Het opnieuw weggeven van Nederlands belastinggeld aan Gaza terwijl Hamas eerdere hulpgelden liet verdwijnen |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Hoeveel van de door de Europese Unie (EU) bijeengebrachte circa 883,6 miljoen euro voor Gaza wordt door Nederland opgehoest1 2? Kunt u dit bedrag exact noemen en aangeven op welke begrotingspost dit wordt gedekt?
De EUR 883,6 miljoen van het Team Gaza Initiative van de Europese Unie, is een bundeling van bilaterale bijdragen van individuele lidstaten en de Europese Unie (EU). Deze bijdragen betreffen financiële toezeggingen die ten minste doorlopen tot juli 2026, en geplande bijdragen vanuit ontwikkelingsbegrotingen die gericht zijn op vroegtijdig herstel. De steun moet te scharen zijn onder drie gestelde prioriteiten: 1. herstel van de toegang tot basisvoorzieningen op sociaal en economisch gebied, 2. rehabilitatie van de basisinfrastructuur voor sociale en economische dienstverlening, en 3. ondersteuning van door Palestijnen geleide bestuursinstellingen en -functies. Nederland heeft EUR 71 miljoen bijgedragen vanuit bestaande toezeggingen en reeds lopende programma’s die voldoen aan deze criteria. Dit behelst vanuit de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: 3 miljoen euro onder artikel 1.2, EUR 4.5 miljoen onder artikel 1.3,EUR 33 miljoen onder artikel 2.2, EUR 5 miljoen onder artikel 4.1 en EUR 24,5 miljoen voor artikel 4.3.
Bent u bekend met de publieke erkenning van Mahmoud al-Habbash, adviseur van de president van de Palestijnse Autoriteit, Abbas, dat eerdere hulpgelden voor Gaza via Hamas zijn ingezameld en vervolgens gewoon zijn «verdwenen»3?
Ja.
Erkent u het risico dat het geen hypothetisch scenario is dat ook dit nieuwe pakket van 900 miljoen euro4 in de zakken van Hamas verdwijnt, maar een patroon dat door de eigen topadviseur van Abbas zelf is bevestigd5? Zo nee, op basis van welke harde garantie meent u dat het dit keer wel goed gaat?
Binnen het Team Gaza Initiative zijn individuele lidstaten en de Europese Commissie verantwoordelijk voor due diligencevoor hun eigen projecten en financiering. Alle EU-lidstaten onderschrijven de Europese Consensus over Humanitaire Hulp6, alsook de Good Humanitarian Donorship (GHD) Principles7, waar het belang van deze processen onderschreven wordt.
Na de gebeurtenissen op 7 oktober 2023 zijn de due diligence-processen die ervoor moeten waken dat Nederlands geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties tegen het licht gehouden. Daaruit bleek dat er geen signalen zijn dat geld voor Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen en dat de processen op orde zijn, zoals gesteld in de brief die op 11 oktober 2023 met de Kamer is gedeeld, alsook in de beantwoording op de reeds gestelde Kamervragen door Groep Markuszower.8, 9
Het kabinet besluit altijd zorgvuldig om bepaalde organisaties te financieren, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Dit assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Organisaties waarmee Nederland samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van onder meer de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties. Nederlandse hulpgelden kunnen niet zomaar verdwijnen. Er worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluatie en audits van activiteiten met Nederlandse steun.
De context in Gaza is bijzonder complex en gevaarlijk voor noodhulporganisaties. De door Israël opgelegde beperkingen bemoeilijken de invoer en distributie van hulp, en de aanwezigheid van Hamas en andere gewapende groepen en criminele bendes vormt een extra complicatie voor de veilige, ordentelijke distributie van hulp. Het kabinet staat in nauw contact met de professionele humanitaire partners over de distributie van hulp en de uitdagingen hierbij. Het kabinet is bekend met signalen dat Hamas een kwalijke rol speelt wat betreft de catastrofale humanitaire situatie in Gaza en dat de organisatie de voedseldistributie verstoort. Zo spreekt de plaatsvervangend VN-coördinator voor het Midden-Oosten Vredesproces, Ramiz Alakbarov, in een statement van intimidatie, geweld en belemmering, waaronder smokkelpogingen en het doelbewust aanvallen en misbruiken van humanitaire operaties.
Robuuste due dilligence procedures moeten ervoor waken dat Nederlands geld niet ten goede komt aan terroristische organisaties. Hoewel deze geen volledige garanties bieden helpen ze wel om risico’s te minimaliseren. Het kabinet heeft daarnaast vertrouwen in het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke omstandigheden, zoals die als Gaza, waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Het kabinet hanteert een zero-tolerance for inaction beleid ten aanzien van misbruik van financiële middelen. Als uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andersoortige malversaties, dan treedt het kabinet daartegen op. Het kabinet informeert de Kamer altijd via de geëigende procedures over malversaties en ontvreemding van hulp.
Kunt u concreet, met naam en toenaam, aangeven welke «vertrouwde partners» dit geld gaan beheren en welk sluitend controlemechanisme uitsluit dat ook maar één euro bij Hamas of aan Hamas gelieerde structuren terechtkomt6? Zo u dat niet kunt, erkent u dan dat dit pakket in de praktijk een blanco cheque is aan een terreurorganisatie?
Zoals gesteld in vraag 3, neemt het kabinet de beslissing om bepaalde organisaties te financieren altijd zorgvuldig, waarbij de verschillende due diligence-processen gevolgd worden. De bestaande financiering die Nederland heeft aangedragen voor het Team Gaza Initiative, wordt ingezet door vertrouwde partners waarmee Nederland veelvuldig en in verschillende contexten samenwerkt. Het gaat hier o.a. over verscheidene VN-organisaties. Voornaamste lopende bijdragen zijn aan UNICEF, UNDP, Wereldbank en Mercy Corps voor projecten gericht op watervoorziening, landbouw en voedsel en rechtstaatsopbouw.
Waarom blijft u, ondanks jarenlange en nu ook door de Palestijnse Autoriteit zelf bevestigde verduistering van hulpgelden door Hamas7, keer op keer Nederlands belastinggeld toezeggen aan dit soort ondoorzichtige constructies?
Het kabinet verwerpt de aantijging dat het belastinggeld toezegt aan ondoorzichtige constructies.
Bent u bereid de Nederlandse bijdrage aan dit pakket per direct stop te zetten nu vaststaat dat eerdere hulpgelden voor Gaza structureel in handen van Hamas zijn verdwenen? Erkent u dat ontwikkelingshulp aan het buitenland direct zou moeten worden afgeschaft en dat Nederlands belastinggeld uitsluitend aan de eigen bevolking moet worden besteed, bijvoorbeeld aan zorg, veiligheid en koopkracht, in plaats van aan buitenlandse bandieten en corrupte regimes? Zo nee, waarom vindt u het financieren van buitenlandse bandieten belangrijker dan het besteden van belastinggeld aan Nederlanders?
Zie bovenstaande beantwoording. Hulp aan mensen in nood is sinds jaar en dag een bepalend onderdeel van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Deze heeft breed draagvlak in de samenleving, uit solidariteit en verlicht eigenbelang.
Gaza verkeert nog steeds in een uiterst ernstige humanitaire crisis, waarbij voedselonzekerheid, gebrekkige toegang tot schoon water, massale ontheemding, de verwoesting van de gezondheidszorg en voortdurende veiligheidsrisico's elkaar versterken. Bijna alle Palestijnen in Gaza zijn afhankelijk van humanitaire hulp. Zonder humanitaire hulp zouden 1,9 miljoen mensen in Gaza te maken krijgen met ernstige voedselnood. Het kabinet gaat deze hulp niet stopzetten.
Het nieuwsbericht “Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»?1
Ja
Heeft u kennisgenomen van de eerdere schriftelijke vragen die ik over de situatie rond Ter Apel heb gesteld?
Ja
Waarom moet de Kamer via de media vernemen dat de situatie in Ter Apel zo ernstig is dat zelfs het Rode Kruis en VluchtelingenWerk zich hebben teruggetrokken? Waarom bent u hierover niet uit eigen beweging naar de Kamer gekomen?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd.2 In de afgelopen periode is de druk op de opvang verder toegenomen door een landelijk tekort aan opvangplekken. Om die reden heeft het COA op 20 mei jl. moeten besluiten over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel. Door deze gecontroleerde toegang is de situatie ontstaan dat asielzoekers die niet in aanmerking komen voor opvang op grond van de kwetsbaarheidstoets tijdelijk op het voorterrein bij de opvanglocatie verblijven. Zij worden wel geregistreerd. Op het voorterrein hebben zich in de afgelopen periode verschillende incidenten voorgedaan, de maatregelen die werden genomen hebben niet gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterde. Om die reden heb ik aanvullende maatregelen genomen. Over deze maatregelen heb ik uw Kamer op maandag 13 juli jl. geïnformeerd.
Hoe lang bent u er al mee bekend dat er dit soort ernstige incidenten – geweld, steekpartijen, wapenbezit – spelen in en rond Ter Apel? Sinds welk moment precies?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd.3
Kunt u een volledig overzicht geven van alle geweld- en overlastincidenten in en rond het aanmeldcentrum Ter Apel in 2026, uitgesplitst naar aard van het incident (mishandeling, bedreiging, wapenbezit, steekincident, vernieling, et cetera)?
Jaarlijks publiceert het COA een overzicht van alle incidenten in de opvanglocaties, waaronder Ter Apel Voor een cijfermatig overzicht van het aantal verdachtenregistraties van COA-bewoners en de strafrechtelijke afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwijs ik naar de zogeheten Incidentenmonitor van het WODC. Op 2 juli jl. is de rapportage over 2019–2025 door het WODC gepubliceerd en naar de Kamer gestuurd.4
Hoe is de situatie bij de overige asielzoekerscentra in Nederland? Kunt u per locatie een overzicht geven van het aantal geweld- en overlastincidenten in 2026?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid ervoor te zorgen dat voortaan bij álle strafbare feiten die door asielzoekers worden gepleegd aangifte wordt gedaan en vervolging plaatsvindt? Zo nee, waarom niet?
Indien sprake is van strafbare feiten of vermoedens daarvan, doet het COA melding en/of aangifte bij de politie, of adviseert bewoners zelf om melding en/of aangifte te doen. COA blijft het doen van aangifte stimuleren zodat daadwerkelijk strafrechtelijke opvolging kan plaatsvinden.
Hoe vaak worden op dit moment strafbare feiten door asielzoekers gepleegd zonder dat daarvan aangifte wordt gedaan? Kunt u dit in cijfers uitdrukken, en zo nee, waarom houdt u dit niet bij?
Voor een cijfermatig overzicht van het aantal verdachtenregistraties van COA-bewoners en de strafrechtelijke afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwijs ik naar de zogeheten Incidentenmonitor van het WODC. Op 2 juli jl. is de rapportage over 2019–2025 door het WODC gepubliceerd.5
Bent u bereid de Kamer voortaan proactief en periodiek te informeren over strafbare feiten die door asielzoekers worden gepleegd? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 8.
De vechtpartijen op het voorterrein van Ter Apel na het vertrek van het Rode Kruis |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten over de vechtpartijen op voorterrein Ter Apel op de eerste avond zonder Rode Kruis?1 2 3
Ja.
Kunt u bevestigen dat er op de eerste avond nadat het Rode Kruis en VluchtelingenWerk hun hulpverlening op het voorterrein van Ter Apel hebben gestaakt, meerdere opstootjes en vechtpartijen hebben plaatsgevonden tussen een groep mannen en vluchtelingen uit het aanmeldcentrum?
De afgelopen weken, ook voordat het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk op vrijdagavond 10 juli hun hulpverlening op het voorterrein van Ter Apel tijdelijk hebben neergelegd, hebben zich helaas verschillende incidenten voorgedaan.
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen om te komen tot een situatie waarin iedereen op een veilige manier zijn werk en taken kan uitvoeren, waar ik uw Kamer bij brief van 13 juli over heb geïnformeerd.4
Bent u het eens met de stelling dat het feit dat er, direct na het vertrek van hulporganisaties, al vechtpartijen uitbreken, precies bevestigt waarvoor al langer werd gewaarschuwd, namelijk dat de veiligheidssituatie in Ter Apel volstrekt onhoudbaar is geworden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u bevestigen of beveiligers en agenten bij elke confrontatie hebben ingegrepen, en zo niet, waarom niet in alle gevallen is ingegrepen?
In de eerste twee weken van juli zijn elf aanhoudingen verricht. Een deel van de verdachten waren eerder bekend bij de politie.
Zijn er naar aanleiding van deze vechtpartijen arrestaties verricht? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit alsnog te (laten) onderzoeken?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u het eens met de stelling dat de beslissing van het Rode Kruis en VluchtelingenWerk om zich terug te trekken, na twee steekincidenten in twee dagen tijd, een ernstig signaal is dat het kabinet al veel eerder had moeten oppakken? Zo nee, waarom niet?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Om te komen tot structurele oplossingen zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang. Het is hierbij cruciaal dat eenieder in veiligheid het werk uit kan voeren.
