| Ingediend | 22 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 18 juni 2026 (na 27 dagen) |
| Indieners | Annette Raijer (PVV), Maikel Boon (PVV) |
| Beantwoord door | Letschert |
| Onderwerpen | hoger onderwijs onderwijs en wetenschap |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z10560.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2298.html |
Ja.
Het is aan universiteiten om eigen afwegingen te maken bij het aangaan of continueren van samenwerkingen. Van instellingen verwacht ik dat zij zich voortdurend inzetten om een veilige leer- en werkomgeving, de academische vrijheid en het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef te borgen. Dit betekent dat zij regelmatig hun risico’s inventariseren en proportioneel veiligheidsbeleid voeren.
Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs. Het past niet bij de academische vrijheid dat ik commentaar lever op de inhoud van een onderwijsprogramma.
Ja, het klopt dat er voor deze samenwerking een delegatie van Birzeit University naar Nederland reist.
Kennisinstellingen zijn bij uitstek plekken van open dialoog. Vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid staan hier centraal. Wanneer personen uitlatingen doen die aanzetten tot haat, geweld, discriminatie, of opruiend zijn beschouw ik dat als risico voor de veiligheid op de instelling. In deze gevallen is er mogelijk sprake van een strafbaar feit. Indien deze situatie zich voordoet is het daarom zaak dat de instelling aangifte doet. Strafrechtelijk optreden is in concrete gevallen mogelijk door de politie en het Openbaar Ministerie.
Zie mijn antwoord op vraag 3. Universiteiten vervullen een essentiële rol in het maatschappelijk debat over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ik acht het daarom van belang dat er ruimte is voor een diversiteit aan perspectieven binnen politiek-maatschappelijke thema’s.
Ik doe als Minister geen uitspraken over de inhoud en kwaliteit van een summer school. Universiteiten ontvangen een rijksbijdrage om hun wettelijke taken, het verzorgen van onderwijs, het verrichten van onderzoek en het verzorgen van kennisoverdracht aan de maatschappij uit te voeren. De rijksbijdrage wordt als lumpsum uitgekeerd. Hogescholen en universiteiten bepalen binnen de kaders van de wet hoe zij de middelen inzetten en verantwoorden zich hierover via het jaarverslag.
Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs en voor het maken van afwegingen over institutionele samenwerkingen. Het past niet bij de academische vrijheid dat ik commentaar lever over de inhoud van een onderwijsprogramma of een academische samenwerking. Wel verwacht ik van instellingen dat zij zich voortdurend inzetten om de veilige leer- en werkomgeving te borgen en programma’s aanbieden die passen binnen de academische kernwaarden.
Ik zie op dit onderwerp geen aanleiding om met het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam in gesprek te gaan. Het is aan universiteiten om eigen afwegingen te maken bij het aangaan of continueren van samenwerkingen.
De schriftelijke vragen van de leden Raijer en Boon met het kenmerk 2026Z10560 over de «Summer School on Palestine' van het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam kunnen met het oog op een zorgvuldige en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Ik zal de vragen zo snel mogelijk beantwoorden.