De beantwoording op 24 april van schriftelijke vragen over het bericht ‘Gebruik van de C7NLD door het Russische Vrijwilligerskorps’ |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Welke stappen heeft u ondernomen om, ondanks de complexe situatie waar u naar verwijst in uw beantwoording op 24 april, te verifiëren of de berichtgeving van Left Laser1, 2 klopt dat Nederlandse wapens in handen van een Russische extreemrechtse militie terecht zijn gekomen? Kunt u specifiek aangeven wat u hebt gedaan en wanneer u dat heeft gedaan om te achterhalen of de berichtgeving klopt?
Bent u bereid om nader te onderzoeken of de berichtgeving van Left Laser klopt dat Nederlandse wapens in handen van een Russische extreemrechtse militie terecht zijn gekomen of nog steeds komen? Graag een toelichting.
Heeft u redenen om aan te nemen dat de berichtgeving van Left Laser niet zou kloppen? Zo ja, hoe weerlegt u de bewijsvoering binnen die berichtgeving van Left Laser dat Nederlandse wapens in handen komen van in ieder geval een Russische extreemrechtse militie? Graag een toelichting.
Op basis van de berichtgeving en geleverde bewijzen door Left Laser, deelt u de mening dat er in ieder geval een risico bestaat dat Nederlandse wapens terechtkomen bij het Russische Vrijwilligerskorps? Zo niet, kunt u dat onderbouwen? Zo wel, deelt u de mening dat er geen risico mag bestaan dat Nederlandse wapens in handen komen van extreemrechtse milities? Hoe verhoudt zich dit blootgelegde risico tot de Nederlandse wapenexportcriteria?
Indien u de berichtgeving van Left Laser niet kunt ontkrachten, waarom schrijft u dan in de antwoorden van 24 april: «het kabinet heeft geen eigenstandige informatie dat Oekraïne deze voorwaarden schendt», aangezien dit impliceert dat u over voldoende informatie beschikt om vast te stellen dat Oekraïne de voorwaarden niet schendt? Op basis van welke informatie baseert u dit?
Kunt u inzage geven in de toetsing van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole (2008/944/GBVB), zoals deze is opgenomen in de uitvoervergunning, van de leveringen die mogelijk in handen zijn gevallen van het Russische Vrijwilligerscorps?
Hoe verhoudt zich het gebruik van Nederlandse wapens door het Russische Vrijwilligerskorps tot de eindgebruikersverklaring ondertekend door de Oekraïense autoriteiten waarin zij verklaren de enige gebruiker van de goederen te zijn en deze enkel ten behoeve van zelfverdediging in te zetten?
Hoe wordt het gebruik van Nederlandse wapens die worden geleverd aan Oekraïne überhaupt door Nederland gecontroleerd?
Hoe onderzoekt en controleert u signalen van oneigenlijk gebruik van geleverde Nederlandse militaire goederen aan Oekraïne?
In de antwoorden van 24 april werd de volgende vraag niet beantwoord: «Aangezien u als antwoord aan Left Laser schrijft «Voor de rest is het aan Oekraïne hoe militair gezien het voormalige Nederlandse materieel wordt ingezet en bij welke eenheden», vallen hier wat u betreft ook militaire organisaties onder die los staan van het Oekraïense leger?» Kunt u deze vraag alsnog expliciet beantwoorden?
In de antwoorden van 24 april werd de volgende vraag niet beantwoord: «Bent u bereid de Oekraïense regering te verzoeken Nederlandse wapens niet langer aan eenheden te verschaffen die niet tot het Oekraïense leger behoren en te vragen deze wapens af te nemen van het Russische vrijwilligerskorps? Zo nee, waarom niet?» Kunt u deze vragen alsnog expliciet beantwoorden?
Hoe neemt u verantwoordelijkheid voor het mogelijk bewapenen van het Russische Vrijwilligerskorps in Oekraïne met Nederlandse wapens?
Hoe neemt u verantwoordelijkheid voor het ontwapenen van het Russische Vrijwilligerskorps in Oekraïne?
Deelt u de mening van Lars Gerdes, vicedirecteur van Frontex, dat er «grote kans» is op wapensmokkel en dat dit een veiligheidsprobleem voor Europa en de rest van de wereld kan worden3? Zo ja, wat gaat u doen om dit te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Wat doet u om te borgen dat door Nederland geleverde wapens niet terecht komen in wapensmokkelnetwerken?
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk van elkaar te beantwoorden?
Het bericht 'Aantal kinderen in Rotterdam in de jeugdzorg voor het vierde jaar op rij gestegen' |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Aantal kinderen in Rotterdam in de jeugdzorg voor het vierde jaar op rij gestegen», waarin wordt gemeld dat in Rotterdam inmiddels 15.160 jongeren tot 23 jaar met jeugdzorg te maken hadden, dat dit neerkomt op ongeveer één op de elf jongeren, en dat dit afwijkt van de landelijke dalende trend?1
Kunt u voor de jaren 2020 tot en met 2025, uitgesplitst naar gemeente, jeugdregio en provincie, aangeven hoeveel jongeren jeugdzorg ontvingen, zowel absoluut als als percentage van het aantal jongeren tot 23 jaar?
Kunt u deze cijfers uitsplitsen naar jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp met verblijf, pleegzorg, gezinsgerichte opvang, gesloten jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering?
Kunt u aangeven in welke gemeenten het jeugdzorggebruik het sterkst boven of onder het landelijke gemiddelde ligt, en welke verklarende factoren daarvoor volgens u het meest aannemelijk zijn?
Kunt u voor de afgelopen vijf jaar aangeven welk deel van de jeugdhulptrajecten is gestart als crisis, welk deel herhaald beroep betreft en welk deel betrekking heeft op jongeren die daarnaast ook jeugdbescherming of jeugdreclassering ontvangen?
Kunt u de jeugdzorgcijfers uitsplitsen naar leeftijdscategorie, geslacht, type huishouden, inkomenskwintiel van het huishouden en onderwijssoort?
Kunt u, voor zover beschikbaar en met inachtneming van statistische geheimhouding, de jeugdzorgcijfers tevens uitsplitsen naar geboorteland van de jongere, geboorteland van de ouders en herkomstland conform CBS-definities?
Kunt u daarbij nadrukkelijk onderscheid maken tussen jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering, omdat deze vormen inhoudelijk en beleidsmatig sterk verschillen?
Welke van deze achtergrondkenmerken hangen volgens bestaande CBS-analyses het sterkst samen met jeugdzorggebruik, en welke beleidsconclusies verbindt u daaraan?
Kunt u aangeven welk deel van de jeugdhulptrajecten wordt gestart via de gemeentelijke toegang, welk deel via huisarts, jeugdarts of medisch specialist, welk deel via gecertificeerde instellingen en welk deel via rechterlijke of justitiële route?
Klopt het dat gemeenten bij de medische verwijsroute wel financieel verantwoordelijk zijn, maar beperkt kunnen sturen op de feitelijke toekenning van hulp? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor kostenbeheersing en voor het terugdringen van onnodige of lichte jeugdhulp?
Welke hulpvormen heeft u concreet op het oog, gezien in de toelichting op het wetsvoorstel reikwijdte Jeugdwet wordt gesteld dat preventie en basishulp voorliggend moeten worden op aanvullende jeugdhulp, dat jeugdhulp waar mogelijk groepsgewijs moet worden ingezet en dat bepaalde hulpvormen bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) buiten de Jeugdwet kunnen worden geplaatst?
Welke vormen van jeugdhulp worden volgens u op dit moment te vaak ingezet voor problemen die behoren tot het normale leven, gewone opvoedvragen of ondersteuning die beter via onderwijs, gezin, sociaal netwerk of algemene voorzieningen kan worden georganiseerd?
Kunt u vóór de behandeling van de nieuwe regels over de reikwijdte van de Jeugdwet een landelijke benchmark aan de Kamer te sturen met per gemeente het feitelijke jeugdzorggebruik, de modelschatting op basis van achtergrondkenmerken, de afwijking daarvan en een beleidsmatige duiding van opvallende uitschieters?
Bent u bereid daarbij expliciet inzichtelijk te maken waar sprake lijkt te zijn van overgebruik van lichte jeugdhulp, waar sprake lijkt te zijn van onderbereik van kwetsbare jongeren, en waar sprake is van relatief veel zware jeugdzorg? En kunt u dit beleidsmatig duiden?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden vóór het debat over de nieuwe regels voor de reikwijdte van de Jeugdwet?
Het te lang liggen van meldingen kindermishandeling |
|
Lisa Westerveld (GL) |
|
van Bruggen , Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Meldingen kindermishandeling blijven te lang liggen bij Veilig Thuis, nog steeds»?1
Deelt u de analyse van het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK) dat het aantal kinderen dat als slachtoffer van kindermishandeling wordt herkend, aan het stijgen is? Over hoeveel kinderen gaat het volgens u? In hoeveel gevallen gaat het over ernstige mishandelingen? Hoe vaak gaat het om seksueel misbruik?
Kunt u in een overzicht aangeven hoeveel meldingen van kindermishandeling er zijn gedaan sinds 2019? In hoeveel situaties is de wettelijke termijn voor de beoordeling van vijf dagen overschreden?
Welke rol speelt volgens u het personeelstekort bij deze problematiek of zijn er andere oorzaken? Zo ja, welke zijn dat?
In hoeveel situaties sinds 2019 is na een veiligheidsbeoordeling besloten over te gaan tot onderzoek? Hoe vaak is de termijn van tien weken overschreden? Hoe vaak is de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld?
Hoe lang moeten kinderen en gezinnen gemiddeld wachten op hulp van Veilig Thuis? Kunt u dit ook aangeven vanaf 2019? Hoeveel kinderen zitten er nu in een situatie die onveilig is?
Hoe reflecteert u op het feit dat regelmatig de termijnen voor enerzijds de veiligheidsbeoordeling en anderzijds het onderzoek erna worden overschreden?
