Kamervraag 2026Z16359

De positie van alleenverdieners met een uitkering bij het extra bedrag aan kinderbijslag (AKW+)

Ingediend 20 juli 2026
Beantwoord 9 september 2026 (na 51 dagen)
Indieners André Flach (SGP), Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA)
Beantwoord door Thierry Aartsen (VVD)
Onderwerpen gezin en kinderen sociale zekerheid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16359.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3007.html
1. Centrale Raad voor Beroep, 28 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1235.
2. Centrale Raad voor Beroep, 18 april 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:746.
3. SVB, «Extra kinderbijslag thuiswonend kind met intensieve zorg» (www.…
4. Centrale Raad voor Beroep, 28 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1235.
5. Centrale Raad voor Beroep, 18 april 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:746.
6. SVB, «Extra kinderbijslag thuiswonend kind met intensieve zorg» (www.…
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 juni 2023 over de uitleg van het begrip arbeidsinkomen voor de toepassing van de AKW+1 en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 april 2025 over de toepassing van de inkomenseis bij paren waarvan één van de partners volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is?2

    Ja, ik ben bekend met beide uitspraken van de Centrale Raad voor Beroep (hierna: CRvB) over de AKW+.

  • Vraag 2
    Wat vindt u van het feit dat ouders als gevolg van de uitspraak uit 2023 onverwacht geconfronteerd werden met het wegvallen van een aanzienlijk bedrag aan extra kinderbijslag?

    De uitspraak van de CRvB in 2023 leidde tot een andere uitvoering van de AKW+. Voor een groep ouders heeft de uitspraak een gunstig effect gehad en voor een deel van de ouders heeft de uitspraak een negatief effect gehad. Als gevolg van de uitspraak waren er ouders die recht kregen op het extra bedrag, dat één keer per jaar wordt betaald, of dit recht eventueel verloren. Door de uitspraak werd de wet op de juiste manier toegepast waardoor duidelijkheid gegeven kon worden aan ouders over de toepassing van de inkomenseis.

  • Vraag 3
    Hoe beoordeelt u de inconsistentie dat partners met een uitkering als gevolg van de uitspraak uit 2023 in beginsel geen recht meer hebben op AKW+, terwijl alleenstaande ouders met een uitkering dat recht behouden, en dat de Centrale Raad van Beroep voor bepaalde IVA-gevallen inmiddels een uitzondering noodzakelijk heeft geacht? Welke consequenties verbindt u hieraan?

    Er zijn verschillende groepen ouders voor wie de uitspraak uit 2023 gevolgen had. Alleenverdieners met een periodieke uitkering zoals een WIA-uitkering, WW-uitkering of Wajong-uitkering hadden vanwege de uitleg van het begrip «arbeidsinkomen» door de CRvB vóór de uitspraak wel recht en na de uitspraak geen recht meer op de AKW+. Het doel van de AKW+ is ouders tegemoet te komen die voor hun kind met intensieve zorgbehoefte zorgen en daardoor niet beiden kunnen werken. Hierdoor lopen zij de inkomensafhankelijke combinatiekorting (hierna: IACK) mis. De IACK is bedoeld om ouders met jonge kinderen te stimuleren te blijven werken, en arbeid en zorg te combineren. De AKW+ compenseert het verlies van dit bedrag wanneer deze groep ouders voldoen aan de inkomenseis (inkomen uit tegenwoordige arbeid). Voor alleenstaande ouders geldt deze inkomenseis niet. De gedachte hierbij is dat een alleenstaande ouder die zorgt voor een kind met intensieve zorgbehoefte, dat mag doen met een uitkering omdat de zorg niet gedeeld kan worden met een partner. Als gevolg van de uitspraak van de CRvB uit 2025 wordt een uitzondering gemaakt voor partners waarbij één van de partners volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is; dan geldt de inkomenseis niet.

