Kamervraag 2026Z11499

De uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake de Huis- en hobbydierenlijst

Ingediend 1 juni 2026
Indiener Caroline van der Plas (BBB)
Onderwerpen dieren landbouw
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z11499.html
  • Vraag 1
    Heeft u kennisgenomen van de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over de Huis- en hobbydierenlijst op 28 mei 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:210 t/m 219), waarin het CBb oordeelt dat voor meerdere diersoorten, waaronder de dromedaris, een nieuw besluit moet worden genomen?
  • Vraag 2
    Hoe beoordeelt u het feit dat het CBb heeft geoordeeld dat de toepassing van het domesticatiecriterium door de Minister te beperkt is geweest en dat voor onder andere de dromedaris, chinchilla en Russische dwerghamster, opnieuw een bestuurlijke afweging moet worden gemaakt?
  • Vraag 3
    Erkent u dat deze uitspraak, waarin door de rechter is vastgesteld dat bij al zeker zes diersoorten ondeugdelijk gemotiveerde besluiten zijn genomen, laat zien dat bij het opstellen van de Huis- en hobbydierenlijst fouten zijn gemaakt in de beoordeling van diersoorten, in het bijzonder bij de toepassing van het domesticatiecriterium?
  • Vraag 4
    Verwacht u naar aanleiding van de uitspraak van het CBb, dat sprake is van 314 afzonderlijke besluiten waartegen individueel bezwaar en beroep openstaat, een groot aantal aanvullende bezwaar- en beroepsprocedures tegen andere besluiten om diersoorten niet aan te wijzen? Zo ja, wat betekent dit volgens u voor de uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid van de huidige Huis- en hobbydierenlijst?
  • Vraag 5
    Acht u het wenselijk en werkbaar dat deze uitspraak leidt tot een aanzienlijke extra belasting van rechtbanken en uitvoeringsorganisaties door nieuwe procedures over individuele diersoorten?
  • Vraag 6
    Hoe verhoudt het oordeel van het CBb zich volgens u tot de eis uit het Andibel-arrest (ECLI:EU:C:2008:353) dat een positieflijst moet zijn gebaseerd op objectieve en proportionele criteria, nu blijkt dat voor meerdere soorten alsnog een aanvullende bestuurlijke (en dus specifiek niet wetenschappelijke) afweging nodig is om tot een besluit te komen?
  • Vraag 7
    Deelt u de opvatting dat het problematisch is dat de strikt wetenschappelijke beoordelingssystematiek ertoe zou hebben geleid dat zelfs honden, katten en paarden niet op de lijst zouden zijn geplaatst en dat vervolgens via het domesticatiecriterium bestuurlijke uitzonderingen moesten worden gemaakt? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 8
    Hoe verklaart u de uitzonderingspositie die het damhert en edelhert innemen, nu uit de uitspraak van het CBb blijkt dat de bevoegdheid omtrent het aanwijzen van diersoorten als soorten die gehouden mogen worden niet discretionair van aard is?
  • Vraag 9
    Bent u bereid opnieuw kritisch te kijken naar de uitwerking en juridische houdbaarheid van de Huis- en hobbydierenlijst, mede in het licht van deze uitspraak en de mogelijkheid van verdere procedures tegen individuele beslissingen?

Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z11499
Volledige titel: De uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake de Huis- en hobbydierenlijst