Kunt u aangeven welke concrete maatregelen er sinds het vertrek van deze hulporganisaties zijn genomen om de veiligheid van medewerkers, beveiligers en asielzoekers op het voorterrein te waarborgen?
Voor wat betreft de concrete maateregelen die ik heb genomen verwijs ik naar mijn brief5 aan uw Kamer van 13 juli jl. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet.
Bent u het eens met de stelling dat het onacceptabel is dat een kleine groep mensen met weinig kans op asiel, zoals VluchtelingenWerk zelf aangeeft, verantwoordelijk is voor een dusdanig onveilige situatie dat hulporganisaties zich genoodzaakt zien te vertrekken? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Bent u bereid deze groep overlastgevers met voorrang uit te zetten of in vreemdelingenbewaring te plaatsen, in plaats van het probleem te laten voortduren op kosten van de veiligheid van al het personeel op het voorterrein?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Erkent u nu eindelijk dat er sprake is van een asielcrisis, en bent u bereid de grenzen te sluiten? Zo nee, waarom niet?
De inzet van de aanpak van overlast is helder: negatief gedrag niet tolereren en normerend optreden. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarbij ben ik bereid om alle juridische ruimte te gebruiken, maar zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte om de grenzen te sluiten.
Het bericht Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»?1
Ja.
Heeft u kennisgenomen van de eerdere schriftelijke vragen die ik over de situatie rond Ter Apel heb gesteld?
Ja.
Bent u bereid direct in te grijpen, alle misdragende asielzoekers onmiddellijk op te pakken, vast te zetten en uit te zetten, de orde te handhaven bij alle asielzoekerscentra en per direct een totale asielstop in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Bij brief van 13 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de extra maatregelen naar aanleiding van de situatie in Ter Apel.2 Wanneer asielzoekers onherroepelijk veroordeeld zijn voor een misdrijf, beoordeelt de IND altijd of dit ook verblijfsrechtelijke gevolgen heeft. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verblijfsduur van de vreemdeling en de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Na een weigering of intrekking van de verblijfsvergunning door de IND start de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) het terugkeerproces. Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarnaast blijf ik mij inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Het nieuwsbericht “Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Deelt u de opvatting dat asielzoekers in Nederland te gast zijn en dat van gasten mag worden verwacht dat zij zich gedragen, zich aan onze regels houden en de veiligheid van anderen niet in gevaar brengen? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Deelt u de opvatting dat mensen die werkelijk op de vlucht zijn voor oorlog en geweld dankbaar behoren te zijn voor de bescherming en opvang die Nederland hun biedt en dat de dagelijkse vechtpartijen, intimidatie en wapengeweld rond Ter Apel daar volstrekt haaks op staan? Zo nee, waarom niet?
Mensen die in Nederland asiel aanvragen hebben recht op opvang. Daarnaast is het bieden van bescherming aan vreemdelingen op de vlucht voor oorlog en geweld een wettelijke en humanitaire verplichting. Dit mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en veiligheid. Overlast, in welke vorm dan ook, wordt niet getolereerd.
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»1, waarin een asielzoeker die zelf in de opvang verblijft verklaart dat er élke dag wordt gevochten? Erkent u dat dit geen incident is, maar de dagelijkse realiteit van de asielopvang is geworden? Zo nee, waarom niet?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd2. In de afgelopen periode is de druk op de opvang verder toegenomen door een landelijk tekort aan opvangplekken. Om die reden heeft het COA op 20 mei jl. moeten besluiten over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel. Door deze gecontroleerde toegang is de situatie ontstaan dat asielzoekers die niet in aanmerking komen voor opvang op grond van de kwetsbaarheidstoets tijdelijk op het voorterrein bij de opvanglocatie verblijven. Zij worden wel geregistreerd. Op het voorterrein hebben zich in de afgelopen periode verschillende incidenten voorgedaan, de maatregelen die werden genomen hebben niet gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterde. Om die reden heb ik aanvullende maatregelen genomen. Over deze maatregelen heb ik uw Kamer op 13 juli per brief geïnformeerd.
Wat is uw reactie op het feit dat de politie de afgelopen week meerdere steekincidenten in Ter Apel meldde en dat er volgens het Rode Kruis ook buiten de hekken opstootjes zijn geweest?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen.
Beseft u dat het Rode Kruis – een organisatie die normaal juist actief is in ramp- en oorlogsgebieden – zich vanwege de onveiligheid heeft teruggetrokken van het voorterrein, en dat kort daarna ook VluchtelingenWerk vertrok? Wat zegt het volgens u over de staat van het Nederlandse asielsysteem dat zelfs een noodhulporganisatie de opvang hier te gevaarlijk vindt? Zo u dit niet veelzeggend acht, waarom niet?
Ik betreur het feit dat de situatie is ontstaan dat de hulpverleners van het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk Nederland zich niet langer veilig voelden en hun werk op het voorterrein tijdelijk moesten stopzetten. Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen om de veiligheid van hulpverleners, medewerkers en bewoners te borgen. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Kunt u aangeven of soortgelijke veiligheidsproblemen – dagelijks geweld, steekincidenten en het terugtrekken van hulporganisaties wegens onveiligheid – zich ook voordoen bij aanmeld- en opvangcentra in andere Europese landen, of is de situatie in Ter Apel uitzonderlijk? Kunt u dit onderbouwen met concrete voorbeelden en cijfers uit vergelijkbare landen?
Overlast en daarmee samenhangende veiligheidsproblemen zijn niet uniek voor Nederland.3 Exacte cijfers per land zijn niet te geven, onder meer vanwege de verschillende wijze van registreren en openbaar rapporteren.
Indien blijkt dat andere landen met een strenger toelatings-, screenings- en terugkeerbeleid minder van dit soort geweld en overlast kennen, welke conclusie verbindt u daaraan voor het Nederlandse beleid? Zo u daaraan geen conclusie verbindt, waarom niet?
Met de ingang van het Europees Asiel – en Migratiepact op 12 juni jl. zijn nieuwe regels in werking getreden. Het pact is opgesteld om op eenduidige wijze illegale immigratie tegen te gaan en bestaat uit verschillende verordeningen en een richtlijn die zorgen voor een strenger toelatings-, screenings- en terugkeerbeleid binnen de EU-lidstaten. Ik ben ervan overtuigd dat dit meehelpt om te komen tot meer grip op migratie door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen.
Deelt u de analyse dat het volledig ontsporen van de veiligheid het directe gevolg is van de massale, ongecontroleerde instroom en dat het aanmeldcentrum sinds half mei zó overvol is dat mensen buiten op het voorterrein moeten verblijven? Zo nee, waarom niet?
Nee, het COA heeft op 20 mei jl. het besluit moeten nemen om over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel, vanwege de aanhoudende druk op deze locatie door het tekort aan opvangplekken. Hierdoor is het niet mogelijk om asielzoekers vanuit Ter Apel voldoende door te laten stromen naar locaties elders in Nederland. Tegelijkertijd blijf ik me inzetten om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen.
Klopt het dat een deel van de aanwezigen kampt met zware mentale problematiek, zoals in het artikel wordt beschreven, en dat deze personen tussen de overige bewoners worden geplaatst? Kunt u aangeven welke screening op psychische gesteldheid plaatsvindt vóórdat iemand tot de opvang en de asielprocedure wordt toegelaten en hoe vaak dergelijke personen betrokken zijn bij geweld?
Zoals ik heb aangegeven in mijn brief van maandag 13 juli jl. worden asielzoekers die net aankomen in Ter Apel overdag opgevangen in het (voormalig) DISA-pand van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) op het aanmeldterrein4 5. Hiermee wordt voorkomen dat zij in onveiligheid verkeren vanwege overlast door anderen. Deze dagopvang is daarmee bedoeld voor asielzoekers die als gevolg van de gecontroleerde toegang in Ter Apel nog geen opvangplek bij het COA krijgen. Dit heeft als resultaat dat asielzoekers die aankomen in Ter Apel niet op het voorterrein zullen verblijven, maar in- en bij het DISA-pand dat op een apart deel van het terrein gevestigd is.
Bij aankomst in Nederland vindt, voor de toelating tot de asielprocedure en opvang, geen uitgebreide screening op de algemene psychische gesteldheid plaats. Er wordt wel gescreend op openbare orde/veiligheid (door de IND) en op specifieke infectieziekten zoals tuberculose. Na toelating tot de opvang beoordeelt het COA of acute medische of psychische zorg noodzakelijk is. Er wordt niet bijgehouden hoeveel mensen met een psychische aandoening overlast veroorzaken.
Wat voor mensen laat Nederland op dit moment eigenlijk binnen? Is er, voordat iemand wordt opgevangen, deugdelijk zicht op identiteit, achtergrond, strafblad en psychische gesteldheid, of gebeurt toelating grotendeels op vertrouwen en op basis van niet-verifieerbare verklaringen? Zo er onvoldoende zicht is, acht u dat aanvaardbaar, en waarom?
De screening van asielzoekers bestaat uit vier hoofdonderdelen: een identiteitsvaststelling en registratie, een veiligheids- en antecedentenonderzoek, een gezondheidscheck en een beoordeling op kwetsbaarheid. De gezondheidscheck wordt uitgevoerd door de Geneeskundige Zorg Asielzoekers (GZA) om de volksgezondheid te beschermen, hierbij valt te denken aan een TBC-onderzoek. Bij de beoordeling op kwetsbaarheid wordt gekeken of de asielzoeker extra zorg of begeleiding nodig heeft tijdens de procedure en opvang. Dit kan gelden voor minderjarigen (alleenstaand of met familie), zwangere vrouwen, slachtoffers van mensenhandel of mensen met zware gezondheidsproblemen. Na toelating tot de opvang beoordeelt het COA of acute medische of psychische zorg noodzakelijk is.
Met invoering van het Migratiepact is de screening van vreemdelingen die in Ter Apel asiel aanvragen bij de IND ondergebracht. Tijdens de screening wordt ook informatie opgehaald ter voorbereiding van de behandeling van de asielaanvraag.
Wat is uw reactie op de verklaring van een voormalige beveiliger van Ter Apel, die vertelt dat hij aanvankelijk medelijden had, maar na enkele weken concludeerde «dit hoort hier niet thuis», en tijdens een nachtdienst alleen tegenover vijf agressieve bewoners stond? Deelt u de opvatting dat de overheid volstrekt tekortschiet in de bescherming van haar eigen personeel en hulpverleners? Zo nee, waarom niet?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Juist om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Uw Kamer is hierover op maandag 13 juli jl. geïnformeerd.
Als asielzoekers zich nú al, in de allereerste fase van hun verblijf, structureel misdragen met geweld en wapens, wat is dan uw verwachting voor hun gedrag wanneer zij straks in gemeenten en wijken worden gehuisvest? Deelt u de vrees dat dit een voorbode is van problemen die zich via de Spreidingswet over heel Nederland zullen verspreiden? Zo nee, waarom niet?
De overlast op het voorterrein in Ter Apel werd veroorzaakt door een relatief kleine groep mensen, vaak met een kansarme asielaanvraag, die op de locatie Ter Apel verbleef of mensen van elders zonder een asielaanvraag. Het is niet de verwachting dat deze mensen in aanmerking komen voor een inwilliging van de asielaanvraag. Asielzoekers met een afwijzing van de asielaanvraag dienen terug te keren naar het land van herkomst en zullen niet gehuisvest worden in de gemeenten. Asielzoekers met een kansarme aanvraag worden met voorrang afgehandeld in de versnelde asielprocedure.
Deelt u de conclusie dat de politie er niet in is geslaagd de veiligheid rond Ter Apel te waarborgen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid onmiddellijk extra ME (Mobiele Eenheid), marechaussee en beveiliging permanent te stationeren? Zo nee, waarom niet?
In de afgelopen zeven weken hebben verschillende incidenten plaatsgevonden op het voorterrein in Ter Apel. De overlast werd veroorzaakt door een kleine groep mensen, vaak met een kansarme asielaanvraag, die op de locatie Ter Apel verbleef of mensen van elders zonder een asielaanvraag.
Er zijn verschillende maatregelen genomen om de veiligheid van de hulpverleners, medewerkers en asielzoekers te kunnen borgen.Dit heeft er helaas niet voor gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterd is. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Uw Kamer is hierover op maandag 13 juli jl. geïnformeerd. Vanzelfsprekend blijf ik hier strak op toezien en staat mijn departement in nauw contact met alle ketenpartners.
Bent u bereid onmiddellijk een asielstop in te voeren, te beginnen bij Ter Apel, totdat de veiligheid volledig is gegarandeerd en er deugdelijke screening plaatsvindt van wie hier wordt toegelaten? Zo nee, waarom niet?