  • Vraag 4
    Wat was de exacte uitvoeringspraktijk tot aan de genoemde rechterlijke uitspraken ten aanzien van uitkering van AKW+ aan alleenverdieners met een bijstands-, WIA-, WW- of Wajong-uitkering? Welke wijzigingen in de uitvoeringspraktijk hebben plaatsgevonden naar aanleiding van genoemde uitspraken, en per wanneer zijn deze ingegaan? Aan welke ouders keert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de AKW+ momenteel wel uit en aan welke niet?

    Tot aan de uitspraak van de CRvB van 28 juni 2023 interpreteerde de SVB de inkomenseis zo dat slechts het inkomen van één van beide partners meetelde. Dit gold wanneer het inkomen van één van beide partners in het alleenverdienershuishouden niet hoger was dan het bedrag dat wordt genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 (in het peiljaar 2023 was dat bedrag € 5.547,00). De SVB keek dus niet naar het inkomen van beide partners. Als inkomen telde de SVB mee:
    Tot en met 30 november 2023, de sluitingsdatum voor aanvragen over het peiljaar 2022, beoordeelde de SVB of werd voldaan aan de inkomenseis op de manier zoals zij dat sinds 2015 had gedaan. Door de uitspraak van 28 juni 2023 was de SVB verplicht de inkomenseis op een andere manier te beoordelen. De nieuwe beoordeling heeft de SVB toegepast vanaf het peiljaar 2023. Dat betekent dat ook ouders die na de datum van de uitspraak AKW+ voor het peiljaar 2022 aanvroegen, nog werden beoordeeld aan de hand van de sinds 2015 gehanteerde werkwijze. Op deze wijze zijn ouders die bijvoorbeeld in januari 2023 een aanvraag voor AKW+ hebben ingediend voor het peiljaar 2022 gelijk behandeld met ouders die na de uitspraak van de CRvB van 28 juni 2023 voor ditzelfde jaar AKW+ hebben aangevraagd. Op grond van de uitspraak van 28 juni 2023 is vanaf het peiljaar 2023 het inkomen van beide partners relevant. Eén van de partners moet een arbeidsinkomen hebben boven het grensbedrag en de andere partner heeft geen arbeidsinkomen of een arbeidsinkomen van ten hoogste het grensbedrag. Periodieke uitkeringen vormen inkomen uit vroegere arbeid en vallen daardoor niet langer onder het inkomensbegrip van artikel 7a AKW. Onder inkomen wordt verstaan:
    Onderstaand is schematisch in beeld gebracht wat de uitspraak uit 2023 van de CRvB heeft betekend voor de doelgroepen van de AKW+. Volledigheidshalve wordt hierbij benadrukt dat de uitspraak geen betrekking heeft op alleenstaande ouders, maar alleen op situaties waarbij sprake is van een fiscaal partner.
    Eén partner heeft een arbeidsinkomen boven het grensbedrag. Andere partner heeft geen inkomen of een beperkt inkomen (tot ten hoogste het grensbedrag).
    Recht op AKW+. Inkomen van ten minste één partner ligt op of onder het grensbedrag.
    Recht op AKW+. Het arbeidsinkomen van één partner is boven grensbedrag, andere partner heeft geen inkomen.
    Eén partner heeft een arbeidsinkomen boven het grensbedrag. Andere partner heeft een uitkering (inkomen uit vroegere dienstbetrekking).
