Het artikel ‘Hoe de nikkelhandel via Rotterdam Poetins oorlogskas vult en China aan kritieke metalen helpt’ |
|
Derk Boswijk (CDA), Felix Klos (D66) |
|
Aukje de Vries (VVD), Vincent Karremans (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Hoe de nikkelhandel via Rotterdam Poetins oorlogskas vult en China aan kritieke metalen helpt», waarin wordt beschreven dat de blijvende betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij de import en doorvoer van Russische nikkel en koper direct bijdraagt aan de Russische staatsinkomsten en oorlogseconomie?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie, door Russische nikkel- en koperimport niet te sanctioneren, Rusland jaarlijks met miljarden euro’s aan exportinkomsten blijven voorzien, terwijl Rusland een agressieoorlog voert tegen Oekraïne?
In reactie op de Russische agressie tegen Oekraïne heeft de Europese Unie tot op heden negentien omvangrijke sanctiepakketten aangenomen, waarbij Nederland steeds een voortrekkersrol gespeeld heeft. Als gevolg van deze sancties is in het derde kwartaal van 2025 de totale import van de EU uit Rusland met 89% afgenomen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021. Hiermee loopt Rusland reeds zeer veel inkomsten mis. Op bepaalde producten, zoals nikkel en koper, gelden inderdaad nog geen EU-sancties. Het kabinet onderzoekt voortdurend de mogelijkheid van sanctie-uitbreiding waarbij in principe alle opties op tafel liggen. Hiervoor is wel steeds voldoende draagvlak binnen de EU vereist.
Deelt u de mening dat dit het imago van Nederland en de Europese Unie, evenals de geloofwaardigheid van onze inzet ter ondersteuning van Oekraïne, ondermijnt?
Het kabinet twijfelt niet aan de geloofwaardigheid van de zeer substantiële inzet van Nederland en de Europese Unie ter ondersteuning van Oekraïne.
Ziet u mogelijkheden om, in navolging van de Verenigde Staten (VS) en het Verenigd Koninkrijk (VK), in EU-verband de import van Russisch nikkel en koper alsnog aan banden te leggen, bijvoorbeeld door Russische producenten zoals Norilsk Nickel op EU-sanctielijsten te plaatsen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet? En waarom kunnen de VS en het VK dit wél?
Het kabinet onderzoekt voortdurend de mogelijkheden om de sancties tegen Rusland te verzwaren en spant zich hier in EU-verband actief voor in. Harmonisatie van sancties met G7-partners als VS en VK hebben hierbij bijzondere aandacht van het kabinet. Randvoorwaarde hierbij is dat voor EU-sancties unanimiteit vereist is. Het is niet in het belang van de Nederlandse onderhandelingspositie om in meer detail in te gaan op de besprekingen die hierover binnen de EU gevoerd worden.
Hoe beoordeelt u het feit dat voor het vervoer van Russisch nikkel naar Nederland gebruik wordt gemaakt van schimmige constructies met ondoorzichtige eigendomsstructuren en recent opgerichte rederijen, terwijl de daaropvolgende opslag, doorvoer en herexport vanuit Nederland volledig legaal plaatsvinden?
Het kabinet acht het onwenselijk wanneer handel plaatsvindt via ondoorzichtige eigendomsstructuren, mede omdat dit risico’s op sanctie-ontwijking, witwassen en fraude kan vergroten. Waar er signalen zijn van mogelijke overtredingen is het aan de bevoegde autoriteiten om onderzoek te doen en zo nodig handhavend op te treden.
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat Nederlandse bedrijven direct en indirect bijdragen aan het in stand houden van mondiale waardeketens die deze lucratieve export mogelijk maken, en daarbij zelf financieel profiteren van handel die bijdraagt aan de voortzetting van de Russische agressie tegen Oekraïne?
Het kabinet deelt de mening dat het onwenselijk is dat Nederlandse bedrijven bijdragen aan waardeketens die inkomsten genereren voor Rusland. Daarom spant het kabinet zich voortdurend in voor het verzwaren van de EU-sancties tegen Rusland, opdat dergelijke activiteiten verboden worden. Voor wat betreft ongesanctioneerde handel met Rusland geldt dat deze weliswaar legaal is, maar dat het kabinet deze niet stimuleert doordat het alle handelsbevordering met Rusland gestaakt heeft. Daarnaast roept het kabinet bedrijven op zich waar mogelijk terug te trekken uit Rusland.
Heeft u deze bedrijven daarop aangesproken?
Het kabinet doet geen uitspraken over contacten met individuele bedrijven. Wel wordt in brede zin met sectoren en relevante partijen gesproken over sanctienaleving, risico’s op ontwijking en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen.
Ziet u mogelijkheden om werk te maken van het verbieden of beperken van de herexport van Russische metalen vanuit Nederland of de Europese Unie naar landen buiten de EU? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet onderzoekt voortdurend de mogelijkheden om de sancties tegen Rusland te verzwaren en spant zich hier in EU-verband actief voor in. Randvoorwaarde hierbij is dat voor EU-sancties unanimiteit vereist is. Het is niet in het belang van de Nederlandse onderhandelingspositie om in meer detail in te gaan op de besprekingen die hierover binnen de EU gevoerd worden.
Wilt u deze vragen één voor één, op zo kort mogelijke termijn beantwoorden?
Ja.
Extra geld voor Oekraïne |
|
Kati Piri (PvdA), Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA) |
|
Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken) (VVD), Dick Schoof (minister-president ) (INDEP), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitspraak van de demissionair Minister-President dat extra geld voor Oekraïne buiten het uitgavenkader zit en dus in het saldo loopt (in het plenair debat van 27 november 2025)?
Ja, zoals opgenomen in het hoofdlijnenakkoord valt steun aan Oekraïne niet onder het uitgavenkader. Deze uitgaven zijn wel saldo- en schuldrelevant. In het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat het (demissionaire) kabinet de Europese begrotingsnormen respecteert.
Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de kabinetsappreciatie (van 18 december 2025) van het amendement voor aanvullende middelen voor Oekraïne (Kamerstuk 36 850 X, nr. 7), waarbij de demissionair Minister van Financiën aangeeft dat het amendement geen deugdelijke dekking heeft?
Steun aan Oekraïne valt niet onder het uitgavenkader, maar is wel relevant voor het EMU-saldo en de EMU-schuld. Het kabinet hecht aan de Europese referentiewaarden voor het tekort (3% bbp) en de schuld (60% bbp). Het was niet realistisch om de gehele 2 miljard euro waar de motie om verzocht nog in 2025 uit te geven. Dit betekent dat de door uw Kamer gevraagde resterende 1,3 miljard euro uit het amendement van het lid Stultiens in 2025 niet tot besteding zou komen, waardoor het in 2026 het saldo en de schuld zou belasten. Gegeven de financiële realiteit dat we in 2026 tegen de grenzen aanlopen1, is het vanuit het EMU-saldo bezien daarom wenselijk dat een dergelijke intensivering van dekking wordt voorzien.
Kunt u aangeven of het demissionaire kabinet vasthoudt aan de lijn-Schoof (buiten het uitgavenkader) of aan de lijn-Heinen (binnen het uitgavenkader) inzake extra geld voor Oekraïne?
Deze vraag berust op een verkeerde veronderstelling (zie het antwoord op vraag 1 en 2).
Klopt het dat deze extra 1,3 miljard euro voor Oekraïne dit jaar al is uitgegeven met geleend geld uit 2026 en dat bovengenoemd amendement er slechts voor zorgt dat deze uitgaven worden betaald met extra geld in 2025, waardoor er in 2026 geen budgettair gat voor Oekraïne ontstaat?
Het kabinet heeft in het voorjaar van 2025 3,1 miljard euro beschikbaar gesteld voor militaire steun aan Oekraïne in 2026. Hiervan is 2 miljard euro versneld tot besteding gekomen in 2025 middels een kasschuif van 2026 naar 2025.
Hiernaast is het kabinet middels de motie van het lid Klaver c.s. verzocht het budget voor militaire steun aan Oekraïne aan te vullen met 2 miljard euro, zodat het budget in het eerste kwartaal van 2026 beschikbaar gesteld kan worden ten behoeve van de defensie-industrie in Oekraïne. Het kabinet heeft als eerste stap in de opvolging van de motie 700 miljoen euro aangewend ten behoeve van steun aan Oekraïne. Door het versneld vrijmaken van middelen voor steun aan Oekraïne zorgt het kabinet dat in het eerste kwartaal van 2026 militaire leveringen aan Oekraïne gecontinueerd kunnen worden. In het begin van 2026 zal het kabinet bezien hoe verdere opvolging aan de motie wordt gegeven.
Kunt u deze vragen met spoed beantwoorden?
Ja.
Het bericht ‘Pakistaanse voorganger doodgeschoten’ |
|
Don Ceder (CU) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Hoe luidt uw reactie op het bericht «Pakistaanse voorganger doodgeschoten»?1 Kunt u het bericht op basis van uw informatie bevestigen?
Betrouwbare contacten van de ambassade in Islamabad bevestigen het bericht. Geweld tegen Christenen en mensen in het algemeen vanwege hun levensovertuiging en religie keurt het kabinet te allen tijde af. Vrijheid van religie en vrijheid van meningsuiting zijn fundamentele mensenrechten die voor iedereen gelden, ongeacht achtergrond of overtuiging.
Begrijpt u dat de Pakistaanse christelijke gemeenschap zeker ook weer de komende kerstdagen vreest voor mogelijk geweld en dat zij zelf onvoldoende veiligheidsmaatregelen kan treffen? Bent u van oordeel dat Pakistaanse christenen voldoende worden beschermd en zo nodig beveiligd? Zo nee, welke stappen onderneemt u, zowel bilateraal als in EU-verband, om te pleiten voor betere bescherming?
Het kabinet deelt de zorgen dat de veiligheid van Christenen en andere religieuze minderheden in Pakistan onder druk staat. Nederland spreekt daarom regelmatig met de Pakistaanse autoriteiten over de vrijheid van religie en levensovertuiging en het belang van de bescherming van Christenen en andere religieuze minderheden. Dit gebeurt zowel bilateraal, in Den Haag alsook via de Nederlandse ambassade in Islamabad, als via diverse multilaterale fora. Ook de EU ambassadeur in Islamabad brengt het onderwerp regelmatig op in gesprekken met de Pakistaanse autoriteiten. Ook ondersteunt de Nederlandse ambassade in Islamabad diverse maatschappelijke organisaties die zich sterk maken voor vrijheid van religie en levensovertuiging in Pakistan.
Herkent u de conclusies van mensenrechtenorganisaties en christelijke leiders dat aanvallen op religieuze minderheden in Pakistan vaak ongestraft blijven en autoriteiten vaak niet voor hen opkomen, bijvoorbeeld in het geval van de ontvoering en gedwongen bekering van christelijke meisjes? Zo ja, welke stappen onderneemt u, zowel bilateraal als in EU-verband om ervoor te zorgen dat de Pakistaanse rechtsstaat óók geldt voor religieuze minderheden?
Zie antwoord vraag 2.
Erkent u dat de blasfemiewetten in Pakistan worden misbruikt, door christenen valselijk aan te klagen vanwege godslastering? Wat is uw huidige inzet op dit punt? Bent u bereid om zich harder in te zetten tegen misbruik, danwel afschaffing van deze wetten?
Blasfemiewetten zijn diepgeworteld in de Pakistaanse samenleving en politiek. Het beschermen van moslims en de islam in Zuid-Azië is een kernreden voor de oprichting van het land. Pakistan is weinig ontvankelijk voor pogingen van andere landen of organisaties om deze wetten aan te passen. Nederland zet zich zowel bilateraal als via diverse multilaterale kanalen in om landen, waaronder Pakistan, aan te sporen tot het afschalen en afschaffen van blasfemiewetgeving. Tijdens de Universal Periodic Review (UPR) in de Mensenrechtenraad in 2023 – het peer reviewmechanisme over mensenrechten waar alle VN-landen aan kunnen deelnemen – heeft Nederland Pakistan aanbevolen juridische en praktische maatregelen te nemen om misbruik van blasfemiewetten te voorkomen en religieuze intolerantie aan te pakken. Daarnaast pleit Nederland ook in andere internationale fora, zoals de International Religious Freedom or Belief Alliance (IRFBA), voor het afschaffen van de doodstraf voor blasfemie en afvalligheid.
Hoe rijmt u de onveiligheid van christenen in Pakistan met de GSP+ (Generalized Scheme of Preferences)-status die Pakistan heeft, waardoor het land profiteert van preferentiële toegang tot de markt van de EU? Wanneer zou er reden zijn voor het intrekken van deze status, als mensenrechten van religieuze minderheden structureel worden geschonden?
Pakistan is sinds 2014 een begunstigd land onder het GSP+ schema van het Generalized Scheme of Preferences (GSP). Als voorwaarde voor het verkrijgen van GSP+ status, heeft Pakistan 27 internationale verdragen op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en goed bestuur geratificeerd.2 De effectieve implementatie van die verdragen door GSP+ begunstigde landen wordt door de Europese Commissie (EC) gemonitord. Er is in december 2025 een monitoringsmissie van de EC geweest, de rapportage wordt in februari 2026 verwacht. Tijdens de monitoringsmissie zijn ook de rechten van (religieuze) minderheden en (valse) beschuldigingen van blasfemie onder de loep genomen. Het monitoringsregime biedt de Europese Commissie en EU-lidstaten een instrument om onvoldoende naleving van die verdragen aan de orde te stellen in dialoog met begunstigde landen.
Indien sprake is van ernstige en systematische mensenrechtenschendingen, is de Europese Commissie bevoegd een voorstel te doen om tariefpreferenties tijdelijk op te schorten. Op dit moment acht de Commissie dat voor Pakistan niet aan de orde. Het kabinet zal in lijn met motie-Ceder (Kamerstuk 32 735, nr. 391) in Europees verband het belang benadrukken van het meewegen van de situatie aangaande vrijheid van religie en levensovertuiging en rechten van minderheden in de afwegingen hieromtrent.
Bent u bereid om de Kamer periodiek op de hoogte te houden van uw inzet op de vrijheid en veiligheid van religieuze minderheden, zoals christenen in Pakistan? Zo nee, waarom niet?
De vrijheid van religie en levensovertuiging is een van de prioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Aandacht voor de positie van christelijke gemeenschappen maakt deel uit van de bredere Nederlandse inzet op vrijheid van religie en levensovertuiging voor iedereen, zeker in landen waar christelijke gemeenschappen onder druk staan, zoals Pakistan. De Kamer wordt periodiek over de Nederlandse mensenrechteninzet en resultaten inclusief voor de vrijheid van religie en levensovertuiging in de jaarlijkse mensenrechtenrapportage geïnformeerd.3
De overstromingen in Marokko |
|
Stephan van Baarle (DENK) |
|
Aukje de Vries (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Dodental door zware overstromingen in Marokko opgelopen naar 37»?1
Ja, het kabinet heeft kennisgenomen van het nieuwsartikel waar u op doelt.
Wat is de laatste stand van zaken van de humanitaire situatie in Marokko als gevolg van de overstromingen?
Volgens lokale media zijn 37 doden gevallen en tientallen gewonden na uitzonderlijk hevige regenval die met name medio december leidde tot verwoestende overstromingen in Marokko. De weersomstandigheden zijn sindsdien wat gematigder. Desalniettemin wordt de bevolking door de lokale autoriteiten geadviseerd waakzaam te blijven en wordt ondersteuning geboden door bijvoorbeeld noodopvang.
Staat de Nederlandse regering in contact met de Marokkaanse regering over de humanitaire situatie en de hulpverlening? Zo neen, waarom niet?
Het kabinet heeft zijn medeleven getoond voor de impact van de extreme weersomstandigheden. Een aanbod voor hulp wordt overwogen als hiervoor een formeel verzoek wordt gedaan door de Marokkaanse autoriteiten. Dit verzoek om hulpverlening werd niet ontvangen.
