| Ingediend | 31 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 25 september 2026 (na 56 dagen) |
| Indiener | Ingrid Coenradie (PVV) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid politie, brandweer en hulpdiensten |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16616.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-114.html |
Ja.
In algemene zin vind ik het belangrijk dat meldingen van ongewenst gedrag en misstanden serieus worden onderzocht en dat de opgelegde maatregelen passend zijn. Ik heb vertrouwen in de werkwijze van het Landelijk Team Interne Onderzoeken (LTIO) en maatregelen die het bevoegd gezag neemt. In individuele casuïstiek doe ik geen uitspraken over de exacte gedragingen, overwegingen en opgelegde disciplinaire maatregelen.
Ik deel de opvatting dat leidinggevenden bij de politie een belangrijke taak hebben bij het signaleren en voorkomen van ongewenst gedrag. Van hen wordt verwacht dat zij actief bijdragen aan een sociaal veilig werkklimaat. Hun houding en gedrag straalt af op andere politiemedewerkers. Ook de manier waarop zij met een melding van grensoverschrijdend gedrag omgaan, kan invloed hebben op het gevoel van procedurele rechtvaardigheid van betrokkene. Voor leidinggevenden is het herkennen en erkennen van ongewenst en (seksueel) overschrijdend gedrag belangrijk. Zij moeten in staat zijn om het gesprek hierover aan te gaan in het team, maar ook moeten zij weten bij wie een medewerker terecht kan en wat de formele stappen zijn voor het vervolgtraject. Samen met de korpschef zet ik mij ervoor in dat leidinggevenden worden getraind en opgeleid op een wijze dat zij hun rol goed kunnen vervullen en kunnen bijdragen aan een veilige en inclusieve werkcultuur.
Voor wat betreft de opgelegde disciplinaire maatregel verwijs ik u naar het antwoord op vraag 2.
Medewerkers die op de hoogte zijn van misstanden worden aangemoedigd dit te melden. Dit geldt nog meer voor medewerkers in een leidinggevende positie. Van hen wordt verwacht dat zij actief bijdragen aan een sociaal veilig werkklimaat. Het nalaten om in te grijpen en/of het laten voortbestaan van een ongewenste situatie in hun team kan hen worden aangerekend als een vorm van plichtsverzuim.
Ja, ik deel de opvatting dat een disciplinaire maatregel zowel recht moet doen aan een individuele kwestie maar ook normstellend moet zijn in algemene zin. Hierbij geldt dat medewerkers van de politie een veilige werkomgeving moeten hebben. Iedere vorm van ongewenst gedrag keuren de korpsleiding en ik af. Ik vind het daarom extra belangrijk dat meldingen van ongewenst gedrag en misstanden serieus worden opgepakt en er vanuit de organisatie een reactie volgt. Dit draagt bij aan een gevoel van procedurele rechtvaardigheid en bevestigt de norm.
In individuele casuïstiek doe ik geen uitspraken over de exacte gedragingen, overwegingen en opgelegde disciplinaire maatregelen.
Ik vind het belangrijk dat meldingen van grensoverschrijdend gedrag en misstanden serieus worden onderzocht en dat de opgelegde maatregelen passend zijn. Hiervoor wordt een zorgvuldig proces doorlopen waarbij verschillende waarborgen gelden, zodat op gelijke wijze wordt getoetst welke disciplinaire straf in een concreet geval passend is. Dit proces blijft maatwerk. Op basis van de uitkomsten van een disciplinair onderzoek kan aan de medewerker een straf worden opgelegd wegens plichtsverzuim.
Een straf wegens plichtsverzuim kan volgens artikel 77 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), variëren van een schriftelijke berisping, plaatsing in een lagere salarisschaal of ontslag. In individuele casuïstiek doe ik geen uitspraken over de exacte gedragingen, overwegingen en opgelegde disciplinaire maatregelen.
De versterking van het leiderschap is een belangrijke beleidsontwikkeling in «Stevig staan in deze tijd», de strategische agenda van de politie voor de periode 2025–2030.1 In deze strategische beleidsontwikkeling wordt gewerkt aan leiderschapsontwikkeling, met aandacht voor onder meer een verbeterde selectie en ontwikkeling en beoordeling van leidinggevenden. Dit met het doel om de kwaliteit en professionaliteit van leiderschap binnen de politie te versterken.
Voor wat betreft De Blauwe Haven is door de politie ingegrepen. Deze plek moet bij uitstek een omgeving zijn waar politiemensen onder veilige omstandigheden kunnen werken of re-integreren. Naast de drie disciplinaire trajecten zijn er wijzigingen doorgevoerd bij de leiding van de Blauwe Haven. Dit bevat onder meer het verstevigen van het aantal leidinggevenden en een wijziging in de structuur van het team.
Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 6.
Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 6.