    Geen recht op AKW+. Een uitkering is relevant inkomen, waardoor niet voldaan is aan de voorwaarde dat het inkomen van ten minste één partner op of onder het grensbedrag ligt.
    Recht op AKW+. Het arbeidsinkomen van de ene partner is boven het grensbedrag, de andere partner heeft geen arbeidsinkomen.
    Eén partner ontvangt een periodieke uitkering (bijv. WW/WIA/Anw/AOW). De andere partner heeft geen inkomen of een beperkt inkomen.
    Recht op AKW+. Inkomen van ten minste één partner ligt op of onder het grensbedrag.
    Geen recht op AKW+. Een socialezekerheidsuitkering is geen arbeidsinkomen waardoor niet aan de inkomenseis wordt voldaan.
    Eén partner is met pensioen en ontvangt AOW plus aanvullend pensioen. Andere partner heeft geen inkomen of een beperkt inkomen.
    Recht op AKW+. Inkomen van ten minste één partner ligt op of onder het grensbedrag.
    Geen recht op AKW+. Pensioen en AOW is geen arbeidsinkomen waardoor niet aan de inkomenseis wordt voldaan.
    Geen van de partners ontvangt inkomen; ze leven van (inkomsten uit) vermogen.
    Recht op AKW+. Inkomen van ten minste één partner ligt op of onder het grensbedrag.
    Geen recht op AKW+. Inkomen uit vermogen is geen arbeidsinkomen waardoor niet aan de inkomenseis wordt voldaan.
    Partners ontvangen allebei een volledige bijstandsuitkering.
    Geen recht op AKW+. Een bijstandsuitkering is relevant inkomen. Omdat het inkomen (gesplitst over beide partners) van beiden te hoog is, wordt niet voldaan aan de voorwaarde dat het inkomen van ten minste één partner op of onder het grensbedrag ligt.
    Geen recht op AKW+. Een bijstandsuitkering is geen arbeidsinkomen waardoor niet aan de inkomenseis wordt voldaan.
    Partners ontvangen allebei een periodieke uitkering (bijv. WW/WIA/Anw/AOW/ZW) boven het grensbedrag of een combinatie van uitkeringen.
    Geen recht op AKW+. Niet voldaan aan de voorwaarde dat het inkomen van ten minste één partner op of onder het grensbedrag ligt.
    Geen recht op AKW+. Een uitkering is geen arbeidsinkomen waardoor niet aan de inkomenseis wordt voldaan.
    De uitspraak van de CRvB van 18 april 2025 heeft tot gevolg gehad dat de inkomenseis niet toegepast mag worden als ten minste één van de ouders van een alleenverdienershuishouden volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
    De SVB acht een persoon volledig en duurzaam arbeidsongeschikt indien deze:
    De uitkeringen waarbij sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid zijn limitatief. WGA 80–100% valt bijvoorbeeld buiten de reikwijdte van de uitspraak. Als een aanvrager deze uitkering krijgt, is geen sprake van duurzame arbeidsongeschiktheid.
    Alleenverdienende ouders die arbeidsongeschikt zijn, hebben mogelijk vanwege de uitspraak van 2023 geen aanvraag ingediend of hebben een afwijzing ontvangen omdat ze niet aan de inkomenseis voldeden. De SVB heeft daarom alle alleenverdieners in september 2025 aangeschreven om hen in de gelegenheid te stellen om alsnog of nogmaals een aanvraag in te dienen, wanneer zij onder de reikwijdte van de uitspraak van 18 april 2025 vallen.

