-
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over de ongeregeldheden in Den Haag na de WK-voetbalwedstrijd tussen Nederland en Marokko op 30 juni 2026, waarbij de Mobiele Eenheid (ME), een waterkanon en wapenstokken zijn ingezet en dertien personen zijn aangehouden?1
Ja.
-
Vraag 2
Klopt het dat de sfeer na afloop van de wedstrijd aanvankelijk feestelijk was, met toeterende auto’s, vlaggen, dansende supporters en vuurwerk en dat de politie reeds vooraf zichtbaar en grootschalig aanwezig was in de Haagse Schilderswijk?
Het behoort tot de reguliere taken van de driehoek (burgemeester, officier van justitie en de eenheidschef van de politie) om rondom toekomstige situaties een risico inschatting te maken en zo nodig daarop voor te bereiden.
De politie heeft mij laten weten dat het klopt dat de politie nadrukkelijk zichtbaar aanwezig was in het straatbeeld.
De burgemeester van Den Haag heeft de gemeenteraad geïnformeerd dat het WK zorgvuldig is voorbereid waarbij ervaringen uit eerdere toernooien werden meegenomen. Daarbij is er ruimte voor spontane feestelijke vieringen op straat. Dat is ook geconstateerd bij de wedstrijd Marokko-Nederland op 30 juni 2026.
-
Vraag 3
Kunt u een feitelijke reconstructie geven van de gebeurtenissen in de Haagse Schilderswijk na afloop van deze wedstrijd, uitgesplitst naar tijdstip, locatie, aard van de incidenten, gegeven bevelen, ingezette politie-eenheden, gebruikte geweldsmiddelen en verrichte aanhoudingen?
-
Vraag 4
Kunt u daarbij specifiek reconstrueren op welk moment de sfeer volgens politie en driehoek omsloeg, welke concrete feiten of incidenten daaraan ten grondslag lagen en welke rol meldingen over vuurwerk, stenen, flessen, opstoppingen, openbare-ordeverstoringen en het vermeende vuurwapenincident daarbij hebben gespeeld?
-
Vraag 5
Op welk moment en door wie is besloten om op te schalen naar inzet van de ME, het waterkanon en de wapenstok en welke concrete dreiging voor personen, goederen of de openbare orde maakte deze opschaling volgens u noodzakelijk?
-
Vraag 6
Welke minder ingrijpende middelen zijn voorafgaand aan deze opschaling overwogen of ingezet en waarom zijn deze volgens politie en driehoek onvoldoende geacht?
-
Vraag 7
Is voorafgaand aan de inzet van het waterkanon en het gebruik van wapenstokken duidelijk gewaarschuwd dat deze middelen zouden worden ingezet? Zo ja, hoe vaak, op welke wijze, op welke locaties en in welke talen? Zo nee, waarom niet?
-
Vraag 8
Op grond van welke wettelijke bevoegdheden en geweldsinstructies zijn het waterkanon en de wapenstok ingezet en hoe is daarbij voldaan aan de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit?
Het gebruik van de wapenstok is op grond van artikel 12e van de Ambtsinstructie onder andere geoorloofd om een persoon op afstand te houden die een ambtenaar in diens taakuitoefening belemmert of die geen gehoor geeft aan een bevoegd gegeven bevel of verordening, en/of ter verspreiding van samenscholing of volksmenigten die een onmiddellijke bedreiging vormen voor de openbare orde.
Het gebruik van de waterwerper is op grond van artikel 14 van de Ambtsinstructie geoorloofd bij het optreden van een mobiele eenheid in opdracht van de meerdere en na verkregen toestemming van het bevoegd gezag.
De politie heeft op 30 juni in Den Haag geweld toegepast ter handhaving van de openbare orde onder het bevoegd gezag van de burgemeester. De wijze waarop dit geweld is toegepast, en welke geweldsmiddelen hierbij zijn ingezet zijn operationele afwegingen die worden gemaakt in de lokale driehoek. De burgemeester legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad. In zijn commissiebrief gaat de burgemeester van Den Haag hier op in.
-
Vraag 9
Op grond van Artikel 12e van de Ambtsinstructie mag de wapenstok slechts worden gebruikt in strikt omschreven situaties. Kunt u per bekende inzet van de wapenstok concreet aangeven welke wettelijke grond aanwezig was, welk doel met het geweld werd beoogd en waarom dit geweldsmiddel op dat moment noodzakelijk en proportioneel was?
Zie antwoord vraag 8.
-
Vraag 10
Op sociale media circuleren tevens beelden waarop is te zien dat jongeren in Den Haag gehoor geven aan de politie om door te lopen, maar desondanks herhaaldelijk met wapenstokken worden geslagen. De beelden wekken de indruk dat juist het voortdurende slaan en zwaaien met wapenstokken paniek veroorzaakt onder jongeren die dus in beginsel meewerken. Kunt u deze beelden bevestigen?2
Zie het antwoord op vraag 3 tot en met 7.
