| Ingediend | 20 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 10 juli 2026 (na 51 dagen) |
| Indiener | Esther Ouwehand (PvdD) |
| Beantwoord door | van Essen |
| Onderwerpen | dieren landbouw |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z10357.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2533.html |
Ja.
De provincie (gedeputeerde staten) is doorgaans bevoegd gezag daar waar het gaat om het verlenen en handhaven van een natuurvergunning (omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit). De gemeente (het college van B&W) is doorgaans bevoegd gezag daar waar het gaat om een milieuvergunning (omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit).
Of en in welke mate de betreffende varkenshouder meer dieren heeft gehouden dan volgens de milieuvergunning van het college van B&W was toegestaan, niet voldeed aan geldende milieuregels en de omgevingsvergunning niet op orde had is dan ook ter beoordeling van de gemeente. Wel oordeelde de rechtbank Oost-Brabant in haar uitspraak van 17 oktober 2023 dat op de betreffende varkenshouderijlocatie meer dieren gehouden zijn «dan was toegelaten in de vergunning van 2008». Het betrof hier de milieuvergunning. Hoe lang deze situatie zich heeft voorgedaan kan uit de uitspraak niet worden opgemaakt.
Ik ben bekend met de door de leden van de fractie van de PvdD aangehaalde uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 oktober 2023.
De betreffende varkenshouder heeft op 27 oktober 2023 op grond van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor stikstofreductie (hierna: Lbv) een subsidieaanvraag ingediend. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) heeft bij de beoordeling vastgesteld dat de aanvraag aan alle subsidievoorwaarden voldeed. Als onderdeel van deze beoordeling heeft RVO bij bevoegde gezagen nagevraagd of de door de betreffende varkenshouder bij diens aanvraag aangeleverde milieu en natuurvergunning de vigerende vergunningen zijn. Zowel de betreffende gemeente als provincie hebben hierop bevestigend geantwoord. Op 1 juni 2024 is op deze aanvraag een positief besluit genomen. Over de hoogte van het toegekende subsidiebedrag kan ik vanuit privacyoverwegingen op dit moment geen mededelingen doen. Conform de vereisten uit de Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (hierna: de Richtsnoeren)4 dient Nederland, nadat subsidievaststelling heeft plaatsgevonden en de uitvoering van de regeling is afgerond, van iedere subsidieontvanger de hoogte van het uitgekeerde subsidiebedrag te publiceren. Op dit moment is de uitvoering van de Lbv nog niet afgerond.
Ja.
De subsidieaanvraag van betreffende varkenshouder is door RVO beoordeeld aan de hand van de subsidievoorwaarden zoals deze in de Lbv zijn opgenomen. Daarbij is geoordeeld dat de aanvraag voldoet aan alle voorwaarden die de regeling stelt. De subsidieontvanger moet, om in aanmerking te komen voor subsidieverlening voldoen aan de subsidievoorwaarden. Op 1 juni 2024 heeft RVO aan de aanvrager de beschikking tot subsidieverlening gegeven. Dat betekent dat RVO heeft vastgesteld dat de betreffende varkenshouder aan de voorwaarden heeft voldaan voor subsidieverlening. De ondernemer heeft vervolgens twee voorschotten ontvangen maar nog geen verzoek tot subsidievaststelling gedaan.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 is de provincie doorgaans bevoegd gezag daar waar het gaat om het verlenen van een natuurvergunning en de gemeente daar waar het gaat om een milieuvergunning. Het is vanuit deze bevoegdheden dat provincies en gemeenten de taak en verantwoordelijkheid hebben om te controleren of ondernemers zich aan de voorwaarden en vereisten van de aan hen verstrekte vergunning(en) houden en om handhavend op te treden, daar waar sprake is van een overtreding die ingrijpen noodzakelijk maakt.
Ten algemene zijn, naar het oordeel van het kabinet, beëindigingsregelingen zoals de Lbv zowel een doeltreffend als doelmatig instrument om, als onderdeel van een breed palet aan maatregelen, de emissie van stikstof te reduceren en daarmee bij te dragen aan noodzakelijk natuurherstel.
Ja.
Zoals in het antwoord op vraag 6 is toegelicht heeft de betreffende varkenshouder aan de voorwaarden voor subsidieverlening voldaan en aan de vereisten voor het verstrekken van voorschotten. Er is nog geen sprake van subsidievaststelling.
Zoals in het antwoord op vraag 6 is toegelicht voldeed de aanvraag aan de voorwaarden voor subsidieverlening en heeft subsidieverlening daarom op rechtmatige wijze plaatsgevonden.
Zoals in het antwoord op vraag 2 is aangegeven is de gemeente bevoegd gezag als het gaat om het verlenen en handhaven van een milieuvergunning. Op grond van de Omgevingswet beschikt de gemeente over de bevoegdheid om maatregelen te nemen als wordt vastgesteld dat een ondernemer de voorwaarden die zijn verbonden aan een milieuvergunning overtreedt. De controle en handhaving van milieuvergunningen (en natuurvergunningen) is geen bevoegdheid van de Minister van LNNV.
Het kabinet heeft ten algemene de verantwoordelijkheid om publieke middelen doelmatig en rechtmatig te besteden, niet alleen binnen de stikstofaanpak. In beëindigingsregelingen zoals de Lbv zijn strikte subsidievoorwaarden en -vereisten opgenomen die waarborgen dat subsidies op rechtmatige wijze worden verleend. De Lbv-regelingen (Lbv, Lbv-plus, Lbv kleinere sectoren) hebben tot doel de stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden te reduceren door de definitieve en onherroepelijke beëindiging van de productie en productiecapaciteit op veehouderijlocaties. Door de afbakening van de doelgroepen en door de wijze waarop genoemde regelingen zijn vormgegeven wordt een blijvende, geborgde en daarmee doelmatige reductie van stikstofdepositie gerealiseerd.
Zoals in het antwoord op vraag 6 is toegelicht voldeed de aanvraag aan de voorwaarden voor subsidieverlening en heeft subsidieverlening op rechtmatige wijze plaatsgevonden. Er is dan ook geen aanleiding om de aan betreffende varkenshouder verleende subsidie in te trekken.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 10 is de controle en handhaving van milieu en natuurvergunningen al staand beleid en beschikken provincies en gemeentes over de bevoegdheid om handelend op te treden daar waar illegale situaties worden vastgesteld.
Voor beantwoording van de vragen was afstemming noodzakelijk met de provincie Noord-Brabant, de gemeente Land van Cuijk en met RVO. Hierdoor was beantwoording niet mogelijk binnen de gebruikelijke termijn. U bent hiervan op de hoogte gesteld per brief van 10 juni jongstleden.
Op 20 mei 2026 heeft het lid Ouwehand (PvdD) schriftelijke vragen gesteld over «het besteden van miljoenen euro’s belastinggeld aan het uitkopen van een illegaal opererende varkenshouderij» (kenmerk 2026Z10357). Voor een zorgvuldige beantwoording van deze vragen is afstemming nodig met zowel de medeoverheden als met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Hierdoor is het niet mogelijk de vragen binnen de gebruikelijke termijn te beantwoorden. Uw Kamer zal de beantwoording van de vragen zo spoedig mogelijk ontvangen.