  • Vraag 5
    Wat was de betrokkenheid van het ministerie bij de wijzigingen in de uitvoeringspraktijk, en wie heeft hieraan goedkeuring verleend?

    Naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB van 2023 en 2025 zijn door het ministerie samen met de SVB de gevolgen voor de uitvoeringspraktijk, alsmede de juridische en financiële consequenties, in kaart gebracht. Uw Kamer is over de gevolgen van de uitspraak geïnformeerd in de Stand van de uitvoering van 7 april 2026.3 De toenemende complexiteit voor ouders en de uitvoering onderschrijft de noodzaak om opnieuw te kijken naar de regeling, nu de IACK wordt afgeschaft, en dit goed te analyseren in het kader van de nieuwe kindregeling.

  • Vraag 6
    Klopt het dat de gevolgen van de uitspraak uit 2025 in de uitvoering vooralsnog worden beperkt tot situaties waarin sprake is van een IVA-uitkering en dat SVB op haar website3 aangeeft dat IVA-uitkeringsgerechtigden recht hebben op AKW+ en dat dat niet geldt voor WGA-uitkeringsgerechtigden? Zo ja, kunt u uitleggen waarom hiervoor is gekozen?

    De SVB beperkt de gevolgen van de uitspraak van 18 april 2025 niet tot slechts uitkeringsgerechtigden met een IVA-uitkering. In het antwoord op vraag 4 is kenbaar gemaakt welke groepen uitkeringsgerechtigden onder de reikwijdte van de uitspraak vallen. De CRvB heeft in de uitspraak kenbaar gemaakt dat het gaat om mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn en waarvoor niet wordt ingezet op re-integratie. Als gevolg van de uitspraak rekent de SVB arbeidsongeschikten met een WGA-uitkering niet tot de doelgroep die valt onder de reikwijdte van de uitspraak. Ten aanzien van WGA-gerechtigden in de categorie 80%–100% staat de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid namelijk nog niet vast. Op grond van artikel 29 en 30 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA) bestaan voor WGA-gerechtigden verschillende re-integratieverplichtingen die de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid vergroten. Deze verplichtingen gelden niet voor IVA-gerechtigden vanwege het duurzame (en volledige) karakter van de arbeidsongeschiktheid. Dat maakt ook dat arbeidsparticipatie voor deze groep geen doel is en daarmee zou volgens de CRvB de compensatie van de AKW+ niet achterwege moeten blijven. De SVB heeft hiermee feitelijk uitvoering gegeven aan de uitspraak.

  • Vraag 7
    Acht u een onderscheid tussen IVA- en WGA-gerechtigden gerechtvaardigd indien de feitelijke gezins- en zorgsituatie vergelijkbaar is? Zo ja, op welke juridische gronden? Zo nee, welke consequenties verbindt u daaraan?

    De termen volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn bepalend voor de reikwijdte van de uitspraak van de CRvB van 2025. Voor de groep WGA-gerechtigden (80–100%) geldt dat de arbeidsongeschiktheid niet per definitie duurzaam is en daarmee niet binnen de reikwijdte van de uitspraak valt. Daarnaast geldt voor deze groep een re-integratieverplichting zoals uiteengezet onder het antwoord op vraag 6. De arbeidsparticipatie is bij deze groep dus nog wel een doel. Bij een IVA-gerechtigde wordt niet ingezet op re-integratie op de arbeidsmarkt. De feitelijke gezins- en zorgsituatie is geen onderdeel van het juridisch kader.

  • Vraag 8
    Onderschrijft u dat de Centrale Raad van Beroep zijn oordeel mede heeft gebaseerd op de feitelijke gezins- en zorgsituatie en niet uitsluitend op de omstandigheid dat betrokkene een IVA-uitkering ontving? Zo nee, waarom niet?

    De CRvB heeft getoetst binnen de wettelijke kaders van de AKW+ in combinatie met gelijke behandelingswetgeving en geoordeeld dat huishoudens met een volledig en duurzaam arbeidsongeschikte ouder vergelijkbaar zijn met eenoudergezinnen die wel recht hebben op AKW+ waarbij de inkomenseis niet wordt gesteld. In beide gevallen is immers sprake van één partner die vanwege de intensieve zorg voor het kind geen arbeidsinkomen ontvangt en die de zorg niet of slechts in geringe mate met een partner kan delen. Volgens de CRvB valt niet in te zien dat een huishouden waarin voor de ene partner blijkens de ontvangst van een IVA-uitkering niet meer wordt ingezet op re-integratie op de arbeidsmarkt, en de andere partner de zorg voor het kind draagt, en dus voor beide ouders bevordering van de arbeidsmarktparticipatie niet aan de orde is, de compensatie van de AKW+ achterwege zou moeten blijven. Het oordeel van de CRvB is dus gebaseerd op de gelijke behandeling van de kenmerken van de IVA-gerechtigde in combinatie met het toepassen van de inkomenseis in de AKW+.