Heeft de Nederlandse regering reeds hulp aangeboden aan de Marokkaanse regering, in het bijzonder hulp om de vermisten te zoeken? Zo ja, wat is hiervan het resultaat? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord op vraag 3.
Is de Nederlandse regering bereid om, indien daar vanuit Marokko behoefte aan is, vanuit het noodhulpbudget een bijdrage te doen om de mensen in Marokko die slachtoffer zijn van de overstromingen te helpen? Zo neen, waarom niet?
Het Nederlandse noodhulpbudget is gestoeld op het verlenen van meerjarige, flexibele financiering aan gespecialiseerde humanitaire organisaties en noodhulpfondsen. Op deze manier kunnen deze organisaties, zodra zich een ramp voordoet, snel en efficiënt hulp verlenen. Zo is Nederland onder andere een grote donor van het Disaster Response Emergency Fund van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen (IFRC). Dit noodhulpfonds heeft, mede dankzij deze Nederlandse flexibele financiering, een allocatie gedaan ten behoeve van noodhulpverlening aan slachtoffers van de zware overstromingen in Marokko.2, 3
Oekraïne en het Ottawa verdrag tegen personeelslandmijnen |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Is het kabinet op de hoogte van de verklaring van maatschappelijke organisaties over de door Oekraïne aangekondigde opschorting van het landmijnverdrag?1
Ja, het kabinet is hiervan op de hoogte.
Beschikt u over inhoudelijke bezwaren tegen deze verklaring? Zo ja, welke?
Nee. Het staat deze organisaties vrij een dergelijke verklaring te publiceren.
Deelt u de opvatting dat het landmijnverdrag geen mogelijkheid tot opschorting kent, zoals Oekraïne nu beoogt? Zo nee, op basis waarvan niet?
Ja.
Kunt u toelichten wat de Nederlandse inzet was tijdens de bijeenkomst van de staten die partij zijn bij het landmijnverdrag? Heeft Nederland daar expliciet aangegeven dat opschorting niet is toegestaan en verzocht dit in een publieke verklaring op te nemen? Is formeel bezwaar gemaakt, zoals Zwitserland heeft gedaan? Zo nee, waarom niet?2
Het kabinet betreurt het feit dat Oekraïne zich genoodzaakt ziet het Verdrag van Ottawa te willen opschorten, maar heeft begrip voor de situatie gezien de voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. Tijdens de bijeenkomst van de staten die partij zijn bij het Verdrag van Ottawa, heeft Nederland in de nationale verklaring expliciet aandacht gevraagd voor de context waarin Oekraïne dit besluit heeft genomen. Nederland heeft de Russische Federatie opgeroepen haar agressie te staken en zich bij het Verdrag van Ottawa aan te sluiten. Nederland heeft tevens aangegeven dat het Verdrag van Ottawa geen bepaling bevat die opschorting van verplichtingen onder het Verdrag toestaat. Nederland heeft in context zoals aangegeven geen formeel bezwaar gemaakt tegen het Oekraïense besluit.
In overeenstemming met motie Dobbe (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3195), heeft Nederland bilateraal de zorgen over opschorting onder de aandacht gebracht van de Oekraïense autoriteiten, waarbij aandacht is gevraagd voor de juridische grondslag van de opschorting. Ook is Oekraïne opgeroepen de verdragsverplichtingen te blijven nakomen. Hierbij werd benadrukt dat Nederland oog heeft voor de veranderende veiligheidssituatie in Oekraïne en Europa.
In het unaniem aangenomen eindrapport van de bijeenkomst wordt bevestigd dat het Verdrag geen opschorting van zijn werking – en daarmee ook niet van de daaruit voortvloeiende verplichtingen – toestaat. Ook vermeldt het rapport dat de Vergadering Oekraïne, als Verdragspartij, heeft opgeroepen zich onverminderd te blijven inzetten voor de naleving van het Verdrag.
Het structureel voorrang verlenen aan militaire transporten op het spoor ten koste van regulier reizigers- en goederenvervoer. |
|
Peter van Duijvenvoorde (FVD) |
|
Tieman |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Leger krijgt in 2026 voorrang: «Treinen rijden de komende twee uur niet, want er is een militair transport»?1
Ja, daarmee ben ik bekend.
Bent u bekend met de Kamerbrief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025 over weerbaarheid en militaire mobiliteit per spoor (Kamerstuk 30 821, nr. 321)?
Ja, daarmee ben ik bekend.
Klopt het dat het kabinet voornemens is om militaire transporten op het spoor vanaf eind 2026 structureel voorrang te geven boven het reguliere personen- en goederenvervoer, ook indien dit leidt tot het urenlang stilleggen van treinverbindingen voor reizigers?
Nee, dat klopt niet. Er is alleen sprake van voorrang voor militaire transporten in specifieke situaties. In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit op het spoor) beschikbaar is.
Kunt u bevestigen dat deze prioritering geen tijdelijke noodmaatregel betreft, maar een structurele beleidswijziging die wordt verankerd via een wijziging van het Besluit Capaciteitsverdeling, zoals aangekondigd in de voornoemde Kamerbrief?
In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit op het spoor) beschikbaar is. Hiervoor wordt het Besluit capaciteitsverdeling aangepast.
Hoe verhoudt deze maatregel zich tot de wettelijke zorgplicht van de overheid om te voorzien in betrouwbare, toegankelijke en voorspelbare mobiliteit voor burgers, studenten en forenzen?
Het belang van betrouwbaar en toegankelijk openbaar vervoer blijft een uitgangspunt van mijn beleid. Daar doet dit wijzigingsbesluit niets aan af. In het wijzigingsbesluit is aangegeven in welke specifieke situaties militaire transporten voorrang kunnen krijgen. In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit op het spoor) beschikbaar is. Het valt niet uit te sluiten dat reizigers dit merken, al zal het om uitzonderlijke situaties gaan.
Acht u het aanvaardbaar dat reizigers zonder reëel alternatief geconfronteerd kunnen worden met de mededeling dat «treinen de komende twee uur niet rijden» vanwege een militair transport?
Als er sprake is van een urgent militair transport zoekt ProRail naar de minst ingrijpende maatregel om dit transport te laten rijden. Er wordt dus geprobeerd de overlast voor reizigers en vervoerders2 zo beperkt mogelijk te houden. Daarnaast zullen de militaire transporten plaatsvinden op een beperkt aantal corridors. Treinen op andere routes zullen daardoor grotendeels kunnen blijven rijden. Daardoor hebben reizigers in een aantal gevallen de mogelijkheid te reizen via een alternatieve route. Gezien de huidige geopolitieke situatie vind ik daarmee de nu voorgestelde wijziging zeer aanvaardbaar.
Op basis van welke concrete dreigingsanalyse acht het kabinet deze maatregel noodzakelijk en kan deze analyse openbaar met de Kamer worden gedeeld?
Deze maatregel wordt noodzakelijk geacht gezien de ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan met militaire transporten via het spoor door de ministeries van Defensie en IenW en de oplopende geopolitieke spanningen die mogelijk leiden tot meer militaire transporten. Uit die ervaringen is gebleken dat het spoorstelsel in Nederland niet voldoende is voorbereid op een mogelijke toename van militaire transporten en dat in de huidige regels geen mogelijkheid bestaat om voldoende capaciteit voor militaire transporten te verzekeren.
Klopt het dat deze beleidswijziging mede voortvloeit uit NAVO-verplichtingen, waaronder Host Nation Support, en uit internationale afspraken over militaire corridors richting Oost-Europa, zoals de North Sea-Baltic Corridor?
Ik acht deze maatregel noodzakelijk gezien de ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan met militaire transporten via het spoor door de ministeries van Defensie en IenW. Uit die ervaringen is gebleken dat het spoorstelsel in Nederland niet voldoende is voorbereid op een mogelijke toename van militaire transporten. Oplopende geopolitieke spanningen in Europa leiden mogelijk tot meer militaire transporten. Nederland is daarbij een belangrijk doorvoerland voor Host Nation Support en ligt aan het begin van de North Sea-Baltic Corridor.
In hoeverre betekent het streven naar een zogenoemd «militair Schengen» dat nationale besluitvorming over het gebruik van vitale civiele infrastructuur, zoals het spoor, wordt verschoven naar het internationale niveau?
Er wordt op dit moment in Europees verband gewerkt aan diverse afspraken in het kader van militaire paraatheid. Binnen deze afspraken staat de harmonisatie van procedures en wet- en regelgeving centraal. Hoe deze afspraken vorm krijgen, wordt nu besproken. De Kamer wordt via BNC-fiches steeds nauw betrokken bij de Nederlandse inzet in de gesprekken over deze afspraken.
In hoeverre wordt het Nederlandse civiele spoor hiermee feitelijk ingezet als logistieke schakel in internationale militaire operaties, waaronder vervoer van materieel richting Oekraïne, zoals ook in de Kamerbrief wordt benoemd?
Het Nederlandse spoor wordt al jaren gebruikt voor het vervoer van reizigers en voor het vervoer van een heel scala aan goederen, zowel nationaal als internationaal, en zowel civiel als militair.
Daar verandert de nu voorliggende wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling ten principale niets aan.
Acht u het wenselijk dat vitale civiele infrastructuur structureel ondergeschikt wordt gemaakt aan internationale militaire agenda’s?
Het Nederlandse spoor wordt al jaren gebruikt voor het vervoer van reizigers en voor het vervoer van een heel scala aan goederen, zowel nationaal als internationaal, en zowel civiel als militair.
Daar verandert de nu voorliggende wijziging van het Besluit Capaciteitsverdeling niets aan. Er is derhalve geen sprake van structureel ondergeschikt maken. In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit op het spoor) beschikbaar is.
Waarom wordt er niet primair ingezet op alternatieven die de maatschappelijke hinder beperken, in plaats van het stilleggen van regulier reizigersvervoer?
In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit op het spoor) beschikbaar is. Het valt niet uit te sluiten dat reizigers dit merken, al zal het om uitzonderlijke situaties gaan en zal worden geprobeerd om de hinder voor reizigers en vervoerders zo minimaal mogelijk te laten zijn. Als onderdeel van de militaire mobiliteitsopgave wordt overigens ingezet op dual-use investeringen die, naast de militaire doeleinden, ook bijdragen aan het reguliere personen- en goederenvervoer. Zo dragen deze investeringen niet alleen bij aan onze veiligheid, maar ook aan onze economie. Voorbeelden zijn investeringen in voldoende spoorcapaciteit in de havens, zoals de recente investeringen in de verplaatsing van het emplacement IJsselmonde en in Kijfhoek. Ook het investeren in het kunnen rijden met 740 meter lange goederentreinen is zowel voor Defensie als voor het commerciële spoorgoederenvervoer belangrijk.
Klopt het dat een voorganger van de huidige Staatssecretaris eerder nog stelde dat voorrang voor militaire transporten «op gespannen voet» staat met andere maatschappelijke belangen en kunt u delen wat er inhoudelijk is veranderd waardoor deze bezwaren nu worden losgelaten?
Het klopt dat in de consultatieversie van een vorige wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling werd voorgenomen om in de jaardienstregeling capaciteit te reserveren t.b.v. militaire transporten over het spoor. Op dat voorstel zijn veel reacties binnengekomen en daarom heeft mijn voorganger besloten op zoek te gaan naar een andere manier om te voorzien in de benodigde capaciteit voor militaire transporten. Dat voorstel zorgde niet voor de zekerheid die Defensie nodig heeft en kon potentieel wel veel beslag leggen op capaciteit voor andere typen vervoer. In de nu voorgestelde wijziging is gezocht naar een balans tussen het beschermen van het belang van de reiziger en de vervoerder en het belang van het faciliteren van militaire transporten.
Wie bepaalt in de praktijk of een militair transport als «urgent» wordt aangemerkt, welke objectieve criteria worden daarbij gehanteerd en welke democratische controle bestaat hierop?
In de nu voorliggende wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling worden in de Nota van Toelichting objectieve criteria genoemd die bepalen of een transport als urgent kan worden aangemerkt. Dat is aan de orde als sprake is van bijzondere eisen voor een transport, zoals constante bewaking bij een munitietransport. Ook het dreigingsbeeld kan aanleiding zijn om een transport aan te merken als urgent. Ook zijn er treinen die echt op een bepaald moment op een bepaalde plek moeten aankomen. Om voor ProRail inzichtelijk te maken dat dit het geval is geven de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en Defensie samen daartoe een verklaring af. De Kamer controleert dit handelen van beide Ministers.
Hoe wordt voorkomen dat het begrip «urgent» in de praktijk steeds ruimer wordt geïnterpreteerd, waardoor structurele prioritering van militair vervoer de norm wordt in plaats van de uitzondering?
In het nu voorliggende wijzigingsbesluit en de bijbehorende Nota van Toelichting wordt aangegeven wanneer sprake is van een urgent militair transport.
Kan worden uitgesloten dat de kosten en gevolgen van deze prioritering – waaronder verstoringen, infrastructurele aanpassingen en capaciteitsverlies – uiteindelijk worden afgewenteld op reizigers via hogere tarieven of een verslechterde dienstverlening?
In de nu voorliggende wijziging wordt voorgesteld om militaire transporten op het spoor voorrang te geven als ze urgent zijn en er geen ad hoc capaciteit (reservecapaciteit op het spoor) beschikbaar is. Het valt niet uit te sluiten dat reizigers dit merken, al zal het om uitzonderlijke situaties gaan. De nu voorliggende wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling leidt niet tot infrastructurele aanpassingen.
Acht u het wenselijk dat Ministers via uitvoeringsbesluiten, zonder voorafgaande instemming van de Kamer, kunnen besluiten tot maatregelen met zulke ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven van burgers?
Het kabinet volgt bij dit wijzigingsbesluit de gebruikelijke stappen voor het wijzigen van wet- en regelgeving. Er is dan ook geen sprake van een besluit dat wordt genomen zonder dat de Kamer hiervan in kennis wordt gesteld.
Op dit moment ligt de wijziging van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur voor ter internetconsultatie. Daarnaast is, zoals gebruikelijk bij dit soort besluiten, aan de Autoriteit Consument en Markt gevraagd een handhaafbaarheidstoets uit te voeren en aan ProRail gevraagd om een uitvoerbaarheidstoets te doen.
Dit wijzigingsbesluit wordt na verwerking van de reacties uit de consultatie en de uitkomsten van de uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoetsen voorgehangen bij beide Kamers der Staten-Generaal. Daarna volgt advisering door de Raad van State. Na inwerkingtreding van het Besluit kunnen de Ministers van Defensie en Infrastructuur en Waterstaat een verklaring afgeven als een militair transport voldoet aan de voorwaarden.
Het Meerjarig Financieel Kader (MFK) |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Kunt u de Tweede Kamer laten weten waar, voor Nederland, wat de toename van de EU-afdrachten betreft, in het volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK) de grens ligt?
Het kabinet heeft als doel de voorziene stijging van de Nederlandse afdrachten te beperken. Hierover heeft het kabinet in het Hoofdlijnenakkoord afspraken gemaakt die zijn bekrachtigd in de kabinetsinzet ten aanzien van het MFK van 12 september 2025.1
Is het kabinet bereid een veto over het nieuwe MFK uit te spreken indien er straks een positie wordt bereikt die voor Nederland onacceptabel is?
Zoals aangegeven in beantwoording op 10 november jl. van vragen van uw Kamer over de kabinetsappreciatie van de Commissievoorstellen voor het volgend MFK en het eigenmiddelenbesluit (EMB) is het voorstel van de Commissie het startschot voor de onderhandelingen die naar verwachting tot in 2027 zullen duren. In de kabinetsappreciatie van 12 september jl. heeft het kabinet zijn positie met betrekking tot het voorstel van de Europese Commissie uiteengezet. Deze vormt de basis voor de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen. Voorafgaand aan de laatste besprekingen in de Europese Raad en de uiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB, zal het kabinet zijn finale positie bepalen op basis van het onderhandelingsresultaat.
