| Ingediend | 6 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 7 september 2026 (na 63 dagen) |
| Indiener | Ingrid Coenradie (PVV) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid politie, brandweer en hulpdiensten |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z15840.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2957.html |
Voor zover bekend zijn er in totaal meer dan 40 personen aangehouden in Den Haag, in Rotterdam, in Amsterdam en in Tilburg. De politie heeft veel inzet gepleegd en was zichtbaar en preventief aanwezig, op sommige plekken zijn er extra politiemensen ingezet. Op een aantal plekken zijn er politiemensen bekogeld met attributen en vuurwerk.
Burgemeesters weten van mij dat ik hen steun bij een stevige aanpak van verstoorders van de openbare orde. Het is aan het lokaal gezag te bepalen welke aanpak, bij het handhaven van de openbare orde, in concrete situaties gepast is en van welke bevoegdheden daarbij gebruik wordt gemaakt. De burgemeester is over het gevoerde beleid verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad. Het is niet aan mij als Minister van Justitie en Veiligheid om hierover te oordelen.
Het OM heeft mij geïnformeerd dat de meeste van de aangehouden verdachten een boete hebben gekregen wegens overtreding van de APV. In twee zaken heeft de officier van justitie een OM-strafbeschikking opgelegd. Vijf verdachten zijn gedagvaard voor de politierechter, waarbij in één geval supersnelrecht is toegepast. Er zitten geen verdachten meer in voorlopige hechtenis.
Zie beantwoording vraag 6.
Het Openbaar Ministerie (OM) past (super)snelrecht toe waar mogelijk en opportuun. In verband met de korte termijn tussen aanhouding en behandeling ter zitting moet het gaan om bewijstechnisch gezien relatief eenvoudige zaken. Het OM, de rechter en de verdediging moeten tijdig kunnen beschikken over een compleet dossier. Dat betekent dat complexere zaken waarin aanvullend onderzoek nodig is in het algemeen niet in aanmerking komen voor supersnelrecht. Bovendien is (super)snelrecht niet altijd wenselijk in zaken waarin schade is toegebracht, omdat slachtoffers dan te weinig tijd hebben om desgewenst schadevergoeding te vragen. Het is aan het OM om in een zaak die afweging te maken.
In het algemeen geldt, dat wanneer partijen schade lijden door toedoen van een ander, zij via de civielrechtelijke weg vergoeding van de geleden schade kunnen vorderen. Wanneer personen strafrechtelijk worden vervolgd, wordt de aangerichte schade (inclusief de schade aan de politie) meegenomen in de strafzaak.
Conform de wet politiegegevens (Wpg) registreert de politie de informatie die benodigd is bij het uitvoeren van de politietaak. Bij een aanhouding stelt de politie de identiteit van een verdachte vast op basis van een geldig legitimatiebewijs. Wanneer dit een Nederlands legitimatiebewijs is, wil dat niet automatisch zeggen dat de verdachte niet beschikt over een tweede nationaliteit.
Binnen de nationale politie wordt de inzet ten behoeve van de openbare orde zo goed mogelijk gefaciliteerd. Bij incidenten kan de politie op basis van art. 3 Politiewet 2012 camera’s gebruiken. Voor zover in de vraag gedoeld wordt op gemeentelijk cameratoezicht op basis van art. 151c Gemeentewet, is besluitvorming door de burgemeester, in samenspraak met de gemeenteraad, hiervoor de aangewezen weg.
De burgemeester draagt de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde. Evalueren van deze gebeurtenissen laat ik aan de driehoeken van de gemeenten.
Dat is helaas niet gelukt.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Coenradie (JA21), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over «de ongeregeldheden op diverse plekken in Nederland na de wedstrijd Canada-Marokko» (ingezonden 6 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.