  • Vraag 9
    Deelt u het standpunt dat op basis van deze uitspraak niet de conclusie kan worden getrokken dat uitsluitend IVA-uitkeringsgerechtigden aanspraak moeten kunnen maken op AKW+? Zo ja, bent u bereid de uitvoeringspraktijk hierop aan te passen?

    Voor de reikwijdte van de uitspraak zijn de termen volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en inzet op re-integratie op de arbeidsmarkt bepalend. Zoals in het antwoord op vraag 4 is uiteengezet, is de reikwijdte breder dan IVA-uitkeringsgerechtigden. De uitvoeringspraktijk is hierop aangepast. Er is op dit moment geen aanleiding om de uitvoeringspraktijk verder aan te passen.

  • Vraag 10
    Deelt u de mening dat ouders die ervoor kiezen of genoodzaakt zijn de zorg voor een kind met een intensieve zorgvraag grotendeels zelf op zich te nemen, daarvoor niet financieel benadeeld zouden moeten worden? En hoe beoordeelt u het feit dat gezinnen die ervoor kiezen of genoodzaakt zijn de intensieve zorg zelf te organiseren hierdoor juist financieel worden benadeeld?

    Ouders met een zorgintensief kind kunnen allereerst aanspraak maken op een verdubbeling van het kinderbijslagbedrag: de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (DKIZ). Dit is ook één van de voorwaarden om aanspraak te maken op AKW+. Het doel van de AKW+ is ouders te compenseren voor het mislopen van de IACK.5 Er wordt gekeken naar het arbeidsinkomen, omdat dit ook een voorwaarde is om IACK te ontvangen. Inmiddels is besloten dat de IACK gefaseerd wordt afgeschaft vanaf 2027.6 7 8 De recente uitspraken van de CRvB hebben mede geleid tot een toename van de complexiteit in de uitvoering van de regeling en zorgen voor meer handmatig werk, klantcontact, bezwaar- en beroepszaken. De toegenomen complexiteit in de uitvoering en de stapsgewijze afbouw naar nul van de IACK zijn aanleiding om opnieuw te kijken naar de regeling. Naast dat het doel van de AKW+ door de afbouw van de IACK wegvalt, loopt de invulling van de AKW+ uiteen met de werking van de IACK. Via een amendement is de groep alleenstaanden toegevoegd aan de doelgroep van de AKW+, terwijl deze groep wel recht heeft op een IACK en compensatie dus niet aan de orde was. De voorwaarden voor alleenstaanden en voor alleenverdieners zijn niet hetzelfde doordat voor alleenstaanden geen inkomenseis geldt en voor alleenverdieners wel. Het resultaat is dat bijvoorbeeld een alleenstaande ouder met een hoog inkomen wél recht heeft op AKW+, maar twee partners in de bijstand niet. Dit leidt tot vragen en onbegrip bij burgers en is moeilijk uit te leggen. Daarnaast bestaat het recht op IACK totdat het jongste kind 12 jaar wordt. De AKW+ loopt door tot 18 jaar.

  • Vraag 11
    Deelt u de opvatting dat het voor de draagkracht van een gezin weinig verschil maakt of het inkomen afkomstig is uit arbeid of uit een socialezekerheidsuitkering, wanneer dat inkomen het gezinsinkomen vormt en de andere ouder vanwege de intensieve zorg voor een kind geen betaalde arbeid verricht?