-
Vraag 11
De beelden wekken de indruk dat het voortdurende slaan en zwaaien met wapenstokken juist paniek veroorzaakt onder jongeren die in beginsel lijken mee te werken. Bent u bereid deze beelden te laten beoordelen door een onafhankelijke instantie om vast te stellen of het politieoptreden noodzakelijk, proportioneel, subsidiair en de-escalerend was? Zo nee, waarom niet?
-
Vraag 12
Kunt u uitsluiten dat feestvierende jongeren of omstanders die zelf geen geweld gebruikten en gehoor gaven aan politiebevelen, toch zijn geraakt door politiegeweld of hardhandig zijn aangehouden? Zo ja, waarop baseert u dat? Zo nee, welke vervolgstappen worden gezet?
-
Vraag 13
Deelt u de mening dat geweld tegen politieagenten onacceptabel is, maar dat dit nooit mag betekenen dat feestvierende jongeren collectief of disproportioneel hard worden aangepakt?
-
Vraag 14
Hoe voorkomt de politie dat het gedrag van enkele ordeverstoorders leidt tot een collectieve aanpak van een grotere groep Marokkaanse feestvierders, waaronder jongeren die geen strafbare feiten plegen en juist gehoor geven aan politiebevelen?
In zijn algemeenheid geldt dat wanneer de burgemeester de politie de opdracht geeft om ter handhaving van de openbare orde personen te bevelen zich uit een aangewezen gebied te verwijderen, dit wordt dit gecommuniceerd met de personen die zich in dat gebied bevinden. De politie geeft de instructie om een gebied te verlaten en kondigt aan dat personen die hieraan geen gehoor geven het risico lopen dat er geweld tegen hen gebruikt zal worden.
-
Vraag 15
Wordt het politieoptreden in Den Haag onafhankelijk geëvalueerd, inclusief de voorbereiding, de zichtbare aanwezigheid van de politie, het moment van opschaling, het gebruik van geweldsmiddelen, de aanhoudingen en de vraag of de inzet de-escalerend of juist escalerend heeft gewerkt? Zo nee, waarom niet?
De burgemeester van Den Haag heeft in zijn brief aan de gemeenteraad onder andere gecommuniceerd dat eerdere ervaringen worden meegenomen in de voorbereiding op momenten waarbij de mogelijkheid bestaat op openbare orde verstoringen.
Ook heeft hij in zijn brief aan de gemeenteraad gecommuniceerd dat politiegeweld in Nederland aan strikte regels gebonden is en altijd achteraf wordt getoetst en waar nodig onderzocht. Als er klachten over het politieoptreden worden ingediend, worden die zorgvuldig beoordeeld, tot indien nodig, aan de onafhankelijke Nationale ombudsman. Er kan ook aangifte worden gedaan als iemand van mening is dat de politie een strafbaar feit heeft begaan.
-
Vraag 16
Uit berichtgeving blijkt dat Amsterdam koos voor een de-escalerende aanpak waarbij fans ruimte kregen om feest te vieren en geen aanhoudingen zijn verricht, terwijl in Den Haag en Utrecht zwaarder is opgeschaald met ME, waterkanonnen en wapenstokken. Hoe verklaart u dit verschil in politieaanpak en in hoeverre is vooraf meegewogen dat grootschalige en zichtbare politie-inzet juist escalerend kon werken, met name in een dichtbevolkte wijk waar veel jongeren en omstanders aanwezig waren, temeer nu beelden de indruk wekken dat tegen aanwezige jongeren buitensporig en disproportioneel geweld is gebruikt door herhaaldelijk met de wapenstok te slaan?3 45
De handhaving van de openbare orde en de inzet van de politie met dit doeleinde wordt uitgevoerd onder het gezag van de burgemeester. De burgemeester legt hier verantwoording over af in de gemeenteraad. Op lokaal niveau worden afwegingen gemaakt hoe er wordt omgegaan met lokale openbare orde verstoringen onder andere omdat lokaal de kennis aanwezig is over de lokale context, risicolocaties, betrokken gemeenschappen en de beschikbare capaciteit van de politie en hulpdiensten. Daardoor kunnen getroffen maatregelen verschillen per gemeente.
-
Vraag 17
Gelet op het voorgaande, kunt u precies reconstrueren waardoor, hoe en op welk moment de sfeer omsloeg, wanneer is besloten op te schalen naar inzet van de ME, waterkanonnen en wapenstokken, welke concrete feiten of incidenten daaraan ten grondslag lagen en in hoeverre en hoe daarbij de afweging is gemaakt dat voornoemde zware politie-inzet noodzakelijk, proportioneel en de-escalerend was?
Zie het antwoord op vraag 3 tot en met 10.
-
Vraag 18
Bent u bereid de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren over de uitkomsten van de evaluatie van het politieoptreden in Den Haag en daarbij expliciet in te gaan op de vraag of de inzet van ME, waterkanon en wapenstokken noodzakelijk, proportioneel, subsidiair en de-escalerend was?
Het is niet aan de Minister van Justitie en Veiligheid om in te gaan op individuele casuïstiek. De handhaving van de openbare orde en de inzet van de politie met dit doel wordt uitgevoerd onder het gezag van de burgemeester. De burgemeester legt hier verantwoording over af in de gemeenteraad.