De positie van kinderen en familieleden van femicideslachtoffers |
|
Songül Mutluer (PvdA), Lisa Westerveld (GL) |
|
Bruijn , Arno Rutte (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «De wet schiet tekort voor de kinderen van femicideslachtoffers» in de Volkskrant?1
Wat vindt u van het onderzoek van de Femicide Monitor van de Universiteit Leiden waaruit blijkt dat 62 procent van de slachtoffers van femicide kinderen had en dat 76 procent van deze kinderen minderjarig was, waarvan velen getuige waren van het geweld?2
Kunt u nader toelichten welke wettelijke kaders er momenteel gelden voor kinderen en de zorg voor hen na femicide? Zo nee, waarom niet? Zo ja, in hoeverre worden deze kaders in de praktijk nageleefd?
Klopt het dat na femicide vaak direct een voogd, veelal een voogdijinstelling, wordt benoemd die volledige zeggenschap krijgt over besluiten met betrekking tot het verblijf, de schoolkeuze, de therapie en de omgang van de betrokken kinderen?
Bent u het ermee eens dat het zeer traumatiserend kan zijn voor kinderen, van wie de moeder om het leven is gekomen wegens femicide, om herhaaldelijk overgeplaatst te worden? Zo ja, welke concrete maatregelen neemt u om te voorkomen dat dit gebeurt?
Deelt u de zorg dat verplicht contact met (de familie van) de dader en het wegvallen van contact met de familie van de vermoorde moeder kan leiden tot traumaverdieping en onveiligheid voor deze kinderen? Zo nee, bent u bereid om daar onderzoek naar te doen?
Bent u ook bereid om toe te werken naar het ontwikkelen en inzetten van kennis om samen met het kind te ontdekken wat hier de beste oplossing is?
Klopt het dat de Nederlandse wet momenteel geen geschillenregeling kent voor conflicten over de uitoefening van de voogdij bij femicide, waardoor kinderen en nabestaanden beslissingen van de voogd niet aan de rechter kunnen voorleggen, zoals blijkt uit een recente uitspraak van de Hoge Raad?3 Hoe beoordeelt u deze lacune in de wet?
Welke mogelijkheden ziet u om de regels dan wel de wet te wijzigen zodat kinderen en nabestaanden van femicideslachtoffers toegang krijgen tot de rechter bij geschillen over voogdij en expliciet kunnen verzoeken om (op termijn) met de voogdij te worden belast? Hoe zou hierbij de de stem en inspraak van kinderen geborgd kunnen worden?
Welke mogelijkheden zijn er om te borgen dat in gevallen waarin kinderen getuige zijn geweest van huiselijk geweld en in het bijzonder van partnerdoding of een poging daartoe, het Openbaar Ministerie ook vervolgt wegens kindermishandeling?
Hoe beoordeelt u de wens uit de praktijk om te komen tot een protocol waarin wordt vastgelegd waar kinderen van femicideslachtoffers verblijven en waarin tevens een verplichting wordt opgenomen voor de Raad voor de Kinderbescherming om, indien dit in het belang van het kind is, het contact met de familie van de vermoorde moeder in stand te houden en zich daar actief voor in te zetten?
In hoeverre acht u het van belang dat rechters die oordelen over zaken waarin sprake is van (ernstig) huiselijk geweld, dwingende controle, intieme terreur of femicide, beschikken over aantoonbare en specialistische kennis op dit terrein? Hoe verhoudt dit belang zich tot de constatering in het recente rapport van de Group of Experts on Action against Violence against Women and Domestic Violence, dat voor rechters en officieren van justitie geen verplichte scholing bestaat op dit onderwerp?4 Op welke wijze sluit het voornemen van de Raad voor de rechtspraak, zoals opgenomen in het jaarplan 2026, om te investeren in kennis over femicide en intieme terreur hierbij aan?5
Bent u voornemens deze bijscholing verplicht te stellen en, zo ja, op welke termijn? En zo nee: hoe voorkomt u dat scholing vrijblijvend blijft en vooral wordt gevolgd door rechters die hier al affiniteit mee hebben?
Het buiten beeld blijven van bijtincidenten door politiehonden bij het Landelijk Meldpunt tegen hondenbeten. |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Rummenie |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de videobeelden van een politiehond die tijdens de inzet bij een voetbalwedstrijd een politieagent heeft gebeten? Wat is uw reactie op deze beelden?1
Kunt u bevestigen dat het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) als doel heeft gesteld om het aantal hondenbeten te verminderen, omdat deze «heftig» zijn en «grote gevolgen hebben voor zowel het slachtoffer als betrokkenen»?2
Bent u ervan op de hoogte dat hondenbeten door politiehonden tot dusverre niet worden geregistreerd, ondanks de grote gevolgen voor betrokkenen?3
Kunt u bevestigen dat het Ministerie van LVVN graag inzicht wil krijgen in de omvang van het probleem van hondenbeten en daarom vorige week een landelijk meldpunt heeft gelanceerd?
Kunt u aangeven of het aantal hondenbeten door politiehonden expliciet wordt meegenomen in dit landelijke meldpunt tegen hondenbeten? Indien dit niet het geval is, bent u dan bereid om de politie op te roepen om deze gegevens alsnog bij te houden en te delen? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat politiehonden tijdens hun inzet geregeld worden geconfronteerd met stressvolle en gevaarlijke situaties, waarbij het niet te voorkomen is dat geweld tegen de honden wordt gebruikt, ze gewond raken, pijn lijden of zelfs komen te overlijden?
Kunt u bevestigen dat het voorzien van een comfortabele en veilige omgeving voor dieren, het zorgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn een belangrijk onderdeel is van de Wet dieren?
Bent u bereid om in samenwerking met de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de politie te onderzoeken of een concreet afbouwpad kan worden opgesteld voor de inzet van politiehonden, met als doel om de inzet van politiehonden in stressvolle en gevaarlijke situaties zo snel mogelijk te beëindigen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Een politieagent die werd aangevallen door een politiehond. |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de videobeelden van een politiehond die tijdens de inzet bij een voetbalwedstrijd een politieagent heeft gebeten?1 Wat is uw reactie op deze beelden?
Kunt u bevestigen dat het vanuit de Arbeidsomstandighedenwet belangrijk is om werknemers en derden te beschermen tegen gevaren?
Deelt u de mening dat het inzetten van politiehonden een zeer zwaar geweldsmiddel is, zoals ook aangegeven door de politie, en tevens een onvoorspelbaar geweldsmiddel is, gezien de incidenten?2 Zo nee, waarom niet?
Kunt u bevestigen dat de Arbeidsomstandighedenwet voorschrijft dat de werkgever de arbeid zodanig moet organiseren dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemer, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd (artikel 3, lid 1a)?
Kunt u bevestigen dat de gevaren en risico’s zoveel mogelijk moeten worden voorkomen of beperkt, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd (artikel 3, lid 1b)?
Kunt u aangeven of en hoe de politie (periodiek) evalueert of en in welke mate de inzet van politiehonden gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening noodzakelijk is, ondanks de nadelige invloed op de veiligheid van de werknemers?
Bent u ermee bekend dat op eerdere Kamervragen over een politiehond die werd neergeschoten nadat die zich tegen het eigen arrestatieteam keerde, de Minister van Justitie en Veiligheid aangaf dat de politie niet registreert hoeveel politiemedewerkers gewond raken bij de inzet van politiehonden?3
Hoe verhoudt dit zich tot artikel 9, lid 1 en 2, van de Arbeidsomstandighedenwet, die voorschrijft dat een werkgever een lijst moet bijhouden van arbeidsongevallen die leiden tot de dood, blijvend letsel, een ziekenhuisopname of verzuim van meer dan drie werkdagen?
Kunt u bevestigen dat werkgevers onder de Arbeidsomstandighedenwet verplicht zijn om risico’s vooraf goed in kaart te brengen en een plan op te stellen om ongelukken en schade waar mogelijk te voorkomen?4
Kunt u aangeven of er een plan is opgesteld om politieagenten die in aanraking komen met politiehonden te beschermen tegen mogelijke schade en in welke mate deze voldoet aan de voorwaarden uit de Arbeidsomstandighedenwet?
Kunt u aangeven of de politie een Risico Inventarisatie en Evaluatie heeft opgesteld waarin expliciet is opgenomen hoe alle agenten die in aanraking komen met politiehonden worden beschermd tegen bijtincidenten? Kunt u aangeven in welke mate deze voldoet aan de voorwaarden uit Arbeidsomstandighedenwet?
Bent u bereid om met de Minister van J&V en de politie in overleg te treden om te kijken hoe politieagenten en derden beter kunnen worden beschermd tegen (ernstige) verwondingen door beten van politiehonden? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om in samenwerking met de Minister van Justitie en Veiligheid, de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de politie te onderzoeken of een concreet afbouwpad kan worden opgesteld voor de inzet van politiehonden, met als doel om de inzet van politiehonden in stressvolle en gevaarlijke situaties zo snel mogelijk te beëindigen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Ernstige verwondingen, ontbrekende registratie en risico’s bij de inzet van politiehonden. |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de videobeelden van een politiehond die tijdens de inzet bij een voetbalwedstrijd een politieagent heeft gebeten?1 Wat is uw reactie op deze beelden?
Heeft u er kennis van genomen dat een student van de Radboud Universiteit, nadat deze door een politiehond werd gebeten, twee weken in het ziekenhuis heeft gelegen, vijf keer is geopereerd, vijf maanden heeft moeten herstellen, en levenslang is misvormd?2 Wat vindt u hiervan?
Kunt u bevestigen dat het vooraf nooit met zekerheid is in te schatten hoe een hond in een hoogstressvolle situatie reageert, wie wordt gebeten, en welke verwondingen daarbij worden toegebracht?
Kunt u bevestigen dat in de afgelopen jaren herhaaldelijk is gebleken dat politiehonden in stressvolle situaties onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat leidt tot onbedoelde bijtincidenten en (ernstige) verwondingen?
Deelt u de mening dat het inzetten van politiehonden daarmee kan worden aangemerkt als een zeer zwaar en onvoorspelbaar geweldsmiddel? Zo nee, waarom niet?
Acht u het verantwoord om een geweldsmiddel in te zetten waarbij er een hoge onzekerheid is hoeveel schade er wordt aangericht en aan wie? Zo ja, waarom?
Herinnert u zich dat u in eerdere in antwoorden op Kamervragen hebt aangegeven dat de politie niet registreert hoeveel politiemedewerkers, arrestanten of omstanders gewond raken bij de inzet van politiehonden?3
Kunt u bevestigen dat werkgevers op basis van artikel 9, lid 1 en 2, van de Arbeidsomstandighedenwet een lijst moeten bijhouden van arbeidsongevallen die leiden tot de dood, blijvend letsel, ziekenhuisopname of verzuim van meer van drie werkdagen? Kunt u bevestigen dat deze verplichting ook voor de politie geldt?
Kunt u de Tweede Kamer een overzicht verschaffen van de bijtincidenten met politiehonden in de afgelopen vijf jaar die hebben geleid tot de dood, blijvend letsel, een ziekenhuisopname of verzuim van meer dan drie werkdagen? Zo nee, waarom niet?
Bent u ermee bekend dat de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur onlangs een landelijk meldpunt tegen hondenbeten heeft gelanceerd, met als doel inzicht te krijgen in hoeveel en wat voor bijtincidenten per jaar plaatsvinden?
Deelt u de mening dat inzicht in het totale aantal bijtincidenten door politiehonden relevant is om een volledig beeld te krijgen van hondenbeten en om de proportionaliteit van de inzet van politiehonden te kunnen beoordelen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om de politie te verzoeken om deze gegevens voortaan structureel te registreren? Bent u bereid om deze gegevens periodiek met de Kamer te delen? Zo nee, waarom niet?
Bent u zich ervan bewust dat de inzet van politiehonden daarnaast ook nog eens grote welzijnsrisico’s voor de honden zelf met zich meebrengt, zoals extreme stress en verwondingen die zelfs kunnen leiden tot de dood?4
Bent u bereid om in samenwerking met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de politie te onderzoeken of een concreet afbouwpad kan worden opgesteld voor de inzet van politiehonden, met als doel om de inzet van politiehonden in stressvolle en gevaarlijke situaties zo snel mogelijk te beëindigen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Het Dienstencentrum van de politie |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het Dienstencentrum van de politie en de rol die dit centrum vervult bij facilitaire dienstverlening, waaronder catering en inkoop?
Kunt u een volledig en actueel overzicht geven van alle leveranciers waarmee het Dienstencentrum van de politie momenteel samenwerkt?
Kunt u per leverancier aangeven:
Kunt u een overzicht verstrekken van alle lopende contracten die door of via het Dienstencentrum van de politie zijn afgesloten, inclusief einddata en eventuele verlengingsopties?
Welke aanbestedingen zijn op dit moment lopende of recent afgerond door het Dienstencentrum van de politie, en welke financiële omvang vertegenwoordigen deze aanbestedingen?
Op basis van welke criteria (prijs, kwaliteit, duurzaamheid, sociale voorwaarden) worden deze aanbestedingen beoordeeld?
Klopt het dat politieagenten op politielocaties momenteel circa € 3,00 betalen voor een flesje spa/blauw en circa € 15,00 voor een lunchpakket? Zo ja, kunt u toelichten hoe deze prijzen tot stand zijn gekomen en welke contractuele afspraken hieraan ten grondslag liggen? Zo nee, hoe ziet dit er dan uit?