Herkent u de constatering van de heer Feiner van de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland die stelt dat Veilig Thuis moeite heeft «om het kaf van het koren te scheiden: wanneer is er echt sprake van ernstige vermoedens en wanneer niet»? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om verbetering te realiseren? Zo nee, waarom niet?
Wat kunnen ouders doen wanneer er ernstige vermoedens zijn van mishandeling van hun kind door hun (ex-)partner of onveiligheid en zij het gevoel hebben dat dit niet serieus wordt genomen door betrokken instanties, of zij wachten op een onderzoek?
Herkent u het beeld dat Veilig Thuis nog onvoldoende regelmatig de Raad voor de Kinderbescherming inschakelt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke gevolgen heeft dit volgens u en ziet u mogelijkheden om dit alsnog te stimuleren?
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 over «het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen» om de positie van kinderen zelf te verbeteren en naar hen te luisteren bij situaties van mogelijk misbruik? Bent u van mening dat Nederland momenteel voldoet aan het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind?
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 om het toezicht te verbeteren? Hoe reflecteert u op het feit dat er momenteel nog steeds geen onafhankelijk toezicht is op het handelen van Veilig Thuis?
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 om de werkwijze van organisaties te verbeteren en jeugdzorg en jeugdbescherming beter op elkaar aan te laten sluiten? Wordt er gewerkt aan wetsvoorstellen? Wat is de planning?
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 om scholen en andere betrokkenen een betere terugkoppeling te geven als zij melding doen bij Veilig Thuis van vermoedens over kindermishandeling?
Op welke manier is de screening van pleegouders verbeterd na het debat van 4 maart 2025? En op welke manier de ondersteuning van pleegouders?
Hoe kan het dat de aantallen kinderen die herkend worden als slachtoffer van kindermishandeling stijgt, maar de financiering van het LECK niet meegroeit? Wat heeft u concreet gedaan met de aangenomen motie Krul-Westerveld waarin wordt gevraagd de expertise van het LECK te borgen (Kamerstuk 31 015, nr. 299)?
Hoe reflecteert u, gezien de forse problemen in het stelsel, op het gebrek aan financiële middelen voor het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming en het uitblijven van gerichte, structurele investeringen in de jeugdbescherming?
De evacuatie van gedetineerden uit PI Vught |
|
Shanna Schilder (PVV) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van berichtgeving dat na de brand in de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught in korte tijd voor 162 gedetineerden elders plek is gevonden?1
Hoe verklaart u dat binnen zeer korte tijd voor tientallen gedetineerden elders capaciteit beschikbaar bleek, terwijl al langere tijd wordt gewezen op een ernstig tekort aan celcapaciteit?
Betekent dit dat er feitelijk meer beschikbare capaciteit binnen het gevangeniswezen aanwezig is dan eerder werd aangenomen? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat het onbegrijpelijk zou zijn wanneer enerzijds wordt gesproken over cellentekorten, terwijl anderzijds in crisissituaties kennelijk in korte tijd aanzienlijke capaciteit beschikbaar blijkt? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven waar deze 162 gedetineerden precies zijn ondergebracht en op basis waarvan daar ruimte beschikbaar was?
Hoe is bij de overplaatsing van de 162 gedetineerden gewaarborgd dat hoogrisicogedetineerden of gedetineerden uit criminele netwerken niet in contact komen met personen met wie zij om veiligheidsredenen juist gescheiden dienen te blijven?
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie-Schilder over het hanteren van meerpersoonscellen als norm waar dit veilig en verantwoord kan (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 127)?
Hoeveel extra celplaatsen zouden op korte termijn kunnen worden gerealiseerd indien meerpersoonscellen breder worden toegepast?
Het niet verruimen van de hypotheekrenteaftrek |
|
Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA) |
|
Eerenberg |
|
|
|
|
Klopt het dat het maximale aftrektarief voor de hypotheekrenteaftrek in het huidige jaar 37,56 procent bedraagt? Klopt het dat dit kabinet voornemens was om de hypotheekrenteaftrek te verruimen naar 38,19 procent (2027) en 38,23 procent (structureel), een verruiming van € 281 miljoen?
Kunt u aangeven wat de hoogte was van de hypotheekrenteaftrek in de afgelopen tien jaar en per jaar aangeven of dit tarief wel/niet gelijk was aan het tarief tweede schijf?
Klopt het dat de hoogte van de hypotheekrenteaftrek niet per definitie gelijk hoeft te zijn aan het tarief van de tweede schijf en dat het dus een politieke keuze is wat de hoogte is van de hypotheekrenteaftrek?
Klopt het dat het beleidsmatig verlagen van het maximale aftrekpercentage mogelijk is per 1 januari 2028? Klopt het dat het aanpassen van het eigenwoningforfait mogelijk is per 1 januari 2027?
Erkent u dan ook dat de aangenomen motie Stultiens (Kamerstuk 36 915, nr. 4) wel degelijk uitvoerbaar is, dat de motie geen geld kost maar geld oplevert en dat er dus geen enkele valide reden is om de motie niet uit te voeren?
Hebt u meegekregen dat Minister Heinen aangeeft dat hij deze motie «niet kan uitvoeren»1? Kunt u nogmaals bevestigen dat deze motie wel degelijk uitvoerbaar is, dat het een politieke keuze is wat het tarief van de hypotheekrenteaftrek de komende jaren zal zijn en dat een Kamermeerderheid heeft aangegeven het huidige tarief (37,56 procent) van de hypotheekrenteaftrek niet te willen verruimen?
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden voorafgaand aan het commissiedebat fiscaliteit van 24 juni 2026 en daarbij klip en klaar bevestigen dat u de aangenomen motie Stultiens (Kamerstuk 36 915, nr. 4) gewoon zal gaan uitvoeren?
Onbetaalbare hypotheeklasten |
|
Tom Russcher (FVD) |
|
Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Zorgen bij huiseigenaren over hypotheeklasten: «Echt een keerpunt»» en met het onderliggende onderzoek van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG)?1
Deelt u de analyse van NHG-directeur Van der Linde dat de financiële positie van Nederlandse huiseigenaren structureel verslechtert?
Indien het antwoord op vraag twee bevestigend luidt, wat is dan volgens u de grondoorzaak voor de verslechtering van deze positie?
Wat is uw verklaring voor het gegeven dat het percentage huiseigenaren tot 34 jaar dat het eigen inkomen onvoldoende vindt om de woonlasten te betalen, is verdubbeld en acht u dit een aanvaardbare uitkomst van het gevoerde beleid?
Erkent u dat de sterk gestegen huizenprijzen mede het gevolg zijn van een door de overheid kunstmatig beperkt woningaanbod en jarenlang ruim monetair beleid van de Europese Centrale Bank?
Indien het antwoord op vraag vijf ontkennend luidt, waarom niet?
In hoeverre dragen de stapeling van verduurzamingsverplichtingen, energiebelastingen en netbeheerkosten bij aan de structureel hoge woonlasten van huiseigenaren?
Kunt u de bij vraag zeven aangeleverde kostenposten afzonderlijk kwantificeren?
Wat zegt het over de wenselijkheid van verduurzamingsinvesteringen dat Roald van der Linde (directeur NHG) aangeeft dat de betalingsachterstanden voornamelijk worden veroorzaakt door verduurzamingsinvesteringen die jongeren moeten betalen omdat zij de hoge energieprijzen willen drukken?
Hoe verhoudt de constatering dat Nederland nog altijd een van de landen met de hoogste woonlasten van de eurozone is zich tot de belofte van opeenvolgende kabinetten dat wonen betaalbaar zou worden?
Bent u bereid uit te sluiten dat de hypotheekrenteaftrek verder wordt afgebouwd of beperkt, gelet op de toenemende betalingsproblemen onder huiseigenaren?
Hoe beoordeelt u het feit dat een groot deel van de ondervraagden bezuinigt op vakanties, restaurantbezoek en zelfs boodschappen om de woonlasten te kunnen dragen?
Wat zeggen de bij vraag 12 beschreven bezuinigingen volgens u over de kwaliteit van leven, de bestedingsruimte en de koopkracht van hardwerkende Nederlanders?
Wat gaat het kabinet doen aan psychische en financiële druk die het lasten- en woningbeleid op burgers legt, aangezien één op de vijf ondervraagden stress, slecht slapen en moedeloosheid ervaart door de financiële situatie?
Deelt u de opvatting dat woonlasten stijgen wanneer het aanbod van woningen de vraag ernaar niet kan bijbenen?
Indien het antwoord op vraag 15 ontkennend luidt, waarom niet?
Indien het antwoord op vraag 15 bevestigend luidt, bent u het dan eens dat de fundamentele oplossing voor de hoge woonlasten ligt in méér bouwen in plaats van in nieuwe subsidies, garanties of inkomensafhankelijke regelingen die de symptomen bestrijden? Zo nee, waarom niet?
In hoeverre is EU-regelgeving – waaronder de herziene Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) en bijbehorende verduurzamingsverplichtingen – verantwoordelijk voor de gestegen woonlasten door enerzijds nieuwbouw duurder te maken en anderzijds kostbare energiebesparende verbouwingen af te dwingen?
In hoeverre blijft er door de herziene EPBD nog beleidsruimte van het kabinet over om de woonlasten voor huiseigenaren te verlagen?
Bent u bereid zich in Brussel in te zetten voor het terugdringen van deze verplichtingen?
Kunt u een internationale vergelijking geven van de ontwikkeling van de woonlasten en huizenprijzen in Nederland ten opzichte van vergelijkbare EU-lidstaten over de afgelopen tien jaar, en daarbij aangeven welke landen erin slagen wonen wél betaalbaar te houden, inclusief een analyse over waarom hen dit lukt?
