden en consequenties van repatriëring zijn. Het onderzoek naar de mogelijkheden om de verdachte naar Nederland te brengen loopt. Indien er nieuwe ontwikkelingen zijn zal hierover gerapporteerd worden.
Het bericht ‘Vluchtelingen vast in oorlogsgebied door sluiting ambassades’ |
|
Maarten Groothuizen (D66), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD), Ankie Broekers-Knol (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Vluchtelingen vast in oorlogsgebied door sluiting ambassades»?1
Ja.
Klopt het dat er ruim 1500 Vluchtelingengezinnen zijn die niet naar Nederland kunnen komen voor gezinshereniging, enkel en alleen doordat de ambassade gesloten is?
Er is geen inzicht in het exacte aantal vluchtelingengezinnen (nareizigers) dat niet naar Nederland kan komen voor gezinshereniging door beperktere consulaire dienstverlening van een ambassade of consulaat-generaal. Er kunnen verschillende redenen zijn waardoor nareizigers hun machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) niet op kunnen halen of niet naar Nederland af kunnen reizen.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft op 90% van de Nederlandse ambassades en consulaten-generaal de MVV-dienstverlening weer hervat. Dit geldt ook voor de posten waar zich de meeste nareizigers toe wenden. De grootste «nareisposten» in Addis Abeba, Amman, Ankara, Beiroet, Islamabad, Istanbul, Kaïro, Kampala, Khartoum, Nairobi, Teheran en Tel Aviv geven allen, al dan niet binnen beperkte capaciteit, weer MVV’s af.
Voor nareizigers geldt echter, vaak meer dan bij reguliere vreemdelingen, dat zij door lokale maatregelen beperkt worden in hun reismogelijkheden. Ook al zijn de posten in de betreffende regio wel open voor MVV-dienstverlening, kan het voorkomen dat het een nareiziger niet lukt om de MVV op te halen. Bijvoorbeeld omdat er vanwege gesloten lands- of districtsgrenzen niet naar een ambassade of consulaat-generaal gereisd kan worden. Voor nareizigers die er niet in slagen om een aangewezen post te bereiken voor het afhalen van de MVV, bestaat de mogelijkheid om naar een andere ambassade of consulaat-generaal uit te wijken voor het afhalen van de MVV.
Het is mogelijk dat mensen vast zitten in (oorlogs)gebieden, maar de redenen hiertoe zijn voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken noch voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid inzichtelijk. Veelal zullen deze samengaan met lokale maatregelen en/of reisbeperkingen.
Klopt het ook dat hierdoor mensen vast blijven zitten in oorlogsgebied?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de vrees van VluchtelingenWerk dat deze mensen gevaar lopen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke inspanning zult u verrichten omdat gevaar zo snel mogelijk te minimaliseren?
Mensen die vastzitten in oorlogsgebied lopen mogelijkerwijs gevaar. Nareizigers van wie de gezinsherenigingsaanvraag door de IND is goedgekeurd hebben recht op toegang tot Nederland. Om toegang te krijgen tot Nederland hebben zij een MVV nodig, die dient te worden opgehaald bij de consulaire afdeling van een Nederlandse ambassade of consulaat-generaal. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor een goede uitvoering van het MVV-afgiftebeleid.
Waar het Ministerie van Buitenlandse Zaken door COVID-19 medio maart genoodzaakt was om de wereldwijde visumverlening drastisch te beperken, heeft het zich direct hard in gezet om – in nauw overleg met het Ministerie van Justitie en Veiligheid – dit proces zo snel als mogelijk weer te kunnen hervatten. Daarbij is steeds gekeken hoe de aanvrager tegemoet kan worden gekomen, door bijvoorbeeld de MVV-ophaaltermijn te verlengen wanneer deze door COVID-19 maatregelen niet tijdig kon worden opgehaald, het verstrekken van een nieuwe MVV wanneer de aanvrager hier door COVID-19 maatregelen niet tijdig mee kon reizen, of het wijzigen van de aangewezen post zodat het voor meer aanvragers mogelijk is de MVV op te kunnen halen. De IND gaat momenteel ruimhartiger om met verzoeken van nareizigers tot het wijzigen van de MVV afgiftelocatie. Bij deze verzoeken wordt naast urgentie van de aanvraag ook de bijzondere situatie van gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning asiel meegewogen.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft echter geen invloed op het mogelijk gevaar dat personen lopen die zich nog in oorlogsgebied bevinden. Ook kan het Ministerie van Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld geen mensen ophalen uit oorlogsgebied. Wel kunnen ambassades of consulaten-generaal in sommige gebieden faciliteren door bijvoorbeeld de aanvrager van een afspraakbevestiging te voorzien als deze nodig is om een grens over te kunnen steken om de ambassade of consulaat-generaal te bereiken.
Bent u het eens dat wanneer deze personen legaal naar Nederland mogen reizen, er ook een verantwoordelijkheid bij de Nederlandse overheid ligt om dit daadwerkelijk mogelijk te maken? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 4.
Hoe verhoudt het recht van deze mensen om naar Nederland te reizen zich tot uw verantwoordelijkheid en inspanningsverplichting om dit ook daadwerkelijk mogelijk te maken?
Zie antwoord vraag 4.
Hoeveel ambassades zijn op dit moment nog gesloten? In welke landen?
Momenteel (peildatum 12 oktober 2020) heeft meer dan 90% van de Nederlandse ambassades en consulaten-generaal die MVV-dienstverlening aanbiedt deze dienstverlening weer opgestart. De overige Nederlandse posten die normaliter MVV-dienstverlening aanbieden hebben geen of beperkte dienstverlening en kunnen momenteel enkel urgente aanvragen behandelen. Een overzicht van Nederlandse ambassades en consulaten-generaal die nog afgeschaald zijn voor reguliere consulaire dienstverlening vanwege COVID-19 maatregelen is beschikbaar maar dit overzicht is in beweging. Op Netherlandsandyou.nl is per ambassade of consulaat-generaal te vinden of deze al dan niet de reguliere dienstverlening heeft hervat. Het aantal posten dat de consulaire dienstverlening uitbreidt neemt toe, maar soms resulteren lokale COVID-19 omstandigheden of maatregelen er helaas ook in dat consulaire dienstverlening weer beperkt wordt.
Wanneer verwacht u deze ambassades weer te kunnen openen?
Het grootste deel van de ambassades en consulaten-generaal die MVV-dienstverlening aanbieden is inmiddels weer open. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zet zich hard in om de consulaire dienstverlening waar mogelijk uit te breiden. Helaas kan niet gezegd worden wanneer de nu nog afgeschaalde ambassades en consulaten-generaal kunnen worden opgeschaald, aangezien het Ministerie van Buitenlandse Zaken daarin grotendeels afhankelijk is van de lokale situatie en maatregelen die landen nemen tegen COVID-19.
Het legaal naar Nederland reizen van partners van Nederlanders of EU-onderdanen |
|
Attje Kuiken (PvdA), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Ferdinand Grapperhaus (minister justitie en veiligheid) (CDA), Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht op http://evavandendam.com/heartbroken/?1
Ja.
Bent u ermee bekend dat dit probleem – dat partners van Nederlanders of EU-onderdanen legaal naar Nederland mogen reizen dat niet kunnen, enkel en alleen omdat ze geen visum of een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV-sticker) kunnen halen omdat de Nederlandse ambassade gesloten is – zich veel vaker voordoet? Om hoeveel mensen gaat dit (naar schatting)?
Ja, ik ben bekend met dit probleem en kan me voorstellen dat het voor de getroffen koppels erg moeilijk is geweest dat zij niet zo snel herenigd konden worden als gewenst.