Welke overwegingen hebben geleid tot het afsluiten van contracten met cateraars waarbij dergelijke prijzen worden gehanteerd voor basale consumpties?
Acht u deze prijsstelling passend voor medewerkers van de politie, gezien hun publieke taak en onregelmatige diensten?
In hoeverre is bij het afsluiten van deze contracten rekening gehouden met het principe van goed werkgeverschap en zorgzaamheid richting politiepersoneel?
Zijn er binnen de huidige contracten mogelijkheden om andere prijsafspraken te maken, bijvoorbeeld door:
Ziet u mogelijkheden om efficiency-slagen te maken binnen de facilitaire dienstverlening van de politie, specifiek op het gebied van catering en inkoop? Zo nee, waarom niet?
Heeft het Dienstencentrum van de politie inzichtelijk gemaakt wat de totale jaarlijkse kosten zijn van cateringvoorzieningen voor de politieorganisatie?
Hoe verhouden deze kosten zich tot vergelijkbare overheidsorganisaties of andere grote werkgevers binnen de (semi)publieke sector?
Bent u bereid te onderzoeken of de huidige contracten leiden tot onnodig hoge kosten voor politiepersoneel en of heronderhandeling of aanpassing wenselijk is? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat het rekenen van hoge prijzen voor basisvoorzieningen, zoals eten en drinken tijdens diensttijd, moeilijk te rijmen is met goed werkgeverschap?
Hoe kijkt u, in het kader van zorgzaamheid vanuit de werkgever, aan tegen de huidige situatie en welke verantwoordelijkheid ziet u hierin voor uzelf als Minister?
Bent u bereid de Kamer te informeren over eventuele maatregelen die u wilt nemen om de betaalbaarheid en toegankelijkheid van facilitaire voorzieningen voor politieagenten te verbeteren?
Kunt u toezeggen dat bij toekomstige aanbestedingen explicieter wordt gestuurd op betaalbaarheid voor medewerkers en op doelmatige besteding van publieke middelen?
Heeft u voorafgaand aan de wedstrijd Marokko-Senegal overleg gevoerd met burgemeesters en/of de lokale driehoeken over de reële kans op ongeregeldheden en geweldplegingen? Zo ja, welke concrete risico’s zijn daarbij benoemd en welke maatregelen zijn afgesproken om de openbare orde te waarborgen?1
Is er op landelijk niveau een risicobeeld opgesteld voor deze wedstrijd, mede op basis van eerdere ervaringen met rellen na wedstrijden van Marokko? Kunt u uiteenzetten welke dreigingen daarin zijn meegenomen?
Wordt er actief gemonitord op sociale media en berichtenapps op oproepen tot rellen, geweld of verstoring van de openbare orde in relatie tot deze wedstrijd? Zo ja, hoe worden deze signalen in de praktijk benut?
Is de beschikbare politiecapaciteit rondom de wedstrijd Marokko-Senegal voldoende om bij eventuele grootschalige ongeregeldheden snel en hard op te treden? Hoeveel extra agenten zijn landelijk extra stand-by gezet voor deze avond?
Is er voldoende arrestanten- en celcapaciteit beschikbaar om bij escalatie massaal te kunnen aanhouden en vasthouden? Zo nee, waarom niet?
Kunt u aangeven wat het Openbaar Ministerie (OM), als er sprake is van grootschalige escalatie, doet met vervolgingen? Kunt u garanderen dat dit adequaat en naar behoren wordt opgepakt? Kunt u hier dan ook een terugkoppeling van geven?
Welke specifieke preventieve en repressieve maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat het voor of na de wedstrijd opnieuw uit de hand loopt, zoals bij eerdere gelegenheden? Betreft dit onder meer gebiedsverboden, noodbevelen, inzet van Mobile Eenheid, cameratoezicht, fouilleeracties en het afsluiten van stadscentra?
Kunt u in het geval van ongeregeldheden de Kamer volledig te informeren over het aantal incidenten, aanhoudingen, geweldsdelicten en de schade aan openbare eigendommen?
Kunt u deze vragen voorafgaand aan de wedstrijd Marokko-Senegal beantwoorden, zodat duidelijk is of Nederland daadwerkelijk voorbereid is op mogelijke ordeverstoringen?
Groene boa’s |
|
Marjolein Faber (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte dat er diverse groene buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) geen verlenging krijgen voor het gebruik van het dienstpistool omdat dienst Justis stelt dat er een aparte aanwijzing nodig zou zijn door de provincie?
Ja.
Bent u het ermee eens dat het onverantwoordelijk is om een groene boa op pad te sturen zonder dienstwapen, ook gezien het oordeel van de rechter dat het aannemelijk is dat op het moment dat je belast bent met handhaving van onder andere wildstroperij het aannemelijk is dat je met vuurwapens geconfronteerd kunt worden?1
Werkgevers van boa’s kunnen op basis van de bevoegdheid en taak van hun boa, zoals vastgelegd in de akte, een verzoek doen tot toekenning van geweldsmiddelen, mits dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak. Boa’s uit Domein II, waaronder de groene boa’s, kunnen ook de beschikking krijgen over een vuurwapen. Om aanspraak te maken op een vuurwapen dient te worden vastgesteld dat de boa bij de uitoefening van zijn functie in de (onvoorziene) omstandigheid komt te verkeren dat hij of anderen met onmiddellijk vuurwapengebruik of onmiddellijke dreiging met een vuurwapen wordt geconfronteerd. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij de handhaving van gewapende stroperij op basis van de Omgevingswet. In dat geval dient de boa door gedeputeerde staten van de betreffende provincie, als bestuursorgaan belast met de handhaving van stroperij, te zijn aangewezen. De provincies zijn dus aan zet om de boa’s aan te wijzen. Ik heb, vanwege het belang dat uw Kamer en ik hieraan hechten, zoals ook blijkt uit de motie van de leden Michon-Derkzen en Boswijk2, de provincies hier expliciet op gewezen en zij zijn hier actief mee aan de slag gegaan. Zo zijn provinciebestuurders hierover de afgelopen maanden in de twee relevante commissies van het Interprovinciaal Overleg (IPO) geïnformeerd. Het IPO heeft mijn ministerie laten weten dat provinciebestuurders zich bewust zijn van de noodzaak voor een aanwijzing en de snelheid die in dat kader gewenst is.
Indien de boa niet is aangewezen en daardoor niet bevoegd is om te handhaven op bijvoorbeeld gewapende wildstroperij, dan kunnen deze feiten niet tot de taak van de boa behoren en kan de boa niet op basis van deze feiten aanspraak maken op een vuurwapen. De boa is in dat geval niet bevoegd en dient zich terug te trekken uit de situatie en de politie in te schakelen.
Kunt u uitleg geven waarom groene boa's niet meer bevoegd zijn voor de handhaving van natuurwetgeving, conform de Omgevingswet, nu de uitvoeringsinstantie van het ministerie, de dienst Justis, stelt dat een aparte aanwijzing noodzakelijk is?
De handhaving van gewapende stroperij, zoals bedoeld in de Omgevingswet, is belegd bij de gedeputeerde staten van de Provincies. Enkel de boa’s die voor het handhaven op gewapende stroperij zijn aangewezen door gedeputeerde staten zijn bevoegd hierop te handhaven en hebben dit daarmee als taak. De provincies zijn dus aan zet om de boa’s aan te wijzen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, heb ik de provincies hier expliciet op gewezen en zijn zij hier actief mee aan de slag gegaan.
Waarom laat u deze bevoegdheid bij de provincies, zoals geschetst in de Kamerbrief, en neemt hij niet zelf, mogelijk in samenspraak met de Minister van Natuur en Stikstof, een aanwijzing Rijksbesluit conform artikel 18.6 Omgevingswet, waardoor alle groene Boa's bevoegd zijn?
Op basis van de Omgevingswet kan enkel gedeputeerde staten deze aanwijzing geven. De provincies zijn de regisseurs van het groene domein. Zij bepalen vanuit die verantwoordelijkheid hoe en door wie er handhavend dient te worden. Indien zij het noodzakelijk achten dat er handhavend wordt opgetreden tegen gewapende stroperij kunnen zij een boa een aanwijzing geven. Zoals hierboven ook aangegeven heb ik de provincies hier expliciet op gewezen, zijn provinciebestuurders hierover de afgelopen maanden in de twee relevante commissies van het IPO geïnformeerd en heeft het IPO mijn ministerie laten weten dat provinciebestuurders zich bewust zijn van de noodzaak voor een aanwijzing en de snelheid die in dat kader gewenst is.
Hoelang duurt het voor dat u maatregelen gaat nemen voor dit urgente probleem, nu er diverse beroepszaken lopen waarbij groene boa's geen dienstpistool krijgen toegekend en anderen onbevoegd zouden zijn?
In aanvulling op mijn antwoord op vraag 2, werk ik momenteel aan het aanpassen van de Beleidsregels boa om ervoor te zorgen dat de criteria voor de toekenning van geweldsmiddelen worden verduidelijkt en er minder discussie ontstaat. De nieuwe criteria zien op de in de akte vastgelegde rol en taak op basis van de bevoegdheden van de boa in plaats van op vastgelegde incidenten en eventuele situaties waarbij bewapening wenselijk was (de zogenaamde kan-bepaling). Niet het aantal processen-verbaal, maar de rol en taak van de boa zullen leidend zijn in de afweging voor toekenning van geweldsmiddelen. Ik ben voornemens de aangepaste beleidsregels begin 2026 te publiceren en in te laten gaan.
De aanhouding van de moeder van Jalal Oba |
|
Ismail El Abassi (DENK) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten dat de moeder van Jalal Oba, een oudere vrouw, door de politie is aangehouden onder omstandigheden die volgens haar familie onnodig hard en disproportioneel waren?1
Ja.
Klopt het dat de moeder van Jalal Oba door de politie is aangehouden? Zo ja, kunt u bevestigen wanneer, waar, en onder welke omstandigheden deze aanhouding heeft plaatsgevonden?
Klopt het dat deze aanhouding heeft plaatsgevonden zonder duidelijke aanleiding en dat er sprake lijkt te zijn geweest van een buitenproportionele inzet van politiecapaciteit? Zo ja, hoe verklaart u dit?
Wat was de concrete aanleiding tot de aanhouding? Kunt u aangeven of er sprake was van een verdenking? Zo ja, op grond van welk wetsartikel?
Kunt u uitsluiten dat bij deze aanhouding sprake was van etnisch profileren, bewuste targeting of een vooringenomen houding tegenover mensen met een migratieachtergrond?
Ik kan niet ingaan op deze individuele casus. Ik heb vertrouwen in de manier waarop politiemedewerkers hun taken uitvoeren. Zij doen hun werk op zorgvuldige en professionele wijze zonder daarbij onderscheid te maken tussen iemands afkomst, geloof of levensovertuiging. De Grondwet geldt hierbij als uitgangspunt en vormt het fundament voor de beroepsidentiteit van alle medewerkers. Ik zie geen reden om hieraan te twijfelen.
Klopt het dat de aanhouding op indringende wijze heeft plaatsgevonden? Zo ja, kunt u toelichten waarom dat noodzakelijk werd geacht?
Op basis van welke informatie of verdenking meende de politie te moeten overgaan tot arrestatie van een oudere vrouw? Kunt u de exacte juridische grondslag van het optreden toelichten?
Klopt het dat de moeder van Jalal Oba bij de aanhouding in een situatie terechtkwam die mogelijk een gevaar opleverde voor haar gezondheid en veiligheid? Zo ja, hoe heeft dit kunnen gebeuren en hoe wordt dit onderzocht?
Is de politie bij deze aanhouding afgeweken van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals voorgeschreven in de Ambtsinstructie? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?
Ik kan niet ingaan op deze individuele casus. De politie is bevoegd om geweld te gebruiken als dat nodig is om haar doel te bereiken. Geweld is het ultimum remedium en wordt, indien mogelijk, pas aangewend als de-escalatie en waarschuwen niet afdoende zijn voor het bereiken van het beoogde doel. Daarbij is de politie gehouden aan de geweldsinstructie, vastgelegd in de Politiewet en de Ambtsinstructie, waarin ook de verplichting is opgenomen om iedere geweldsaanwending ter toetsing te melden. Bij elk optreden is het uitgangspunt dat de politie probeert een situatie zonder gebruik van geweld tot een goed einde te brengen (de-escalatie). De politie past alleen geweld toe in situaties waarin zij daartoe genoodzaakt is, als laatste redmiddel. Er gelden strenge regels voor het gebruik van geweld. Zo mag de politie bij het aanwenden van geweld niet verder gaan dan noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taken.
De wet- en regelgeving voorziet in verschillende procedures voor een onafhankelijk en onpartijdige beoordeling van een concrete geweldsaanwending door de politie. In de afgelopen maanden zijn deze procedures meermaals onder de parlementaire aandacht gebracht, met name in een aantal sets Kamervragen. Voor een uitgebreider overzicht van de in Nederland geldende procedures na politiegeweld, de specifieke kenmerken ervan en de kwaliteitswaarborgen die daarvoor gelden, verwijs ik u naar de beantwoording van betreffende Kamervragen.2
Is de moeder van Jalal Oba na de aanhouding gehoord en/of heengezonden zonder verdere maatregelen? Kunt u toelichten wat de uitkomst van de procedure was?
Zijn er klachten ingediend over de wijze van optreden van de politie in deze zaak? Zo ja, hoe worden deze momenteel onderzocht?
