Kamervraag 2026Z21185

Zonering rond Natura 2000-gebieden

Ingediend 6 oktober 2026
Indiener Caroline van der Plas (BBB)
Onderwerpen natuur en milieu organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z21185.html
  • Vraag 1
    Bevestigt u dat u in de beantwoording van de Kamervragen expliciet erkent dat zonering niet alleen wordt ingezet voor het verminderen van stikstofdepositie, maar ook om te sturen op mestgebruik, gewasbeschermingsmiddelen, waterkwaliteit, wateronttrekking en de gewenste vorm van landbouw?1
  • Vraag 2
    Hoe kan de noodzaak van zonering per gebied volgens u nog worden onderzocht, terwijl het kabinet al heeft gekozen om in principe rondom gehele Natura 2000-gebieden te zoneren en daarbij ook andere doelen dan stikstofreductie nastreeft? Spreekt u zichzelf niet rechtstreeks tegen door te zeggen dat de noodzaak en gebiedsselectie nog openliggen, terwijl de vorm, omvang en bredere doelen van de zonering al zijn bepaald?
  • Vraag 3
    Waarom heeft u 121 gebieden op een openbare lijst geplaatst, terwijl u tegelijkertijd stelt dat eerst nog moet worden aangetoond of zonering noodzakelijk is en welke drukfactor daarmee moet worden aangepakt? Is dit zorgvuldig bestuur?
  • Vraag 4
    Wat vindt u ervan dat boeren in onzekerheid worden gehouden, terwijl banken, financiers, potentiële kopers en bedrijfsopvolgers nu al rekening kunnen houden met mogelijke zonering? Vindt u het aanvaardbaar dat een voorlopige lijst nu al gevolgen kan hebben voor investeringen, financiering, bedrijfsopvolging en de waarde van agrarische bedrijven?
  • Vraag 5
    Wie draagt de schade als bedrijven nu al nadelige gevolgen ondervinden en hun gebied later alsnog van de lijst wordt verwijderd?
  • Vraag 6
    Hoe verhoudt deze handelwijze zich volgens u tot het beginsel van een betrouwbare overheid?
  • Vraag 7
    Begrijpt u dat boeren weinig vertrouwen hebben in een overheid die eerst hun bedrijf op een kaart zet, daarmee onzekerheid en mogelijke financiële schade veroorzaakt en pas daarna onderzoekt welk probleem daar eigenlijk moet worden opgelost? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 8
    Kunt u de Kamer een volledig overzicht verstrekken van alle Natura 2000-gebieden die nu op de voorlopige lijst staan, maar waar geen stikstofgevoelig areaal als overbelast is aangemerkt? Kunt u daarbij per gebied aangeven welk aandeel van het stikstofgevoelige areaal daadwerkelijk overbelast is?
  • Vraag 9
    Kunt u per gebied aangeven of de mogelijke zonering uitsluitend wordt overwogen vanwege andere drukfactoren dan stikstof?
  • Vraag 10
    Kunt u per gebied aangeven wat het concrete doel is in dat gebied?
  • Vraag 11
    Erkent u dat de stroken van 500 tot 1.000 meter rond sommige Natura 2000-gebieden dus feitelijk geen stikstofzones zijn, maar zones waarmee het kabinet ook wil ingrijpen in bemesting, gewasbescherming, watergebruik en de inrichting van agrarische bedrijven? Waarom worden deze vergaande doelen niet duidelijk en afzonderlijk aan boeren en de Kamer gecommuniceerd?
  • Vraag 12
    Waarom presenteert het kabinet deze zonering als onderdeel van een stikstofpakket dat de vergunningverlening moet lostrekken, terwijl u nu zelf erkent dat zones ook kunnen worden opgelegd rond gebieden waar geen stikstofoverbelasting bestaat? Welke bijdrage levert zonering vanwege waterkwaliteit, verdroging of gewasbeschermingsmiddelen precies aan het oplossen van de stikstofproblematiek en het hervatten van de vergunningverlening?
  • Vraag 13
    Op welke wettelijke grondslag wilt u landbouwbedrijven binnen deze zones beperkingen opleggen wegens drukfactoren die niet met stikstof samenhangen? Welke Europese of nationale verplichting rechtvaardigt een generieke zone van 500 of 1.000 meter wanneer niet per bedrijf is aangetoond dat het aan de betreffende verslechtering bijdraagt?
  • Vraag 14
    Waarop baseert u de stellige bewering dat uitsluitend met brede zonering kan worden gedaan wat nodig is om de natuur te herstellen?
  • Vraag 15
    Bent u bereid de conceptlijst met gebieden in te trekken, en deze pas definitief voor zonering aan te wijzen nadat openbaar, gebiedsspecifiek en toetsbaar is bewezen dat sprake is van dreigende verslechtering door stikstofoverschreiding, dat landbouw binnen de voorgestelde zone daar aantoonbaar aan bijdraagt en dat een minder ingrijpende maatregel niet volstaat?
  • Vraag 16
    Hoe kunt u, als u daartoe niet bereid bent, volhouden dat dit beleid noodzakelijk, proportioneel en zorgvuldig is?

Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z21185
Volledige titel: Zonering rond Natura 2000-gebieden