Bent u bereid een concreet en afrekenbaar pakket te presenteren – inclusief lastenverlaging en versnelling van de bouw – dat de woonlasten voor met name jonge huiseigenaren binnen deze kabinetsperiode aantoonbaar verlaagt, en de Kamer daarover voor Prinsjesdag te informeren?
Indien het antwoord op vraag 22 ontkennend luidt, waarom laat u deze groep in de steek?
Het bericht 'Aantal meldingen van scholen over kindermishandeling stijgt fors' |
|
Etkin Armut (CDA), Sarath Hamstra (CDA) |
|
Letschert , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Aantal meldingen van scholen over kindermishandeling stijgt fors»?1 Zo ja, wat vindt u hiervan?
Klopt het dat het aantal meldingen van scholen bij Veilig Thuis de afgelopen 3 jaar met ruim 1.600 meldingen is gestegen?
Deelt u de mening dat het een goede ontwikkeling is dat scholen een belangrijkere rol spelen in het herkennen van kindermishandeling, en dat scholen hier ook vaker melding van doen?
Hoe wordt ervoor gezorgd dat leraren en scholen voldoende worden ondersteund bij het herkennen van signalen van (mogelijke) mishandeling en huiselijk geweld?
Is bekend bij hoeveel procent van de meldingen bij Veilig Thuis-organisaties het lukt om deze binnen de wettelijke termijn te beoordelen? Is dat meer of minder dan de 80% die uit het inspectieonderzoek in 2023 is gebleken?
Maakt Veilig Thuis op basis van het aantal meldingen een prioritering? Zo ja hoe?
Wordt er na de casus van het pleegmeisje uit Vlaardingen anders omgegaan met kinderen die de mishandeling zelf melden? Zo ja, wordt hieraan prioriteit gegeven?
Is bekend hoe Veilig Thuis de achterstand aan meldingen wil wegwerken?
In hoeverre lukt het Veilig Thuis om gegevens te delen met andere organisaties zodat de samenwerking en afstemming versneld wordt? Welke belemmeringen bestaan er nog wat betreft gegevensdeling?
Zijn er regionale verschillen in wachttijden en afhandeling van meldingen bij Veilig Thuis?
De klimaatzaak Bonaire |
|
Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA), Mikal Tseggai (PvdA) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Zijn de verschillende verantwoordelijke ministeries reeds in gesprek met de eisers in de Klimaatzaak Bonaire, zijnde Greenpeace Nederland en de acht inwoners van Bonaire? Zijn alle verantwoordelijke ministeries van plan dit te doen in het geval dit nog niet is gebeurd? Zo nee, waarom niet?
Wat zijn de consequenties van het vonnis voor het huidige doel voor 55% reductie van broeikasgasemissies in 2030 uit de nationale Klimaatwet?
Gezien het feit dat de rechtbank oordeelt dat de Staat heeft nagelaten om te kwantificeren hoeveel emissieruimte Nederland nog heeft als eerlijk deel van het mondiale emissiebudget dat resteert om de opwarming tot 1,5 °C te beperken, hoe gaat u dit nu alsnog kwantificeren zodat het klimaatbeleid en de klimaatdoelen in lijn komen met dit resterende budget?
Bent u bekend met de kwantificering van de emissieruimte door het Ministerie van Financiën in het «Blauwe Boekje 2023–2024», waar de rechtbank in het vonnis naar verwijst? Zo ja, kunt u overwegen om de Minister van Financiën te vragen om een actualisatie van deze berekening? Hoe zorgt u dat er bij deze kwantificering en het vaststellen van nieuwe klimaatdoelen ruimte is voor inspraak en publieksconsultatie en dat dit proces gebaseerd is op de meest recente inzichten van de klimaatwetenschap?
Welke concrete stappen neemt u nu, gezien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is, om uitvoering te geven aan de veroordeling van de rechtbank om uiterlijk binnen 18 maanden, dus 28 juli 2027 nieuwe, bindende en economie-brede klimaatdoelen in de Klimaatwet vast te leggen?
Hoe interpreteert u de vaststelling van de rechtbank dat het onrechtmatig is dat er geen bindende nationale klimaatdoelstellingen zijn om de emissies van internationale lucht- en scheepvaart terug te dringen?
Wat betekent het vonnis in de Bonaire Klimaatzaak voor het CO2-plafond voor de internationale lucht- en scheepvaart dat is voorgenomen in het coalitieakkoord? En hoe verhoudt het openen van Lelystad Airport zich tot de uitspraak?
Bent u bekend met het rapport «Effectinschatting klimaatmaatregelen Coalitieakkoord» van onderzoeksbureau Kalavasta, waaruit volgt dat er een gat van tenminste 6 megaton is tussen het huidige Nederlandse klimaatbeleid en het 2030-doel van 55% reductie? Welke maatregelen, zowel normerend als beprijzend, gaat u nemen om dit gat te dichten en uitstootreductie te versnellen, inclusief voor lucht- en scheepvaart?
Kunt u aangeven wat de consequentie van het klimaatzaakvonnis is voor methaan en andere broeikasgasemissies in de landbouw en hoe dit zich verhoudt tot het eerdere vonnis van de rechtbank Den Haag in de rechtszaak van Greenpeace tegen de Staat over stikstofdepositie?
Klopt het dat de Verenigde Staten en/of Amerikaanse bedrijven gas en/of olie willen winnen voor de kust van de BES-eilanden en de CAS-eilanden? Kunt u een overzicht bezorgen van alle fossiele winningsprojecten op de eilanden, in de territoriale wateren en in de nabijheid van de territoriale wateren van de BES- en CAS-eilanden?
Welke instantie beslist of dergelijke winningsprojecten al dan niet mogen doorgaan? Vallen dergelijke winningsprojecten onder de Nederlandse Mijnbouwwet?
Bent u het ermee eens dat dergelijke fossiele winningsprojecten door een niet-Europese mogendheid tot een geopolitiek onwenselijke ontwikkeling kan leiden?
Waarom zijn adaptatiemaatregelen op Bonaire systematisch later opgepakt dan in Europees Nederland, en hoe gaat u deze achterstand inhalen? Zal een dergelijke inhaalbeweging voldoende zijn om de mensen op Bonaire effectief te beschermen tegen schade ten gevolge van klimaatrampen?
Wat betekent het vonnis voor Saba en Sint-Eustatius, en in hoeverre wordt hier nu opvolging aan gegeven, inclusief preventieve maatregelen om alle inwoners van de BES-eilanden te beschermen tegen klimaatrampen en daarbij de gelijkwaardigheid van inwoners te borgen?
Heeft u kennisgenomen van het feit dat de rechtbank Den Haag stelt dat het huidige adaptatiebeleid voor Bonaire onvoldoende en zelfs discriminatoir is? Welke conclusies trekt u uit de erkenning dat het Nederlandse beleid discriminatoir is?
Hoe gaat u om die discriminatie tegen te gaan het «gelijkwaardig beschermingsniveau» voor de BES-eilanden wettelijk verankeren? Is er voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius reeds een analyse gebeurd, waarbij voor ieder eiland afzonderlijk een inschatting is gemaakt van de kwetsbaarheid voor toenemende klimaatrampen alsook van hun financiële en andere capaciteit om adequaat op rampen te reageren? Krijgen de eilanden dezelfde veiligheidsnormen (overstromingskansen) als de Nederlandse kust?
Bent u bereid om per direct dezelfde overstromingskansnormen wettelijk te verankeren voor Bonaire als voor Europees Nederland of, indien deze overstromingskansnormen onvoldoende zijn om alle inwoners van Bonaire afdoende te beschermen, bent u bereid striktere normen voor Bonaire wettelijk te verankeren? Zo nee, welke normen zullen dan worden toegepast om te voldoen aan het discriminatieverbod?
Hoe garandeert u dat de geëiste kustbescherming op Bonaire uiterlijk in 2030 volledig geïmplementeerd is, en welk budgettair pad is hiervoor nu reeds vastgelegd om te voorkomen dat plannen slechts bij ambities blijven?
Waarom is de waterveiligheid van Bonaire nog niet structureel gekoppeld aan het Deltafonds? In hoeverre kan en zal het Deltafonds worden opengesteld voor de BES-eilanden? Zal de regering ervoor zorgen dat er voldoende budget in het fonds is voor de adaptatienoden van zowel Europees als Caraïbisch Nederland? Wat is hiervoor nodig?
Bent u bereid om aanvullend een meerjarig Klimaatadaptatiefonds Caribisch Nederland op te richten zodat naast de benodigde en omvangrijke investeringen in adaptatiemaatregelen ten aanzien van waterveiligheid, ook maatregelen in het kader van bijvoorbeeld hitte, gezondheid en natuur tijdig kunnen worden gefinancierd? Of middels welke fondsen zal u zorgen voor een equivalent beschermingsniveau tegen klimaatverandering op Bonaire?
Tot welke Europese fondsen hebben de BES-eiland toegang voor de financiering van adaptatie- en mitigatiemaatregelen? Hebben ze gelijke toegang tot alle fondsen die de lidstaten ter beschikking staan als gemeenten in continentaal Europa of worden ze hiervan uitgesloten? Hebben ze toegang tot Europese fondsen voor internationale klimaatadaptatie?
Is de toegang van BES- en CAS-eilanden tot Europese financiering gelijkwaardig aan de toegang van de Franse overzeese departementen en gebieden, zoals het Franse gedeelte van Sint-Maarten?
Hoe kan het dat na orkaan Irma het Franse deel van Sint-Maarten beter beschermd was en/of sneller kon heropbouwen dan het deel binnen het Koninkrijk der Nederlanden? Wat zijn de oorzaken hiervan? Welke verschillen zaten er in de toegang tot Europese financiering? En hoe verschilde de financiering voor zowel preventieve maatregelen als voor wederopbouw vanuit Den Haag met de financiering vanuit Parijs?
