| Ingediend | 14 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 14 september 2026 (na 62 dagen) |
| Indiener | Esther Ouwehand (PvdD) |
| Beantwoord door | Silvio Erkens (VVD) |
| Onderwerpen | dieren landbouw |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16208.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3042.html |
Dit heb ik gezien.
Ja.
Het spreekt voor zich dat in hitteperiodes kwetsbare dieren meer risico lopen. Zoals in voorgaande jaren is gemeld in Kamerbrief van 23 oktober 2020 (Kamerstuk 28 286 nr. 1130) en beantwoording van Kamervragen in 2020 en 2021, is gebleken uit cijfers van meldingen bij de NVWA en van sectororganisaties, dat tijdens hitteperiodes sterfte onder dieren op het primair bedrijf plaatsvond. De oorzaken daarvoor leken vooral bij factoren zoals stalventilatie of koelsystemen die uitvielen te liggen. Sindsdien zijn interventies hierop gepleegd vanuit het Plan van Aanpak Hittestress (Kamerstuk 28 286, nr. 1296) door bijvoorbeeld invoering van de verplichting om een noodaggregaat en alarmsysteem in stallen met ventilaties aanwezig te hebben en door hitteprotocollen die de sector heeft opgesteld.
Oversterfte zoals deze humaan gemeld wordt is een statistische (voorspel-) berekening gebaseerd op data van voorgaande jaren en verschillende (goed bijgehouden) parameters. Voor de veehouderij is een dergelijke statistische onderbouwde duiding niet op te maken.
Sterftecijfers op primaire bedrijven worden voor runderen, schapen en geiten op dierniveau geregistreerd in het I&R systeem. Hierbij wordt alleen geregistreerd om welke diersoort het gaat en de leeftijd van het dier, niet om welk type bedrijf (bijvoorbeeld vleesrunderen versus melkrunderen). Houders van varkens dienen de aantallen gestorven varkens te registreren in I&R. Voor pluimvee worden sterftecijfers niet in I&R geregistreerd. Wel moeten houders die 250 of meer vogels houden verplaatsingen van kippen, kalkoenen, parelhoenders en eenden melden. Ook bestaat voor houders van pluimvee een meldplicht bij verhoogde sterfte gedurende enkele dagen.
Omdat in het I&R systeem niet geregistreerd wordt wat de reden voor de sterfte van dieren is, is het vaststellen van oversterfte als gevolg van hitte niet mogelijk.
De NVWA wil doeltreffender en doelmatiger (risicogericht en kennis gedreven) invulling geven aan haar toezicht. Voor een aantal van deze taken is permanente toegang tot actuele (real time) gegevens nodig. Voorbeelden hiervan zijn realtime gegevens van Rendac Son B.V. (hierna: Rendac) over afwijkende sterftecijfers op bedrijven (onder andere voor hittestress) en afvoer van kadavers vanaf verzamelplaatsen of slachthuizen.
Momenteel ontbreekt er in de wetgeving een duidelijke grondslag (bevoegdheid) voor de NVWA voor het opvragen van gegevens bij derden.
Ik werk dan ook aan de toezegging van mijn voorganger (Kamerstuk 28 286, nr. 1335) om te onderzoeken of, hoe en onder welke voorwaarden (o.a. vanwege de bescherming van persoonsgegevens) de bevoegdheid vormgegeven kan worden. Ik informeer de Kamer over de voortgang begin 2027.
Voormalig Minister LNV heeft in 2021 in de Kamerbrief dierenwelzijn en hitte (Kamerstuk 28 286, nr. 1210) veehouders opgeroepen om een melding te maken bij de NVWA als men duidelijke aanwijzingen heeft dat dieren door verstikking of door uitval van systemen om het leven zijn gekomen. Bij de NVWA zijn geen meldingen bekend. Deze oproep herhaal ik daarom bij deze.
Houders van dieren hebben een plicht om hun dieren goed te verzorgen. Daar hoort bij dat dieren ook voldoende te drinken krijgen. Er is op dit moment geen tekort aan drinkwater.
In de AMvB dierwaardige veehouderij ben ik voornemens een maatregel op te nemen die het hebben van een klimaatplan verplicht. Hierin dient een houder maatregelen op te nemen ter voorkoming van hitte- en koudestress. Het doel van de verplichting is dat de veehouder zich bewust is van periodes waarin dieren hitte- of koudestress kunnen ervaren en dat hiervoor bedrijfsspecifiek handelingsperspectief op papier staat. Het plan beschrijft hoe een veehouder het beste kan handelen in voorbereiding op- en tijdens warme en koude periodes zodat de dieren de mogelijkheid hebben zich hierop aan te passen om hitte- en koudestress tot een minimum te beperken. Het is aan de veehouder zelf om keuzes te maken die het best aansluiten bij diens bedrijfsvoering en houderijsysteem, waar de vraag naar en het gebruik van stroom en water in meegenomen kan worden.
Zoals ook in het Plan van aanpak hittestress staat (Kamerstuk 2023D25025), is het voorkomen van hittestress bij dieren een toenemend aandachtspunt aangezien de KNMI’14 klimaatscenario’s5 al voorspelden dat de temperatuur verder stijgt en dat Nederland steeds meer te maken zou krijgen met hete zomers.
De beladingsgraad in wagens, maar ook de beschikbare staloppervlakte voor de dieren hebben impact op de mogelijkheid voor dieren om af te kunnen koelen. Meer ruimte creëren voor deze dieren in de zomermaanden kan een goede manier zijn om hittestress te helpen voorkomen.