    Of het gezinsinkomen afkomstig is uit arbeid of een uitkering maakt voor de feitelijke draagkracht nauwelijks verschil, wanneer dat het enige gezinsinkomen vormt. Echter, de AKW+ maakt dat onderscheid wel, omdat er wordt gekeken naar de aard van het inkomen zoals opgenomen in artikel 7a AKW en niet naar de feitelijke draagkracht.
    De AKW+ is een instrument om het besteedbaar inkomen van de betreffende huishoudens tot op zekere hoogte te compenseren voor het verlies van de IACK. De overkoepelende gedachte achter de doelstellingen van de AKW+ is dat de wetgever op de algemene beleidsdoelstelling van bevordering van de arbeidsmarktparticipatie een uitzondering heeft willen maken voor een ouder die ervoor kiest zelf voor zijn of haar zorgintensieve kind te zorgen in plaats van inkomensvormende arbeid te verrichten.

  • Vraag 12
    Erkent u dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2025 laat zien dat de arbeidsinkomenseis in bepaalde gevallen op gespannen voet kan komen te staan met het doel van de regeling om gezinnen met een zorgintensief kind te ondersteunen? Welke conclusies verbindt u daaraan?

    De regeling is mede door de recente uitspraken complex geworden voor ouders en de uitvoering. De AKW+ is één van de regelingen waarmee binnen het huidige stelsel van de kindregelingen ouders worden ondersteund in bijzondere omstandigheden. Deze gerichte ondersteuning kan tegelijkertijd leiden tot meer complexiteit. Bij de verdere uitwerking van de nieuwe kindregeling wil ik daarom onderzoeken of en hoe deze doelgroepen op een eenvoudigere manier ondersteund kunnen worden.9

  • Vraag 13
    Deelt u de mening dat de regeling ten aanzien van AKW+ primair zou moeten aansluiten bij de zorgbehoefte van het kind en de feitelijke draagkracht van het gezin? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid te bezien of de wetgeving op dit punt aanpassing behoeft?

    Om te bepalen of en hoe de ondersteuning van deze groep in de toekomst vormgegeven moet worden, wil ik de AKW+ meenemen in onderzoek binnen de uitwerking van een nieuwe kindregeling waar op dit moment aan wordt gewerkt. De beschreven complexiteit en het afschaffen van de IACK zijn belangrijke elementen voor deze herijking.

  • Vraag 14
    Kunt u per categorie aangeven hoeveel huishoudens als gevolg van genoemde uitspraken4 het recht op AKW+ verloren,5 voor een aanvraag zijn afgewezen of6 alsnog AKW+ kregen toegekend? Kunt u daarbij onderscheid maken tussen alleenverdieners en overige huishoudens?

