Het bericht ‘Nederland wil Amerikaanse onbemenste gevechtsvliegtuigen vol AI aanschaffen’ |
|
Michelle Jagtenberg (D66) |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Nederland wil Amerikaanse onbemenste gevechtsvliegtuigen vol AI aanschaffen»?1
Ja.
Hoe voorziet u, naast toetreding tot het Amerikaanse CCA-programma, concreet aan te sluiten op Europese ontwikkelingen? Kunt u een plan van aanpak aan de Kamer verstrekken?
In de brief van 19 maart jl. (Kamerstuk 36 592 nr. 60) is toegelicht dat Defensie door deelneming in het CCA-programma nu concrete kansen kan benutten voor het opdoen van kennis tijdens de fase van test, onderzoek en ontwikkeling van onbemenste gevechtsvliegtuigen die kunnen samenwerken met bemenste jachtvliegtuigen. De twee genoemde grotere internationale samenwerkingsprogramma’s voor toekomstige jachtvliegtuigen, waar eventuele onbemenste gevechtscapaciteit onderdeel van uitmaakt, zijn in een beginstadium en bieden deze mogelijkheden (nog) niet. Dit neemt niet weg dat Defensie in het programma MOBIUS de mogelijkheden blijft verkennen van deelname aan andere programma’s voor kennisopbouw en ontwikkeling van dit soort systemen, wereldwijd en specifiek in Europees verband. Defensie werkt daarnaast in NAVO en in EU-verband en bilateraal met verschillende partners nauw samen op kennis- en innovatiegebied in het luchtdomein en wisselt in dit kader informatie uit over het opzetten van kansrijke projecten en initiatieven, waaronder op de gebieden van onbemenste systemen en autonomie.
Wat betreft de ambitie om aan te sluiten op Europese alternatieven; hoe gaat u om met het risico dat het ene Europese alternatief, «Future Combat Aircraft System» met daarbij behorende onbemenste systemen («Remote Carriers»), zo goed als stukgelopen is, en het andere Europese alternatief «Global Combat Air Program» zich met name richt op een volgende generatie bemenste jachtvliegtuig?
Geïntegreerde onbemenste luchtsystemen kunnen de effectiviteit van bemenste gevechtsvliegtuigen aanzienlijk vergroten en zijn sneller en goedkoper te produceren dan traditionele bemenste gevechtsvliegtuigen. De ontwikkelingen gaan snel en het is daarom aannemelijk dat bestaande trajecten van Europese landen worden doorontwikkeld of aangevuld met nieuwe initiatieven voor de toekomstige integratie van onbemenste luchtsystemen. Door deelname aan het Amerikaanse programma kan Defensie nu kennis vergaren waarmee we voorop lopen in deze ontwikkeling. Dit kan ook van nut zijn bij eventueel toekomstige deelname aan programma’s met Europese partners.
De wet- en regelgeving voor het gebruik van kunstmatige intelligentie bij militaire inzet staat nog in de kinderschoenen; wat is uw plan als de kunstmatige intelligentie in het Amerikaanse CCA-programma niet aansluit op Europese of Nederlandse standaarden? Hoe gaat u om met de risico’s? Bent u voornemens om, indien het niet aansluit, zelf alternatieven binnen Europese standaarden te ontwikkelen?
Het Amerikaanse CCA programma ontwikkelt de software in een open architectuur. Defensie behoudt de mogelijkheid om in samenwerking met de Nederlandse en Europese kennisinstellingen en industrie software te ontwikkelen conform Nederlandse dan wel Europese standaarden.
In uw recente Kamerbrief van 19 maart 2026 (Kamerstuk 36 592, nr. 60) schrijft u mogelijkheden te onderzoeken om de Nederlandse innovatieve industrie aan te laten sluiten bij de ontwikkeling van CCA in de toekomst; bent u bereid te verkennen of Nederland het voortouw kan nemen in de Europese ontwikkeling van onbemenste systemen zoals «Collaborative Combat Aircraft» of «Remote Carriers», overwegende dat dit complementair kan zijn aan huidige internationale initiatieven en de kennis en kunde in Nederland beschikbaar is?
Defensie verkent de mogelijkheden van deelname aan programma’s in de ontwikkeling van onbemenste systemen binnen en buiten Europa in het MOBIUS project. Deelname aan het Amerikaanse CCA programma biedt unieke kansen op kennisopbouw om deze verkenning zorgvuldig uit te kunnen voeren.
Kunt u de vragen afzonderlijk van elkaar en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Ja.
Het artikel 'En weer bombardeert Israël zorgverleners: het draaiboek van Gaza wordt nu ook in Libanon gevolgd' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het nieuws dat er al tientallen hulpverleners zijn vermoord door Israël in Libanon, waarbij twaalf hulpverleners zijn gedood afgelopen vrijdag?1
Het kabinet is ernstig bezorgd over de impact van de geweldsescalatie tussen Israël en Hezbollah op hulpverleners en medische faciliteiten in Libanon, en over de dood van de hulpverleners in het bijzonder. Het kabinet onderstreept dat hulpverleners nooit doelwit mogen zijn en veilig hun werk moeten kunnen doen.
Bent u bereid het doden van deze hulpverleners ondubbelzinnig te veroordelen? Kunt u dit toelichten?
Volgens het humanitair oorlogsecht moeten humanitaire hulpverleners en humanitaire hulpgoederen door de strijdende partijen worden ontzien en beschermd. Het kabinet onderstreept dit uitgangspunt en veroordeelt dan ook de doelbewuste aanvallen op hulpverleners en medische faciliteiten.
Tegelijkertijd kan in complexe conflictsituaties niet altijd direct worden vastgesteld wat de precieze omstandigheden zijn. Het is daarom van groot belang om zorgvuldig en op basis van verifieerbare feiten te handelen. Onafhankelijk onderzoek naar mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht, zoals in dit geval, is uiterst belangrijk.
Bent u bereid om ervoor te zorgen dat onafhankelijk onderzoek wordt ingesteld naar de dood van deze hulpverleners en te zorgen dat de conclusies van dit onderzoek openbaar worden gemaakt? Kunt u dit toelichten?
Nederland dringt waar nodig en mogelijk aan op dergelijk onderzoek en roept betrokken partijen op daar volle medewerking aan te verlenen. Vermeende internationale misdrijven vragen in algemene zin om gedegen en onafhankelijk onderzoek. Dit is ook het geval waar het humanitaire hulpverleners betreft. Het is in eerste instantie aan de meest betrokken staat of staten die rechtsmacht hebben om internationale misdrijven te onderzoeken en degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn te vervolgen en te berechten. De internationale gemeenschap komt in beeld als een staat niet bereid of niet in staat is om zelf op te treden.
De VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) kan de situatie in Libanon reeds monitoren en hierover rapporteren. Het OHCHR landenkantoor in Libanon richt zich onder andere op het rapporteren over mensenrechtenschendingen in het conflict tussen Israël en Hezbollah. Nederland steunt het OHCHR landenkantoor met een bedrag van USD 1,5 miljoen over de jaren 2025–2026, zodat onderzoek naar mensenrechtenschendingen in Libanon kan worden voortgezet.
Nederland staat momenteel in nauw contact met de Libanese autoriteiten over de vraag of zij het voornemen hebben een feitenonderzoek te starten.
Sluit u zich aan bij de aanbevelingen van het rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) dat ingaat op de bescherming van hulpverleners, zoals recent gepubliceerd? Wat betekent dat voor de reactie van de Nederlandse regering op het recent doden van hulpverleners in Libanon?2
Voor een volledige reactie op het rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV), verwijzen wij u naar de kabinetsreactie die vandaag aan uw Kamer is gestuurd. Het kabinet zet in op normhandhaving en bestrijding van straffeloosheid door onderzoek en versterkte uitwisseling van informatie en bewijsmateriaal, door versterking van internationale, bestaande onderzoeksmechanismen, en door gerichte humanitaire diplomatie. Ook in de context van Libanon zet Nederland zich hier voor in. Graag verwijzen wij naar de volledige kabinetsreactie. Deze antwoorden zijn in lijn daarmee.
Zijn de resultaten van het onderzoek bekend en openbaar naar de dood van de 15 hulpverleners op 23 maart 2025 in de Gazastrook en het wegmaken van de lichamen en de ambulance door het Israëlische leger?
Zoals bekend in uw Kamer vormde de aanval op het humanitaire hulpkonvooi op 23 maart 2025 de hoofdaanleiding voor het ontbieden van de Israëlische ambassadeur in Den Haag. Nederland heeft meermaals bij Israël om opheldering gevraagd over de aanval op het humanitaire hulpkonvooi, ook tijdens de ontbieding van de Israëlische ambassadeur in april 2025 en ook heel recent tijdens het contact van de Nederlandse ambassadeur met het Israëlisch Ministerie van Buitenlandse Zaken op 24 maart jongstleden. De verantwoordelijkheid om de aanval te onderzoeken ligt in eerste instantie bij Israël zelf. De Israëlische krijgsmacht (IDF) publiceerde op 20 april 2025 een verklaring over het onderzoek dat is uitgevoerd. Volgens de laatst beschikbare informatie ligt het onderzoek nu bij de militaire aanklager voor opvolging.
Het kabinet constateert dat er tot op heden beperkt publiek inzicht is in de bevindingen van dit onderzoek. Tegelijkertijd is het van belang dat lopende onderzoeken zorgvuldig worden afgerond en dat relevante informatie, waar mogelijk, wordt gedeeld. De relevante VN Commission of Inquiry heeft eveneens onderzoek gedaan naar deze aanval en in haar juridische analyse van september jl. noemt de Commission of Inquiry de Israëlische respons ontoereikend, onjuist en misleidend.3
Dit onderstreept het belang van de lopende onderzoeken en processen via bestaande onafhankelijke internationale organisaties en onderzoeksmechanismen die zich richten op waarheidsvinding en verantwoording in dergelijke situaties.
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voor het commissiedebat Humanitaire hulp op 1 april 2026?
Ja.
Het bericht ‘Pakistan court gives Muslim kidnapper custody of Christian girl’. |
|
Don Ceder (CU) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Hoe luidt uw reactie op het bericht «Pakistan court gives Muslim kidnapper custody of Christian girl»?1
De precieze details uit het artikel kunnen niet door het kabinet worden geverifieerd. Tegelijk wijst het kabinet elke vorm van huwelijksdwang, gedwongen bekering en (kind)ontvoering ten zeerste af.
Hoe beoordeelt u de rechtsgang bij deze zaak? Bent u van mening dat van eerlijke rechtsgang geen sprake was? Bent u bereid om deze specifieke zaak aan te kaarten in bilateraal verband?
Het kabinet laat zich niet uit over de rechtsgang in derde staten en doet dat in dit geval ook niet.
Nederland spreekt regelmatig met zowel vertegenwoordigers van religieuze minderheden als de Pakistaanse autoriteiten over de vrijheid van religie en levensovertuiging. Dit gebeurt bilateraal, in Den Haag alsook via de Nederlandse ambassade in Islamabad, in EU-verband en via diverse multilaterale fora.
Deelt u de conclusie van mensenrechtenadvocaten, zoals gesteld in het artikel, dat dergelijke zaken een terugkerend patroon volgen, waar jonge meisjes «worden ontvoerd, gedwongen bekeerd en seksueel misbruikt onder het mom van islamitische «huwelijken»»?
Ja, dit betreft geen unieke casus.
Bent u bereid om vanuit Nederland actiever op te komen voor deze meisjes en hun families, onder meer door Nederlandse diplomaten dergelijke rechtszaken te laten bijwonen en om de Pakistaanse autoriteiten hierop aan te spreken? Zo nee, waarom niet?
Tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Pakistan (7–10 februari 2026) zijn zorgen over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging overgebracht aan de Pakistaanse autoriteiten. Nederland doet dit ook in EU-verband, om meer gewicht aan de boodschap te geven en om met gelijkgezinde landen per zaak de juiste aanpak te vinden met stille diplomatie en publiekelijke verklaringen. In enkele gevallen wonen Nederlandse diplomaten rechtszaken bij.
Ziet u dat het vaak minderjarige meisjes uit minderheidsgroepen zijn, zoals christenen, die worden gedwongen tot islamitische «huwelijken»? Welke rol kan de Speciaal Gezant voor de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging spelen in het aanpakken van deze kwestie?
De praktijk van gedwongen islamitische «huwelijken» komt regelmatig naar voren in rapportages van maatschappelijke organisaties die zich sterk maken voor vrijheid van religie en levensovertuiging in Pakistan. Deze rapportages wijzen erop dat met name minderjarige meisjes uit religieuze minderheden een verhoogd risico lopen op ontvoering, gedwongen bekering en daaropvolgende huwelijken. Dit past in het bredere beeld dat de vrijheid van religie en levensovertuiging in Pakistan onder druk staat.
In Pakistan worden zorgen over de positie van religieuze minderheden en de toepassing van religiegerelateerde wetgeving zowel bilateraal als in EU-kader besproken. Tijdens het recente bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Pakistan (7–10 februari jl.) zijn deze zorgen specifiek opgebracht. De EU brengt regelmatig zorgen over gedwongen huwelijken op bij de Pakistaanse autoriteiten. De Nederlandse Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging vult deze inzet aan en kan de problematiek structureel agenderen in bilaterale, EU- en multilaterale contacten. Daarbij brengt de gezant signalen samen van maatschappelijke organisaties en diasporagemeenschappen en draagt zo bij aan een gecoördineerde internationale inzet ter bescherming van religieuze minderheden.
Erkent u dat de EU-Speciaal Gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging ook een diplomatieke rol had kunnen spelen, mits we er één hadden gehad? Blijft u aandringen op het aanstellen van deze gezant? Welke concrete stappen kunt u toezeggen hier de komende tijd op te zetten?
Het kabinet erkent dat een EU-Speciaal Gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging een aanvullende diplomatieke rol had kunnen spelen bij het adresseren van deze problematiek, onder meer door deze bilateraal te agenderen en de EU-inzet te versterken. Mede daarom heeft Nederland zich, samen met gelijkgezinde EU-lidstaten, actief ingezet voor de benoeming van een nieuwe EU-gezant voor godsdienstvrijheid via diplomatieke contacten in Brussel en door het belang van deze functie in relevante EU-fora te benadrukken. Het kabinet acht een nieuwe EU-gezant van groot belang voor een consistente, zichtbare en effectieve EU-inzet op het terrein van vrijheid van religie en levensovertuiging. Op 26 maart 2026 heeft de Europese Commissie aangekondigd dat mevr. Mairead McGuinness deze functie zal gaan vervullen.
Wat waren de bevindingen van de Europese Commissie bij het bezoek aan Pakistan in het kader van de tweejaarlijkse GSP+ (Generalised Scheme of Preferences Plus) monitoringscyclus over de voortgang op mensenrechten van religieuze minderheden? Is naar het oordeel van de Commissie voldoende voortgang geboekt dat verlenging van de GSP+-status van Pakistan gerechtvaardigd zou zijn? Hoe kijkt u hiernaar?
De volledige rapportage van de monitoringsmissie van de Europese Commissie van december 2025 wordt in de zomer van 2026 verwacht.
In algemene zin kan gesteld worden dat de voortgang op mensenrechten, waaronder vrijheid van religie en levensovertuiging, een punt van aandacht blijft voor Pakistan. Zorgen hierover zijn ook recent tijdens het bezoek van de Nederlandse Mensenrechtenambassadeur in februari 2026 overgebracht aan de Pakistaanse autoriteiten. Het kabinet zal in lijn met motie-Ceder (Kamerstuk 32 735, nr. 391) in Europees verband het belang blijven benadrukken van het meewegen van de situatie aangaande vrijheid van religie en levensovertuiging en rechten van minderheden in de afwegingen hieromtrent.
Bent u bereid om met de (christelijke) Pakistaanse gemeenschap in Nederland in gesprek te gaan over deze en andere vormen van christenvervolging in het land en welke rol Nederland heeft in de aanpak hiervan?
De vrijheid van religie en levensovertuiging is een van de prioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Aandacht voor de positie van christelijke gemeenschappen maakt deel uit van de bredere Nederlandse inzet op vrijheid van religie en levensovertuiging voor iedereen, zeker in landen waar christelijke gemeenschappen onder druk staan, zoals Pakistan. De Nederlandse mensenrechteninzet en resultaten inclusief voor de vrijheid van religie en levensovertuiging worden periodiek via de mensenrechtenrapportage openbaar gedeeld. Het kabinet ziet nu geen aanleiding om specifiek met de (christelijke) Pakistaanse gemeenschap in gesprek te treden.
Bent u bekend met het rapport ‘The Foreign Censorship Threat, Part II: Europe’s Decade-Long Campaign to Censor the Global Internet and how it harms American Speech in the United States’ van de Committee on the Judiciary van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, waarin wordt ingegaan op het signaleren en/of «flaggen» van berichten op sociale media door overheden en Europese instellingen?1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Kunt u bevestigen of, en zo ja op welke wijze, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en/of andere ministeries contact hebben gehad met de Europese Commissie over het signaleren, «flaggen» of laten verwijderen van berichten op sociale media?
Zoals uitgelegd in de Kamerbrief van 9 januari 2026 over de evaluatie Tweede Kamerverkiezing 28 oktober 2025 maakt het Ministerie van BZK het contact met de platformen na afloop van de verkiezingen openbaar in een rapport via de evaluatie van de desbetreffende verkiezing.2 De Europese Commissie speelt hierin geen rol. Het ministerie heeft met de platformen van X, Meta, TikTok, Google en Snapchat de vrijwillige afspraak dat zij meldingen van het Ministerie van BZK gedurende de verkiezingsperiode met prioriteit behandelden. Hierbij blijft het platform te allen tijde zelf verantwoordelijk voor de afhandeling en de beoordeling van de melding die gedaan wordt, in relatie tot geldende regelgeving en de gebruikersvoorwaarden. Het Ministerie van BZK heeft geen bevoegdheid content te laten verwijderen.
Klopt het dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door de Europese Commissie is aangewezen als zogenoemde «trusted flagger» onder de Digital Services Act? Zo ja, op basis van welke bevoegdheid of afspraak is deze rol aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegekend?
Nee, de Europese Commissie heeft BZK niet aangewezen als «trusted flagger». Zoals reeds aangegeven in mijn brief van 4 maart jl. aan uw Kamer is deze rol toebedeeld aan de ACM.3 BZK heeft een vrijwillige afspraak met enkele platformen, zoals uitgelegd in het antwoord op vraag 2. Dit noemen we de «verkiezingen flagger status».
Kunt u een overzicht geven van alle relevante informatie tussen Nederlandse ministeries en de Europese Commissie over het «flaggen», modereren of verwijderen van sociale-mediaberichten met betrekking tot de laatste Kamerverkiezingen?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 2.
Hoeveel sociale-mediaberichten zijn door Nederlandse overheidsinstanties of via samenwerking met Europese instellingen gemarkeerd of «geflagged» bij sociale-mediaplatforms? Bij welke sociale-mediaplatforms zijn deze meldingen gedaan? Hoeveel van die «geflagde» berichten zijn daadwerkelijk door de betreffende sociale-mediaplatforms verwijderd, verborgen, gedeprioriteerd of anderszins beperkt in zichtbaarheid?
Zie de brief aan uw Kamer van 9 januari jl. van mijn ambtsvoorganger met als bijlage het rapport over de inzet van de verkiezingen flagger status.4 Zie ook mijn brief van 4 maart jl. aan uw Kamer met een reactie op vragen van het lid Stöteler (PVV) over de inzet van de flagger status door BZK.5 Hierin is vermeld dat de flagger status tweemaal is ingezet bij de Tweede Kamerverkiezing in 2025. Eenmaal richting X en eenmaal richting Meta.
Op basis van welke criteria of richtlijnen werden berichten «geflagged» of gemeld bij sociale-mediaplatforms, en in hoeveel gevallen ging het bij de gemelde berichten om politieke uitingen, meningen of bijdragen aan het politieke debat?
In het rapport dat op 9 januari jl. met uw Kamer is gedeeld, is te lezen dat het Ministerie van BZK niet kijkt naar en geen uitspraken doet over verkiezingsbeloften of politieke of maatschappelijke uitingen.6 Het Ministerie van BZK zet de verkiezingen flagger status met grote terughoudendheid in en alleen wanneer berichtgeving op sociale media platformen de integriteit van het verkiezingsproces mogelijk in gevaar brengt. Bijvoorbeeld bij berichtgeving over een verkeerde verkiezingsdatum, of feitelijk onjuiste informatie over hoe en waar te stemmen.
Bent u het eens dat het meer dan onwenselijk is dat overheden, Europese instellingen of door hen aangewezen organisaties invloed uitoefenen op de moderatie van politieke content op sociale media, met name in de aanloop naar verkiezingen?
Ik hecht aan een open publiek debat, waar politieke uitingen een essentieel onderdeel van zijn. Er wordt door BZK niet gemodereerd op politieke content, zoals vermeld in het antwoord op vraag 6. Wel vind ik het belangrijk, zoals aangegeven in mijn brief van 4 maart jl. aan uw Kamer, dat platformen hun verantwoordelijkheid nemen voor het beschermen van het publieke debat en het verkiezingsproces onder de Europese digitale wetgeving, en voert het kabinet daarover ook gesprekken met de platformen.7 Het kabinet steunt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Europese Commissie volledig in hun toezichthoudende taken.
Deelt u de mening dat de vrijheid van meningsuiting hét fundament van onze vrije samenleving is en moet blijven? Zo ja, hoe borgt u dat? Zo nee, waarom niet?
Ik vind het van belang dat rekening wordt gehouden met alle toepasselijke grondrechten, waaronder de vrijheid van meningsuiting. Dit blijkt onder meer uit de wijze waarop de Digital Services Act (DSA) is ingericht. Niets in de DSA verplicht platformen ertoe legale content te verwijderen, en overheden krijgen nadrukkelijk geen bevoegdheden om informatie te laten verwijderen.
De impact van de EU Methane Emissions Regulation op de leveringszekerheid van aardgas |
|
Henk Jumelet (CDA) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport «EU Methane Emissions Regulation – Analysis of Market Impacts»?1
Hoe beoordeelt u, mede in het licht van de huidige instabiele geopolitieke situatie en het belang van leveringszekerheid, de bevindingen uit het rapport dat door de importvereisten volgend uit de Europese Methane Regulation vanaf 2027 mogelijk tot 43% van de huidige gasimport van de EU (circa 114 bcm) en 87% van de ruwe olie niet meer aan de regelgeving voldoet en daarmee niet geïmporteerd kan worden?
Hoe beoordeelt u het risico dat deze regelgeving daardoor zal leiden tot een aanbodtekort aan aardgas in Europa, aangezien het rapport concludeert dat de hoeveelheid gas die aan de EU-eisen voldoet mogelijk lager is dan de Europese vraag vanaf 2027?
Deelt u de zorg uit het rapport dat een door regelgeving veroorzaakt aanbodtekort kan leiden tot sterk stijgende gasprijzen en mogelijke vraagvernietiging, met gevolgen voor huishoudens, elektriciteitsproductie en energie-intensieve industrieën?