Wat zijn de risico's voor de CAS- en BES-eilanden van de aangekondigde Super El Niño? Wat is de huidige staat van paraatheid van de verschillende eilanden? Wat doet u om de eilanden te ondersteunen in hun weerbaarheid tegen dit fenomeen? Welke extra stappen worden er gezet?
Welke extra expertise en uitvoeringskracht acht het Rijk voor het Openbaar Lichaam Bonaire nodig om ervoor te zorgen dat er voldoende lokale capaciteit is om de plannen uit te voeren?
Welke bijkomende maatregelen gaat u nemen opdat de BES-eilanden op korte termijn volledig overgaan op duurzame energie, zodat de eilanden minder afhankelijk worden van fossiele import?
Hoe kunt u ervoor zorgen dat energie betaalbaar is voor inwoners van Bonaire, ook gezien de toenemende noodzaak van energieverbruik voor airconditioning als gevolg van de opwarming van de aarde?
Kunt u aangeven welke maatregelen u treft tegen de gevolgen van de toenemende hitte en extreme neerslag op Bonaire? Welke aanvullende stappen zijn noodzakelijk en wat is de investeringsopgave hiervan?
Welke maatregelen kan het kabinet nemen tegen de onder andere door klimaatverandering veroorzaakte sargassumcrisis, die de economie van Caraïbisch Nederland ernstig schaadt, met name in toerisme en visserij?
Hoe beoordeelt u de relevantie van de rechtsoverwegingen in het Bonaire-vonnis voor de overige landen binnen het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten), gezien de gedeelde verantwoordelijkheid voor de waarborging van mensenrechten (artikel 43 Statuut)? Erkent u dat de Staat der Nederlanden een coördinerende en faciliterende verantwoordelijkheid heeft om te waarborgen dat ook de inwoners van de CAS-eilanden een gelijkwaardig niveau van mensenrechtelijke bescherming tegen klimaatgevaren genieten, met in ogenschouw nemend het vereiste respect voor de autonome status van deze landen?
Bent u bereid om, in de geest van het vonnis, proactief met de regeringen van de CAS-eilanden in gesprek te gaan over een Koninkrijksbreed Klimaatfonds, zodat ook daar de noodzakelijke adaptatiemaatregelen om mensen(rechten) te beschermen in de klimaatcrisis gefinancierd kunnen worden die de lokale draagkracht te boven gaan?
Bent u het ermee eens dat, aangezien het Koninkrijk der Nederlanden de officiële verdragspartij is bij de UNFCCC, de belangen van de CAS-landen en BES-eilanden integraal onderdeel moeten zijn van de Nederlandse en dus ook Europese inzet in internationale klimaatonderhandelingen? Kunt u toelichten hoe de structurele consultatie met de regeringen en lokale besturen van deze eilanden is vormgegeven in de aanloop naar de jaarlijkse COPs?
Erkent u dat «effectieve bescherming», zoals geëist in het vonnis, onmogelijk is zonder een structurele meerjarige financiering die direct aansluit op de lokale behoeften die aan de Klimaattafel zijn geformuleerd? Hoeveel extra middelen zijn er volgens u nodig, en hoeveel middelen zal het Rijk beschikbaar stellen en wanneer besluit u hierover?
Op welke wijze beschermt het kabinet het cultureel erfgoed op de zuidpunt van Bonaire (zoals de slavenhuisjes) dat door de zeespiegelstijging reeds in 2050 dreigt te verdwijnen?
Hoe waarborgt u dat inwoners van Bonaire en de Klimaattafel Bonaire een doorslaggevende stem krijgen in het nationale adaptatieplan dat uiterlijk in 2030 geïmplementeerd moet zijn?
Hoe zult u garanderen dat adaptatieprocessen op de BES-eilanden lokaal geleid kunnen worden?
Bent u bekend met de motie van de Eilandsraad van Bonaire, waarin het Bestuurscollege wordt opgeroepen om de Nederlandse Staat te houden aan de rechtskracht van het vonnis? Welke aspecten van deze motie gaat u uitvoeren? En kunt u toezeggen dat alle aanbevelingen die voortvloeien uit de motie van de Eilandsraad integraal onderdeel worden van de Nederlandse inzet tijdens de komende Klimaattop (COP), om Bonaire als internationaal voorbeeld van «Small Island Justice» te positioneren? Hoe beoordeelt u de passage in de motie die spreekt over de «historische schuld» en de plicht van Nederland om de kwetsbaarste delen van het Koninkrijk prioritair te beschermen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden voorafgaand aan het plenaire debat over het vonnis inzake de Bonaire Klimaatzaak?
De gevolgen van het Circulair Materialenplan voor de verwerking van bodemas |
|
Chris Stoffer (SGP) |
|
Bertram , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de grote zorgen bij het bedrijfsleven over de gevolgen van het Circulair Materialenplan (CMP) voor de verwerking van bodemas van afvalverbrandingsinstallaties1 in combinatie met de afnemende afzetmogelijkheden in eigen land?
Hoe waardeert u deze zorgen?
Is de veronderstelling juist dat de huidige afzetproblematiek en de snel opgelopen voorraden van ongereinigde bodemas niet zijn meegenomen bij de vaststelling van het CMP?
Verwacht u dat de huidige overgangstermijn voldoende is voor het realiseren van voldoende wascapaciteit voor het reinigen van bodemas? Zo ja, waar baseert u dat op?
Ziet u mogelijkheden voor het tijdelijk toestaan van export van bodemas ten behoeve van nuttige toepassingen, bijvoorbeeld voor opvulling of andere toepassing in de diepe ondergrond, om zo de voorraadproblematiek op te lossen?
Is het u bekend dat verschillende gemeenten het gebruik van gewassen bodemas verbieden dan wel sterk beperken, terwijl het CMP deze ruimte voor gebruik van gewassen bodemas, gelet op de gewenste circulariteit, nadrukkelijk wel biedt en zich verzet tegen dergelijke generieke verboden en beperkingen?
Hoe waardeert u deze beperkingen?
Wat bent u voornemens te doen om onnodige inperking van de ruimte voor gebruik van gewassen bodemas te beperken?
Deelt u de analyse dat de kwaliteit van Nederlands bodemas relatief slecht is ten opzichte van de bodemas uit onder meer België en Frankrijk, mede vanwege de keuze voor snelle verbranding?
Welke maatregelen neemt u voor verbetering van de kwaliteit van het bodemas?
Het stopzetten van het luchtalarm |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Kati Piri (PvdA), Songül Mutluer (PvdA) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u nader toelichten waarom er geen middelen zijn gevonden om het luchtalarm als middel in crisissituaties te behouden, zoals aangekondigd in uw brief van 18 mei 2026?1
Hoeveel geld zou het structureel kosten om het luchtalarm na 1 januari 2028 alsnog te behouden?
Ziet u mogelijkheden om het luchtalarm in de toekomst te dekken met de aanvullende Defensiemiddelen in het kader van de nationale weerbaarheid?
Deelt u de analyse dat het afsluiten van het luchtalarm onwenselijk is, gezien het belang van redundantie in de crisiscommunicatie? Is het niet in elke situatie beter als het luchtalarm en NL-Alert (of alternatieven) naast elkaar bestaan?
Hoe kijkt u naar het gegeven dat het horen van het luchtalarm en het ontvangen van een NL-Alert een andere lading heeft voor de toehoorder? Waarop baseert u dat het luchtalarm en NL-Alert dezelfde staat van paraatheid teweegbrengt bij burgers?
Erkent u dat, in een heftige ramp of crisis, ook sprake kan zijn van sabotage van mobiele netwerken? Waarop baseert u dat NL-Alert in dergelijke situaties altijd bruikbaar zal zijn?
Is het bereik van NL-Alert, met een stabiele dekking van 92%, voldoende om in een crisissituatie iedereen te bereiken? Hoe verwacht u dit bereik te vergroten?
Kunt u onderbouwen dat een alternatief systeem als NL-Alert, waar mensen een telefoon voor nodig hebben, goed digitaal toegankelijk is?
Bent u bekend met Project Särimner, een Zweedse infrastructuur waarin «datanodes» worden gebouwd die in het geval van sabotage of verstoring onafhankelijk van elkaar crisisinformatie kunnen uitwisselen?2
Bent u bereid om een oplossing zoals Project Särimner nader te onderzoeken als aanvulling op de nationale crisisinfrastructuur?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en nog vóór het commissiedebat over nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing van 10 juni 2026 beantwoorden?
De ontvoering, vernedering en mishandeling van de Global Sumud Flotilla activisten door Israël |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Heeft u de video van de Israëlische Minister Ben Gvir gezien waarin de gekidnapte opvarenden van de Global Sumud Flotilla vernederd en mishandeld worden?1 Wat is uw reactie?
Bent u bereid dit geweld, dat regelrecht ingaat tegen het internationaal recht, ondubbelzinnig te veroordelen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om onmiddellijke vrijlating van de opvarenden, waaronder de Nederlandse opvarenden, te eisen? Zo nee, waarom niet?
Welke sanctiemaatregelen gaat u treffen tegen Israël voor de op de video zichtbare ontvoering, vernedering en mishandeling van de Flotilla-opvarenden?
Verleent Nederland consulaire hulp aan de Nederlandse opvarenden die zijn gekidnapt in internationale wateren? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid bij de ontboden ambassadeur aan te dringen op excuses aan de ontvoerde opvarenden van de Global Sumud Flotilla? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om er in de EU voor te pleiten om de hele regering Netanyahu op de sanctielijst te zetten? Zo nee, waarom niet?
Hoe gaat u Israel dwingen om de humanitaire blokkade van Gaza door Israël op te heffen?
Bent u bereid om een onafhankelijk onderzoek te starten naar mishandelingen en martelingen van Nederlandse staatsburgers die gekidnapt zijn door Israël in internationale wateren? Zo nee, waarom niet?
Kunt u binnen 24 uur antwoord geven op de vragen?