In de landen waarvoor het EU-inreisverbod is opgeheven, is de reguliere dienstverlening voor visa voor kort verblijf en faciliterende visa (KVV-dienstverlening) inmiddels zo goed als mogelijk hervat. Deze dienstverlening is van toepassing op de regeling langeafstandsgeliefden, waarvoor een visum voor kort verblijf wordt afgegeven. In de landen waarvoor het inreisverbod (weer) van kracht is, worden alleen visumaanvragen ingenomen die onder de EU- en nationale uitzonderingscategorieën (inclusief de regeling langeafstandsgeliefden) vallen, en voor zover de lokale gezondheidssituatie- en maatregelen dit toestaan
Voor lang verblijf dient men met een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in te reizen. Met een MVV is men uitgezonderd van het inreisverbod. Momenteel (peildatum 12 oktober 2020) heeft 90% van de Nederlandse ambassades en consulaten-generaal die MVV-dienstverlening aanbiedt deze dienstverlening weer opgestart. Voor posten die momenteel de reguliere MVV-dienstverlening nog niet of beperkt hebben kunnen hervatten, geldt dat zij zich ervoor inzetten om bij wijze van uitzondering aan onder andere partners van een Nederlander een MVV te verstrekken. Partners van EU-onderdanen die voor lang verblijf naar NL komen krijgen geen MVV, zij reizen in op een faciliterend visum of in hun vrije termijn.
Wat betreft MVV-verlening is, na de beperking van de wereldwijde MVV-dienstverlening vanaf medio maart, in nauw overleg met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, direct ingezet om dit proces zo snel als mogelijk weer te kunnen hervatten. Tijdens de periode van afgeschaalde MVV-dienstverlening is in uitzonderingssituaties altijd geprobeerd om, waar dat mogelijk was, toch een MVV te verstrekken. Bij het opschalen van de MVV-dienstverlening is steeds gekeken hoe de aanvrager tegemoet kan worden gekomen. Bijvoorbeeld door de MVV-ophaaltermijn te verlengen wanneer deze door COVID-19 maatregelen niet tijdig kon worden opgehaald, het verstrekken van een nieuwe MVV wanneer de aanvrager hier door COVID-19 maatregelen niet tijdig mee kon reizen, of het wijzigen van de aangewezen post zodat het voor meer aanvragers mogelijk is de MVV op te kunnen halen.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft geen inzicht in cijfers van het aantal partners van Nederlanders of EU-onderdanen dat op dit moment niet kan reizen vanwege het niet kunnen aanvragen van een KVV of MVV bij een Nederlandse of, in het geval van een KVV, andere Europese ambassade. Nu de consulaire dienstverlening in het buitenland grotendeels is hervat, zou deze situatie zich in de meeste landen niet langer voor moeten doen.
Bent u het eens dat dit scenario niet in de geest is van de regeling voor geliefden, zoals beschreven in Kamerstuk 24 804, nr. 140?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken spant zich maximaal in om de consulaire dienstverlening waar mogelijk te herstarten of op te schalen om consulaire klanten op de best mogelijke manier in deze moeilijke tijden te bedienen.
Al naar gelang de lokale gezondheidssituatie is steeds bekeken of, en zo ja, welke consulaire dienstverlening kan worden aangeboden. Dat geldt ook voor partners van Nederlanders of EU-onderdanen. De gezondheids-en veiligheidsmaatregelen die lokale overheden hebben getroffen (of door een verslechterde gezondheidssituatie opnieuw nemen) om het COVID-19 virus in te dammen, maken het niet altijd mogelijk om de reguliere consulaire dienstverlening aan te bieden. Binnen de omstandigheden van het desbetreffende land wordt dit zo veel als mogelijk gefaciliteerd.
Bent u het eens dat dit niet een juiste uitvoering van de regeling is en daarmee een onwenselijk scenario is?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u het eens dat dit zo snel mogelijk opgelost moet worden, en dat deze partners zo snel mogelijk naar Nederland moeten kunnen reizen?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid om de volgende maatregelen te nemen om dit probleem op te lossen: samen te werken met ambassades van Europese lidstaten zodat visa of documenten wel verstrekt kunnen worden; mvv-documenten digitaal te verstrekken; het visum of mvv-document op de Nederlandse grens op de luchthaven te verstrekken? Kunt u een reactie per afzonderlijk voorstel geven?
Door de EU-lidstaten zijn vrijwel alle bestaande bilaterale Schengenvisumvertegenwoordigingsafspraken tot nader order opgeschort, als gevolg van de COVID-19 pandemie. In de landen waar Nederland wordt vertegenwoordigd bepaalt het desbetreffende Schengenland of de visumverlening kan worden hervat.
EU-lidstaten zijn in de regel bereid, bij wijze van uitzondering en als de lokale situatie dat toestaat, op formeel verzoek van Nederland een visumaanvraag te faciliteren, als deze tot de uitzondering categorieën op het EU-inreisverbod behoort. Aangezien de versoepeling van het inreisverbod voor langeafstandsrelaties een nationale regeling is, zullen deze aanvragen niet door een vertegenwoordigend Schengenland worden behandeld.
Het in persoon verschijnen bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of van bestendig verblijf is één van de vereisten voor het verkrijgen van een MVV en dient plaats te vinden vóór het vertrek naar Nederland. De afgifte van een MVV via ambassades van andere landen, het digitaal toesturen van een MVV dan wel het verstrekken ervan op de Nederlandse grens op de luchthaven, is daarmee niet verenigbaar.
Kunt u concreet aangeven op welke manier u aan de slag gaat om deze mensen zo snel mogelijk naar Nederland te laten overkomen?
Zie het antwoord op de vragen 3, 4 en 5.
Is deze regeling ook van toepassing op niet-EU-onderdanen die voor langere tijd in Nederland wonen met een verblijfsvergunning regulier, bijvoorbeeld voor werk of studie? Kunnen zij hun geliefden ook naar Nederland laten reizen? Zo nee, waarom niet? Hoe verhoudt zich dit tot de regelingen in nadere EU-landen?
De langeafstandsregeling geliefden ziet op Nederlanders en Unieburgers die hun geliefde voor kort verblijf naar Nederland willen laten overkomen uit een land met een inreisverbod. Derdelanders met een verblijfsvergunning die in Nederland verblijven kunnen geen gebruik maken van deze uitzondering op het inreisverbod om te reizen. Het uitgangspunt van het kabinet is en blijft het beschermen van de volksgezondheid in Nederland, te meer nu de situatie ten aanzien van COVID-19 verslechtert. Meer uitzonderingscategorieën op het EU-inreisverbod hebben meer reisbewegingen uit risicolanden buiten de EU tot gevolg. Het EU-inreisverbod is momenteel één van de belangrijke instrumenten die Nederland heeft om reisbewegingen met risicolanden buiten de EU te beperken. Om die redenen is de geliefdenregeling dan ook niet uitgebreid tot derdelanders. Nederland mag derdelanders op grond van het Unierecht ook anders behandelen dan Nederlanders en Unieburgers in Nederland. Nederland is bovendien een van de weinige landen die op dit moment een dergelijke regeling heeft ingevoerd.
Bent u bereid de regeling zo te laten gelden, dat ook niet EU-onderdanen met een verblijfsvergunning regulier die voor langere tijd in Nederland verblijven, ook de mogelijkheid te geven om hun partner in te laten reizen?
Nee, deze nationale regeling is alleen van toepassing op Nederlanders en Unieburgers die in Nederland wonen.
