Kamervraag 2026Z20889

De vervolging van beledigende uitlatingen en de prioriteiten van het Openbaar Ministerie

Ingediend 2 oktober 2026
Indiener Shanna Schilder (PVV)
Onderwerpen recht strafrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z20889.html
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van het bericht «Jan Roos en Dennis Schouten voor rechter om online vernedering van twee vrouwen»?1
  • Vraag 2
    Zonder in te gaan op het individuele geval, deelt u de mening dat het strafrecht een ultimum remedium behoort te zijn en niet bedoeld is om iedere smakeloze, grove, kwetsende of beledigende uitspraak in Nederland via de strafrechter te bestraffen? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 3
    Hoe rechtvaardigt u dat schaarse capaciteit van Openbaar Ministerie (OM) en rechtspraak wordt ingezet voor de vervolging van eenvoudige belediging in zijn algemeenheid, terwijl diezelfde strafrechtketen kampt met grote capaciteitsproblemen en tal van veel ernstiger strafzaken om aandacht vragen?
  • Vraag 4
    Acht u het werkelijk een taak van het OM om via het strafrecht een bepaalde maatschappelijke omgangscultuur te bevorderen? Zo ja, waar ligt dan de grens tussen het vervolgen van daadwerkelijk strafwaardig gedrag en het via het strafrecht afdwingen van fatsoen?
  • Vraag 5
    Hoe beoordeelt u de redenering dat verbale agressie door publieke figuren kan bijdragen aan een cultuur waarin ernstiger vormen van geweld mogelijk worden? Op welke objectieve criteria en wetenschappelijke onderbouwing baseert het OM een dergelijke redenering en welke betekenis mag dit hebben bij de beslissing om iemand strafrechtelijk te vervolgen?
  • Vraag 6
    Hoeveel zaken wegens eenvoudige belediging op grond van artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht zijn de afgelopen vijf jaar jaarlijks door het OM afgedaan en hoeveel daarvan zijn daadwerkelijk aan de strafrechter voorgelegd?
  • Vraag 7
    Kunt u aangeven hoeveel capaciteit jaarlijks gemoeid is met eenvoudige beledigingszaken en acht u deze inzet, gelet op de overige problemen binnen de strafrechtketen, doelmatig?
  • Vraag 8
    Deelt u de mening dat burgers in een vrije samenleving in beginsel tegen grove, kwetsende en beledigende woorden moeten kunnen en dat het strafrecht pas in beeld behoort te komen wanneer daadwerkelijk zwaardere grenzen worden overschreden, bijvoorbeeld bij bedreiging, opruiing of het aanzetten tot geweld?
  • Vraag 9
    Bent u bereid te onderzoeken of eenvoudige belediging als zelfstandig strafbaar feit uit artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht kan worden geschrapt, waarbij zwaardere uitingsdelicten en andere strafbare gedragingen uiteraard strafbaar blijven? Zo nee, waarom acht u strafrechtelijke bestraffing van eenvoudige belediging in 2026 nog noodzakelijk?

Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z20889
Volledige titel: De vervolging van beledigende uitlatingen en de prioriteiten van het Openbaar Ministerie