Welke mogelijkheden ziet het u om bij de verdere implementatie van de Europese Methaanverordening te voorkomen dat de leveringszekerheid van aardgas in gevaar komt, bijvoorbeeld door aanpassingen in de eisen rond monitoring, rapportage en verificatie voor importeurs? In hoeverre zijn dergelijke aanpassingen volgens u wenselijk en mogelijk?
In hoeverre en onder welke voorwaarden bent u bereid zich in Europees verband in te zetten voor een pragmatische implementatie of gerichte aanpassing van de regelgeving, zoals in het rapport wordt voorgesteld, om verstoringen van de Europese gas- en olievoorziening te voorkomen?
Het artikel 'Von der Leyen: ‘Europese afbouw kernenergie was strategische fout’' |
|
Henk Jumelet (CDA), Alisha Müller (VVD) |
|
de Bat , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Hoe apprecieert u het krantenartikel «Von der Leyen: «Europese afbouw kernenergie was strategische fout»»?1 Deelt u de mening van Von der Leyen dat het een strategische fout is geweest van Europese landen om kernenergie de rug toe te keren omdat het Europa kwetsbaarder heeft gemaakt voor hoge energieprijzen en afhankelijkheid van energie-import?
Het kabinet deelt de analyse over het belang van een robuuste, betaalbare en onafhankelijke energievoorziening in Europa. Deze vermindert onze kwetsbaarheid voor prijsvolatiliteit en geopolitieke risico’s. Keuzes omtrent energie – en daarmee de keuze voor kernenergie in de energiemix – zijn een nationale bevoegdheid. Het kabinet verwelkomt dan ook het stevige signaal van Commissievoorzitter Von der Leyen dat de grotere rol erkent die kernenergie in de toekomst zal spelen in de energiemix, in Europese lidstaten waaronder Nederland, om zo een bijdrage te leveren aan het behalen van Europese strategische doelstellingen.
Heeft u er kennis van genomen dat de Europese Commissie (EC) heeft aangekondigd voor 200 miljoen euro aan garanties beschikbaar te stellen voor investeringen in innovatieve kerntechnologieën, waaronder small modular reactors (SMR’s)? Hoe gaat u ervoor zorgen dat Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en projecten maximaal gebruik kunnen maken van deze middelen?
Zoals beschreven in de Kamerbrief van 16 juni 20252, werkt het kabinet aan het versterken van het nucleaire ecosysteem via kennisopbouw, netwerkontwikkeling en concrete activiteiten op drie samenhangende terreinen:
Op deze manier zorgt het kabinet ervoor dat kennis- en onderzoeksorganisaties, onderwijsinstellingen en bedrijven kunnen aansluiten bij de bouw van nieuwe kerncentrales in Nederland (inclusief SMR’s) en waar mogelijk internationale mogelijkheden kunnen benutten, waaronder een rol als exporteur van nucleaire technologie, kennis en diensten.
Ook de Europese Commissie is bezig met het vormgeven van de ondersteuning van innovatieve kerntechnologieën. Een voorbeeld hiervan is de genoemde € 200 miljoen aan garanties voor innovatieve nucleaire technologieën die onlangs door de Europese Commissie is aangekondigd en wordt toegevoegd aan het Europese InvestEU-fonds. Projecten kunnen hierop aanspraak maken via de Europese Investeringsbank; kleinere projecten in Nederland kunnen hierop via InvestNL aanspraak maken. Als onderdeel van het MMIP Kernenergie ondersteunt RVO Nederlandse partijen die SMR's willen ontwikkelen hierbij, zoals dat ook gebeurt bij het EU Innovatiefonds en andere EU-programma's.
Voor de zomer zal de Kamer nader per brief over de nationale aanpak voor de versterking van het nucleaire ecosysteem worden geïnformeerd.
Heeft u er kennis van genomen dat de EC de regels tevens wil versimpelen zodat nieuwe nucleaire technologieën sneller getest en opgeschaald kunnen worden? Welke nationale regels en/of procedures vormen momenteel de grootste belemmeringen in Nederland?
Nederland heeft een zorgvuldig doordacht kader voor de bouw en inpassing van kerncentrales. Dit kader is gericht op veiligheid, participatie en het waarborgen van een goede ruimtelijke inpassing en biedt ruimte voor innovatieve technologieën. De handreiking voor het Veilig Ontwerp en veilig Bedrijven van Kernreactoren (VOBK) is afgelopen jaar door de ANVS geactualiseerd, met als voornaamste stappen het beter harmoniseren met internationale richtlijnen en het toepasbaar maken op meer innovatieve technieken. Dit is behulpzaam voor SMR’s en internationale techniekleveranciers.
Het kabinet verwelkomt daarnaast de aanpassingen van het EU staatssteunkader3 dat lidstaten meer ruimte geeft om nationale industrieën financieel te ondersteunen bij energie- en duurzaamheidsinvesteringen.
Hoe verlopen de gesprekken met bedrijven die geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling of bouw van SMR’s in Nederland? Hoe kan de rol van de overheid bij het faciliteren van deze projecten worden versterkt?
Het kabinet is in contact met ontwikkelaars en partijen die geïnteresseerd zijn in de bouw van SMR's en heeft eerder in kaart gebracht wat zij nodig hebben voor verdere ontwikkeling. Naar aanleiding van deze gesprekken is het kabinet tot de conclusie gekomen dat ondersteuning op dit moment vooral gewenst is voor vroege haalbaarheidsstudies of vergunbaarheidsanalyses. Het kabinet zal met de SMR-strategie tot € 20 miljoen beschikbaar maken voor concrete initiatieven om hiermee de haalbaarheidsstudies en vergunbaarheidsanalyses te ondersteunen. Het kabinet is blijvend in gesprek met bedrijven en zal een marktconsultatie starten om inzicht te krijgen in de huidige status van initiatieven in Nederland om hiermee het financieringsinstrument (voor de genoemde € 20 miljoen) in te kunnen richten. Aanvullend verkent de marktconsultatie financieringsmogelijkheden voor latere fasen van private SMR-projecten, zoals bouw en exploitatie.
Wat kan het kabinet doen om de realisatie van nieuwe kerncentrales in Nederland verder te versnellen?
Het kabinet heeft voortdurend de mogelijkheden voor versnelling voor ogen, uiteraard met inachtneming van de risico's en kosten die hiermee gemoeid zijn. In de voortgangsbrief nieuwbouw kernenergie van mei en oktober4 jl. is ingegaan op versnellingsopties. Het kabinet zal u voor de zomer een volgende voortgangsbrief sturen.
Hoe zorgt het kabinet ervoor dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen maximaal kunnen profiteren van de bouw van de nieuwe kerncentrales in Nederland, bijvoorbeeld via betrokkenheid in de toeleveringsketen en kennisontwikkeling?
Zie het antwoord op vraag 2.
Hoe bereidt het kabinet Nederland voor op een mogelijke rol als exporteur van nucleaire technologie, kennis en diensten?
Zie het antwoord op vraag 2.
Hoe gaat Nederland zich in Europees verband inzetten om de ontwikkeling van kernenergie en innovatieve nucleaire technologieën verder te versnellen, zodat Europa minder afhankelijk wordt van fossiele energie-importen?
Nederland zet zich al geruime tijd in voor de ontwikkeling van kernenergie en SMR's binnen de Europese Unie. Nederland heeft een actieve rol binnen de Nucleaire Alliantie en binnen de SMR Industriële Alliantie. Daarnaast heeft het kabinet bilateraal contact met verschillende landen in Europa om synergiën op te zoeken. Het kabinet blijft zich binnen en buiten de genoemde gremia inzetten voor het ondersteunen en versnellen van de uitrol van kernenergie.
Het bericht 'Amerikaanse chantage kost mensenlevens' |
|
Suzanne Kröger (GL), Sarah Dobbe (SP), Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) |
|
Sophie Hermans (VVD), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Amerikaanse chantage kost mensenlevens» van Aidsfonds en Rutgers van 23 januari 2026?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de Amerikaanse beslissing om hulporganisaties, andere overheden, en Verenigde Naties (VN)-agentschappen die Amerikaans geld ontvangen, te verbieden om te werken aan diversiteit, gendergelijkheid en inclusie, bovenop het verbod op het verlenen van abortuszorg?
Op 23 januari heeft de VS aangekondigd dat ze de bestaande Mexico City Policy gaan uitbreiden. Er zijn drie «rules» gepubliceerd die restricties opleggen in relatie tot alle VS financiering, op het gebied van abortus, «gender ideology» en DEI (Diversity, Equity en Inclusion). Samen wordt dit het «human flourishing in foreign» assistance beleid genoemd. Er is nog veel onduidelijk over de implementatie van dit beleid, de juridische haalbaarheid ervan, en de uiteindelijke impact. Organisaties weten dus nog niet hoe dit beleid hen precies zal raken. Het kabinet deelt de zorgen van veel organisaties over de potentiële consequenties voor vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen in het mondiale zuiden. Het kabinet staat pal voor mensenrechten en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). Deze staan wereldwijd onder druk en dat is uiterst zorgwekkend.
Deelt u de analyse dat deze maatregelen hulporganisaties ernstig belemmeren in het bieden van hulp aan kwetsbare groepen en dat dit zal leiden tot meer onveilige abortussen, moedersterfte en een toename in hiv-infecties wereldwijd?
De daadwerkelijke impact van het Amerikaanse beleid is nog niet helder. Het beleid geldt voor nieuwe bijdragen van de VS en werkt niet met terugwerkende kracht. De VS heeft aangegeven dat er een ontheffing (waiver)mogelijk is op dit beleid. Het is nog onduidelijk of, voor wie en waarvoor de VS dergelijke ontheffingen gaat toekennen. Echter, als een organisatie niet meer kan werken op het gebied van toegang tot veilige abortus, diversiteit, gendergelijkheid en inclusie, dan zal dit de toegang van gemarginaliseerde groepen tot gezondheidszorg belemmeren. Dit kan leiden tot meer onveilige abortussen, een hogere moedersterfte en een toename in hiv-infecties wereldwijd.
Onderhoudt uw ministerie contact met de Amerikaanse autoriteiten over deze beslissing? Op welk niveau? Wat wordt er in die contacten gewisseld? Bent u van plan om ambtgenoten op deze beslissing aan te spreken?
Nederland is continu in gesprek met de VS, zoals via de Nederlandse ambassade in Washington, zo ook over de uitbreiding van de Mexico City Policy. Het doel van die gesprekken is om zoveel mogelijk te voorkomen dat dit beleid een negatieve impact heeft op vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen in het mondiale zuiden en op door Nederland gefinancierde programma’s en organisaties. Gegeven de grote financieringsbehoefte voor mondiale gezondheid zet Nederland, samen met andere donoren, in op een zo efficiënt mogelijke besteding van de nog beschikbare middelen. Voor het kabinet staat de toegang tot gezondheidszorg voor vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen centraal. De VS blijft een belangrijke donor op het gebied van mondiale gezondheid, waarmee wij in nauwe dialoog blijven over dit thema.
Het kabinet volgt de uitvoering van het «human flourishing in foreign assistance» beleid ook samen met cross regionale coalities zoals de Equal Rights Coalition (ERC). Deze cross regionale coalitie van 44 landen, werkt nauw samen om rechten van lhbtiq+-personen wereldwijd te beschermen en te bevorderen.
Bent u het ermee eens dat Nederland historisch een voortrekkersrol heeft gespeeld in het verdedigen van de rechten en gezondheid van vrouwen, meiden, LHBTI-personen en andere groepen? Onderschrijft u het belang, gezien de terugtrekkende beweging van Amerika, om deze voortrekkersrol stevig te herpakken? Op wat voor manier doet u dat, bijvoorbeeld in Europees en VN-verband?
Ik zie het belang om als Nederland een leidende rol te vervullen op het vlak van SRGR, vrouwenrechten en rechten van lhbtiq+-personen. Dit zijn ook kernprioriteiten binnen het mensenrechtenbeleid van dit kabinet.