Bent u bereid deze vragen zo snel mogelijk te beantwoorden gelet op de ernst van de problematiek?
Deze vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Het bericht dat het Verenigd Koninkrijk met nieuwe wetgeving afspraken uit het uittredingsakkoord niet na dreigt te komen |
|
Bram van Ojik (GL), Lodewijk Asscher (PvdA), Jeroen van Wijngaarden (VVD), Sjoerd Sjoerdsma (D66), Gerrit-Jan van Otterloo (50PLUS) |
|
Ankie Broekers-Knol (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «UK plan to undermine withdrawal treaty puts Brexit talks at risk»1 en «Brexit: PM defends planned changes to Withdrawal Agreement»?2
Ja.
Hoe duidt u het feit dat het Verenigd Koninkrijk (hierna: VK) voornemens is wetgeving te introduceren die tegen afspraken in het uittredingsakkoord tussen de EU en het VK ingaat? Deelt u de zorgen van zowel EU-Commissievoorzitter Von der Leyen als Brexit-onderhandelaar Barnier dat premier Johnson hiermee het vertrouwen tussen beide partijen beschadigt en dat dit essentieel is voor het slagen van de lopende onderhandelingen over een handelsdeal?
Ik deel de zorgen over de publicatie van de Internal Market Bill, een wetsvoorstel dat, indien aangenomen in deze vorm, de afspraken uit het terugtrekkingsakkoord zou schenden. Het kabinet heeft, net als de Europese Commissie, steeds aangegeven dat een volledige en effectieve implementatie van de afspraken uit het terugtrekkingsakkoord nodig is om het noodzakelijke vertrouwen op te bouwen om een akkoord te bereiken over het toekomstig partnerschap. Dat vertrouwen wordt ondermijnd door de publicatie van dit wetsvoorstel. De onderhandelingen over het toekomstige partnerschap gaan evenwel onverminderd door.
In hoeverre bestaat de kans dat naast de nu voorgestelde wetgeving, het VK ook wetgeving introduceert die tegen de afspraken in het akkoord over burgerrechten van EU-burgers in het VK ingaat? Kunt u in uw antwoord de zogenaamde «hostile environment» van de Britse overheid jegens EU-burgers betrekken?
De Internal Market Bill raakt niet aan het burgerrechtengedeelte van het terugtrekkingsakkoord en heeft dan ook geen consequenties voor Nederlandse burgers in het VK. Het kabinet begrijpt dat de publicatie van een wetsvoorstel dat de afspraken uit het protocol Ierland/Noord-Ierland uit het terugtrekkingsakkoord schendt een zorgelijk signaal is voor EU burgers wier rechten op basis van het burgerrechtengedeelte van datzelfde terugtrekkingsakkoord beschermd zijn. Het kabinet monitort daarom samen met de Europese Commissie op verschillende manieren of deze rechten worden nagekomen, onder meer via het Gemengd Comité en via de Nederlandse ambassade in het VK. Mede naar aanleiding van de recente ontwikkelingen blijft de uitvoering van het burgerrechtengedeelte van het terugtrekkingsakkoord onderwerp van gesprek in contacten met het VK op alle niveaus. Er zijn momenteel geen signalen dat het VK wetgeving zal introduceren die de bescherming van het burgerrechtengedeelte van het terugtrekkingsakkoord kan ondermijnen. Ook uit de statistieken die het VK over de uitvoering van het EU Settlement Scheme publiceert, blijkt dat het VK de afspraken uit het terugtrekkingsakkoord nakomt.3
Het hostile environment beleid van de Britse overheid bestaat uit maatregelen gericht op burgers zonder geldige verblijfsstatus. Aangezien EU burgers die voor het einde van de overgangsperiode in het VK verblijven een geldige verblijfsstatus onder het EU Settlement Scheme kunnen aanvragen, acht ik de hostile environment in deze context niet relevant.
Klopt het dat u begin juli door de belangenorganisatie van Nederlanders in het VK schriftelijk bent benaderd met deze zorgen en problemen? Bent u bereid met hen in gesprek te gaan over de problemen waar zij in het VK tegenaan lopen?
Ik heb op 6 juli jl. een brief van belangenorganisatie the3million ontvangen met het verzoek om de Rijkswet inperking gevolgen Brexit preventief inwerking te laten treden, mede naar aanleiding van zorgen bij Nederlandse burgers in het VK. Ik heb deze brief inmiddels beantwoord en daarin aangegeven dat het kabinet en de medewerkers van de Nederlandse ambassade in het VK voortdurend in contact staan met belangenorganisaties die opkomen voor de rechten van Nederlanders in het VK, om op passende wijze opvolging te geven aan eventuele zorgen en vragen. Ik vind het belangrijk dat deze contacten de komende tijd nauw blijven.
Kunt u zich uw belofte tijdens het plenaire debat over de initiatiefwet Sjoerdsma (D66), Asscher (PvdA), Van Otterloo (50PLUS), Van Ojik (GroenLinks) en Van Wijngaarden (VVD) in de Eerste Kamer aan het lid Van Rooijen (50PLUS) herinneren, om te bezien op welke andere manieren voorlichting aan Nederlanders in het VK gegeven kan worden over de inwerkingtreding van de betreffende initiatiefwet, met het oog op ouderen en kwetsbaren die niet via (sociale) media bereikt kunnen worden of die niet regelmatig in contact staan met het consulaat of de Nederlandse ambassade in het VK? Op welke wijze gaat u bij de inwerkingtreding van dit voorstel zich inzetten om álle Nederlanders in het buitenland te bereiken? Bent u bereid de aan u toegekomen suggesties van the3million hierbij te betrekken?
Ik kan mij de toezegging aan het lid Van Rooijen, strekkende dat ik ga bekijken wat er nog meer mogelijk is op het gebied van voorlichting in geval de wet in werking treedt, herinneren. De suggestie van the3million, om alle Nederlanders met een Settled Status een bericht via SMS of e-mail te sturen met een link naar een informatiepagina, zal het kabinet, indien de initiatiefwet in werking treedt, ook meenemen. Op dit moment kunnen Nederlanders die in het VK wonen informatie over de wet en de inwerkingtreding ervan vinden via de Brexitwebsite van de rijksoverheid.4
De zaak van dhr. Singh |
|
Michiel van Nispen , Pieter Omtzigt (CDA), Sjoerd Sjoerdsma (D66), Martijn van Helvert (CDA) |
|
Sander Dekker (minister zonder portefeuille justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Tweede Kamer wil dat Jaitsen Singh (75) na 36 jaar Amerikaanse cel naar Nederland wordt overgeplaatst»?1
Ja.
Herinnert u zich de aangenomen motie van het lid Van Nispen c.s. waarin de regering wordt verzocht zich maximaal in te spannen om de heer Singh op korte termijn naar Nederland over te laten brengen, verzoeken tot overbrenging te honoreren en hiertoe zo nodig de procedure tot overdracht van de tenuitvoerlegging te starten?2
Ja.
Welke inspanningen heeft u, naar aanleiding van de hierboven genoemde aangenomen motie, tot nu toe verricht om dhr. Singh naar Nederland te halen?
