| Ingediend | 13 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 3 juli 2026 (na 51 dagen) |
| Indiener | Ingrid Coenradie (PVV) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid politie, brandweer en hulpdiensten |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09761.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2469.html |
Het klopt dat in de telefoongids / het personeelssysteem van de politie kan worden gefilterd op titel (LFNP functie) waaruit schaalniveau herleidbaar is. Dit geldt voor iedereen die in vaste dienst is bij de politie. Echter, iedereen die wel gebruik maakt van de politiesystemen, maar geen dienstverband heeft bij de politie (waaronder, maar dus niet exclusief externe inhuur), krijgt de titel: tijdelijke functie ten behoeve van vulling. Uit deze titel is functie, aard van werkzaamheden en schaal niet herleidbaar. Er is dus geen eenvoudige mogelijkheid om extern ingehuurd personeel naar functiecategorieën of werkzaamheden in te delen.
In mijn beheersrol ten opzichte van de politie monitor ik via de P&C-cyclus de doelmatigheid van de besteding van middelen. De korpsleiding informeert mij op hoofdlijnen over externe inhuur en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Ik verwijs daarvoor naar de beantwoording van vraag 5, 6, 7 en 8 van de vorige set Kamervragen over dit thema.1 In de invulling van mijn beheersrol is het altijd zoeken naar een balans tussen genoeg weten om te kunnen controleren en de politie ruimte geven om maatwerk te kunnen toepassen, waarbij de administratieve lasten in verhouding moeten zijn met het doel van monitoring.
Zie antwoord vraag 10.
Nee, dat herken ik niet. De politie treft allerlei maatregelen om voertuigen zo min mogelijk te laten uitvallen in het operationele proces:
Het kan voorkomen dat er tijdelijke verstoringen zijn in de wereldwijde logistiek. Centrale regie maakt het mogelijk om hier goed op te anticiperen en reageren. In het verleden is gebleken dat met de omvang van het wagenpark, goede medewerking van leveranciers, de eigen expertise en door het hergebruik van onderdelen de politie goed weerbaar is. Mede uit het oogpunt van deze weerbaarheid zijn bijvoorbeeld de contracten voor de voertuigen voor de basispolitiezorg met meerdere leveranciers afgesloten.
Het transport van arrestanten behoort tot de reguliere uitvoering van de politietaak. Er is geen noodzaak tot het registreren van reguliere taakuitvoering, dit zou een onevenredige administratieve last opleveren.
Zie antwoord vraag 13.
Vanaf 1 april 2025 is het nieuwe stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten in werking getreden. Nieuwe meldingen van politiemedewerkers met beroepsgerelateerde klachten, waaronder PTSS en psychische problematiek, vallen onder dit nieuwe stelsel. Voor het maken van aanspraak op de voorzieningen in het nieuwe stelsel is een medische diagnose niet noodzakelijk. Hierdoor ontvangt een politiemedewerker die zich meldt met gezondheidsklachten, en deze meer dan 1% beroepsgerelateerd zijn, direct de benodigde begeleiding, zorg en vergoedingen. Zij hoeven hiervoor niet te wachten op een medische diagnose. Het aantal meldingen wordt door de politie geregistreerd en er wordt bijgehouden of het fysieke of mentale gezondheidsklachten betreft. De politie deelt deze cijfers met mijn ministerie. In 2025 zijn er 1804 meldingen geregistreerd die vallen onder het nieuwe stelsel.
De werking van het nieuwe stelsel wordt continue gemonitord door de werkgever. Daarvoor zijn kengetallen overeengekomen met de politie, de politievakorganisaties en mijn ministerie, zodat trends en opvallendheden tijdig zichtbaar zijn en daar op bijgestuurd kan worden. Het resultaat van de eerste monitor van het nieuwe stelsel is positief, waaronder op de gemiddelde doorlooptijden van een melding, het advies op de melding en het besluit daarover. In 2026 volgt een invoeringstoets om te bezien of het nieuwe stelsel naar verwachting is ingevoerd. Na drie en vijf jaar wordt een bredere evaluatie van het nieuwe stelsel uitgevoerd. Deze evaluaties zijn opgenomen in de Strategische Evaluatie Agenda van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Op basis van deze uitkomst wordt, indien nodig, bijgestuurd op het beleid.
Zie antwoord vraag 15.
Elke politiemedewerker, die op straat werkt, beschikt over goede gehoorbescherming. Wel is het zo dat er geen gehoorbescherming bestaat die bescherming biedt tegen de knallen van zwaar vuurwerk van een korte afstand. Daarom informeert de politie haar medewerkers, met name rond de jaarwisseling, actief over preventie en (na)zorg via briefings in de teams, interne nieuwsberichten, de Gezond Werken-app en met factsheets over gehoorschade en nazorg en veilig en gezond werken tijdens oud en nieuw.
In de jaarverantwoording politie legt de korpschef verantwoording af over het gevoerde beleid van de organisatie en haar uitgaven. De politie heeft geen aparte uitsplitsing van de uitgaven aan externe diversiteits-, cultuur- en bewustwordingsprojecten.2
Dit houdt in dat de bestede middelen in de afgelopen vijf jaar met deze details, niet zodanig zijn vastgelegd dat ze op te tellen zijn naar uitgaven op landelijk niveau. Voor de verantwoording van de politie als geheel zijn deze details ook niet noodzakelijk.
Het budget voor het realiseren van wervingsactiviteiten is belegd bij de dienst HRM van het PDC. Individuele diensten en eenheden hebben geen wervingsbudget. Het budget voor wervingskosten voor 2026 is ongeveer 7,5 miljoen euro. Dit budget wordt uitgegeven op drie onderdelen:
Dit bevat kosten voor het bedenken (strategie &, concepten), creëren en daadwerkelijk produceren van alle middelen die worden ingezet in arbeidsmarktcommunicatie. Hieronder vallen ook kosten voor het produceren van campagnes, content voor de recruitmentsite, social media kanalen en de beheers- en hostingkosten voor diverse applicaties.
Inkoop van on- en offline media, waaronder; tv-commercials, online bannering, social media, vacaturesites, etc. Ook contracten met o.a. LinkedIn, Google en Indeed vallen hieronder.
Deelname aan diverse carrière-, sport- en culturele events en onderwijsbeurzen, landelijk en regionaal. Kosten voor inschrijving, materiaal en gadgets vallen ook hieronder. Daarnaast maken de voorlichtingen en events die in eigen beheer worden gegeven onderdeel uit van deze kosten.
Ik heb in het voorgaande zo goed mogelijk antwoord gegeven op de vragen, voor zover de gegevens mij ter beschikking staan. In verder detail is het helaas niet mogelijk om aan het informatieverzoek te voldoen.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Coenradie (JA21), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over effectiviteit en slagkracht van de politieorganisatie (ingezonden 13 mei 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.