Nederland zal zich nog nadrukkelijker inzetten voor toegang tot goede gezondheidszorg, inclusief SRGR, voor iedereen. Wij zoeken hierbij de samenwerking met gelijkgezinden, aangezien we sterker staan als we ons gezamenlijk uitspreken. De Nederlandse inspanningen zijn gericht op het behoud en verder brengen van internationale afspraken op het gebied van SRGR, gendergelijkheid en vrouwenrechten binnen de VN. Nederland nam bijvoorbeeld een leidende rol tijdens de 70e zitting van de Commission on the Status of Women in maart dit jaar. De onderhandelingen over de politieke slotverklaring, werden gekenmerkt door forse tegendruk op bestaande internationale afspraken over vrouwenrechten, gendergelijkheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). De VS diende acht amendementen in op de politieke slotverklaring, die tegen bestaande internationale afspraken in gingen. De leider van de Nederlandse delegatie, de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie, heeft vervolgens namens de EU een stemming aangevraagd. Daardoor werden de amendementen verworpen en werd de politieke slotverklaring met een grote meerderheid van stemmen aangenomen.
Ook binnen de EU blijft Nederland zich inzetten, samen met gelijkgezinden, voor behoud van bestaande afspraken. Binnen de beschikbare financiële ruimte blijf ik ook inzetten op SRGR (inclusief toegang tot veilige abortus), gendergelijkheid en vrouwenrechten.
Herinnert u zich de leidende rol die Nederland nam tijdens de vorige instelling van de Global Gag Rule, middels het initiatief van toenmalig Minister Ploumen om met SheDecides het financieringsgat op te vullen dat Trump achterliet? Bent u van plan die leidende rol, die door het vorige kabinet is losgelaten, weer te herpakken? Zo nee, waarom niet?
Nederland steunt het platform SheDecides nog steeds, met een bedrag van 900.000 EUR voor drie jaar. SheDecides speelt een belangrijke rol in het beschermen en bevorderen van internationale afspraken op het gebied van SRGR en gendergelijkheid. Tegelijkertijd is de reikwijdte van het «human flourishing in foreign assistance» beleid veel groter dan in 2017. Naast financiering is het bieden van politiek tegenwicht en gezamenlijk optrekken cruciaal. Tijdens mijn recente reis naar de VN heb ik uitgedragen dat Nederland staat voor een sterk multilateraal systeem en dat de VN kan rekenen op steun van Nederland voor normatieve mandaten, zoals op het gebied van gender gelijkheid en SRGR. Nederland wil hierin samen met EU-landen optrekken.
De inzet van het kabinet is om in gezamenlijkheid met andere landen, bestaande internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, SRGR en gendergelijkheid te beschermen en organisaties die zich hiervoor inzetten duurzaam te ondersteunen. Het kabinet is bereid hier een leidende rol in te spelen.
Indien het antwoord op vraag 6 «Ja» is, hoe herpakt u die leidende rol? Doet u dit door de bezuinigingen op mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve rechten en gezondheid (54 miljoen in 2026, en 174 miljoen in 2027) terug te draaien?
Zoals beantwoord bij vraag 5 en 6, staat het kabinet pal voor universele mensenrechten en de internationale afspraken die hierover gemaakt zijn in multilateraal verband. Daarbij blijft Nederland zich inzetten voor het recht op gezondheid en SRGR voor iedereen. Het kabinet werkt daarom nauw samen met onze gelijkgezinde partners en de landen waar we werken.
Dit kabinet zal de bezuinigingen van het vorige kabinet op gezondheid en SRGR – EUR 124 miljoen in 2026 en EUR 172 miljoen in 2027 (t.o.v. 2024) – niet volledig ongedaan kunnen maken. Wel heeft het kabinet in de Voorjaarsnota voor 2.026 EUR 11 miljoen extra vrijgemaakt voor de inzet op mondiale gezondheid en SRGR. Daarnaast is het kabinet conform het coalitieakkoord voornemens om vanaf 2027 te blijven bijdragen aan de mondiale gezondheidsstrategie.
Bent u bereid, als Nederland en met gelijkgestemde landen, te zoeken naar alternatieve vormen van financiering voor VN-instanties en organisaties die door deze maatregel worden getroffen?
Nederland onderhoudt nauw contact met VN-organisaties, gelijkgezinde donoren, maatschappelijke organisaties, filantropische instellingen en ontvangende landen, over de mogelijke impact van het VS beleid binnen de VN en hoe wij hier een gezamenlijk antwoord op kunnen geven. In een context van afnemende ODA en tekorten en verstoring in gezondheidsdiensten wereldwijd, lijkt het antwoord vooralsnog te liggen in de kwaliteit van financiering (zoals meerjarige ongeoormerkte financiering), diplomatieke en politieke inspanningen ter bescherming van SRGR, gendergelijkheid en de meest gemarginaliseerde groepen. Nederland is en blijft daarom een stabiele en betrouwbare donor van o.a. de WHO, UNFPA en UNAIDS en van de humanitaire inspanningen van de VN bijvoorbeeld via UNHCR, UNICEF en WFP.
Bent u er van op de hoogte dat elke euro die bezuinigd wordt op dit thema, leidt tot meer ongeplande zwangerschappen, onveilige abortussen, hiv-doden, en hiv-besmettingen? Wat doet u om dit scenario te voorkomen?
Ja. Zoals aangegeven in het coalitieakkoord blijft de Mondiale Gezondheidsstrategie leidend voor dit kabinet. Een van de prioriteiten in deze strategie is dat Nederland zich inzet voor gezondheidssysteemversterking. Verbeterde dienstverlening op het gebied van SRGR is daar een belangrijk onderdeel van. Zie verder mijn antwoorden op vragen 5, 6 en 7.
Herinnert u zich dat de Nederlandse inzet op vrouwenrechten en gender – die door het vorige kabinet werd gestopt – alleen door een ingreep van de Kamer nog tot en met 2027 wordt gecontinueerd? Wat doet u om dit budget ook na 2027 te herstellen en door te kunnen gaan met het steunen van vrouwen- en LHBTI-rechtenverdedigers wereldwijd?
Ja. Als gevolg van amendement Hirsch c.s. (Kamerstuk 36 725 XVII, nr. 21) komt – na aanname van de Ontwerpbegroting BHO 2027 in zowel de Eerste als Tweede Kamer – in 2.026 EUR 22 miljoen en in 2.027 EUR 21 miljoen beschikbaar voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Daarnaast heeft het kabinet in de Voorjaarsnota aanvullend EUR 5 miljoen in zowel 2026 en 2027 beschikbaar gemaakt voor de inzet op vrouwenrechten en gendergelijkheid. Conform het coalitieakkoord zet dit kabinet zich internationaal actief in voor de bescherming van de rechten van vrouwen en is het voornemens hier vanaf 2027 opnieuw in te investeren. In lijn met deze ambitie zal bij het opstellen van de BHOS begroting 2027 worden bezien wat de mogelijkheden zijn tot herstel van artikel 3.2.
Welke rol ziet u voor uzelf wat betreft het bevorderen van de internationale toegang tot abortuszorg en het internationaal tegengaan van bijvoorbeeld moedersterfte en hiv-infecties?
Nederland is en blijft een betrokken en actieve speler op veilige abortus, het tegengaan van moedersterfte en hiv-infecties. Ik zie hier een belangrijke rol voor mijzelf als Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Als Minister zal ik mij actief blijven inzetten voor de bescherming van gelijke rechten voor iedereen, zowel via partnerschappen met maatschappelijke organisaties en multilaterale instellingen als binnen multilaterale fora zoals de VN Mensenrechtenraad. Tijdens de voorjaarsvergadering van de Wereldbank in april 2026 zal ik aandacht vragen voor de gezondheid van vrouwen en meisjes en de Nederlandse steun hiervoor uitspreken bij een bijeenkomst van het Global Financing Facility dat met dit doel is opgericht.
Naast de diplomatieke inzet via de VN en de EU, investeert Nederland in organisaties zoals International Planned Parenthood Federation (IPPF), het Safe Abortion Action Fund (SAAF) en Ipas. Nederland is de grootste donor aan UNAIDS en we zijn de zesde donor van UNFPA. Daarnaast is het kabinet dit jaar gestart met een nieuw financieringsinstrument, onderdeel van het bredere FOCUS kader, dat inzet op de preventie en bestrijding van hiv-infecties in Zuidelijk Afrika.
Bent u van plan publiekelijk steun uit te spreken voor de overheden en organisaties die niet het contract ondertekenen dat hen door de Amerikaanse overheid wordt voorgelegd om te stoppen met alle werkzaamheden rond gendergelijkheid en diversiteit?
Nederland kiest voor een zo effectief mogelijke inzet. Het Amerikaanse beleid zal voor elk type organisatie anders uitpakken en het kabinet zal daarom niet ingaan op individuele partners en wat zij doen. Zo kunnen overheden, die geld aannemen van de VS, mogelijkerwijs nog steeds werken op abortus, gender, diversiteit, inclusie en gelijkheid, met andere financieringsbronnen. Het kabinet wil graag in gesprek blijven met deze overheden. De ervaring met de vorige Mexico City Policy leert namelijk dat er een neiging is tot over-implementatie en zelfcensuur. Daarnaast is het van belang om te noemen dat veel partners die essentieel zijn voor de uitvoering van ons SRGR beleid, geen Amerikaanse financiering meer ontvangen. Deze financiering stopte met het opheffen van USAID.
Bent u bekend met de verklaring van 2 maart 2026 van 10 landen, waaronder Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waarin zij deze nieuwe regels veroordelen en opkomen voor het recht van iedereen op zelfbeschikking? Waarom ontbreekt Nederland onder deze verklaring? Is Nederland gevraagd om mee te tekenen? Zo ja, waarom heeft Nederland niet meegetekend? Steunt Nederland de inhoud van deze verklaring?2
Het kabinet is bekend met de verklaring en Nederland is gevraagd om mee te tekenen. Het kabinet heeft gekozen niet te tekenen omdat dit een bredere afweging vereist. Er is nog veel onduidelijk over de implementatie en daarmee over de impact van het beleid van de VS. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwgezet om duidelijker in beeld te krijgen hoe dit beleid de gezondheid raakt van vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen. Nederland is hierover in contact met de VS, de landen waar Nederland mee samenwerkt op deze thema’s, gelijkgezinde donoren en partners. De verklaring is op 2 maart gepubliceerd op de website van SheDecides. Zoals reeds beantwoord, staat het kabinet pal voor mensenrechten en blijft het kabinet inzetten op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen.
Kunt u deze vragen binnen drie weken afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
De Genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de mogelijkheid voor staten om op grond van artikel 63 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof te interveniëren in de procedure die Zuid-Afrika heeft aangespannen tegen Israël inzake het Genocideverdrag?
Ja.
Klopt het dat staten tot omstreeks 12 maart 2026 nog een interventieverklaring kunnen indienen in verband met de procesplanning van het Hof? Zo ja, beschouwt u dit als een relevant beslismoment voor Nederland?
Ja. De uiterste datum voor indiening van een verklaring tot interventie in deze zaak was 12 maart 2026. Nederland heeft een verklaring tot interventie ingediend op 11 maart 2026.
Heeft de Nederlandse regering overwogen om gebruik te maken van het recht tot interventie in deze zaak? Zo ja, wanneer is deze afweging gemaakt en welke ministeries waren daarbij betrokken?
Ja, Nederland heeft een verklaring tot interventie ingediend. De uiterste deadline voor indiening van een verklaring tot interventie in deze was 12 maart 2026. In aanloop hiertoe is de afweging gemaakt een verklaring in te dienen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor het opstellen van dergelijke verklaringen tot interventie. Uw Kamer heeft een brief over dit onderwerp ontvangen op 17 maart 2026.1
Welke juridische, diplomatieke en politieke overwegingen spelen een rol bij de beslissing om al dan niet te interveniëren?