Bent u bereid een onafhankelijk extern onderzoek te laten verrichten naar de rechtmatigheid én de proportionaliteit van het politieoptreden in deze zaak? Zo nee, waarom weigert u onafhankelijk toezicht?
Wat doet u om te voorkomen dat mensen, en zeker ouderen, opnieuw slachtoffer worden van mogelijk onrechtmatig politiegeweld of discriminerend politieoptreden?
De regels waaraan de politie zich op grond van de Nederlandse wet- en regelgeving moet houden, in het bijzonder met betrekking tot de geweldsbevoegdheid, bieden reeds diverse waarborgen om onrechtmatig of onwenselijk handelen door de politie zoveel mogelijk te voorkomen.
Zo geldt op grond van de geweldsinstructie dat de politie gehouden is om bij iedere aanwending van geweld de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit, redelijkheid en gematigdheid in acht te nemen alsmede de inzetcriteria die de Ambtsinstructie verbindt aan de geweldmiddelen waarmee de politie is uitgerust. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de rechtsregels, maar ook de omstandigheden van het geval. In de afweging of het toe te passen geweld zal voldoen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit houdt een politieambtenaar met alle feiten en omstandigheden rekening. Daaronder hoort ook de mate van kwetsbaarheid van een persoon. Daarmee wordt zoveel mogelijk rekening gehouden, passend binnen de eis dat geweld redelijk en gematigd is.
Tot slot geldt in het algemeen dat er in de politieorganisatie en bij politieambtenaren continu aandacht is voor het leren van het gebruik van geweld. Dit hoort bij het verantwoord omgaan met de bij wet toegekende geweldsbevoegdheid. De uitwerking hiervan is onder meer vastgelegd in de Stelselherziening Geweldsaanwending Opsporingsambtenaar.
Het bericht 'Politie tussen watermeloenen en Islamic Relief op halal-huishoudbeurs: ’Het is imagobuilding’' |
|
Annabel Nanninga (JA21) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Politie tussen watermeloenen en Islamic Relief op halal-huishoudbeurs: «Het is imagobuilding»»?1
Ja.
Heeft u kennisgenomen van de banner waarop de politie in uniforme dienstkleding wordt aangekondigd als «PARTNERSHIP ANNOUNCEMENT», geplaatst in een ontwerp dat duidelijk is vormgegeven in de kleuren en iconografie van de watermeloen, internationaal gebruikt als pro-Gaza-symbool?
Ik heb kennisgenomen van de online gedeelde uitingen waarin de politie in verband wordt gebracht met het Halal Village Festival en zodanig als partner wordt aangekondigd, waaronder uitingen met de door u geduide symboliek. De politie heeft mij laten weten dat het gestelde partnership vooraf niet bekend was en tevens onwenselijk is. De politie heeft hier lessen uit getrokken en zal in de toekomst scherper zijn op het gebruik van beeldmateriaal van de politie door derden. Zo is de uiting met watermeloensymboliek zonder toestemming van de politie geplaatst en daarom op verzoek door de organisatie verwijderd.
Klopt het dat de politie een grote, officieel ingerichte wervingsstand had op het Halal Village Festival, inclusief politiebanner met agenten, geplaatst te midden van uitgesproken activistische symboliek zoals watermeloenen (veelal gebruikt als signaal van anti-Israëlisch protest), en direct naast de omstreden organisatie Islamic Relief?
De plaatsing van de politiestand naast de stand van Islamic Relief is dit jaar toeval geweest. Hiervan was de politie niet op de hoogte gesteld en ook had zij hier zelf geen hand in.
In uitingen op sociale media is de neutraliteit van de politie door de organisatie van het Halal village festival in diskrediet gebracht door een politiefoto te omlijsten met de kleuren van de Palestijnse vlag en watermeloenen. Voor het gebruik van politie-uitingen zoals het gebruik van het logo of het beeldmerk van de politie gelden regels. Voor de aankondiging met de betreffende foto was door de politie geen toestemming gegeven en deze werd op verzoek van de politie direct verwijderd.
De politie evalueert haar deelname aan dit evenement en weegt hierbij de neutraliteit van de politie zwaar mee. Ook wordt er door de politie gewerkt aan richtlijnen die als kader dienen voor organiserende eenheden en teams om de afspraken met externe organisaties aan de voorkant te versterken.
Is deze vormgeving vooraf afgestemd, goedgekeurd of besproken met de politieleiding? Zo ja, welke overwegingen zijn gemaakt om dit beeldmateriaal te accorderen?
Zie antwoord vraag 3.
Erkent u dat deze afbeelding waarin de politie wordt gepresenteerd als activist voor de anti-Israëlbeweging de de neutraliteit en geloofwaardigheid van de politie schaadt? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Aangezien de politie stelt dat de afbeelding waarmee het evenement de politie als «partner» aankondigde, zonder toestemming van de politie is bewerkt; kunt u toelichten op welk moment dit de politie bekend werd, en welke acties zijn ondernomen richting de organisatoren van het Halal Village Festival?
Zie antwoord vraag 3.
Klopt het dat Islamic Relief Nederland een prominente partner was van het Halal Village Festival, en dat deze organisatie in Duitsland is aangemerkt als verlengstuk van de Moslimbroederschap, en in de Verenigde Arabische Emiraten zelfs op de terreurlijst staat?
Islamic Relief Nederland staat vermeld als partner op de pagina van het Halal Village Festival. Dit is echter niet dezelfde organisatie als Islamic Relief Worldwide.
De Islamic relief die op de beurs stond heeft in Nederland een ANBI status, wat betekent dat zij erkend wordt door de Belastingdienst en dus transparant en controleerbaar is. Voor wat betreft Islamic Relief Worldwide en Islamic Relief Deutschland heeft de Duitse Bondsregering in een officiële beantwoording aan de Bondsdag vermeld dat deze organisaties volgens haar kennis beschikken over «significante persoonlijke relaties» met de Moslimbroederschap of daarmee verbonden organisaties. De Verenigde Arabische Emiraten heeft in 2014 bericht dat Islamic Relief op een door de VAE gepubliceerde terrorisme sanctielijst is geplaatst, hetgeen door de organisatie werd betwist.
Herinnert u zich dat toenmalig Minister Kaag in 2021, na overleg met de veiligheidsdiensten, de subsidierelatie met Islamic Relief heeft beëindigd vanwege zorgen over banden met extremistische netwerken? Acht u het dan gepast dat de politie zich op een evenement presenteert pal naast deze organisatie?
In 2021 is door toenmalige Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking besloten geen subsidie te verlenen aan Islamic Relief. Daarbij is informatie ingewonnen bij onder meer andere donoren van Islamic Relief Worldwide.
Deelt u de zorg dat de politie met haar aanwezigheid op deze beurs de indruk wekt indirect legitimiteit te verlenen aan Islamic Relief, een organisatie waar het kabinet eerder bewust afstand van nam? Zo nee, waarom niet?
Het aangaan en onderhouden van relaties en samenwerken met burgers, sleutelfiguren en maatschappelijke partners uit alle groepen in de samenleving is essentieel voor goed politiewerk. De werving op deze, en andere beurzen, draagt bij aan de versterking van de verbinding met de samenleving. Het is belangrijk dat dit gebeurt op een manier die geen afbreuk doet aan de neutrale en seculiere houding van de politie.
Vindt u het wenselijk dat politiemedewerkers, zichtbaar in uniform en met het politielogo, deelnemen aan een beurs waar een organisatie staat die door diverse landen en veiligheidsinstanties in verband is gebracht met de Moslimbroederschap? Past dat volgens u binnen het integriteits- en neutraliteitskader van de politie?
Zie antwoord vraag 9.
Hoe beoordeelt u al het bovenstaande in het licht van de aangenomen motie Michon-Derkzen c.s. waarin de regering wordt verzocht ervoor te zorgen dat de gedragscode lifestyle-neutraliteit (Kamerstuk 29 628, nr. 1284) in alle facetten wordt nageleefd?
De motie Michon-Derkzen c.s. vraagt de regering erop toe te zien dat de gedragscode lifestyle-neutraliteit wordt nageleefd. Daaronder valt ook dat de politie alert is op contexten en communicatievormen die de schijn van partijdigheid kunnen wekken. De beroeps- en gedragscode vormt hierbij het uitgangspunt. Deze schrijft voor dat politiemedewerkers bij hun optreden in uniform geen uiting geven aan persoonlijke overtuigingen, religie of levensstijl. De korpsleiding ziet daarbij toe op de neutraliteit en op de juiste interpretatie en uitvoering van de beroeps- en gedragscode.
De politie evalueert haar deelname aan dit evenement. En weegt de neutraliteit van de politie hierbij zwaar mee. Ik zal de korpschef verzoeken te bezien of de interne toetsing- en of afwegingskaders rond publieke (wervings)optredens op evenementen voldoende houvast bieden om dit soort situaties te voorkomen. Ook wordt er door de politie gewerkt aan richtlijnen die als kader dienen voor organiserende eenheden en teams om de afspraken met externe organisaties aan de voorkant te versterken.
Hoe beoordeelt u het werven van politiepersoneel op basis van religie, namelijk op een beurs met religieus oogmerk? Ziet u zelf ook het verschil tussen doelgroepwerving en werving op religieuze gronden?
De politie zet in op werving en promotie van nieuwe medewerkers. De werving op deze beurs, en andere beurzen, draagt bij aan de versterking van de verbinding met de samenleving.
Wat vindt u ervan dat een journalist die vragen stelde over de neutraliteit van de politie binnen enkele minuten werd geconfronteerd met leden van de organisatie, beveiliging en een verzoek om de zaal te verlaten? Ziet u het risico dat de politie door haar aanwezigheid op zo’n evenement wordt betrokken in situaties waarin kritische journalistiek feitelijk wordt verhinderd?2
Het is aan de organisatie van het betreffende evenement om zorg te dragen voor de veiligheid van haar bezoekers en zo nodig maatregelen te treffen als deze in het geding komt.
Kan u toezeggen dat de politie nooit meer aanwezig zal zijn op deze beurs?
Het is aan de politie om te bepalen op welke beurs zij staan om nieuwe medewerkers te werven. De politie weegt hierin mee of de neutraliteit van de politie kan worden behouden. De politie vindt het belangrijk om verschillende doelgroepen te bereiken voor de werving van nieuw personeel en de verbinding met de samenleving.
De korpschef heeft aangegeven deze casus te evalueren en waar nodig de afwegingskaders aan te scherpen, zodat deelname aan evenementen niet kan leiden tot (de schijn van) aantasting van de neutraliteit of het gezag van de politie. Uit dit voorval is in ieder geval gebleken dat politie aan de voorkant betere afspraken moet maken met de organisatie over het gebruik van het politiebeeldmateriaal. Hieruit heeft zij lessen getrokken.
De deelname van de politie aan het Halal Village Festival |
|
Geert Wilders (PVV), Marjolein Faber (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Politie tussen watermeloenen en omstreden Islamic Relief op «halal-huishoudbeurs»: «Het is imagobuilding»»?1
Ja.
Was u op de hoogte van deze deelname van de politie?
Ik word in de regel niet vooraf geïnformeerd over lokale wervings- en voorlichtingsactiviteiten van de politie, zoals ook bij de genoemde beurs. Dit betreft een aangelegenheid van de korpschef.
Bent u het eens met de stelling dat dit festival een pro-Palestijnse activistische lading heeft daar waar het festival werd gedecoreerd met Palestijnse vlagen, watermeloenen, hét symbool van de Palestijnse strijd, en de leus «from the river to the sea», waarover de Kamer via een aangenomen motie, de regering heeft verzocht om deze uitdrukking als een oproep tot geweld te beschouwen? Zo nee, waarom niet?
Ik heb kennisgenomen van de online gedeelde uitingen waarin de politie in verband wordt gebracht met het Halal Village Festival, zodanig als partner wordt aangekondigd, waaronder uitingen met de door u geduide symboliek. De politie heeft mij laten weten dat het gestelde partnership vooraf niet bekend was en onwenselijk is. De politie heeft hier lessen uit getrokken en zal in de toekomst scherper zijn op het gebruik van beeldmateriaal van de politie door derden. Zo is de uiting met watermeloensymboliek zonder toestemming van de politie geplaatst en daarom op verzoek door de organisatie verwijderd.
Op het festival werd kleding te koop aangeboden van het merk «Ready to Resist» met als slogan «Join the fight»; gezien in de context van geweld: is dit niet een oproep tot geweld?
Of er sprake is van een oproep tot geweld is afhankelijk van de concrete context en omstandigheden en is aan het Openbaar Ministerie en de rechter om te beoordelen.
Kunt u uitleggen waarom de politie wel tijd heeft om naar deze halal-huishoudbeurs te gaan terwijl tegelijkertijd de politie te weinig capaciteit heeft om de kerntaken uit te voeren? Zijn de kerntaken ondergeschikt aan de halal-huishoudbeurs?
Een wervingsinzet op een evenement is geen vervanging van operationele politietaken. Naast recruitmentmedewerkers maakt de politie gebruik van blauwe ambassadeurs. Dit zijn politiemedewerkers met operationele ervaring die op evenementen, zoals ook bij de Halal Village, enthousiast vertellen over hun werk. De inzet op werving en voorlichting is er juist op gericht om de capaciteit op termijn te vergroten en daarmee de kerntaken te kunnen blijven uitvoeren.
Bent u ervan op de hoogte van het feit dat een voormalig bewindspersoon, na overleg met de veiligheidsdiensten, de rijkssubsidie aan Islamic Relief heeft gestopt?
