Kamervraag 2026Z09758

De evacuatie van Gazanen met een Nederlandse verblijfsvergunning

Ingediend 13 mei 2026
Indiener Christine Teunissen (PvdD)
Onderwerpen migratie en integratie organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09758.html
  • Vraag 1
    Bent u bekend met de uitspraken van de voorzieningenrechter van de Raad van State en de rechtbank Den Haag waarin is geoordeeld dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken consulaire ondersteuning moet bieden aan Gazanen met een geldige Nederlandse verblijfsvergunning bij hun vertrek uit Gaza?1
  • Vraag 2
    Klopt het dat het gaat om tientallen Palestijnen uit Gaza die beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) voor studie en werk in Nederland?
  • Vraag 3
    Klopt het dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken zich momenteel beperkt tot het versturen van een zogenaamde Note Verbale, terwijl bekend zou zijn dat dit op zichzelf onvoldoende is om evacuatie daadwerkelijk mogelijk te maken?
  • Vraag 4
    COGAT heeft tegenover de NOS verklaard dat Nederland de betreffende personen niet heeft aangemeld voor evacuatie, terwijl daar volgens COGAT wel de mogelijkheid toe bestaat.2 Hoe moet dit beoordeeld worden in het licht van uw inzet om aan de verplichting als opgelegd door de voorzieningenrechter te voldoen?
  • Vraag 5
    Heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken sinds de uitspraken de namen van MVV-houders actief doorgegeven aan de Israëlische autoriteiten of andere betrokken instanties ten behoeve van evacuatie? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 6
    Welke contacten heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken sinds maart 2026 onderhouden met Jordaanse autoriteiten, COGAT, internationale organisaties of andere landen over de praktische uitvoering van evacuatie van deze MVV-houders?
  • Vraag 7
    Hoe verhoudt deze beperkte inzet zich volgens u tot de rechterlijke uitspraken waarin is geoordeeld dat Nederland consulaire hulp moet verlenen?
  • Vraag 8
    Deelt u de opvatting dat het bieden van uitsluitend minimale administratieve ondersteuning, terwijl bekend is dat dit feitelijk niet leidt tot evacuatie, onvoldoende uitvoering geeft aan de zorgplicht van de Nederlandse staat?
  • Vraag 9
    Kunt u uiteenzetten welke belemmeringen het kabinet momenteel ziet om de betrokken personen daadwerkelijk uit Gaza te laten vertrekken, en welke diplomatieke inspanningen worden verricht om deze belemmeringen weg te nemen?
  • Vraag 10
    In de NOS-rapportage werd melding gemaakt van het feit dat u heeft aangegeven dat er sprake is van een situatie die nog «onder de rechter is»3; bent u er zich van bewust dat er tegen de voorlopige voorzieningen die zijn opgelegd, op basis waarvan u dient te doen wat nodig is om evacuatie te realiseren, geen beroep aangetekend kan worden en deze per direct uitgevoerd dienen te worden?
  • Vraag 11
    In hoeverre onderscheidt het bewust uitvoeren van een rechterlijke opdracht op een wijze die bij voorbaat ineffectief is zich volgens u van het feitelijk niet uitvoeren van die opdracht?
  • Vraag 12
    Bent u bereid om, mede gezien de humanitaire situatie in Gaza en de uitspraken van de rechter, per direct intensievere consulaire en diplomatieke inspanningen te leveren om deze mensen veilig uit Gaza te krijgen? Zo nee, waarom niet?
  • Vraag 13
    Kunt u deze vragen met spoed binnen twee weken beantwoorden?

Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z09758
Volledige titel: De evacuatie van Gazanen met een Nederlandse verblijfsvergunning