| Ingediend | 30 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 9 september 2026 (na 41 dagen) |
| Indiener | Annelotte Lammers (PVV) |
| Beantwoord door | Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid staatsveiligheid terrorisme |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16582.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2995.html |
Ja.
Ja.
Nee, die mening deelt het kabinet niet. De betreffende zin in de verklaring luidt als volgt: «Our resistance in all its forms to occupation, apartheid and colonisation is being increasingly sanctioned, criminalized, undermined and delegitimized, despite being rooted in international law.» Tevens roepen de ondertekenaars in de verklaring de internationale gemeenschap op om Palestijnse maatschappelijke organisaties te steunen in hun werk om een einde te maken aan het geweld waarmee ze te maken krijgen. Wat het kabinet betreft is er geen sprake van legitimering of aanmoediging van geweld of terrorisme in deze verklaring. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor2 en de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO Monitor3.
Het is evident dat Nederlands belastinggeld niet bedoeld is voor de ondersteuning van organisaties die terrorisme legitimeren en aanmoedigen. Na de gebeurtenissen op 7 oktober 2023 zijn de due diligence-processen die ervoor moeten waken dat Nederlands geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties tegen het licht gehouden. Daaruit bleek dat er geen signalen zijn dat geld voor Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen en dat de processen op orde zijn, zoals gesteld in de brief die op 11 oktober 20234 met de Kamer is gedeeld, alsook in de beantwoording op de reeds gestelde Kamervragen door Groep Markuszower.5
De betreffende organisaties hebben als doel om mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden te bevorderen en te beschermen. Dit is in lijn met het kabinetsbeleid.
Nederland verstrekt inderdaad de genoemde financiële bijdrage aan de Independent Commission for Human Rights (ICHR). De genoemde bijdrage aan het UNDP-programma Sawasya III is ook correct, maar Al Mezan en het Palestinian Centre for Human Rights (PCHR) ontvingen alleen in de periode 2024–2025 financiering van dit programma. De besluiten voor partnerorganisaties worden jaarlijks door middel van een aanbestedingsprocedure genomen.
Via het Sawasya III programma, uitgevoerd door een coalitie van UNDP, UNWomen en UNICEF voor de periode 2024–2028, is er tot nu toe een totaalbedrag van USD 568.080 verstrekt aan Al Mezan, de PCHR, en de Women's Centre for Legal Aid and Counselling. Toekomstige financiering voor deze organisaties is nog niet bekend, gezien de jaarlijkse aanbestedingsprocedures. Zie ook het antwoord op vraag 6.
De Independent Commission for Human Rights(ICHR) is de onafhankelijke nationale mensenrechteninstelling in de Palestijnse Gebieden met het mandaat om als ombudsman op te treden. De ICHR monitort en rapporteert over mensenrechtenschendingen van de zogenaamde plichtsdragers in de Palestijnse Gebieden, te weten Israël, de Palestijnse Autoriteit en Hamas. In dat kader heeft de ICHR tussen 2020 en 7 oktober 2023 mensenrechtentrainingen verzorgd ten behoeve van de politie in Gaza. Hoewel de politie in Gaza als organisatie geen onderdeel is van Hamas, oefent Hamas als de facto autoriteit wel controle uit in de aansturing. Dit vormde aanleiding om bij de ICHR navraag te doen. Op basis daarvan kon geconcludeerd worden dat de ICHR geen banden heeft met Hamas. Ook heeft de ICHR individuele deelnemers gescreend op basis van EU en VN terrorisme-listings. Daarbij is geconcludeerd dat deelnemers geen Hamasleden waren. De ICHR heeft na 7 oktober 2023 besloten deze trainingen te stoppen.
Er zijn voor zover bekend geen banden tussen de ICHR en Hamas of tussen Al Mezan en het PCHR en de PFLP. Zie voor het overzicht van financiering het antwoord op vragen 7.
Nee. Zie het antwoord op vraag 2, 3, en 4.
Zie antwoord vraag 10.