In 2021 is door de toenmalig Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking besloten geen subsidie te verlenen aan Islamic Relief Worldwide, mede op basis van beschikbare informatie van andere donoren aan deze organisatie.
Bent u ervan op de hoogte dat in Duitsland die organisatie is aangeduid als verlengstuk van de Moslimbroederschap?
De Duitse Bondsregering heeft in een officiële beantwoording aan de Bondsdag vermeld dat Islamic Relief Worldwide en Islamic Relief Deutschland volgens haar kennis beschikken over «significante persoonlijke relaties» met de Moslimbroederschap of daarmee verbonden organisaties.
Bent u ervan op de hoogte dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in het onderzoek naar de Moslimbroederschap in Nederland geconstateerd heeft dat de activiteiten van de beweging op de lange termijn een risico zouden kunnen vormen voor de democratische rechtsorde in Nederland?
De AIVD heeft in het jaarverslag2 van 2023 gerapporteerd dat de invloed en omvang van het netwerk van Moslimbroeders in Nederland in 2023 zeer beperkt was en geen extremistische boodschap leek uit te dragen. Daarom vormde het nauwelijks een dreiging voor de democratische rechtsorde.
Bent u het ermee eens dat Islamic Relief een terroristische organisatie is?
De beoordeling of er sprake is van een terroristische organisatie is voorbehouden aan de rechter. Daarnaast kan de Minister van Buitenlandse Zaken bij voldoende aanwijzingen van betrokkenheid bij terroristische activiteiten, in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid, personen of organisaties op de nationale sanctielijst terrorisme plaatsen. Islamic Relief Nederland staat niet als terroristische organisatie op de sanctielijst zoals die door de EU wordt gehanteerd, noch volgt dat uit de Nederlandse verwijzingen naar die internationale sanctielijsten.
Is het bemensen van een politiestand pontificaal naast de organisatie Islamic Relief niet een uiting van acceptatie van deze terroristische organisatie? Zo nee, waarom niet?
De plaatsing van de politiestand naast de stand van Islamic Relief is dit jaar toeval geweest. Hiervan was de politie niet op de hoogte gesteld en ook had zij hier zelf geen hand in.
Is het niet van de zotte dat de politie personeel gaat werven op een festival met een pro-Palestijnse activistische sfeer, waar oproep tot geweld plaatsvindt en dat terwijl het antisemitisme toeneemt? Zo nee, waarom niet?
De politie zet in op werving en promotie van nieuwe medewerkers. De werving op deze, en andere beurzen, draagt bij aan de versterking van de verbinding met de samenleving.
Waarom is de politie partner in dit festival? Zijn er kosten verbonden aan het partnerschap? En hoeveel heeft de politie bijgedragen in totaal aan dit festival?
De politie heeft mij laten weten dat het gestelde partnership vooraf niet bekend was en tevens onwenselijk is. De politie heeft hier lessen uit getrokken en zal in de toekomst scherper zijn op het gebruik van beeldmateriaal van de politie door derden. Zo zijn de op sociale media gedane uitingen met watermeloensymboliek zonder toestemming van de politie geplaatst en daarom op verzoek door de organisatie verwijderd.
Hoe kan de politie een partnerschap aangaan met een festival waar óók de terroristische organisatie Islamic Relief een belangrijke partner is? Of is dit een onderdeel van «imagobuilding»?
Zie antwoord vraag 12.
In hoeverre kan je nog spreken dat de politie neutraal is en dient deelname aan dit soort evenementen niet per direct te stoppen? Zo nee, waarom niet?
De politie zet in op werving en promotie van nieuwe medewerkers. De werving op deze beurs, en andere beurzen, draagt bij aan de versterking van de verbinding met de samenleving. De korpsleiding ziet toe op de neutraliteit en op de juiste interpretatie en uitvoering van de beroeps- en gedragscode. De politie evalueert haar deelname aan dit evenement en weegt de neutraliteit van de politie daarbij zwaar mee.
Bent u bereid om de politie de opdracht te geven om per direct met deelname aan dergelijke activiteiten te stoppen? Zo nee, waarom niet?
Het is aan de politie om te bepalen op welke beurs zij staan om nieuwe medewerkers te werven. De politie weegt hierin mee of de neutraliteit van de politie kan worden behouden. De politie vindt het belangrijk om de verschillende doelgroepen te bereiken voor de werving van nieuw personeel en de verbinding met de samenleving.
De korpschef heeft aangegeven deze casus te evalueren en waar nodig de afwegingskaders aan te scherpen, zodat deelname aan evenementen niet kan leiden tot (de schijn van) aantasting van de neutraliteit of het gezag van de politie. Uit dit voorval is in ieder geval gebleken dat de politie aan de voorkant betere afspraken moet maken met de organisatie over het gebruik van het politiebeeldmateriaal. Hieruit heeft zij lessen getrokken.
Certificering boa’s. |
|
Marjolein Faber (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u het eens met de stelling dat het geen zin heeft om buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) te voorzien van extra bevoegdheden en middelen, zoals bijvoorbeeld een korte wapenstok en pepperspray als de boa’s hier door middel van een examen niet het vereiste certificaat kunnen halen?
Ik deel de mening dat de toetsing voor het gebruik van de bevoegdheden en middelen voor buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) op orde moet zijn. Daarnaast hecht ik waarde aan het ingezette beleid zoals uiteengezet in de Kamerbrief over de rol van de boa van 2 oktober jl. Het is belangrijk dat de boa met zijn uitrusting goed geëquipeerd wordt voor zijn taak en voor de omstandigheden waarin die taak wordt uitgeoefend. De boa als professionele partner in handhaving moet toegerust zijn om zijn taak goed en veilig uit te voeren, ook als hij onvoorzien (en ongewenst) wordt geconfronteerd met agressie en geweld tijdens zijn werk. In de Kamerbrief wordt benoemd dat er in het nieuwe bestel daarom een standaarduitrusting van bevoegdheden en middelen zal komen, gekoppeld aan de opsporingsbevoegdheid. Daarbovenop kan, indien aan de eisen is voldaan, de boa beschikken over aanvullende uitrusting.
Bent u bekend, met het bericht dat gestuurd is naar de commissie Veiligheid en Justitie met het onderwerp «Bezorgdheid over Regeling Toetsing Geweldbeheersing Buitengewoon Opsporongsambtenaar (RTGB)-certificering van BOA’s», waarin vermeld wordt dat er naar schatting 500 boa’s op de wachtlijst staan voor dat examen de zogenaamde RTGB-toets? Zo ja, klopt deze berichtgeving?
Ik ben niet bekend met dit bericht dat gestuurd is naar de VKC Veiligheid en Justitie. De boa-werkgevers zijn verantwoordelijk voor het laten toetsen van hun boa’s conform de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Buitengewoon Opsporingsambtenaar (RTGB) indien zij beschikken over politiebevoegdheden of geweldsmiddelen. De Politieacademie is verantwoordelijk voor het samenstellen van de RTGB-toetsen en de certificering van de RTGB-toetsers. De Politieacademie is bereid om voor het einde van het jaar een inhaalslag te organiseren om zoveel mogelijk van de boa-werkgevers, die de afgelopen jaren bij de Politieacademie toetsing hebben afgenomen, te helpen hun boa’s alsnog getoetst te krijgen. Het zal gaan om twee dagen (22 en 23 december), en indien nodig ook in de laatste week van december. De politieacademie heeft hierbij aangegeven dat tijdens deze sessies de toetsingscapaciteit dermate is dat de boa’s die eerder werden afgewezen voor een toets-aanvraag alsnog terecht zouden kunnen. Hierover is inmiddels door de Politieacademie een bericht aan de betreffende boa-werkgevers verzonden. Ook zijn de boa-werkgevers aangeschreven die zich niet bij de Politieacademie hebben gemeld maar wel eerder zijn getoetst door de Politieacademie.
Bent u het ermee eens dat de handhaving van de openbare orde en veiligheid in het geding kan komen als deze berichtgeving juist is? Het kan toch niet zo zijn dat 500 opgeleide boa’s niet hun taken kunnen uit oefenen omdat zij geen mogelijkheid krijgen om het vereiste certificaat te behalen, terwijl er een grote behoefte is aan meer veiligheid op straat?
Het handhaven van de openbare orde is primair een taak van de politie, niet van de boa. Zoals hierboven is aangegeven, is de Politieacademie bereid om voor het einde van het jaar een inhaalslag te organiseren. Hierdoor worden de betreffende boa’s alsnog getoetst, zij blijven dan beschikken over de politiebevoegdheden en geweldsmiddelen.
Bent u het eens met de stelling dat er zo snel mogelijk een einde moet komen aan deze ongewenste situatie?
Zie het antwoord op vraag 2.
Ziet u een snelle en/of structurele oplossing voorhanden om de boa’s die op de wachtlijst staan te certificeren? Bent u bijvoorbeeld bereid om artikel 1 van de regeling «Toetsing geweldsbeheersing BOA» te wijzigen, zodat instructeurs die bevoegd zijn te toetsen en niet in vaste dienst zijn bij de betrokken werkgever, ook kunnen certificeren?
Zie het antwoord op vraag 2. Ook zal er in het komende jaar gekeken worden naar de aanpassing van de RTGB voor een structurele oplossing. Daarom acht ik het op dit moment niet nodig om ook private partijen die niet in dienst zijn bij een boa-organisatie als toetser als bedoeld in de RTGB te laten optreden en boa’s te laten certificeren. Voor een structurele oplossing zal, ook in samenspraak met de Politieacademie en andere partijen, gekeken worden naar het aanpassen van de RTGB om voor de toekomst zeker te stellen dat er genoeg toetsingscapaciteit zal zijn.
Daarnaast wil ik op de huidige mogelijkheid wijzen voor boa-werkgevers van het hebben van eigen toetsers. Mits gecertificeerd door de Politieacademie kan een toetser, naast de ambtenaar van Politie, een persoon zijn die in vaste dienst is bij een boa-werkgever.
Kunt u inzichtelijk maken wat een RTGB-toetsing de Politieacademie jaarlijks oplevert?
Voor de uitvoering van RTGB-toetsing berekent de Politieacademie een tarief, waarbij enkel de kosten van inzet van de toetsers worden verrekend. Hierbij gaat het om 5.000 boa’s waar de Politieacademie jaarlijks ca. 1,1 miljoen euro voor ontvangt.
Kunt u ook inzichtelijk maken hoeveel tijd een dergelijke RTGB-toetsing in beslag neemt?
De RTGB-toetsing bestaat uit de toets Aanhoudings- en Zelfverdedigingsvaardigheden en de toets Geweldsbeheersing. Deze toetsen worden gecombineerd geëxamineerd. De toetsing van twaalf boa’s neemt ongeveer drie uur in beslag. Voor de toetsing zijn twee toetsers nodig. Een klein gedeelte van de boa’s is bewapend met een vuurwapen. Zij dienen ook getoetst te worden voor de toets Schietvaardigheid Pistool. Eén toetser mag maximaal vier schutters tegelijk examineren. Dit neemt ongeveer 30 minuten in beslag. De training en voorbereiding van de boa’s en de toetsers zijn hierbij niet meegenomen.
Kunt u een percentage afgeven in hoeveel gevallen de Politieacademie zorgdraagt voor de RTGB-toetsing ten opzichte van de werknemer bij een particuliere werkgever van buitengewoon opsporingsambtenaren?
Elke boa die over politiebevoegdheden beschikt moet voldoen aan de verplichtingen binnen de RTGB. Voor de Domeinen I, II en IV gaat het om zo’n 6500 boa-aktes met politiebevoegdheden en/of geweldsmiddelen waarbij moet zijn voldaan aan de regels als gesteld in de RTGB. Een deel daarvan, bijvoorbeeld de boa’s van HTM, RET en NS worden door de werkgever zelf conform de RTGB getoetst. In domein VI gaat het om ongeveer 4200 RTGB-plichtige boa’s, de politie-boa’s daarbij niet meegerekend, waarbij een aanzienlijk deel van de boa’s binnen de eigen organisatie wordt getoetst. Voor de Domeinen III en V gaat het om enkele boa’s met politiebevoegdheden. Er wordt geen overzicht bijgehouden van het totaal aantal getoetste boa’s en waar deze dan zijn getoetst, bij een particuliere boa-werkgever dan wel bij een overheidsinstantie die opsporingsambtenaren in dienst heeft. De politieacademie geeft aan boa’s van ongeveer 140 werkgevers te toetsen en dit jaar ca. 6000 (her)certificeringen te hebben uitgevoerd. Van het totaal aantal RTGB-plichtige boa’s heeft de Politieacademie daarmee ongeveer 56% getoetst. Voor de overige 44% van de toetsen is niet vast te stellen of deze toetsen zijn afgenomen door een toetser in dienst van de betreffende (particuliere) boa-werkgever, of door een toetser in dienst van een andere (particuliere) boa-werkgever. Zoals hierboven staat aangegeven wordt hiervan geen overzicht bijgehouden.