    Het recht op AKW+ van alleenverdieners wordt beoordeeld aan de hand van de inkomenseis uit artikel 7a van de AKW. De overige huishoudens zijn de alleenstaande ouders. De inkomenseis wordt niet gesteld aan de alleenstaande ouders. De reden daarvan is dat deze ouders geen zorg kunnen delen. De uitspraken hebben dan ook geen gevolgen voor alleenstaande ouders.
    De uitspraak van 28 juni 2023 heeft geleid tot zowel een uitbreiding als een beperking van de doelgroep van de AKW+ (zie ook de tabel onder vraag13. Er zijn op basis van deze uitspraak geen bestaande rechten op AKW+ herzien of anders beoordeeld in het nadeel van de burger. Bestaande rechten over het peiljaar 2022 zijn in stand gebleven en aanvragen over het peiljaar 2022 na de uitspraak zijn beoordeeld tegen het tot dan toe geldende toetsingskader. Het kan wel dat ouders voor de uitspraak nog wel recht hadden op AKW+, maar na de uitspraak niet meer. Die wijziging ging in met ingang van het peiljaar 2023.
    De jaarsystematiek van de AKW+ brengt met zich mee dat ieder jaar opnieuw aan de voorwaarden moet worden voldaan. Er kan ook een andere reden zijn dan die uit de uitspraak voortvloeit waarom de AKW+ over het specifieke peiljaar niet aan de alleenverdiener wordt toegekend. Op basis van de gegevens van de SVB kan niet worden vastgesteld hoeveel ouders op grond van deze uitspraak geen recht meer hebben op, of juist wel recht hebben gekregen op het extra bedrag aan kinderbijslag.
    De SVB heeft geen zicht op het soort inkomen van de AKW+ aanvragers. De SVB vraagt die informatie niet uit bij de aanvrager en krijgt ook geen inkomenssoorten geleverd van de Belastingdienst bij de inkomenscontrole omdat deze informatie niet van belang is voor de uitvoering van deze regeling. De uitspraak van 18 april 2025 heeft geleid tot een uitbreiding van de kring van gerechtigden. Er zijn dus geen mensen die op basis van deze uitspraak het recht op AKW+ zijn kwijtgeraakt. Het totaal aantal toekenningen AKW+ over 2024 was ongeveer 18.000. Ongeveer 12.000 daarvan betreft alleenstaanden. Voor het overige (ongeveer 6.000) betreft het aanvragers met fiscaal partner (alleenverdieners). Bij ongeveer 1.600 daarvan is sprake van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid (bij aanvrager zelf of bij de partner).
    In onderstaande tabel zijn de totale aantallen toekenningen AKW+ opgenomen. Dit geeft een algemeen beeld van de ontwikkeling van het aantal AKW+-gerechtigden. Deze ontwikkeling is afhankelijk van meerdere factoren. De uitspraak is hier slechts één van.
    2017
    5.054
    2.903
    7.957
    2018
    5.478
    2.911
    8.389
    2019
    6.465
    3.120
    9.585
    2020
    7.210
    3.237
    10.447
    2021
    7.313
    3.064
    10.377
    2022
    8.024
    3.057
    11.081
    2023
    9.603
    4.301
    13.904
    2024
    11.907
    6.115
    18.022
    2025
    14.128
    7.249
    21.377
    Bron: SVB, peildatum 23 juli 2026.

  • Vraag 15
    Wat zijn de verwachte budgettaire effecten van eventuele uitbreiding van de doelgroep van AKW+ naar andere uitkeringsgerechtigden, uitgesplitst naar WIA, WW, Wajong en Participatiewet?

    Het huidige doel van de AKW+ is verbonden aan de IACK. Vanwege de afschaffing van de IACK en het onderzoek naar de AKW+ in het kader van de nieuwe kindregeling zie ik geen aanleiding om de doelgroep van de AKW+ verder te verbreden. Bovendien zou dat leiden tot nog meer complexiteit in de uitvoering, omdat uitkeringsgebruik bij een bredere groep vastgesteld dient te worden.
    Ik interpreteer deze vraag zo dat het gaat om een verbreding van de huidige doelgroep van de AKW+ die nu bestaat uit alleenstaande ouders, eenverdienersgezinnen en volledig en duurzaam arbeidsongeschikte ouders (in alle gevallen met een zorgintensief kind). Voor een berekening van budgettaire gevolgen wordt daarbij uitgegaan van een verbreding van de doelgroep met uitkeringsgerechtigden die niet per definitie volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (WGA, WW, Wajong en Participatiewet).
    Een eerste grove inschatting is dat de meerkosten van een uitbreiding van de doelgroep naar WGA, WW, Wajong en Participatiewet naar verwachting maximaal circa € 10 miljoen per jaar bedragen. Deze raming is zeer onzeker, omdat voor een aantal relevante criteria, zoals het hebben van een fiscale partner, het hebben van kinderen in de leeftijd tot 18 jaar en de hoogte van het arbeidsinkomen, momenteel geen openbare gegevens beschikbaar zijn.
    De raming is gebaseerd op maximaal circa 3.700 extra huishoudens die recht zouden krijgen op de AKW+, ter hoogte van € 2.713 per jaar. Hierbij is de huidige omvang van de groep volledig en duurzaam arbeidsongeschikten die recht heeft op AKW+ (circa 1.000 gevallen) geschaald met een geschatte potentiële doelgroep onder WGA, WW, Wajong en Participatiewet.

