Kamervraag 2026Z09488

Het bericht ‘Excuses, maar geen geld. Waarom Nederland de slachtoffers in Hawija niet compenseert’

Ingediend 11 mei 2026
Beantwoord 4 juni 2026 (na 24 dagen)
Indiener Sarah Dobbe (SP)
Beantwoord door Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD)
Onderwerpen defensie internationaal
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09488.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2145.html
  • Vraag 1
    Wat is uw reactie op het bericht van de Groene Amsterdammer, Investico en BOOS over het gebrek aan compensatie in Hawija?1

    Op 14 april 2026 publiceerde BNN-VARA programma BOOS een online aflevering, in samenwerking met onderzoek platform Investico en de Groene Amsterdammer, over de gevolgen van de Nederlandse wapeninzet in Hawija op 2-3 juni 2015. Tijdens het ordedebat van 15 april 2026 verzocht de Kamer om een aanvullende reactie van de regering op de uitzending van BOOS. Op 19 mei heeft het kabinet als reactie hierop de brief «Reactie BOOS-uitzending over Hawija, april 2026» gestuurd.2 In deze brief wordt ingegaan op de overwegingen ten aanzien van vrijwillige tegemoetkomingen inzake de luchtaanval in Hawija en het algemeen beleid van Defensie ten aanzien van vrijwillige tegemoetkomingen.

  • Vraag 2
    Welke stappen zijn gezet om te komen tot de gemaakte excuses in Hawija en hoe zijn slachtoffers daarbij betrokken?

    Naar aanleiding van de uitkomsten van het rapport van de commissie Sorgdrager bood het kabinet in 2025 excuses aan voor de onbedoelde gevolgen van de Nederlandse luchtaanval in 2015. Toenmalig Minister van Defensie bracht deze excuses ook over aan de burgemeester van Hawija. Op 15 januari 2026 bracht de toenmalig Minister van Defensie een bezoek aan Hawija om in gesprek te gaan met slachtoffers en nabestaanden, de gouverneur van de provincie Kirkuk en de burgemeester van Hawija. Tijdens dit bezoek heeft hij persoonlijk de excuses overgebracht. Daarbij is gesproken met lokale autoriteiten, betrokkenen en inwoners van het getroffen gebied.

  • Vraag 3
    Waarom is er geen contact opgenomen met het compensatiekantoor in Kirkuk om informatie te achterhalen over wie de slachtoffers zijn van het bombardement?

    Het kabinet heeft in 2020 besloten niet over te gaan tot het uitkeren van vrijwillige vergoedingen op individueel niveau. Uw Kamer is de afgelopen jaren meermaals geïnformeerd over de overwegingen hieromtrent, zoals ook recent uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending over Hawija, april 2026».3 Gelet op dit besluit, zijn er geen stappen ondernomen om tot concrete vormgeving of uitvoering van een individueel tegemoetkomingstraject te komen.

  • Vraag 4
    Waarom is er nooit doorgevraagd naar het dossier van PAX, de Universiteit Utrecht en Ashor om informatie te achterhalen wie de slachtoffers zijn van het bombardement?

    Zie het antwoord op vraag 3.

  • Vraag 5
    Hoe kijkt u zelf naar uw uitspraken over dat individuele compensatie van slachtoffers niet mogelijk zou zijn, omdat individueel slachtofferschap en schade niet te achterhalen zouden zijn? Kunt u expliciet maken welke stappen er dan wel zijn gezet om te achterhalen wie de slachtoffers zijn van het bombardement in Hawija?

    De vraag wat Defensie voor de slachtoffers en nabestaanden kan doen is een belangrijk en terugkerend onderdeel geweest van de inspanningen van Defensie. Ten aanzien van de overwegingen om niet over te gaan tot individuele tegemoetkoming is uw Kamer de afgelopen jaren meermaals geïnformeerd, zoals ook uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending over Hawija, april 2026».4

  • Vraag 6
    Waarom stelt u, zonder navraag naar de informatie te hebben gedaan, dat de informatie van PAX, Ashor en de Universiteit Utrecht niet voldoet aan de «juridische lat»? Kunt u dat onderbouwen?

    Het kabinet heeft in 2020 besloten niet over te gaan tot vrijwillige compensatie op individueel niveau.
    In generieke zin geldt dat bij iedere vorm van compensatie (of die nu vrijwillig is of verplicht) zal moeten worden vastgesteld onder welke voorwaarden en op basis van welk bewijs (c.q. juridische lat) iemand in aanmerking komt voor een vergoeding.

  • Vraag 7
    Waar zal de 10 miljoen euro aan compensatie voor de gemeenschap in Hawija aan worden besteed? Wie is betrokken bij het besluit waar dit geld aan zal worden besteed en hoe zijn of worden slachtoffers betrokken?