Het artikel 'Een illegale fatbike blijkt 'verontrustend' makkelijk gekocht: politie baalt' |
|
Hidde Heutink (PVV) |
|
Tieman |
|
|
|
|
Hoe kan het dat mensen voor enkele honderden euro’s, binnen zes dagen geleverd aan huis, een illegale fatbike met gashendel inclusief illegale opvoerinstructie uit China kunnen kopen?1
De regering maakt zich vanuit verkeersveiligheidsoogpunt zorgen over de import van illegale fatbikes. Hoewel we met de Nederlandse e-commerce platforms (zoals Marktplaats en Bol) goede afspraken hebben kunnen maken, is dat moeilijker met e-commerce platforms buiten de Europese Unie (EU). Verschillende partijen houden vanuit hun eigen rol toezicht hierop:
De import van producten via e-commerce platforms buiten de Europese Unie (EU) die niet voldoen aan Europese regels voor productveiligheid zijn een groot probleem. In 2024 kwamen meer dan 1 miljard producten via Nederland de EU binnen. Hier zitten bijvoorbeeld producten tussen die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid, zoals slecht speelgoed. Ook zitten daar fatbikes tussen die niet voldoen aan de eisen van een elektrische fiets of van een bromfiets. Bovengenoemde autoriteiten kunnen niet al deze producten controleren aan de grens of bij verkoop. Dit vraagt om het maken van keuzes, bijvoorbeeld via steekproeven. Zie daarvoor het antwoord op vraag 2. Daarnaast zijn er meer zaken die markttoezicht bemoeilijken:
Welke acties heeft u ondernomen om deze praktijken te stoppen en welke acties gaat u nog ondernemen om te voorkomen dat mensen een illegale fiets in huis halen die niet toegestaan is op de weg?
Elektrische fietsen met trapondersteuning moeten bij binnenkomst in de EU aangegeven worden onder de goederencode voor dit product. Hierover moeten invoerrechten en (indien van toepassing) antidumpheffingen worden betaald. De elektrische fietsen moeten voldoen aan de Machinerichtlijn. De douane voert in het algemeen controles uit op douaneaangiften en de bijbehorende goederen, waarbij vooral wordt gekeken naar meldingen die op basis van actuele risico-informatie als risicovol worden aangemerkt. Daarnaast voert de douane willekeurige steekproefcontroles uit. Als producten zoals illegale fatbikes via andere lidstaten Nederland binnenkomen om in Nederland in het vrije verkeer te worden gebracht, kan de douane van deze producten informatie verstrekken aan markttoezichthouders; de «papertrail» van de verzending. Aan de hand van «backtracking» kunnen handhavende instanties optreden tegen illegale producten als deze bij verkoop niet voldoen aan de gestelde eisen voor een elektrische fiets of bomfiets.
Daarnaast wordt het aanbod op e-commerce websites aangepakt door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Aanbieders op e-commerce platforms die een product op de Europese markt willen verkopen, moeten kunnen aantonen dat het product effectief, veilig en duurzaam is en geen risico’s oplevert voor de gezondheid. Ook moet een vertegenwoordiger binnen Europa aanwezig zijn die aanspreekbaar is op het naleven van de Europese normen voor dat product. Sinds 17 februari 2024 vormt de Digital Services Act (DSA) het bindende juridisch kader voor het melden en verwijderen van illegale content, zoals illegale fatbikes op AliExpress. Platforms moeten een effectief «notice-and-action»-mechanisme bieden waarmee gebruikers illegale inhoud kunnen melden. Markttoezichthouders zoals de ILT en NVWA doen ook meldingen van illegaal aanbod als autoriteit aan een platform. Platforms zijn verplicht meldingen van autoriteiten tijdig, zorgvuldig en objectief te behandelen door de illegale content te verwijderen of ontoegankelijk te maken. De doorloop van advertenties met kleine wijzigingen is echter hoog. Vaak staat er na een melding snel een nagenoeg identieke advertentie online. Voor zeer grote online platforms (VLOPS), zoals AliExpress, gelden wel strengere zorgvuldigheidsverplichtingen, waaronder jaarlijkse risicobeoordelingen gericht op het verminderen van illegale contentverspreiding.
De rijksoverheid en de Europese Commissie nemen verschillende aanvullende maatregelen om te voorkomen dat mensen een illegale elektrische fiets in huis halen die niet toegestaan is op de weg. Er loopt momenteel een onderzoek bij de Europese Commissie naar AliExpress naar onder andere haar risicobeoordeling en handhaving, en interne klachten- en meldsysteem. Deze moeten verbeterd worden. De Commissie heeft bindende toezeggingen van AliExpress geaccepteerd om deze tekortkomingen te verhelpen, inclusief betere detectie van illegale goederen zoals illegale fatbikes, transparantie over de handelaren en verbeterde contentmoderatie. Niet-naleving kan leiden tot boetes tot 6% van de wereldwijde omzet.
Daarnaast worden op initiatief van de ILT samenwerkingsafspraken gemaakt over de intensivering van handhaving en markttoezicht op gemotoriseerde tweewielers. Politie, NVWA, douane en ILT zijn ieder vanuit hun eigen bevoegdheid hierbij betrokken. Eind december zijn de samenwerkingsafspraken door de betrokken instanties bekrachtigd.2 Hiermee is ook invulling gegeven aan de toezegging van het Lid Pierik (BBB).3
Hoeveel fatbikes waarvan we weten dat het vermogen de norm uit de Nederlandse wetgeving overschrijdt en die op te voeren zijn, zijn het afgelopen jaar uit China (of andere landen) vanuit Nederland gekocht en hoeveel daarvan zijn er door de overheid onderschept?
Voor de douane is het lastig te zeggen hoeveel fatbikes er ingevoerd zijn. Fatbikes kunnen ingevoerd worden als elektrische fiets met trapondersteuning of als brommervariant. Zoals beantwoord bij vraag 1, indien een fatbike in dit stadium nog niet volledig aan alle geldige regelgeving voor de openbare weg voldoet hoeft dit geen belemmering te zijn voor de invoer.
Op dit moment ziet de douane toe op invoereisen, de markttoezichthouders op markttoelatingseisen. Hiertussen bevindt zich een fase waarin wijzigingen kunnen worden aangebracht aan het product. Hierdoor kan het zijn dat een product bij invoer nog niet aan de regels voor weggebruik voldoet. Zolang er voldaan wordt aan de invoereisen is er voor de douane geen reden om de invoer niet toe te staan. De ILT en NVWA richten zich op de voorkant van het proces zodat fabrikanten en verkopers de fietsen volgens de regels aanbieden.
Voor zover bekend zijn er het afgelopen jaar geen fatbikes onderschept (tegen gehouden) die direct vanuit het buitenland (zoals uit China) naar een consument in Nederland zijn geleverd.
Zijn er ook Nederlandse bedrijven die dit soort fietsen (fatbikes met een gashendel en/of opvoerinstructie) verkopen? Zo ja, wat heeft u gedaan om dit te stoppen?
De ILT en NVWA kunnen nooit volledig garanderen dat er geen illegale fatbikes worden aangeboden door Nederlandse bedrijven. (Online) platforms zijn dynamisch: nieuwe aanbieders verschijnen en accounts kunnen snel worden aangemaakt of verplaatst. Markttoezichthouders kunnen wel risico’s verkleinen. Het aantal aangeboden fatbikes als illegale bromfiets via grote Nederlandse websites zoals Marktplaats en Bol, is door inzet van de ILT sterk verminderd. Met Nederlandse marktpartijen zoals Marktplaats en Bol wordt structureel gesproken. In die gesprekken kunnen zij vragen stellen, bijvoorbeeld over de vereisten waaraan producten moeten voldoen. Zo kunnen Marktplaats en Bol het aanbod op hun websites beter controleren en zijn op basis daarvan veel advertenties verwijderd.
Tegelijkertijd is er een verschuiving van het aanbod geweest naar platforms als Snapchat en TikTok. Het is onbekend hoe groot deze markt is en het invullen van het toezicht op dit soort platforms is lastig. Wel heeft de ILT gezorgd voor een groeiende bewustwording bij de branche, toezichthouders én bij consumenten. Het is namelijk een gedeelde verantwoordelijkheid. Allereerst ligt deze verantwoordelijkheid bij fabrikanten, importeurs en distributeurs. Maar óók bij kopers en gebruikers. Vervolgens is het aan toezichthouders om te controleren of de markt zich aan de regels houdt. Hierbij kan ook gebruik gemaakt worden van de meldmogelijkheid conform de DSA zoals beschreven in de beantwoording van vraag 2.
Kunt u een lijst doen toekomen over alle keren dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) (succesvol) heeft ingegrepen, wanneer de ILT een illegale advertentie heeft gespot, en hoeveel illegale fatbikes hiermee van de markt zijn gehaald? Zo nee, waarom niet?
Door ILT toezicht heeft Marktplaats in het eerste kwartaal van 2025 1150 advertenties offline gehaald waarin fatbikes werden aangeboden die niet voldeden aan de regels. Voor overige handelsplatforms zijn er geen cijfers.
De ILT haalt zelf geen advertenties offline, dat doen de platformen. Hoeveel advertenties er verwijderd worden, wordt door de platformen niet standaard doorgegeven aan toezichthouders. De toezichthouder kijkt wél of dergelijke advertenties niet meer voorkomen. Het is onbekend hoeveel fatbikes er hierdoor niet op de markt gekomen zijn, het betreft namelijk een onvervuld potentieel aan verkoop.
Deelt u de mening dat een algehele helmplicht voor jongeren op e-bikes eigenlijk impliceert dat de overheid heeft gefaald in het adequaat handhaven van de problematiek rondom fatbikes? Zo nee, waarom niet?
Nee, die mening wordt niet gedeeld. Het Ministerie van IenW zet in op een helmplicht voor gebruikers van elektrische fietsen en andere lichte elektrische voertuigen tot 18 jaar door de grote stijging (verzesvoudiging) van het aantal ongevallen met hersenletsel op de elektrische fiets in de leeftijdsgroep van 12 tot 18 jaar tussen 2020 en 2024. De stijging in het aantal ongevallen met hersenletsel is voor jongeren van 12 tot 18 jaar die elektrisch fietsen maar
ten dele te verklaren door het feit dat zij meer kilometers elektrisch gereden
hebben.
Op welke wijze gaat u zorgdragen dat ouders van kinderen met opgevoerde, fatbikes op de hoogte zijn van de gevolgen van de overlast met fatbikes, maar ook van het risico dat men niet verzekerd is bij een ongeval?
In september 2024 heeft het Ministerie van IenW de campagne «»t kan hard gaan» gelanceerd en deze is afgelopen zomer herhaald. Met de campagne worden jongeren en hun ouders/verzorgers gewezen op de regels en risico’s van het gebruiken van opgevoerde fietsen op de openbare weg. Aansprakelijkheid en onverzekerd zijn is één van de uitgelichte risico’s in de campagne. Hier wordt uitgelegd dat wanneer je met een opgevoerde fiets op de openbare weg rijdt en je krijgt een ongeluk, dat de gebruikelijke bescherming voor fietsers niet geldt. Als bestuurder kun je opdraaien voor bijvoorbeeld letselschade (zoals medische kosten en gemiste inkomsten) en voertuigschade, van jezelf en van de ander.
Naast de campagne voert TeamAlert projecten uit op middelbare scholen, gericht op de risico’s in het verkeer voor elektrische fietsen, waarbij de fatbike ook specifiek wordt meegenomen. Daarnaast is het ministerie momenteel aan het onderzoeken hoe de gedragsaanpak kan worden uitgebreid. Samen met stakeholders uit het veiligheidsdomein en de jongerendoelgroep wordt gezocht naar de gedragsbepalers van het ongewenste gedrag dat leidt tot de overlast, die wordt ervaren veroorzaakt door gebruikers van lichte gemotoriseerd voertuigen, zoals fatbikes. Vervolgens is het doel om samen met stakeholders in het voorjaar van 2026 toe te werken naar mogelijke aanscherping van de huidige gedragsmaatregelen of een aanvulling hierop.
Bent u bereid om géén helmplicht voor álle e-bikes in te voeren, maar alleen voor de fatbike? En als dat niet lukt, bent u dan bereid om alleen in te zetten op forse handhaving op de aankoop, onderschepping en gebruik van opgevoerde fatbikes en/of fatbikes met een gashendel? Zo nee, waarom niet?
Nee. Drie onafhankelijke onderzoeken hebben aangetoond dat aparte regels voor fatbikes niet uitvoerbaar zijn. Het is een «heilloze weg» om onderscheid te maken tussen fatbikes en elektrische fietsen, zoals uiteengezet in de Kamerbrief van 28 augustus 2025.4
De huidige aanpak tegen het opvoeren van elektrische fietsen bestaat in de kern uit handhaving, marktoezicht en gedrag. Zie voor verdere toelichting op de aanpak de Verzamelbrief verkeersveiligheid van 4 december 2025 en Kamerbrief verkeersveiligheid elektrische fietsen en lichte elektrische voertuigen van 9 december 2025.5
Verbod op religieuze uitingen boa’s |
|
Annelotte Lammers (PVV), Marjolein Faber (PVV) |
|
Rijkaart , Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Is de Minister eens met de stelling dat boa’s neutraliteit dienen uit te stralen? Zo nee, waarom niet?
Waarom treedt de algemene maatregel van bestuur (AMvB) niet in werking (betreffende een verbod op religieuze uitingen voor buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s))? Zo nodig tot de beoogde wet die ditzelfde behelst in werking is getreden? Zo nee, waarom niet?
Bent u bekend met het linkedin bericht geplaatst door de Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch waarin hij aangeeft dat het wel mogelijk moet zijn dat een boa een hoofddoek draagt bij het uniform?1
Is het niet gewenst dat een burgemeester ook neutraal is, om maar eens de woorden van de burgemeester zelf aan te halen, in gedrag en integriteit?
