| Ingediend | 9 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 29 juni 2026 (na 20 dagen) |
| Indiener | Ani Zalinyan (GroenLinks-PvdA) |
| Beantwoord door | Vincent Karremans (VVD), Stientje van Veldhoven (D66) |
| Onderwerpen | afval natuur en milieu |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z12426.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2400.html |
Ja, daar ben ik mee bekend.
Op basis van deze Europese verordening moeten alle verpakkingen per 2030 recyclebaar zijn. Daarna worden de eisen van wat als recyclebaar telt in de tijd steeds strenger. In de PPWR wordt recyclebaarheid bepaald voor verpakkingscategorieën (bv. houten verpakkingen) op een indicatieve lijst aan de hand van eigenschappen van de verpakking (bv. uit hoeveel verschillende materialen de verpakking is gemaakt). Niet alle materialen zijn ingedeeld in deze indicatieve lijst. De Europese Commissie (verder: Commissie) heeft de bevoegdheid deze lijst te wijzigen, bijvoorbeeld vanwege nieuwe materiaalontwikkelingen.
De indicatieve lijst houdt geen rekening met nationale verwerkingsmethoden, maar is een algemene lijst met materialen met als doel design-for-recycling te harmoniseren. Of een verpakking wel of niet op de indicatieve lijst staat, staat dus los van of een verpakking in Nederland wel of niet bij het pmd-afval of in de papierbak weggegooid mag worden. In Nederland bestaan voor inwoners wel/niet lijsten die aangeven in welke afvalbak een bepaald product mag. Het kan zijn dat de huidige wel/niet lijsten ertoe leiden dat bepaalde producten niet in het pmd-afval of in de papierbak mogen. Producenten van verpakkingen kunnen afspraken maken met gemeenten, inzamelaars, sorteerders en verwerkers om de wel/niet lijst aan te passen. Zo is in 2026 de wel/niet lijst voor pmd-afval aangepast zodat koffiecapsules ook bij het pmd-afval mogen.
Vanaf 2030 worden verpakkingen ingedeeld in recyclebaarheidsklassen op grond van de PPWR. Verpakkingen met een te lage recyclebaarheidsklasse mogen niet op de markt worden gebracht. Hoe de recyclebaarheidsklasse wordt bepaald, wordt in 2028 door de Commissie vastgelegd in een gedelegeerde handeling. De Commissie heeft in een gesprek met mijn ministerie aangegeven dat ze bij de uitwerking rekening willen houden met alle materialen, wat ook past bij de intentie om bio(vezel)gebaseerde verpakkingen te stimuleren1. Indien nodig zal Nederland de Commissie blijven oproepen om alle materialen mee te nemen in deze gedelegeerde handeling. Zoals toegelicht in vraag 2, staat de recyclebaarheidsklasse in de PPWR los van of een verpakking in Nederland op dit moment wel of niet bij het pmd-afval of in de papierbak weggegooid mag worden.
De PPWR harmoniseert het verpakkingenbeleid in Europa. Investeringszekerheid is gebaat bij geharmoniseerde Europese wetgeving. De recyclebaarheidseisen zijn onmisbaar in een circulaire economie waarin wij minder nieuwe grondstoffen gebruiken. Het is van belang dat (nieuwe) verpakkingen en verpakkingsmaterialen zo worden ontworpen dat zij aan deze eisen voldoen. Sommige (technische) aspecten van de PPWR worden uitgewerkt via gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. Het is belangrijk dat deze handelingen op een zorgvuldige manier door de Commissie worden uitgewerkt. Het kabinet zal blijven pleiten voor geharmoniseerde uitwerkingen, zodat ook voor biogebaseerde, composteerbare en innovatieve verpakkingen duidelijkheid en bijgevolg investeringszekerheid komt.
Zowel vanuit de interpretatie van de PPWR, als vanuit hoe het Nederlandse circulaire economiebeleid is ingericht, is het kabinet op dit moment niet voornemens om nationaal te regelen dat verpakkingen verplicht composteerbaar moeten zijn. Hieronder wordt dit vanuit beide aspecten toegelicht.
De PPWR verplicht dat alle verpakkingen recyclebaar moeten zijn. Verpakkingen mogen daarnaast ook composteerbaar zijn, maar bepaalde verpakkingen moeten composteerbaar zijn. Deze verplicht composteerbare verpakkingen zijn uitgezonderd van de eis om recyclebaar te zijn. Voor alle lidstaten geldt dat koffiepads, theezakjes en stickeretiketten voor groente en fruit verplicht composteerbaar moeten zijn. Verder hebben lidstaten volgens artikel 9, tweede lid, de keuze om andere specifieke verpakkingen verplicht composteerbaar te maken. Dit tweede lid bestaat uit twee delen. Ten eerste mogen lidstaten reeds bestaande nationale wetgeving die bepaalde verpakkingen verplicht composteerbaar maakt, behouden. Deze regelgeving moet dan al 12 augustus 2026 van kracht zijn. Nederland heeft zulke wetgeving niet. Ten tweede mogen lidstaten bepaalde plastic draagtasjes en niet-metalen koffiecapsules verplicht composteerbaar maken.