Heeft Nederland ooit eerder, tijdens de onderhandelingen over het MFK, gedreigd met een veto?
Het kabinet doet geen uitspraken over de wijze waarop het zich opstelt tijdens vertrouwelijke onderhandelingen.
Berichtgeving rondom de ratificatie van de EU-Chili geavanceerde kaderovereenkomst (AFA) en de ontwikkeling van een Nederlandse strategie voor kritieke grondstoffen met Chili. |
|
Derk Boswijk (CDA), Elles van Ark (CDA) |
|
Aukje de Vries (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u in staat te reflecteren op de bevindingen uit dit artikel over de ratificatie van de EU-Chili geavanceerde kaderovereenkomst (AFA)?1
Ja. Het artikel stelt dat het gewenst is om de Advanced Framework Agreement (AFA) tussen de EU en Chili te ratificeren vanwege het nakomen van partnerschapsbeloftes, ondersteuning van inzet op de diversificatie van grondstoffenwaardeketens en versterking van bescherming van investeringen. Er is een kabinetsappreciatie2 van zowel het AFA als het interim handelsverdrag (iTA) opgesteld. Het kabinet onderschrijft het belang van tijdige ratificatie welke in voorbereiding is. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de handelsonderdelen van het AFA vallend onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie geheel zijn gerepliceerd in het iTA en daarmee reeds sinds 1 februari 2025 in werking zijn. Ratificatie van het AFA biedt geen aanvullende handelsvoordelen, aangezien de delen die buiten het iTA vallen zien op politieke samenwerking en investeringsbescherming.
Kan u aangeven wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot de Nederlandse ratificatieprocedure van de EU-Chili geavanceerde kaderovereenkomst (AFA)?
De geavanceerde kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds is op 13 december 2023 ondertekend en wordt deels voorlopig toegepast. Daarnaast zijn de handelsafspraken zoals opgenomen in het iTA sinds 1 februari 2025 in werking. Voordat de overeenkomst in werking kan treden, dienen alle EU-lidstaten hun interne procedures te hebben afgerond. De stukken die nodig zijn voor de Nederlandse parlementaire goedkeuringsprocedure zijn in voorbereiding.
Op welke termijn verwacht u het ratificatiewetsvoorstel aan de Kamer voor te kunnen leggen?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2 zijn de goedkeuringsstukken in voorbereiding. De goedkeuringsstukken betreffen het wetsvoorstel tot goedkeuring van de overeenkomst en een memorie van toelichting. Na instemming van de ministerraad wordt het wetsvoorstel tot goedkeuring van de overeenkomst met de memorie van toelichting aan de Raad van State voor advies voorgelegd. Na de verwerking van het advies in een nader rapport, wordt het wetsvoorstel tot goedkeuring van de overeenkomst, met de memorie van toelichting en het nader rapport, aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer voor goedkeuring voorgelegd. Zodra beide Kamers hun goedkeuring aan het wetsvoorstel hebben verleend kan over worden gegaan tot ratificatie van de overeenkomst door Nederland. Het kabinet zet in op ratificatie door Nederland op afzienbare termijn.
Zou u kunnen aangeven of er bepaalde bezwaren denkbaar zijn tegen ratificatie?
Zoals aangegeven in antwoord op de vragen 2 en 3 zijn de parlementaire goedkeuringsstukken in voorbereiding. Het kabinet is een groot voorstander van het verdiepen van de samenwerking tussen de EU en Chili en is positief over de uitkomst van de onderhandelingen over het AFA.3
Dit handelsverdrag beoogt meerdere doelen gelijktijdig te realiseren: meer onderlinge handel en investeringen, gezamenlijke aanpak van wereldwijde uitdagingen en verdieping van politieke samenwerking. Bent u het ermee eens dat dit handelsverdrag als model kan dienen voor EU-handelsverdragen met andere landen?
Ja.
Chili herbergt een van de grootste lithiumreserves van de wereld. Onderschrijft u het belang van stabiele toeleveringsketens van kritieke grondstoffen voor de Nederlandse en Europese markt?
Ja.
Hoe kijkt u naar het opzetten van een Nederlandse of Europese strategie rondom het structureel vergaren van kritieke grondstoffen in het kader van de agressievere benadering van de markt door onder andere China en de Verenigde Staten?
Het kabinet onderschrijft de noodzaak tot deze strategieën en wijst op de Nationale Grondstoffenstrategie4, het BNC-fiche over de EU Critical Raw Materials act5 en de recent gepubliceerde mededeling ReSourceEU, waarover uw Kamer binnen de gestelde termijn een BNC-fiche ontvangt.
Bent u het eens dat de AFA een belangrijke bijdrage kan leveren aan de Europese en Nederlandse toegang tot lithium, koper en ook andere zeldzame metalen?
Op dit moment is het interim handelsverdrag (iTA) tussen de EU en Chili in werking. Hierin is het handelsdeel van de AFA dat valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie gerepliceerd. In het iTA staan afspraken over de toegang tot grondstoffen, zoals over het beperken van exportrestricties (zoals heffingen en quota’s), een verbod op monopolies met exclusieve rechten voor import en export van ruwe kritieke grondstoffen, en het inkaderen van het beleid van lagere grondstofprijzen voor binnenlandse producenten. Dit zijn afspraken die de voorspelbaarheid van de grondstofhandel bevorderen. Daarnaast zijn in het politieke deel van de AFA enkele intenties op het gebied van grondstoffenhandel overeengekomen, zoals het bevorderen van de samenwerking op transparantie van de mondiale grondstoffenmarkt.
Bent u het in dat kader eens dat de AFA zo spoedig mogelijk in werking moet treden?
Ja, waarbij opgemerkt wordt dat voor de Nederlandse ratificatie van de overeenkomst een goedkeuringsprocedure dient te worden doorlopen. De goedkeuringsstukken zijn in voorbereiding en de overeenkomst dient, na adviesvoorziening door de Raad van State, door beide Kamers te worden goedgekeurd.
Bent u bereid er bij de lidstaten die de AFA nog niet hebben geratificeerd in hun nationale parlement erop aan te dringen dit alsnog zo spoedig mogelijk te doen?
Het kabinet zet in op ratificatie door Nederland op afzienbare termijn. Op dat moment ligt het voor de hand ook andere lidstaten hiertoe op te roepen.
China heeft in 2025 exportbeperkingen ingevoerd op gallium, germanium en andere kritieke grondstoffen; bent u van mening dat dit de urgentie versterkt voor Nederland om de samenwerking met Chili op het gebied van zeldzame aardmetalen te intensiveren?
Het kabinet erkent de urgentie van het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, en werkt hieraan via de nationale grondstoffenstrategie en de EU Critical Raw Materials Act. Het diversifiëren van de waardeketens is hier een belangrijk onderdeel van. Nederland (en de EU) kijken hierbij naar diverse landen, waaronder Chili.
De Chinese exportcontrolemaatregelen op gallium en germanium uit 2023 en op onder meer een aantal zeldzame aardemetalen uit april 2025 onderstrepen het belang hiervan. Het zij opgemerkt dat zeldzame aardmetalen een aparte groep grondstoffen is, die momenteel niet in Chili gewonnen of verwerkt wordt maar die wel deels aanwezig zijn in Chili. Winning en verwerking hiervan wordt momenteel verkend.6 Gallium en germanium worden ook niet in Chili gewonnen of verwerkt.
Desalniettemin is Chili is een belangrijke producent van grondstoffen, met name koper, lithium en boor (aangewezen als kritieke grondstoffen door de Europese Commissie). Daarom steunt het kabinet het Memorandum of Understanding (MoU) dat de Europese Unie in 2023 heeft afgesloten met Chili op kritieke grondstoffen. Hierin is afgesproken dat partijen onder andere samen werken aan het bevorderen van projecten, open en eerlijke markten, en environmental, social, governance(ESG) standaarden.
Nederland geeft invulling aan dit MoU middels diverse activiteiten. Zo hebben het Nederlands Materialen Observatorium en Nederlandse universiteiten een samenwerking met Chileense universiteiten en steunt Nederland een Europa-brede studie op basis van aanbevelingen van CEPAL over hoe de regio zijn lithium- en koperwaardeketens duurzaam kan ontwikkelen. Ook heeft TNO een samenwerking met het Nationaal Lithiuminstituut (INLiSa).
Bent u bereid om een integrale beleidsnotitie op te stellen over de kansen en uitdagingen voor Nederland op het gebied van zeldzame aardmetalen in Chili, waarin de hierboven genoemde aspecten in samenhang worden bezien?
In de Nationale Grondstoffenstrategie is diversificatie één van de pijlers om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen te versterken7. Samenwerking met derde landen, waaronder Chili, valt onder deze pijler. Voor de beleidsinzet verwijs ik u daarom naar deze strategie. Het kabinet zal geen integrale beleidsnotitie opstellen over de kansen en uitdagingen voor Nederland op het gebied van zeldzame aardmetalen in Chili.
Daarnaast heeft voor internationale grondstoffensamenwerking een Europese aanpak die zich richt op de hele waardeketen de voorkeur, omdat de Nederlandse industrie deze grondstoffen niet of nauwelijks direct importeert of gebruikt8. Nederland importeert vooral producten waar kritieke grondstoffen in verwerkt zitten. Naast de reeds bestaande kaders voor internationale samenwerking op kritieke grondstoffen wordt uw Kamer binnenkort ook geïnformeerd over de kabinetspositie t.a.v. het ResourceEU actieplan, dat onder andere ingaat op de Europese aanpak van partnerschappen met grondstofrijke landen.
Zoals genoemd in het antwoord op vraag 11 is Chili een belangrijke producent van kritieke grondstoffen. Daarom steunt het kabinet grondstoffensamenwerking in EU-verband, via het Memorandum of Understanding (MoU) tussen de EU en Chili.
Kan u toezeggen de Kamer periodiek te informeren over de voortgang van zowel de ratificatie van de EU-Chili AFA als de Nederlandse inzet op het gebied van kritieke grondstoffen met Chili?
De Kamer wordt regulier geïnformeerd over de voortgang van onderhandelingen en ratificaties van handels- en investeringsakkoorden via de voortgangsrapportage handelsakkoorden9, die vier maal per jaar als bijlage bij de geannoteerde agenda’s voor de Raden Buitenlandse Zaken Handel aan uw Kamer worden gezonden.
In de voortgangsrapportage Nationale Grondstoffenstrategie10 is een update gegeven over de samenwerking met derde landen. Zoals hierboven genoemd wordt uw Kamer binnenkort geïnformeerd over de kabinetspositie t.a.v. het Commissievoorstel voor ResourceEU, dat ook ingaat op de Europese aanpak van partnerschappen met grondstofrijke landen.
Het bericht 'Deense spermadonor gaf kankergen door aan minstens 197 nakomelingen in heel Europa' |
|
Harry Bevers (VVD) |
|
Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Deense spermadonor gaf kankergen door aan minstens 197 nakomelingen in heel Europa»?1
Ja.
Wat vindt u van de weigering van de European Sperm Bank (ESB) om nakomelingen op te sporen die mogelijk drager zijn van de genetische afwijking, aangezien dit bedrijf in Nederland gevestigd en actief is?
De European Sperm Bank (ESB) beschikt zelf niet over informatie over de identiteit, verblijfplaats, en/of contactgegevens van nakomelingen. De ESB is verantwoordelijk voor het informeren van de fertiliteitsklinieken die het betreffende donorzaad gebruiken of hebben gebruikt. Dit is vastgelegd in de Europese richtlijn Weefsels en Cellen2, waarin staat dat in het geval van een ernstig ongewenst voorval, dit altijd gemeld moet worden in het kader van traceerbaarheid van betrokkenen en het voorkomen van verdere schade. Nederland heeft deze richtlijn geïmplementeerd in de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal (Wvkl). Op grond van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), rust vervolgens op fertiliteitsklinieken de verplichting hun patiënten te informeren indien er een genetische afwijking bij de donor is geconstateerd. De fertiliteitsklinieken zijn immers verantwoordelijk voor de behandelingen, het bijhouden van de medische dossiers en het onderhouden van contact met hun patiënten. Deze informatieverstrekking moet actief en aansluitend bij de richtlijn «Informeren van familieleden bij erfelijke aandoeningen» van de Vereniging Klinische Genetica Nederland (VKGN) plaatsvinden, zoals vastgelegd in de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb).
Aanvullend op bovengenoemde verplichtingen, heeft de ESB op zijn website informatie gepubliceerd over de recente casus van de Deense donor met de TP53-mutatie, waarbij ouders de mogelijkheid wordt geboden rechtstreeks contact met ESB op te nemen voor nadere informatie.3 De Deense donor met de TP53-mutatie is overigens niet gebruikt bij behandelingen in Nederlandse fertiliteitsklinieken.
Kunt u aangeven of juridische stappen mogelijk zijn om een dergelijk bedrijf genoemde informatie te laten verstrekken en zo ja, welke? Zo nee, welke opties ziet u om deze alsnog mogelijk te maken?
De ESB heeft geen informatie over nakomelingen omdat vrouwen niet behandeld worden door de ESB, maar door fertiliteitsklinieken, die een behandelrelatie hebben met de vrouw. Daarom zijn juridische stappen in dit kader niet van toepassing. In mijn antwoord op vraag 2 heb ik toegelicht dat de ESB verplicht is de fertiliteitsklinieken te informeren bij een genetische afwijking bij een donor en dat de fertiliteitsklinieken de betreffende patiënten op de hoogte moeten stellen. Daarnaast wordt bij een ernstige genetische afwijking bij een buitenlandse donor van wie het sperma in een Nederlandse fertiliteitskliniek is gebruikt, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) geïnformeerd. Dat gebeurt met een zogenoemde Rapid Alert Tissue and Cells-melding (RATC).4 Vervolgens vraagt de IGJ bij de nationale autoriteit in kwestie5 op aan welke klinieken het sperma is gedistribueerd, zodat de IGJ steekproefsgewijs kan controleren of klinieken zijn gestopt met gebruik van deze donor en betrokkenen hebben geïnformeerd.
Het gebruik van anonieme donoren is in Nederland verboden, maar in hoeverre is het nog steeds mogelijk dat sperma van Nederlandse donoren door ESB wordt geëxporteerd naar het buitenland en wel ingezet wordt voor (anonieme) donatie?
Een donor kan in Nederland niet anoniem doneren. Juridisch is het mogelijk dat het materiaal van donoren die in Nederland doneren, wordt geëxporteerd naar landen waar anonieme donatie mogelijk is. Echter, in de praktijk geeft de ESB altijd de identiteit van de donor vrij als de bank in Nederland gedoneerd sperma naar het buitenland exporteert. De niet-anonimiteit van de donor wordt vastgelegd in het donorcontract dat de ESB afsluit met de donor. Deze informatie staat op het donorprofiel op de website zodat dit ook bekend is voor wensouders als zij een donor uitkiezen. Het type donorprofiel (anoniem of niet-anoniem) is vastgelegd en kan niet worden gewijzigd. In reactie op de motie Bikker (CU)6, is eerder aangegeven dat optimaal uitvoering kan worden gegeven aan de geest van de motie met een nadere regeling op grond van het wetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal (Wzl).7 De Wzl biedt de mogelijkheid om in een algemene maatregel van bestuur (AMvB) bepaalde gebruiksdoelen (bijvoorbeeld fertiliteitsbehandelingen met anoniem gedoneerde eicellen of sperma) te verbieden. De Wzl is momenteel in behandeling bij de Tweede Kamer.