In hoeverre kan deze burgemeester neutraal zijn gezien hij zelf aangeeft dat hij geïnspireerd wordt door Said Qutb de oprichter van de fundamentalistische Moslimbroederschap. Zo ja waarom?
De Duitse grenscontroles |
|
Lisa Westerveld (GL) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Duitse politie «dumpt» na grenscontroles meer dan 150 mensen in Nederland» en het bericht «Onrust in grensplaats door mysterieuze figuren: «Je kan die mensen toch niet in een woonwijk neerzetten?»»?1, 2
Ja.
Kunt u aangeven wanneer Duitsland precies is begonnen met het in de nacht dumpen van mensen over de grens?
Overdrachten van Nederland aan Duitsland en vice versa in het kader van grenstoezicht vinden al jaren op basis van bilaterale afspraken plaats. Dit is dus niet iets dat met de herinvoering van binnengrenscontroles is gestart.
Kunt u aangeven in welke gemeenten mensen worden gedumpt door de Duitse politie? Zo ja, hoe bent u hiervan op de hoogte gebracht en hoe heeft u de desbetreffende gemeenten hiervan op hoogte gebracht?
Deze overdrachten vinden plaats langs de gehele landsgrens tussen Nederland en Duitsland. Gemeenten waarin deze overdrachten plaatsvinden worden hier niet per geval van op de hoogte gesteld.
Kunt u aangeven hoeveel mensen op deze manier de grens over zijn gebracht en kunt u aangeven wat de samenstelling is van deze groep? Zo ja, hoeveel asielzoekers zijn er in deze groep?
In de periode van 9 december 2024 tot en met 8 september 2025 zijn in totaal 690 vreemdelingen door Duitsland aan Nederland overgedragen. De Koninklijke Marechaussee (KMar) registreert niet of door Duitsland geweigerde personen worden overgedragen middels een «warme overdracht» of een «koude overdracht». De KMar registreert niet of door Duitsland geweigerde personen aan de Duitse grensautoriteiten om internationale bescherming hebben verzocht.
Kunt u gedetailleerd toelichten waar de afspraken met de Duitse politie over de zogenaamde koude en warme overdrachten uit bestaan? Is het in de nacht dumpen van mensen over de grens, zonder daar een melding van te maken, toegestaan volgens deze afspraken?
Een overdracht kan plaatsvinden middels een «warme overdracht», waarbij een persoon fysiek wordt overgedragen door de autoriteit van het ene land aan de autoriteit van het andere land, of een «koude overdracht», waarbij deze fysieke overdracht niet plaatsvindt.
Wanneer een vreemdeling «warm» wordt overgedragen van Duitsland aan Nederland of vice versa, vindt contact plaats tussen de Duitse en Nederlandse grensautoriteiten over de operationele vormgeving van deze overdracht, waaronder tijd en locatie. Ook bij «koude» overdrachten is er altijd contact.
Het is niet altijd mogelijk om een door Duitsland geweigerde vreemdeling via een «warme» overdracht over te nemen. Bij de keuze of overdrachten «warm» of «koud» gebeuren, wordt rekening gehouden met specifieke doelgroepen, zoals kwetsbare personen. In deze gevallen wordt expliciet aandacht besteed aan de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. In andere gevallen zit deze zorg met name in het faciliteren van de door- of terugreis. In alle gevallen wordt rekening gehouden met de mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van het individu, waarbij de veiligheid van betrokkenen in acht wordt genomen.
Klopt het dat de Duitse politie altijd een bericht stuurt aan de Nederlandse marechaussee als ze iemand naar de grens hebben vervoerd? Zo nee, hoe vaak wordt dat niet gedaan?
Zoals hierboven aangegeven hebben KMar en Bundespolizei over elke overdracht contact.
Klopt het dat het juridisch niet is toegestaan asielzoekers, zonder behandeling van de asielaanvraag, zomaar de grens over te dragen. Zo ja, bent u voornemens om uw Duitse collega hierop aan te spreken?
Lidstaten gaan primair zelf over het beheer van hun buiten- en binnengrenzen. Nederland deelt het standpunt van Duitsland dat een streng asiel- en grensbeleid noodzakelijk is om irreguliere migratie naar en binnen de EU tegen te gaan. Maatregelen moeten in lijn zijn met het Unierecht en bilaterale afspraken. Op dit moment lopen in Duitsland juridische procedures. Ik wacht de uitkomst daarvan af. Het inroepen van artikel 72 VWEU is tot nu toe in de jurisprudentie niet mogelijk gebleken, waardoor ook in dit geval de verwachting is dat dit juridisch niet houdbaar zal blijken. Nederland staat structureel in contact met Duitsland over de samenwerking in het kader van de binnengrenscontroles, zowel op politiek als ambtelijk niveau.
Bent u het eens met de stelling dat het in de nacht dumpen van mensen kan leiden tot onveilige situaties, zowel voor de mensen die zomaar en lukraak ergens heen worden gebracht als voor de inwoners van de grensstreek die te maken hebben onveilige situaties?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5, zijn er duidelijke bilaterale afspraken tussen Duitsland en Nederland over hoe overdrachten plaatsvinden. Indien er sprake is van een grensweigering door de Duitse autoriteiten, vinden overdrachten cf. afspraak plaats en wordt in alle gevallen rekening gehouden met de mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van het individu, waarbij de veiligheid van betrokkenen in acht wordt genomen. Bij kwetsbare personen wordt expliciet aandacht besteed aan de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene.
Naar aanleiding van de berichtgeving over de overdrachten van de door Duitsland geweigerde vreemdelingen is er ook hierover contact geweest met de bestuurders uit de grensregio’s. Op basis van daarvan is de werkwijze bij overdrachten, waaronder het faciliteren van de door- of terugreis met Duitsland besproken.
Hoe worden de asielzoekers die lukraak de grens over worden gebracht, zonder over te worden gedragen aan de Nederlandse marechaussee verder geholpen?
Personen die verzoeken om internationale bescherming worden doorverwezen naar asielprocedure. Op het moment dat volgens de KMar de betrokkene kwetsbaar is en zelf niet in staat is om richting Ter Apel te reizen, verzorgt de KMar passend en veilig vervoer. Vreemdelingen die elders asiel hebben aangevraagd en waarop de Dublinverordening van toepassing is, worden conform de Dublinprocedure overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat.
Welke maatregelen neemt u om bewoners die schade ondervinden als gevolg van deze werkwijze, te ondersteunen? Heeft u daarover al contact met de gemeentebesturen?
Er is periodiek contact tussen het Ministerie van Asiel en Migratie, de KMar en bestuurders uit de grensregio’s over de gevolgen van binnengrenscontroles voor de grensregio’s. Signalen vanuit de grensregio’s worden zeer serieus genomen.
Het over de Nederlandse grens zetten van onderschepte personen bij grenscontroles door de Duitse autoriteiten. |
|
Simon Ceulemans (JA21), Diederik Boomsma (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de recente berichtgeving over het over de Nederlandse grens zetten van personen door de Duitse autoriteiten?1, 2, 3
Ja.
Hoe zien de bilaterale afspraken tussen Nederland en Duitsland, waar in het artikel van De Gelderlander naar wordt verwezen, eruit en in hoeverre hebben deze betrekking op de zogeheten «koude» overdrachten?
Een overdracht kan plaatsvinden middels een «warme overdracht», waarbij een persoon fysiek wordt overgedragen door de autoriteit van het ene land aan de autoriteit van het andere land, of een «koude overdracht», waarbij deze fysieke overdracht niet plaatsvindt.
Overdrachten van Nederland aan Duitsland en vice versa in het kader van grenstoezicht vinden al jaren op basis van bilaterale afspraken plaats. Deze afspraken zijn van toepassing op zowel «warme» als «koude» overdrachten. Dit is dus niet iets dat met de herinvoering van binnengrenscontroles is gestart.
Wanneer een vreemdeling «warm» wordt overgedragen van Duitsland aan Nederland of vice versa, vindt contact plaats tussen de Duitse en Nederlandse grensautoriteiten over de operationele vormgeving van deze overdracht, waaronder tijd en locatie. Ook bij «koude» overdrachten is er altijd contact.
Het is niet altijd mogelijk om een door Duitsland geweigerde vreemdeling via een «warme» overdracht over te nemen. Bij de keuze of overdrachten «warm» of «koud» gebeuren, wordt rekening gehouden met specifieke doelgroepen, zoals kwetsbare personen. In deze gevallen wordt expliciet aandacht besteed aan de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. In andere gevallen zit deze zorg met name in het faciliteren van de door- of terugreis. In alle gevallen wordt rekening gehouden met de mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van het individu, waarbij de veiligheid van betrokkenen in acht wordt genomen.
Deze overdrachten vinden plaats langs de gehele landsgrens tussen Nederland en Duitsland. Gemeenten waarin deze overdrachten plaatsvinden worden hier niet per geval van op de hoogte gesteld.
Houden deze bilaterale afspraken in dat de handelwijze van beide landen in de praktijk precies hetzelfde is? Zo nee, hoe wijken deze af?
De bilaterale afspraken schrijven een identieke handelwijze voor zowel Nederland als Duitsland voor.
Hoe verhoudt zowel het aantal «warme» als «koude» overdrachten van Duitsland naar Nederland sinds de invoering van de Duitse grenscontroles zich tot het aantal overdrachten vóór invoering van de grenscontroles? Kunt u de overdrachten sinds invoering van de grenscontroles specificeren naar de periode voor en na de aangescherpte Duitse controles in mei?
De Koninklijke Marechaussee (KMar) registreert niet of door Duitsland geweigerde personen worden overgedragen middels een «warme» overdracht of een «koude» overdracht. Sinds de herinvoering van de binnengrenscontroles door Duitsland is het aantal grensweigeringen en overdrachten van Duitsland naar Nederland gestegen, omdat Duitsland relatief veel capaciteit inzet voor binnengrenscontroles.
Hoe is überhaupt zeker of de personen die door de Duitse politie over de Nederlandse grens worden gezet ook daadwerkelijk onderschept zijn toen zij vanuit Nederland de Duitse grens wilden oversteken? Hoe kan dit door Nederland worden geverifieerd, zeker in het geval van «koude» overdrachten?
De KMar staat dagelijks in contact met de Bundespolizei over overdrachten van in het kader van grenstoezicht geweigerde vreemdelingen. Ook bij «koude» overdrachten van Duitsland aan Nederland wordt er door de Bundespolizei altijd contact opgenomen met de KMar.
Wat is er te zeggen over de achtergronden van de betrokken personen? Om welke nationaliteiten gaat het hierbij doorgaans en wat is er bekend over de route die zij hebben afgelegd voordat ze – indien dit inderdaad het geval is – vanuit Nederland de Duitse grens poogden over te steken?
Duitsland weigert personen aan de binnengrenzen die niet voldoen aan de toegangsvoorwaarden van artikel 6 van de Schengengrenscode. Wanneer een persoon vanuit Nederland Duitsland probeert in te reizen en niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, dan wordt deze persoon in regel door Duitsland aan de grens wordt geweigerd en overgedragen aan Nederland. Uit Duitse jurisprudentie lijkt naar voren te komen dat Duitsland daarnaast mensen aan de grens weigert die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoen en zich beroepen op internationale bescherming. De KMar registreert geen gegevens over de nationaliteit van door Duitsland geweigerde personen.
Kunt u aangeven welke personen met welke status, achtergrond, papieren en fase van het asielproces precies door de Duitse overheid worden teruggestuurd naar Nederland en welke niet? Kunt u dit toelichten?
Zie antwoord vraag 6.
Welke informatie heeft de Duitse grenscontroles opgeleverd over mensensmokkel en in hoeverre wordt deze gedeeld met de Nederlandse politie en het Openbaar Ministerie en betrokken bij de bestrijding en vervolging ervan?
Bij binnengrenscontroles hebben aanhoudingen plaatsgevonden in het kader van migratiecriminaliteit, zoals documentfraude en mensensmokkel. Nederland en Duitsland werken nauw samen om mensensmokkel en andere vormen van grensoverschrijdende criminaliteit tegen te gaan. Hiertoe voeren Nederland (KMar en Nationale Politie) en Duitsland (Bundespolizei en Landespolizei) middels Grensoverschrijdende Politieteams gezamenlijk patrouilles uit. De informatie die hierbij ontsloten wordt, wordt waar mogelijk met de betrokken organisaties gedeeld.
Hoeveel en welke incidenten met personen die door de Duitse politie in Nederlandse (grens)gemeenten zijn afgezet zijn u over de afgelopen twee jaar bekend? Wat was de aard van deze incidenten en hoe is hierop geacteerd?
Het ministerie is bekend met situaties waarbij personen die door Duitsland worden overgedragen aan Nederland onvoldoende worden gefaciliteerd bij hun door- of terugreis en hierdoor niet spoedig kunnen verder reizen. Er is periodiek contact tussen het Ministerie van Asiel en Migratie, de KMar en bestuurders uit de grensregio’s over de gevolgen van binnengrenscontroles voor de grensregio’s. Signalen vanuit de grensregio’s worden zeer serieus genomen. Na recente berichtgeving over overdrachten van door Duitsland geweigerde vreemdelingen is hierover contact geweest tussen het ministerie en bestuurders uit de grensregio’s. Naar aanleiding hiervan heeft de KMar contact opgenomen met de Bundespolizei over de werkwijze bij overdrachten, waaronder over het faciliteren van de door- of terugreis.
Wat doet u op dit moment om de negatieve gevolgen van deze werkwijze voor de inwoners van Nederlandse grensgemeenten tegen te gaan?