Terugvorderingen toeslagenwet door fout bij UWV, naar aanleiding van eerder beantwoorde vragen |
|
Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) |
|
Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Hoe kan het dat de controle van het partnerinkomen of andere relevante inkomsten is uitgebleven?
Gaat het hierbij enkel om de toeslag bij Ziektewetuitkering? Hoe zit dit bij andere regelingen van UWV? Zijn bij de Werkloosheidwet (WW), Wajong, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ook fouten gemaakt met het partnerinkomen of andere relevante inkomsten? Kunt u in uw antwoord specifiek stilstaan bij elke afzonderlijke regeling?
Is onderzocht of andere componenten (naast partnerinkomen of andere relevante inkomsten) mogelijk ook onjuist zijn verwerkt in dezelfde periode of daarbuiten?
Hoe wordt een BSN van de partner gekoppeld aan de uitkeringsgerechtigde? Is de koppeling met de BSN van de partner correct gemaakt? En hoe worden hier correcties op doorgevoerd als blijkt dat er een fout gemaakt is?
Zijn de technische problemen met de systemen inmiddels opgelost?
Wanneer kunt u de Kamer informeren over de omvang van het probleem? Kunt u toezeggen de Kamer hierover te informeren voor het CD Uitvoeringsproblematiek UWV van 1 juli?
In hoeveel gevallen gaat het om een terugvordering?
In hoeveel gevallen gaat het om een volledige terugvordering van de Toeslagenwet (vanwege dat er achteraf is vastgesteld dat er geen recht is)? In hoe veel gevallen gaat het om een gedeeltelijke terugvordering?
In hoeveel gevallen gaat het om een nabetaling omdat het partnerinkomen of andere relevante inkomsten juist gedaald waren? Worden de toeslagen voor deze mensen nabetaald en gecorrigeerd voor de toekomst?
Kunt u, als u informatie verschaft aan de Kamer over de omvang van het probleem, vragen 5 t/m 7 ook specifiek beantwoorden? Dus om hoeveel mensen gaat het per wet die uitgevoerd wordt door het UWV? Over welke bedragen gaat het?
Welke terugvorderingen zijn al in gang gezet? Hoeveel mensen hebben inmiddels een terugvordering ontvangen? Welke besluitvorming ligt hieronder? Kunt u de kamer de stukken die bij die besluitvorming horen, toesturen?
Kunt u uitsluiten dat de systeemfout zich enkel voordeed in de periode van 29 oktober 2022 tot en met 7 april 2025? Uit signalen die wij ontvingen blijkt dat de verkeerde toekenning van toeslagen al voor 2022 plaatsvonden voor de WIA, de WAO, de Wajong en voor (oude gevallen) WW en ZW, klopt dat?
Wij hebben het signaal ontvangen dat er op dit moment een terugvorderingsactie loopt, namelijk een zogenaamde veegactie, klopt dit en zijn de vorderingsbrieven al (deels) verstuurd? Of zijn die nog opgehouden? Hoeveel van deze brieven zijn er en over welke bedragen gaan deze vorderingen en welke uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid of werkloosheid gaat het?
Hoe komt het dat de fout pas zo laat ontdekt is? En zijn in de jaarlijkse steekproeven in de afgelopen tien jaar niet eerder signalen boven water gekomen dat de koppeling met het partner inkomen ontbraken? Zo ja, zijn er ook al eerder zogenaamde veegacties geweest met vorderingen van te veel uitgekeerde toeslagen? En over hoeveel veegacties met hoeveel vorderingen en welke maximale bedragen zijn die vorderingen gedaan?
Welke interne waarschuwingen, signalen of audits zijn er sinds 2016 geweest die mogelijk op deze fout hadden kunnen wijzen?
Op welke manier is de fout ontdekt?
In uw antwoorden gaf u aan dat het UWV pas in april 2025 bekend was met de fouten, klopt dat wel? En als het wel klopt hoe kan het dan dat pas na langer dan een halfjaar hierover aan de Minister wordt gerapporteerd?
Hoe kan het dat de Kamer hierover niet geïnformeerd is, maar dit boven water moet halen door schriftelijke vragen?
Kunt u de beslisnotities betreffende dit onderwerp bij het beantwoorden van deze vragen delen met de Kamer?
Kunt u de informatie die u vanuit UWV kreeg bij het beantwoorden van deze vragen delen met de Kamer?
Kunt u de vragen telkens separaat beantwoorden voor elke regelingen van UWV?
Kunt u de vragen specifiek en gesplitst beantwoorden voor het CD Uitvoeringsproblematiek UWV van 1 juli?
Het rapport van de Algemene Rekenkamer over de screening van asielzoekers |
|
Marina Vondeling (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport van de Algemene Rekenkamer waaruit blijkt dat de screening op terrorisme pas na gemiddeld twee jaar plaatsvindt in plaats van binnen de norm van 14 dagen?1
Klopt het dat u niet weet hoeveel asielzoekers er op dit moment in Nederland aanwezig zonder dat zij (volledig) gescreend zijn op terrorisme, radicalisering of andere veiligheidsrisico’s? Hoe is het mogelijk dat u dit niet weet?
Erkent u dat het jarenlang laten rondlopen van asielzoekers in Nederland zonder screening een levensgevaarlijk en onacceptabel risico vormt voor de nationale veiligheid? Zo nee, waarom niet?
Hoeveel terrorismegerelateerde signalen of hits zijn er de afgelopen jaren alsnog naar boven gekomen bij verlate screenings? Hoeveel daarvan betroffen personen die al langere tijd in Nederland verbleven?
Waarom heeft u de Tweede Kamer niet eerder geïnformeerd over het feit dat de screening niet op orde is?
Gaat u er per direct voor zorgen dat alle asielzoekers die nu in Nederland aanwezig volledig gescreend worden en bent u bereid om onmiddellijk een asielstop af te kondigen zolang de veiligheid van de Nederlandse bevolking niet gewaarborgd kan worden? Zo nee, waarom kiest u er bewust voor om de veiligheid van Nederlanders op het spel te zetten?
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat JBZ-Raad d.d. 27 mei aanstaande?
Massasterfte van zwaluwen door pesticiden |
|
Ines Kostić (PvdD) |
|
van Essen , Silvio Erkens (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht over de massasterfte van oeverzwaluwen bij de Haarrijnse Plas?1
Deelt u de zorg dat sterfte door pesticiden waarschijnlijk structureel wordt onderschat, omdat zieke dieren zich verstoppen, snel worden opgegeten door aaseters of niet toxicologisch onderzocht worden?
Wordt momenteel gemonitord hoeveel vogels en andere wilde dieren jaarlijks slachtoffer worden van pesticiden? Zo ja, kunt u de Kamer hierover informeren? Zo nee, bent u bereid om een landelijk monitoringsprogramma op te zetten voor pesticidevergiftiging bij wilde dieren, inclusief structureel toxicologisch onderzoek bij massasterfte?
Bent u bekend met het toxicologisch onderzoek van Wageningen University & Research waaruit blijkt dat bij de gestorven oeverzwaluwen hoge concentraties gif zoals permethrine en tetramethrine op de veren en in hersenweefsel zijn aangetroffen?2
Wat vindt u ervan dat de twee pesticiden nu gelden als «relatief veilig voor vogels», maar toch gevaarlijk blijken te zijn?
Erkent u de conclusies van de wetenschappers dat deze bevindingen erop wijzen dat vogels ernstig ziek kunnen worden of sterven door blootstelling aan pesticiden via huidcontact of inhalatie, terwijl deze blootstellingsroutes momenteel niet standaard worden meegenomen in toelatingsprocedures voor bestrijdingsmiddelen? Zo nee, op welk wetenschappelijk onderzoek baseert u zich?
Hoe beoordeelt u het feit dat de huidige risicobeoordeling van pesticiden vooral uitgaat van opname via voedsel, terwijl onderzoekers nu expliciet waarschuwen dat blootstelling via veren, huid en luchtwegen mogelijk minstens zo schadelijk kan zijn?
Welke gevolgen hebben deze onderzoeksresultaten voor de bescherming van (bedreigde) vogelsoorten zoals de oeverzwaluw, waarvan populaties al onder druk staan door verlies van leefgebied, voedseltekorten en milieuvervuiling?
Heeft u gelezen dat de onderzoekers hopen dat de manier waarop pesticiden worden beoordeeld opnieuw onder de loep zal worden genomen en dat dit onderzoek aanleiding geeft om bij de toelating van pesticiden rekening te houden met meer scenario’s dan alleen blootstelling via voedsel?
Bent u bereid om het advies van de wetenschappers op te volgen? Zo ja, hoe en op welke termijn?
Vindt u dat er daarbij ook beter gekeken moet worden naar hoe in de toelatingssystematiek en beoordelingssystematiek rekening gehouden wordt met mogelijke cumulatieve en synergistische effecten van pesticidencombinaties voor (wilde) dieren en mensen? Zo ja, hoe gaat u dat verwerken en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) te verzoeken om op deze nieuwe bevindingen te reflecteren en te kijken wat kan worden gedaan om ervoor te zorgen dat blootstelling via huidcontact en inhalatie structureel wordt onderzocht, zodat volgens en andere wilde dieren beter worden beschermd tegen pesticiden?
Bent u bereid om bij het Ctgb en in Europees verband erop aan te dringen dat cumulatieve en synergistische effecten van pesticiden voor (wilde) dieren en mensen structureel mee moeten worden genomen in de toelating en herbeoordeling van stoffen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om in Europees verband, ook in het kader van de gesprekken rondom de Omnibus Food and Feed Safety Simplification, te wijzen op deze wetenschappelijke bevindingen en te pleiten dat die bevindingen worden verwerkt in beleid om wilde dieren beter te beschermen tegen pesticiden (ook in het kader van Europese doelen voor biodiversiteit)?
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om blootstelling van wilde dieren aan pesticiden terug te dringen?
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor geldende termijn beantwoorden?