Bij brief van 13 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de extra maatregelen naar aanleiding van de situatie in Ter Apel. Wanneer asielzoekers onherroepelijk veroordeeld zijn voor een misdrijf, beoordeelt de IND altijd of dit ook verblijfsrechtelijke gevolgen heeft. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verblijfsduur van de vreemdeling en de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Na een weigering of intrekking van de verblijfsvergunning door de IND start de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) het terugkeerproces. Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarnaast blijf ik mij inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Bent u bereid asielzoekers die betrokken zijn bij geweld, wapenbezit of vechtpartijen per direct in vreemdelingenbewaring te plaatsen, hun aanvraag af te wijzen op grond van openbare orde, en hen versneld uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Hoeveel van de betrokkenen bij deze incidenten verblijven illegaal in Nederland, hebben al een afwijzing gehad, of hadden allang uitgezet moeten zijn? Kunt u dit exact per categorie uitsplitsen?
Die gegevens worden niet als zodanig categorisch geregistreerd bij de aanhouding voor een strafbaar feit en zijn daarom niet systematisch te herleiden. De politie registreert bij een strafbaar feit in de regel identiteitsgegevens (zoals naam, geboortedatum, nationaliteit) en zaakgegevens. De politie registreert hierbij niet of de betreffende persoon een asielzoeker is. Verblijfsrechtelijke informatie wordt geraadpleegd en vastgelegd als dat noodzakelijk is voor het doel van het onderzoek of voor vreemdelingentoezicht. In zulke gevallen wordt de AVIM betrokken en kan afstemming met IND plaatsvinden.
Bent u bereid deze vragen, gezien de acute veiligheidsdreiging, binnen een week te beantwoorden en op zeer korte termijn een spoeddebat met de Kamer te voeren over de ineenstorting van de openbare orde rond Ter Apel? Zo nee, waarom niet?
De gestelde vragen in deze set zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Het bericht “Ondernemers investeren minder door stijgende kosten en onzekerheid” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Herbert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ondernemers investeren minder door stijgende kosten en onzekerheid»?1
Ja.
Bent u zich ervan bewust dat het midden- en kleinbedrijf (mkb) goed is voor ongeveer twee derde van de toegevoegde waarde en driekwart van de werkgelegenheid in Nederland2, en onderschrijft u dat een kabinet dat dit fundament laat verzwakken daarmee de kern van de Nederlandse economie op het spel zet?
Het kabinet erkent dat het midden- en kleinbedrijf (mkb), dat een cruciale bijdrage levert aan onze welvaart, momenteel kampt met hoge lasten, toenemende regeldruk en beleidsonzekerheid. Uit het in het artikel genoemde onderzoek, overige onderzoeken en signalen uit het veld blijkt dat deze factoren ertoe leiden dat ondernemers investeringen uitstellen.
Het is onze opgave om te zorgen voor een stabiel en stimulerend ondernemings- en investeringsklimaat. Het kabinet is daarom actief bezig met het aanpakken van deze knelpunten en het verbeteren van het ondernemingsklimaat.
Via onder andere de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) en Qredits verbeter ik de toegang tot financiering voor het mkb. Daarnaast houdt het kabinet belangrijke fiscale regelingen, zoals de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO), stabiel om innovatie te blijven stimuleren. Deze regeling wordt door veel mkb’ers gebruikt. Hiermee versterk ik het fundament van het mkb in Nederland. Ook heb ik oog voor de regeldruk voor mkb’ers.
Het kabinet richt zich ook op het verhogen van de arbeidsproductiviteit van het mkb. Hiervoor wordt bijvoorbeeld, in samenwerking met de provincies en de Europese Commissie, ruim 27 miljoen euro beschikbaar gesteld voor advies en ondersteuning via de European Digital Innovation Hubs (EDIH’s). Daarnaast wordt een Productiviteitsraad ingesteld om verdere stappen te zetten op dit vlak en heeft het kabinet net zijn tweede productiviteitsagenda naar u gestuurd.3 De Productiviteitsraad zal, conform het instellingsbesluit, specifiek aandacht besteden aan het mkb in zijn adviezen.
Het kabinet is zich ervan bewust dat het mkb, boven de bestaande uitdagingen, te maken kan krijgen met extra uitdagingen als gevolg van geopolitieke omstandigheden, zoals hoge brandstofprijzen. Om bedrijven hierbij te ondersteunen, heeft het kabinet tijdelijk de vrachtwagenheffing en de motorrijtuigenbelasting voor vracht- en bestelwagens verlaagd. Om gezonde bedrijven betere toegang tot financiering te bieden, verruimt het kabinet de BMKB, met o.a. een hoger garantiepercentage. Daarnaast introduceert het kabinet voordeligere financieringsmogelijkheden voor duurzame investeringen via Qredits.
Erkent u dat de combinatie van stapelende regels, milieueisen en een hoge belastingdruk ertoe leidt dat een groep die driekwart van de banen in dit land verzorgt, massaal investeringen uitstelt? Bent u bereid deze regel- en lastendruk substantieel te verlagen? Zo nee, waarom niet?
Ondernemers noemen regeldruk vaak als één van de grootste knelpunten in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Hoewel de bedoelingen achter regels goed zijn, kunnen ze in de praktijk te veel worden, ingewikkeld zijn of niet goed op elkaar aansluiten. Dit kost ondernemers tijd en geld, leidt tot frustraties en vermindert het plezier in het ondernemen.
Het kabinet werkt daarom aan een structurele verlaging van de regeldruk. In dat kader heeft het kabinet zichzelf het ambitieuze doel gesteld om jaarlijks minimaal 500 regels voor bedrijven, professionals en burgers te schrappen of te vereenvoudigen. Met het oog op deze inzet heeft het kabinet de ministeriële Taskforce Slagvaardige Overheid ingericht die de noodzakelijke verandering aanjaagt en aanstuurt om met het gehele kabinet te werken aan het fundamenteel vereenvoudigen van beleid en regelgeving. De verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de vereenvoudigingsopgave en daarmee ook voor de coördinatie van deze jaarlijkse doelstelling ligt bij de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid. Als Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) blijf ik verantwoordelijk voor het verminderen van de regeldruk voor het bedrijfsleven. Daarom voer ik nieuwe MKB-indicatorbedrijvenonderzoeken uit om knelpunten beter in beeld te brengen en gerichter aan te pakken. Zo komen op korte termijn de uitkomsten beschikbaar van de onderzoeken naar de sectoren Groene en Circulaire bedrijvigheid, Maritiem en Schoonmaak. Hierover bent u recent geïnformeerd.4
Bij toekomstige fiscale wijzigingen blijft het kabinet oog houden voor de lastenontwikkeling van het mkb.
Bent u bereid te (laten) onderzoeken of ondernemen buiten Nederland – in andere EU-lidstaten én daarbuiten – qua belastingdruk, regeldruk en snelheid van vergunningverlening daadwerkelijk aantrekkelijker is geworden, mede gezien signalen van VNO-NCW en MKB-Nederland dat het Nederlandse vestigingsklimaat verslechtert en Nederland is gezakt op de ranglijst van aantrekkelijkste investeringslanden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bekend met de kritiek dat de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) de afgelopen jaren stapsgewijs is versoberd, waardoor bedrijfsoverdracht aan de volgende generatie fiscaal onaantrekkelijker is geworden, en bent u bereid dit te heroverwegen? Zo nee, waarom niet?
Ik houd al jaarlijks een vinger aan de pols met de Monitor Ondernemingsklimaat. Met deze monitor houd ik onder meer in de gaten hoe ondernemers denken over het ondernemingsklimaat en wat de grootste knelpunten voor ondernemers zijn, in hoeverre bedrijven overwegen om bedrijfsactiviteiten naar het buitenland te verplaatsen en hoe Nederland het doet op belangrijke ranglijsten. De meest recente monitor laat zien dat voor ondernemers de belangrijkste uitdagingen liggen op het gebied van voorspelbaarheid van beleid en politieke stabiliteit, het sentiment over het bedrijfsleven, verschillende vormen van schaarste – waarbij arbeid en energie momenteel het zwaarste wegen – en de ervaren regeldruk. Ik heb u afgelopen 9 december 2025 over de uitkomsten hiervan geïnformeerd.5
Nederland is in de laatste editie van de jaarlijkse World Competitiveness Ranking – een veelgebruikte ranglijst voor het concurrentievermogen van landen, opgesteld door het International Institute for Management Development (IMD) – gestegen van plek 10 naar plek 8. Dat is goed nieuws, maar maakt niet dat we nu minder hard gaan werken aan het verbeteren van randvoorwaarden die voor ondernemers belangrijk zijn.
Bent u bereid een fundamentele schoning van regels en fiscale lasten voor het mkb door te voeren, in plaats van ondernemers die twee derde van onze welvaart creëren verder te belasten en te reguleren, om te voorkomen dat Nederland hen definitief verliest aan het buitenland? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft met verschillende wijzigingen in de BOR de doelmatigheid van de regeling verbeterd en onbedoeld gebruik verkleind, waarbij de regeling voor een belangrijk deel overeind is gebleven. De BOR voorziet nog steeds in een ruime vrijstelling van schenk- en erfbelasting bij de overnemer van een onderneming, zodat voorkomen wordt dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt door belastingheffing, waarvoor mogelijk liquide middelen aan de onderneming zouden worden onttrokken. In het coalitieakkoord is aangekondigd dat de BOR in zijn huidige vorm wordt voortgezet.
De dood van Karin in Nieuw-Vennep en de gevaren van open grenzen |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de gewelddadige dood van Karin (59), medewerkster van ABN AMRO, die op 30 maart jl. is omgekomen op een parkeerplaats bij het station in Nieuw-Vennep?1
Klopt het dat de verdachte, Adil Q. (36), de Italiaanse nationaliteit heeft, dat hij al eerder – rond 12 maart – is aangehouden voor winkeldiefstal, en dat hij ook betrokken was bij een mishandelingszaak in Amsterdam?
Deelt u de mening dat het volstrekt onbegrijpelijk is dat iemand die al meerdere keren met justitie in aanraking is gekomen en kampt met ernstige psychiatrische problematiek, gewoon vrij door Nederland kon blijven rondlopen totdat hij een vrouw het leven benam? Zo nee, waarom niet?
Was bij de Nederlandse autoriteiten bekend dat de verdachte in zijn land van herkomst behandeling voor zijn psychiatrische problematiek heeft geweigerd? Zo ja, waarom is hier destijds niets mee gedaan? Zo nee, hoe kan het dat zulke cruciale informatie niet beschikbaar was?
Is naar aanleiding van de aanhouding voor winkeldiefstal begin maart een risico-inschatting gemaakt over mogelijk gevaar voor de openbare orde en veiligheid? Zo ja, wat was de uitkomst en waarom is deze man dan niet direct aangepakt? Zo nee, deelt u de mening dat dit een ernstig gebrek aan alertheid van politie en justitie blootlegt?
Deelt u de conclusie dat dit drama een zoveelste voorbeeld is van hoe het vrije verkeer van personen binnen de EU – zonder verplichte, uniforme uitwisseling van strafrechtelijke en psychiatrische gegevens – de veiligheid van Nederlanders in gevaar brengt? Zo nee, hoe verklaart u dan dat deze man ondanks een strafblad gewoon in Nederland kon wonen en werken?
Bent u bereid zich in Brussel hard te maken voor een verplichte uitwisseling van strafrechtelijke gegevens tussen EU-lidstaten, zodat dit soort zaken niet buiten beeld blijven van de Nederlandse autoriteiten? Zo nee, hoe lang moeten Nederlandse vrouwen als Karin nog de prijs betalen voor dit gebrek aan grip op onze grenzen?
Deelt u de mening dat politie en Openbaar Ministerie in hun eigen berichtgeving open en duidelijk moeten zijn over relevante achtergrondkenmerken van verdachten, zoals nationaliteit en strafrechtelijk verleden, in plaats van dit te verhullen achter algemene termen als «arbeidsmigrant»? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om buitenlanders, inclusief EU-burgers, met criminele antecedenten direct na hun (laatste) veroordeling of aanhouding ons land uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Kunt u een overzicht geven van het aantal geweldsmisdrijven in de afgelopen vijf jaar waarbij EU-arbeidsmigranten met een strafblad en/of bekende psychiatrische problematiek betrokken waren? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit alsnog in kaart te brengen?
Op welke termijn kunt u de Kamer nader informeren over deze zaak en over concrete maatregelen om herhaling te voorkomen?
Het bericht “Grote meerderheid Nederlanders vindt dat politie gezagsprobleem heeft” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Grote meerderheid Nederlanders vindt dat politie gezagsprobleem heeft», waaruit blijkt dat 84% van de Nederlanders vindt dat de politie een gezagsprobleem heeft en 87% vindt dat harder moet worden opgetreden bij overtredingen en misdrijven?1
Hoe beoordeelt u deze cijfers, mede in het licht van de recente ongeregeldheden na voetbalwedstrijden van Marokko, waarbij de politie moest ingrijpen?
Deelt u de conclusie dat het overgrote deel van de bevolking het gezag van de politie in het geding ziet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit gezag te herstellen?
Kunt u aangeven in hoeverre eerdere incidenten van openbare-ordeverstoringen na voetbalinterlands zijn geëvalueerd, en welke lessen daaruit zijn getrokken voor de aanpak van vergelijkbare ongeregeldheden in de toekomst?
