| Ingediend | 11 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 22 juni 2026 (na 42 dagen) |
| Indieners | Ingrid Coenradie (PVV), Joost Eerdmans (JA21) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | financiën organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09493.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2320.html |
Ik ben ermee bekend dat Nederlandse Loterij (NLO) geen inzicht geeft in deze gegevens.
NLO is niet verplicht om informatie te publiceren over het aantal online verkochte loten, het aantal winnende online loten, en de verdeling van grote prijzen per verkoopkanaal voor deze kansspelen. Loten kunnen digitaal worden aangeschaft via de website van NLO of fysiek via één van de retailkanalen. De keuze voor het online dan wel fysiek aanschaffen van een lot heeft geen invloed op de winstkans. Hierdoor ontbreekt de meerwaarde van het openbaar maken van dergelijke indicatoren. Van belang is dat loterijen eerlijk verlopen en hiervoor bestaan strenge wettelijke vereisten. Om een eerlijk verloop te borgen wordt de gebruikte trekkingsapparatuur gekeurd en zijn de trekkingen openbaar. Ook vinden trekkingen plaats in aanwezigheid van een notaris en wordt hiervan een proces-verbaal opgemaakt. De Kansspelautoriteit (Ksa) houdt hier toezicht op.
Zie antwoord vraag 2.
Een staatsdeelneming dient zich net als andere aanbieders van kansspelen te houden aan de wet- en regelgeving. De wet- en regelgeving ten aanzien van kansspelen is gericht op het realiseren van de doelstellingen van het kansspelbeleid, in het bijzonder de bescherming van mensen tegen gokschade. Daarnaast mag van een staatsdeelneming verwacht worden dat zij hun maatschappelijke opdracht centraal stellen. Hierbij gaat het onder meer om de bescherming van spelers en het aanbieden van een betrouwbaar en veilig kansspelaanbod. Het aandeelhouderschap in NLO valt onder de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Financiën. In zijn brief van 8 juni jl. geeft de Staatssecretaris van Financiën aan dat hij als aandeelhouder van NLO de nadruk legt op het borgen van het publiek belang van het verantwoord aanbieden van kansspelen.1 De Staatssecretaris van Financiën ziet dit als de belangrijkste (strategische) doelstelling van NLO.
Zie antwoord vraag 4.
Zie antwoord vraag 4.
Uit het recent gepubliceerde jaarverslag blijkt dat NLO in 2025 € 126,4 miljoen heeft afgedragen aan de Staat der Nederlanden. Ik beschik niet over precieze bedragen ten aanzien van de jaarlijkse maatschappelijk kosten van gokverslaving. Wel is in 2023 middels een indicatieve kosten-baten analyse getracht de maatschappelijke kosten en baten van kansspelen te kwalificeren en vervolgens indicatief te kwantificeren.2 In die analyse schatten de onderzoekers de maatschappelijke kosten van kansspelverslaving in 2019 op € 1.137 miljoen. Echter, dat bedrag is van voor de legalisering van online kansspelen en de maatschappelijke kosten verschillen per type kansspel, waarbij de kosten de hoger zijn naarmate het kansspel meer risico op gokschade met zich meebrengt. Ik beschik niet over specifieke bedragen voor de maatschappelijke kosten van de producten van NLO. Het voorkomen van gokschade heeft mijn prioriteit, en zoals ik aan uw Kamer gecommuniceerd heb in de Kamerbrief van 12 juni jl. streef ik naar een structurele daling van de omvang van gokschade in Nederland.3
Loterijen – zoals Lucky Day – vallen onder de wettelijke bepalingen voor landgebonden kansspelen en niet onder online kansspelen. In wet- en regelgeving wordt geen onderscheid gemaakt tussen loten die online of fysiek aangeschaft worden. In beide gevallen valt het kansspel onder de vergunning van loterijen, waarbij het internet een alternatief verkoopkanaal betreft. Loterijen kennen een lager risico op gokschade dan online kansspelen. In het jaarlijkse onderzoek «Deelname aan kansspelen» wordt voor loterijen, landgebonden kansspelen en online kansspelen de relatie met problematisch speelgedrag gemonitord.4 Voor online kansspelen, waaronder online sportweddenschappen, geldt daarnaast dat structurele monitoring plaatsvindt middels de tweejaarlijkse monitoringsrapportages van de Kansspelautoriteit en het onderzoek «Perspectief van Nederlanders op Kansspelen».5
Zoals aangegeven bij vraag 8, vindt structurele monitoring plaats voor online kansspelen. NLO wordt als één van de aanbieders van online kansspelen meegenomen in die monitoring. Momenteel is het verbeteren van de bescherming tegen gokschade bij online kansspelen het meest urgent. Daar ligt dan ook mijn prioriteit. Nadat dat traject is afgerond, zal ik bezien waar eventuele vraagstukken met betrekking tot landgebonden kansspelen resteren. Daarbij kan ook aandacht besteed worden aan de maatschappelijke effecten van de mogelijke groei van online verkoop van landgebonden kansspelen. Ik zal in die context bezien of, en zo ja, welk type onderzoek nodig is.