Zoals ik in vraag 4 heb geantwoord, worden de sterftecijfers van runderen, geiten en varkens in het I&R systeem geregistreerd. De veehouders hebben de verplichting om voor deze diersoorten hun dieren af te melden met een doodmelding aan het I&R systeem. Doordat de meldtermijnen variëren van 2 tot 7 werkdagen, afhankelijk per diersoort, is een actueel, dagdagelijks beeld niet uit het I&R systeem te verkrijgen. Verplichte registratie in I&R vindt plaats vanwege het belang van tracering van dieren met het oog op diergezondheid en dierziektebestrijding. I&R gegevens worden tevens gebruikt in de basismonitoring diergezondheid om vroegtijdig signalen van dierziekteproblematiek op te sporen.
De NVWA kan sterftecijfers op bedrijfsniveau opvragen in I&R. Deze worden waar nodig benut voor het opmaken van een retrospectief sterftesjabloon van het bedrijf ten behoeve van handhaving en toezicht.
Ja.
Ik kan dit niet bevestigen, omdat door de overheid of een NGO niet van alle diersoorten een representatief beeld kan worden verkregen van sterftecijfers op veehouderijbedrijven vanwege beperkte toegang tot de (sterfte)data.
Zie mijn antwoord op vraag 4 en 11.
De houder moet gestorven dieren aan Rendac melden uiterlijk op de werkdag nadat het dier is overleden. Rendac moet vervolgens op de eerste werkdag na deze melding het kadaver ophalen en de houder moet het kadaver op zijn erf langs de weg aan Rendac aanbieden. Hierop zijn 2 uitzonderingen vastgesteld, namelijk dat de houder en Rendac overeen kunnen komen om de dieren op een andere plaats (op het erf) aan te bieden resp. op te halen en dat kleine kadavers (<25kg en varkens <200kg) gekoeld kunnen worden bewaard en één keer in de twee weken (pluimvee vier weken) op een vaste werkdag worden gemeld en aangeboden7.
Sterfte bij runderen wordt door de veehouder doorgegeven aan Rendac. Rendac meldt voor de veehouder een doodmelding aan het I&R systeem. Een doodmelding bij schapen en geiten meldt de veehouder aan het I&R systeem. Rendac heeft hier geen rol. Varkenshouders zijn verplicht sterfte bij varkens te (laten) melden aan het I&R systeem. Hierbij moeten aantallen en soort varkens gemeld worden.
Jaarlijks worden aantallen doodmeldingen van runderen, schapen, geiten en varkens gerapporteerd via de jaarrapportage I&R. Deze rapportage wordt gepubliceerd op de website van RVO. Sterftecijfers van pluimvee worden niet doorgeven aan het I&R systeem. Er is enkel sprake van aan- en afvoermeldingen van pluimveekoppels in I&R. Gestorven pluimvee wordt opgehaald in kadavertonnen die gemeld dienen te worden bij Rendac.
Er is geen sprake van registratie van sterfte van dieren in I&R op basis van gewicht. Registratie van gewicht speelt enkel een rol bij de facturering ten behoeve van destructie.
Ik vind het belangrijk om goed zicht te hebben op de sterfte van dieren op veehouderijbedrijven. Daarom wordt de sterfte van dieren voor de aangewezen diersoorten via het I&R systeem geregistreerd en jaarlijks door RVO gerapporteerd op de website. Het I&R systeem is toegankelijk voor organisaties die door mij zijn aangewezen voor handhaving in Nederland. Dit betreft voor I&R in de veehouderij, de NVWA. Er zijn geen andere organisaties die rechtstreeks toegang hebben tot de door de overheid ingewonnen I&R data en dus de sterftecijfers.
Gegevens over sterfte bij de aangewezen diersoorten I&R kunnen op elk moment worden opgevraagd door externe partijen, maar zijn door de registratietermijnen die variëren van 2–7 werkdagen niet actueel. Als het verzoek tot leveren van data voldoet aan de gestelde eisen zal RVO deze data leveren.
Het is voor de NVWA dus niet mogelijk om via I&R een volledig en actueel beeld te verkrijgen van sterftecijfers.
Daarom wil ik de NVWA in staat stellen om afwijkende sterftecijfers op bedrijven beter te kunnen monitoren. Zoals ook bij vraag 4 aangegeven, onderzoek ik of de mogelijkheid bestaat voor een wettelijke grondslag voor het opvragen van gegevens van derden, zoals gegevens van Rendac. Op die manier kan de NVWA effectiever en efficiënter toezicht houden.
De registraties rondom sterfte, geboorte, verplaatsingen, etc. zijn beschikbaar in I&R. Ook worden alle data rondom de meldingen aan het I&R-systeem jaarlijks in een rapportage gepubliceerd op de website van RVO. De NVWA en de LID hebben rechtstreekse toegang tot het I&R-systeem in het kader van handhaving.
Ik werk aan de toezegging van mijn voorganger (Kamerstuk 28 286, nr. 1335) om te onderzoeken of, hoe en onder welke voorwaarden voor de NVWA de wettelijke grondslag (bevoegdheid) vormgegeven kan worden voor het opvragen van gegevens van derden. Ik informeer de Kamer over de voortgang begin 2027.
De vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) over «de oversterfte onder dieren in de veehouderij door de hitte» (2026Z16208; ingezonden 14 juli 2026) kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de vragen doen toekomen.