Voor de beantwoording van deze vraag verwijst het kabinet naar de Kamerbrief over de Nederlandse verklaring tot interventie in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof van 17 maart 2026.2
Deelt u de opvatting dat interventie op grond van artikel 63 primair betrekking heeft op de interpretatie van het Genocideverdrag en niet betekent dat een staat partij kiest in het onderliggende conflict? Zo nee, waarom niet?
Voor het antwoord op deze vraag verwijst het kabinet naar de Kamerbrief over de Nederlandse verklaring tot interventie in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof van 17 maart 2026.3
Hoe verhoudt een eventueel besluit om niet te interveniëren zich tot: de verplichting van staten onder het Genocideverdrag om genocide te voorkomen; de Nederlandse inzet voor versterking van de internationale rechtsorde en de bijzondere positie van Nederland als gastland van internationale gerechtshoven?
Het indienen van de verklaring tot interventie is op zichzelf geen invulling van de verplichting tot voorkoming van genocide zoals opgenomen in het Genocideverdrag. Het kabinet beschouwt het van belang dat Nederland bijdraagt aan de consistente en uniforme uitleg van het internationaal recht. Interveniëren in een specifieke zaak kan daaraan bijdragen. Daarnaast acht het kabinet het van belang dat Nederland met deze interventie een bijdrage kan leveren aan een consistente uitleg van het Genocideverdrag, en zijn visie op de reikwijdte van relevante bepalingen kan geven.
Welke EU-lidstaten hebben inmiddels een interventie ingediend of aangekondigd, en heeft hierover afstemming plaatsgevonden binnen de Europese Unie?
De lijst van staten die een verzoek tot interventie hebben ingediend is te vinden op de website van het Internationaal Gerechtshof. De volgende lidstaten van de Europese Unie hebben een verklaring tot interventie ingediend: België, Hongarije, Ierland, Nederland, en Spanje. Hierover heeft geen inhoudelijke afstemming plaatsgevonden binnen de Europese Unie. Dit laatste is ook niet gebruikelijk.
Op welke wijze geeft Nederland momenteel invulling aan zijn verplichting om genocide te voorkomen in relatie tot de lopende procedure bij het Internationaal Gerechtshof?
Uit de lopende zaak tussen Zuid-Afrika en Israël vloeien op zichzelf geen verplichtingen tot voorkoming van genocide voort voor Nederland, aangezien Nederland geen partij is bij de zaak.
Bent u bereid om deze vragen vóór 11 maart te beantwoorden?
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Het bericht 'Oorlog in Iran kan energierekening gaan raken nu gasvoorraad erg laag is' |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Oorlog in Iran kan energierekening gaan raken nu gasvoorraad erg laag is»?1 Hoe beoordeelt u dit bericht?
Bent u bekend met het bericht «TNO: niet alle gasputten Groningen dichtmetselen, acuut tekort denkbaar»?2 Hoe beoordeelt u de uitspraken van TNO?
Erkent u dat het heropenen van het Groninger gasveld zou betekenen dat de energierekening omlaag gaat voor Nederlanders? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat het in tijden van geopolitieke instabiliteit en oorlog onwenselijk is om afhankelijk te zijn van het importeren van gas uit het buitenland? Kunt u uw antwoord toelichten?
Klopt het dat het gasveld in Groningen het grootste in Europa is?
Erkent u dat de gasvoorraad in Groningen door de recente geopolitieke ontwikkelingen veel meer waard is geworden? Bent u bereid dit te benutten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe wilt u dit aanpakken?
Acht u het in het Nederlands belang om de gasputten in Groningen vol te storten met cement en daarmee de mogelijkheid uit te sluiten een beroep te kunnen doen op de gasvoorraad in geval van nood? Bent u bereid om het volstorten met cement stop te zetten, of in ieder geval te pauzeren? Kunt u uw antwoord toelichten?
Bent u bereid om de gaswinning in Groningen, zelfs al zij het maar tijdelijk, te hervatten om de energiezekerheid van Nederland veilig te stellen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk, in ieder geval voor het debat over Iran, en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Het artikel 'Kabinet overtrad beperking wapenexport die schending mensenrechten moest voorkomen' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het nieuws dat verschillende Ministers van Buitenlandse Handel wapenexportvergunningen uitgaven aan de Verenigde Aribische Emiraten (VAE), ondanks afspraken met de Tweede Kamer en overduidelijke risico’s?1
Hoe verantwoordt u dat, ondanks de gesloten presumption of denial (POD) en aangegeven waarschuwingen voor risico’s, er toch vergunningen zijn verleend aan de VAE? Op welke gronden zijn besluiten genomen en kunnen deze gedeeld worden met de Kamer?
Zijn er andere schendingen van de presumption of denial in deze periode of daarna? Zo ja, kunt u deze delen met de Kamer? Zo nee, hoe bent u daar zo zeker van?
Waarom is de informatie over de vergunningen niet gedeeld met de Kamer?
Deelt u de mening dat, gezien de grootschalige investeringen in Defensie, het belangrijk is om een debat te kunnen voeren over de inzet en implicaties van de investeringen? Zo ja, hoe gaat u dit implementeren? Zo nee, waarom niet?
Hoe bent u van plan de Kamer beter mee te nemen in de beslisnota’s van wapenexportvergunningen, zeker nu we steeds meer aan militaire middelen gaan uitgeven?
Hoe bent u van plan de mensenrechten te beschermen en immorele exportvergunningen in de toekomst tegen te gaan, zeker gezien het belang van het internationaal recht zoals aangegeven in het coalitieakkoord?
Als er vanuit het ministerie vergunningen worden verleend, is dat dan eenmalig of ook voor toekomstige orders? Indien dat laatste, hoe weegt het ministerie dat met de wapenexportcriteria indien blijkt dat, na het vergeven van de vergunning, het wapenbedrijf mensenrechtenschendingen begaat?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat niet alleen economische belangen meespelen in het verlenen van vergunningen, maar ook morele en juridische factoren?
Hoe staat het op heden met de wapenexportvergunningen naar de VAE, gezien de grootschalige genocide die plaatsvindt in Soedan en het aandeel van de VAE hierin?2 Kunt u inzage geven in welke vergunningen zijn verleend en op welke beslispunten dit is gebaseerd?
Staat u achter de redenen die gegeven zijn in 2025 voor het afschaffen van de POD? Zo ja, kunt u dat toelichten? Zo nee, waarom niet?
Vindt u het van belang dat wapenexportcriteria een belangrijke overweging zijn in het uitgeven van vergunningen? Zo nee, waarom niet?
Bent u van mening dat criteria een hoge standaard moeten zetten en ervoor moeten zorgen dat militaire middelen die Nederland exporteert niet tot mensenrechtenschendingen mogen leiden? Zo nee, waarom niet?
Als u bovenstaande twee vragen positief heeft beantwoord, bent u dan van plan om opnieuw een POD in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Bent u van plan de keuze tot toetreding van het verdrag van Aken te heroverwegen, gezien de woorden van Minister Schreinemacher aantonen dat de wapenexportcriteria afnemen door toetreding van dit Verdrag?
Deelt u de mening van Frank Slijper dat radar- en communicatiesystemen niet louter defensief zijn, gezien deze apparatuur gebruikt kan worden om in kaart te brengen welke mogelijke doelwitten er zijn. Zo ja, waarom is dat argument dan wel in de casus van het artikel gebruikt? Zo nee, waarom niet?
Is er volgens u sprake van een medeplichtigheid van Nederland in het schenden van het internationaal recht in Jemen, zoals VN-experts duiden3, door het leveren van militaire middelen aan de VAE?
Het bericht dat QatarEnergy zich beroept op overmacht. |
|
Hidde Heutink (PVV) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte gesteld door QatarEnergy dat zij zich beroepen op overmacht en daarom op dit moment hun contractuele verplichtingen niet kunnen nakomen?1
Ja.
Kunt u aangeven of er sprake is van contractbreuk met QatarEnergy (27-jarig contract)?
De Staat heeft geen contracten met (markt)partijen, zoals QatarEnergy, over gasleveringen. Het leveren van gas wordt gedaan door energiebedrijven die hiervoor leveringscontracten sluiten. Marktpartijen hebben in deze contracten vaak clausules opgenomen waardoor het toegestaan is geen gas te leveren onder extreme omstandigheden, zoals door oorlog (force majeur/overmacht). Deze clausules zijn zeer gebruikelijk. Zonder dit soort clausules zouden de contracten veel duurder zijn. Het staat marktpartijen vrij om indien zij zich benadeeld achten en het contract geschonden is een schadevergoeding te vorderen.
Zijn er passages in het contract waarop Nederland zich in dit soort situaties zich kan beroepen?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid om een schadeclaim in te dienen bij QatarEnergy?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid om (al dan niet vertrouwelijk) het contract met QatarEnergy ter inzage aan de Kamer te leggen?
Zoals in het antwoord op vraag 4 aangegeven heeft de Staat geen leveringscontracten.
Wat zijn de gevolgen voor Nederland nu QatarEnergy zich beroept op overmacht en de productie van LNG stopt?
Ik kan aangeven dat Nederland in 2025 geen LNG-volumes rechtstreeks uit Qatar heeft ontvangen via de LNG-terminals in Rotterdam en de Eemshaven. Het heeft daarom geen directe consequenties op de LNG-volumes die naar Nederland stromen. Wel zien we op de wereldmarkt dat de prijs van gas stijgt en daarmee ook op de prijs die men in Nederland hiervoor betaalt. Voor wat betreft de stopzetting van de LNG-productie door QatarEnergy en de bijbehorende leveringscontracten, daar heb ik geen kennis over.
Vindt u het niet ongelofelijk dom dat wij de gasvoorraad van Nederlandse bodem, de grootste van Europa, gaan dichtmetselen terwijl we zien dat onze leverancier van LNG in één keer de toevoer kan stoppen, om welke reden dan ook?
Nee. Zoals onder meer op 5 maart jl. aangegeven in het Commissiedebat over de Energieraad zijn er duidelijke beloftes gedaan aan Groningen en de Groningers na jaren van leed en onduidelijkheid: het Groningenveld blijft dicht. Een betrouwbare overheid komt daar niet op terug. Het verbod op winning uit het Groningenveld is in 2024 vastgelegd in een wet die met overgrote meerderheid in beide Kamers is aangenomen. Op dat moment was bekend dat de geopolitieke situatie veranderd was. Rusland was de Oekraïne al binnengevallen.
Het opnieuw in gebruik nemen van het Groninger gasveld voor enkel nationaal gebruik is niet mogelijk. Nederland is immers onderdeel van een Europese gasmarkt. Dit is vastgelegd in Europese wetgeving. Op grond van deze wetgeving mogen lidstaten geen maatregelen nemen die de gasstromen binnen de interne markt beperken.
Uiteraard is het essentieel dat onze gasvoorziening op orde is. Er dreigen echter geen fysieke tekorten en het openhouden van Groningen verlaagt de prijzen op de internationale gasmarkt niet. De prijzen zullen ook dan dus hoog blijven voor huishoudens. Wel zal staatsbedrijf EBN deze zomer opnieuw de gasopslagen vullen voor zover de markt het niet doet. Daar is eerder al geld voor vrijgemaakt. Daarnaast houden we de gaswinning op de Noordzee op peil, is de importcapaciteit van LNG sinds 2022 fors uitgebreid en blijven we inzetten op duurzame energie zodat we minder afhankelijk worden van import van fossiele brandstoffen.