Kunt u bevestigen dat nationaal en internationaal onderzoekers al bijna tien jaar waarschuwen dat het RCP8.5-scenario onwaarschijnlijk is en niet meer gebruikt zou moeten worden voor beleidsdoeleinden?1, 2, 3
Waarom heeft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en in het verlengde daarvan het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) dit advies al die jaren in de wind geslagen
Kunt u bevestigen dat sinds de publicatie van dit RCP8.5-scenario in 2011 er wereldwijd naar schatting meer dan 100.000 wetenschappelijke artikelen zijn verschenen die gebruikmaken van dit scenario en een veelvoud aan media-uitingen?
Hoe kijkt u daarop terug, nu blijkt dat dat scenario nooit plausibel is geweest?
Kunt u bevestigen dat het midden-scenario voortaan als «business as usual» mag worden gezien/gebruikt?
Deelt u de mening dat op basis van het RCP8.5- (en diens opvolger het SSP5-8.5) scenario het IPCC, het KNMI en in het verlengde daarvan ook de Nederlandse overheid veel te alarmistisch zijn geweest over klimaatverandering?
Gaat u de overheidspagina over klimaatverandering met spoed herschrijven in het licht van de «nieuwe» inzichten omdat daar bijvoorbeeld nog staat dat de zeespiegel in 2100 wel 1,2 meter (of zelfs 2 meter) kan stijgen maar dat dit was gebaseerd op het RCP8.5-scenario?4
Heeft u de reactie van het KNMI gezien5 op de nieuwe scenario’s en vindt u het acceptabel dat het instituut zelfs nu nog doet alsof er niets veranderd is dat hoewel het KNMI erkent dat RCP8.5 niet langer realistisch is, toch weigert haar eigen scenario’s, die op RCP8.5 gebaseerd zijn, aan te passen?
Misleidt het KNMI hiermee alle sectoren en (lagere) overheden die gebruikmaken van de KNMI-scenario’s en gedraagt het KNMI zich in Nederland daarmee niet veel te veel als eenoog Koning (een kennismonopolist)?
Hoe kan het dat het IPCC in haar zesde rapport in 2021 al waarschuwde dat RCP8.5 (en SSP5-8.5) niet langer plausibel was en het KNMI bij de 2023 klimaatscenario’s dit scenario toch gewoon weer inzette?6
Kunt u het KNMI vragen met spoed en in het Engels een reactie te schrijven op de kritiek van Pielke Jr, aangezien de internationaal zeer goed in dit dossier ingevoerde onderzoeker Roger Pielke Jr op social media onmiddellijk de publieke reactie van het KNMI op de nieuwe scenario’s bekritiseerde7 en volgens hem de reactie van het KNMI diverse «onjuiste beweringen» zou bevatten en ook Volkskrant-journalist Maarten Keulemans constateerde dat op social media platform X8 wat natuurlijk zeer ernstig zou zijn voor een overheid die zelf zegt het bestrijden van mis- en desinformatie zo belangrijk te vinden?
Kunt u ervoor zorgen dat het PBL, het KNMI en bewindslieden als uzelf voortaan de echte reden geven voor het verlaten van RCP8.5 en kunt bevestigen dat een belangrijk kritiekpunt van Pielke Jr klopt dat diverse onderzoekers, waaronder Detlef van Vuuren van het PBL, de eerste auteur van de nieuwe scenariopaper9, en ook het KNMI, ten onrechte beweren dat het «rampenscenario» is verlaten vanwege het succes van het beleid, met name het goedkoper worden van zonne- en windenergie en ook de Minister suggereerde dit in haar interview bij het programma Ongehoord Nieuws maar dat de werkelijke reden dat het «rampenscenario» is verlaten is dat de aannames erachter altijd al onrealistisch geweest zijn, namelijk een explosieve stijging van steenkoolgebruik in de 21e eeuw?
Kunt u laten onderzoeken hoe het mogelijk is geweest dat juist dit niet plausibele RCP8.5-scenario gebruikt werd als het enige referentie- of ook wel business-as-usual-scenario?
Deelt u de mening dat RCP8.5 nooit als referentiescenario gelabeld had moeten worden en dat beleidsmakers daarmee jarenlang op het verkeerde been zijn gezet?
Kunt u navragen en toelichten waarom het PBL het niet eens opportuun achtte om een persbericht de deur uit te doen, terwijl een PBL-medewerker eerste auteur van de internationale paper is waarmee de nieuwe IPCC-scenario’s zijn gelanceerd?
Zou dit ook niet gebeurd zijn als het nieuwe hoogste scenario hoger uitgevallen zou zijn dan RCP8.5, met andere woorden als de boodschap had kunnen zijn «it is worse than we thought» en deelt u de mening dat dergelijke institutionele bias ongewenst is?
Kunt u bevesboektigen dat het nieuwe hoogste scenario CMIP7 High geen referentiescenario is en dus niet als zodanig gebruikt en gecommuniceerd moet worden?
Kunt u bevestigen dat dit betekent dat toekomstig eventueel beleidssucces nooit gerelateerd kan worden aan dit scenario?
Kunt u bevestigen dat het nieuwe hoge scenario (CMIP7 High) gebaseerd is op het SSP3-scenario en niet op het eerder gebruikte SSP5-scenario?
Kunt u met spoed laten uitzoeken hoe het mogelijk is dat dit scenario uitgaat van een bevolkingstoename in 2100 van maar liefst 14,5 miljard mensen10, wat haaks staat op projecties van de VN (+/– 10 miljard in 2100) en het IMHE (+/– 9 miljard in 2100)?
Deelt u de mening dat het niet opnieuw moet gebeuren dat de klimaatgemeenschap tien jaar of langer gaat werken met scenario’s die uitgaan van achterhaalde aannames?
Kunt u bevestigen onder de aanname van staand beleid («current policies») dat temperatuurprojecties in 2100 uitkomen op ongeveer 2,5 graden opwarming11 en als je dat zou combineren met realistischere aannames voor bevolkingsgroei en economische groei het tweegradendoel van Parijs zelfs haalbaar lijkt zonder aanvullend beleid?12
Deelt u de mening dat er veel meer toezicht nodig is op de samenstelling en de werkwijze van de internationale commissie die de IPCC-scenario’s vaststelt, bijvoorbeeld omdat Roger Pielke Jr zijn zorgen heeft uitgesproken13 over de samenstelling en het gebrek aan toezicht op de internationale commissie en waar slechts twee instituten (IIASA en PIK) die commissie domineren en transparantie over wat er besproken wordt tijdens meetings volledig ontbreekt?
Zo ja, wat gaat u internationaal doen om dat voor elkaar te krijgen?
Gaat u het KNMI nu de opdracht geven haar scenario’s op de nieuwste ontwikkelingen aan te passen en hiermee niet te wachten tot het KNMI volgens eigen planning pas in 2029 of 2030 met een update komt?
Kunt u de Kamer met spoed een eerste inventarisatie sturen van de projecten in Nederland die gebaseerd zijn op RCP8.5 en/of SSP5-8.5 zodat de Kamer kan zien hoe dit scenario heeft doorgewerkt in de samenleving?
Kunt u in het bijzonder aangeven wat de consequenties zijn van de nieuwe inzichten voor het Nationaal Deltaprogramma waarin de Deltascenario’s 202414 voor 50% zijn gebaseerd op het nu geschrapte SSP5-8.5-scenario?
Betekenen de nieuwe inzichten dat we fors kunnen bezuinigen op het jaarlijkse budget voor het Deltaprogramma dat ongeveer 1,9 miljard euro bedraagt?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Bent u bekend met het artikel «Energiezuinige warmtepomp dreigt fors duurder te worden, vooral voor huishoudens die flink verduurzamen: «Een grote strategische fout»», waarin zorgen worden geuit over stijgende kosten voor warmtepompen door flexibele nettarieven voor kleinverbruikers?1
Voorziet u dat de verwachte prijsstijging zal zorgen voor een remmend effect op de bereidheid van huishoudens om over te stappen op een warmtepomp?
Hoe waarborgt u dat congestieverlichtende maatregelen niet ten koste gaan van verduurzaming?
Hoe waarborgt u dat warmtepompen ook in de toekomst kunnen blijven bijdragen aan een slim en flexibel energiesysteem?
Hoe waarborgt u dat huishoudens die reeds in een warmtepomp hebben geïnvesteerd niet door wijzigingen in nettarieven geconfronteerd worden met fors stijgende kosten?
Hoe reflecteert u op het risico dat juist huishoudens die verduurzamen financieel zwaarder worden belast?
Bent u bereid hierover in gesprek te gaan met de netbeheerders en Autoriteit Consument & Markt (ACM)?
Bent u bereid gerichte maatregelen te nemen indien warmtepompeigenaren fors hogere netkosten krijgen?
Hoe beoordeelt u voorstellen, zoals een flexbonus, die huishoudens stimuleren warmtepompen te combineren met zonnepanelen, opslag of slimme aansturing om zowel de energierekening als de belasting van het stroomnet te verlagen?
Kunt u toezeggen de Kamer voor de ACM de tarieven definitief vaststelt te informeren over de verwachte invloed van flexibele nettarieven op de terugverdientijd en businesscase van warmtepompen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Aanhoudende zorgen over buitenproportionele eisen voor de vrijwillige scheepsvaart. |
|
Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA), Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66) |
|
Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Rondvaartbedrijf Amersfoortse grachten wil uitzondering op Europees schippersdiploma»?1
Hoe reflecteert u op signalen dat vrijwilligers bij vele organisaties en stichtingen vrezen dat zij hun activiteiten in de toekomst niet kunnen voortzetten vanwege de aangescherpte kwalificatie-eisen? Kunt u aangeven van welke organisaties zorgen hierover bij u bekend zijn?
Kunt u reflecteren op de kosten die gepaard gaan met de aangescherpte kwalificatie-eisen, specifiek de scholingskosten en de tweejaarlijkse medische keuring? Acht u die draagbaar en redelijk voor dergelijke, van vrijwilligers afhankelijke, organisaties?