Hoe verhoudt dit zich tot de met algemene stemmen aangenomen motie die oproept tot ontmoediging van massadonatie?2
Ik vind net als de Kamer, anonieme donatie onwenselijk, en dat geldt ook voor het veelvuldig gebruik van sperma van één donor om grote aantallen nakomelingen te verwekken. Met de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) is geborgd dat donoren niet meer anoniem kunnen donoren en bij niet meer dan 12 vrouwen gebruikt mogen worden in Nederlandse klinieken. Daarmee zijn anonieme donatie en «massadonatie» binnen Nederland niet mogelijk. Helaas geldt dit niet altijd voor het gebruik van donorsperma in internationaal verband. Zo is anonieme donatie nog altijd mogelijk in een aantal landen. En hoewel bijna alle landen een limiet hanteren voor het aantal nakomelingen van een donor binnen dat land, kan het totaal aantal nakomelingen flink oplopen als dat sperma van diezelfde donor in meerdere landen wordt gebruikt.
Ik breng daarom – in lijn met de genoemde motie van Van Dijk (SGP)9 – in kaart hoe massadonatie actief kan worden ontmoedigd. Zoals eerder is toegezegd zal ik de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van dit jaar informeren over mogelijke maatregelen.10
Kunt u aangeven in hoeverre er in Europees verband ruimte ontstaat voor maatregelen en meer specifiek een maximering van het aantal nakomelingen per donor?
In Europa ontstaat in toenemende mate aandacht voor de noodzaak van maatregelen rondom het maximeren van het aantal nakomelingen per donor. Nederland pleit in diverse Europese gremia voor een Europees maximum per donor en de inrichting van een EU-breed donorregister waarmee zowel massadonatie als anonieme donatie kan worden tegengegaan.
Tegelijkertijd moet worden erkend dat Europese afspraken of regelgeving op dit terrein op korte termijn niet waarschijnlijk zijn. De opvattingen over donorconceptie in het algemeen en anonimiteit van donoren lopen binnen de verschillende lidstaten sterk uiteen en behoren tot de nationale bevoegdheden. Dit maakt regelgeving op EU-niveau niet vanzelfsprekend.
Desondanks neemt de gevoelde urgentie toe. Recente gebeurtenissen, zoals de «Kjeld-casus», de brede media-aandacht hiervoor en internationale initiatieven zoals het pleidooi van verschillende Noord-Europese ethiekraden11 versterken de noodzaak voor het debat over een internationaal maximum van het aantal nakomelingen per donor. Ook de European Society of Human Reproduction and Embryology (ESHRE) benadrukt het belang van het vaststellen van een maximumaantal in Europa en ziet meerwaarde in de ontwikkeling van een Europees donorregister. Hoewel deze ontwikkelingen wijzen op een groeiend draagvlak voor Europese samenwerking op dit onderwerp, geldt dat een concrete uitwerking en invoering van een Europees maximum (en donorregister) een lastig proces zal zijn dat naar verwachting jaren in beslag zal nemen.
Deelt u de mening dat, naast de wet- en regelgeving, bedrijven zich ook zeer bewust moeten zijn van de grote mate van zorgvuldigheid die in Nederland verwacht wordt als het gaat om een gevoelig onderwerp als massadonatie bij spermadonoren? Bent u bereid om ervoor te zorgen dat bedrijven zich hier meer bewust van zijn?3
Ja, ik deel die mening. Onze wet- en regelgeving is als het ware de uitkomst van maatschappelijke discussies over spermadonatie en donorconceptie in onze samenleving. Met wet- en regelgeving kan echter niet alles opgelost worden. Met onze nationale wet- en regelgeving op dit terrein hebben we geen invloed buiten onze landsgrenzen. Ook kunnen wensouders in zee gaan met een donor in de privésfeer of naar het buitenland reizen voor een behandeling met donorgameten. Donoren kunnen bovendien ook in het buitenland doneren. Ik vind het daarom van belang dat fertiliteitsklinieken, spermabanken, wensouders en donoren zelf ook verantwoordelijkheid nemen voor de (maatschappelijke) gevolgen van hun handelen. Daarom heb ik in gesprek met deze partijen aandacht voor het belang van een zorgvuldige praktijk van donorconceptie en de verantwoordelijkheid die zij hiervoor hebben.
Het bericht dat de Chinese overheid de namen van enkele medewerkers van inlichtingendiensten AIVD en MIVD heeft gepubliceerd |
|
Tom van der Lee (GL) |
|
Vincent Karremans (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Nieuwe escalatie in Nexperia-vete: China publiceert namen Nederlandse spionnen» van 9 december jl. in de Volkskrant?1
Kunt u bevestigen dat er namen van AIVD- en MIVD-medewerkers bekend zijn gemaakt op een Chinese nieuwswebsite in Hongarije?
Onderschrijft u het feit dat deze actie vanuit China het gevolg is van uw handelen op het Nexperia-dossier?
Onderschrijft u het feit dat het opschorten van de maatregelen jegens Nexperia als «blijk van goede wil» tegenover China dus mogelijk niet genoeg is geweest om de situatie te de-escaleren?
Heeft u, diplomatiek of anderszins, gereageerd op deze Chinese provocatie?
Heeft u al zicht op een reis naar China om de diplomatieke banden te herstellen? Zo ja, wanneer gaat deze reis plaatsvinden en wat zal uw inzet zijn? Zo niet, waarom niet?
Hoe wapent u zich tegen mogelijke verdere vijandige acties vanuit China?
Wat doet u om hybride dreigingen zoals deze tegen te gaan?
Heeft u het idee dat het kabinet voldoende is geëquipeerd om te reageren op dit soort dreigingen waarbij diplomatieke, economische en militaire acties in elkaar overlopen? Zo ja, waar blijkt dit uit? Zo niet, wat is er aanvullend nodig?
De brief over invulling van de motie militaire steun aan Oekraïne |
|
Vicky Maeijer (PVV), Raymond de Roon (PVV), Teun van Dijck (PVV) |
|
Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken) (VVD), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Kunt u alsnog expliciet en uitgebreid ingaan op de niet in de brief gedeelde informatie met betrekking tot artikel 3.1 CW 2016, inzake a) de doelstellingen, de doeltreffendheid en de doelmatigheid die worden nagestreefd; b) de beleidsinstrumenten die worden ingezet; c) de financiële gevolgen voor het Rijk en, waar mogelijk, de financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren? Zo nee, waarom niet?1
De maatregelen betreffen een voortzetting van het huidige Oekraïne steunbeleid en wijken daarmee niet af van de artikel 3.1 CW overwegingen die eerder met uw Kamer zijn gedeeld, als bijlage van de periodieke leveringenbrief (kenmerk 22 054-463, dd. 11 september 2025). In deze bijlage komt naar voren dat het ingezette beleidsinstrument de levering van militair materieel betreft, de nota van wijziging zet dit beleid voort.
Waaruit bestaat de 500 miljoen euro aan verwachte onderuitputting in 2025? In hoeverre is deze onderuitputting een zekerheid?
De verwachte onderbesteding van € 500 miljoen heeft betrekking op hoofdstuk K, het defensiematerieelfonds. Deze verwachting is gebaseerd op lagere valutakoersen dan waarop gepland is (ca. € 250 miljoen.) en vertraging op meerdere reguliere defensieprojecten a.g.v. externe factoren. Beide categorieën van onderbesteding kenden een hoge mate van zekerheid. Voor dit fonds geldt een onbeperkte eindejaarsmarge. Dit betekent dat de middelen naar volgend jaar kunnen worden geschoven waardoor de onderrealisatie beschikbaar. Hierdoor zal er geen vertraging of afstel van behoeften en/of projecten uit het DMF ontstaan in 2026 of latere jaren. Genoemde bedragen zijn afgerond op hele miljoenen. Uw Kamer wordt bij Slotwet geïnformeerd over de werkelijke realisatie en onderbesteding
Welke reguliere defensieprojecten hebben als gevolg van externe factoren vertraging opgelopen en waarom? Wat zijn de concrete gevolgen hiervan?
De voortgang van individuele projecten, eventuele vertragingen en andere wijzigingen op de lopende projecten zullen door Defensie zoals gebruikelijk worden gerapporteerd in het Defensie Projecten Overzicht (DPO) van mei 2026.
Hoe groot is de kans op toekomstige tegenvallers? Zijn er al tegenvallers met een zekere mate van waarschijnlijkheid te voorzien? Zo ja, waarop en hoeveel?
Het aanwenden van onderuitputting ten behoeve van steun aan Oekraïne betekent dat deze onderuitputting niet beschikbaar is voor het invullen van de in=uittaakstelling2, waardoor in de toekomst eerder tegenvallers kunnen ontstaan. Het kabinet heeft nog geen exacte inschatting van toekomstige tegenvallers. Bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk zal dit duidelijk worden.
In de nota van wijziging schrijft u dat er wordt gekeken naar het Nederlandse en Oekraïense bedrijfsleven voor respectievelijk 300 miljoen en 400 miljoen; hoe is deze verdeling tot stand gekomen?2
De invulling en verdeling is tot stand gekomen op basis van een inventarisatie welk materieel op zeer korte termijn beschikbaar was, voor zowel contractering als levering. Daarbij is nadrukkelijk gekeken naar de betrokkenheid en de opbouw van de Nederlandse defensie-productieketen en het Oekraïense bedrijfsleven conform de moties 36 045, nr. 243 en de motie 21 501-20, nr. 2286.
Waar zal de 700 miljoen exact aan worden uitgegeven? Welke contracten worden met welke bedrijven voor welke orders getekend?
Omwille van commerciële vertrouwelijkheid doet Defensie geen uitspraken over de precieze besteding van deze middelen. Uw Kamer wordt geïnformeerd over het aan Oekraïne geleverd materieel middels periodieke leveringenbrieven.
Op welke manier exact garandeert u dat de 400 miljoen voor het Oekraïense bedrijfsleven doelmatig besteed wordt en bovendien niet ten prooi valt aan corruptie?
Directe aanschaf in Oekraïne gebeurt op basis van het Nederlandse model. De Nederlandse procedure omvat een gegronde controle van elk Oekraïens bedrijf door de Audit Dienst Rijk (ADR). Deze regels en procedures nemen tijd in beslag en vereisen toegang tot informatie over bijvoorbeeld de prijsopbouw en winstmarges van de voorgenomen verwerving. Dit Government to Business-model zorgt ervoor dat er geen tussenkomst is van overheidsfunctionarissen bij de totstandkoming van contracten. Bij het Nederlandse model van directe samenwerking met de Oekraïense industrie, is Nederland zelf verantwoordelijk voor het uitonderhandelen en overeenkomen van een contract met een Oekraïense leverancier. Er zijn ook samenwerkingsovereenkomsten met NATO-trusted partners waarbij het partnerland de verwerving doet; Nederland vertrouwt in dat geval op de procedures van bondgenoten.
In de brief wordt gesproken over het spoedeisende karakter als reden om een beroep te doen op artikel 2.27, tweede lid CW 2016; waaruit blijkt dit spoedeisende karakter? Waarom kon deze uitgave niet een week later, na stemming over de najaarsnota, plaatsvinden?
Uw Kamer heeft het kabinet verzocht om aanvullende militaire Oekraïnesteun beschikbaar te stellen. Het kabinet heeft ervoor gekozen om invulling te geven aan deze motie door in 2025 versneld 700 miljoen euro beschikbaar te stellen om te waarborgen dat de steun aan Oekraïne voorgezet wordt.
De stemming over de 2e suppletoire begroting 2025 van de Defensiebegroting, waarin de 700 miljoen euro is verwerkt, in de Tweede Kamer stond echter pas gepland op 18 december. Zonder het toepassen van artikel CW 2.27 tweede lid zouden de overeenkomsten pas na autorisatie van zowel de Tweede als de Eerste Kamer rechtmatig kunnen worden aangegaan. Daarmee zou het niet mogelijk zijn om nog in 2025 invulling te geven aan de oproep van uw Kamer. Door een beroep te doen op artikel CW 2.27 tweede lid heeft het kabinet getracht uw Kamer juist en tijdig te informeren over de wijze waarop het kabinet een eerste stap zet in de invulling aan de door uw Kamer aangenomen motie4. Op 9 december heeft uw Kamer aangegeven dat zij zich deugdelijk geïnformeerd acht.
De Kamer mag de onderuitputting niet gebruiken voor extra uitgaven, maar waarom mag u dit wel? Hoeveel van de resterende onderuitputting kan nog worden gebruikt?
In aanvulling op het antwoord op vraag 4 is ervoor gekozen om de onderuitputting anders aan te wenden dan het invullen van de in=uittaakstelling. Hiermee kiest het kabinet ervoor om opvolging te geven aan de motie van de Kamer. Bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk zal de definitieve onderuitputting over 2025 duidelijk worden.
Het NGO Monitor-rapport |
|
Gidi Markuszower (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Aukje de Vries (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het NGO Monitor-rapport (hierna: rapport)1, waaruit blijkt dat de internationaal en nationaal geïndiceerde Palestijns-Islamitische terreurgroep Hamas vóór 7 oktober een uitgebreid systeem heeft opgebouwd om humanitaire organisaties te controleren, te infiltreren en te manipuleren, inhoudende dat vertrouwelingen bij met EU-geld gefinancierde ngo’s in Gaza op sleutelposities (bijvoorbeeld bestuursvoorzitter, directeur, onderdirecteur, etc.) werden gestationeerd?2
Ik ben bekend met het rapport.
Hoeveel geld heeft Nederland vanaf 2015 via de BHO-begroting of via ODA-gelden op andere begrotingen overgemaakt naar de in het rapport bij naam genoemde organisaties? Graag een gedetailleerde specificatie, uitgesplitst naar jaar en organisatie.
Zowel de resultaten als de bedragen per gesteunde organisatie zijn te vinden in het webportaal nlontwikkelingshulp.nl. Het webportaal voor ontwikkelingshulp is zo transparant mogelijk over Nederlandse ontwikkelingsprojecten en bevat ook verantwoordingsinformatie van onze partners. Besluiten om organisaties te financieren worden altijd zorgvuldig genomen (bijvoorbeeld via zogeheten Organizational Risk and Integrity Assessments).
Van de organisaties die worden genoemd in het rapport zijn er vanuit de gehele BZ- en BHO-begrotingen alleen directe ODA-contracten geweest in de genoemde periode met International Medical Corps, Norwegian Refugee Council, Handicap International, Mercy Corps en Oxfam. De activiteiten met deze organisaties kwamen ten goede aan meerdere landen, waaronder Afghanistan, Irak, Jordanië, Kenia, Laos, Libanon, Nigeria, de Palestijnse Gebieden, Senegal en Syrië.
2015
423.434
2016
1.757.500
2.729.391
25.066.678
2017
489.877
504.000
4.106.468
16.447.989
2018
88.434
900.000
488.400
2.856.647
15.568.000
2019
461.011
620.500
2.310.261
13.946.333
2020
912.931
63.989
458.350
2.133.993
25.546.144
2021
6.191.607
733.562
445.312
6.117.483
2022
2.970.395
202.819
274.546
164.666
34.692.391
2023
2.676.117
39.621
831.250
26.542.085
2024
763.425
489.967
421.788
24.854.128
Hoeveel geld heeft Nederland vanaf 2015 via de BHO-begroting of via ODA-gelden op andere begrotingen overgemaakt naar de Palestijns-Arabische bevolking, de Palestijnse Gebieden, de Palestijnse autoriteit, de Westoever en/of Gaza en NGO’s actief in de Palestijnse Gebieden? Graag een gedetailleerde specificatie, uitgesplitst naar jaar en organisatie.
Vanaf 2015 tot en met 2025 is er van de BZ- en BHO-begrotingen in totaal 348 miljoen euro in ODA-gelden direct ten goede gekomen aan activiteiten voor de Palestijnse Gebieden.