Bent u bereid om het Groninger gasveld opnieuw in gebruik te nemen, exclusief voor nationaal gebruik, mits u de Groningers ruimhartig en zonder bureaucratische hobbels compenseert, om zo de komende 20 jaar voor vaste (goedkope) prijzen gas aan alle Nederlanders te leveren? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
Bent u het ermee eens dat het opnieuw in gebruik nemen van het Groninger gasveld goed is voor de Nederlandse economie en dus zorgt voor meer rust in de portemonnee? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
Bent u bereid om deze vragen voor dinsdag 15:00 uur te beantwoorden en in de tussentijd direct te beginnen met het winnen van gas van Nederlandse bodem? Zo nee, waarom niet?
Beantwoording voor dinsdag 15.00 is niet mogelijk gebleken, de vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Bent u bekend met het bericht dat tussen Wit-Rusland en Polen tunnels zijn aangetroffen die mogelijk zijn gegraven door terroristische organisaties zoals Hamas, Islamitische Staat (IS), Hezbollah of Iran-gelieerde groeperingen om illegale migranten Europa binnen te smokkelen?1
Erkent u dat, als deze tunnels daadwerkelijk zijn gebruikt, er duizenden terroristen via deze route Europa en mogelijk dus ook Nederland kunnen zijn binnengekomen?
Realiseert u zich dat één doorgelaten jihadist al voldoende is voor een bloedige aanslag op Nederlandse bodem?
Hoe ziet u deze ontwikkeling in het licht van de oplopende spanningen met Iran en de angst voor de inzet van terroristische netwerken om aanslagen in Europa te plegen?
Kunt u ons garanderen dat via deze route géén personen met banden met jihadistische organisaties Nederland zijn binnengekomen? Zo nee, erkent u dat alle Nederlanders dus ernstig gevaar lopen?
Hoeveel illegale migranten zijn in 2024 en 2025 via de oostelijke buitengrens de EU binnengekomen, hoeveel daarvan zijn in Nederland terechtgekomen en hoeveel van deze groep zijn daadwerkelijk uitgezet?
Bent u het eens dat, als Europa en Nederland overspoeld worden met miljoenen illegale migranten, miljoenen mensen moeten worden uitgezet en bent u bereid daartoe een massief uitzetprogramma te starten? Zo nee, waarom niet?
Bent u het eens dat Wit-Rusland migratie inzet als hybride oorlogsvoering tegen Europa, dat dit bewuste ondermijning is van onze nationale veiligheid en dat daartegen harde tegenmaatregelen moeten volgen?
Bent u het eens dat dit precies laat zien waarom Nederland per direct een asielstop moet invoeren en weer volledige controle moet nemen over wie ons land binnenkomt? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen vóór vrijdag 6 maart om 12.00 uur beantwoorden?
EU-subsidies voor abortus in andere lidstaten |
|
Alexander Kops (PVV), Sebastiaan Stöteler (PVV) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «EU-subsidie mag voortaan gebruikt worden om abortus uit te voeren»?1
Ja.
Hoe reageert u op het besluit van de Europese Commissie dat subsidies uit het Europees Sociaal Fonds gebruikt mogen worden voor het uitvoeren van abortus in een andere EU-lidstaat (met een ruimer abortusbeleid dan het herkomstland)?
De Europese Commissie (hierna: de Commissie) heeft op 26 februari jl., in reactie op een burgerinitiatief, geduid dat de financiering van abortuszorg voor vrouwen die genoodzaakt zijn hiervoor naar een ander EU-land af te reizen, mag worden bekostigd vanuit het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+). Er zijn echter geen aanvullende middelen beschikbaar gesteld vanuit het ESF+. Het is dus een keuze van lidstaten zelf of ze het reeds toegewezen geld hiervoor willen gebruiken.
Het ESF+ is in Nederland belegd bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de ESF+ middelen zijn op dit moment ook al belegd voor andere doelen. Het kabinet informeert de Kamer dit voorjaar uitgebreider over het kabinetsstandpunt betreffende de mededeling van de Commissie.
Kunt u bevestigen dat medisch-ethische kwesties nationale bevoegdheden zijn en de Europese Commissie er dus niets mee te maken heeft hoe EU-lidstaten hun abortusbeleid en -zorg vormgegeven? Deelt u de conclusie dat het verstrekken van EU-subsidies voor het uitvoeren en daarmee het faciliteren van abortus hiermee in strijd is? Hoe gaat u dit tegen?
Ja, medisch-ethische kwesties zijn een nationale bevoegdheid. De mededeling van de Commissie treedt hier ook niet in. Zoals ik eerder met uw Kamer heb gedeeld in reactie op de Kamervragen van het lid van Dijk (SGP)2, is er geen discussie over de verdeling van bevoegdheden binnen de Europese Unie, zoals vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).3 Dit verdrag bepaalt dat het aan de lidstaten is om hun beleid voor gezondheidszorg in te richten.4 De EU kan het optreden van de lidstaten wel ondersteunen, coördineren en aanvullen.5 De EU mag op dit terrein geen maatregelen vaststellen die de lidstaten verplichten hun wet- en regelgeving te harmoniseren.6 EU-lidstaten zijn hiermee, in beginsel, zelf bevoegd besluiten te nemen met betrekking tot hun nationale abortuswetgeving.
In specifieke situaties kan abortus binnen de werkingssfeer van het Unierecht vallen. Zo heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie abortus aangemerkt als een dienst7 en kunnen de lidstaten dus gebonden zijn aan de Unie-rechtelijke vrij-verkeersregels, waardoor vrouwen uit andere EU-lidstaten van dergelijke zorg gebruik kunnen maken in landen waar dat wordt aangeboden.
Het burgerinitiatief My Voice, My Choice heeft de Commissie opgeroepen lidstaten financieel te steunen bij abortuszorg voor vrouwen die hier in hun eigen land geen veilige, of legale toegang toe hebben. Als reactie op dit burgerinitiatief heeft de Commissie verduidelijkt dat lidstaten uit het al bestaande ESF+ kunnen putten om de toegang tot abortuszorg voor vrouwen in kwetsbare situaties te verbeteren.
Dit is in principe niets nieuws. Een van de doelstellingen van dit fonds is namelijk het verbeteren van de toegang tot en de betaalbaarheid van diensten, met inbegrip van gezondheidsdiensten.
De Commissie concludeert in haar mededeling dat de financiering van abortuszorg voor vrouwen uit een ander land past bij dit doel van het ESF+. De Commissie legt in haar mededeling tevens uit dat het benutten van het ESF+ fonds voor abortuszorg aan buitenlandse vrouwen past binnen het rechtskader van de EU. Het gaat dan overigens nadrukkelijk om de zorgkosten.
Dit alles doet niet af aan het feit dat het aan lidstaten zelf is om hun wet- en regelgeving rond abortus te bepalen.
Deelt u de mening dat de Europese Commissie EU-lidstaten die terughoudend zijn ten aanzien van abortus ondergraaft? Deelt u daarnaast de vrees dat de zorg van EU-lidstaten met een ruimer abortusbeleid overvraagd kan worden?
Nee, het blijft primair aan lidstaten zelf om te bepalen of zij abortus in hun land toestaan en zo ja, onder welke voorwaarden. Het enige dat de Commissie met haar mededeling verduidelijkt is dat ESF+ middelen mogen worden gebruikt voor de financiering van abortuszorg voor vrouwen uit andere landen.
Als gezegd informeert het kabinet de Kamer dit voorjaar nog uitgebreider over het kabinetsstandpunt betreffende de mededeling van de Commissie. Dan zal ook worden ingegaan op de mogelijke gevolgen van de mededeling.
Hoeveel vrouwen uit andere EU-lidstaten zijn de afgelopen tien jaar naar Nederland gekomen voor het ondergaan van abortus? Kunt u een overzicht verstrekken met cijfers per jaar en herkomstland?
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd rapporteert jaarlijks over de abortuscijfers.8 Tussen 2015 en 2024 ondergingen in totaal 33.095 buitenlandse vrouwen9 een zwangerschapsafbreking in Nederland. De bijlage bij de rapportage bevat een uitsplitsing naar vrouwen uit België, Duitsland, Frankrijk, Ierland en Polen.10 Vrouwen uit andere landen zijn samengevat in de categorie «overige landen». Daarin zitten zowel vrouwen uit andere EU-lidstaten, als vrouwen van buiten de EU. Het is daarom niet mogelijk een volledig overzicht te geven van het aantal vrouwen dat specifiek uit EU-lidstaten naar Nederland is gekomen voor een abortus.
Verwacht u dat er méér vrouwen naar Nederland zullen komen voor het ondergaan van abortus? Hoe gaat u dit voorkomen?
Het kabinet informeert de Kamer dit voorjaar uitgebreider schriftelijk over het kabinetsstandpunt betreffende de mededeling van de Commissie. Dan zal het kabinet ook ingaan op de mogelijke gevolgen.
Deelt u de mening dat – ter voorkoming van leed en ter bescherming van het ongeboren leven – primair meer ingezet moet worden op preventie en daarmee terugdringing van het aantal ongewenste zwangerschappen en abortussen?
Voor het kabinet staan niet de aantallen, maar de zorgvuldigheid, kwaliteit en toegankelijkheid van abortuszorg centraal. Het is voor dit kabinet geen doel op zich om het aantal abortussen terug te dringen. Vrouwen in Nederland kunnen in vrijheid beslissen over hun zwangerschap en hebben toegang tot abortuszorg van hoge kwaliteit. Het kabinetsbeleid richt zich op het behouden van deze goede en toegankelijke abortuszorg en op het versterken van de regie van mensen op hun kinderwens. De activiteiten om de regie van mensen op hun kinderwens te versterken staan in de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap.11
De aanpak heeft een nationaal karakter en richt zich dus op vrouwen binnen Nederland.
Het bericht ‘Rechtspositie reservisten is juridisch mijnenveld voor werkgever en werknemer’ |
|
Fatimazhra Belhirch (D66), Stephan Neijenhuis (D66) |
|
Derk Boswijk (CDA), Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Rechtspositie reservisten is juridisch mijnenveld voor werkgever en werknemer»?1
Herkent u het beeld dat de huidige aanpak onvoldoende rechtszekerheid biedt voor zowel reservisten als werkgevers? En herkent u het beeld dat de inzet van reservisten bij Defensie in de praktijk neerkomt op een dubbele rechtspositie, terwijl verantwoordelijkheden en risico’s niet eenduidig zijn geregeld? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor de voorgenomen opschaling van het aantal reservisten?
Kunt u aangeven in welke sectoren de knelpunten rond loondoorbetaling, vervanging en rechtszekerheid het meest spelen? Ziet u verschillen tussen grote werkgevers en kleinere ondernemers?
Kunt u uiteenzetten hoe de verantwoordelijkheid momenteel is verdeeld wanneer een reservist tijdens een oefening gewond raakt, in het bijzonder wat betreft loondoorbetaling en re-integratie?
Deelt u de inschatting dat de huidige onzekerheid over aansprakelijkheid, loondoorbetaling en re-integratie bij letsel of arbeidsongeschiktheid tijdens reservistentaken een drempel kan vormen voor werkgevers om reservisten in dienst te nemen of te houden?
Kunt u toelichten hoe het maximale bedrag van € 55 per dag bij langdurige afwezigheid als tegemoetkoming tot stand is gekomen en in hoeverre dit bedrag in verhouding staat tot de werkelijke vervangings- en loonkosten van werkgevers?
Hoe wilt u voorkomen dat werkgevers op grote schaal hun risico beperken door aanvullingen op loondoorbetaling bij ziekte uit te sluiten bij letsel dat ontstaat door reservistentaken, zonder dat hier een andere regeling tegenover staat?