Klopt het dat de politie in bepaalde wijken en steden terughoudend is met optreden of bepaalde gebieden mijdt? Zo ja, in welke steden en gebieden? Sinds wanneer is dit beleid of deze praktijk aan de orde, en op welke schaal komt dit in Nederland voor?
Bent u van mening dat het mijden van wijken door de politie bijdraagt aan het door de bevolking ervaren gezagsprobleem?
Welke stappen heeft u sinds uw aantreden ondernomen en welke stappen onderneemt u om te voorkomen dat er in de praktijk sprake is van gebieden waar de rechtsstaat minder hard geldt?
Bent u bereid te onderzoeken welke rol de handhavingscapaciteit, het sanctiebeleid en de strafmaat spelen in het gevoel van straffeloosheid dat aan dit gezagsprobleem lijkt bij te dragen?
Bent u bereid, gelet op de wens van 87% van de Nederlanders om harder op te treden tegen overtredingen en misdrijven, op korte termijn met concrete voorstellen te komen om de handhaving en het gezag van de politie te versterken? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer deze voorstellen verwachten?
Bent u zich ervan bewust dat het nu primair aan u is om het gezag van de politie te herstellen?
De cursusdag "Pleiten voor Palestina" voor advocaten |
|
Gidi Markuszower (PVV), Shanna Schilder (PVV) |
|
van Bruggen , Eerenberg |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de cursusdag voor advocaten onder de titel «Pleiten voor Palestina»?1
Ja, daarvan heb ik kennisgenomen.
Deelt u de mening dat advocaten in de eerste plaats juristen horen te zijn en geen politieke activisten? Zo nee, waarom niet?
Advocaten hebben dezelfde vrijheden als eenieder in Nederland. Daarbij hebben zij zich te houden aan de wet die geldt voor alle Nederlanders en, vanwege hun functie als advocaat, de beroepsspecifieke wet- en regelgeving voor de advocatuur. Het staat advocaten vrij om cursussen en trainingen te volgen die hun interesse wekken of die zij relevant achten voor hun beroepsuitoefening. Dat geldt ook voor deze cursusdag.
Welke waarborgen zijn er om te voorkomen dat permanente educatie voor advocaten wordt gebruikt voor politieke campagnes of ideologische beïnvloeding in plaats van juridische scholing?
Zie het antwoord op vraag 2. Het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten stelt bij verordening regels vast die betrekking hebben op de eisen ter bevordering van de vakbekwaamheid van advocaten en de kwaliteit van de beroepsuitoefening.2 De wijze waarop dat gebeurt is vastgelegd in door het college van afgevaardigden vastgestelde Verordening op de advocatuur.3 Het is daarmee dus aan de Nederlandse orde van advocaten om als regelgevende bevoegdheid voor de advocatuur de educatie voor advocaten in te richten. Als bewindspersoon heb ik daar geen bemoeienis mee.
De Nederlandse orde van advocaten heeft mij laten weten dat de organisatie die de betreffende cursus organiseert een niet door de Nederlandse orde van advocaten erkende opleidingsinstelling is en bijgevolg niet bevoegd is tot het zelfstandig toekennen van erkende PO-punten. Na deelname aan de cursus kan een advocaat aan de lokale deken verzoeken om toekenning van PO-punten. Het is aan de lokale deken om deze punten wel of niet toe te kennen.
Deelt u de opvatting dat een cursusdag onder de titel «Pleiten voor Palestina» geen recht zou mogen geven op PO-punten voor advocaten en bent u bereid zich ervoor in te spannen dat de voor deze cursusdag toegekende vier PO-punten alsnog worden geschrapt? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Klopt het dat de organiserende stichting Muslim Rights Watch Nederland beschikt over een ANBI-status? Zo ja, op basis van welke activiteiten is deze status verleend?
In het ANBI-register op de website van de Belastingdienst staat vermeld dat Stichting Muslim Rights Watch Nederland de ANBI-status heeft vanaf 7 juli 2020. Omdat de Belastingdienst is gehouden aan de geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), kan geen nadere informatie worden verstrekt over deze individuele instelling.
Deelt u de opvatting dat een ANBI-status bedoeld is voor organisaties die zich inzetten voor het algemeen belang en niet voor politieke campagnes of activistische belangenbehartiging? Zo nee, waarom niet?
In zijn algemeenheid kan worden opgemerkt dat een instelling (onder meer) uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (ten minste 90%) het algemeen nut moet beogen om als ANBI aangemerkt te worden. Het begrip algemeen nut is in de wet neutraal vormgegeven en wordt, zoals ook uit de jurisprudentie blijkt, neutraal getoetst. Dat betekent dat een ANBI de vrijheid heeft om – binnen de in de wet genoemde categorieën4 – een door haar als algemeen nuttig beschouwde doelstelling na te streven. Dit neutrale karakter is een belangrijke eigenschap van de ANBI-regelgeving, omdat ANBI’s daarmee een afspiegeling zijn van een diverse samenleving waarbinnen verschillende doelen als algemeen nuttig worden gezien. Hiermee wordt gewaarborgd dat niet alleen doelen in lijn met bijvoorbeeld het overheidsbeleid gezien kunnen worden als algemeen nuttig.
Vindt u dat het organiseren van een cursusdag als «Pleiten voor Palestina» past bij de voorwaarden die gelden voor organisaties met een ANBI-status? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u bereid kritisch te kijken naar de ANBI-status van organisaties die zich in de praktijk steeds meer bezighouden met politieke actievoering en activisme? Zo nee, waarom niet?
Uit artikel 5b AWR volgt dat de beoordeling inzake de ANBI-status uitsluitend aan de inspecteur van de Belastingdienst is en dat de inspecteur voor de beslissing om een ANBI-status in te trekken is gebonden aan een limitatief aantal gronden.5 Vanwege het eerder genoemde neutrale karakter van de ANBI-regeling zijn gedragingen die niet aansluiten bij eenieders overtuiging van wat behoort tot het algemeen nut geen reden om de ANBI-status in te trekken.
Bent u bereid de ANBI-status van Muslim Rights Watch Nederland in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 8.
Het bericht ‘Hoofdaanklager Internationaal Strafhof Karim Khan per direct geschorst’ |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Hoofdaanklager Internationaal Strafhof Karim Khan per direct geschorst»?1
Ja.
Bent u het ermee eens dat de positie van aanklager Karim Khan onhoudbaar is en zal Nederland, als één van de beslissende staten, daarom ook voor zijn ontslag stemmen? Zo nee, waarom niet?
Vooropgesteld moet worden dat de beschuldigingen aan het adres van de Aanklager van het Internationaal Strafhof (ISH) zeer verontrustend zijn. De Aanklager moet aan de hoogste standaarden worden gehouden. Het oordeel van het dagelijkse bestuursorgaan van de Vergadering van verdragspartijen – het zogenaamde Bureau, waar 21 van de 125 verdragspartijen zitting in hebben2 – dat er sprake is geweest van «ernstig wangedrag» en «ernstig plichtsverzuim» roept ernstige vragen op voor wat betreft de houdbaarheid van de positie van de Aanklager.
De vertrouwelijke rapporten, verklaringen en documenten waarop het Bureau zijn beslissing heeft gebaseerd zullen zorgvuldig worden bestudeerd door Nederland en in overleg met andere verdragspartijen zal worden bezien welke conclusies hier aan moeten worden verbonden. Uw Kamer zal per brief worden geïnformeerd over de Nederlandse inzet tijdens de Speciale Zitting van de Vergadering van verdragspartijen die in het kader van deze procedure zal worden gehouden op 24 juli 2026 in New York.
Zal Nederland het arrestatiebevel gericht tegen leden van de Israëlische regering handhaven, gelet op het feit dat dit mogelijk door valse intenties tot stand is gekomen? Zo ja, waarom?
Het systeem van het Hof is zo ingesteld dat de verschillende organen van het Hof onafhankelijk van elkaar opereren, waarbij het aan de rechters is om arrestatiebevelen en vonnissen uit te vaardigen volgens de standaarden die zijn vastgelegd in het Statuut van Rome. Dit betekent dat de arrestatiebevelen van het ISH niet worden uitgevaardigd door de Aanklager, maar door de Kamer van Vooronderzoek (Pre-Trial Chamber) die bestaat uit drie onafhankelijke rechters. De Aanklager kan slechts een verzoek om een arrestatiebevel bij de Kamer van Vooronderzoek indienen en het is vervolgens aan de rechters om te beoordelen of er voldoende bewijs is voor het uitvaardigen van een arrestatiebevel. Aan de hand van de door de rechters uitgevaardigde arrestatiebevelen kan het ISH landen verzoeken om aanhouding en overlevering.
Voor Nederland geldt dat – conform de verplichtingen onder het Statuut van Rome – elk verzoek om aanhouding en overlevering dat Nederland ontvangt van het ISH direct in behandeling wordt genomen, zoals ook is opgenomen in de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof.
Hoe beoordeelt Nederland deze (seksuele) wanpraktijken bij het Internationaal Strafhof en welke consequenties voor de geloofwaardigheid van het Hof heeft dit?
Zie het antwoord op vraag 2. Nederland staat als gastland en verdragspartij achter het ISH en de strijd tegen straffeloosheid voor internationale misdrijven. De geloofwaardigheid van het Hof staat niet ter discussie. Het kabinet acht het van groot belang dat de procedures van het ISH voor het onderzoeken en beoordelen van aantijgingen van wangedrag tegen individuele ambtsdragers van het Hof worden gevolgd.
Welke consequenties verbindt Nederland aan de geloofwaardigheid en de bindende kracht van het Internationaal Strafhof, gezien het feit dat vergaande beslissingen klaarblijkelijk op arbitraire gronden genomen worden?
Het kabinet herkent niet het beeld dat het ISH vergaande beslissingen op arbitraire gronden neemt. Zie ook de antwoorden op de vragen 3 en 4.
Welke stappen kan Nederland, en zult u specifiek als Minister, ondernemen tegen deze ambtsbekleder die waarschijnlijk strafbare feiten heeft gepleegd op Nederlandse bodem?
Zie het antwoord op vraag 2. De Vergadering van verdragspartijen zal zich tijdens de speciale zitting buigen over de beslissing van het Bureau en de onderliggende rapporten om te bezien welke conclusies hier aan verbonden moeten worden. Nederland zal hier als een van de 125 verdragspartijen aan deelnemen en na beoordeling van de onderliggende informatie naar behoren handelen.
Voor wat betreft eventuele mogelijkheden van strafrechtelijke vervolging voor vermeende feiten die zijn gepleegd op Nederlands grondgebied dient te worden opgemerkt dat het aan het Openbaar Ministerie is om te bezien of het mogelijk en opportuun is om over te gaan tot strafrechtelijke vervolging. Het is niet aan het kabinet om uitspraken te doen over individuele gevallen.
Welke consequenties zal Nederland eraan verbinden indien het merendeel van de leden niet voor ontslag stemt en daarmee de bindende en overtuigende kracht van het Internationaal Strafhof diskwalificeert?
Daar kan het kabinet niet op vooruitlopen. Eerst zullen de beslissing van het Bureau en de vertrouwelijke rapporten, verklaringen en documenten waarop die beslissing is gebaseerd zorgvuldig moeten worden bestudeerd en zal met andere verdragspartijen moeten worden bezien welke conclusies daaraan moeten worden verbonden.
Strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme |
|
Gidi Markuszower (PVV), Mona Keijzer |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de aangenomen gewijzigde motie van de leden Keijzer en Markuszower over het met grote spoed naar de Kamer sturen van het nader rapport naar aanleiding van het advies van de Raad van State en het wetsvoorstel inzake de strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme (Kamerstuk 23 432, nr. 662)?
Ja.
Kunt u toelichten waarom deze motie tot op heden nog niet is uitgevoerd en waarom het nader rapport en het wetsvoorstel nog niet aan de Tweede Kamer zijn toegezonden?
De Raad van State heeft op 30 maart jl. advies uitgebracht over het wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties. De afgelopen periode is benut om het advies van de Raad van State te verwerken. Inmiddels is dit gebeurd en zal het wetsvoorstel op zeer korte termijn – via het Kabinet van de Koning – bij uw Kamer worden ingediend.
Deelt u de opvatting dat spoedige behandeling van het wetsvoorstel, gelet op de maatschappelijke en nationale veiligheidsbelangen, noodzakelijk is? Zo nee, waarom niet?
Ik deel die opvatting. Het wetsvoorstel beoogt aan deze belangen een bijdrage te leveren, door zowel het verheerlijken van de meest ernstige terroristische misdrijven als het in het openbaar betuigen van steun aan een terroristische organisatie strafbaar te stellen. Zo kunnen boodschappen die radicalisering en de gevaren die daarvan uitgaan – zoals het oproepen tot en later plegen van geweld – tot gevolg kunnen hebben, in een vroeg stadium strafrechtelijk worden geadresseerd.
Op welke uiterste datum verwacht u het nader rapport en het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer te sturen?
Zie het antwoord op vraag 2.
Bent u bereid deze vragen binnen enkele dagen te beantwoorden?
Ja.
