| Ingediend | 13 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 15 juni 2026 (na 33 dagen) |
| Indiener | Michiel Hoogeveen (JA21) |
| Beantwoord door | Berendsen |
| Onderwerpen | defensie internationaal |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09757.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2257.html |
Het kabinet zet zich doorlopend in voor de opsporing en mogelijke repatriëring van de stoffelijke resten van vijf Nederlandse militairen van het Nederlandse Detachement Verenigde Naties (NDVN). De regering onderhoudt hierover contact met zowel relevante Zuid-Koreaanse als Amerikaanse overheden en leverde DNA profielen en historische en medische gegevens aan. Dat heeft tot op heden echter, geen resultaat opgeleverd. Het kabinet blijft vasthouden aan deze inzet.
Ja, op 7 december 2020 is er een Memorandum of Understanding (MoU) afgesloten tussen de Zuid-Koreaanse en Nederlandse Ministeries van Defensie met specifiek dit doel, namelijk het bevorderen van de samenwerking op de identificatie van vermiste personen van de Korea Oorlog.
Op basis van dit MoU heeft Nederland aan het Zuid-Koreaanse Ministry of Defense Agency for KIA Recovery and Identification (MAKRI) digitale DNA-profielen van nazaten van de vermiste Nederlandse militairen aangeleverd, alsook vijf met zorg door het Ministerie van Defensie samengestelde data packages met historische en medische gegevens. MAKRI organiseert nog jaarlijks zoek- en bergingsmissies in Zuid-Korea. Naar schatting worden er nog meer dan 133.000 militairen van het United Nations Command (UNC) vermist.
Omdat het NDVN tijdens de Koreaanse Oorlog was ingedeeld bij het Amerikaanse leger, onderhoudt de regering ook contact met het agentschap van het Amerikaanse Ministerie van Defensie dat identificatieonderzoek doet van stoffelijke resten (Defense Prisoner of War / Missing in Action Accounting Agency – DPAA). Dezelfde gegevens zijn ook daar aangeleverd. Dit heeft echter in beide gevallen nog niet tot een DNA-match geleid.
Nederland is volwaardig lid van het United Nations Command (UNC), de organisatie die toeziet op de naleving van de wapenstilstand tussen Noord- en Zuid-Korea. UNC speelt echter geen leidende rol bij het lokaliseren, bergen en identificeren van stoffelijke resten.
Nederland heeft slechts minimaal contact met Noord-Korea en heeft geen ambassade in Pyongyang. De Nederlandse ambassadeur is Seoel is tevens de Nederlandse vertegenwoordiger naar Noord-Korea, maar is door Pyongyang nog niet uitgenodigd om zijn geloofsbrieven te overhandigen. Onder de huidige politieke omstandigheden blijft de kans op samenwerking met Noord-Korea op dit onderwerp bijzonder klein.
Zie het antwoord op vraag 1 en 2.
Zie beantwoording vraag 2. Wel zijn er contacten geweest via de VS. Na een ontmoeting tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse president Kim Yong-un heeft Noord-Korea in juli 2018 55 kisten met de vermoedelijke stoffelijke resten van gesneuvelde Amerikaanse militairen uit de Koreaanse Oorlog overgedragen aan de Verenigde Staten. Zoals eerder opgemerkt, staat Nederland in contact met het Amerikaanse DPAA, dat het identificatieonderzoek van de stoffelijke resten uitvoert.
Ja, het kabinet blijft zich onverminderd inzetten voor de opsporing en mogelijke repatriëring van de stoffelijke resten van deze vijf Nederlandse militairen. Hiervoor wordt reeds samengewerkt met de Verenigde Staten en Zuid-Korea. Nederland zal dit onderwerp blijven opbrengen in contacten met deze landen.
De schriftelijke vragen van het lid Hoogeveen (JA21) over de repatriëring van stoffelijke resten van vijf Nederlandse militairen (2026Z09757) kunnen met het oog op een zorgvuldige afstemming tussen de ministeries en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Het streven is de antwoorden zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.