Zoals beschreven in mijn brief die ik gelijktijdig met de beantwoording van deze Kamervragen aan uw Kamer heb gestuurd, heb ik het dossier van de heer Singh (betrokkene) nogmaals uitvoerig en zorgvuldig bestudeerd. Op grond hiervan en op grond van bovengenoemde motie ben ik bereid om betrokkene diplomatiek te ondersteunen in zijn wens tot vrijlating, mits met die vrijlating geen maatschappelijke risico’s zijn gemoeid. Diplomatiek ondersteunen is alleen mogelijk als betrokkene zelf een verzoek tot parole of gratie heeft ingediend bij de autoriteiten van de VS. Om die reden is op 19 augustus 2020 namens mijn ministerie contact opgenomen met het juridisch team van betrokkene om te bezien in hoeverre een dergelijk verzoek in het vooruitzicht ligt. Op verzoek van het juridisch team van betrokkene vond dit overleg op 18 september 2020 plaats. Tijdens dit gesprek is toegelicht waarom de Wots geen reële slagingskans heeft. Wel is afgesproken dat er actief diplomatieke steun wordt geleverd aan een in te dienen gratieverzoek.
Heeft u inmiddels het Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS)-verzoek van dhr. Singh boven tafel weten te krijgen? Zo nee, hoe kan het dat een WOTS-verzoek spoorloos verdwijnt? Heeft u navraag gedaan bij de Amerikaanse autoriteiten?
Er is alleen sprake van een Wots-verzoek indien de ene staat de andere staat officieel en volgens de geldende regels verzoekt om de tenuitvoerlegging van een bepaalde straf over te nemen. Dit is in de onderhavige casus niet gebeurd.
Nederland werd op 25 juli 2019 door tussenkomst van het federale Department of Justice geïnformeerd dat betrokkene bij de staat Californië zijn interesse kenbaar heeft gemaakt om overgebracht te worden naar Nederland om hier de resterende tijd van zijn detentie uit te zitten. In die brief geeft de staat Californië aan: «that his case is now being reviewed to determine if further investigation is warranted.» Sindsdien heeft de ambassade meerdere keren contact gezocht met de autoriteiten in Californië. De review c.q. het onderzoek door de staat Californië is echter nog niet afgerond, zo liet Californië op 20 juli 2020 weten. De VS heeft bovendien aangegeven dat de Covid-19 pandemie tot extra vertraging in de uitvoering van de internationale overdracht van strafvonnissen heeft geleid.
De brief uit 2019 kan niet aangemerkt worden als zijnde een «Wots-verzoek». Het verzoek van betrokkene aan de staat Californië is dan ook nooit «verdwenen» geweest omdat het nog in onderzoek is bij de staat Californië.
Klopt het dat het toepasselijk verdrag maatgevend is en dat bepalingen in de wet niet meer dan aanvullende betekenis hebben? Zo ja, bent u in dat geval bereid om de Nederlandse beleidsregel over bindingsvoorwaarde, in overeenstemming met het toepasselijk verdrag, los te laten?
Ja, het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (VOGP) is maatgevend en geeft voorwaarden op grond waarvan strafvonnissen aan een ander land kunnen worden overgedragen. Het VOGP laat ruimte voor nadere invulling in nationale regelgeving, waaronder de wet en het beleidskader. Ten aanzien van uw vraag om de beleidsregel los te laten, zie ik geen aanleiding dit te doen. In mijn brief die ik gelijktijdig met de beantwoording van deze Kamervragen aan uw Kamer heb gestuurd ga ik hier nader op in.
Wanneer bent u van plan om, op basis van het Verdrag Overbrengen Gevonniste Personen die voorziet in de mogelijkheid dat de staat van tenuitvoerlegging het verzoek tot strafoverdracht kan doen, in de zaak van dhr. Singh zelf een verzoek tot strafoverdracht te initiëren?
In mijn brief die ik gelijktijdig met de beantwoording van deze Kamervragen aan uw Kamer heb gestuurd heb ik aangegeven dat ik de VS geen verzoek doe om een procedure tot overdracht van de tenuitvoerlegging te starten. Dit heeft procesmatige en inhoudelijke redenen. In die brief ga ik hier nader op in. Zoals ik bij vraag 3 heb aangegeven, ben ik bereid om betrokkene diplomatiek te ondersteunen in zijn wens tot vrijlating, mits met die vrijlating geen maatschappelijke risico’s zijn gemoeid.
Deelt u de mening dat u, naar aanleiding van de aangenomen motie, desnoods uw discretionaire bevoegdheid in moet zetten om een procedure tot overdracht van de tenuitvoerlegging te starten om dhr. Singh naar Nederland te halen?
Nee. In mijn brief die ik gelijktijdig met de beantwoording van deze Kamervragen aan uw Kamer heb gestuurd ga ik hier nader op in.
Bent u tevens bereid om, gezien de kwetsbaarheid van gedetineerden in de Verenigde Staten voor het coronavirus, via alle mogelijke diplomatieke kanalen bij de Californische autoriteiten te pleiten voor gratie voor dhr. Singh?
Nederland heeft diverse keren een beroep gedaan op de Californische autoriteiten om betrokkene op grond van humanitaire overwegingen vrij te laten. Een verzoek tot gratie kan echter alleen door betrokkene zelf worden ingediend.
De diplomatieke inspanningen worden wel gecontinueerd, zoals ik ook beschrijf in de brief met kenmerk 2967754. Zo heeft de ambassade 20 juli jl. aan de parole agent gevraagd of betrokkene in aanmerking komt voor vrijlating op basis van de huidige pandemie. De parole agent meldde dat betrokkene niet voorkomt op de lijst van gevangenen die in aanmerking komen voor vrijlating op basis van de huidige gezondheidscrisis. Hetzelfde antwoord is verkregen vanuit het kantoor van de Lieutenant Governor van Californië.
Kunt u deze vragen één voor één en binnen drie weken beantwoorden?
Het bericht ‘VS zet hoofdaanklager Internationaal Strafhof op zwarte lijst’ |
|
Bram van Ojik (GL), Sjoerd Sjoerdsma (D66), Joël Voordewind (CU), Lilianne Ploumen (PvdA), Martijn van Helvert (CDA) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «VS zet hoofdaanklager Internationaal Strafhof op zwarte lijst»?1
Ja.
Bent u vooraf geïnformeerd door de Verenigde Staten van Amerika dat ze deze stap ook daadwerkelijk gingen nemen?
Nederland is kort van te voren op de hoogte gesteld door de Amerikaanse ambassade.
Welke stappen heeft u de afgelopen maanden bilateraal genomen om deze sancties te voorkomen?
Het Kabinet heeft de VS de afgelopen maanden verschillende malen publiek en achter de schermen gevraagd deze kwestie niet verder te escaleren, de aan medewerkers van het Strafhof opgelegde reisbeperkingen in te trekken en geen verdergaande sancties op te leggen. Dit is zowel in Den Haag via de Amerikaanse ambassade als in Washington gebeurd, en direct door mijzelf in gesprek met Secretary of State Pompeo.
Welke stappen heeft u de afgelopen maanden in Europees Unieverband genomen om deze sancties te voorkomen?
In april heeft Nederland deelgenomen aan een door de EU georganiseerde VTC met State Department waarin Nederland de VS heeft opgeroepen geen verdere maatregelen te nemen en de steun van de EU lidstaten aan het Hof heeft onderstreept. Nederland heeft de door de VS opgelegde reisbeperkingen en de dreiging van verdergaande sancties tegen het Hof daarnaast in verschillende EU-besprekingen opgebracht en op de agenda gezet. De dag voorafgaand aan het aankondigen van de nieuwe VS-sancties in september jl. heeft Nederland nog een bijeenkomst georganiseerd met 9 Europese lidstaten over de verwachte aanscherping van de Amerikaanse sancties en onze reactie hierop.
