| Ingediend | 31 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 21 september 2026 (na 21 dagen) |
| Indieners | Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA), Marjolein Moorman (GroenLinks-PvdA) |
| Beantwoord door | Judith Tielen (VVD) |
| Onderwerpen | onderwijs en wetenschap organisatie en beleid overige vormen van onderwijs |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z17450.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-46.html |
Ja, ik heb dit artikel gelezen.
Het is belangrijk dat ouders en leerlingen kunnen vertrouwen op het leerlingenvervoer. Wanneer zaken veranderen kan dit vervelend zijn. Het is daarom belangrijk dat er dan goed met ouders en leerlingen gecommuniceerd wordt.
In contact met de gemeente Rijswijk is bij mij aangegeven dat de gemeente zich niet herkent in de geschetste situatie. Zij geeft aan dat zij in 2025 gekeken heeft hoe zij leerlingenvervoer kon inrichten op een manier die beter aansluit bij de lokale verordening. Volgens de verordening worden er in eerste instantie andere mogelijke vormen van leerlingenvervoer verkend, zoals een ov-vergoeding, reiskostenvergoeding of fietsvergoeding. Het aangepaste leerlingenvervoer heeft niet de voorkeur.2
De gemeente geeft aan dat zij gekeken heeft welke leerlingen met een andere vorm van leerlingenvervoer naar school zouden kunnen reizen. In de zomer van 2025 zijn de ouders van deze leerlingen die al gebruikmaakten van het leerlingenvervoer hiervan op de hoogte gesteld. De gemeente heeft daarbij aangegeven dat de leerlingen in plaats van aangepast vervoer een andere vorm van leerlingenvervoer zouden krijgen, maar ze zouden in het schooljaar 2025–2026 nog wel gebruik kunnen maken van het aangepaste leerlingenvervoer.
Sinds de zomervakantie zijn er 27 zaken ingediend omtrent leerlingenvervoer in de gemeente Rijswijk. Volgens de gemeente zijn er inmiddels 16 zaken gegrond verklaard. Hieronder valt ook de situatie die besproken wordt in het artikel van het AD. De overige zaken worden met spoed behandeld. De gemeente gaat het proces evalueren om vergelijkbare situaties in de toekomst te voorkomen.
OCW heeft op dit moment geen signalen ontvangen dat dezelfde situatie in meerdere gemeenten speelt. Het ministerie houdt ontwikkelingen op het gebied van leerlingenvervoer in de gaten. In 2026, net als in 2024 en 2022, voert Oberon in opdracht van OCW de monitor leerlingenvervoer uit.3 OCW houdt zich daarnaast ook bezig met het meer inzichtelijk maken van het leerlingenvervoer. Dit is een van de doelen van de werkagenda leerlingenvervoer. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 9.
Leerlingenvervoer is een voorziening voor leerlingen die niet zelfstandig naar school kunnen. Het is aan de gemeente om te beslissen welke kinderen recht hebben op deze voorziening. OCW vindt het belangrijk dat leerlingen die dit nodig hebben, gebruik kunnen maken van kwalitatief goed leerlingenvervoer. Met de werkagenda leerlingen vervoer werkt OCW samen met partners aan de verbetering van het leerlingenvervoer. Zie ook het antwoord op vraag 9.
Wanneer leerlingen afhankelijk zijn van het leerlingenvervoer om van en naar school te gaan, is het problematisch wanneer dit ineens wegvalt. De onzekerheid die dit met zich meebrengt is onwenselijk. Wat de extra kosten zijn voor het wegvallen van leerlingenvervoer hangt af van allerlei factoren die per gemeente kunnen verschillen.
Oberon heeft in 2024 een flitspeiling uitgevoerd naar de ervaringen van het gespecialiseerd onderwijs met het aangepast vervoer. Hieruit kwam naar voren dat van de vestigingen die aangeven dat er sprake was van schooluitval, de meeste aangeven dat taxivervoer waarschijnlijk geen rol heeft gespeeld. Tien procent van alle vestigingen geeft aan dat taxivervoer zeker een factor is geweest in de schooluitval van een of meer leerlingen.4
Recent zijn er bij OCW, buiten het artikel van het AD, geen specifieke signalen binnengekomen van kinderen die vanwege het wegvallen van leerlingenvervoer thuis komen te zitten.
Zoals eerder is aangegeven, ligt de verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer bij de gemeenten. Gemeenten hebben hierdoor de vrijheid om passende beslissingen te nemen over hoe leerlingenvervoer geregeld wordt, waardoor het mogelijk is dat er verschillen ontstaan.
OCW houdt zich bezig met het verbeteren van de monitoring en het opstellen van een kwaliteitskader voor leerlingenvervoer in de werkagenda leerlingenvervoer. Zie hiervoor ook onze antwoorden op vraag 8 en 9.
Het is wettelijk geregeld dat de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van leerlingenvervoer bij de gemeente ligt. Dit heeft het voordeel dat er sprake kan zijn van maatwerk. De gemeente kent de lokale situatie goed en zorgt er idealiter voor dat het leerlingenvervoer hier goed op aansluit. Dit mag niet leiden tot ongelijke behandeling van leerlingen. Iedere leerling moet toegang hebben tot leerlingenvervoer dat goed aansluit op haar omstandigheden, zodat het recht op onderwijs kan worden geborgd. In de werkagenda houden OCW en haar partners zich ook bezig met het opstellen van een kwaliteitskader, zodat er een duidelijker beeld ontstaat over wat goed leerlingenvervoer inhoudt. Zie hiervoor ook ons antwoord op vraag 9.
Het is wettelijk geregeld dat de gemeente vaststelt welke leerlingen recht hebben op leerlingenvervoer en dit leerlingenvervoer uitvoert. Het is hierdoor mogelijk dat er verschillen bestaan tussen gemeenten. Zie ook het antwoord op vraag 8.
Het ministerie houdt zich daarnaast in de werkagenda Leerlingenvervoer samen met LBVSO, VNG, Ouders & Onderwijs, VDVN, KNV en Sectorraad GO bezig met het verbeteren van de kwaliteit van het leerlingenvervoer. Onder deze werkagenda vallen onder andere de werkgroepen kwaliteitskader, die zich bezighoudt met de mogelijkheid tot het opstellen van een landelijk kwaliteitskader voor leerlingenvervoer, en de werkgroep monitoring. Op deze manier werkt OCW samen met partners aan het blijven verbeteren van de kwaliteit van het leerlingenvervoer. De werkagenda loopt tot eind 2027, maar de opbrengst, bijvoorbeeld in de vorm van producten, zal waar mogelijk eerder worden gedeeld.