Hoe verhoudt de inzet als reservist zich tot de maximale arbeidstijd, wanneer reservistentaken plaatsvinden in weekenden of avonden, en welke verantwoordelijkheid heeft de werkgever om overtreding van arbeidstijden te voorkomen?
Acht u het wenselijk dat er geen ontslagbescherming bestaat voor reservisten die (tijdelijk) niet kunnen werken wegens reservistentaken en dat er geen garantie is op terugkeer in de oude functie?
Bent u het ermee eens dat vanwege de voorgenomen opschaling van het aantal reservisten het wenselijk is om werkgevers en reservisten meer zekerheid te bieden? Zo ja, welke concrete stappen gaat u op korte termijn zetten om dit te regelen?
Hoe kijkt u naar de optie om de bovengenoemde onduidelijkheden en onzekerheden door middel van een wetswijziging weg te nemen?
Gebruik van de C7NLD door het Russische Vrijwilligerskorps |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Is de Minister bekend met het item «Nederlandse wapens in handen van Russische extreemrechtse militie»?1
Heeft u nagetrokken of deze berichtgeving klopt? Zo ja, zijn Nederlandse wapens inderdaad in handen van deze extreemrechtse militie die los van het Oekraïense leger staat? Zo nee, waarom niet?
Acht u het wenselijk dat Nederlandse wapens in handen komen van niet-gouvernementele militaire organisaties met extreemrechts en zelfs openlijk Neonazistisch gedachtegoed?
Aangezien u als antwoord aan Leftlaser schrijft «Voor de rest is het aan Oekraïne hoe militair gezien het voormalige Nederlandse materieel wordt ingezet en bij welke eenheden», vallen hier wat u betreft ook militaire organisaties onder die los staan van het Oekraïense leger?
Staat het kabinet achter de politieke doelstellingen van het Russische vrijwilligers korps, zijnde het afzetten van de Russische president en het installeren van een militaire regering onder hun leiding?
Hoe wordt in algemene zin voorkomen dat de wapens die Nederland aan Oekraïne levert in verkeerde handen vallen?
Klopt het dat deze organisatie zich schuldig heeft gemaakt aan schendingen van het humanitair oorlogsrecht, waaronder het openlijk vernederen van krijgsgevangenen?
Indien het antwoord op vraag 5 nee is, deelt u dan de mening dat het onwenselijk is deze groep te bewapenen?
Bent u bereid de Oekraïense regering te verzoeken Nederlandse wapens niet langer aan eenheden te verschaffen die niet tot het Oekraïense leger behoren en te vragen deze wapens af te nemen van het Russische vrijwilligerskorps? Zo nee, waarom niet?
Het bericht dat Hamas ook bij Nederlandse hulporganisaties zoals Oxfam Novib een stevige vinger in de pap heeft. |
|
Gidi Markuszower (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met berichtgeving en internationale rapporten waaruit blijkt dat Hamas hulporganisaties in Gaza infiltreert, medewerkers plaatst binnen ngo’s en deze organisaties gebruikt als instrument voor haar eigen doeleinden?2
Ja.
Deelt u de mening dat het volstrekt absurd is wanneer een Nederlandse stichting met ANBI-status en subsidie, samenwerkt met organisaties die banden hebben met een terroristische organisatie?
Er is geen informatie voorhanden die de aantijgingen van NGO Monitor steunt.
Voor wat betreft deze casus; het kabinet heeft vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke contexten als Gaza waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties, op orde zijn. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Het kabinet is hierdoor van mening dat terroristische organisaties zoals Hamas, direct noch indirect, gefinancierd worden met Nederlands belastinggeld. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor3 en de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO Monitor.4
Realiseert de regering zich dat het direct of indirect financieren van een terroristische organisatie een misdrijf vormt en daarmee in strijd is met de wet?
Ja.
Kunt u garanderen dat tijdens uw ambtstermijn geen euro Nederlands belastinggeld, direct of indirect, terechtkomt bij organisaties die onder invloed staan van Hamas? Zo nee, waarom niet?
Nederland werkt samen met professionele en betrouwbare maatschappelijke organisaties, die beleid en gedegen procedures hebben om risico’s van malversaties te verkleinen, en die adequaat optreden in geval van zowel aantijgingen als bewezen malversaties. Dergelijke procedures bieden nooit volledige garanties, maar helpen risico’s te minimaliseren in de moeilijke noodhulpcontexten waarin veel van onze humanitaire partners werken.
Besluiten om bepaalde organisaties te financieren worden altijd zorgvuldig genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Organisaties met wie Nederland samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluatie en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Als uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andersoortige malversaties, dan treedt het ministerie daar tegen op.
Hoe controleert u concreet dat Nederlands belastinggeld niet terechtkomt bij organisaties die onder invloed staan van terroristische organisaties?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u bereid per direct een diepgaand onderzoek te starten naar Nederlandse organisaties, waaronder Oxfam Novib, om vast te stellen of en hoe zij, direct of indirect, bijdragen aan Hamas, en bij de geringste aanwijzing de ANBI-status onmiddellijk in te trekken, de subsidie te beëindigen en hier harde consequenties tegenover te plaatsen?
Nee. Zie de antwoorden op vragen 2, 4 en 5.
Hoe valt het te rijmen dat in het coalitieakkoord staat dat de samenwerking met UNRWA wordt hersteld, gezien de overduidelijke banden tussen UNRWA-medewerkers en Hamas en het feit dat Gaza feitelijk onder controle staat van deze terroristische organisatie?3
Diverse onafhankelijke onderzoeken, waaronder onderzoeken uitgevoerd door VN Office of Internal Oversight Services (OIOS) en het Colonna-rapport, stellen vast dat voor de aantijgingen van banden tussen UNRWA-medewerkers en Hamas geen verifieerbaar bewijs is geleverd. Daarnaast blijkt uit het Colonna-rapport dat UNRWA de benodigde mechanismen, procedures en beleid heeft om ervoor te zorgen dat de verplichting tot naleving van het neutraliteitsbeginsel wordt nageleefd. Tevens implementeert UNRWA de aanbevelingen komende uit het Colonna-rapport die de neutraliteit en integriteit verder versterken.
Bent u bekend met het recente besluit van de Duitse christendemocraten om onvoorwaardelijke steun aan UNRWA te beëindigen?4 Waarom kiest het kabinet daar niet voor?
Ja, ik ben bekend met dit besluit. Het kabinet ondersteunt het mandaat van UNRWA en hun cruciale werk om levensreddende humanitaire hulp te bieden in Gaza. Ook levert UNRWA essentiële basisdiensten, met name op gebied van gezondheidszorg en onderwijs, aan Palestijnse vluchtelingen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Libanon en Syrië. Met het leveren van basisdiensten aan Palestijnse vluchtelingen draagt UNRWA bij aan stabiliteit in de regio. Daar is iedereen bij gebaat.
Bent u bereid de Nederlandse steun aan UNRWA onmiddellijk op te schorten? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 8.
Een MIVD-rapport |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (VVD) |
|
|
|
|
Kan de Tweede Kamer, vertrouwelijk, het rapport inzien dat door de MIVD in juni 2022 is verstuurd naar de CIA over een Oekraïens plan om de Nord Stream-gaspijpleiding op te blazen? Zo nee, waarom niet?
Over de inlichtingen, bronnen, werkwijze en samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten van de MIVD worden in het openbaar geen uitspraken gedaan. In het algemeen geldt dat de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) vertrouwelijk worden geïnformeerd. De CTIVD heeft daarnaast toegang tot de systemen van de diensten en kan gevraagd en ongevraagd rapporteren over het werk van de diensten.
Welke Nederlandse instanties kunnen dit MIVD-rapport (wel) inzien? Kan de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en/of de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten dit rapport (vertrouwelijk) inzien?
Zie antwoord vraag 1.
Hoe kan de Tweede Kamer het kabinet controleren als het, ook op vertrouwelijke basis, rapporten van de inlichtingendiensten niet mag inzien en/of als het kabinet zelfs het (wel of niet) bestaan van rapporten van Nederlandse inlichtingendiensten weigert te erkennen?
De diensten kunnen hun wettelijke taak uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief uitoefenen. Uw Kamer wordt over de vertrouwelijke aspecten van de werkzaamheden van de diensten via de geëigende kanalen geïnformeerd.
Het bericht ‘Hamas heeft ook bij Nederlandse hulporganisaties zoals Oxfam Novib stevige vinger in de pap’ |
|
Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Hamas heeft ook bij Nederlandse hulporganisaties zoals Oxfam Novib stevige vinger in de pap»?1
Ja.
Klopt het dat Nederlands belastinggeld mogelijk bij Hamas terecht is gekomen zoals NGO Monitor, een Israëlische waakhond, stelt? Zo ja, hoe groot acht u de kans dat dit is gebeurd en hoe beoordeelt u dit feit? Zo nee, wat is er volgens uw informatie wel gebeurd?
Er is geen informatie voorhanden die de aantijgingen van NGO Monitor steunt.
Het kabinet heeft vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke contexten als Gaza waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties, op orde zijn. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor2, 3 en de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO Monitor.4, 5
Deelt u de mening dat het niet de bedoeling kan zijn dat terroristische organisaties zoals Hamas, al dan niet indirect, gefinancierd worden met Nederlands belastinggeld? Zo nee, waarom niet?
Ja.
In het coalitieakkoord «Aan de slag» is afgesproken dat er tevens wordt ingezet op samenwerking met andere hulporganisaties in de regio. Welke kansen ziet u om de hulpverlening te diversificeren en bent u bereid om hiermee aan de slag te gaan? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet blijft zich inzetten voor humanitaire hulp in de regio, en zet daarbij in op de ondersteuning van verschillende professionele hulporganisaties, waaronder de Verenigde Naties, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en de Dutch Relief Alliance. Nederland ondersteunt deze organisaties met ongeoormerkte, flexibel inzetbare bijdragen. Dit stelt de organisaties in staat snel, wendbaar en doelgericht hulp te bieden, óók in de Palestijnse gebieden. Daarnaast steunt Nederland ook crisis-specifieke fondsen, namelijk de Country-Based Pooled Funds (CBPF’s), waarmee de VN snel en gecoördineerd steun kan verlenen aan hulporganisaties die in een door crisis getroffen gebied actief zijn, waaronder ook in de Palestijnse gebieden. Via deze fondsen worden middelen gealloceerd aan partners die bekend zijn met de context, zoals (internationale) ngo's, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en de VN.
Kunt u een overzicht geven van de totale financiële middelen die in de afgelopen vijf jaar vanuit Nederland via de Dutch Relief Alliance (DRA) beschikbaar zijn gesteld voor hulpverlening in de Gazastrook?
Ja.
1. Gaza Humanitarian Joint response project 2021
25-06-2021 – 24-12-2021
EUR 2 mln.
2. Gaza Humanitarian Joint response project 2023–2024
14-10-2023 – 13-10-2024
EUR 7 mln.
3. Gaza Humanitarian Joint response project 2025
24-01-2025 – 23-10-2025
EUR 3 mln.
4. Gaza Humanitarian Joint response project 2025–2026
24-10-2025 – 23-07-2026
EUR 3 mln. (is nog lopend)
Project nummer 2 was een DRA response voor 2 miljoen euro waarop de DRA op 14 november 2023 een aanvullende bijdrage van 5 miljoen euro ontving van de Nederlandse overheid. Dit betreft een totaalbedrag van 7 miljoen euro en niet 10 miljoen euro zoals wordt vermeld in het rapport van «NGO Monitor».
Welke bedragen zijn er voor de komende jaren begroot of reeds gereserveerd voor de uitvoering van projecten door de DRA in de Gazastrook?