Bovendien heeft Nederland in EU-verband opgeroepen tot maatregelen om het ICC zoveel mogelijk te beschermen tegen deze VS-sancties. Zo heeft Nederland onder andere de Europese Commissie gevraagd het toevoegen van de sancties aan de bijlage van de Antiboycotverordening van de EU in overweging te nemen. Dit is ook door andere lidstaten opgebracht tijdens een EU-vergadering. Het toevoegen van de Amerikaanse sancties tegen het Strafhof aan de Antiboycotverordening is uiteindelijk een beslissing van de Commissie, maar NL acht het van belang dat de Commissie van ons en zoveel mogelijk andere gelijkgezinde lidstaten hoort dat deze toevoeging gewenst wordt geacht.
Ben u het eens dat dit een aanval is op het internationaal recht in het algemeen en het internationaal strafrecht in het bijzonder, en dat dit de missie van het Internationaal Strafhof, namelijk het voorkomen van straffeloosheid, ernstig in de weg staat?
Ja, en dit is ook zo aan de VS gecommuniceerd. Voor het Kabinet is het meest belangrijke dat het Strafhof zijn werk kan blijven doen. Daartoe zijn dan ook verschillende stappen gezet de afgelopen maanden, zie hierover vragen 9 en 10.
Bent u het eens dat het opleggen van sancties tegen personeel van het Internationaal Strafhof ontoelaatbaar is?
Zoals gezegd vindt Nederland de sancties verontrustend. Nederland is teleurgesteld dat de VS verdergaande sanctiemaatregelen heeft genomen, ondanks onze oproep, en die van de bredere internationale gemeenschap, om dit niet te doen.
Bent u het eens dat Nederland als gastland van het Internationaal Strafhof, en u als Minister van buitenlandse zaken van dit gastland, een bijzondere plicht heeft om het Internationaal Strafhof te beschermen tegen maatregelen die het functioneren van dit hof belemmeren?
Naast zijn verplichtingen als een van de 123 verdragspartijen bij het Statuut van Rome heeft Nederland als gastland de verantwoordelijkheid het Hof onafhankelijk, veilig en naar behoren te laten functioneren, zoals is vastgelegd in Zetelverdrag.
Bent u het eens dat u diezelfde plicht heeft om internationaal uw blijk te geven van het belang van het Internationaal Strafhof, en zal u daarom stellig in het verweer komen tegen dergelijke sancties?
Ik onderstreep het belang van het Internationaal Strafhof, en het belang dat Nederland hecht aan de strijd tegen straffeloosheid in het algemeen, vaak in internationaal verband. Premier Rutte heeft het belang van het Strafhof vorige week nog in zijn speech genoemd tijdens de opening van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, en ik nam zelf deel aan een bijeenkomst van het Informal Ministrial Network of the ICC, een informele groep van landen die actief hun steun aan het Strafhof betuigen, waar ik opnieuw mijn zorgen over de sancties heb uitgesproken en alle aanwezige landen heb opgeroepen het Hof te blijven steunen.
Welke stappen bent u van plan te nemen om ervoor zorg te dragen dat de personen die onder deze sancties vallen daar zo min mogelijk last van ervaren?
Afgelopen maanden is nauw contact onderhouden met het Strafhof, verschillende banken en onze Europese partners. Met het Hof is bekeken wat nodig is om zijn werkzaamheden in de strijd tegen straffeloosheid te blijven uitvoeren. Met verschillende banken is de mogelijke impact van sancties op het Hof besproken en is het belang van het werk van het Hof, evenals voortzetting van de bancaire dienstverlening aan het Hof en zijn medewerkers, onderstreept. Deze gesprekken worden voortgezet zolang de sancties van kracht blijven.
Herinnert u zich dat u aankondigde «vervolgstappen» te zullen nemen indien de Verenigde Staten daadwerkelijk over zou gaan tot het instellen van deze sancties? Welke vervolgstappen bent u bereid te nemen?
Zoals gezegd is Nederland met de Europese Commissie in gesprek over het toevoegen van de sancties aan de bijlage van de Antiboycotverordening van de EU. Deze optie is ook tijdens een EU-vergadering aan de orde gekomen, en de Commissie brengt op dit moment opties in kaart over dit onderwerp. Toevoeging van de executive order die de basis vormt voor de sancties tegen het Strafhof aan de bijlage van de Antiboycotverordening van de EU zou een belangrijk politiek signaal geven.
Bent u bereid de Verenigde Staten bilateraal er op aan te spreken en hen ertoe op te roepen deze sancties direct van tafel te halen?
Ja, dat is ook direct gedaan na invoering van de sancties.
Bent u bereid direct te pleiten voor een verklaring van de Europese Unie met deze strekking?
Dat heb ik gedaan. De Hoge Vertegenwoordiger heeft daarop een statement uitgebracht.
Het bezoek van dhr. Wang Yi, de Chinese minister van Buitenlandse Zaken, aan Nederland. |
|
Lilianne Ploumen (PvdA), Joël Voordewind (CU), Henk Krol (INDEP), Tunahan Kuzu (DENK), Kees van der Staaij (SGP), Bram van Ojik (GL), Sjoerd Sjoerdsma (D66), Martijn van Helvert (CDA) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD), Mark Rutte (minister-president , minister algemene zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het dat dhr. Wang Yi, de Chinese Minister van Buitenlandse Zaken, op woensdag 26 augustus jl. een bezoek heeft gebracht aan Nederland en met u beide heeft gesproken?
Wat was de reden van dit bezoek en op wiens initiatief is dit bezoek tot stand gekomen?
Klopt het dat de Chinese Minister van Buitenlandse Zaken meerdere Europese landen heeft bezocht voor bilaterale gesprekken? Welke Europese landen zijn dit?
Is er voorafgaand aan het bezoek van de Chinese delegatie aan Europa afstemming geweest tussen de Europese regeringen om tot een eenduidige Europese Chinastrategie te komen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat was de strekking van deze Europese Chinalijn?
Op wiens initiatief is het bezoek zo lang geheim gehouden?
Deelt u de mening dat de regering door deze handelwijze het signaal aan China afgeeft dat het de kans op kritiek vanwege mensenrechtenschendingen door de Chinese overheid wilde verkleinen tijdens het bezoek van de Chinese Minister van Buitenlandse Zaken aan Nederland?
Deelt u de mening dat deze gang van zaken in de weg staat van het recht van de Tweede Kamer, Nederlandse journalisten, organisaties en het publiek om zich van tevoren grondig te informeren over dit bezoek, en om de gelegenheid aan te grijpen het debat over de relaties tussen Nederland en China aan te gaan?
Deelt u de mening dat, gezien China's actieve inspanningen om zijn eigen visie op mensenrechten en «goed bestuur» internationaal te promoten, het extra belangrijk is om bij elke ontmoeting met Chinese overheden het kritisch, publiek debat – een belangrijke verworvenheid van open samenlevingen als de Nederlandse – centraal te stellen?
Kunt u ons een uitgebreide samenvatting toesturen van de gesprekken met de Chinese delegatie?
Welke onderwerpen heeft de Chinese Minister Wang Yi tijdens het gesprek ter tafel gebracht en welke onderwerpen heeft u op de agenda geplaatst?
Heeft u de Chinese Minister geconfronteerd met de grote zorgen die Nederland heeft over de situatie van de Oeigoeren in China? Heeft u dhr. Wang Yi laten weten dat de Nederlandse overheid er niet van gediend is dat Chinese overheidsfunctionarissen Oeigoeren in Nederland bedreigen, intimideren en chanteren? Welke afspraken zijn hierover gemaakt?
Heeft u de Chinese Minister gewezen op de toenemende oppressie van christenen in China?
