Kamervraag 2026Z16371

Het voornemen van de provincie Noord-Brabant om vergunningen in te trekken van vijf pluimveehouders

Ingediend 20 juli 2026
Beantwoord 13 augustus 2026 (na 24 dagen)
Indiener Caroline van der Plas (BBB)
Beantwoord door van Bruggen
Onderwerpen dieren landbouw
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16371.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2667.html
1. NOS, 17 juli 2026, «Provincie wil vergunning vijf Brabantse kippenboeren intrekken», Provincie wil vergunning vijf Brabantse kippenboeren intrekken
  • Vraag 1
    Kent u het bericht «Provincie wil vergunning vijf Brabantse kippenboeren intrekken»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Hoe verhoudt het intrekken van jarenlang rechtmatig verleende natuurvergunningen zich tot het beginsel van rechtszekerheid?

    Ik vind het van groot belang dat ondernemers er in principe vanuit kunnen gaan dat vergunningen blijven gelden. Die duidelijkheid is belangrijk. Het rechtszekerheidsbeginsel beschermt de burger tegen onzekerheid en willekeur veroorzaakt door de overheid. Dat betekent bijvoorbeeld dat vergunningen in principe niet worden aangetast. Ik roep alle partijen op om, vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid, alles op alles te zetten om intrekking van vergunningen te voorkomen. Tegelijkertijd geldt dat het rechtszekerheidsbeginsel van rechtszekerheid niet absoluut is. Er kunnen zich omstandigheden voordoen die nopen tot aantasting van een vergunning, bijvoorbeeld als een rechterlijke uitspraak daartoe noopt. Het intrekken van een vergunning is een ingrijpend besluit en brengt onzekerheid met zich mee. Uiteraard is het belangrijk dat bij dergelijke besluiten een grote mate van zorgvuldigheid wordt betracht en de daarvoor geldende procedures worden gevolgd. Zo staat tegen een intrekking rechtsbescherming open, waarbij de rechter zal toetsen of het bestuursorgaan die benodigde zorgvuldigheid heeft betracht.

  • Vraag 3
    Lopen naast deze vijf agrarische bedrijven ook bedrijven in andere sectoren risico op het intrekken van een geldige vergunning? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke bedrijven lopen dit risico?

    Er zijn intrekkingsverzoeken gedaan in verschillende sectoren, waaronder de agrarische sector, industrie en de woningbouw. Dat benadrukt de urgentie om snel een geborgd pakket juridisch te verankeren om in de toekomst intrekkingsverzoeken gemotiveerd af te kunnen wijzen. Daarom blijf ik vol inzetten op het zo snel mogelijk juridisch verankeren van het pakket dat ik in de brief van 26 juni jl. aan uw Kamer heb gepresenteerd.

  • Vraag 4
    Acht u het wenselijk dat ondernemers die volledig volgens de geldende wet- en regelgeving hebben gehandeld, alsnog hun bedrijf dreigen te verliezen?

    Nee, dat vind ik niet wenselijk en daarom roep ik betrokken partijen op om, vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid, alles op alles te zetten om intrekkingsbesluiten te voorkomen.

  • Vraag 5
    Bent u van mening dat de overheid ondernemers moet beschermen wanneer zij hebben gehandeld op basis van door diezelfde overheid verleende vergunningen? Zo nee, waarom niet?

    Zoals eerder aangegeven, vind ik het van groot belang dat ondernemers er in principe vanuit kunnen gaan dat natuurvergunningen blijven gelden. Indien een verzoek tot intrekking wordt gedaan, geldt dat daar een (juridische) procedure voor bestaat om tot een afgewogen besluit te komen. Onderdeel daarvan is onder andere dat tegen een intrekking rechtsbescherming open staat waarbij de rechter zal toetsen of het bestuursorgaan de benodigde zorgvuldigheid heeft betracht. Zoals gezegd is het daarom des te urgenter om het recent gepresenteerde maatregelenpakket juridisch te verankeren.
    Zoals aangekondigd in de antwoorden op vragen van het lid Korevaar (2026Z16351) heb ik met de provincie Noord-Brabant gesproken om beschikbare kennis, expertise en ervaring te delen om handhavingsverzoeken gemotiveerd te kunnen afwijzen. Ik heb in dat gesprek aangegeven dat ik in zijn algemeenheid hecht aan een zorgvuldig proces, waarbij de ondernemers de mogelijkheid krijgen om alternatieve plannen in te dienen (trappetje van Remkes). Ook vind ik het belangrijk dat de effecten van het maatregelpakket dat het kabinet gepresenteerd heeft en waarvoor ik een spoedwet en een programma in oktober naar uw Kamer zal sturen, meegenomen zal worden bij de afweging. Ditzelfde geldt voor de bedrijfsspecifieke emissienormen voor de intensieve sectoren die begin volgend jaar volgen.

  • Vraag 6
    Welke gevolgen verwacht u voor het vertrouwen van burgers en ondernemers in de overheid wanneer legaal verleende vergunningen jaren later alsnog worden ingetrokken?

    Ik realiseer mij heel goed dat een verzoek tot het intrekken van vergunningen zeer ingrijpend is voor een ondernemer. Ten behoeve van het vertrouwen is het daarom van groot belang dat betrokken partijen, vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid, alles op alles zetten om intrekkingsbesluiten te voorkomen en bij het doorlopen van een procedure grote zorgvuldigheid betrachten. Ik heb er vertrouwen in dat met een juridisch geborgd maatregelpakket het mogelijk zal zijn om in de toekomst intrekkingsverzoeken gemotiveerd af te kunnen wijzen. In specifieke situaties is mogelijk een aanvullende inzet nodig. Daarom voel ik grote urgentie om de verschillende elementen uit het pakket zo snel mogelijk in uitvoering te brengen.