    In het debat over het rapport van de commissie Sorgdrager op 15 mei 2025 heeft Defensie toegezegd circa 10 miljoen euro beschikbaar te maken voor aanvullende projecten. De invulling hiervan wordt op dit moment vormgegeven door het Ministerie van Defensie in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Tijdens het bezoek van de voormalig Minister van Defensie aan Hawija in januari jl., heeft hij met verschillende belanghebbenden gesproken over de noden en wensen van de gemeenschap. Deze behoeften zullen in de besteding worden meegenomen.

  • Vraag 8
    Deelt u de mening van advocaat Zegveld die stelt dat er geen verschil in slachtofferregeling zou hoeven zijn tussen Mosul en Hawija? Zo niet, kunt u dat beargumenteren?

    Zoals uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending over Hawija, april 2026» is het beleid van Defensie ten aanzien van vrijwillige financiële compensatie (zogenoemde ex-gratiabetalingen) het leveren van maatwerk.5 Vrijwillige compensatie kan verschillende vormen aannemen en dient telkens nauwkeurig te worden afgestemd op de aard van de wapeninzet en geleden schade, binnen de context van het desbetreffende conflict. Deze variabelen zijn in elke situatie anders.
    Inzake Mosul is de Kamer op 25 maart 2026 geïnformeerd over de hoofdconclusies van het interne onderzoek naar de luchtaanval op 22 maart 2016 te Mosul (Irak). Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden van de Nederlandse wapeninzet in Mosul, heeft Defensie besloten de nabestaanden een vrijwillige financiële tegemoetkoming aan te bieden. Er was, met de kennis van nu, geen sprake van een legitiem militair doelwit. Bovendien heeft Defensie de geleden schade met grote waarschijnlijkheid eigenstandig in kaart kunnen brengen. Een tegemoetkoming is daarom gepast en uitvoerbaar.
    In Hawija is daarentegen het standpunt van Defensie dat de aanval rechtmatig was. Het kabinet heeft destijds besloten niet over te gaan tot het uitkeren van vrijwillige vergoedingen op individueel niveau, om de redenen uiteengezet in de Kamerbrief «Reactie-BOOS-uitzending over Hawija, april 2026».6
    Tot slot, wijs ik u op de lopende rechtszaak die slachtoffers en nabestaanden van de wapeninzet in Hawija hebben aangespannen tegen de Nederlandse Staat. In deze zaak buigt de rechtbank zich over de vraag of de gevolgen van de wapeninzet in Hawija te wijten zijn aan onrechtmatig handelen door de Staat. Defensie wacht de uitspraak van de rechtbank af.

  • Vraag 9
    Waarom was het bij andere oorlogen met burgerslachtoffers wel mogelijk om individuele schadevergoedingen uit te keren, en bij de slachtoffers van Hawija niet? Kunt u in uw antwoord ingaan op de voorbeelden die genoemd worden in het artikel van de Groene Amsterdammer, Investico en BOOS?

    Zie het antwoord op de bovenstaande vraag. In het specifieke geval van Afghanistan heeft Nederland, net als meerdere partnerlanden, in de periode 2002–2021 vrijwillige betalingen uitgekeerd.7 De aard van de inzet in Afghanistan was een andere dan die in Irak tegen ISIS. In Afghanistan was sprake van een wederopbouwmissie, terwijl de inzet in Irak gericht was op het bestrijding van ISIS. Dit verschil in karakter van de missie is van invloed op de overwegingen ten aanzien van vrijwillige tegemoetkomingen.
    Het is tevens voorgekomen dat na een rechterlijke uitspraak Nederland alsnog individuele schadevergoedingen heeft toegekend, zoals eerder is gedaan naar aanleiding van rechtszaken die zijn aangespannen door slachtoffers en/of nabestaanden uit Srebrenica (Bosnië) en Chora (Afghanistan).

  • Vraag 10
    Bent u bereid om alsnog te onderzoeken op welke manier individuele compensatie van slachtoffers van het bombardement in Hawija uitgekeerd kan worden met de beschikbare informatie over slachtoffers van het bombardement die tot nu toe nog niet is betrokken?

    Nee. Zie het antwoord op vraag 3.

  • Vraag 11
    Kunt u deze vragen in ieder geval beantwoorden voor het plenaire debat over het addendum op het rapport van de Commissie onderzoek wapeninzet Hawija?

    Ja.

  • Vraag 12
    Kunt u elke vraag afzonderlijk beantwoorden?

    Ja.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z09488
Volledige titel: Het bericht ‘Excuses, maar geen geld. Waarom Nederland de slachtoffers in Hawija niet compenseert’
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20252026-2145
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht 'Excuses maar geen geld. Waarom Nederland de slachtoffers in Hawija niet compenseert'