Zie antwoord op vraag 5. Behalve het deels nog uit te voeren project nummer 4, zijn er voor de komende jaren geen fondsen begroot of gereserveerd voor de uitvoering van projecten door DRA in de Gazastrook. Het subsidiebeleidskader Humanitaire Hulp 2022–2026 waarmee de DRA gefinancierd wordt loopt in 2026 af. Ik ben voornemens medio dit jaar een nieuw kader te publiceren voor de periode 2027–2031. Subsidies uit dit kader zullen onder andere ten goede komen aan de DRA. Op basis van de hoogste noden, bepaalt de DRA zelf waar deze ongeoormerkte, flexibele bijdragen worden ingezet.
Bent u bereid om, mede naar aanleiding van het rapport van NGO Monitor, zorg te dragen voor een striktere en onafhankelijke screening van de partners binnen de DRA om te voorkomen dat hulpfondsen bij aan Hamas gelieerde organisaties terechtkomen?
Nee. Zie antwoord op vraag 2
Wat is uw reactie op de bevinding dat de door Nederland gefinancierde niet-gouvernementele organisatie (ngo)'s significant meer berichten op sociale media plaatsen over Israël dan over alle andere wereldconflicten samen?
Het is aan de ngo’s om zelfstandig keuzes te maken over hun publieke communicatie, waaronder het al dan niet plaatsen van berichten op sociale media. Die ruimte is een fundamenteel onderdeel van hun onafhankelijkheid en valt onder de vrijheid van meningsuiting. Het ministerie kan alleen afspraken maken met ngo’s over de publieke communicatie rond door Nederland gefinancierde specifieke activiteiten.
De hongercrisis in Afghanistan |
|
Stephan van Baarle (DENK) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Wereldvoedselprogramma: hongercrisis in Afghanistan, mede door bezuinigingen voedselhulp»?1
Het kabinet heeft kennisgenomen van het bericht.
Wat is uw reactie op het feit dat volgens het Wereldvoedselprogramma in maart waarschijnlijk 17,4 miljoen mensen in Afghanistan in voedselonzekerheid zullen leven en 4,9 miljoen kinderen en moeders ondervoed zullen zijn?2
Het kabinet is bezorgd over de humanitaire situatie in Afghanistan, in het bijzonder over berichten dat Afghanistan afstevent op grootschalige voedseltekorten.
Klopt het dat het budget van het Wereldvoedselprogramma in Afghanistan in 2024 600 miljoen dollar bedroeg, dat dit in 2025 werd gehalveerd en dat dit jaar het budget ongeveer 200 miljoen zal zijn? Zo ja, deelt u de mening dat het onacceptabel is dat er zoveel minder budget gaat naar het helpen van mensen in een van de meest acute voedselcrises ter wereld?
Het klopt dat WFP te maken heeft met financieringstekorten door wereldwijde bezuinigingen op humanitaire hulp. Hierdoor worden het WFP en andere VN-organisaties gedwongen om moeilijke keuzes te maken. Ook budgetten die WFP beschikbaar heeft voor hulpverlening in specifieke crises worden noodgedwongen verlaagd, zoals in Afghanistan. De combinatie van verlaagd budget en stijgende noden maakt dat WFP in Afghanistan zich nu richt op de meest urgente noden, op de acuut ondervoede mensen, met speciale focus op kinderen.
Nederland heeft de bijdrage aan WFP stabiel gehouden en blijft ook de komende jaren een stabiele en ongeoormerkte donor voor humanitaire hulp en maakt zich zorgen over de wereldwijde daling van humanitaire financiering. Het kabinet roept andere landen op om meerjarige, ongeoormerkte financiering te geven aan VN-organisaties, zodat zij effectief en efficiënt hulp kunnen verlenen daar waar de noden het hoogst zijn.
Welke gerichte bijdrage doet Nederland om de mensen met honger in Afghanistan te helpen?
De humanitaire noden in Afghanistan blijven onverminderd hoog, en dat zal naar verwachting door de huidige conflicten in de regio niet snel veranderen. Daarom maakt Nederland humanitaire hulpverlening in Afghanistan mogelijk door flexibel inzetbare financiering via meerdere kanalen: VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging, en de Dutch Relief Alliance. De Nederlandse inzet op voorspelbare en flexibel inzetbare financiering stelt organisaties in staat om wendbaar te zijn en snel in te spelen op veranderende noden wereldwijd, en dus ook in Afghanistan. Daarnaast is Nederland een van de grootste donoren van het het centrale VN-noodhulpfonds (CERF), evenals van het humanitaire landenfonds van de VN voor Afghanistan. Deze fondsen maken, mede dankzij onze financiering, regelmatig geld vrij voor hulpverlening in Afghanistan, waarmee o.a. voedselhulp aan hulpbehoevende Afghanen kan worden geleverd, alsook hulp na natuurrampen.
Bent u bereid om een aanvullende bijdrage te doen voor voedselhulp in Afghanistan? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord op vraag 4. De Nederlandse humanitaire inzet blijft, conform de Kamerbrief over de financiële invulling van humanitaire hulp in 2026 van dd. 12 januari 2026 (Kamerstuk 36 180, nr. 189), gestoeld op meerjarige, flexibel inzetbare financiering aan onze humanitaire partners. Deze professionele partners, waaronder WFP, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en Dutch Relief Alliance bepalen op basis van noden en de bijdragen van andere organisaties waar en in welke mate zij hulp verstrekken Deze partners zijn betrokken bij de hulpverlening in Afghanistan en kunnen er voor kiezen hun activiteiten met Nederlandse financiering op te schalen. Regelmatig spreken we met onze partners over de ontwikkelingen in Afghanistan.
Bent u bereid om met urgentie in internationaal verband de noodzaak te bespreken voor acuut meer inzet en budget voor voedselhulp in Afghanistan? Zo nee, waarom niet?
Nederland pleit in internationaal verband frequent voor het belang van voldoende humanitaire financiering en aandacht voor onderbelichte crises. Deze inzet zal het kabinet voortzetten.
Het bericht dat ruim 600 Nederlanders in het Israëlische leger hebben gediend |
|
Ismail El Abassi (DENK), Stephan van Baarle (DENK) |
|
Ruben Brekelmans (VVD), Foort van Oosten (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ruim 600 Nederlanders dienden vorig jaar in Israëlische leger»?1
Ja.
Herinnert u zich uw antwoorden op schriftelijke vragen van het lid Van Baarle inzake Nederlanders die dienen in het Israëlische leger?2
Ja.
Wat is uw reactie op de onthulling dat volgens cijfers gepubliceerd door DeclassifiedUK zeker 645 mensen met de Nederlandse nationaliteit in het Israëlische leger gediend zouden hebben? Deelt u de mening dat dienen in het misdadige Israëlische leger onacceptabel en ongewenst is?
De Nederlandse overheid houdt niet bij of Nederlanders dienst hebben genomen bij de krijgsmacht van landen waarmee Nederland niet in gewapend conflict is. Nederland is niet in gewapend conflict met Israël en houdt deswege niet bij hoeveel Nederlanders in het Israëlische dienen of hebben gediend.
Bent u bereid om, vanwege de grove mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden die Israël pleegt, een onderzoek in te lassen naar de mogelijke betrokkenheid van Nederlanders bij misdaden gepleegd door het Israëlische leger? Zo nee, waarom niet?
Het is aan het Openbaar Ministerie om te beoordelen of sprake is van gedragingen die mogelijk individueel strafbaar handelen opleveren en of het opportuun is om tot vervolging over te gaan.
Waarom heeft u, aangezien de genoemde informatie via een openbaarheidsverzoek beschikbaar zou zijn gekomen, dit niet eerder achterhaald of aan de Kamer gemeld?
Zie het antwoord op vraag 3.
Heeft u navraag gedaan bij de Israëlische autoriteiten bij de beantwoording van de eerdere vragen van het lid Van Baarle inzake dit onderwerp? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat bleek hieruit?
Ja, er is navraag gedaan bij de Israëlische krijgsmacht of er informatie beschikbaar was over Nederlanders in het Israëlische leger. De Israëlische krijgsmacht heeft destijds aangegeven geen informatie te delen over IDF militairen met een Nederlandse en/of dubbele nationaliteit.
Bent u bereid om alsnog navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten over het aantal en de inzet van Nederlanders die dienen in het Israëlische leger? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 6.
Zijn er bij het Openbaar Ministerie indicaties bekend dat mogelijk sprake is van internationale misdrijven waarover Nederland rechtsmacht heeft inzake Nederlanders die dienen in het Israëlische leger en zijn hier reeds onderzoeken naar gedaan om te bezien of strafrechtelijke vervolging opportuun is?
Wanneer signalen, aangiften of andere informatie beschikbaar komen die duiden op mogelijke individuele betrokkenheid bij internationale misdrijven waarover Nederland rechtsmacht heeft, worden deze altijd zorgvuldig door het Openbaar Ministerie gewogen en wordt beoordeeld of het opportuun is om vervolging in te stellen. Tot op heden heeft dit nog niet geleid tot strafrechtelijke vervolging, omdat er geen aanwijzingen zijn van individuele strafrechtelijke betrokkenheid.
Deelt u de mening dat betrokkenheid van Nederlanders bij activiteiten van het Israëlische leger in illegaal bezet gebied onacceptabel is en in strijd met het internationaal recht? Zo ja, bent u bereid om hier gericht onderzoek naar te doen en navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten of hier sprake van is?
Betrokkenheid van individuele Nederlanders bij activiteiten van het Israëlische leger in onrechtmatig bezet gebied vindt niet plaats uit hoofde van de Nederlandse staat. Zie verder het antwoord op vraag 8.
Deelt u de mening dat betrokkenheid van Nederlanders bij gevechtshandelingen in Gaza het grote risico met zich meebrengt dat deze Nederlanders betrokken zouden kunnen zijn geweest bij oorlogsmisdaden dan wel hier getuige van zouden kunnen zijn geweest? Zo ja, bent u bereid om hier gericht onderzoek naar te doen en navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten of hier sprake van is?
Hier kan het kabinet geen uitspraken over doen. Het is aan het Openbaar Ministerie om te oordelen over mogelijk individueel strafrechtelijk handelen waarover Nederland rechtsmacht heeft. Zie het antwoord op vraag 8 en 9.
Had u op enig moment sinds 7 oktober 2023 kennis van Nederlanders die (mogelijk) dienen in het Israëlische leger en waarom is dat niet aan de Kamer gemeld? Wat is er met deze informatie gedaan?
Zie het antwoord op vraag 3 en 8.
Heeft u op enig moment sinds 7 oktober 2023 contact gehad met Israël inzake Nederlanders die mogelijk dienen in het Israëlische leger? Zo ja, waarom en wat was de strekking van dit contact?
Ja, zie het antwoord op vraag 6.
Is het nog steeds zo dat er geen Nederlandse militairen zijn die toestemming hebben gevraagd om in het Israëlische leger te dienen?
Ja.
Zijn u indicaties of voorbeelden bekend dat Israël of aan Israël gelieerde organisaties in Nederland werven voor het Israëlische leger dan wel bevorderen dat mensen actief worden voor het Israëlische leger? Zo ja, deelt u de mening dat dit volstrekt onwenselijk is en mogelijk zelfs strafbaar?
Nee.
Is het in alle gevallen zo (geweest) dat de Nederlandse overheid zelf niet bijhoudt of Nederlanders mogelijk dienen in het leger van een land waarmee Nederland geen gewapend conflict heeft? Klopt het dus dat Nederland op dit moment op geen enkele manier bijhoudt of Nederlanders mogelijk dienen in het leger van andere landen?
Zie het antwoord op vraag 3.
Klopt het dat Nederland ook niet bijhoudt of er sprake is van dienen in het leger van landen die in oorlog zijn en waarbij er een risico bestaat op schendingen van het internationaal recht?
Ja.
Bent u bereid om deze vragen elk afzonderlijk te beantwoorden?
Ja.