  • Vraag 16
    Klopt het dat naar aanleiding van deze uitspraken een verkenning plaatsvindt naar de gevolgen voor de uitvoering en de doelgroep van de regeling en dat die verkenning al geruime tijd loopt? Wat is de stand van zaken van deze verkenning en bent u bereid de Kamer hierover op korte termijn te informeren, met als doel duidelijkheid te bieden aan deze ouders?

    Een verkenning naar mogelijke vereenvoudigingsopties van deze regeling is op ambtelijk niveau gestart. Hierbij opgedane inzichten worden meegenomen in het brede onderzoek naar de ondersteuning van specifieke doelgroepen. Dit onderzoek is onderdeel van de vormgeving van de nieuwe kindregeling. Het instrument van de AKW+ wordt in het onderzoek ook meegenomen. De vormgeving van de nieuwe regeling vraagt om een weloverwogen politieke afweging. Ik verwacht in de eerste helft van 2027 uw Kamer te kunnen informeren over de uitkomsten van het genoemde onderzoek en de volgende stappen in de uitwerking van de nieuwe kindregeling.

  • Vraag 17
    Nu de Centrale Raad van Beroep in zijn beoordeling uitdrukkelijk betekenis heeft toegekend aan de feitelijke gezins- en zorgsituatie, bent u bereid expliciet te onderzoeken of ook andere alleenverdienersgezinnen, waaronder alleenverdieners met een WGA-uitkering, in een vergelijkbare feitelijke positie ten onrechte van AKW+ zijn uitgesloten? Zo nee, waarom niet?

    De CRvB heeft expliciet gemaakt dat de uitspraak van 2025 geldt voor volledig en duurzame arbeidsongeschikten. Er is op dit moment geen aanleiding om de uitvoeringspraktijk verder aan te passen. In het onderzoek in het kader van de nieuwe kindregeling zal nader ingegaan worden op deze specifieke groepen.

  • Vraag 18
    Wordt in de lopende verkenning expliciet onderzocht of de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ook gevolgen heeft voor andere uitkeringsgerechtigden die zich in een vergelijkbare feitelijke situatie bevinden? Zo nee, waarom niet?

    De AKW+ wordt meegenomen in een onderzoek binnen de verkenning naar de nieuwe kindregeling. Daarbij wordt ook meegenomen dat de IACK wordt afgebouwd, waardoor het doel van de AKW+, het compenseren van het mislopen van deze korting, wegvalt.

  • Vraag 19
    Bent u bereid daarbij ook in te gaan op de gevolgen voor de rechtsgelijkheid tussen verschillende groepen alleenverdieners en de mogelijke noodzaak van aanpassing van wet- en regelgeving? Zo nee, waarom niet?

    De AKW+ is een complexe regeling voor ouders én uitvoering. Bij de verkenning naar de nieuwe kindregeling wordt de AKW+ meegenomen en worden de gevolgen voor de verschillende groepen in kaart gebracht in het licht van bovengenoemde uitspraken. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd.

  • Vraag 20
    Wilt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?

    Conform uw verzoek heb ik uw vragen afzonderlijk beantwoord.

  • Mededeling - 17 augustus 2026

    De beantwoording van de Kamervragen van de leden Flach en Patijn over de positie van alleenverdieners met een uitkering bij het extra bedrag van kinderbijslag (AKW+) vergt gedetailleerd inzicht in de uitvoeringspraktijk. Vanwege de benodigde afstemming is beantwoording binnen de gestelde termijn van drie weken helaas niet mogelijk.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z16359
Volledige titel: De positie van alleenverdieners met een uitkering bij het extra bedrag aan kinderbijslag (AKW+)
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-3007
Volledige titel: Antwoorden op vragen van de leden Flach en Patijn over de positie van alleenverdieners met een uitkering bij het extra bedrag van kinderbijslag (AKW+) vergt gedetailleerd inzicht in de uitvoeringspraktijk