2015
20.299.408
2016
20.607.310
2017
23.185.882
2018
20.956.949
2019
24.935.692
2020
22.568.401
2021
29.348.275
2022
23.724.577
2023
21.634.549
2024
53.861.486
2025
63.381.514
Hoeveel geld heeft Nederland, na wijziging van de begrotingsstaat samenhangende met de najaarsnota, in totaal begroot aan uitgaven en verplichtingen, zowel voor wat betreft de BHO-begroting alsmede de ODA-gelden op andere begrotingen, voor de Palestijns-Arabische bevolking, de Palestijnse gebieden, de Palestijnse autoriteit, de Westoever en/of Gaza? Graag een totaal, gespecificeerd en gedetailleerd overzicht.
In de onderstaande tabel staan de begrote bedragen voor uitgaven via de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah (gedelegeerde middelen). Afgezien van de voorgenomen bijdrage van 16 miljoen euro aan het humanitaire landenfonds van de VN voor de Palestijnse gebieden in 20263 programmeert het ministerie centrale middelen per thema, niet per land.
Handel en economie
4.000.000
4.000.000
0
0
Water
15.000.000
15.000.000
15.000.000
15.000.000
Veiligheid en stabiliteit
5.400.000
5.000.000
150.000
0
Wat is het Nederlandse aandeel, via de BHO-begroting of via ODA-gelden op andere begrotingen, in deze mede door de EU-gefinancierde en door Hamas geïnfiltreerde NGO’s?
Het kabinet onderstreept nogmaals altijd zeer serieus om te gaan met signalen over misbruik van ontwikkelingshulpgelden of aantijgingen die wijzen op banden tussen hulporganisaties en terroristische organisaties, zo ook rapporten van NGO Monitor. Er is geen informatie voorhanden die de aantijgingen van NGO Monitor steunt. Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties, op orde zijn. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor.4 Ook wijs ik u op de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO monitor5 6.
In hoeverre zijn er signalen bij u bekend dat de betrokken NGO’s op de hoogte waren van het feit dat zij werden gecontroleerd en/of geïnfiltreerd dan wel op andere wijze dienstig waren aan de terreuractiviteiten van Hamas?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om een strafrechtelijke onderzoek naar de betrokken NGO’s te entameren? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 6. Het is daarnaast aan het Openbaar Ministerie om te bepalen of een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart en vervolgens of, op basis van dit onderzoek, overgegaan wordt tot strafrechtelijke vervolging. Het is niet aan het kabinet om daar in te treden.
Bent u bereid om de betrokken NGO’s, nu zij in Gaza dusdanig onder controle blijken te staan van Hamas, als terroristische organisatie aan te merken en op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek te verbieden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord op vraag 6. Het is aan het Openbaar Ministerie de (civielrechtelijke) bevoegdheid toe om op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek (BW) aan de rechter een verzoek tot verbodenverklaring van een rechtspersoon, waarvan de werkzaamheid of het doel in strijd is met de openbare orde, te doen. Strijdig met de openbare orde is in ieder geval een doel dat, of werkzaamheid die leidt (of klaarblijkelijk dreigt te leiden) tot een bedreiging van de nationale veiligheid of de internationale rechtsorde of tot de ontwrichting van de democratische rechtsstaat of het openbaar gezag. Daarnaast kán als strijdig met de openbare orde worden gezien de aantasting van de menselijke waardigheid, het leiden tot geweld of het aanzetten tot haat of discriminatie. Of en wanneer een rechtspersoon voor een verbodenverklaring op grond van artikel 2:20 BW in aanmerking komt, is derhalve aan het Openbaar Ministerie en uiteindelijk aan de rechter om te bepalen.
Het Openbaar Ministerie heeft eveneens de bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden tegen organisaties die strafbare feiten plegen of bevorderen. Voor een strafrechtelijk onderzoek is een verdenking vereist; er dient een redelijk vermoeden te bestaan dat de organisatie en/of haar leden zich schuldig maken aan een of meerdere strafbare feiten. Het is aan het Openbaar Ministerie om te bepalen of in een concreet geval sprake is van een verdenking van een strafbaar feit en of er in een bepaald geval strafrechtelijke vervolging dient te worden ingesteld. Het uiteindelijke oordeel, ook over de vraag of er in strafrechtelijke zin sprake is van een terroristische organisatie, is aan de (straf)rechter.
De Minister van Buitenlandse Zaken kan bij voldoende aanwijzingen van betrokkenheid bij terroristische activiteiten, in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid, een persoon of organisatie op de nationale sanctielijst terrorisme plaatsen. Voldoende aanwijzingen zijn onder meer de instelling van een onderzoek of vervolging door een bevoegde instantie wegens een terroristische activiteit of poging daartoe, een veroordeling door de rechter voor voornoemde feiten of een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst dat geloofwaardige indicaties bevat van betrokkenheid van een persoon of organisatie bij een terroristische activiteit of poging daartoe.
Het plaatsen van personen of organisaties op de nationale sanctielijst terrorisme is een vergaande en ingrijpende maatregel die een zorgvuldig proces vereist. Alleen wanneer wordt voldaan aan de juridische vereisten voor een dergelijke plaatsing, zal een persoon of organisatie op de nationale sanctielijst terrorisme worden geplaatst.
Welke maatregelen heeft dit kabinet inmiddels genomen om te voorkomen dat met Nederlands belastinggeld een terreurorganisatie als Hamas via de EU wordt gesteund? Welke maatregelen heeft dit kabinet genomen om er voor zorg te dragen dat de EU hiermee stopt?
Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische organisaties, op orde zijn. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Zie ook het antwoord op vraag 5 en 6.
Is dit kabinet voornemens om de aan de betrokken NGO’s overgemaakte gelden terug te vorderen en deze organisaties uit te sluiten voor toekomstige subsidies? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 5 en 6.
Het bericht dat de NAVO een Israëlisch defensiebedrijf in de ban doet vanwege een smeergeldzaak |
|
Stephan van Baarle (DENK) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «NAVO doet Israëlisch defensiebedrijf in de ban vanwege smeergeldzaak»?1
Klopt het dat het Israëlische defensiebedrijf Elbit Systems sinds 31 juli niet meer mee mag doen met aanbestedingsprocedures van de NAVO vanwege mogelijke corruptie?
Klopt het ook dat de lopende samenwerkingen tussen de NAVO en het Israëlische bedrijf zijn stilgelegd?
Klopt het dat het gaat om ernstige beschuldigingen waaruit blijkt dat Elbit zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan strafbare praktijken, waaronder onregelmatigheden bij de toekenning van contracten?
Op welk precies moment was de Nederlandse overheid op de hoogte van beschuldigingen dan wel vraagtekens aan het adres van Elbit inzake mogelijke corruptie?
Wat heeft de Nederlandse overheid gedaan met deze informatie?
Heeft u deze informatie onderzocht en meegewogen in het inkoopbeleid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u de strekking en de uitkomsten van het onderzoek delen en aangeven hoe u dit meeweegt?
Hoe beoordeelt u deze informatie in relatie tot uw beleid en uw inkoopkader?
Op welk moment was de Nederlandse overheid op de hoogte van de opschorting van onderdelen van de relatie met Elbit door de NAVO?
Heeft de Nederlandse overheid deze opschorting laten meewegen in het beleid en in het bijzonder in het inkoopbeleid? Zo neen, waarom niet?
Zijn er aankopen gedaan door Nederland bij Elbit nadat de Nederlandse overheid informatie had over mogelijke verdenkingen omtrent corruptie? Zo ja, welke en hoe kunt u dit verantwoorden?
Acht u het inkopen bij een defensiebedrijf dat verwikkeld is in een corruptieschandaal verantwoord?
Bent u zich ervan bewust dat door het inkopen bij Elbit Nederlands belastinggeld terecht kan komen in de zakken van corruptieplegers?
Bent u zich ervan bewust dat de beschuldigingen over corruptie bovenop het feit komen dat Elbit, samen met andere Israëlische defensiebedrijven, hun wapentuig in de praktijk test op Palestijnen en hiermee schuldig zijn aan oorlogsmisdaden?
Bent u bereid om alle samenwerking met en inkopen bij Elbit te stoppen? Zo nee, waarom niet?
Het artikel 'Kabinet trekt toch 700 miljoen euro extra uit voor Oekraïne' |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken) (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Het kabinet gebruikt 700 miljoen aan onderuitputting in de begroting voor extra steun aan Oekraïne, is deze gang van zaken niet in strijd met de begrotingsregels, aangezien onderuitputting niet gebruikt mag worden voor nieuw beleid?1
Het kabinet kan besluiten om de onderuitputting anders aan te wenden. In dit geval gebruikt het kabinet de onderuitputting ten behoeve van steun aan Oekraïne en zet daarmee een eerste stap in de opvolging aan de motie van de Kamer. Het aanwenden van de onderuitputting betekent wel dat deze onderuitputting niet beschikbaar is voor het invullen van de in=uittaakstelling, waardoor in de toekomst eerder tegenvallers kunnen ontstaan.
Hoe verhoudt het toch vrijmaken van extra geld zich tot de stellingname van het kabinet tegen de motie Klaver cs. waar de Minister-President nog duidelijk was in zijn boodschap dat er geen onmiddellijke ruimte was voor extra steun aan Oekraïne? (Kamerstuk 36 045, nr. 243)
Het kabinet ziet de noodzaak voor onverminderde steun aan Oekraïne en kijkt daarbij wat Oekraïne nodig heeft en wat Nederland kan bieden. Het kabinet erkent de wens van de Kamer om op korte termijn extra militaire steun te leveren en heeft daartoe bezien wat er mogelijk is. Met het aanwenden van onderuitputting zet het kabinet een eerste stap in de opvolging aan de motie van de Kamer. Het kabinet beziet vervolgens in het begin van het nieuwe jaar hoe verdere opvolging aan de motie gegeven kan worden.
Kunt u een actueel overzicht geven van alle bilaterale steun (giften) van Nederland aan Oekraïne tot nu toe, waarbij inzichtelijk is gemaakt wanneer welk bedrag is geschonken en voor welk doel (militair/civiel)?
Sinds de Russische invasie in Oekraïne in 2022 is er tot aan Miljoenennota 2026 13,4 miljard euro via Defensie2, 3,4 miljard euro via BZ/BHO en 442 miljoen euro via Financiën aan steun voor Oekraïne toegezegd. 3,4 miljard euro aan militair- en niet-militaire steun valt in 2026. Daarnaast is er 700 miljoen euro vrijgemaakt in 2025 in reactie op de Tweede Kamermotie voor aanvullende militaire Oekraïnesteun3. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de totale internationale steun door Nederland. De tabel is inclusief de additionele 700 miljoen euro in 2025.
De militaire steun ziet met name op munitieleveringen en wapensystemen zoals F-16 toestellen, tanks en luchtverdediging. Met de niet-militaire steun draagt het kabinet onder andere bij aan acute noodhulp, herstel van (energie-)infrastructuur, huizen en drinkwatervoorzieningen.
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Militaire steun2
171
965
2.482
5.522
2.563
965
597
145
40
Niet-militaire steun (incl. macro-financiële bijstand)
457
546
807
772
856
445
9
4
5
Bedragen t/m 2024 volgen uit Financieel Jaarverslag Rijk. Bedragen 2025–2030 volgen uit de Oekraïne bijlage bij Miljoenennota 2026 en zijn geactualiseerd voor de nota van wijziging bij Najaarsnota 2025.
De getoonde reeks voor militaire steun wijkt enigszins af t.o.v. de laatste update Kamerbrief leveringen aan Oekraïne. Waar de Kamerbrief kijkt naar leveringen uit eigen voorraad, ziet deze reeks op netto-kasuitgaven in de begroting. De bedragen aan militaire steun in de tabel hebben vanaf 2028 volledig betrekking op compensatie voor in het verleden geleverd materieel uit eigen voorraad. Door deze compensatie kan dit materieel worden vervangen ten bate van de eigen krijgsmacht.
Kunt u een actueel overzicht geven van bilaterale steun in de vorm van leningen aan Oekraïne tot nu toe, waarbij inzichtelijk is gemaakt wanneer welk bedrag is verstrekt en voor welk doel?
Nederland heeft in 2022 één specifieke bilaterale lening van 200 miljoen euro aan Oekraïne, verstrekt via een kredietlijn van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Deze lening was bedoeld als begrotingssteun aan Oekraïne om de dagelijkse uitgaven te financieren en de economie draaiende te houden.4
Kunt u een actueel overzicht geven van de bilaterale steun tot nu toe van alle andere Europese lidstaten in de vorm van leningen én giften aan Oekraïne?
Volgens de meest recente beschikbare cijfers van de Europese Commissie hebben de Europese Commissie en EU-lidstaten in totaal tot en met 2025 circa 170 miljard euro steun geleverd aan Oekraïne (waaronder 66 miljard euro in militaire steun en 100,6 miljard euro in niet-militaire steun). Deze cijfers zijn mogelijk niet volledig. Het aandeel van lidstaten in de steun van de Europese Commissie wordt over het algemeen bepaald aan de hand van de bni-sleutel, maar deze verschilt ieder jaar. Daarom is het lastig om de totale steun terug te voeren op individuele lidstaten.
Elke lidstaat maakt individuele afwegingen over de omvang van de steun evenals de mate waarin publieke informatie over deze steun verstrekt wordt. Het kabinet doet daarom geen uitspraken over de steun verleend door andere lidstaten.
Kunt u een actueel overzicht geven van steun in Europees verband uitgesplitst in giften, leningen en garanties waarbij tevens inzichtelijk is gemaakt wat het Nederlandse aandeel is per categorie?
Via verschillende instrumenten heeft de EU steun geleverd aan Oekraïne. Hieronder worden de verschillende steunpakketten uiteengezet:
Naast hierboven genoemde niet-militaire steun is er in EU-verband ook militaire steun verstrekt aan Oekraïne. Volgens de Europese Commissie is er door de EU en lidstaten 66 miljard euro aan militaire steun geleverd, waaronder 6,1 miljard euro onder de Europese vredesfaciliteit (EPF) en 362 miljoen euro voor de EU Military Assistance Mission in support of Ukraine (EUMAM). Vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken is in de periode 2023 tot en met 2025 171,5 miljoen euro bijgedragen aan het EPF voor Oekraïne. Hieruit wordt ook het niet-operationele deel van EUMAM betaald. Vanuit het Ministerie van Defensie is circa 35 miljoen euro uitgegeven tot en met 1 april 2025 aan het operationele deel van EUMAM. Zoals aangegeven in de recent verstuurde Kamerbrief5 komt het grootste deel van het EPF nog niet tot besteding door een veto van Hongarije.
Wat heeft de opvang van Oekraïners in Nederland tot nu toe gekost per jaar voor de nationale overheid, inclusief kosten voor zorg, onderwijs en sociale zekerheid? Kunt u deze kosten uitsplitsen per genoemde categorie?
Een overzicht van de gerealiseerde geoormerkte uitgaven voor Oekraïense ontheemden van voorgaande jaren zijn terug te vinden in het Financieel Jaarverslag Rijk van het desbetreffende jaar. In deze overzichten wordt voor 2024, 2023 en 2022 het onderscheid gemaakt tussen opvang ontheemden, zorg en onderwijs.
2022
2023
2024
Opvang ontheemden
1.079
3.436
2.598
Zorg
54
170
223
Onderwijs
200
222
75
Wat heeft de opvang van Oekraïners tot nu toe gekost per jaar voor decentrale overheden, inclusief kosten voor zorg, onderwijs en sociale zekerheid? Kunt u deze kosten uitsplitsen per genoemde categorie?
Zie antwoord op vraag 7.
Het verder uitsplitsen van de kosten voor de opvang tussen nationale overheid en de decentrale overheden is niet mogelijk. Daarbij zijn de kosten van de nationale overheid vaak een vergoeding aan decentrale overheden voor de gemaakte kosten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de opvang van ontheemden. Zo maken de veiligheidsregio’s onder andere kosten voor de eerste opvang en maken gemeenten kosten voor de gemeentelijke opvang (GOO) en de particuliere opvang (POO). Voor zover beschikbaar worden de gemaakte kosten per begroting gepresenteerd in de departementale jaarverslagen.