Het bericht: 'Sweden Drops Use of the Term Islamophobia' |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Berendsen , Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Sweden Drops Use of the Term «Islamophobia»»?1
Ja.
Klopt het dat Zweden niet langer de term Islamofobie gebruikt?
De Zweedse regering heeft in december 2024 een actieplan tegen racisme en haatmisdrijven aangenomen. Uit dat actieplan wordt duidelijk dat het begrip antimoslimracisme het begrip islamofobie vervangt in alle officiële communicatie.
Zoals de Zweedse Minister van Buitenlandse Zaken op 24 april jl. aan het Zweeds parlement heeft toegelicht, zijn de redenen daarvoor dat het woord «fobie» doet denken aan irrationele angsten van individuele personen, in plaats van aan discriminatie, uitsluiting en racisme. Bovendien kan het begrip de indruk wekken dat het uitsluitend gaat om de opvatting over de islam als religie en niet om de opvatting over moslims.
Klopt het dat Zweden ook binnen de verschillende gremia van de EU nu aandringt om deze term niet langer te gebruiken?
Ook binnen de EU heeft de verandering van «islamofobie» naar «anti-moslim discriminatie» of «anti-moslim-haat» al plaatsgevonden en gebruik van deze aanduidingen is inderdaad staand EU beleid.
Indien dat het geval is kunt u ons toezeggen dat de Nederlandse regering dat verzoek van Zweden steunt? Zo nee waarom niet?
Nederland steunt een breed gedragen uniforme omschrijving binnen de Europese Unie voor de beschrijving van discriminatie, vijandigheid of geweld gericht tegen moslims of personen die als moslim worden gezien. Deze benadering richt zich niet op het beschermen van religies als zodanig, maar op het beschermen van individuen en hun fundamentele rechten. De Zweedse benadering sluit aan bij de bestaande Nederlandse en Europese praktijk.
Los van dit nieuwsbericht over Zweden, is het Nederlandse kabinet bereid de term Islamofobie te schrappen en juist ruimte te geven aan de vrijheid van meningsuiting en religie kritiek? Zo nee waarom niet?
Binnen de Europese Unie is het reeds staande praktijk om de term «anti-moslimhaat» te gebruiken voor discriminatie, vijandigheid of geweld gericht tegen moslims of personen die als moslim worden gezien. In internationale context is dat eveneens de term die Nederland hanteert. In binnenlandse context hanteert Nederland de term «moslimdiscriminatie». Moslimdiscriminatie is wanneer iemand negatief bejegend, uitgesloten of achtergesteld wordt vanwege het feit dat diegene (vermeend) moslim is.2 Voor Nederland is het essentieel dat het tegengaan van haat en discriminatie hand in hand gaat met het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting.
Bent u bekend met het bericht dat inwoners van Loosdrecht zich door de komst van een asielzoekerscentrum (azc) voor alleenstaande mannelijke asielzoekers diep verdeeld voelen en als racisten worden weggezet?1
Ja.
Heeft u begrip voor de terechte woede en veiligheidszorgen van inwoners, met name vrouwen en gezinnen, over de komst van 70 alleenstaande mannelijke vreemdelingen op een locatie waar kinderen spelen en langsfietsen? Zo ja, waaruit blijkt dat concreet, of laat u hen totaal aan hun lot over?
Ik heb begrip voor de zorgen en gevoelens die inwoners van de gemeente Wijdemeren hebben over de komst van de noodopvanglocatie in Loosdrecht. Het is belangrijk dat inwoners deze zorgen ook kunnen uiten en worden gehoord. Daarom vinden er voorafgaand aan de opening van een locatie inspraakavonden plaats in de betreffende gemeenten en worden er maatregelen getroffen op het gebied van veiligheid, zoals dat altijd gebeurt alvorens nieuwe locaties opengaan. Dit heeft ook plaatsgevonden in Loosdrecht. Uitingen van geweld zijn op geen enkele manier acceptabel.
Klopt het dat bewoners pas enkele dagen van tevoren zijn geïnformeerd over het azc in het voormalige gemeentehuis, zonder veiligheidsplan en zonder enige inspraak?
Het is juist dat de omwonenden enkele dagen van tevoren zijn geïnformeerd. Er hebben inloopavonden plaatsgevonden waarbij de opbrengst van de inloopavonden is gebruikt om het veiligheidsplan verder vorm te geven. Het klopt dan ook niet dat er geen veiligheidsplan voorhanden was. Ook na de inloopavonden zijn er op diverse moment gesprekken gevoerd met omwonenden.
Is dit de toekomstige blauwdruk van uw asielbeleid: de zelf veroorzaakte asielcrisis afwentelen op kleine Nederlandse dorpen als Loosdrecht omdat u weigert de instroom te stoppen?
Ik herken het geschetste beeld over het soort asielbeleid dat het kabinet nastreeft niet. Het kabinet zet zich op verschillende manieren in om de instroom te beperken. Zo wordt uitvoering gegeven aan de Wet Tweestatusstelsel zoals deze is aangenomen in de Eerste Kamer. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan het Europese Migratiepact dat op 12 juni in werking is getreden. Hierin zijn verschillende instroombeperkende maatregelen opgenomen die de instroom van asielzoekers naar Nederland moet verminderen. Daarnaast wordt ook de Spreidingswet in stand gehouden en wordt het interbestuurlijk toezicht uitgevoerd. Van gemeente wordt verwacht dat zij opvang realiseren.
Wat vindt u ervan dat in Loosdrecht op 18 maart 2026 geen gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden, er dus geen democratisch mandaat ligt en onder leiding van een waarnemend VVD-burgemeester desondanks een azc wordt doorgedrukt tegen de wil van een groot deel van de inwoners?
Ik neem afstand van de wijze waarop u de burgemeester van Wijdemeren kwalificeert. Deze burgemeester heeft samen met het college van burgemeester en wethouders en met steun van de gemeenteraad invulling gegeven aan mijn verzoek om voor het acute tekort aan opvangplekken opvangplekken te realiseren. Ik ben de gemeente Wijdemeren daar zeer erkentelijk voor.
Mede op grond van de Wet algemene regels herindeling blijven de gemeenteraadsleden en het college van Wijdemeren volledig in functie tot de officiële fusiedatum met de gemeente Hilversum op 1 januari 2027. Tot 1 januari 2027 beschikt het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren derhalve over een volwaardig democratisch mandaat op basis van de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022. Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren heeft op basis van de wettelijke taken en bevoegdheden het besluit inzake de opvang van asielzoekers genomen en heeft daarover democratische verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad.
Bent u bekend met de uitspraken van de waarnemend burgemeester, ter rechtvaardiging van zijn besluit, dat «er een crisis is» en dat «als we niet uitkijken, er weer mensen op het gras in Ter Apel of in sporthallen moeten slapen»?
Ik ben bekend met deze uitspraken. Op dit moment is de situatie in de asielopvang, dat het COA heeft moeten overgaan tot gecontroleerde toegang in Ter Apel. Op dit moment wachten mensen op het gras in Ter Apel tot er een opvangplek bij het COA beschikbaar is. Voor de korte termijn is er echter met spoed noodopvang nodig. Gemeenten die dit afgelopen periode hebben gerealiseerd ben ik dankbaar gezien de nijpende situatie.
Vindt u dat de belangen van alleenstaande mannelijke asielzoekers zwaarder wegen dan de veiligheid, rust en leefbaarheid van Nederlandse vrouwen, kinderen en gezinnen in Loosdrecht?
Ik hecht belang aan zowel de veiligheid en leefbaarheid van de inwoners van Loosdrecht als de veilige en leefbare opvang van asielzoekers. Dat dit een tegenstelling zou zijn, herken ik niet.
Bent u het eens met de stelling dat hieruit blijkt dat er sprake is van systematische benadeling van Nederlanders en bevoordeling van vreemdelingen?
Nee.
Heeft u de beelden gezien van het politieoptreden tegen demonstrerende inwoners?
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat optreden tegen gewelddadige demonstranten noodzakelijk is, maar dat bruut politieoptreden tegen vreedzame, onschuldige inwoners met terechte zorgen niet bij onze rechtsstaat past? Zo nee, waarom niet?
Demonstreren is een grondrecht. Intimidatie of bedreiging van lokaal bestuur of gezag en vernieling is nooit acceptabel. Hier spreek ik me met klem tegen uit en als kabinet staan we vierkant achter lokaal bestuur en politie als zij optreden tegen intimidatie, geweld en vernieling.
Hoe verklaart u de dubbele maat waarbij honderden klimaatactivisten de A12 mogen blokkeren, door de politie worden begeleid en zonder enige straf wegkomen, terwijl demonstraties van bezorgde burgers in Loosdrecht worden neergeslagen en zij binnen enkele dagen worden veroordeeld?
Demonstreren is een grondrecht, maar dient te gebeuren binnen de grenzen van de wet. Wanneer er sprake is van geweld, intimidatie en bedreigingen dan wel andere overtredingen van de wet wordt er lokaal ingegrepen. Op dat moment wordt door het lokaal gezag bepaald wat de passende manier van handelen is. De inhoud van de boodschap speelt hierbij geen rol.
Bent u bereid de burgemeester tot de orde te roepen wegens het disproportionele politiegeweld, zelf in te grijpen en een streep te zetten door het azc? Zo nee, waarom niet?
De burgemeester heeft het gezag over de politie bij de inzet voor het handhaven van de openbare orde. De burgemeester legt verantwoording af aan de gemeenteraad over de uitoefening van zijn gezag. Ik treed hier niet in. Als kabinet steunen wij het lokale bestuur.
Ten aanzien van de stelling dat er disproportioneel geweld door de politie is gebruikt willen wij opmerken dat de ongeregeldheden in Loosdrecht werden gekenmerkt door geweld tégen de politie. Dat is onacceptabel. Daarnaast merk ik op dat de politie geweld als uiterste redmiddel gebruikt en dat gebruik van geweld door de politie altijd wordt getoetst.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden, doch ten minste ruim vóór de geplande komst van het azc?
Ik heb deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoord.
Het bericht ‘Waakhond fileert Haagse ontkenning: ’Hamas had wel degelijk vinger in de pap bij hulporganisaties’ |
|
Annelotte Lammers (PVV), Gidi Markuszower (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport van NGO Monitor, «Analysis: How the Dutch Government is Evading Accountability for its Humanitarian Assistance Funding»?1, 2
Ja.
Welke maatregelen heeft het kabinet genomen, gelet op het jaarverslag van 2016 van het Palestinian Centre for Human Rights (PCHR), dat datzelfde jaar Nederlandse overheidsfinanciering ontving en waarin werd gesteld dat in Gaza «internationale organisaties werden lastiggevallen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (Hamas)», organisaties «vaak concessies deden om hun werk te kunnen voortzetten», een «verbod gold op onderzoeksactiviteiten zonder toestemming van het ministerie» en dossiers «zonder wettelijke grondslag werden gecontroleerd», om te voorkomen dat door Nederland gefinancierde organisaties concessies doen aan Hamas of afhankelijk worden van goedkeuring door Hamas-ministeries?
Het kabinet heeft reeds aan uw Kamer toegelicht (Kamerstukken 2026Z03619 en 2026Z03619) dat besluiten om bepaalde organisaties te financieren altijd zorgvuldig worden genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Vraagstukken over due dilligence worden ook meegenomen in beoordelingsmemoranda, bijvoorbeeld in de risicoanalyse en intergriteitsbeoordeling. Het beoordelingsmemorandum kan niet worden geaccordeerd zonder een geldige ORIA. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluaties en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Als uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andersoortige malversaties, dan treedt het ministerie daartegenop. Organisaties waar Nederland mee samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties.
Het kabinet heeft daarnaast vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke omstandigheden, zoals die als Gaza, waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingssamenwerking voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen op orde zijn; deze processen moeten ervoor moeten zorgen dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische organisaties. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn.
Kunt u gedetailleerd beschrijven welke due diligence-procedures momenteel gelden om te waarborgen dat door de Nederlandse overheid gefinancierde projecten en NGO’s niet, direct of indirect, worden misbruikt door terroristische organisaties?
Zie antwoord vraag 2.
Is het kabinet, gelet op het rapport van NGO Monitor waarin wordt gewezen op infiltratie van Hamas in het Ministerie van Sociale Ontwikkeling (MoSD) in Gaza, bereid toekomstige financiering, inclusief via aangepaste contractvoorwaarden, afhankelijk te maken van het uitsluiten van het MoSD uit de uitvoering van projecten, waaronder het verstrekken van begunstigdenlijsten voor financiële steun? Zo nee, waarom niet?
Nee, zie het antwoord op vraag 2 en 3
Was het kabinet ervan op de hoogte dat Oxfam Novib, lid van de door Nederland gefinancierde Dutch Relief Alliance (DRA), nog steeds samenwerkt met de Union of Agricultural Work Committees (UAWC), een organisatie waarvan Nederland de financiering eerder stopzette na een audit waaruit bleek dat 34 medewerkers banden hadden met de terroristische organisatie PFLP, waaronder 12 in leidinggevende posities, en dat Nederlands geld werd gebruikt voor salarissen van twee medewerkers die betrokken waren bij de moord op Rina Shnerb in 2019?
