| Ingediend | 18 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 18 juni 2026 (na 31 dagen) |
| Indiener | Chris Stoffer (SGP) |
| Beantwoord door | Letschert |
| Onderwerpen | hoger onderwijs onderwijs en wetenschap |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z10084.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2296.html |
Ja, hier ben ik mee bekend.
Binnen de bacheloropleiding Hebreeuwse taal en cultuur bood de Universiteit van Amsterdam (UvA) de afgelopen vier jaar twee bachelorkeuzevakken en een tutorial (onderwijs op individuele basis) aan op het gebied van de Jiddische taalverwerving. Deze keuzevakken werden mogelijk gemaakt vanuit een externe vierjarige financiering. Met het aflopen daarvan oriënteert de UvA zich momenteel zorgvuldig op de mogelijkheden van een alternatieve en duurzame opvolging van dit onderwijs. Hierbij is het van belang om te noemen dat de inhoudelijke expertise op het gebied van het Jiddisch binnen de UvA blijft bestaan. De begeleiding van onderzoekers en geïnteresseerde studenten bij de bestudering van bronnen in het Jiddisch is hiermee geborgd.
De Jiddische taal is door de rijksoverheid erkend onder deel II van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Met de erkenning van een taal onder deel II verplicht de rijksoverheid zich ertoe om geen belemmerende wet- of regelgeving aan te nemen. Met erkenning onder deel III, waar bijvoorbeeld de Friese taal onder valt, verplicht de overheid zich ertoe meerdere artikelen te ratificeren om zo de taal te beschermen en bevorderen. Voor het Fries geldt daarom dat de overheid de verplichting heeft voorzieningen te verschaffen voor de bestudering van deze taal in het universitair onderwijs. Dit geldt niet voor het Jiddisch.
Daarnaast geldt dat volgens de wet universiteiten en hogescholen autonomie hebben ten aanzien van het starten, stoppen en vormgeven van hun onderwijs en opleidingen.
Hierbij verwijs ik ook naar het antwoord op vraag nummer 3. Zoals daarin aangegeven, ligt de autonomie ten aanzien van het onderwijsaanbod bij de universiteiten en hogescholen. Middels de Rijksbijdrage ontvangen de instellingen hiervoor financiering vanuit de overheid. De UvA heeft mij laten weten zich te oriënteren op het wederom aanbieden van onderwijs naar het Jiddisch.
Op 18 mei 2026 heeft het lid Stoffer (SGP) schriftelijke vragen gesteld over het bericht «Studie Jiddisch stopt aan Universiteit van Amsterdam». Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk, omdat de beantwoording meer tijd vraagt vanwege zorgvuldige afstemming met betrokkenen. Ik zal de vragen zo snel mogelijk beantwoorden.