Is Nederlandse steun in welke vorm dan ook betrokken bij het onlangs gemelde corruptieschandaal in Oekraïne of eerder betrokken geweest bij corruptie in Oekraïne op welk niveau dan ook?
Op dit moment zijn er geen indicaties dat met Nederlandse steun malversaties zouden hebben plaatsgevonden. Nederland heeft geen bijdrages gedaan aan het Oekraïense staatsenergiebedrijf Energoatom. Het grootste deel van de Nederlandse energiesteun aan Oekraïne loopt via internationale instellingen, zoals de Wereldbank en de EBRD. Deze banken hebben langjarige ervaring met het verlenen van steun en hebben sterke controlemechanismen om corruptie te voorkomen. Nederland ondersteunt Oekraïne actief bij het versterken van anti-corruptie-instanties, zowel bilateraal als in Europees verband.
Welke garanties heeft het kabinet dat Nederlandse steun doelmatig wordt besteed?
De Nederlandse procedures en auditing regels zien toe op de rechtmatige en doelmatige besteding van de beschikbaar gestelde middelen voor steun aan Oekraïne.
Het toetsen van militaire doelmatigheid vindt plaats aan de voorkant, waarbij de behoefte vanuit Oekraïne (centraal gecoördineerd door NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU)) al dan niet wordt gekoppeld aan het aanbod. Dit kan commercieel of eigen voorraad betreffen. De informatie over doelmatigheid van het militair vermogen komt terug via NSATU en Oekraïne.
Welke controlemechanismen heeft de Nederlandse regering tot haar beschikking om na te gaan of Nederlandse steun voldoende doelmatig wordt besteed?
Directe aanschaf in Oekraïne gebeurt op basis van het Nederlandse model. De Nederlandse procedure omvat een gegronde controle van elk bedrijf door de Audit Dienst Rijk (ADR). Deze regels en procedures nemen tijd in beslag en vereisen toegang tot informatie over bijvoorbeeld de prijsopbouw en winstmarges van de voorgenomen verwerving. Dit Government to Business-model zorgt ervoor dat er geen tussenkomst is van overheidsfunctionarissen bij de totstandkoming van contracten. Bij het Nederlandse model van directe samenwerking met de Oekraïense industrie, is Nederland zelf verantwoordelijk voor het uitonderhandelen en overeenkomen van een contract met een Oekraïense leverancier. Er zijn ook samenwerkingsovereenkomsten met NATO-trusted partners waarbij het partnerland de verwerving doet; Nederland vertrouwt in dat geval op de procedures van bondgenoten.
De Nederlandse niet-militaire steun loopt voor het grootste deel via de internationale financiële instellingen, zoals de Wereldbank en de EBRD. Deze banken hebben ervaring met steunprogramma’s in Oekraïne en passen audit- en controlemechanismen toe om corruptie zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast loopt een deel van de Nederlandse bijdragen via de EU en VN-organisaties, die alle bijdragen toetsen op risico’s rondom fraude en corruptie. In geval van bilaterale steunprogramma’s wordt gewerkt met Nederlandse uitvoerende organisaties met een bewezen track record. Bij nieuwe bijdragen doorlopen uitvoerende organisaties een integriteitsanalyse en is er op reguliere basis contact over de stand van zaken m.b.t. hun werkzaamheden in Oekraïne.
Kunt u deze vragen vóór het plenaire debat over de Europese top van 18 en 19 december beantwoorden?
Ja.
Het verschijnen van de Amerikaanse National Security Strategy |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de inhoud van de in november 2025 opgestelde Amerikaanse National Security Strategy?1
Wat is uw algemene oordeel over het hoofdstuk «Promoting European Greatness», het gedeelte dat gaat over de Amerikaanse veiligheidsstrategie vis-à-vis Europa? Welke conclusies trekt u uit dit hoofdstuk over de koers die de Amerikanen inzetten richting Europa?
Hoe beoordeelt u het Amerikaanse standpunt dat er sprake zou zijn van «civilizational erasure», ofwel «uitwissing van [onze] beschaving» (pag. 25)? Bent u bereid dit tegen te spreken?
Ziet u de volgende passages ook als (impliciete) verwijzingen zijn naar de extreemrechtse Great Replacement Theory: «But this economic decline is eclipsed by the real and more stark prospect of civilizational erasure. The larger issues facing Europe include activities of the European Union and other transnational bodies that undermine political liberty and sovereignty, migration policies that are transforming the continent and creating strife, censorship of free speech and suppression of political opposition, cratering birthrates, and loss of national identities and self-confidence. Should present trends continue, the continent will be unrecognizable in 20 years or less.» (pag. 25); «Over the long term, it is more than plausible that within a few decades at the latest, certain NATO members will become majority non-European.» (pag. 27)? Zo ja, wat zegt dit u over de koers van de Amerikanen en welke gevolgen heeft dit voor toekomstige samenwerking? Zo nee, waarom niet?
Hoe interpreteert u het Amerikaanse standpunt dat Europese landen over enkele decennia mogelijk niet langer als betrouwbare partners van de VS gezien kunnen worden als gevolg van (volgens de VS) onwenselijke demografische veranderingen (pag. 25)? Welke consequenties verbindt u hieraan?
Duidt de volgende passage in uw ogen op mogelijke ongewenste buitenlandse beïnvloeding en/of inmenging vanuit de VS in Europese landen, met name gericht op het versterken van uiterst rechtse politieke partijen: «American diplomacy should continue to stand up for genuine democracy, freedom of expression, and unapologetic celebrations of European nations» individual character and history. America encourages its political allies in Europe to promote this revival of spirit, and the growing influence of patriotic European parties indeed gives cause for great optimism. Our goal should be to help Europe correct its current trajectory» (pag. 26)? Zo ja, op welke manier gaat u dit monitoren en welke stappen bent u bereidt om te nemen om dit tegen te gaan? Zo nee, kunt u dit toelichten?
Hoe interpreteert u het beleidsdoel van de VS om strategische stabiliteit tussen Europa en Rusland te bewerkstelligen, oftewel een normalisering van onze relaties met Poetins Rusland (pag. 27)? Welke mogelijke risico’s ziet u hierin en welke noodzakelijke stappen bent u bereid om te nemen?
Hoe interpreteert u het beleidsdoel van de VS om een einde te maken aan de perceptie dat de NAVO een «voortdurend uitbreidend» bondgenootschap is (pag. 27)? Kunt u aangeven wat dit volgens u betekent voor het onomkeerbare pad van Oekraïens NAVO-lidmaatschap?
Hoe interpreteert u de volgende passage in relatie tot de Amerikaanse militaire aanwezigheid op het Europese continent: «The United States must reconsider our military presence in the Western Hemisphere. This means four obvious things: A readjustment of our global military presence to address urgent threats in our Hemisphere, especially the missions identified in this strategy, and away from theaters whose relative import to American national security has declined in recent decades or years; [...]»?
Klopt het dat de VS erop aanstuurt dat Europa zich in 2027 al grotendeels zelf moet kunnen verdedigen? Zo ja, welke consequenties heeft dit voor de snelheid van herbewapening van Europa?
Deelt u de algemene opvatting dat het Amerikaanse veiligheidsbeleid, zoals uiteengezet in deze National Security Strategy, er onder andere op uit is om de EU zoals wij deze nu kennen te ontmantelen? Kunt u dit toelichten?
Hoe staat het met de ontwikkeling van de Amerikastrategie? Bent u van plan de inhoud van deze National Security Strategy mee te laten wegen?
Bent u bereid om de Kamer, eventueel in een vertrouwelijke setting, te informeren over de manier(en) waarop met buitenlandse beïnvloeding vanuit de VS wordt omgegaan en mogelijk wordt tegengegaan?
Bent u bereid om de ambassadeur van de Verenigde Staten aan te spreken op dit stuk en de inhoud te veroordelen?
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk van elkaar te beantwoorden en vóór het plenaire debat over de aanstaande Europese top naar de Kamer te sturen?
De verstorende rol van Hongarije in het beleid van de Europese Unie. |
|
Silvio Erkens (VVD), Derk Boswijk (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten «European Parliament condems Hungary’s rule of Law, en Hungary’s Orbán seeks more Russian oil and gas in meeting with Putin»?1
Ja.
Hoe verhoudt Nederland zich tot de constatering vanuit het Europees Parlement dat Hongarije ernstige en aanhoudende schendingen begaat op het gebied van rechterlijke onafhankelijkheid en corruptie?
Nederland keurt de zorgelijke rechtsstaatontwikkelingen in Hongarije sterk af. Alle EU-lidstaten hebben de verantwoordelijkheid om universele democratische waarden, principes en mensenrechten te respecteren en te blijven verdedigen, conform artikel 2 VEU. Dat geldt ook voor Hongarije. Nederland spreekt Hongarije hier bilateraal op aan en zet zich hier ook binnen de EU voor in. Nederland vraagt de Commissie snel en effectief op te treden om terugval van lidstaten op de rechtsstaat te voorkomen en aan te pakken. Nederland spoort, in lijn met motie Klaver c.s., motie Van Campen c.s., motie Paternotte en Van Campen en motie Dassen2, de Commissie aan om gebruik te maken van al het beschikbare EU-instrumentarium dat afgelopen jaren is ontwikkeld en versterkt, ook op aansporen van uw Kamer. Nederland steunt de Commissie daarin als hoeder van de EU-verdragen.
Welke gevolgen heeft de constatering dat Hongarije stelselmatig misbruik maakt van de EU-fondsen op de toegang die Hongarije tot deze fondsen heeft?
Nog altijd is voor Hongarije EUR 19 miljard aan EU-middelen geblokkeerd onder de MFK-rechtsstaatverordening en de Common Provisions Regulation. Ook de middelen voor Hongarije uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit zullen pas worden vrijgegeven als Hongarije rechtsstaathervormingen heeft doorgevoerd. Eind 2024 is EUR 1 miljard van de geblokkeerde EU-middelen definitief vervallen. Nederland steunt de Commissie bij de inzet van alle mogelijkheden onder het financiële instrumentarium.
Klopt het dat Hongarije in september € 16.2 miljard aan SAFE-gelden heeft ontvangen in het kader van de plannen om de defensie-industrie van Europa te versterken?
In de SAFE-verordening staat dat lidstaten tot uiterlijk 30 november jl. een verzoek tot financiële bijstand konden indienen onder SAFE. Hongarije heeft in dit kader om een lening van EUR 16.2 miljard verzocht, maar heeft de lening nog niet ontvangen. Het is nu aan de Europese Commissie om de verzoeken van de lidstaten te beoordelen. Wanneer de Commissie vaststelt dat het verzoek voldoet aan de voorwaarden van de SAFE-verordening, dient zij een voorstel in voor een uitvoeringsbesluit van de Raad. Na vaststelling van de Raad kan de leningsovereenkomst tussen de Europese Commissie en de lidstaat worden getekend.
Welke waarborgen zijn er, nadat dit geld door Hongarije is ontvangen, om ervoor te zorgen dat de gelden niet worden misbruikt?
Het Financieel Reglement van de EU bevat een uitgebreid pakket van juridische, administratieve en operationele waarborgen om misbruik van EU-gelden te voorkomen, op te sporen en te corrigeren. Het betreffen maatregelen ter preventie, detectie, correctie en verantwoording. Om misbruik van EU-gelden aan de voorkant te voorkomen worden strikte regels voor begrotingsbeheer gehanteerd. Er bestaat een intern controlesysteem en uitgebreide regels voor de toekenning van subsidies en aanbestedingen, inclusief openbaarheid, voorkomen van belangenverstrengeling, gelijke behandeling en transparantie. Tevens wordt getracht onregelmatigheden en misbruik tijdig op te sporen middels interne controles, onafhankelijke audits van de Europese Rekenkamer en de Interne Auditdienst, fraudeopsporing door het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Aanklager (EPPO). Op het moment dat er een vermoeden is dat uitgaven mogelijk onrechtmatig, frauduleus of niet-doelmatig zijn kan de Europese Commissie of het verantwoordelijke agentschap de betalingen onmiddellijk opschorten. De opschorting is tijdelijk gedurende het onderzoek dat volgt. Indien misbruik definitief is vastgesteld kunnen eventuele financiële correcties, terugvorderingen of sancties formeel worden vastgelegd via een combinatie van juridische en boekhoudkundige besluite.
Daarnaast is de Meerjarig Financieel Kader (MFK)-rechtsstaatverordening van toepassing op leningen die verstrekt worden ter versterking van de Europese defensie-industrie via de SAFE-verordening. Bij schendingen van de beginselen van de rechtsstaat die rechtstreekse gevolgen hebben of dreigen te hebben voor de financiële belangen van de Unie of voor goed financieel beheer van de Uniebegroting kunnen passende maatregelen worden genomen tegen een lidstaat op grond van de MFK-rechtsstaatverordening. Daarbij geldt dat de Commissie bij haar beoordeling is gebonden aan de kaders van de verordeningen.
Zijn er nog andere Europese fondsen waar Hongarije op dit moment gebruik van maakt en waarbij het risico op misbruik hoog is?
Het MFK van de EU bestaat uit diverse fondsen waar alle lidstaten, inclusief Hongarije, EU-middelen uit kunnen ontvangen. Het gaat onder andere om de volgende fondsen: Cohesiefonds, Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds, Europees Sociaal Fonds, Fonds voor rechtvaardige transitie, Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, Horizon en Next Generation EU. Hoewel Hongarije aanspraak kan maken op EU-middelen uit deze fondsen, zijn delen van de betalingen uit deze fondsen momenteel (gedeeltelijk) geblokkeerd of aan strikte voorwaarden gekoppeld, omdat sprake is van schendingen van de beginselen van de rechtsstaat die voldoende rechtstreeks gevolgen hebben of dreigen te hebben voor het goed financieel beheer van de Uniebegroting of de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Europese instellingen blijven actief toezicht houden op rechtsstatelijke ontwikkelingen en risico’s op mogelijk misbruik van EU-gelden middels de waarborgen zoals toegelicht in antwoord op vraag 5.
Heeft Nederland Hongarije aangesproken op de constatering dat het land misbruik maakt van EU-fondsen? Indien ja, wat was de reactie van de Hongaarse regering?
Ja. Het kabinet heeft ook in bilaterale contacten het belang van het respecteren van de beginselen van de rechtsstaat overgebracht aan Hongarije. Zie hiervoor bijvoorbeeld het verslag van de RAZ-Cohesie van 28 maart jl.3
Welke mogelijke stappen overweegt Nederland om Hongarije in Europees verband te sanctioneren? Is het bijvoorbeeld mogelijk om de Europese Commissie aan te sporen de toegang van Hongarije tot Europese middelen (verder) stop te zetten via het conditionaliteitsregime van verordening 2020/2092 of om een inbreukprocedure te beginnen op basis van artikel 259 VWEU?
Het is voor het kabinet van belang dat de Commissie snel en effectief optreedt om terugval van lidstaten op rechtsstatelijk vlak te voorkomen en aan te pakken, en daarbij gebruik maakt van al het beschikbare EU-rechtsstaatinstrumentarium, inclusief het financiële instrumentarium. Het kabinet pleit hier voortdurend voor.4 Op dit moment is ca. EUR 19 miljard aan EU-middelen voor Hongarije geblokkeerd. Eind 2024 is hiervan EUR 1 miljard definitief vervallen. Als hoedster van de Verdragen is het aan de Commissie om te beoordelen of een lidstaat het Unierecht schendt en op basis daarvan op te treden op basis van, onder meer, artikel 258 VWEU.5 Nederland roept de Commissie er toe op deze rol zo voortvarend mogelijk op te pakken, zo mogelijk samen met gelijkgezinde lidstaten. De Commissie heeft ook verschillende inbreukprocedures tegen Hongarije geïnitieerd vanwege de rechtsstatelijke zorgen, waaronder vanwege de anti-lhbtiq+-wetgeving die heeft geleid tot een zaak voor het EU Hof van Justitie. Nederland heeft, met 15 andere EU lidstaten, geïntervenieerd in deze hofzaak aan de zijde van de Commissie. Daarnaast steunt Nederland de inzet van de artikel 7 procedure in het geval van Hongarije vanwege de ernstige rechtsstaatzorgen. In uitvoering van de motie Paternotte/Van Campen, voert het kabinet actief het gesprek met andere lidstaten over de mogelijkheden om de artikel 7-procedure verder te brengen.6 De benodigde meerderheden om concrete stappen in de artikel 7-procedure te zetten zijn momenteel echter nog niet in zicht.