Heeft u aangegeven dat de situatie van de Falun Gong aanhangers Nederland grote zorgen baart? Heeft u de Chinese Minister gevraagd in hoeverre de verontrustende berichtgeving over grootschalige orgaanroof bij Falun Gong aanhangers accuraat is?
Heeft u met de Chinese Minister gesproken over de mensenrechtenschendingen in Tibet? Heeft u de Chinese Minister gevraagd de Panchen Lama, één van Tibets belangrijkste boeddhistische leiders, vrij te laten?
Heeft u de Chinese Minister te kennen gegeven dat zolang bovengenoemde grove mensenrechtenschendingen plaatsvinden in China van verdere samenwerking tussen Nederland en China geen sprake kan zijn?
Heeft u de Chinese Minister van Buitenlandse Zaken aangesproken op het feit dat de onlangs ingevoerde veiligheidswet een schending is van de speciale status van Hongkong?
Heeft u dhr. Wang Yi duidelijk gemaakt dat Nederland graag ziet dat Taiwan een waarnemersstatus wordt toegekend bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)?
Heeft u de zaak van Jeroen Koldenhof ter sprake gebracht bij de Chinese delegatie? Zo ja, heeft de Chinese delegatie aangegeven mee te zullen werken aan een overplaatsing van dhr. Koldenhof van China naar Nederland?
Visumplicht tussen de Schengenzone en Suriname |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Ferdinand Grapperhaus (minister justitie en veiligheid) (CDA), Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het dat er tussen de Schengenzone, waar Nederland onderdeel van uitmaakt, en Suriname visumplicht geldt voor wederzijdse reizen? Bestaan er uitzonderingen op deze plicht?
Dat is juist. Voor Surinaamse burgers die de Schengenzone in willen reizen geldt de visumplicht. Hierop bestaan uitzonderingen, maar deze beperken zich tot de categorieën die zijn beschreven in Verordening (EU) 2018/18061, bijvoorbeeld bemanning van luchtvaartmaatschappijen van landen die partij zijn bij het Verdrag van Chicago. Ook Nederlandse burgers die naar Suriname willen reizen zijn visumplichtig. Los van de geldende uitzonderingen onder het bovengenoemde Verdrag van Chicago, waar ook Suriname partij van is, zijn er verder geen uitzonderingen op deze visumplicht bij ons bekend.
Hoeveel visa worden er per jaar aangevraagd voor reizen van Suriname naar Nederland en andersom? Welk percentage van deze aanvragen wordt goedgekeurd?
In onderstaande tabel staat het jaarlijks aantal aanvragen voor een Schengenvisum voor kort verblijf (KVV) vermeld, dat tussen 2017 en 2019 werd ingediend. De Nederlandse ambassade in Paramaribo vertegenwoordigt op visumgebied alle Schengenlanden in Suriname, en verwerkt daarom alle KVV-aanvragen voor de gehele Schengenzone. In de tabel is daarom zowel het totaal aantal KVV-aanvragen voor de gehele Schengenzone per jaar opgenomen als het aantal KVV-aanvragen met als bestemming Nederland. Dat betreft het merendeel van de jaarlijkse KVV-aanvragen in Suriname. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken beschikt niet over cijfers van visumaanvragen die door Nederlandse reizigers voor Suriname worden ingediend.
Totaal aantal KVV-aanvragen in Suriname voor gehele Schengenzone
Goedkeuringspercentage
Aantal KVV-aanvragen in Suriname met als bestemming Nederland
Goedkeuringspercentage
2017
15.877
94.5%
15.379
94.8%
2018
16.929
91.1%
15.827
92.1%
2019
19.338
90.2%
18.089
91.4%
Deelt u de mening dat het een prioriteit zou moeten zijn om de relaties tussen Nederland en Suriname te verbeteren nu Desi Bouterse niet langer president is en Chandrikapersad Santokhi geïnstalleerd is als de nieuwe president van Suriname?
Met het aantreden van de nieuwe regering Santokhi wil Nederland de banden met Suriname weer bestendigen en versterken. Op 24 en 25 augustus jl. hebben mijn collega Minister Kaag en ik reeds gesprekken gevoerd met de Surinaamse Minister van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Internationale Samenwerking en hebben met hem afgesproken dat we de relatie en samenwerking tussen onze landen op positieve wijze zullen gaan herzien in de komende periode.
Bent u het ermee eens dat het toewerken naar visumvrij reizen tussen Nederland (Schengen) en Suriname daar een onderdeel van moet zijn? Bent u het ermee eens dat dit bij kan dragen aan verbeterde relaties en daarmee in wederzijds belang is? Zo nee, waarom niet?
Goede betrekkingen met Suriname bieden ruimte voor een dialoog over visumvrij reizen. Visumliberalisatie is dan ook aan bod gekomen tijdens het gesprek dat ik heb gevoerd met de Surinaamse Minister van Buitenlandse Zaken op 24 augustus jl. Het is in de eerste plaats aan Suriname om opnieuw een verzoek tot onderzoek naar mogelijke visumliberalisatie in te dienen bij de Europese Commissie. Nederland is daarbij graag bereid de Surinaamse wens van EU-Visumliberalisatie nogmaals over te brengen aan de Europese Commissie.
Het invoeren of afschaffen van de visumplicht voor derde landen is een EU-competentie. Op grond hiervan heeft de Europese Commissie de exclusieve bevoegdheid om onderzoek te doen naar – en voorstellen te doen voor – afschaffing van de visumplicht. Op grond van de eerder genoemde Verordening (EU) 2018/1806 wordt daarbij per geval getoetst aan diverse criteria die onder meer verband houden met illegale immigratie, openbare orde en veiligheid, economische voordelen, de externe betrekkingen van de EU met het betrokken derde land, mensenrechten en fundamentele vrijheden.
Nederland is voorstander van een dergelijk onderzoek ten aanzien van Suriname. Of sprake is van een vruchtbare bodem voor een visumdialoog, zal afhangen van de uitkomst van een dergelijk onderzoek. Om in aanmerking te komen voor visumliberalisatie zal Suriname in ieder geval de medewerking aan terug- en overname moeten verbeteren en biometrische paspoorten moeten invoeren. Het kabinet hecht er belang aan dat het Memorandum of Understanding (MoU) uit 2008 als basis dient voor een hernieuwde en effectieve terugkeersamenwerking.
Welke drempels (voor)ziet u die visumvrij reizen tussen Suriname en Nederland in de weg staan? Betreft dit drempels vanuit Suriname, Nederland of vanuit Schengenpartners?
Zie antwoord vraag 4.
Heeft u al gesprekken gehad met de nieuwe regering in Suriname over visumliberalisatie? Zo nee, bent u van plan dit op korte termijn te gaan doen?
Zie antwoord vraag 4.
Welke stappen moeten er gezet worden om binnen Schengen draagvlak te krijgen voor visumliberalisatie met Suriname? Bent u bereid deze stappen ook te nemen? Zo nee, waarom niet?
Het is in de eerste plaats aan Suriname om opnieuw een verzoek tot onderzoek naar mogelijke visumliberalisatie in te dienen bij de Europese Commissie. Daarnaast heeft de Nederlandse regering de wens van Suriname meerdere malen overgebracht aan de Europese Commissie en is graag bereid dit opnieuw te doen. Het is aan de Europese Commissie om te besluiten tot onderzoek over te gaan.
Het uiteindelijke standpunt van Nederland zal afhangen van het eventuele voorstel dat de Europese Commissie na onderzoek zal doen. Uit dit voorstel zal ook moeten blijken welke stappen door Suriname moeten worden gezet. Als Suriname besluit Nederland hiervoor om assistentie te vragen, is het kabinet bereid dit te onderzoeken. Hierbij valt te denken aan technische assistentie, bijvoorbeeld bij invoering van biometrische paspoorten.
