| Ingediend | 13 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 29 juni 2026 (na 47 dagen) |
| Indieners | Marjolein Faber (PVV), Maikel Boon (PVV) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09745.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2398.html |
Ja.
Ik ga niet in op individuele casuïstiek en de identiteit van personen.
De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) heeft naar aanleiding van de video de beelden nader bestudeerd. Op basis van de beelden is het zeer onwaarschijnlijk dat de video afkomstig is uit een Nederlandse penitentiaire inrichting (PI). In zijn algemeenheid kan ik aangeven dat indien er een telefoon (of andere contrabande) wordt aangetroffen in een Nederlandse PI – die herleidbaar is tot een gedetineerde – de vestigingsdirecteur beslist welke disciplinaire straf wordt opgelegd. Er kan dan sprake zijn van plaatsing in een strafcel, het beperken van bezoekrechten, uitsluiting van deelname aan activiteiten en het intrekken van verloven. In regimes waar het Toetsingskader promoveren en degraderen geldt, kan de gedetineerde gedegradeerd worden naar het basisprogramma. In regimes waar het toetsingskader niet geldt wordt op maat gesanctioneerd.
Zie het antwoord op vraag 3. Op basis van de beelden stelt DJI dat de beelden niet in een Nederlandse penitentiaire inrichting zijn opgenomen.
Ja, het verspreiden van antisemitische of andere discriminerende opmerkingen, al helemaal vanuit detentie, is uit den boze.
Zoals in de beantwoording van vraag 3 is aangegeven, acht DJI het zeer onwaarschijnlijk dat de video afkomstig is uit een Nederlandse penitentiaire inrichting. Ik kan in algemene zin wel aangeven hoe wordt omgegaan met detentiefasering: het geleidelijk verlenen van meer externe vrijheden om zo te werken aan terugkeer in de samenleving. Hierbij kan gedacht worden aan verlof. DJI besluit omtrent het verlenen van verlof op basis van adviezen van de politie, het openbaar ministerie en de reclassering. Daarnaast kan er gedacht worden aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Hiertoe beslist het Openbaar Ministerie op basis van onder meer adviezen van de directeur van de penitentiaire inrichting en de reclassering, informatie van slachtoffers en andere relevante personen en eventuele informatie van het CJIB). In algemene zin wordt bij beslissingen over vrijheden onder meer het gedrag tijdens detentie betrokken als een van de criteria op basis waarvan een besluit wordt genomen. Dat geldt ook voor eventuele risico’s die worden gezien bij een mogelijke terugkeer in de samenleving. Zo wordt er gekeken naar het recidiverisico en het risico op verstoring van de openbare orde en veiligheid als de vrijheden worden verleend. Daarnaast worden ook de belangen van slachtoffers en nabestaanden meegewogen. Indien bijvoorbeeld risico’s bij terugkeer, met name ten aanzien van slachtoffers of andere beschermingsbehoeftige personen, niet voldoende kunnen worden beperkt en beheerst – ook niet met bijzondere voorwaarden zoals contact- of locatieverboden – wordt afgezien van het verlenen van vrijheden.
Zie antwoord vraag 6.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Boon en Faber (beiden PVV), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het artikel «VIDEO – «Jodenjager Ajax-Maccabi» webcamt vanuit gevangenis: «We joegen op ze, Joden verkrachten kinderen en rennen weg»» (ingezonden 13 mei 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.