Bent u het met de VVD-fractie eens dat het onaanvaardbaar is dat Hongarije EU-fondsen misbruikt? Zeker omdat daar direct en indirect ook geld in zit wat in Nederland is verdiend?
Het kabinet is het eens dat het onaanvaardbaar is als lidstaten EU-fondsen misbruiken. Om misbruik van EU-gelden te voorkomen, op te sporen en te corrigeren, bevat het Financieel Reglement van de EU een uitgebreid pakket van juridische, administratieve en operationele waarborgen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 5.
Hoe verhoudt Nederland zich tot de ambities van Hongarije om extra olie en gas vanuit Rusland te importeren?
Het kabinet heeft consequent het standpunt ingenomen dat Nederland, conform het REPowerEU doel, de import van Russische fossiele brandstoffen zo spoedig mogelijk wil afbouwen naar nul. Nederland heeft zich de afgelopen jaren in de EU dan ook hard ingezet voor de afbouw van Russische fossiele brandstoffen en heeft maatregelen voor de beperking daarvan genomen. Sinds 2022 is het aandeel Russische fossiele brandstoffen in de EU significant gedaald. Onder het recent aangenomen REPowerEU-voorstel moeten lidstaten de import van Russische LNG afbouwen per uiterlijk 31 december 2026 en pijpleidingengas per 30 september 2027. Het kabinet zal Hongarije blijven aanspreken op het belang van EU-eenheid jegens Rusland, zowel bilateraal als in EU-verband, en het belang te handelen in lijn met EU-afspraken om de energie-afhankelijkheid van Rusland af te bouwen.
Wat is de verwachte winst die Rusland maakt met het exporteren van olie en gas naar Hongarije?
EU-landen hebben afgesproken om de import van Russische olie en gas versneld af te bouwen, zoals toegelicht in het antwoord op vraag 10, zodat energie-importen niet langer bijdragen aan de Russische oorlogskas. Volgens recente cijfers van het Internationaal Energieagentschap (IEA) was de totale export van Russische ruwe olie en olieproducten afgenomen naar circa USD 11 miljard in november van dit jaar, ten opzichte van USD 22 miljard per maand in de eerste helft van 2022. In 2024 kwamen 74 procent van de Hongaarse gasimporten uit Rusland en 87 procent van de olie-importen.7 Het kabinet kan geen precieze uitspraken doen over de geldstromen naar specifiek Hongarije die samenhangen met import van Russische olie en gas, maar Hongarije zal, net als andere EU-lidstaten, versneld moeten inzetten op diversificatie van importroutes.
Welke alternatieve aanleveringsroutes en alternatieve handelspartners heeft Hongarije om olie en gas te importeren?
Hongarije kan de import van olie en gas diversifiëren, maar blijft afhankelijk van een beperkt aantal routes. Via de Adria-pijpleiding beschikt Hongarije volgens het Hongaarse staatsolietransportbedrijf JANAF8 over voldoende capaciteit om de olie-import te diversifiëren. In 2024 kwam 87 procent uit Rusland, 9 procent uit Kazachstan en 4 procent vanuit de zeehaven bij Kroatië via de Adria-pijpleiding.9 Voor de import van gas kunnen Hongaarse energiebedrijven gebruik maken van importcapaciteit van LNG-terminal Krk in Kroatië waar reeds capaciteit is geboekt alsmede van de LNG-terminal in Griekenland, evenals inkopen op de Europese gasmarkt via pijpleidingverbindingen met andere EU-landen.
Hoe beoordeelt u de relatie tussen de wens van Hongarije om olie en gas uit Rusland te blijven importeren met de houding van Hongarije ten opzichte van de Russische agressie-oorlog tegen Hongarije en het toetredingsproces van Oekraïne tot de Europese Unie?
Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 11 kwam in 2024 een groot aandeel van de Hongaarse gas- en olie-importen uit Rusland. Van Hongarije is bekend dat het de opening van Cluster 1 met Oekraïne blokkeert. Dergelijke oneigenlijke bilaterale blokkades zijn onwenselijk en schaden de geloofwaardigheid van het uitbreidingsproces.
Welke mogelijkheden zijn er in Europees verband om Hongarije niet langer te betrekken bij de besluitvorming omtrent steun van Europa aan Oekraïne?
Het kabinet blijft zich inzetten voor onverminderde politieke, militaire, financiële en morele steun aan Oekraïne vanuit de EU en streeft naar EU-eenheid in dit beleid. Sinds de start van de grootschalige invasie heeft de EU op grote schaal steun aan Oekraïne verleend, met ruim EUR 190 mld. aan steun en 19 sanctiepakketten om de druk op Rusland op te voeren. In geval van een blokkerende stem van een of meer lidstaten kan worden aangedrongen op constructieve onthouding of kan gebruik worden gemaakt van nauwere samenwerking. Een voorbeeld van laatstgenoemde is het besluit van Europese leiders van 18 en 19 december jl. om met 24 lidstaten een leeninstrument op te zetten om Oekraïne in 2026 en 2027 te voorzien van EUR 90 mld. aan essentiële financiële en militaire steun. Verder bepaalt het EU-verdrag dat bepaalde besluiten van Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) met een gekwalificeerde meerderheid (QMV) vastgesteld kunnen worden. Van deze mogelijkheid kan vaker gebruik worden gemaakt, bijvoorbeeld voor het aanpassen van de listings van sanctieregimes. Voor uitbreiding van QMV-besluitvorming in het GBVB is unanimiteit vereist. Deze is op dit moment niet in zicht. Het kabinet zal zich in lijn met motie Klos.10 inzetten voor het afschaffen van veto’s in het GBVB. Tot slot kunnen, zoals de huidige praktijk laat zien, conclusies of verklaringen namens 26 lidstaten of alleen de voorzitter worden vastgesteld. Binnenkort ontvangt uw kamer de reactie van het kabinet op het recente advies van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken over de kracht van loyale samenwerking in de EU11 waarin uitgebreid op deze thematiek wordt ingegaan.
Bent u het met de VVD-fractie eens dat het onaanvaardbaar is dat Hongarije nauwe banden met Rusland blijft onderhouden en dat dit Rusland in staat blijft stellen om Oekraïne aan te vallen?
Er is binnen de EU brede overeenstemming over steun aan Oekraïne en de noodzaak om de druk op Rusland hoog te houden, inclusief gezamenlijke diplomatieke inspanningen om Rusland te isoleren. Het kabinet hecht wel belang aan het open houden van het diplomatieke kanaal met Rusland, maar dit geldt slechts voor noodzakelijk contact. Ook hindert de EU de Russische oorlogsmachine zoveel mogelijk door het Russische verdienvermogen te raken met sancties en andere maatregelen. Inzet die tegengesteld is aan deze positie, is niet in het belang van de EU en niet in het belang van Oekraïne en schaadt de uniforme Europese steun in woord en daad aan Oekraïne.
Hoe beoordeelt u de relatie tussen het stemgedrag van Hongarije in Europese Raden en Raden van Buitenlandse Zaken en de All-Weather Comprehensive Strategic Partnership die op 9 mei 2024 tussen China en Hongarije is gesloten?
Ik kan geen oordeel vellen over een direct veronderstelde relatie tussen het Hongaarse stemgedrag en het «All-Weather Comprehensive Strategic Partnership» tussen Hongarije en China. Het staat EU-lidstaten vrij om partnerschappen te sluiten met derde landen. Het Chinees-Hongaarse partnerschap zal meer afhankelijkheid van Hongarije van China op politieke, economische, veiligheids- en milieuterrein met zich meebrengen.
Hoe beoordeelt u de uitspraak van de Hongaarse Minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó dat Europa China niet langer als een «systemic rival» moet zien?
Binnen de EU wordt de relatie met China gekarakteriseerd a.d.h.v. de drieslag «partner, competitor, systemic rival». Hoewel China een belangrijke partner blijft voor het innovatie- en verdienvermogen van Nederland en de EU, zien we al enige tijd een verschuiving in de balans richting concurrentie en systeemrivaliteit. De uitspraak van de Hongaarse Minister van Buitenlandse Zaken is ondergravend hieraan.
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het debat over de Europese Top van 18 en 19 december?
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
De berichten dat Taiwan een initiatief heeft gelanceerd ter verdediging van onderzeese kabels. |
|
Derk Boswijk (CDA), Henk Jumelet (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Tieman |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichten over het Taiwanese initiatief ter verdediging van onderzeese kabels genaamd RISK?1
Ja.
Ziet u ook de risico’s van deze onderzeese kabels in het kader van ongelukken met scheepsvaart en/of sabotage in het kader van hybride oorlogsvoering?
Ja, het kabinet erkent de risico’s van het beschadigen van onderzeese kabels. Ongelukken met scheepvaart vormen een belangrijke oorzaak voor dergelijke beschadigingen. Tegelijkertijd is er sprake van een aanhoudende sabotagedreiging, onder andere gericht op maritieme kritieke infrastructuur zoals onderzeese kabels.
Deelt u de mening dat de vrijheden van de internationale wateren niet in het geding mogen komen en dat het doelbewust beschadigen van internationale onderzeese kabels mogelijk hierop een inbreuk maakt? Zo niet, waarom niet?
Ja, Nederland hecht groot belang aan de vrijheden van de volle zee, waaronder de vrijheid van navigatie en de vrijheid om kabels en pijpleidingen te leggen, gecodificeerd in het VN-Zeerechtverdrag. Deze vrijheden gelden onder de voorwaarden die het zeerecht daaraan stelt ook in de exclusieve economische zone. In overeenstemming met het zeerecht, dienen deze vrijheden te worden uitgeoefend en beschermd op een wijze die terdege rekening houdt met rechten en plichten van de kuststaat in de EEZ en de belangen van andere staten op volle zee.
Zijn er overeenkomsten te vinden tussen de Chinese dreiging aan het adres van Taiwan en de Russische dreiging richting Europa wat betreft hybride oorlogsvoering, in het bijzonder als het onderwaterinfrastructuur betreft?
In algemene zin is er zowel in Europa als in de Indo-Pacific sprake van hybride dreigingen en werken landen aan het verbeteren van hun weerbaarheid hiertegen. Sabotage vormt een onderdeel van de dreiging in beide regio’s. Sabotage heeft verschillende verschijningsvormen en kan zich onder meer richten op vitale maritieme infrastructuur zoals data- en elektriciteitskabels.
Deelt u de mening dat in het kader van het beschermen van internationale onderzeese kabels, het zowel in het belang van Nederland is als dat van Taiwan als er meer wordt gewerkt aan het delen van informatie en het samen opbouwen van kennis om zo de kans op beschadigingen of sabotage aan onderzeese kabels in de Noordzee en de wateren rondom Taiwan te verkleinen?
Het beschermen van internationale onderzeese kabels is een gedeeld wereldwijd belang. Internationale samenwerking is dan ook belangrijk en noodzakelijk. Dit doen we binnen de EU en de NAVO en daarbuiten waar nodig en mogelijk.
Bent u bereid zich aan te sluiten bij de vier initiatieven zoals deze worden beschreven in het Taiwanese RISK-initiatief? Zo niet, zou u kunnen uitweiden waarom niet?
Gezien het belang van het beschermen van onderzeese kabels neemt Nederland deel aan verschillende internationale gremia waarin deze thematiek wordt geadresseerd. Nederland is bijvoorbeeld lid van de International Telecommunication Union (ITU) en via het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangesloten bij het International Cable Protection Committee (ICPC). Hierbinnen wordt al in breed internationaal verband gewerkt aan versterking van de weerbaarheid van de onderzeese kritieke infrastructuur door het delen van best practices tussen overheden, de industrie en bedrijven. Nederland ziet derhalve op dit moment geen noodzaak om zich aan te sluiten bij het Taiwanese initiatief, maar zal het belang van internationale samenwerking op dit thema, waar in mondiaal belang ook met Taiwan, blijven voorstaan en de noodzaak van deelname aan verscheidene initiatieven doorlopend blijven wegen.
Zijn er andere staten waarmee u de banden zou willen verstevigen in het kader van het beschermen van onze cruciale infrastructuur en dus onder andere internationale onderzeese kabels?
Ter bescherming van de kritieke onderzeese infrastructuur en maritieme veiligheid in brede zin richt Nederland zich primair op de nabije regio, en werkt daarom actief met de Noordzeelanden, de Scandinavische en Baltische staten.
Daarnaast is in het kader van het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) ook met andere landen kennis uitgewisseld op het gebied van kritieke onderzeese infrastructuur, zoals met Singapore en ASEAN (Association of Southeast Asian Nations). Verder heeft Nederland in het kader van het Indo-Pacific Ministerial Forum op 21 november jl. met diverse andere Europese lidstaten een samenwerking van de EU met de regio op dit terrein voorgesteld, waarbij de EU inzet op samenwerking met partners in de Indo-Pacific regio gericht op uitwisseling van kennis en expertise op het gebied van beschermen van kritieke infrastructuur op zee.
Op welke manieren bent u bereid zich in te zetten voor een betere bescherming, internationaal, van de onderzeese kabelinfrastructuur?
Van belang is een goede informatie-uitwisseling en het delen van best practices. Niet alleen tussen landen onderling maar ook in samenwerking met de industrie die over veel kennis en ervaring beschikt. Zo is samenwerking, nationaal en internationaal, publiek en privaat, een belangrijke actielijn binnen het PBNI. In dit kader is in 2024 een Joint Declaration of Intent ondertekend door de verschillende Noordzeelanden (België, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Nederland) om samen te werken aan verbeterde informatie-uitwisseling en het nemen van coherente en gecoördineerde weerbaarheidsmaatregelen.
Het bericht 'Servische regering treitert buitenlandse supermarkten, Ahold Delhaize gaat winkels sluiten' |
|
André Flach (SGP), Chris Stoffer (SGP) |
|
Aukje de Vries (VVD), Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel in Het Financieele Dagblad van 12 november 2025, getiteld «Servische regering treitert buitenlandse supermarkten, Ahold Delhaize gaat winkels sluiten»?1
Ja.
Klopt het dat Ahold Delhaize in Servië vanwege aanzienlijke financiële verliezen 25 winkels heeft moeten sluiten en dat honderden werknemers hun baan verliezen als direct gevolg van het prijsplafond dat de Servische regering heeft ingevoerd? Zo ja, wat is uw reactie hierop?
Volgens Ahold Delhaize heeft het door de Servische regering ingestelde prijsplafond aanzienlijke gevolgen gehad voor de activiteiten van Delhaize Servië, waaronder de sluiting van een aantal winkels. Nederland volgt de situatie met zorg en heeft het belang van een voorspelbaar investerings- en ondernemingsklimaat op verschillende niveaus bij Servië onder de aandacht gebracht. Servië voerde deze maatregel in, vanwege hoge inflatiecijfers. Deze zijn echter weer gedaald.
Zo heb ik persoonlijk bij de Servische Ministers van Handel en van Financiën mijn zorgen geuit over de impact van het retail margin cap-decreet op het zaken- en investeringsklimaat in Servië en de gevolgen voor Ahold Delhaize in Servië.
