| Ingediend | 3 juni 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 28 augustus 2026 (na 86 dagen) |
| Indiener | Peter van Duijvenvoorde (FVD) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | organisatie en beleid sociale zekerheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11814.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2811.html |
Ja
Seksueel misbruik van minderjarigen is afschuwelijk; ieder slachtoffer van seksuele uitbuiting is er één te veel. Gelet op het feit dat het hier gaat om berichtgeving over individuele zaken die buiten Nederland spelen, ga ik op de berichten niet verder in. Er zijn geen concrete aanwijzingen voor structureel etnisch gemotiveerde slachtofferselectie in Nederlandse zaken, daarom is een onderzoek gericht op etniciteit niet nodig.
Seksueel misbruik van minderjarigen is afschuwelijk. De situaties in Rotherham, Rochdale en Neurenberg spelen in verschillende landen. Het is niet aan mij om daar verdere uitspraken over te doen.
Voor de Nederlandse situatie geldt dat er geen vergelijkbare zaken bekend zijn van georganiseerde seksuele uitbuiting van minderjarigen – waarbij drugsafhankelijkheid of intimidatie als instrument van dwang wordt ingezet. De politie en het OM hebben wel onderzoeken gekend waarin minderjarige slachtoffers seksueel zijn uitgebuit door samenwerking van meerdere daders, maar er zijn geen aanwijzingen voor een structureel patroon. De politie is hier alert op en zal bij eventuele nadere signalen direct afwegen of opsporingsonderzoek geïndiceerd is.
Bij de politie zijn thans geen aanwijzingen bekend van vergelijkbare vormen van georganiseerde seksuele uitbuiting van minderjarigen waarbij drugsafhankelijkheid of intimidatie als instrument van dwang wordt ingezet.
De waarschuwing van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (hierna: Nationaal Rapporteur) voor infiltratie van criminele netwerken in zorginstellingen was mede aanleiding voor het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM) om onderzoek te doen naar ronselpraktijken binnen zorginstellingen. Uit dat onderzoek volgt dat zorginstellingen vanwege de kwetsbaarheid van bewoners aantrekkelijk kunnen zijn voor mensenhandelaren. Tot dusverre is in één geval betrokkenheid van een medewerker vastgesteld. Ondanks de resultaten uit dit onderzoek ben ik mij bewust van de signalen van criminele infiltratie in zorginstellingen. We voeren binnen het Actieplan Samen tegen mensenhandel daarnaast een pilot uit naar de preventie van ronselen in beschermd en begeleid wonen. Dit is gericht op het herkennen, bespreken en voorkomen van ronselen in zorginstellingen. De eerste inzichten laten zien dat de aanpak professionals helpt bij het signaleren en bespreekbaar maken van risico’s.
De politie registreert slachtoffers van uitbuiting die bij haar in beeld komen, waaronder minderjarige meisjes. De specifieke vorm van dwang waardoor zij in de uitbuitingssituatie terecht zijn gekomen (bijvoorbeeld drugs, schulden of afhankelijkheidsrelaties) wordt niet landelijk en uniform geregistreerd. Daar is vanuit het opsporingsbelang ook geen directe noodzaak toe, omdat voor minderjarigen het bestaan van dwang geen vereiste is om te komen tot strafbaarheid wegens mensenhandel.
Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) houdt geen registratie bij van het aantal zaken met betrekking tot seksuele uitbuiting van minderjarigen waarin sprake was van een georganiseerd samenwerkingsverband dan wel van individuele daders.
De politie en het OM zijn primair verantwoordelijk voor het herkennen (politie) en het opsporen en vervolgen (OM) van verdachten van georganiseerde netwerken die minderjarigen seksueel uitbuiten. Gemeenten en jeugdzorginstellingen vervullen een cruciale signalerings- en meldfunctie richting ketenpartners. De Nationaal Rapporteur doet onafhankelijk onderzoek en adviseert het kabinet over verbeteringen in de aanpak van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen.
De politie en het OM geven aan te beschikken over toereikende instrumenten om signalen van georganiseerde netwerken die minderjarigen seksueel uitbuiten tijdig te herkennen en te onderzoeken. Wanneer dergelijke netwerken in beeld komen, biedt het huidige wettelijke kader voldoende mogelijkheden om strafrechtelijk op te treden.
Er wordt stevig geïnvesteerd in het versterken van de signalerings- en meldfunctie rond mensenhandel in brede zin, bij ketenpartners. Binnen het Actieplan Programma Samen tegen Mensenhandel is specifieke aandacht voor minderjarige slachtoffers via bewustwording en deskundigheidsbevordering, onder meer bij jeugdzorg, politie en het OM. Professionals worden ondersteund met een gratis e-learning, maatwerktrainingen en de campagne «Jongeren zijn #GeenBuit» om signalen van mensenhandel bij jeugdigen tijdig te herkennen en ernaar te handelen. Ook wordt ingezet op het verbeteren van de informatie-uitwisseling tussen lokale en regionale partners centraal, en de versterking van de regionale en bovenregionale samenwerking.
Er zijn op dit moment geen signalen bekend bij de politie van georganiseerde seksuele uitbuiting van minderjarigen waarbij drugsafhankelijkheid of intimidatie als instrument van dwang wordt ingezet. Gericht onderzoek op basis van politiedata naar deze concrete modus operandi is daardoor momenteel niet mogelijk.
De politie en het OM registreren geen migratieachtergrond of verblijfsstatus van verdachten. Indien bekend wordt de nationaliteit door de politie wel geregistreerd; deze gegevens worden gedeeld met de Nationaal Rapporteur en opgenomen in haar jaarbeeld. Bijzondere categorieën van politiegegevens mogen ook enkel door de politie en het OM verzameld en verwerkt worden indien dit noodzakelijk is voor het doel van de verwerking, i.c. de opsporing of vervolging van strafbare feiten. Deze gegevens worden dan ook niet categorisch verwerkt, omdat de verwerking niet voor alle situaties noodzakelijk zal zijn. De Nationaal Rapporteur heeft de wettelijke taak om onderzoek te doen naar de aard en omvang van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. Ook is het een wettelijke taak om onderzoek te doen naar de effecten van het huidige beleid op de aanpak van mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen en om de regering te adviseren over het voorkomen en bestrijden ervan. Ik laat me hierover dan ook adviseren door de Nationaal Rapporteur.
Zie antwoord vraag 9.
Het is niet aan ons om op basis van mediaberichten over buitenlandse zaken conclusies te trekken of beleidslessen te formuleren.
De Nationaal Rapporteur rapporteert jaarlijks over de aard en omvang van seksuele uitbuiting, ook van minderjarigen. Zoals toegelicht in de beantwoording van vraag 7 geven politie en OM aan voldoende uit de voeten te kunnen met het huidige instrumentarium.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over seksuele uitbuiting van minderjarigen (ingezonden 3 juni 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.