Kunt u toelichten waarom bij de vrijstellingsmogelijkheid voor open rondvaartboten, die met lage snelheden varen in beperkte en afgesloten vaargebieden, is gekozen voor een certificaat met verzwaarde kwalificatie-eisen, in plaats van een daadwerkelijke vrijstelling waarin voor deze groep vastgehouden wordt aan de bestaande situatie met het klein vaarbewijs? Kunt u hierbij ook reflecteren op de situatie in Amersfoort waar sprake is van een beperkt en afgesloten vaargebied met ondiepe wateren, waar met lage snelheid wordt gevaren en geen ander gemotoriseerd vaarverkeer en geen verkeerstekens aanwezig zijn en de bestuurders over praktijkervaring beschikken?
Kunt u toelichten hoe u het begrip afdoende veiligheidsniveau bij de implementatie van de Richtlijn (EU) 2017/2397 (hierna: de Richtlijn) heeft geïnterpreteerd?
Kunt u bevestigen dat de Richtlijn niet voorschrijft dat uitsluitend een praktijkexamen kan bijdragen aan een afdoende veiligheidsniveau, maar ruimte laat voor andere vormen van veiligheidsborging? Hoe is deze ruimte door Nederland geïnterpreteerd?
Kunt u aangeven in hoeverre bij de implementatie van de Richtlijn rekening is gehouden met het proportionaliteitsbeginsel, mede gelet op het feit dat de aangescherpte kwalificatie-eisen met name negatieve gevolgen hebben voor vrijwilligers en kleine stichtingen?
Bent u het ermee eens dat artikel 7 van de Richtlijn ruimte laat voor een functionele beoordeling van veiligheid, waarbij niet uitsluitend gekeken hoeft te worden naar de inhoud of zwaarte van een diploma, maar ook naar de aard van de exploitatie en de feitelijke risico’s van de vaart?
Kunt u toelichten waarom Nederland ervoor gekozen heeft de uitzonderingsmogelijkheid van artikel 7 van de Richtlijn beperkt toe te passen, terwijl deze bepaling juist bedoeld lijkt om maatwerk mogelijk te maken voor minder complexe of lokaal begrensde vormen van binnenvaart?
Klopt de constatering dat u, gezien de beantwoording van eerdere Kamervragen op dit onderwerp, geen ruimte ziet om tegemoet te komen aan de in de artikelen geschetste zorgen van onder andere de traditionele scheepsvaartsector – zoals de Berkelse en de Enterse Zompen – en de vrijwillige rondvaartsector?2, 3
Bent u bereid, met inachtneming van de bovengenoemde zorgen, in overleg met de Commissie te treden over de Nederlandse implementatie van de Richtlijn?
Bent u bereid, indien uit overleg met de Commissie blijkt dat een ruimere interpretatie van de Richtlijn mogelijk is, met een nieuw voorstel voor de implementatie van de kwalificatie-eisen te komen?
De stapeling van overtredingen en niet voldoen aan wet- en regelgeving door Tata Steel |
|
Christine Teunissen (PvdD), Ines Kostić (PvdD) |
|
Bertram , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Wanneer heeft u de brief die de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) op 23 april 2026 naar Tata Steel verstuurde, die ziet op de intrekking van de vergunningen voor de Kooksgasfabrieken (KGF) 1 en 2, ontvangen?
Wanneer wist u dat de ODNZKG voornemens was de vergunningen van de KGF 1 en 2 in te trekken? Kunt u aangeven of dit voor of na het plenaire debat van 7 april jl. was?
Indien u de brief op hetzelfde moment of rond dezelfde tijd ontving: waarom heeft u die brief dan niet meteen met de Kamer gedeeld?
Bent u het ermee eens dat de Staat zeer zorgvuldig en terughoudend moet omgaan met het uitgeven van geld van burgers aan een commercieel, Indiaas bedrijf, al helemaal in tijden waarin het kabinet kiest voor harde bezuinigingen op o.a. de Nederlandse zorg? Zo nee, waarom niet?
Weet u nog dat de Partij voor de Dieren in debatten en in schriftelijke vragen van de afgelopen jaren de regering er meermaals op heeft gewezen dat Tata Steel zich al jaren niet houdt aan wet- en regelgeving en dat er een grote kans bestaat dat niet alleen KGF 2, maar ook KGF 1 gedwongen dicht moet, dat dat het plan waar de Staat over aan het onderhandelen is zou veranderen en dat geld geven aan Tata Steel een extra risico vormt voor de belastingbetaler? Zo ja, bent u het ermee eens dat deze signalen te licht zijn opgevat in het verleden, en hoe gaat u ervoor zorgen dat dit soort signalen in de toekomst evenwichtig worden meegenomen?
Bent het ermee eens – tegen de achtergrond dat de omgevingsdienst overgaat tot intrekking van de vergunningen voor beide kooksfabrieken, omdat Tata Steel de normen stelselmatig jarenlang overschrijdt en er geen reden is om te veronderstellen dat dat nog gaat veranderen – dat er in lijn met de Joint Letter of Intent (JLoI) art.15.3 (d) sprake is van een (potentiële) opzeggingsgrond? Waarom wel/niet?
Bent u voornemens deze opzeggingsgrond aan te wenden om de inspanningsverplichting te stoppen, aangezien in de kabinetsbrief van 7 april jl. (Kamerstuk 28 089, nr. 350) wordt gesteld dat bij het sluiten van een maatwerkafspraak het «van groot belang is dat het bedrijf wet- en regelgeving naleeft»? Zo nee, kunt u dat heel nauwkeurig onderbouwen?
Wat gebeurt er op het moment dat uit het lopende strafrechtelijk onderzoek1 blijkt dat Tata Steel opzettelijk en onrechtmatig de gezondheid van mensen in gevaar heeft gebracht? Welke invloed heeft het lopende onderzoek op de gesprekken over de maatwerkafspraken?
Kunt u bevestigen dat er geen enkele invloed op de ILT en de ILT-IOD, direct of indirect, wordt uitgeoefend vanuit het ministerie in hun werk rondom Tata Steel en dat de instanties onafhankelijk van de gesprekken over de maatwerkafspraken tot hun oordeel kunnen komen?
Bent u ermee bekend dat experts zeggen dat KGF 2 zo verouderd is dat het al in de jaren negentig gesloten had moeten worden, maar dat het nooit gebeurd is, omdat kortetermijnwinst belangrijker werd geacht dan de gezondheid voor omwonenden?
Welke invloed op de maatwerkafspraakgesprekken heeft het stilleggen van een bedrijfsonderdeel door Tata Steel op verzoek van de toezichthouder, omdat na metingen is gebleken dat het te veel van de kankerverwekkende stof chroom-6 uitstoot? Wanneer moet Tata dit hebben opgelost volgens u, om in aanmerking te komen voor geld van de Nederlandse belastingbetaler?
Welke invloed op de maatwerkafspraakgesprekken heeft het overschrijden van verschillende normen voor gevaarlijke stoffen bij de Sinterfabriek door Tata Steel? Wanneer moet Tata dit hebben opgelost volgens u, om in aanmerking te komen voor geld van de Nederlandse belastingbetaler?
Welke invloed op de maatwerkafspraakgesprekken heeft het overtreden van regels bij de Oxystaalfabriek door Tata Steel? Wanneer moet Tata dit hebben opgelost volgens u, om in aanmerking te komen voor geld van de Nederlandse belastingbetaler?
Welke invloed op de maatwerkafspraakgesprekken heeft het feit dat de toezichthouder heeft geconstateerd dat Tata Steel toezicht en controles belemmert en vertraagt? Welke consequenties zijn er vanuit het kabinet richting Tata Steel als belemmering en vertraging van de toezichthoudende taken nogmaals worden geconstateerd?
Wat vindt u ervan dat de omgevingsdienst al in 2025 heeft geconstateerd dat Tata Steel een aanzienlijk hogere uitstoot van schadelijke stoffen rapporteert in het elektronisch milieujaarverslag (e-MJV) van 2024 ten opzichte van voorgaande jaren, en dat de omgevingsdienst nog steeds geen goede verklaring voor deze veel hogere uitstoot heeft ontvangen van Tata Steel? Wat zegt dit over de bedrijfscultuur en betrouwbaarheid van Tata Steel?
Klopt het dat Tata Steel tot nu toe meer dan 25 miljoen euro aan boetes heeft moeten betalen voor het overtreden van regels? Zo nee, wat is het bedrag precies?
Wat vindt u van de cultuur van het buitenlandse bedrijf, dat zich jarenlang, structureel, niet aan wet- en regelgeving houdt, handhaving en toezicht traineert en belemmert, onvolledige of misleidende cijfers en informatie deelt, door de toezichthouder «calculerend en opportunistisch» wordt genoemd, en onvoldoende en ontijdig heeft geïnvesteerd in gezonde bedrijfsvoering en onderhoud?
Welke risico’s voor de maatwerkafspraken, de Staat en de belastingbetaler zijn er door de stapeling van alle schendingen van wet- en regelgeving (waarvan een aantal in vorige vragen genoemd), de bovengeschetste cultuur van het bedrijf en door de lopende rechtszaken? Kunt u met de Kamer delen welke adviezen u daarover heeft ontvangen?
Kunt u uitgebreid uitleggen en onderbouwen hoe u de stapeling van alle schendingen van wet- en regelgeving en lopende onderzoeken en rechtszaken beoordeelt vanuit art.15.3 van de JLoI?
Aangezien u eerder schreef dat bij het sluiten van een maatwerkafspraak het «van groot belang is dat het bedrijf wet- en regelgeving naleeft», en Tata Steel zich al jaren niet aan wet- en regelgeving houdt, tot wanneer precies geeft u Tata Steel de tijd om eindelijk aan de wet- en regelgeving te voldoen?
