-
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Asielminister Van den Brink wil uitleg over opvangplekken: dit is het tekort in jouw gemeente»?1
Ja.
-
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat op dit moment 250 van de 342 gemeenten niet voldoen aan de taakstelling uit de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de Spreidingswet), en dat ruim honderd gemeenten in het geheel geen opvang bieden?
Gemeenten hebben op 26 mei een brief ontvangen in het kader van het interbestuurlijk toezicht. Op basis van de informatie die het Ministerie van Justitie en Veiligheid op die datum tot zijn beschikking had, waren er 119 gemeenten die voldeden aan hun wettelijke taak. 116 gemeenten voldeden gedeeltelijk aan hun wettelijke taak en 107 gemeenten voldeden niet (dat wil zeggen dat zij geen enkele asielopvangplek realiseerden). De som van de gemeenten die gedeeltelijk of niet voldoen telt op tot 223 van de 342 gemeenten. Ten aanzien van deze gemeenten worden stappen gezet in het kader van het interbestuurlijk toezicht. De afgelopen weken hebben de eerste ambtelijke gesprekken met deze gemeente plaatsgevonden.
-
Vraag 3
Indien de cijfers in bovenstaande vraag niet correct zijn, hoeveel gemeenten voldoen op dit moment dan niet aan de taakstelling van de Spreidingswet en hoeveel gemeenten bieden in zijn geheel geen opvang?
Zie antwoord vraag 2.
-
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat een situatie waarin bijna driekwart van de gemeenten niet aan de wettelijke taak voldoet, wijst op een breed en structureel gebrek aan maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de gedwongen vestiging van asielzoekerscentra?
-
Vraag 5
Indien u de in vraag 4 verwoorde opvatting niet deelt, hoe verklaart u dan dat na ruim twee jaar werking van de wet slechts 92 gemeenten aan hun opgave voldoen?
-
Vraag 6
Acht u het uitvoerbaar en proportioneel om een wet met dwang te handhaven waarvan de naleving bij een ruime meerderheid van de gemeenten uitblijft?
-
Vraag 7
Indien het antwoord op vraag 6 bevestigend luidt, op grond van welke afweging?
-
Vraag 8
Is er naar uw oordeel een omstandigheid denkbaar die een tekort aan opvangplekken in een gemeente kan rechtvaardigen?
-
Vraag 9
Indien het antwoord op vraag 8 bevestigend luidt, welke omstandigheden acht u dan legitiem, en betrekt u daarbij factoren als het ontbreken van lokaal draagvlak, ruimtelijke beperkingen en zorgen over de openbare orde en veiligheid?
-
Vraag 10
Indien het antwoord op vraag 8 ontkennend luidt, met welk oogmerk nodigt u gemeenten dan uit om uitleg te komen geven, indien de uitkomst van die gesprekken reeds op voorhand vaststaat?
-
Vraag 11
Kunt u uiteenzetten in welke gevallen een door een gemeente aangevoerde reden kan leiden tot bijstelling van haar taakstelling?
-
Vraag 12
Acht u het wenselijk de autonomie van 250 gemeenten te doorkruisen door over te gaan tot actief toezicht en, in laatste instantie, tot het aanwijzen van opvanglocaties die gemeenten verplicht zijn te accepteren?
-
Vraag 13
Erkent u dat het zelf aanwijzen van opvanglocaties, tegen een besluit van de gemeenteraad in, een vergaande inbreuk vormt op de lokale democratische besluitvorming?
-
Vraag 14
Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt, waarom niet?
-
Vraag 15
Bent u bereid af te zien van dwangmaatregelen jegens gemeenten waar aantoonbaar geen lokaal draagvlak bestaat?
-
Vraag 16
Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt, waarom weegt de uitvoering van de taakstelling voor u zwaarder dan de uitkomst van het lokale democratische proces?
-
Vraag 17
Bent u bereid de Spreidingswet in te trekken indien de medewerking van gemeenten niet wezenlijk verbetert?
De huidige situatie in de asielopvang laat eens te meer zien dat voor de lange termijn voldoende opvang noodzakelijk is. De Spreidingswet is het instrument om op lange termijn voldoende opvang te realiseren. Om een rechtvaardige verdeling over gemeenten te borgen, houdt dit kabinet de Spreidingswet in stand. Wanneer er voldoende vaste en flexibele opvangplekken van het COA zijn, en er dus een stabiel opvanglandschap is, wordt inzet van de wet overbodig.
-
Vraag 18
Indien u niet bereid bent tot intrekking, bent u dan bereid een gedoogbeleid te voeren waarbij de dwangbepalingen van de Spreidingswet niet worden uitgevoerd zolang het vereiste lokale draagvlak ontbreekt?
Zie antwoord vraag 17.
-
Vraag 19
Waarom kiest u niet voor het reduceren van de instroom tot nihil, als structurele oplossing?
Dit kabinet zet zich in om de instroom duurzaam en structureel te verminderen, onder andere aan de hand van de Wet invoering tweestatusstelsel. Daarnaast wordt gewerkt aan de implementatie van het Europees Asiel- en Migratiepact dat afgelopen maand in werking is getreden. Ook wordt er ingezet op terugkeer. Dit doet er niet aan af dat asielzoekers die zich eenmaal in Nederland bevinden, fatsoenlijk moeten worden opgevangen. Daartoe zijn we volgens internationale en Europese wettelijke kaders ook verplicht.
-
Vraag 20
Beschikt uw ministerie over voldoende ambtelijke capaciteit (fte) om de circa 250 niet-voldoende presterende gemeenten onder actief toezicht te plaatsen?
-
Vraag 21
Kunt u kwantificeren hoeveel fte gemoeid is met het onder actief toezicht plaatsen van één gemeente, en welk totaal beslag dit zou leggen indien dit voor 250 gemeenten gelijktijdig zou moeten geschieden?
-
Vraag 22
Indien de daarvoor benodigde capaciteit ontbreekt, betekent dit dan dat het instrument van actief toezicht in de praktijk slechts selectief of symbolisch kan worden ingezet?
-
Vraag 23
Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend luidt, hoe verhoudt zich dat tot een gelijke behandeling van gemeenten?
-
Vraag 24
Hoe verhoudt het uitnodigen van gemeentebestuurders om zich op uw ministerie te verantwoorden zich tot gemeentelijke autonomiteit?
Gemeenten hebben een wettelijke taak vanuit de Spreidingswet. Voor gemeenten die niet voldoen aan hun wettelijke taak, is zoals gebruikelijk het rijksbrede kader voor interbestuurlijk toezicht van toepassing. Onderdeel van dit kader zijn eerst de ambtelijke gesprekken met gemeenten en vervolgens, indien nodig, bestuurlijke gesprekken.
-
Vraag 25
Bent u bereid de verslagen of notulen van de gesprekken met gemeenten openbaar te maken, dan wel vertrouwelijk aan de Kamer ter inzage te geven?
Het is belangrijk dat de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken in vertrouwelijkheid plaatsvinden. In zo’n gesprek zal ook vertrouwelijke informatie besproken worden, zoals de voornemens van gemeenten over hoe ze aan de wettelijke taak willen voldoen en welke (premature) plannen ze daarvoor hebben. Ik vind het belangrijk dat gemeenten volledige openheid durven te geven. De gespreksverslagen worden daarom niet openbaar gemaakt.
-
Vraag 26
Indien u daartoe niet bereid bent, waarom niet?
Zie antwoord vraag 25.