Welke stappen bent u bereid in partnerschap met Suriname te nemen, om bestaande drempels voor visumvrij reizen weg te werken, en om gezamenlijk toe te werken naar visumliberalisatie tussen de Schengenzone en Suriname?
Zie antwoord vraag 7.
Het bericht ‘Amsterdamse universiteiten werken samen met omstreden techgigant Huawei’ |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Kees Verhoeven (D66), Salima Belhaj (D66) |
|
Ferdinand Grapperhaus (minister justitie en veiligheid) (CDA), Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD), Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Amsterdamse universiteiten werken samen met omstreden techgigant Huawei»?1
Ja.
Kunt u toelichten waarom Huawei, onder andere op voorspraak van de inlichtingendiensten, deels geweerd wordt bij de kritieke infrastructuur rond 5G in Nederland maar niet in samenwerking met universiteiten zoals de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit?
Het kabinet is extra alert waar het gaat om mogelijke risico’s voor de vitale infrastructuur. Voor de telecomnetwerken is een risicoanalyse uitgevoerd door de Taskforce Economisch Veiligheid, met medewerking van de drie grote telecomaanbieders. Uw Kamer is op 1 juli 2019 geïnformeerd over de uitkomsten hiervan.2 Op basis van deze risicoanalyse wordt een aantal maatregelen genomen door het kabinet. Een van deze maatregelen is de mogelijkheid om een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of -dienst te kunnen verplichten om in bepaalde onderdelen van diens netwerk of bijbehorende faciliteiten, uitsluitend gebruik te maken van producten of diensten van een andere dan de daarbij door de Minister genoemde partij. Momenteel worden de beschikkingen, waarin telecomaanbieders worden verplicht in de kritieke onderdelen geen gebruik te maken van producten of diensten van daarin genoemde partijen, voorbereid.
De betreffende onderzoekssamenwerking tussen de VU en UvA en Huawei Finland3 heeft geen betrekking op de vitale infrastructuur. De universiteiten zijn vanuit hun autonomie op grond van de WHW zelf verantwoordelijk voor het besluit om – binnen de kaders van bestaande wet- en regelgeving – al dan niet een bepaalde (internationale) onderzoekssamenwerking aan te gaan. Evenwel is door medewerkers van EZK, evenals in een vervolggesprek door de NCTV, de AIVD en OCW met de universiteiten gesproken over verschillende aspecten van de samenwerking. Er is gesproken over de kansen voor innovatie en wetenschappelijk onderzoek en er is gewezen op mogelijke risico’s, zoals die naar voren komen in de recente jaarverslagen van de AIVD en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De instellingen is nadrukkelijk verzocht om al deze aspecten mee te nemen in hun afweging.
Kunt u toelichten wat nu de Nederlandse aanpak en benadering is ten opzichte van samenwerking met bedrijven die onder invloed staan van buitenlandse overheden, zoals Huawei?
Van alle Nederlandse bedrijven wordt verwacht dat zij bij het internationaal zakendoen handelen in lijn met de OESO-Richtlijnen4 en UN Guiding Principles on Business and Human Rights.5 Dit betekent dat zij in relatie tot hun waardeketens mogelijke risico’s – waaronder eventuele risico’s die verband houden met samenwerking met bedrijven die onder invloed staan van buitenlandse overheden – dienen te identificeren en te voorkomen of aan te pakken. De Nederlandse kennisinstellingen hebben zich o.a. gecommitteerd aan de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit. Het is echter aan Nederlandse bedrijven en instellingen zelf om te beslissen of zij wel of niet met bepaalde bedrijven in zee gaan. Zij kunnen zich daarbij laten informeren door relevante onderdelen van de rijksoverheid. Wanneer een bedrijf of kennisinstelling aanspraak wil maken op het bedrijfsleveninstrumentarium van Buitenlandse Zaken, wordt het bedrijf door de uitvoeringspartner geïnformeerd over kansen en risico’s met betrekking tot Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO), geadviseerd over de implementatie van IMVO, beoordeeld op IMVO-aspecten in hun aanvragen en gemonitord op IMVO gedurende de looptijd van projecten. Het kabinet is zich bewust van nationale veiligheidsrisico’s bij bepaalde investeringen, in aanbieders van de vitale processen of bij bepaalde ondernemingen die actief zijn op het gebied van hoogwaardige sensitieve technologie. Het kabinet werkt daarom onder andere aan een (landenneutrale) investeringstoets op nationale veiligheidsrisico’s.6
Klopt het dat andere Europese lidstaten strenger optreden tegen samenwerkingen tussen Huawei en universiteiten?
Binnen Europa is verschil te zien in de manier waarop het hoger onderwijsstelsel in de landen is ingericht en welke vrijheden, bevoegdheden en verplichtingen voor instellingen daaruit voortvloeien. Gevolg daarvan is dat binnen Europa het beeld niet eenduidig is wat betreft het al dan niet aangaan van een samenwerking met Huawei. Er zijn Europese landen waar op nationaal niveau samenwerking met Huawei wordt afgehouden, maar er op instellingsniveau wel degelijk wetenschappelijke samenwerking met het bedrijf plaatsvindt. Er zijn ook individuele universiteiten die zich tegen samenwerking met Huawei hebben uitgesproken.
Deelt u de mening dat de wijze waarop het kabinet keuzes maakt omtrent risico’s van technologische inmenging door buitenlandse bedrijven – zoals bij het weren van software van Kaspersky, de aangehouden exportvergunning van ASML en de beperkingen van leveranciers bij vitale infrastructuur rondom 5G – binnen een duidelijk kader horen plaats te vinden dat controleerbaar is voor de Kamer?
Het kabinet werkt aan het tegengaan van statelijke dreigingen, zoals gemeld in de brief aan uw Kamer.7 Het kabinet is zich bewust van nationale veiligheidsrisico’s bij zowel het inzetten van (producten of diensten) van bepaalde partijen, als investeringen vanuit bepaalde partijen in de vitale infrastructuur of bij ondernemingen die actief zijn op het gebied van hoogwaardige sensitieve technologie. Daarom werkt het kabinet onder andere aan een (landenneutrale) investeringstoets op nationale veiligheidsrisico’s.
Dit onderwerp en de in de vraag genoemde onderwerpen, vallen onder de verantwoordelijkheden van verschillende ministers. Zij zullen uw Kamer daarover op de gebruikelijke manier blijven informeren.
Is er een algemeen kader op basis waarop beslissingen tot (technologische) samenwerking met buitenlandse bedrijven die onder invloed staan van buitenlandse overheden gemaakt worden? Zo nee, waarom niet?
Nederlandse bedrijven en (kennis)instellingen die goederen of technologie ontwikkelen of produceren met zowel civiele als militaire toepassing (dual use technologie) zijn gehouden aan wet- en regelgeving op het gebied van exportcontrole. Indien (gevoelige) technologie wordt geëxporteerd die voorkomt op de lijsten van de gecontroleerde goederen en technologie van de EU Dual use Verordening (EUR428/2009) is een exportvergunning vereist. Universiteiten zijn ook gehouden aan wet- en regelgeving op het gebied van exportcontrole. Daarnaast werkt het kabinet aan een investeringstoets op nationale veiligheidsrisico’s. Naast aanbieders van vitale processen en vitale infrastructuur, worden ook bedrijven die werken op het gebied van hoogwaardige sensitieve technologie onder de reikwijdte hiervan gebracht. Voor deze categorie worden de bestaande multilaterale kaders voor exportcontrole zoals hierboven beschreven als uitgangspunt gehanteerd.