Ja, het kabinet is hiervan op de hoogte. Het staat Oxfam Novib vrij om samen te werken met andere organisaties.
Uw Kamer is in 2022 uitgebreid geïnformeerd over de uitkomsten en kabinetsreactie op extern onderzoek naar UAWC (Kamerstuk 23 432, nr. 486). Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen aanwijzingen zijn dat er financiële stromen bestaan tussen UAWC en de PFLP, en evenmin kon worden geconstateerd dat sprake is van een organisatorische eenheid tussen UAWC en PFLP, dan wel aansturing van UAWC door de PFLP. Daarnaast is er geen bewijs gevonden dat suggereert dat stafleden van UAWC of bestuursleden hun positie bij UAWC gebruikt hebben voor terroristische activiteiten of om terroristische activiteiten te steunen.
Acht het kabinet het acceptabel dat Oxfam Novib nog steeds samenwerkt met UAWC? Zo ja, waarom?
Zie antwoord vraag 5.
Indien het kabinet dit onacceptabel acht, welke gevolgen heeft dit voor de financiering van Oxfam Novib en voor organisaties binnen de Dutch Relief Alliance?
Zie antwoord op vraag 5 en 6.
Op 17 maart 2026 stelde u dat het kabinet vertrouwen heeft in de neutraliteit en onafhankelijkheid van partnerorganisaties, blijft u bij dit standpunt in het licht van de bovenstaande informatie? Zo ja, waarom?
Ja. Zie antwoord op vraag 2, 3, 5 en 6.
Bent u het, gelet op bovenstaande informatie, eens met de stelling dat het onjuist is dat «geen aanwijzingen bestaan dat Nederlandse of Europese middelen bij onbedoelde bestemmingen zijn terechtgekomen»? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Bent u bereid alle steun aan organisaties waar Hamas direct of indirect zeggenschap over heeft of op enige andere wijze invloed uitoefent, op te schorten?
Dit is hier niet aan de orde. Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Verschillen in strafmaat en kwalificatie bij zaken van bekladding van religieuze instellingen |
|
Annelotte Lammers (PVV), Gidi Markuszower (PVV), Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving, onder meer van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), over een uitspraak in een strafzaak rond bekladding van een Joodse instelling1 en hoe verhoudt deze zich tot een eerdere uitspraak uit 2024 waarbij voor een vergelijkbaar feit tegen een moskee celstraffen zijn opgelegd?2
Ja, ik ben bekend met deze berichten. Ik treed niet in de beoordeling van rechterlijke uitspraken. Wel kan ik toelichten dat strafrechters in elke zaak zelfstandig beoordelen of sprake is van een strafbaar feit, welke juridische kwalificatie daaraan wordt gegeven en welke straf passend en geboden is, mede op basis van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval, waaronder eventueel een discriminatoir motief. Het is daarbij niet ongebruikelijk dat zaken die op het eerste gezicht vergelijkbaar lijken, juridisch verschillend worden beoordeeld, omdat de bewijsvoering, de context van het delict en de omstandigheden van het geval kunnen verschillen.
Begrijpt u dat het niet erkennen van een antisemitisch motief in dit soort zaken door de Joodse gemeenschap kan worden ervaren als een gebrek aan erkenning van de ernst van antisemitisme?
Ik begrijp dat beslissingen in strafzaken in de samenleving en in specifieke gemeenschappen verschillend kunnen worden ervaren en emoties kunnen oproepen, zeker bij feiten die raken aan discriminatie. Tegelijkertijd is het aan de strafrechter om vast te stellen of een discriminatoir aspect kan worden bewezen. Die juridische toets kan niet worden vervangen door de maatschappelijke beleving van een feit, hoe invoelbaar die beleving ook kan zijn.
Hoe vaak wordt in dit soort zaken uiteindelijk juridisch vastgesteld dat sprake is van antisemitisme en hoe vaak niet? Kunt u concrete cijfers geven?
In het rapport Strafbare Discriminatie in Beeld 2025 van het OM is antisemitisme 93 keer geregistreerd als discriminatiegrond. Dit betreft 8% van het totaal aantal geregistreerde discriminatiegronden in dat jaar. In 2024 betrof dit 69 registraties, oftewel 11% van het totaal aantal geregistreerde discriminatiegronden in dat jaar.
Deelt u de mening dat het niet vaststellen van een antisemitisch oogmerk in gevallen waarin dat door betrokkenen en de maatschappij in zijn geheel wel zo wordt ervaren juist bijdraagt aan het toenemende antisemitisme in Nederland?
Ik deel die mening niet. Het strafrecht is gericht op het vaststellen van individuele strafbare feiten. Het al dan niet kunnen bewijzen van een discriminatoir aspect in een concrete strafzaak betekent niet dat het onderliggende feit daarmee wordt gebagatelliseerd of niet als ernstig wordt erkend. Daarnaast denk ik niet dat het in een strafzaak niet kunnen vaststellen van een antisemitisch aspect op zichzelf bijdraagt aan het toenemend antisemitisme in de samenleving.
Deelt u de mening dat antisemitisme als motief bij strafbare feiten explicieter en zwaarder meegewogen moet worden in de strafmaat? Zo nee, waarom niet?
Het huidige strafrechtelijke kader biedt al uitdrukkelijk de mogelijkheid om een discriminatoir aspect, waaronder antisemitisme, zwaar te laten meewegen bij vaststelling van de strafmaat.
Gedragingen met een discriminatoir karakter zijn strafbaar gesteld in de artikelen 137c tot en met 137g van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast kan een discriminatoir aspect worden aangemerkt als strafverzwarende omstandigheid bij bepaling van de straf. Met ingang van 1 juli 2025 is een algemene wettelijke strafverzwaringsgrond geïntroduceerd (artikel 44bis Wetboek van Strafrecht). Deze bepaling regelt dat de rechter de op te leggen straf met één derde kan verhogen indien een strafbaar feit (bijvoorbeeld een mishandeling of vernieling) is gepleegd met een discriminatoir aspect.
Hoe duidt u de verschillen in strafmaat en kwalificatie in het licht van het gelijkheidsbeginsel en het uitgangspunt van rechtsgelijkheid?
Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. In het strafrecht betekent dit echter niet dat zaken die in eerste opzicht vergelijkbaar lijken, automatisch tot dezelfde uitkomst moeten leiden. De strafrechter beoordeelt per zaak afzonderlijk de concrete feiten en omstandigheden, de bewijslast, de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verschillen in strafmaat of kwalificatie kunnen daarom gerechtvaardigd zijn wanneer deze verschillen berusten op relevante verschillen in bewijs, context of juridische beoordeling.
In hoeverre wordt bij incidenten zoals bekladding van Joodse instellingen standaard onderzocht of sprake is van een antisemitisch motief en welke factoren zijn hierbij van belang bij de overweging van de rechter voor het aannemen van een antisemitisch oogmerk? Bent u bereid in overleg met het Openbaar Ministerie en de rechtspraak te bezien of nadere richtlijnen of verduidelijkingen nodig zijn om meer consistentie te bevorderen?
In strafrechtelijke onderzoeken wordt in zaken waarin mogelijk sprake is van discriminatoire aspecten, waaronder antisemitisme, standaard onderzocht of aanwijzingen bestaan voor een dergelijk motief. Het OM hanteert daarbij de Aanwijzing Discriminatie.3
Of een discriminatoir motief uiteindelijk juridisch kan worden bewezen, hangt af van de beschikbare bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan door de rechter.
Ik zie, mede gelet op de bestaande wettelijke kaders en de Aanwijzing Discriminatie van het OM, op dit moment geen aanleiding om aanvullende of nadere richtlijnen te ontwikkelen. Wel blijf ik in gesprek met het OM en de rechtspraak over de effectieve werking van het bestaande instrumentarium en de bestrijding van discriminatie in al haar vormen.
Bent u bekend met het artikel «Opinie: «Laat de ondernemer scoren tijdens het WK voetbal»»?1
Ja.
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Tweede Kamer wil NOS verbieden geld te vragen voor uitzenden WK-duels Oranje in cafés en op pleinen»?2
Ja.
Deelt u de mening dat een groot sporttoernooi als het wereldkampioenschap (WK) voetbal het land bijeen brengt en dat het daarom belangrijk is dat er ruimte wordt geboden voor de beleving van zo’n toernooi?
Ja, ik deel deze mening. Het WK-voetbal is een mooie gelegenheid om mensen te verbinden en gezamenlijke herinneringen te creëren. Het is belangrijk dat dit voor iedereen toegankelijk en beleefbaar is.
Beaamt u dat het bieden van ruimte aan festiviteiten rondom sporttoernooien, zoals het aankomend WK-voetbal, de veiligheid kan vergroten, doordat supporters niet halverwege de wedstrijd gefrustreerd naar buiten worden gestuurd en er juist spreiding ontstaat bij het verlaten van cafés en evenementen?
Het is aan het lokaal bestuur om de openbare orde en veiligheid rondom grote evenementen en sporttoernooien in goede banen te leiden. En daarbij puttend uit eerder opgedane ervaringen. Georganiseerde festiviteiten en pragmatische keuzes in sluitingstijden voor horeca kunnen bijdragen aan een geordend verloop van grote evenementen en sporttoernooien, maar ook de bron zijn van onrust. Dit kan per situatie en locatie verschillen. Het lokaal bestuur zal altijd, samen met de politie, de handhaving van de openbare orde bij de vergunningverlening bij grote evenementen en sporttoernooien, zoals een WK voetbal, betrekken en zo nodig de openbare orde handhaven.
Bent u bereid zich ervoor in te spannen dat aankomend WK-voetbal de leeuw niet in zijn hempje staat door ervoor te pleiten de openingstijden voor (horeca- en evenementen)ondernemers te verruimen als het Nederlands elftal speelt, bijvoorbeeld via de Vereniging Nederlandse Gemeenten of het samenwerkingsverband van grootte gemeenten (G40)?
De regulering van openingstijden is een verantwoordelijkheid die bij het lokaal bestuur berust. Het is aan gemeenten om, in overeenstemming met de geldende wettelijke bepalingen en hun eigen lokaal beleid, passende afwegingen te maken.
Deelt u de mening dat het moeilijk uitlegbaar is dat er door ondernemers en instanties moet worden betaald voor het uitzenden van programma’s die al met belastinggeld zijn verkregen of gemaakt?
De Mediawet 2008 kent het zogenoemde dienstbaarheidsverbod. Op grond hiervan is het voor publieke omroepen verboden om bij te dragen aan het behalen van een meer dan normale winst of een concurrentievoordeel door commerciële partijen. Het dienstbaarheidsverbod is een uitwerking van het EU-verbod op ongeoorloofde staatssteun. De Europese Commissie heeft in 2010 bij de afronding van de staatssteunzaak over de financiering van de NPO aangegeven dat het dienstbaarheidsverbod belangrijk is om te zorgen dat de financiering van de publieke omroep conform de staatssteunregels verloopt en dat de publieke omroep zich marktconform gedraagt.3 Commerciële exploitatie van (sport)uitzendingen kan daarom niet kosteloos plaatsvinden. Voor vertoningen buiten de huiselijke kring moet een marktconforme vergoeding gevraagd worden. Daarnaast geeft de NOS aan dat in het contract met de FIFA staat dat voor vertoningen van WK-wedstrijden buiten de huiselijke kring een vergoeding gevraagd moet worden.
De vertoning van wedstrijden komt neer op openbaarmaking van auteursrechtelijk beschermd werk waarvoor Videma (de collectieve beheersorganisatie voor vertoningsrechten) de licentieverlening verzorgt namens rechthebbenden – in dit geval de NOS. De tarieven hiervoor zijn transparant en eenvoudig terug te vinden op de website van Videma. Voor het vertonen van wedstrijden in een publieke setting, zoals in cafés en op pleinen, gelden sinds het EK van 2024 aanzienlijk verlaagde tarieven. Deze verlaagde tarieven gelden in principe voor alle evenementmatige vertoningen buiten de huiselijke kring, behalve bij evenementenlocaties waar entree wordt gevraagd, bijvoorbeeld op een festival of in een stadion. In die situaties geldt het standaard evenemententarief.
Overigens hebben veel reguliere horecaondernemingen voor het vertonen van het WK-voetbal voldoende aan een zogenoemde doelgroeplicentie. Met deze licentie mogen ondernemers het hele jaar door televisiebeelden tonen van diverse omroepen waaronder ook alle wedstrijden van het WK-voetbal. Een onderneming tot bijvoorbeeld 50m2 horeca-oppervlakte betaalt hiervoor (bij eigen aanmelding) € 247,34 excl. BTW per jaar.
Snapt u de verontwaardiging dat er in Nederland door ondernemers en instanties moet worden betaald voor het uitzenden van het EK- of WK-voetbal, terwijl dit in onze buurlanden (nagenoeg) gratis is?
