| Ingediend | 2 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 22 juli 2026 (na 20 dagen) |
| Indiener | Sarah Dobbe (SP) |
| Beantwoord door | Berendsen |
| Onderwerpen | recht staatsrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z15520.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2597.html |
Dit kabinet zet zich, in lijn met de beleidsbrief buitenlandse zaken, internationaal actief in voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Het niet-ondertekenen van deze verklaring doet geen afbreuk aan deze inzet. Anders dan de Franse FFP-verklaring uit 2025, die Nederland wel heeft ondertekend, bestrijkt deze verklaring een breder terrein dan uitsluitend vrouwenrechten en gendergelijkheid. Vanwege deze brede insteek – waaronder elementen op het gebied van financiële hervormingen – heeft Nederland een zorgvuldige afweging gemaakt en besloten niet te ondertekenen. Daarnaast werden de onderhandelingen tot op het laatste moment gevoerd en was er onvoldoende tijd om de knelpunten in de tekst op betreffende beleidsterreinen tijdig en gedegen af te stemmen. Nederland stond hierin niet alleen: zo hebben onder andere Duitsland en Zweden, eveneens aanwezig bij de conferentie, de verklaring ook niet ondertekend.
Zie het antwoord op vraag 1.
Ik onderschrijf het belang van een krachtig internationaal signaal, en dit kabinet zet zich daar nadrukkelijk voor in. Dit aspect is meegenomen in de brede afweging om wel of niet te ondertekenen. Tegelijkertijd hebben de onder vraag 1 genoemde argumenten zwaarder gewogen. Dat neemt niet weg dat de inzet van dit kabinet voor vrouwenrechten en gendergelijkheid onverminderd groot blijft. Deze inzet reikt verder dan het ondertekenen van verklaringen alleen.
De afweging tot ondertekening van de verklaring is gemaakt op basis van een appreciatie van de tekst als geheel. Hoewel de verklaring onderdelen bevat die beleidsmatig in lijn zijn met de inzet van dit kabinet op vrouwenrechten en gendergelijkheid, is de insteek inhoudelijk veel breder. Daarmee raakt het aan andere beleidsterreinen. Nederland heeft daarom, na zorgvuldige afweging, besloten niet te ondertekenen. Tekstuele wijzigingen zijn in dit stadium niet meer mogelijk.
Het kabinet zal, in lijn met deze motie en de ambities van de beleidsbrief buitenlandse zaken, zich internationaal positioneren als voorvechter van vrouwenrechten. Dit gebeurt via zowel diplomatieke als financiële inzet. Conform de motie zal Nederland – waar passend – gezamenlijke verklaringen steunen. Gezien de brede insteek van de betreffende verklaring blijft de inhoudelijke appreciatie echter onveranderd.
Hoewel Nederland geen feministisch buitenlands beleid meer voert, blijven we – indien uitgenodigd – actief deelnemen aan conferenties op dit terrein. Zo nam de ambassadeur Vrouwenrechten en Gendergelijkheid dit jaar deel aan het afsluitende panel van de vijfde conferentie over feministisch buitenland beleid in Madrid.