Zie antwoord vraag 9.
Deelt u de mening dat uit de ervaringen in onder andere ’s-Heerenberg blijkt dat deze inzet niet toereikend is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke aanvullende maatregelen gaat u treffen?
Zie antwoord vraag 9.
Bent u bekend met de aflevering van Bureau Utrecht van 4 november 2025, waarin te zien is dat agenten moeten vluchten geweld van buurtbewoners?1 Deelt u de mening dat dit soort beelden het gezag en aanzien van zowel de politie als de overheid ernstig schaden?
Ik ben bekend met de uitzending van «Bureau Utrecht». Laat ik voorop stellen dat agressie en geweld tegen politiemedewerkers onacceptabel is. Zij zetten zich dagelijks in voor onze veiligheid. Dit kan alleen als zij veilig hun werk kunnen uitvoeren.
Zowel de werkgever als de politiemedewerkers zelf nemen maatregelen om het risico op agressie en geweld te verkleinen. Politiemedewerkers worden getraind om in situaties een afweging te maken wanneer en hoe zij handelen. Hieronder valt het (tijdelijk) tactisch terugtrekken als hun veiligheid niet gewaarborgd kan worden. Ook heeft de politie als werkgever een «Integrale Aanpak Geweld Tegen Politieambtenaren» vastgesteld waarin eenduidige registratie, kennisontwikkeling, opleiding van politiemedewerkers en vroegsignalering van incidenten centraal staat. Daarnaast biedt de werkgever een politiemedewerker waar nodig zorg, aandacht en ondersteuning.
Als Minister van Justitie en Veiligheid treed ik niet in individuele afwegingen die politiemedewerkers maken tijdens het uitvoeren van hun werk. Ik ondersteun iedere beslissing om veilig en gezond te kunnen werken en zie dit niet als verlies van aanzien van de politieorganisatie. Daarbij merk ik op dat er verschillende manieren zijn om op te treden. De politie heeft een lange adem en een groot arsenaal van interventiemogelijkheden. Afhankelijk van wat de situatie vraagt, betekent dit de ene keer dat meteen stevig wordt opgetreden, een andere keer dat dat op een later moment gebeurt.
Deelt u de mening dat de politie moet beschikken over voldoende middelen en bevoegdheden om haar taken te kunnen uitvoeren en haar gezag te behouden? Zo ja, bent u bereid om nadere middelen en bevoegdheden toe te wijzen?
De politie beschikt over voldoende bevoegdheden en middelen om haar taken te kunnen uitvoeren. Indien de gevaarzetting groter of massaler wordt, kan de politie opschalen naar geweldspecialisten, zoals de Mobiele Eenheid en de hondengeleiders. Deze geweldspecialisten beschikken over aanvullende middelen en werken veelal in groepsverband.
Bent u op de hoogte van de uitspraken van presentator Ewout Genemans en de burgemeester van Utrecht in de uitzending van Pauw en De Wit op 4 november 2025 waarin zij stellen dat het hier niet gaat om een uitzonderingssituatie maar dit vaker gebeurt? Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat de burgemeester dit laat gebeuren? Zijn er al stappen ondernomen om dergelijke situaties te voorkomen?
Beslissingen over de politie-inzet in het kader van de openbare orde zijn aan de burgemeester die belast is met de handhaving van de openbare orde in diens gemeente. De burgemeester heeft daarbij het gezag over de politie. Hierover legt de burgemeester desgevraagd verantwoording af aan de gemeenteraad. De politie van Utrecht treedt onder gezag van de burgemeester wel degelijk in deze situaties handhavend op.
Bent u het er mee eens dat er nooit toegestaan mag worden dat tuig hele wijken overnemen en «No Go» zones ontstaan? Kunt u aangeven in welke gemeenten en met welke frequentie deze situaties zich nog meer voordoen? En zijn hier al maatregelen tegen getroffen?
Het is vanzelfsprekend onwenselijk als er gebieden zijn waar mensen onveilig zijn of zich onveilig voelen. Van een «no go» zone is in deze situatie geen sprake. Het is verder zoals bij de beantwoording van vraag 3 aangegeven aan de burgemeester om de openbare orde in diens gemeente te handhaven. De burgemeester beschikt daarbij over verschillende wettelijke bevoegdheden. Het is aan de burgemeester om deze -gelet op de situatie die zich in de gemeente voordoet- toe te passen.
Deelt u de mening dat de burgemeester in dit soort situaties moet optreden? Welke mogelijkheden heeft de burgemeester in deze situaties en ziet u mogelijkheden om deze verder uit te breiden?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u bereid de korpschef ter verantwoording te roepen en concrete maatregelen af te spreken teneinde een einde te maken aan dergelijke absurde situaties?
Ik sta voor onze politiemedewerkers die elke dag hun belangrijke werk in de wijken doen. Zij moeten hiervoor voldoende zijn toegerust en dat is het geval, zoals ik boven reeds heb aangegeven.
Ik zie geen aanleiding om de korpschef ter verantwoording te roepen. Het is namelijk belangrijk dat de politie en de burgemeester, die het gezag heeft over dit optreden, voldoende steun krijgen en ruimte houden om wettelijke bevoegdheden toe te passen om ordeverstoringen te bestrijden.
Het bericht 'Racisme en geweld na duel tussen Spakenburg en Kozakken Boys: El Azzouti en familie belaagd door fans' |
|
Ismail El Abassi (DENK) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Racisme en geweld na duel tussen Spakenburg en Kozakken Boys: El Azzouti en familie belaagd door fans»?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het dat een speler en zijn familie op en rond een sportterrein zijn geconfronteerd met racistische beledigingen en fysiek geweld?
Het is volstrekt onacceptabel dat een speler en zijn familie op en rond een sportterrein worden geconfronteerd met racistische beledigingen en fysiek geweld.
Acht u dit een incident of een symptoom van een breder probleem van racisme in het amateurvoetbal?
Hoewel ieder incident op zichzelf staat, moet worden vastgesteld dat meldingen van racisme en discriminatie in het amateurvoetbal helaas geen op zichzelf staand fenomeen zijn. Uit rapportages van de lokale antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), de politie, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Mulier Instituut en de KNVB blijkt dat discriminatie ook binnen de sport voorkomt. Dit vraagt om blijvende waakzaamheid, gerichte preventie en consequente handhaving.
Heeft de politie opgetreden na de belaging van de familie El Azzouti? Zo ja, wat is de stand van het onderzoek?
Zoals gebruikelijk doe ik geen uitspraken over de inhoud of voortgang van individuele opsporingsonderzoeken.
Hoeveel meldingen van racisme of discriminatie in de sport (voetbal) zijn er de afgelopen drie jaar geregistreerd, en wat is ermee gebeurd?
Meldingen van racisme in de sport worden geregistreerd door verschillende instanties, waaronder de politie, de lokale ADV’s en de KNVB. Deze registratiesystemen verschillen in doel en methodiek. Uit de jaarlijkse rapportages van ADV Nederland blijkt dat sport jaarlijks structureel voorkomt als meldcategorie binnen discriminatiemeldingen.2 Een deel van deze meldingen leidt tot bemiddeling, doorverwijzing, bestuursrechtelijke maatregelen of strafrechtelijke vervolging. Exacte landelijke totalen per jaar zijn niet één-op-één te herleiden uit één centraal systeem.
Deelt u de mening dat racistische daders in het amateurvoetbal veel te vaak wegkomen met waarschuwingen of milde straffen? Bent u bereid om, in overleg met de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB), een richtlijn op te stellen voor minimumsancties bij racistische uitingen binnen bijvoorbeeld het amateurvoetbal?
Vanuit de Rijksoverheid hebben wij goede en structurele contacten met de KNVB. Het plan «Ons Voetbal Is Van Iedereen» is in samenwerking met de KNVB en de Ministeries van VWS, JenV, SZW en OCW opgesteld. Binnen dit kader blijven wij voortdurend met elkaar in gesprek over de effectiviteit van de maatregelen binnen alle lijnen van OVIVI.
Slachtoffers en getuigen kunnen met een melding terecht bij de lokale ADV’s, verenigd in Discriminatie.nl en via de DiscriminatieMelder app met daarin een apart menu voor incidenten in het voetbal. Meldingen in het amateurvoetbal worden met instemming van de melder, doorgeleid naar de KNVB. Hiermee is reeds voorzien in een laagdrempelige en onafhankelijke meldstructuur. Wij blijven binnen de bestaande overlegstructuren met de KNVB aandacht houden voor de toegankelijkheid en effectiviteit van deze meldvoorzieningen en de daaropvolgende handhaving.
Naast de hierboven genoemde mogelijkheden om te melden, wordt gewerkt aan het oprichten van een onafhankelijk integriteitscentrum, Integere Sport Nederland (ISN). ISN zal meldingen over onder meer grensoverschrijdend gedrag kunnen onderzoeken en hierover adviseren. Dit kunnen ook meldingen over racisme of discriminatie zijn.
Hoe wordt er binnen het nationaal actieplan tegen racisme en discriminatie aandacht besteed aan racisme in de sport, en acht u dat voldoende?
Een brede aanpak is noodzakelijk vanwege de hardnekkigheid van het probleem.
Binnen het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme van de NCDR is sport aangemerkt als belangrijke context voor preventie en normstelling. Meer specifiek zet het programma's «Ons Voetbal is Van Iedereen» (OVIVI) zich in tegen racisme binnen het amateur- en betaald voetbal. In 2020 is het programma gestart. In 2023 is dit opgevolgd door OVIVI 2, dat bestaat uit 22 maatregelen verdeeld over vier actielijnen: voorkomen, signaleren, sanctioneren en samen aan de slag. Met het programma «Onze Club is van Iedereen» (OCIVI) zet NOC*NSF zich voor hetzelfde doel in en wordt een positieve sportcultuur gestimuleerd over de voile breedte van de sport.
Wat doet u eraan om jonge sporters met een migratieachtergrond te beschermen tegen racistische bejegening?
Het kabinet deelt de zorg over racisme en discriminatie jegens minderheidsgroepen, waaronder mensen met een migratieachtergrond. Ook jonge sporters moeten zich veilig kunnen voelen en beschermd worden tegen racistische bejegening. Discriminatie is onacceptabel, waar dan ook, dus ook op sportvelden.
Hoewel ik niet kan zeggen in hoeverre de incidenten passen in een bredere trend, wordt in de rapporten van de lokale ADV’s, de politie en het Openbaar Ministerie bevestigd dat de meeste meldingen van discriminatie betrekking heeft op de herkomst van mensen.3 Dit is een zorgwekkende ontwikkeling die we niet negeren.
Er zijn verschillende initiatieven op zowel lokaal als nationaal niveau, van burgers, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en meer, die gericht zijn op het bevorderen van inclusiviteit, het versterken van wederzijds begrip en het tegengaan van haat. De bestaande initiatieven worden ondersteund door het ministerie, zodat we niet alleen repressief optreden, maar ook structureel en preventief werken aan een samenleving waarin iedereen zich veilig en gerespecteerd kan voelen, ongeacht zijn of haar herkomst, godsdienst, geslacht, seksuele gerichtheid of andere kenmerken.
Bent u bereid om, naar aanleiding van dit incident, met de KNVB te spreken over extra maatregelen zoals cameratoezicht, stadionverboden of educatieve trajecten?
Zie antwoord vraag 6.
Wat zegt dit incident volgens u over het maatschappelijk klimaat in Nederland, waarin mensen met een migratieachtergrond zelfs op sportvelden doelwit worden van racisme?
Zie antwoord vraag 8.
Bent u bereid om publiekelijk uit te spreken dat racisme in welke vorm dan ook onacceptabel is, ook op de amateurvelden?
Ik spreek mij publiekelijk zonder voorbehoud uit tegen elke vorm van discriminatie en racisme. Discriminatie en racisme hebben geen plaats in onze samenleving en ook niet op de amateurvelden. Het is in welke vorm dan ook onacceptabel.
Erkent u dat het gebrek aan harde maatregelen tegen racisme in de sport bijdraagt aan een klimaat waarin daders van dergelijke racistische uitingen zich onaantastbaar wanen en slachtoffers zich in de steek gelaten voelen?
Ik begrijp dat het voor slachtoffers zo kan voelen wanneer daders niet zichtbaar of naar hun gevoel niet snel genoeg worden aangepakt. Dat onderstreept het belang van consequente opvolging van meldingen, heldere sancties en voldoende ondersteuning van slachtoffers. Tegelijkertijd wordt er binnen het bestaande beleid voortdurend gewerkt aan versterking van sanctionering, meldstructuren en handhaving. Normstelling alleen is niet voldoende; handhaving moet daar zichtbaar op volgen. Een goed voorbeeld van zichtbare opvolging is dat NAC Breda recent publiekelijk heeft aangegeven aangifte te doen tegen onder andere zijn eigen fans voor racisme en online haat.
Bent u bereid om vanuit het kabinet structureel geld vrij te maken voor racisme-bestrijding binnen sportclubs en dit niet langer afhankelijk te laten zijn van incidentele subsidies?
Het kabinet investeert reeds in de aanpak van discriminatie en racisme, onder meer via het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme en het OVIVI-programma.
Bent u bereid met de KNVB te overleggen over een meldpunt dat onafhankelijk functioneert, zodat slachtoffers van racisme niet afhankelijk zijn van de bereidheid van een clubbestuur om actie te ondernemen?
Zie antwoord vraag 6.