Alle WK-wedstrijden blijven voor iedereen gratis te bekijken via de publieke omroep, zowel op televisie als online. De bijdrage geldt, vanwege het hiervoor geschetste juridische kader alleen voor publieke vertoningen buiten de huiselijke kring zoals in horecagelegenheden, op pleinen of bij evenementen. Dergelijke vertoningen worden vaak georganiseerd door ondernemers omdat zij daarmee extra inkomsten kunnen genereren. In die gevallen wordt een marktconforme vergoeding gevraagd. Daarmee wijkt Nederland niet af. Het kijken buiten huiselijke kring is in onze buurlanden vaak ook niet gratis. Ook daar geldt dat er een bijdrage kan worden gevraagd voor evenementmatige vertoning van WK-wedstrijden.
Onderschrijft u de mening dat het belasten van het uitzenden van een sporttoernooi als het aanstaand WK-voetbal, ondernemers ontmoedigt hun nek uit te steken om leuke activiteiten rondom zo’n toernooi te organiseren, temeer omdat ondernemers óók voor de uitzendrechten moeten betalen als het regent en er dus veel minder bezoekers komen opdagen om de kosten terug te winnen?
(Horeca-)ondernemers hebben vele overwegingen om al dan niet activiteiten te organiseren rondom sporttoernooien of andere grote evenementen. Dat het daarbij slecht weer kan zijn is een van deze overwegingen. Of de kosten van een evenementenlicentie ondernemers ontmoedigt om activiteiten rondom het WK-voetbal te organiseren, is lastig te beoordelen. Er zijn immers ook allerlei andere kosten zoals de inkoop van bier of de inhuur van personeel en technische faciliteiten die bij slecht weer wellicht niet terugverdiend kunnen worden. Tegelijkertijd is het aannemelijk dat veel ondernemers, ondanks deze kosten en risico’s, toch besluiten activiteiten te organiseren wanneer zij daar voldoende vraag of omzetkansen zien.
Bent u bereid zo snel mogelijk met de NOS en eventueel andere relevante partijen in gesprek te treden met als doel de kosten voor het uitzenden van programma’s waar al belastinggeld mee gemoeid is, zoals het aanstaand WK-voetbal, blijvend af te schaffen?
Zie het antwoord op vraag 6. Dat er een vergoeding betaald moet worden als WK-wedstrijden commercieel door derden geëxploiteerd worden, volgt onder meer uit de Mediawet 2008 en de Europese staatssteunregels, alsmede uit contractuele afspraken met de FIFA.
Onderneemt u, bovenstaande buiten beschouwing gelaten, nog andere maatregelen om te voorkomen dat het midden- en kleinbedrijf aankomend WK-voetbal buitenspel staat en Oranjesupporters juist optimaal kunnen genieten?
Nee. Er worden momenteel geen aanvullende maatregelen genomen.
Kunt u bovenstaande vragen, gezien de aanstaande start van het WK-voetbal, zo snel mogelijk en tenminste binnen de geldende beantwoordingstermijn beantwoorden?
Nee. Gelet op de benodigde tijd voor nadere interdepartementale afstemming was het niet mogelijk om binnen de gebruikelijke termijn van antwoorden te voorzien. Conform de procedure is hiervoor reeds een uitstelbrief verzonden.
Het uitsluiten van Joodse organisaties bij onderzoek naar Joods vastgoed in Rijswijk |
|
Gidi Markuszower (PVV), Shanna Schilder (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
Enneüs Heerma (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat de gemeente Rijswijk ervoor heeft gekozen om het Nieuw Israëlitisch Weekblad en Irgoen Olei Holland niet te informeren over een onderzoek naar Joods vastgoed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, omdat deze media volgens de gemeente een bepaalde «kleuring» zouden geven aan het conflict in Gaza?1
Deelt u de mening dat het uiterst kwalijk is als een gemeente besluit Joodse media en organisaties uit te sluiten van communicatie over een onderzoek naar Joods vastgoed en mogelijke restitutie en dat dit op zijn minst de schijn wekt van discriminatie op grond van politieke gezindheid, afkomst of religie?
In algemene zin staat buiten kijf dat het uitsluiten van Joodse media en organisaties vanwege hun geloof of afkomst onacceptabel is. Het doen van onderzoek, naar welk onderwerp dan ook, speelt een belangrijke rol bij het verrijken van kennis en ontwikkelingen in de samenleving. Wanneer een gemeente onderzoek doet of laat uitvoeren betreft dit een lokale aangelegenheid. De gemeentelijke autonomie maakt dat gemeentebesturen een eigen bevoegdheid hebben. Hierbinnen kunnen zij ook zelf onderzoek verrichten en hier beleidskeuzes op baseren. Het is niet aan mij om een kwalificatie te geven aan de wijze waarop een gemeente in een concreet geval optreedt in het kader van een onderzoek. Het is aan de gemeenteraad om haar college van burgemeester en wethouders ter verantwoording te roepen wanneer zij dat nodig acht.
Hoe beoordeelt u het feit dat het college van burgemeester en wethouders hiermee inging tegen het advies van zowel de onderzoeker als de begeleidingscommissie, die aangaf dat het uitsluiten van deze media de onafhankelijkheid en kwaliteit van het onderzoek kon schaden?
Zie het antwoord op vraag 2.
Deelt u de opvatting dat het onacceptabel is dat communicatie over onderzoek naar onteigend Joods vastgoed uit de Tweede Wereldoorlog afhankelijk wordt gemaakt van de politieke opvattingen die een gemeente toeschrijft aan bepaalde Joodse media of organisaties?
In het algemeen ben ik het met u eens dat Joodse media of organisaties niet op basis van hun politieke opvattingen uitgesloten zouden moeten worden bij onderzoeken naar onteigend Joods vastgoed uit de Tweede Wereldoorlog.
Hoe verhoudt de handelwijze van de gemeente Rijswijk zich volgens u tot artikel 1 van de Grondwet, waarin expliciet is vastgelegd dat discriminatie op grond van onder meer politieke gezindheid niet is toegestaan?
Het is niet aan mij om een kwalificatie te geven over de handelwijze van het gemeentebestuur van Rijswijk. Wanneer er een vermoeden is van het overtreden van artikel 1 van de Grondwet, kan de rechter daar desgevraagd een oordeel over uitspreken.
Deelt u de zorgen dat door deze beslissing mogelijk relevante getuigen, nabestaanden of andere belanghebbenden nooit zijn bereikt, waardoor het onderzoek naar Joods vastgoed mogelijk onvolledig is gebleven?
Het is niet aan mij om over een specifiek geval een opvatting te hebben. Wel kan ik het mij voorstellen dat er in dit geval een zorg bestaat dat mogelijk niet alle relevante getuigen, nabestaanden of andere belanghebbenden zijn bereikt in dit onderzoek. Echter, ik wil en kan niet oordelen of het onderzoek van de gemeente Rijswijk daarmee als onvolledig kan worden gezien.
Bent u bereid te onderzoeken of de handelwijze van de gemeente Rijswijk in strijd is met het discriminatieverbod en met de zorgvuldigheid die van een overheid mag worden verwacht bij onderzoek naar onteigend Joods bezit?
Nee. De Nationale ombudsman is in beginsel bevoegd om klachten over de gedraging van – in dit geval – de gemeente Rijswijk te onderzoeken en hierover te oordelen. Met de komst van de uitbreiding van de Algemene wet gelijke behandeling – naar zogenaamd eenzijdig overheidshandelen – wordt het in de toekomst voor het College voor de Rechten van de Mens ook mogelijk om over het handelen van de overheid te oordelen. Een wetgevingstraject hiervoor ben ik momenteel aan het voorbereiden.
Welke rol ziet u voor het Rijk om te waarborgen dat gemeenten bij onderzoek naar Joods vastgoed en mogelijke restitutie zorgvuldig, onafhankelijk en zonder politieke of ideologische afwegingen handelen?
Zoals ik in het antwoord op vraag 2 aangaf dient het college van burgemeester en wethouders haar verantwoording af te leggen aan haar gemeenteraad. Het is aan de gemeenteraad om het college aan te spreken op haar handelen. Dit geldt ook bij onderzoek naar Joods vastgoed en mogelijke restitutie.
Deelt u de mening dat het bijzonder pijnlijk en ongepast is als juist bij onderzoek naar onrecht dat Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan opnieuw een situatie ontstaat waarin Joodse organisaties of media worden buitengesloten en dat dit bijdraagt aan het toenemende antisemitisme in Nederland?
Ik kan mij voorstellen dat er gevoelens van onvrede bestaan bij de Joodse organisaties die niet direct zijn betrokken bij het onderzoek van de gemeente Rijswijk. Echter, zoals ik in het antwoord op vraag 2 aangaf dient het college van burgemeester en wethouders verantwoording af te leggen aan haar gemeenteraad. Het is aan de gemeenteraad om het college aan te spreken op haar handelen.
Bent u bereid om op korte termijn in gesprek te gaan met de gemeente Rijswijk om opheldering te vragen over deze gang van zaken en de Kamer hierover te informeren? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 2.
Het bericht dat Koningin Máxima aanwezig is bij de viering van het 70-jarig jubileum van Oxfam Novib |
|
Gidi Markuszower (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Koningin Máxima op 31 maart 2026 aanwezig zal zijn bij de viering van het 70-jarig jubileum van Oxfam Novib in Den Haag?1
Ja.
Bent u bekend met het feit dat Oxfam Novib Israël, een bondgenoot van Nederland, beschuldigt van «genocide», «apartheid» en een «bezettingsregime», en oproept tot een verbod op handel en investeringen?
Het kabinet is bekend met het standpunt van Oxfam Novib. Ngo’s maken zelfstandig keuzes over hun standpunten en publieke communicatie. Die ruimte is een fundamenteel onderdeel van hun onafhankelijkheid en valt onder de vrijheid van meningsuiting. Het is een democratische verworvenheid dat maatschappelijke organisaties zich kritisch mogen uitlaten over dergelijke kwesties, ook wanneer dat niet in lijn is met het standpunt van het kabinet.
Deelt u de mening dat deze ongefundeerde aantijgingen één-op-één Hamas-propaganda zijn en neerkomen op het delegitimeren van de Joodse staat?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bekend met recente berichtgeving, waar eerder ook schriftelijke vragen over zijn gesteld2, waaruit blijkt dat de terroristische organisatie Hamas een «flinke vinger in de pap heeft» bij organisaties als Oxfam Novib?3
Ja, het kabinet is bekend met deze berichtgeving. Echter, er is geen informatie voorhanden die de aantijgingen van deze berichtgeving of het rapport van NGO Monitor waarin deze aantijgingen worden gedaan, steunt. Partnerorganisaties waar Nederland mee werkt zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke contexten als Gaza waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen, die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische organisaties, op orde zijn. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor en de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO Monitor.
Deelt u de mening dat het volstrekt onaanvaardbaar is dat het Koninklijk Huis een jubileum bijwoont van een organisatie die antisemitische propaganda verspreidt, een bondgenoot delegitimeert en aan het koordje van Hamas loopt?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 en 3, maken ngo’s zelfstandig keuzes over hun standpunten en communicatie. Het kabinet heeft daarbij vertrouwen in de betrouwbaarheid en professionaliteit van onze partnerorganisaties. Dit geldt ook voor Oxfam Novib.
Hoe is het bezoek aan deze organisatie te rijmen met de toespraak van de Koning, die zich in 2024 rechtstreeks tot Joodse Nederlanders richtte met de woorden «blijf, wij horen samen», terwijl deze organisatie actief bijdraagt aan een klimaat waarin Joden ons land worden uitgejaagd?4
Dit bezoek staat volledig los van hetgeen Zijne Majesteit de Koning heeft gezegd in 2024. Die oproep geldt overigens nog steeds.
Bent u bereid met het Koninklijk Huis in gesprek te gaan om te voorkomen dat deze aanwezigheid bij het jubileum van Oxfam Novib doorgang vindt?
Het kabinet ziet hier geen enkele reden toe.
De komst van antisemitische activisten naar een bijeenkomst in de Dominicuskerk in Amsterdam |
|
Annelotte Lammers (PVV), Gidi Markuszower (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het evenement «People’s Congress» dat op 7 maart 2026 plaatsvindt in de Dominicuskerk in Amsterdam, waarbij onder meer Omar Barghouti, Francesca Albanese en Jeremy Corbyn als sprekers zijn aangekondigd?1
Ja.
Bent u bekend met antisemitische uitlatingen van verschillende aangekondigde sprekers op dit evenement, waaronder de uitspraak van Omar Barghouti dat hij zich «definitely, most definitely» verzet tegen het bestaan van een Joodse staat, en de uitspraak van Jeremy Corbyn waarin hij sprak over «our friends in Hamas and Hezbollah», terroristische organisaties die oproepen tot de vernietiging van Israël?
Haatzaaiende uitingen tegen bepaalde groepen kunnen bijdragen aan gevoelens van onveiligheid en uitsluiting. Dat is verwerpelijk. Hamas is in 2003 op de Europese sanctielijst terrorisme (GS931) geplaatst. Deelname aan deze terroristische organisatie is dan ook strafbaar. De publieke steunbetuigingen aan Hamas worden door het kabinet met grote zorg bezien. Daarom wordt aan een wetsvoorstel gewerkt om zowel het verheerlijken van terrorisme als het openlijk betuigen van steun aan een terroristische organisatie strafbaar te stellen. Momenteel wordt het advies van de Raad van State verwerkt. Het kabinet heeft kennisgenomen van de wens om het wetsvoorstel zo snel mogelijk naar de Kamer te verzenden.