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
De impact van coronabeperkingen op visumverlening aan buitenlandse geliefden van Nederlanders |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Bram van Ojik (GL), Niels van den Berge (GL) |
|
Stef Blok (minister buitenlandse zaken) (VVD), Wouter Koolmees (minister sociale zaken en werkgelegenheid, viceminister-president ) (D66), Ferdinand Grapperhaus (minister justitie en veiligheid) (CDA) |
|
|
|
|
Kunt u een overzicht geven van Nederlandse ambassades en consulaten die door de uitbraak van COVID-19 niet meer bereikbaar zijn voor het afnemen van het basisexamen inburgering, inclusief (on)bereikbaarheid voor partners uit buurlanden waar het niet mogelijk is om het basisexamen inburgering af te leggen1?
Een overzicht van Nederlandse ambassades en consulaten-generaal die momenteel geen basisexamens inburgering kunnen faciliteren is beschikbaar maar dit overzicht is in beweging. Het aantal posten dat de consulaire dienstverlening uitbreidt, neemt dagelijks toe, maar soms resulteren lokale COVID-19 omstandigheden of -maatregelen er helaas ook in dat consulaire dienstverlening weer beperkt wordt. Van de Nederlandse posten waar het basisexamen inburgering buitenland kan worden afgelegd zijn op peildatum 18 september 2020 60 van de 76 posten (79%) beschikbaar voor het inplannen van een basisexamen inburgering.
De top 5 grootste «inburgeringsposten» zijn Rabat, Bangkok, Manilla, Jakarta en Accra. Deze posten faciliteren momenteel alle weer het basisexamen inburgering buitenland.
Kunt u een inschatting geven van het aantal Nederlandse staatsburgers dat op dit moment gedwongen wordt om gescheiden te leven van hun buitenlandse partner, omdat die het basisexamen inburgering in het buitenland niet af kan leggen en als gevolg daarvan geen machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in Nederland aan kan vragen?
Er is geen inzicht in cijfers van het aantal Nederlandse staatsburgers dat op dit moment gescheiden moet leven vanwege het niet kunnen afleggen van een basisexamen inburgering buitenland. Dit komt doordat het beoogde verblijfsdoel van de kandidaat niet opgegeven wordt bij aanmelding of het afleggen van het examen.
Ziet de regering mogelijkheden om – nu de inreisbeperkingen voor geliefden versoepeld zijn2 – het inburgeringsexamen voor deze geliefden via alternatieve routes mogelijk te maken, zoals bijvoorbeeld het online afnemen van inburgeringsexamens, tijdelijk op meer diplomatieke posten examens te organiseren of het bij uitzondering mogelijk maken na aankomst in Nederland in plaats van voor vertrek het basisexamen af te leggen?
De inreisbeperkingen voor geliefden in een lange afstandsrelatie zijn versoepeld voor verblijf niet langer dan 90 dagen3. Het basisexamen inburgering buitenland is echter bedoeld voor vreemdelingen die lang verblijf in Nederland beogen. Het met goed gevolg afleggen van het basisexamen is één van de vereisten voor het verkrijgen van een MVV en dient derhalve te worden meegenomen in de beoordeling van de MVV-aanvraag, welke plaatsvindt vóór vertrek naar Nederland.
Het na inreis in Nederland afleggen van het basisexamen inburgering buitenland is daarmee niet verenigbaar. Het online aanbieden van het basisexamen ziet het kabinet eveneens niet als optie, omdat het afleggen van het basisexamen toezicht vereist om examenfraude te voorkomen.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken kan de basisexamens alleen afnemen op posten die zijn uitgerust met speciale voor dit proces geschikte examen- en biometrie afname/registratie apparatuur. Niet alle consulaire afdelingen beschikken over deze faciliteiten en/of hebben voldoende ruimte en capaciteit om als zodanig in te richten. De diplomatieke vertegenwoordigingen die op dit proces zijn ingericht spannen zich maximaal in om de consulaire dienstverlening waar mogelijk te herstarten of op te schalen om consulaire klanten op de best mogelijke manier bij te staan. Beperkende omstandigheden, zoals de maatregelen die door lokale overheden zijn getroffen in de strijd tegen COVID-19, maken het echter niet altijd mogelijk deze (verder) uit te breiden.
Kunt u een overzicht geven van het aantal geannuleerde basisexamens inburgering in het buitenland sinds 18 maart 2020?
Volgens het registratiesysteem van DUO zijn in de periode van 18 maart tot en met 1 juni 2020 de afspraken van 612 inburgeringskandidaten geannuleerd. Sinds 2 juni 2020 zijn er ca. 4300 examenonderdelen4 afgenomen en zijn er tot 1 januari 2021 weer ca. 2800 examenonderdelen ingepland.
Kunt u een overzicht geven van Nederlandse ambassades en consulaten waarvan de consulaire dienstverlening door de uitbraak van COVID-19 niet of beperkt open is?
Een overzicht van Nederlandse ambassades en consulaten-generaal die nog geheel gesloten zijn voor reguliere consulaire dienstverlening vanwege COVID-19 maatregelen is beschikbaar maar dit overzicht is in beweging. Het aantal posten dat de consulaire dienstverlening uitbreidt, neemt dagelijks toe, maar soms resulteren lokale COVID-19 omstandigheden of maatregelen er helaas ook in dat consulaire dienstverlening weer beperkt wordt. Momenteel (peildatum 18 september 2020) zijn 92 van de 137 Nederlandse ambassades en consulaten open. 45 posten bieden vooralsnog geen- of beperkte reguliere consulaire dienstverlening en kunnen momenteel enkel urgente aanvragen behandelen.
Kunt u een inschatting geven van het aantal Nederlandse staatsburgers dat op dit moment gedwongen wordt om gescheiden te leven van hun buitenlandse partner, omdat die geen Schengen-visum aan kan vragen als gevolg van de sluiting van Nederlandse en andere Europese diplomatieke posten?3
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft geen inzicht in cijfers van het aantal Nederlandse staatsburgers dat op dit moment gescheiden moet leven vanwege het niet kunnen aanvragen van een Schengenvisum bij een Nederlandse of andere Europese ambassade.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken spant zich maximaal in om de consulaire dienstverlening, waar mogelijk te herstarten of op te schalen om consulaire klanten op de best mogelijke manier in deze moeilijke tijden bij te staan. De gezondheids-en veiligheidsmaatregelen die lokale overheden hebben getroffen (of door een verslechterde gezondheidssituatie opnieuw nemen) om het COVID-19 virus in te dammen, maken het niet altijd mogelijk om de reguliere consulaire dienstverlening aan te bieden. Binnen de omstandigheden van het desbetreffende land, wordt zo veel als mogelijk gefaciliteerd.
Daarnaast zijn door de EU-lidstaten de bestaande bilaterale Schengenvisumvertegenwoordigingsafspraken als gevolg van de Covid-19 pandemie tot nader order opgeschort. Wel zijn de lidstaten in de regel bereid, bij wijze van uitzondering en als de lokale situatie dat toestaat, op formeel verzoek van Nederland een visumaanvraag behorend tot de uitzonderingscategorieën op het EU-inreisverbod te faciliteren.
Ziet de regering mogelijkheden om – nu de inreisbeperkingen voor geliefden versoepeld zijn4 – het aanvragen van een Schengen-visum voor verblijf bij familie, waar nodig, via alternatieve routes mogelijk te maken?
Zie antwoord vraag 6.