| Ingediend | 12 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 4 juni 2026 (na 23 dagen) |
| Indiener | Kati Piri (PvdA) |
| Beantwoord door | Berendsen |
| Onderwerpen | internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09587.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2142.html |
Ja.
Nederland weigert op grond van de Europese sanctiepakketten de toegang tot havens en sluizen aan Russisch gevlagde schepen, aan EU-gesanctioneerde schepen en aan schepen die gelieerd zijn aan gesanctioneerde personen of entiteiten. Zeevarenden op deze schepen kunnen daarom niet aan- en afmonsteren in Nederlandse havens. Er worden dan ook geen visa uitgegeven voor deze doeleinden. Nederland verstrekt visa conform de geldende Europese regelgeving, waaronder de Europese Visumcode en de Europese richtsnoeren inzake de afgifte van visa met betrekking tot Russische aanvragers. Deze richtsnoeren leggen geen extra beperkingen op voor zeevarenden. Russische zeevarenden kunnen in lijn met EU regelgeving derhalve een Schengenvisum krijgen. Het klopt dat in 2025 een groot aantal visa is verstrekt aan Russische zeevarenden die in Nederland moeten aan- of afmonsteren. Op Nederlands gevlagde schepen werken ook Russische zeevarenden. Het beleid ten aanzien van Russische zeevarenden is op 1 september 2025 echter aangescherpt. Uitsluitend Russische zeevarenden die varen voor bij de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Rederijen (KVNR) aangesloten rederijen mogen gebruikmaken van de versnelde Blue Carpet-procedure. Overige zeevarenden moeten de reguliere procedure doorlopen, waarvoor een beperkt aantal slots beschikbaar is. In alle gevallen is een officiële uitnodiging van de rederij vereist. Uitnodigingen van tussenpersonen/uitzendbureaus worden niet meer geaccepteerd. Sinds 1 september 2025 is de geldigheidsduur beperkt tot negen maanden (multiple entry) met een maximale verblijfsduur van 15 dagen, sindsdien is een dalende trend zichtbaar in het aantal afgegeven visa.
Het is niet bekend hoeveel Russische zeevarenden werkzaam zijn op de Russische schaduwvloot of op schepen die Russische ruwe grondstoffen vervoeren, omdat deze schepen onder een buitenlandse vlag varen of soms zelfs onder een valse vlag.
Russische zeevarenden en Russische journalisten, fotografen en onafhankelijke kunstenaars kunnen gebruikmaken van de reguliere aanvraagprocedures.
Binnen de ruimte die de Europese regelgeving biedt, zet Nederland zich in voor een zorgvuldige en integrale beoordeling van aanvragen van Russische journalisten en mensenrechtenverdedigers mede gelet op het belang dat het kabinet hecht aan persvrijheid, culturele uitwisseling en de bescherming van mensenrechten. Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten maakten op basis van motie Dobbe (kamerstuk: 32 735, nr. 386) eerder aanspraak op multiple entry visa.2
Visumaanvragen worden in alle gevallen conform de Europese Visumcode individueel beoordeeld. Van de voorwaarde dat het voornemen moet bestaan om het grondgebied van de Lidstaten tijdig te verlaten, kan niet worden afgeweken.
Op individuele visumaanvragen kan het kabinet niet ingaan.
Ja.
Als het gaat om Schengenvisa (visa voor kort verblijf) kunnen mensenrechtenverdedigers en journalisten gebruik maken van de reguliere aanvraagprocedure, hierbij wordt getoetst op de voorwaarden zoals vastgelegd in de EU Visumcode, o.a. ten aanzien van tijdige terugkeer.
In Rusland maken familieleden, mensenrechtenverdedigers en journalisten aanspraak op kort verblijf visa met een langere geldigheidsduur.
Naar de letter van motie Dobbe c.s. (kamerstuk: 32 735, nr. 386) over multiple-entry Schengenvisa aan Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten kan er voor deze groep ook bij een eerste aanvraag een meerjarig visum worden afgegeven. Aan deze motie is het afgelopen jaar in een aantal specifieke gevallen uitvoering gegeven. In het belang van betrokkenen kan over deze gevallen geen publieke informatie worden verstrekt.
Als een visumaanvraag door de Minister van Buitenlandse Zaken is afgewezen kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Deze termijn vangt op grond van artikel 6:8 van de Awb aan op de dag nadat besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Van bekendmaking is sprake indien het besluit aan de aanvrager of zijn gemachtigde is toegezonden of uitgereikt. De bezwaartermijn vangt dus pas aan nadat een aanvrager of zijn gemachtigde te horen heeft gekregen waarom de aanvraag is afgewezen. In algemene zin kan worden gesteld dat als de Immigratie- en Naturalisatiedienst in een individuele zaak constateert dat de geregistreerde uitreikingsdatum niet overeenkomt met de daadwerkelijke uitreikingsdatum, aan de hand van de daadwerkelijke uitreikingsdatum wordt beoordeeld of het bezwaar tijdig is ingediend.
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 6 vangt de bezwaartermijn pas aan nadat het besluit bekend is gemaakt. Als de bezwaartermijn wordt overschreden beoordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst bovendien op grond van artikel 6:11 van de Awb of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Of dat het geval is, hangt af van de omstandigheden van het individuele geval. De aanvrager kan zich ook laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, die bevoegd is het visum namens hem of haar op te halen.