Deelt u de mening dat de Servische regering met deze maatregel ingrijpt in de vrije interne markt?
Het kabinet acht de maatregel marktverstorend en is van mening dat deze op gespannen voet staat met de economische criteria bij EU-toetreding, zoals ook benoemd in de recente kabinetsappreciatie van het jaarlijkse uitbreidingspakket (Kamerstuk 23 987, nr. 398). Nederland weegt dit daarom zeker mee bij het EU-toetredingsproces van Servië. Servië maakt geen onderdeel uit van de interne markt van de EU.
Bent u bereid de Servische regering op te roepen deze maatregel zo spoedig mogelijk in te trekken, omdat deze in strijd is met de Stabilisatie- en associatieovereenkomst met Servië en de nodige vragen oproept over het Servische EU-kandidaat-lidmaatschap?
Ik heb er bij mijn Servische collega’s voor gepleit de maatregelen zo snel mogelijk in te trekken en geen andere maatregel in te voeren met vergelijkbare gevolgen en impact op het zaken- en investeringsklimaat in Servië.
Bent u bereid de Servische ambassadeur te ontbieden om uitleg te vragen over deze maatregel, die verliezen voor supermarkten veroorzaakt en banen op het spel zet?
Nederland heeft de Servische autoriteiten op verschillende niveaus aangesproken om uitleg te vragen over deze maatregelen en de Servische autoriteiten aan te sporen deze zo spoedig mogelijk op te heffen.
Deelt u de kritiek op Servië, zoals verwoord in het recente toetredingsrapport van de Europese Commissie, dat maatregelen als een prijsplafond de markt verstoren en buitenlandse investeringen ontmoedigen?
Ja, het kabinet deelt de zienswijze dat de maatregelen marktverstorend zijn en een negatieve impact kunnen hebben op het ondernemings- en investeringsklimaat in Servië, en daarmee buitenlandse investeringen ontmoedigen.
Welke acties ondernemen het kabinet en de Europese Commissie om ervoor te zorgen dat marktverstorende maatregelen door de regering-Vucic zo snel mogelijk worden beëindigd?
Het kabinet heeft de Servische autoriteiten hier op verschillende niveaus op aangesproken. Ook heeft het kabinet de Europese Commissie opgeroepen om haar contacten met Servië aan te wenden om de kwestie ter discussie te stellen. Zowel het kabinet als de Europese Commissie zijn in contact met de Servische autoriteiten over de negatieve gevolgen van het maatregelenpakket.
Het bericht dat Israëlische agenten Palestijnen doden ondanks overgave |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het bericht waarin wordt gemeld dat Israëlische undercoveragenten in Jenin drie Palestijnse mannen zouden hebben doodgeschoten, ondanks dat zij hun handen in de lucht zouden hebben gestoken in een teken van overgave?1
Het kabinet heeft kennisgenomen van dit bericht waarin wordt beschreven dat twee Palestijnen zijn doodgeschoten door de Israëlische grenspolitie. Het kabinet kan dit specifieke incident niet eigenstandig verifiëren en heeft daarom Israël om opheldering gevraagd. Israël heeft bevestigd dat de Israëlische krijgsmacht het incident onderzoekt. Dit wacht het kabinet af.
Kunt u bevestigen of laten verifiëren of deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden?
Zie het antwoord op vraag 1.
Deelt u de mening dat ook bevriende democratische staten zoals Israël, gehouden zijn aan het internationaal recht en dat Nederland, als voorvechter daarvan, dit nadrukkelijk moet uitdragen?
Ja. Alle staten zijn gebonden aan het internationaal recht.
Hoe verhoudt dit optreden van Israël zich tot het internationaal humanitair recht?
Zie antwoord op vraag 1. Op basis van de berichtgeving in de media lijkt het relevante rechtsregime voor dit optreden niet dat van het humanitair oorlogsrecht, maar was er sprake van rechtshandhaving door Israëlische grenspolitie. Daardoor moet op basis van mensenrechten worden beoordeeld hoe dit optreden zich verhoudt tot het internationaal recht.
Bent u bereid om in EU-verband te pleiten voor een onafhankelijk internationaal onderzoek naar deze en vergelijkbare incidenten op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig. Het is in eerste instantie aan de meest betrokken staat of staten die terzake rechtsmacht hebben om onderzoek te doen. In dit geval heeft Israël aan het kabinet bevestigd dat de Israëlische krijgsmacht het incident onderzoekt. Dit wacht het kabinet af. Nederland roept Israël op, en zal Israël blijven oproepen, het internationaal recht te respecteren, na te leven, en vermeende schendingen te onderzoeken en berechten. Nederland spreekt Israël hier consistent op aan, ook in EU-verband.
Deelt u de mening dat het associatieverdrag met Israël moet worden heroverwogen als er ernstige mensenrechtenschendingen plaatsvinden door Israël? Valt dit incident daar wat u betreft onder?
Zie de antwoorden op de vragen 1 en 5.
Zo ja, bent u bereid om het opschorten van het associatieverdrag bespreekbaar te maken binnen de eerstvolgende EU-Raad Buitenlandse Zaken van 15 december? Zo nee, waarom niet?
Nee, zie ook de antwoorden op de vragen 1 en 5.
Het bericht 'Nederland levert militair materieel aan Indonesische marine, die mensenrechten schendt in West-Papoea' |
|
Suzanne Kröger (GL) |
|
Aukje de Vries (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Nederland levert militair materieel aan Indonesische marine, die mensenrechten schendt in West-Papoea»?1 Wat is uw reactie op dit artikel?
Ja. Zie onderstaande beantwoording op vragen over dit artikel.
Kunt u specifiek reageren op de bevindingen van Pointer waaruit blijkt dat de Indonesische marine wel degelijk een rol speelt bij mensenrechtenschendingen, zoals illegale uithuiszettingen en martelingen?
Het ministerie toetst elke vergunningaanvraag individueel aan de hand van de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole2 waarbij per ingediende aanvraag wordt gekeken naar de aard van de goederen, het eindgebruik en (de situatie in) het land van eindbestemming. De toetsing wordt gedaan op grond van de actuele situatie waarbij alle relevante ontwikkelingen, waaronder de mensenrechtensituatie in het land van eindbestemming, worden meegenomen.
Daaruit volgt dat om te komen tot een negatieve toetsing van het EUGS (waaronder het criterium dat ziet op het bestaan van een duidelijk risico dat de goederen gebruikt worden voor het begaan van ernstige schendingen van mensenrechten en/of het humanitair oorlogsrecht) er een duidelijk (potentieel) verband moet bestaan tussen de uit te voeren goederen en de geconstateerde zorgen. Algemene zorgen over bepaalde ontwikkelingen in een land van eindbestemming leiden niet direct tot een afwijzing van een vergunningaanvraag. Dat geldt eveneens voor de betrokkenheid van een dienstonderdeel van een krijgsmacht bij dergelijke punten van zorg. Om te komen tot een negatieve toetsing moet sprake zijn van een duidelijk risico dat specifiek het uit te voeren goed door de eindgebruiker gebruikt wordt voor het begaan van ernstige schendingen van de mensenrechten of van het humanitair oorlogsrecht. Een dergelijk duidelijk risico is in de voor uitvoer naar Indonesië goedgekeurde vergunningaanvragen met als eindgebruiker de Indonesische marine niet vastgesteld; dat geldt ook voor de in het artikel van Pointer genoemde vergunningaanvragen.
Is dit nieuwe informatie voor u of was u al op de hoogte van de in het artikel genoemde aanwijzingen voor betrokkenheid van de marine bij mensenrechtenschendingen?
Voor de beoordeling van vergunningaanvragen werken diverse directies binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken nauw samen, in afstemming met de betrokken ambassade(s) en waar relevant ook met andere departementen. Ook openbare bronnen en informatie die voortvloeit uit het lokale netwerk van de ambassade(s) worden in de toetsing meegenomen.
Het ministerie is op de hoogte van de genoemde punten van zorg in de door Pointer aangehaalde bronnen. Om te komen tot een negatieve toetsing moet echter sprake zijn van een duidelijk risico dat specifiek het uit te voeren goed door de eindgebruiker gebruikt wordt voor het begaan van ernstige schendingen van de mensenrechten of van het humanitair oorlogsrecht. In dat licht en gelet op de specifieke aard van de goederen en het eindgebruik is in de toetsingen voor eerdere afgegeven vergunningen een dergelijk risico niet vastgesteld.
Kunt u toelichten hoe u in het verleden bent gekomen tot de conclusie, zoals verwoord in brieven aan de Tweede Kamer, dat de Indonesische marine, «voor zover bekend» niet betrokken is bij mensenrechtenschendingen? Welke bronnen zijn geraadpleegd en leidden tot deze conclusie? Is de publiekelijk beschikbare informatie geraadpleegd door Pointer hierbij meegewogen?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u zich ervan bewust dat het zeer moeilijk is om informatie over de situatie in West-Papoea te krijgen, omdat internationale journalisten West-Papoea niet binnen komen, lokale journalisten worden geïntimideerd, en ook de VN-mensenrechtencommissaris niet welkom is? Is het u bekend dat West-Papoea om deze reden door experts een «black box» wordt genoemd, vergelijkbaar met Tsjetsjenië, Xinjiang en Tibet?
Het is bekend dat het voor internationale journalisten lastig kan zijn om een vergunning te krijgen om naar de Papoea provincies van Indonesië te reizen. Er zijn echter verschillende organisaties die rapporteren over de mensenrechtensituatie in Indonesië, bijvoorbeeld de organisaties die worden aangehaald in het betreffende artikel van Pointer. Daarnaast heeft de ambassade een uitgebreid netwerk in de verschillende regio’s van Indonesië, inclusief de Papoea provincies, waarmee Nederland de mensenrechtensituatie in Papoea nauwlettend kan en blijft volgen.
Als er zo weinig informatie over de situatie in West-Papoea beschikbaar is, vindt u het dan van gepaste zorgvuldigheid getuigen om export toe te staan omdat de Indonesische marine «voor zover bekend» niet betrokken is bij mensenrechtenschendingen?
Wapenexportcontrole bestaat uit een zorgvuldige risicoanalyse van alle beschikbare informatie die op het moment van toetsing beschikbaar is. Om te komen tot een negatieve toetsing moet sprake zijn van een duidelijk risico dat specifiek het uit te voeren goed door de eindgebruiker gebruikt wordt voor het begaan van ernstige schendingen van de mensenrechten of van het humanitair oorlogsrecht. Een dergelijk duidelijk risico is in de voor uitvoer naar Indonesië goedgekeurde vergunningaanvragen niet vastgesteld; dat geldt ook voor de in deze vraag genoemde vergunningaanvragen met betrekking tot de uitvoer van schepen en scheepsonderdelen. Ter illustratie: in het geval van de uitvoer van scheepsonderdelen is na zorgvuldige analyse geconcludeerd dat het niet in de rede lag dat het betreffende type goed gezien de aard en specificaties zal worden gebruikt voor ongewenste inzet waarover wordt bericht.
Bent u het eens dat Europese regelgeving vraagt om uitvoer niet toe te staan bij alleen al het risico op mensenrechtenschendingen? Hoe is uw ministerie in tegenstelling tot mensenrechtenexperts tot de conclusie gekomen dat dit risico niet bestaat?
Nee. Het EU Gemeenschappelijk Standpunt vraagt van lidstaten onder meer te onderzoeken of er een duidelijk risico bestaat dat de uit te voeren militaire goederen of technologie kunnen worden gebruikt voor het toepassen of faciliteren van binnenlandse onderdrukking, ernstige daden van op gender gebaseerd geweld of ernstige daden van geweld tegen vrouwen en kinderen of andere ernstige schendingen van de mensenrechten. Het kabinet erkent in algemene zin dat naleving van de, ook in de Indonesische Grondwet vastgelegde, mensenrechten op verschillende terreinen een punt van zorg is, bijvoorbeeld in de Papoea provincies van Indonesië. Ten aanzien van de voor uitvoer naar Indonesië afgegeven vergunningen geldt echter dat vanwege de aard van de uit te voeren goederen er bij de toetsingen op grond van toepasselijke juridische kaders geen duidelijk risico op ongewenst eindgebruik is vastgesteld dat deze goederen gebruikt zullen worden voor het begaan van de schendingen waarover wordt gerapporteerd.
Wapenexportbeleid is geen sanctiebeleid, waarmee eventuele afkeuring van het beleid van een ander land kenbaar wordt gemaakt. Om een dergelijk gesprek vorm te geven gebruikt het kabinet andere kanalen.
Is het onderzoek van Pointer aanleiding voor u om de uitvoer van materiaal naar de Indonesische marine te heroverwegen? Zo ja, hoe gaat u de kamer over het herbeoordelingsproces informeren? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet is van mening dat het staande wapenexportbeleid, zoals toegelicht in het antwoord op vragen 1 en 2, volstaat voor een zorgvuldige controle. Met inachtneming van de algemene punten van zorg ten aanzien van de mensenrechtensituatie in Indonesië is het kabinet, gelet op de aard van de onder lopende vergunningen uit te voeren goederen, niet voornemens om lopende vergunningen voor uitvoer naar Indonesië opnieuw te beoordelen.
Wordt het onderzoek van Pointer bij toekomstige beoordeling van uitvoer naar Indonesië meegewogen? Zo nee, waarom niet?
Voor de beoordeling van vergunningaanvragen maakt het kabinet gebruik van diverse informatiebronnen. Op het moment dat nieuwe informatie zich aandient, wordt ook deze informatie meegewogen; dat geldt ook voor het onderzoek van Pointer.
Bent u van plan uw Indonesische ambtsgenoot te spreken over de bevindingen uit het onderzoek? Zo nee, waarom niet?
De bilaterale relatie met Indonesië is breed en hecht, wat het bespreken van de mensenrechtensituatie vergemakkelijkt. Op verschillende niveaus wordt de mensenrechtensituatie besproken, zowel in bilateraal, EU- als multilateraal verband. Daarbij kijkt het kabinet nadrukkelijk naar wat de meest effectieve wijze is om zorgen over mensenrechten over te brengen, dat geldt ook voor de bevindingen uit het onderzoek.
Deelt u de zorgen van de inzet van drones voor mensenrechtenschendingen in West-Papoea, bijvoorbeeld doordat burgers ermee worden aangevallen?2
In algemene zin deelt het kabinet de zorgen over de inzet van drones door de Indonesische strijdkrachten daar waar deze inzet door onafhankelijke berichtgeving in verband wordt gebracht met mensenrechtenschendingen. In het geval van de eerder verleende exportvergunning voor de uitvoer van drones is na zorgvuldige analyse echter geconcludeerd dat het niet in de rede lag dat het betreffende type drone, gezien de aard en specificaties, zal worden gebruikt voor ongewenste inzet waarover is bericht. Op grond van de wapenexporttoets heeft het ministerie geen gronden voor afwijzing gevonden. Ook hier geldt dat het feit dat drone-inzet heeft plaatsgevonden niet een op een wordt vertaald naar een exportverbod op alle typen drones. Die weging wordt per geval gedaan.
Kunt u uitsluiten dat door Nederland geleverde drones in Indonesië worden ingezet bij mensenrechtenschendingen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 11.
Bent u het ermee eens dat ook dual use exportvergunningen voor drones heroverwogen dienen te worden? Zo nee, waarom niet?
De uitvoer van dual-use goederen voor militair eindgebruik wordt langs dezelfde lijnen beoordeeld als de uitvoer van militaire goederen. Daarmee geldt dat het kabinet van mening is dat het staande exportbeleid, zoals toegelicht in het antwoord op vragen 1 en 2, volstaat voor een zorgvuldige controle. Zie ook het antwoord op vraag 8.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen de termijn van drie weken beantwoorden?
De vragen zijn binnen een termijn van drie weken beantwoord. Daar waar dit passend werd geacht zijn enkele vragen gebundeld.