De geestelijke verzorging bij de politie |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u zich ervan bewust dat het politievak morele vorming van politiemensen vereist om goed politiewerk te leveren en op de been te blijven? Hoe is morele vorming van politiemensen nu expliciet en systematisch ingebed in de initiële opleiding en vervolgopleiding?
Om goed politiewerk te kunnen uitoefenen, is een professionele beroepsidentiteit belangrijk. Dit vormt het morele kompas van de politiemedewerker. De basispolitieopleiding niveau 4 (PO21) is erop gericht om de aspirant voor te bereiden op de uitoefening van de politietaak. Dit betekent dat de aspirant tijdens de opleiding kennis en vaardigheden opdoet en een professionele beroepsidentiteit ontwikkelt waar het politiewerk om vraagt. De ontwikkeling van een professionele beroepsidentiteit loopt als een rode draad door de hele basispolitieopleiding heen. Hiervoor is onder andere een geïntegreerd weerbaarheidsprogramma ontwikkeld. Om in aanmerking te komen voor het diploma moet de aspirant aantonen de kennis en vaardigheden te beheersen en een professionele beroepsidentiteit te hebben verworven. Ook in de bacheloropleidingen politieleider, politieagent, wijkagent en rechercheur is de ontwikkeling van een professionele beroepsidentiteit en morele weerbaarheid een vast onderdeel van het curriculum. Daarnaast wordt er in diverse leiderschapsopleidingen aandacht besteed aan moreel leiderschap. Voor politiemedewerkers die zich verder willen verdiepen in morele weerbaarheid biedt het vakspecialistisch politieonderwijs mogelijkheden tot het volgen van aanvullende trainingen en cursussen.
Bent u ermee bekend dat politiemensen bovengemiddeld vaak te maken hebben met geweld, maatschappelijke spanningen, leed en de dood en dat dit leidt tot verhoogde risico’s op morele verwonding, posttraumatische stressstoornis (PTSS) en uitval? Hoe wordt hierin structureel voorzien door middel van geestelijke verzorging, anders dan psychologische hulpverlening?
Het streven van de politieorganisatie is dat politiemedewerkers zo veilig en gezond mogelijk hun werk kunnen uitvoeren. Hierbij ondersteunt de politie als werkgever haar medewerkers door een breed pakket van maatregelen. De werkgever biedt een politiemedewerker waar nodig zorg, aandacht en ondersteuning. De Zorgwijzer1 geeft een overzicht van het zorg- en ondersteuningsaanbod voor politiemedewerkers. Een voorbeeld hiervan is het Team Collegiale Ondersteuning (TCO), dat laagdrempelig ondersteuning biedt aan politiemedewerkers die een heftige gebeurtenis hebben meegemaakt. Het TCO bestaat uit politiemedewerkers die getraind zijn om gesprekken te voeren met hun collega’s. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan preventie, zoals de Gezond Werken app. In deze app zijn tips, oefeningen en achtergrondinformatie op diverse thema´s opgenomen.
Naast ondersteuning op het gebied van fysieke en mentale gezondheid, is er in het brede pakket ook aandacht voor zingeving. Bij politiemedewerkers kunnen er in en door het politiewerk existentiële en ethische vragen opkomen. Politiemedewerkers kunnen hierin worden ondersteund door de geestelijk verzorgers. De geestelijk verzorgers maken deel uit van de Veilig en Gezond Werken (VGW) teams in de eenheden en zijn toegankelijk voor alle politiemedewerkers. Dit levert een bijdrage aan duurzame inzetbaarheid en aan goed politiewerk.
Waarom is er voor de krijgsmacht wel structureel geestelijke verzorging ingebed met voldoende capaciteit en is dit bij de politie nog altijd niet op vergelijkbare schaal gerealiseerd, terwijl beide beroepen structureel blootstaan aan existentiële en morele belasting?
De rollen van geestelijk verzorgers bij politie en Defensie zijn verschillend. Militairen worden over de hele wereld uitgezonden. Bij elke uitzending gaan er geestelijk verzorgers mee vanuit diverse denominaties. Dit leidt tot verschillen in inrichting en schaalgrootte ten opzichte van de politie. In tegenstelling tot uitgezonden defensiemedewerkers kunnen politiemedewerkers gebruik maken van levensbeschouwelijke en religieuze steun in hun persoonlijke netwerk en/of religieuze gemeenschap. Deze steun is beschikbaar naast de steun van de geestelijke verzorgers in de eenheden.
Bij de politie is de geestelijke verzorging structureel ingebed. Conform de afspraak in het arbeidsvoorwaardenakkoord sector politie 2018–2020 is de geestelijke verzorging uitgebreid naar 15 fte, zodat er ten minste 1 fte per eenheid beschikbaar is.
Kunt u garanderen dat geestelijke verzorging bij de politie met een beschermd beroepsgeheim en onafhankelijk van de hiërarchie is ingericht, vergelijkbaar met geestelijke verzorging bij de krijgsmacht? Zo nee, hoe wordt dan de vrijplaats beschermd en de noodzakelijke vertrouwensband gewaarborgd?
Iedere politiemedewerker kan een afspraak maken met een geestelijk verzorger zonder dat hiervoor toestemming of tussenkomst van een ander, zoals een leidinggevende, nodig is. Door de geheimhoudingsplicht (art. 272 Sr.) en het verschoningsrecht (art. 218 Sv.) biedt de geestelijk verzorger een veilige plaats waar politiemedewerkers vrijuit kunnen spreken. Ook zijn de geestelijk verzorgers bevoegd zich vrij in de politieorganisatie te bewegen wanneer dit voor de uitvoering van hun functie wenselijk of noodzakelijk is. Hiermee wordt de noodzakelijke vertrouwensband met de politiemedewerker gewaarborgd.
Is er sprake van een langetermijnvisie op de structurele inbedding van geestelijke verzorging bij de politie die de vrijplaats van geestelijke verzorging garandeert, vergelijkbaar met de structurele inbedding bij de krijgsmacht? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Burgermotorverkeersregelaars bij wielerkoersen |
|
Mohammed Mohandis (PvdA) |
|
Judith Tielen (VVD), Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het feit dat de wielerkalender onder druk staat door onder andere capaciteitsproblemen bij de politie, waardoor de inzet van motoragenten beperkt is?
Ja. Op 27 november 2024 heeft mijn ambtsvoorganger, samen met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV), een brief over dit onderwerp aan uw Kamer gestuurd.1
Deelt u de mening dat de inzet van burgermotorverkeersregelaars vanuit de overheid gestimuleerd dient te worden, zodat wielerwedstrijden op de openbare weg doorgang kunnen vinden en de politie tevens ontlast kan worden?
De verantwoordelijkheid voor een veilig en ordelijk verloop van wielerwedstrijden ligt bij de organisator van het evenement. De politie adviseert het bevoegd gezag over het verlenen van de vergunning. De inzet van burgermotorverkeersregelaars moet plaatsvinden binnen de geldende wettelijke kaders. In bovengenoemde brief is aangegeven op welke wijze de Rijksoverheid daarbij ondersteunt, bijvoorbeeld door een subsidie aan de KNWU voor de ontwikkeling van een landelijke richtlijn.
Wordt de financiering vanuit de rijksoverheid voor de inzet van burgermotorverkeersregelaars bij wielerkoersen structureel, zoals het amendement-Van Dijk c.s. beoogd? Zo nee, waarom niet?1
In het amendement wordt het kabinet gevraagd om te verkennen of structurele ondersteuning mogelijk is, aanvullend op het eenmalige bedrag van 215.000 euro voor de ontwikkeling van een landelijke richtlijn. Mijn ambtsvoorganger heeft dit met de Minister van JenV en de Minister van IenW onderzocht. Ze zijn tot de conclusie gekomen dat het niet de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid is om de inzet van burgermotorverkeersregelaars structureel te financieren. Hierover heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer op 18 juni jl. geïnformeerd.3
Wat is de status van de richtlijn voor de inzet van burgermotorverkeersregelaars bij wielerkoersen, waar financiering voor vrij is gemaakt via het eerder genoemde amendement-Van Dijk c.s.? Is de financiering al rond?
De KNWU heeft een start gemaakt met de ontwikkeling van de richtlijn, in samenspraak met MotorBegeleidingsTeams (MBT’s) en de politie. Doordat de subsidie van het Ministerie van VWS enige tijd op zich heeft laten wachten, zijn de activiteiten tijdelijk gepauzeerd. De subsidie is recentelijk aan de KNWU verstrekt, zodat de activiteiten kunnen worden hervat.
Hoe staat de politie tegenover de inzet van burgermotorverkeersregelaars bij wielerkoersen?
De korpschef heeft de Minister van JenV laten weten dat, overeenkomstig de huidige wetgeving, de politie van mening is dat de evenementenorganisator verantwoordelijk is voor een veilig en ordelijk verloop van een wielerwedstrijd. De invulling hiervan kan plaatsvinden met een breed maatregelenpakket, zoals statische verkeersmaatregelen en statische- en dynamische verkeersregelaars (burgermotorverkeersregelaars).
Vallen de collectieve kosten van de inzet burgermotorverkeersregelaars, ondanks een structurele rijksinvestering, lager uit dan de kosten voor de inzet van motoragenten bij wielerwedstrijden?
Deze vraag is niet goed te beantwoorden. Ten eerste zijn er geen collectieve kosten verbonden aan de inzet van burgermotorverkeersregelaars. Ten tweede zijn de kosten voor de inzet van motoragenten bij wielerwedstrijden niet sec te berekenen. De inzet van motoragenten gaat ten koste van de politiecapaciteit op andere plekken. Het betreft de inzet van schaarse capaciteit, middelen en opleidingen.
Waarom wordt de verdeling van politie-eenheden voor wielerkoersen nu lokaal belegd?
Een wielerkoers betreft een evenement waarvoor een vergunning wordt verleend door het bevoegd gezag. De eventuele inzet van politiecapaciteit bij een evenement wordt bepaald door dit bevoegd gezag, dat is veelal een gemeente of provincie. Het bevoegd gezag kan een afgewogen beslissing nemen omdat zij goed zicht heeft op de lokale context en andere evenementen in de omgeving die politie-inzet behoeven. De eventuele politie-inzet is niet gericht op het faciliteren van het evenement als zodanig.
Ontvangt u net als ons signalen dat het lokaal beleggen van de verdeling van politie-eenheden tot problemen leidt en het nationaal organiseren beter werkte?
In het verleden is geen sprake geweest van het nationaal organiseren van de verdeling van politie bij wielerwedstrijden. Wel vond afstemming plaats tussen de KNWU en een expertgroep van de politie. Hier werd op basis van de kalender van de KNWU besproken welke politiebegeleiding wenselijk zou zijn. In het gesprek tussen de politie en de KNWU konden geen toezeggingen worden gedaan. Het bevoegd gezag was niet betrokken bij deze gesprekken en daarom niet in de gelegenheid om de volle breedte van het evenement, de samenhang met andere evenementen en de context te overwegen. Om deze afweging goed te kunnen maken is het van belang dat het al dan niet verlenen van een vergunning voor een evenement bij het bevoegd gezag belegd is, inclusief het bepalen van de aard en omvang van eventuele aanvullende politie-inzet rond het evenement.
Bent u bereid deze keuze te heroverwegen? Zo nee, waarom niet?
Nee, aangezien het bevoegd gezag een goed beeld heeft van de context en andere evenementen in de omgeving die politie-inzet behoeven, is het van belang dat het de keuze maakt en dat dat niet op nationaal niveau gebeurt.
Bent u bereid in gesprek te gaan met het veld, onder andere met de KNWU, om te kijken naar een passende oplossing? Zo nee, waarom niet?
De Ministeries van IenW, JenV en VWS hebben de afgelopen jaren nauw samengewerkt met de betrokken stakeholders, waaronder de KNWU, om tot passende oplossingen te komen. Dit heeft geresulteerd in diverse acties waarover uw Kamer is geïnformeerd via de eerder genoemde brief. Wij blijven de ontwikkelingen volgen en blijven daarover regelmatig in gesprek met de partijen.
De programmamanager bij de politie en de betrokkenheid bij NTA-onderzoeken |
|
Ismail El Abassi (DENK) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ontslag voor programmamanager politie»?1
Ja.
Bent u bekend met het feit dat de huidige programmamanager van de landelijke aanpak tegen racisme, discriminatie en uitsluiting binnen de politie tevens directeur is van NTA, het bureau dat volgens meerdere rechtbanken en de Ombudsman Metropool Amsterdam moslims onrechtmatig heeft bespioneerd in moskeeën?
Ja, ik ben bekend met het feit dat de huidige programmamanager van de landelijke aanpak tegen racisme, discriminatie en uitsluiting binnen de politie tevens directeur is van NTA.
Hoe beoordeelt u de verenigbaarheid van het uitoefenen van twee ambten van de huidige programmanager racisme, discrimanatie en uitsluiting en tevens directeur van NTA met de geloofwaardigheid en integriteit van het huidige programma van de politie tegen racisme, discriminatie en uitsluiting binnen de politie?
De politie gaat zelf over de aanstelling van haar personeel. Derhalve zal ik niet interveniëren in arbeidsafspraken met individuen.
Bent u bereid om zich in te spannen om de aanstelling van de huidige programmamanager te beëindigen door dit te agenderen in het gesprek met de Korpsleiding? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u, gelet op de urgentie van deze zaak, de drukte van de Kameragenda en het aanstaande reces, bereid om deze vragen voor dinsdag 16 september 2025 te beantwoorden?
Ik heb getracht om de vragen zo snel mogelijk te beantwoorden.