Er bestaat op basis van het Barp geen straf dat een persoon geen leidinggevende functie meer mag bekleden. Het is staand beleid dat disciplinaire besluiten tien jaar in het personeelsdossier worden bewaard. Men kan de sollicitanten hierop bevragen. Ook kunnen in de sollicitatieprocedure referenten worden bevraagd. Bij het solliciteren op een leidinggevende functie wordt de kandidaat standaard gescreend. Bij een interne kandidaat wordt hiervoor ook het personeelsdossier geraadpleegd.
Het is belangrijk te vermelden dat er een helder onderscheid wordt gehanteerd tussen strafrechtelijke en disciplinaire onderzoeken. Het strafrechtelijk traject staat onder gezag van het Openbaar Ministerie (OM) en wordt uitgevoerd door de Rijksrecherche en/of de afdeling VIK. Het disciplinaire traject is onder gezag van de Korpschef of diens gemandateerde en wordt uitgevoerd door de afdeling VIK.
In verband met de rechtszekerheid van de betrokken medewerker is het wenselijk dat deze trajecten van elkaar gescheiden zijn. Hierover zijn, mede naar aanleiding van de Review interne onderzoeken uit 2020, nadere afspraken gemaakt tussen het OM en de politie. Bij een disciplinair onderzoek is een politiemedewerker namelijk verplicht tot medewerking, terwijl deze verplichting bij een strafrechtelijk onderzoek niet geldt. Hierdoor kan een medewerker zich in een disciplinair traject onbedoeld incrimineren, wat gevolgen kan hebben in een eventueel strafrechtelijk traject. Zodra er namelijk in een disciplinair onderzoek een vermoeden van een strafbaar feit wordt geconstateerd, wordt het OM hierover geïnformeerd. Het OM kan vervolgens een strafrechtelijk traject gelasten en daadwerkelijk tot vervolging overgaan.
Bij een melding over het gedrag en handelen van (een) politiemedewerker(s), waarbij mogelijk sprake is van een vermoeden van plichtsverzuim, vindt altijd triage plaats. In de triage kan o.a. worden besloten dat er een (oriënterend, disciplinair, lijn-, dan wel een melding aan het OM) onderzoek moet plaatsvinden. Het formele besluit om een onderzoek te starten, ligt bij het bevoegd gezag. Dit is in de praktijk de korpschef of de door hem gemandateerde leidinggevende zoals een politiechef of directeur. In beginsel worden interne onderzoeken uitgevoerd door de decentrale afdelingen Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK). Als het onderzoek naar integriteitsschendingen complex, eenheidsoverstijgend of anderszins voldoet aan de inzetcriteria wordt dit, in opdracht van het bevoegd gezag, gedaan door het Landelijk Team Interne Onderzoeken (LTIO). De politie heeft mij laten weten dat naar aanleiding van de signalen medewerkers van het onderzoeksteam van het LTIO met tientallen mensen hebben gesproken. Op basis hiervan zijn drie disciplinaire onderzoeken gestart. Ook is er naar aanleiding van een aangifte, één strafrechtelijk onderzoek gestart in opdracht van de officier van justitie. Deze medewerker is uiteindelijk niet strafrechtelijk vervolgd, omdat het OM van mening was dat disciplinair ingrijpen de voorkeur genoot boven strafrechtelijk ingrijpen. Deze medewerker is door de politie in 2025 ontslagen vanwege ernstig plichtsverzuim.
Zie antwoord vraag 11.
Het disciplinair onderzoek is bij uitstek een werkgeversverantwoordelijkheid en een belangrijk instrument van de korpschef om de integriteit van haar personeel te waarborgen en te bevorderen.
Er zijn binnen de politie op dit gebied geen specifieke richtlijnen voor leidinggevenden. Voor elke politiemedewerker, leidinggevende of niet, geldt dat er een disciplinair onderzoek gestart kan worden om te bepalen of er in een bepaald geval plichtsverzuim is gepleegd. Op basis van de uitkomsten van het disciplinaire onderzoek kan vervolgens via een zorgvuldig proces een straf worden opgelegd. Het feit dat iemand een leidinggevende functie bekleedt kan wel leiden tot een zwaardere straf, omdat diegene een voorbeeldfunctie heeft. Het opleggen van een straf is altijd maatwerk, aangezien het afhankelijk is van de feiten en omstandigheden van de casus.
In 2020 heeft de politie een interne evaluatie uitgevoerd naar Interne onderzoeken. Hieruit zijn meerdere aanbevelingen voortgekomen, die grotendeels zijn doorgevoerd. De politie heeft continu aandacht voor het proces rondom interne onderzoeken en hoe dit verbeterd kan worden. Ik heb uw Kamer hierover regelmatig geïnformeerd.
Zie antwoord vraag 13.
Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 10.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Coenradie (JA21), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over «De Blauwe Haven» (ingezonden 31 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.