Kunt u uitsluiten dat u een maatwerkafspraak maakt met Tata Steel, als het bedrijf zich nog steeds niet aan wet- en regelgeving kan houden? Zo nee, wat is dan uw uitspraak over het belang van naleving van wet- en regelgeving waard?
Aangezien Tata Steel zich jarenlang, structureel, niet aan wet- en regelgeving houdt en door toezichthouders «calculerend en opportunistisch» wordt genoemd, welk signaal denkt u dat het afgeeft dat de Staat alsnog bereid is om zo’n bedrijf belastinggeld te geven? Waarom zou u Tata Steel belonen voor het jarenlang overtreden van regels, het traineren van handhaving en toezicht, het onvoldoende investeren in onderhoud en tijdige vervanging van fabrieken en het uitstoten van te veel kankerverwekkende stoffen waar mensen aantoonbaar ziek van worden?
Hoe beïnvloedt het vroegtijdig sluiten van KGF 2 en met name KGF 1 de levensvatbaarheid van de plannen zoals vastgelegd in de JLoI, aangezien het originele plan op basis waarvan de Staat de onderhandelingen in is gegaan, uitgaat van het nog jarenlang openhouden van KGF 1? Op welke onafhankelijke experts baseert u zich hierin?
Hoe ziet het plan van Tata er dan nu precies uit, welke wijzigingen zijn/worden gemaakt ten opzichte van het plan op basis waarvan de Staat een JLoI is aangegaan?
Aangezien Tata Steel Nederland in 2025 een verlies van ruim 200 miljoen euro noteert, welk financieel risico neemt de Staat bij de toekenning van 2 miljard euro subsidie? Hoe is dit risico bepaald en afgewogen en kunt u de exacte onderbouwing daarvan delen met de Kamer?
Is dit risico volgens u nog verantwoord, nu de materiële en financiële situatie bij Tata Steel Nederland volledig anders is dan bij het ondertekenen van de JLoI en nu de auditor van Tata Steel spreekt van «material uncertainty to going concern»?2 Kunt u nauwkeurig onderbouwen waarom wel/niet?
Hoe verhoudt de geambieerde staatssteun zich nog tot de financiële feiten, gezien het oordeel van de auditor van Tata Steel dat de aangekondigde intrekking van vergunningen «material uncertainty to going concern» oplevert, gezien het feit dat Tata Nederland een verlies van ruim 200 miljoen euro noteert én gezien het feit dat volgens Europese regels geen staatssteun gegeven mag worden aan een financieel noodlijdend bedrijf? Hoe onderbouwt u dit en op welke onafhankelijke experts baseert u zich?
Heeft u naar aanleiding van de ontstane situatie al contact gehad met de Europese Commissie, die de eventuele subsidie moet goedkeuren in lijn met de Europese regels? Zo ja, kunt u de inhoudelijke reactie van de Commissie met de Kamer delen?
Aangezien tijdens de aandeelhoudersvergadering op 16 mei jongstleden CEO Thachat Narendran de volgende uitspraak over de winstgevendheid van Tata Steel Nederland bij het sluiten van de beide kooksfabrieken heeft gedaan: «So going forward, if the coke ovens close, we expect it to continue to be EBITDA positive, maybe making less EBITDA than we had hopefully would make, but it will always be EBITDA positive. And so far, the Netherlands operation has operated without any support from India. So I think we expect that to continue»3, onderschrijft de Minister dat de overgangstermijn voor het sluiten van de beide kooksgasfabrieken beperkt kan worden tot de technische haalbaarheid? Zo nee, waarom niet?
Is de datum van de sluiting van de kooksgasfabrieken onderwerp van de onderhandelingen, of is dit een zuiver technische afweging van de omgevingsdienst?
Wat vindt u ervan dat de omwonenden al heel lang aandringen op sluiting van de kooksgasfabrieken wegens jarenlange overtredingen van de regels, maar dat Tata Steel de provincie Noord-Holland en de Tweede Kamer steeds heeft voorgehouden dat het een vroegtijdige sluiting van alleen al KGF 2 financieel niet kan dragen?
Beweert Tata Steel nu wel die vroegtijdige sluiting van de kooksgasfabrieken te kunnen betalen en, zo ja, hoe en wat is er dan precies veranderd in die korte tijd?
Gezien artikel 15.4 van de JLoI waarin opzeggronden voor Tata zijn bepaald voor de inspanningsverplichting rondom de maatwerkafspraken, hoe interpreteert u deze zin uit het persbericht van Tata India: «Tata Steel Netherlands is also engaged with the regulators on evolving standards relating to classification and disposal of steel slag, where local requirements in Netherlands now not only exceed EU standards but are threatening to become infeasible.»?
Aangezien de beslisnota van 18 mei schrijft dat het kabinet een vinger aan de pols hierover houdt en dat wordt onderzocht of en, zo ja, welke implicaties dit voor de maatwerkafspraak met het bedrijf heeft, kunt u precies uitleggen wat u bedoelt met het onderzoek en welke implicaties mogelijk zijn?
Houdt u daarbij de uitvoering van de opdracht van de moties-Zalinyan/Kostic (Kamerstuk 28 089, nr. 343) en -Teunissen c.s. (Kamerstuk 29 383, nr. 428) nog scherp, en zorgt u ervoor dat onderhandelingen over de maatwerkafspraken op geen enkele manier invloed hebben op de noodzakelijke beleidsstappen die moeten worden gezet om mens, dier en milieu (uit voorzorg) te beschermen tegen staalslakken?
Hoe interpreteert u het feit dat in het laatste kwartaalverslag van Tata Steel India voor het eerst in twee jaar (en dus acht kwartaalverslagen) het «Groen» Staalplan en de maatwerkafspraken niet worden genoemd in de investeerderspresentatie?
Aangezien Tata India investeerders liet weten dat er onzekerheid is rondom de plannen in Nederland en de CFO tijdens de investors call zei; «there is an alternative path forward too», bent u op de hoogte van dat alternatieve pad? Zo ja, kunt u de Kamer daar zo snel mogelijk, maar in ieder geval bij de beantwoording van deze vragen, schriftelijk over informeren?
Bent u zelf ook bezig met een plan B, tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen van die ontwikkelingen voor de inwoners van de IJmond en meer specifiek de werknemers van Tata Steel? Waarom wel/niet? Zo ja, kunt u de Kamer dan zo snel mogelijk informeren over alternatieve plannen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en vóór half juni 2026 beantwoorden, gezien de urgentie?
Het besluit van het CBR om de praktijkexamens in Maastricht, Kerkrade en Urmond te centraliseren naar één locatie in Sittard-Geleen |
|
Sandra Beckerman (SP) |
|
Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om de praktijkexamens in Maastricht, Kerkrade en Urmond per 1 januari 2027 te centraliseren in Sittard-Geleen?
Klopt het dat het CBR dit besluit tot centralisatie intern heeft genomen zonder overleg met de actiegroep van ruim 100 rijschoolhouders uit Zuid-Limburg? Zo ja, waarom heeft hierover geen overleg plaatsgevonden?
Heeft het CBR onderzocht of alternatieve examenlocaties binnen de gemeenten Maastricht, Kerkrade en Urmond beschikbaar waren? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat het sluiten van deze examenlocaties kan leiden tot hogere kosten voor zowel rijschoolhouders als examenkandidaten, onder meer door extra brandstofkosten en hogere lesprijzen? Welke maatregelen bent u bereid te nemen om deze gevolgen te beperken?
Deelt u de opvatting dat deze centralisatie in een regio als Zuid-Limburg extra nadelige gevolgen kan hebben, mede gezien de kwetsbare sociaaleconomische positie van een deel van de inwoners?
Hoe verhoudt deze keuze van het CBR zich tot het kabinetsbeleid om publieke voorzieningen en rijksdiensten regionaal toegankelijk en gespreid te houden, zoals verwoord in onder meer het rapport «Elke Regio Telt!»?
Welke mogelijkheden heeft u als Minister om hierop te sturen, en bent u bereid die in dit geval in te zetten?
Klopt het dat het CBR voornemens is om op termijn ook de examenlocaties in Venlo en Weert te concentreren in Roermond? Zo ja, op welke termijn en waarom?
Bent u bereid zich in te spannen om ten minste één van de huidige examenlocaties in Maastricht of Kerkrade te behouden? Zo nee, waarom niet?
Hoeveel praktijk- en theorie-examenlocaties heeft het CBR momenteel in Nederland? Hoeveel locaties zijn de afgelopen tien jaar gesloten, en hoeveel locaties zullen volgens de huidige plannen nog sluiten?
Erkent u dat verdere concentratie van examenlocaties negatieve gevolgen kan hebben voor de kwaliteit en toegankelijkheid van rijopleidingen, bijvoorbeeld door minder vertrouwdheid met examenroutes en extra druk op kandidaten en rijscholen? Hoe weegt u daarbij mee dat Zuid-Limburg juist relatief hoge slagingspercentages kent ten opzichte van sterk gecentraliseerde stedelijke regio’s?
Het rapport ‘PFAS-aandachtlocaties in 2025’ |
|
Ani Zalinyan (GroenLinks-PvdA) |
|
Bertram |
|
|
|
|
Waarom zijn in het rapport «PFAS-aandachtlocaties in 2025» de locaties waar aandacht voor is, of die onze aandacht behoeven, niet vermeld, maar slechts als categorie gekwantificeerd?
In wiens belang is het om deze locaties met potentieel veel gezondheidsschadelijke vervuiling voor het publiek verborgen te houden?
Is niet in het verdrag van Aarhus bepaald, dat het publiek moet worden geïnformeerd over dergelijke locaties met milieu- en gezondheidsrisico’s?
Wanneer worden deze locaties en het risico dat ervan uitgaat, wel publiek gemaakt?
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het debat Externe Veiligheid op 10 juni a.s. beantwoorden?