Bent u bekend met de uitspraak van VN-rapporteur Francesca Albanese na de gruwelen van 7 oktober dat het geweld «must be put in context» en deelt u de mening dat dit neerkomt op het legitimeren van terrorisme?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bekend met VN-Veiligheidsraadresolutie 1566 (2004), waarin wordt gesteld dat terroristische daden «under no circumstances justifiable by considerations of a political, philosophical, ideological, racial, ethnic, religious or other similar nature» zijn, en deelt u de mening dat de uitspraken van de genoemde sprekers stuk voor stuk rechtstreeks ingaan tegen deze door de VN-Veiligheidsraad vastgestelde norm? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat Nederland nooit een podium mag bieden aan sprekers die antisemitisme verspreiden, oproepen tot het verdwijnen van een bondgenoot en terroristische aanslagen legitimeren? Zo nee, waarom niet?
In Nederland geldt het grondrecht van vrijheid van meningsuiting, dat alleen onder strikte voorwaarden kan worden beperkt. Het kabinet acht het daarom niet passend om in algemene zin te stellen dat bepaalde personen of sprekers nooit een podium mogen krijgen.
Wel geldt dat wanneer uitlatingen de grenzen van de wet overschrijden, bijvoorbeeld door aan te zetten tot haat, discriminatie of geweld, hiertegen kan worden opgetreden. Het is in eerste instantie aan lokale autoriteiten en het Openbaar Ministerie om, binnen de geldende wettelijke kaders, te beoordelen of en welke maatregelen in concrete gevallen noodzakelijk zijn.
Bent u bereid deze buitenlandse sprekers ter bescherming van de openbare orde de toegang tot Nederland te ontzeggen en hun een inreisverbod op te leggen?
Ik deel uw bezorgdheid over antisemitisme in Nederland. De Minister van Asiel en Migratie gaat niet in op individuele zaken. In algemene zin kan ik zeggen dat een vreemdeling die een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, bijvoorbeeld vanwege het uitdragen van extremisme, de toegang tot Nederland (en het Schengengebied) geweigerd kan worden. Dit is mogelijk middels onder andere het weigeren van een visum, een ongewenstverklaring en/of een signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS III).
Bent u bekend met het feit dat deze bijeenkomst plaatsvindt in een kerkgebouw, namelijk de Dominicuskerk in Amsterdam, en deelt u de mening dat het moreel volstrekt onacceptabel is dat een kerk wordt gebruikt als podium voor antisemitische propaganda?
Ik vind elke vorm van antisemitische propaganda altijd onacceptabel.
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat Nederland een vrijhaven wordt voor internationale sprekers die antisemitische propaganda verspreiden?
Het kabinet acht het van belang dat de openbare orde en nationale veiligheid worden beschermd en dat binnen de grenzen van de rechtsstaat wordt opgetreden tegen strafbare uitingen, zoals het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld. Daartoe bestaat een breed palet aan maatregelen.
Bij strafbare feiten, zoals uitlatingen die aanzetten tot haat, geweld, discriminatie, opruiing of (onnodige) belediging is strafrechtelijk optreden in concrete gevallen mogelijk door de Politie en het Openbaar Ministerie.
Indien de spreker een aantoonbaar risico vormt voor de openbare orde, kan de burgemeester besluiten om het evenement of de manifestatie vooraf te beperken of te verbieden.
Wanneer dit niet het geval is, kunnen lokale overheden hun zorgen over de spreker of het evenement met de uitbater van de locatie bespreken, maar is het aan de uitbater zelf om te zorgen dat extremistische boodschappen bij hen geen podium krijgen.
Daarnaast kan de toegang tot Nederland worden geweigerd of een ongewenstverklaring en/of een signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS III), indien de IND beschikt over informatie van de AIVD, de lokale driehoek of een duiding van de NCTV, waaruit blijkt dat de aanwezigheid van de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
Het kabinet blijft zich, samen met betrokken partners, inzetten voor de bescherming van de openbare orde en het tegengaan van strafbare gedragingen.
Kunt u deze vragen uiterlijk op 6 maart om 20:00 uur (vanavond) beantwoorden en maatregelen nemen om te voorkomen dat deze bijeenkomst doorgaat?
Dat is helaas niet gelukt.
Bent u bekend met het bericht dat tussen Wit-Rusland en Polen tunnels zijn aangetroffen die mogelijk zijn gegraven door terroristische organisaties zoals Hamas, Islamitische Staat (IS), Hezbollah of Iran-gelieerde groeperingen om illegale migranten Europa binnen te smokkelen?1
Ja.
Erkent u dat, als deze tunnels daadwerkelijk zijn gebruikt, er duizenden terroristen via deze route Europa en mogelijk dus ook Nederland kunnen zijn binnengekomen?
Nederland en de EU werken nauw samen om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. Een onderdeel van deze samenwerking is de intensieve informatie-uitwisseling tussen de verschillende veiligheidspartners. Alle betrokken veiligheidspartners blijven zowel nationaal als internationaal alert op mogelijke dreigingen en zetten zich onverminderd in om risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren.
Hoewel het bekend is dat terroristen mogelijk misbruik kunnen maken van migratiestromen is het overgrote deel van de migranten niet betrokken bij terrorisme. Dat dergelijke door de Poolse grensautoriteiten onderkende tunnels door migranten kunnen zijn benut is hoe dan ook een kwalijke zaak. Het kabinet onderstreept dan ook het belang van de inzet door landen aan de Europese buitengrens, in samenwerking met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), om mogelijke irreguliere grenspassages tegen te gaan en de integriteit van de Europese buitengrens te beschermen. Lidstaten zijn daarbij verplicht om iedere persoon die zich aan de buitengrens van de Europese Unie (EU) meldt, aan een grenscontrole te onderwerpen.
Realiseert u zich dat één doorgelaten jihadist al voldoende is voor een bloedige aanslag op Nederlandse bodem?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe ziet u deze ontwikkeling in het licht van de oplopende spanningen met Iran en de angst voor de inzet van terroristische netwerken om aanslagen in Europa te plegen?
Het is bekend dat Iran en aan Iran gelieerde groepen in Europa doorgaans via clandestiene netwerken, terroristische of criminele proxy’s en (online) gerekruteerde individuen opereren, maar niet via logistiek complexe infrastructuur zoals tunnels. De oplopende spanningen hebben de hoogste aandacht van alle veiligheidsdiensten.
Kunt u ons garanderen dat via deze route géén personen met banden met jihadistische organisaties Nederland zijn binnengekomen? Zo nee, erkent u dat alle Nederlanders dus ernstig gevaar lopen?
Ondanks de strenge procedure en inspanningen kan er nooit een absolute garantie worden gegeven dat er geen personen Nederland binnenkomen die veiligheidsrisico’s met zich mee brengen. Nederland heeft een sterke en brede aanpak om signalen van terrorisme tijdig te onderkennen en personen die worden verdacht van misdrijven met een terroristisch oogmerk op te sporen, te vervolgen en, indien toepasselijk, te bestraffen.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 en 3 blijft het kabinet zich onverminderd inzetten om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. De bescherming van de nationale veiligheid vergt constante inspanning, nauwe samenwerking en gerichte implementatie van maatregelen.
Binnen de asiel- en nareisprocedure bestaan daarnaast verschillende maatregelen om eventuele risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren. Hier worden besluiten over toelating en verblijf per casus zorgvuldig afgewogen op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar is, binnen de nationale en Europese wettelijke kaders en met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen. Onder de coördinatie van de NCTV is in 2023 een systeemcheck uitgevoerd over het tijdig onderkennen van signalen die de nationale veiligheid kunnen raken binnen de migratie- en veiligheidsketen. Uw Kamer is over de bevindingen en maatregelen geïnformeerd door middel van de Kamerbrief «Stand van zaken bestrijding misbruik asiel- en migratiestromen door terroristen».2
Hoeveel illegale migranten zijn in 2024 en 2025 via de oostelijke buitengrens de EU binnengekomen, hoeveel daarvan zijn in Nederland terechtgekomen en hoeveel van deze groep zijn daadwerkelijk uitgezet?
Volgens cijfers van Frontex werden in 2025 10.846 irreguliere grenspassages aan de oostelijke landgrens van de EU waargenomen, dit is 37% minder dan in 2024.3 Over het aantal migranten dat vervolgens doorreist naar Nederland, en het aantal daarvan dat (al dan niet gedwongen) terugkeert zijn geen cijfers beschikbaar. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de afgelegde reisroute niet in de cijfers wordt geregistreerd, en er voorts ook geen koppeling mogelijk is met de terugkeercijfers.
Bent u het eens dat, als Europa en Nederland overspoeld worden met miljoenen illegale migranten, miljoenen mensen moeten worden uitgezet en bent u bereid daartoe een massief uitzetprogramma te starten? Zo nee, waarom niet?
In algemene zin is het kabinet van mening dat de omvang van migratie naar Nederland ingeperkt moet worden. Dat geldt ook voor asielmigratie. Binnen de geldende internationale en Europese juridische kaders doet het kabinet dan ook wat kan om dit te bewerkstelligen. Een belangrijk sluitstuk van het migratiebeleid richt zich reeds op het bewerkstelligen van effectieve terugkeer, al dan niet door gefaciliteerde zelfstandige terugkeer middels terugkeer- en herintegratieondersteuning van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) of via gedwongen vertrek indien vreemdelingen vertrekplichtig zijn en niet meewerken aan zelfstandig vertrek. Zoals u ook kunt lezen in het regeerakkoord steunt het kabinet de nieuwe EU-terugkeerverordening waarmee onder andere de mogelijkheden voor gesloten opvang voorafgaand aan gedwongen vertrek worden verruimd. Het kabinet is hierbij tevens voorstander van het verruimen van het zogeheten bandencriterium, waardoor het gemakkelijker wordt op EU-niveau terugkeerafspraken te maken met landen buiten Europa. Bij afspraken over terugkeer- en transithubs waarborgt Nederland dat migranten nooit terug worden gestuurd naar een land waar zij het risico lopen om vervolgd te worden.4
Bent u het eens dat Wit-Rusland migratie inzet als hybride oorlogsvoering tegen Europa, dat dit bewuste ondermijning is van onze nationale veiligheid en dat daartegen harde tegenmaatregelen moeten volgen?
Het kabinet vindt de hybride dreiging door instrumentalisering van migratiestromen door Belarus onaanvaardbaar en heeft zich dan ook altijd voorstander getoond voor het sanctioneren van het Belarussische regime in Europees verband. Zo sprak de Europese Raad zich gezamenlijk al in 2021 uit tegen de hybride aanvallen aan de grenzen van de EU, en stelde daar gepast op te reageren richting het Belarussische regime.5 Zo werd de sanctieregeling aangepast waardoor ook opgetreden kan worden wanneer migranten worden ingezet voor politieke doeleinden, en zijn er om deze reden Europese sancties uitgevaardigd tegen Belarus. Sindsdien zijn er – mede in relatie tot de oorlog in Oekraïne – reeds verscheidene sanctiepakketten uitgevaardigd tegen het Belarussische regime en andere betrokkenen, ook in reactie op de hybride aanvallen tegen EU-landen.6
Bent u het eens dat dit precies laat zien waarom Nederland per direct een asielstop moet invoeren en weer volledige controle moet nemen over wie ons land binnenkomt? Zo nee, waarom niet?
Vreemdelingen die asielbescherming behoeven moeten die conform Europese en internationale verplichtingen ook kunnen krijgen. Een algehele asielstop is dus niet de juiste oplossing. Het kabinet staat voor een nieuw modern migratiemodel met meer grip migratie, een verlaging van de instroom en verhoging van de terugkeer van asielmigranten, fatsoenlijke opvang en sneller meedoen, en sturing op arbeidsmigranten. Het EU-migratiepact dat op 12 juni in werking treedt is een grote stap om meer grip te krijgen over wie er naar Nederland komt. Zoals toegelicht onder vraag 7 vormt een effectief terugkeerbeleid een sluitstuk van ons migratiebeleid, en zal de nieuwe EU-terugkeerverordening het Europese terugkeerbeleid effectiever maken en de nationale autoriteiten meer opties geven om terugkeer te effectueren. Daarnaast zet het kabinet onverkort in op nationale maatregelen en brengen we de asielketen op orde, spant het kabinet zich internationaal in voor de modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht, en werkt het kabinet – zowel billateraal als in Europees verband – intensief samen met landen langs de migratieroutes met als doel het beperken van irreguliere migratie en het tegengaan van mensensmokkel, het bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf en het bieden van bescherming aan migranten.
Kunt u deze vragen vóór vrijdag 6 maart om 12.00 uur beantwoorden?
Dit is helaas niet gelukt.