  • Vraag 7
    Hoe beoordeelt u de gevolgen hiervan voor het eigendomsrecht zoals beschermd door Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (recht op eigendom)?

    In de Europese Unie geldt een recht op ongestoord genot van eigendom (artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM). Het eigendomsrecht is echter niet absoluut en kan dus, onder omstandigheden, aan beperkingen onderhevig zijn. Een beperking kan in het algemeen belang gerechtvaardigd zijn. Het is niet aan mij om voor deze concrete gevallen te beoordelen of een eventuele beperking van het eigendomsrecht gerechtvaardigd is.

  • Vraag 8
    Vindt u dat het huidige vergunningenstelsel nog voldoende rechtszekerheid biedt als een ondernemer ondanks een geldige vergunning nooit zekerheid heeft dat deze in stand blijft?

    Ondernemers moeten er in principe vanuit kunnen gaan dat vergunningen blijven gelden. Zoals hiervoor aangegeven, is het beginsel van rechtszekerheid niet absoluut en zijn vergunningen niet onaantastbaar. Er kunnen zich situaties voordoen waardoor een vergunning toch wordt ingetrokken. Een rechterlijke uitspraak kan een reden zijn om daartoe te besluiten. Ik ben bij vraag 2 uitgebreider ingegaan op de onzekerheid die intrekkingen van vergunning met zich meebrengt. Zoals ik eerder heb aangegeven, roep ik partijen op om, vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid, alles op alles te zetten om dit te voorkomen.

  • Vraag 9
    Bent u bereid in overleg te treden met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de provincies om te voorkomen dat legaal opererende bedrijven door vergunningintrekkingen buiten hun schuld om worden beëindigd? Zo nee, waarom niet?

    Ik heb namens het kabinet een uitgebreid pakket aan maatregelen gepresenteerd waarmee met een juridisch geborgd maatregelpakket het mogelijk zal zijn om in de toekomst intrekkingsverzoeken gemotiveerd af te kunnen wijzen. Dit vanuit de overtuiging van het kabinet dat alle partijen hier, vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid, alles op alles voor moeten zetten. Immers, zoals eerder aangegeven, vind ik het erg belangrijk dat ondernemers er in principe vanuit kunnen gaan dat natuurvergunningen blijven gelden. Dit blijft in individuele gevallen echter een afweging van het bevoegde bestuursorgaan, waarbij alle belangen zullen worden gewogen. Tegen intrekkingsbesluiten staat in de regel rechtsbescherming open bij de bestuursrechter.

  • Vraag 10
    Welke waarborgen ziet u om te voorkomen dat vergunningverlening door de overheid feitelijk haar betekenis verliest doordat vergunningen jaren later alsnog worden ingetrokken?

    Zoals toegelicht, geldt dat indien een verzoek tot intrekking van de vergunning wordt gedaan, daarvoor een (juridische) procedure is ingericht om tot een afgewogen besluit te komen. Dat is een belangrijke waarborg voor het systeem van vergunningverlening. Daarbij is belangrijk dat bij dergelijke besluiten die grote gevolgen kunnen hebben voor betrokkenen, een grote mate van zorgvuldigheid wordt betracht. Het kabinet zet vol in op het zo snel mogelijk juridisch verankeren van het maatregelenpakket. In oktober zal ik daarom een spoedwet en een programma van maatregelen aan uw Kamer zal voorleggen.

  • Vraag 11
    Erkent u dat een overheid die eerst vergunningen verleent en vervolgens dezelfde vergunningen intrekt, het fundament van de rechtsstaat en het vertrouwen in de overheid ondermijnt? Zo nee, waarom niet?

    Ik erken dat niet. Bij een rechtsstaat hoort namelijk ook dat gehoor wordt gegeven aan rechterlijke uitspraken, ook als die het intrekken van vergunningen tot gevolg hebben. Tegelijkertijd begrijp ik wel dat een mogelijke intrekking van de vergunning zeer ingrijpende is voor een ondernemer. Daarom moeten de betrokken partijen, vanuit ieders eigen rol en verantwoordelijkheid, alles op alles te zetten om intrekkingsbesluiten te voorkomen. Ik heb er vertrouwen in dat met een juridisch geborgd maatregelpakket het in principe mogelijk zal zijn om in de toekomst intrekkingsverzoeken gemotiveerd af te kunnen wijzen. Daarom blijf ik vol inzetten op het zo snel mogelijk juridisch verankeren van het maatregelenpakket.

  • Vraag 12
    Waar ligt volgens u de grens van de rechtszekerheid in Nederland als een ondernemer die volledig volgens de regels heeft geïnvesteerd, desondanks zijn vergunning en daarmee zijn bedrijf kan verliezen?

    Bij vraag 2 ben ik ingegaan op de verhouding tussen het intrekken van vergunningen en het beginsel van rechtszekerheid.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z16371
Volledige titel: Het voornemen van de provincie Noord-Brabant om vergunningen in te trekken van vijf pluimveehouders
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2667
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over het voornemen van de provincie Noord-Brabant om vergunningen in te trekken van vijf pluimveehouders