Het Nederlandse circulaire economiebeleid is gericht op het behouden van grondstoffen in de economie. De recyclebaarheid van verpakkingen staat daarom voorop. Composteren van verpakkingen is een laagwaardigere vorm van materiaalbehoud dan recycling; verpakkingen dragen geen nutriënten bij aan het compost, en compost kan, in tegenstelling tot recyclaat, niet worden toegepast in nieuwe verpakkingen. Daarnaast heeft het Nederlandse afvalbeleid o.a. duidelijkheid en consistentie voor de consument als uitgangspunt. Onderscheid maken tussen composteerbare verpakkingen, gemaakt van biologisch afbreekbare materialen, en dezelfde verpakkingen gemaakt van fossiele, niet composteerbare materialen, is lastig. Als bijvoorbeeld composteerbare saladebakjes bij het gft-afval moeten en andere bakjes die er wellicht hetzelfde uitzien bij het pmd-afval, dan leidt dit tot verwarring bij de consument. Dit kan leiden tot vervuiling van zowel het gft-afval als het pmd-afval en daarmee tot problemen in zowel het recyclingproces als in de compostering. Tot slot hanteren Nederlandse composteerinstallaties over het algemeen korte doorlooptijden waardoor composteerbare verpakkingen niet genoeg tijd hebben om volledig af te breken. Hierdoor kunnen (delen van) deze verpakkingen in het compost aanwezig blijven als vervuiling. Op basis hiervan volgt dat het verplicht composteerbaar stellen van aanvullende verpakkingen niet wenselijk is.
Verpakkingen die zowel recyclebaar als composteerbaar zijn, kunnen een grote bijdrage leveren aan de circulaire economie, doordat ze compatibel zijn met verschillende afvalverwerkingsstructuren in de Europese Unie. In het Nederlandse circulaire economiebeleid streven we naar het vervangen van primaire grondstoffen door gerecyclede grondstoffen en duurzame biogrondstoffen, waarbij gerecycled de voorkeur heeft2. Biogebaseerde verpakkingen die recyclebaar zijn, al dan niet composteerbaar, worden vanuit het Duurzaamheidskader Biogrondstoffen gezien als een hoogwaardige en dus wenselijke toepassing van biogrondstoffen3. Daarbij is het belangrijk dat de biogrondstoffen een duurzame oorsprong hebben en dat de totale vraag naar biogrondstoffen beperkt blijft. Het kabinet blijft zich daarom inzetten voor een biogebaseerde doelstelling in de PPWR, met bijbehorende duurzaamheidscriteria.
De afvalinzamelings- en verwerkingsinfrastructuur in Italië en Nederland verschilt en kan daarom niet vergeleken worden. Gft-afval wordt in Nederland voornamelijk industrieel gecomposteerd met korte doorlooptijd. Hierdoor kunnen deze verpakkingen leiden tot vervuiling van de gft-stroom. In Italië vindt meestal eerst een vergistingsstap plaats waardoor composteerbare verpakkingen ook meer tijd hebben om volledig af te breken. Overigens is het Nederlandse circulaire economiebeleid gericht op het behouden van grondstoffen in de economie.
Recycling van verpakkingen heeft daarom de voorkeur, omdat recycling van verpakkingen leidt tot een hoogwaardigere vorm van materiaalbehoud dan composteren.
Artikel 48 verplicht lidstaten onder andere om ervoor te zorgen dat er systemen en infrastructuur worden opgezet voor het inleveren en gescheiden inzamelen van alle verpakkingsafval en om de hoogwaardige recycling ervan te vergemakkelijken. Composteerbare en andere innovatieve verpakkingen worden niet specifiek benoemd in dit artikel.
In Nederland is een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen van toepassing. Hiermee zijn producenten verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van het afval van de verpakkingen die zij op de markt brengen. Voor de inzameling van verpakkingsafval van huishoudens maken producenten afspraken met gemeenten over het gebruik van de gemeentelijke inzamelsystemen en ontvangen gemeenten daarvoor een vergoeding. Deze gescheiden ingezamelde afvalstromen dienen vervolgens via de geldende minimumstandaarden verwerkt te worden.
In aanvulling op het bovenstaande heeft Nederland een statiegeldsysteem om hoogwaardige recycling van drankverpakkingen te faciliteren, en ondersteunt het de ontwikkeling van nieuwe recyclingtechnieken voor plastic verpakkingen via onder andere Circular Plastics NL4.
Wat betreft artikel 9 is in het antwoord op vraag 5 toegelicht dat er geen nationale wettelijke verplichting rondom composteerbare verpakkingen bestaat. Daarnaast is het de Nederlandse voorkeur om beleid te voeren wat zoveel mogelijk gericht is op het behoud van grondstoffen waarbij in dit geval recycling de voorkeur heeft boven compostering. Wat betreft de rest van de PPWR, blijft het Ministerie van EZK in gesprek met belanghebbenden over bepalingen waar nationale ruimte mogelijk en wenselijk is. Deze bepalingen zullen ook breed via internetconsultatie worden voorgelegd. Ten slotte start vanaf september de Ketentafel Verpakkingen, die een structureel overleg tussen het Rijk en de verpakkingenketen faciliteert. Daar zal de PPWR ook een belangrijk onderwerp zijn.
De PPWR is een Europese verordening, die van toepassing is vanaf 12 augustus 2026. Het merendeel van de maatregelen in de verordening is rechtstreeks van toepassing en behoeft dus geen implementatie in Nederlandse wet- en regelgeving. De verordening laat op onderdelen ruimte voor nationale keuzes. Die keuzes worden conform kabinetsbeleid beleidsarm en lastenluw geïmplementeerd. Het uitvoeringsbesluit zal via een internetconsultatie worden voorgelegd aan alle belanghebbenden. Daarna informeer ik de Kamer graag over dit traject.