Zoals vermeld in het antwoord op vraag 8, wordt in wet- en regelgeving geen onderscheid gemaakt tussen online en fysiek gekochte loten. Voor zowel online als fysiek gekochte loten geldt dat er regels zijn voor het proces van prijsbepaling, om te waarborgen dat het proces eerlijk verloopt. Bij prijsbepaling dient een methode te worden toegepast die beïnvloeding van buitenaf uitsluit en waarbij het toevalskarakter is gewaarborgd. De vergunninghouder moet processen die gebruikt worden bij prijsbepaling laten keuren door een door de Minister aangewezen keuringsinstelling of onafhankelijke deskundige. Verder moet de vergunninghouder jaarlijks een IT-audit laten uitvoeren volgens door de Ksa vastgestelde regels.6 Daarnaast moeten alle trekkingen openbaar en in aanwezigheid van een notaris plaatsvinden.
De keurings- en auditrapporten bevatten bedrijfsgevoelige informatie. Ze dienen alleen voor het toezicht door de Kansspelautoriteit, die zo nodig aanwijzingen aan de vergunninghouders geeft. Ik zal daarom het publiceren van de keurings- en auditrapporten niet verplichten.
Het beschermen van burgers tegen gokschade is een centrale doelstellingen in het kansspelbeleid. Uitgangspunt daarbij is risicogebaseerde bescherming, waarbij de mate van ingrijpen en benodigde bescherming voor een bepaald kansspel afhankelijk is van het risico op gokschade van dat kansspel. Ik wijs hierbij op het onderzoek «risico’s op gokschade: Een rangorde van gokproducten» dat ik op 17 april jl. naar uw Kamer gestuurd heb.7 De risicoclassificatie zoals in het onderzoek wordt gepresenteerd, geeft inzicht in de mate van risico op gokschade van verschillende typen kansspelen. Loterijen, ongeacht het verkoopkanaal, kennen andere kenmerken dan online kansspelen. Hierdoor hebben loterijen een ander, lager, risicoprofiel dan online kansspelen. Voor online kansspelen gelden in lijn daarmee meer verplichtingen en verboden, bijvoorbeeld met betrekking tot de zorgplicht en reclame. Ik werk aan een wetswijziging voor online gokken, waarin ik extra maatregelen neem om de bescherming tegen gokschade te verbeteren. Onderdeel van die wetswijziging is het verstevigen van de zorgplicht. Zoals aangegeven bij vraag 9 zal ik, nadat dat traject is afgerond, bezien waar eventuele vraagstukken met betrekking tot landgebonden kansspelen resteren.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Eerdmans en Coenradie (beiden JA21), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de transparantie bij de Nederlandse Loterij en de publieke verantwoordelijkheid van de Staat in relatie tot gokschade (ingezonden 11 mei 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.