| Ingediend | 1 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 juni 2026 (na 41 dagen) |
| Indieners | Christine Teunissen (PvdD), Laurens Dassen (Volt) |
| Beantwoord door | Berendsen |
| Onderwerpen | internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09234.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2221.html |
Het kabinet is bekend met de berichtgeving hierover.
Ja.
Rondom de recente onderscheppingen van de Flotilla heeft het kabinet de Israëlische autoriteiten opgeroepen de veiligheid van betrokken Nederlanders te waarborgen, hen goed te behandelen en hen zo snel mogelijk vrij te laten. Ook heeft het kabinet de Israëlische autoriteiten om opheldering gevraagd en meermaals opgeroepen zich aan het internationaal recht te houden. Verder heeft het kabinet aan de Griekse en Cypriotische autoriteiten verzocht Nederlandse deelnemers aan de Flotilla in nood desgevraagd bij te staan.
Op basis van de beschikbare informatie acht het kabinet de recente onderscheppingen van de Flotilla een schending van het internationaal recht.
Het kabinet maakt zich ernstig zorgen over de humanitaire situatie in Gaza. Zowel in bilateraal als in multilateraal (EU-)verband roept Nederland de Israëlische autoriteiten op om veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegang te faciliteren. Nederland spreekt zich in dit kader ook uit over de Israëlische herregistratieplicht voor internationale ngo’s, onder meer door het initiëren van een gezamenlijke verklaring die werd medeondertekend door een grote groep landen. Nederland heeft binnen de EU benadrukt dat de ontwikkelingen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever als gevolg van Israëlisch handelen het nodig kunnen maken om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen in het kader van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en Israël opnieuw te agenderen.
Zie antwoord vraag 5.
In algemene zin is het standpunt van het kabinet zoals bekend dat het blokkeren van humanitaire hulp evident indruist tegen het humanitair oorlogsrecht.
In oktober 2025 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat Israël als bezettende macht verplicht is essentiële humanitaire hulp door onpartijdige (VN-)organisaties toe te staan, wanneer de lokale bevolking onvoldoende voorzien is van dergelijke hulpgoederen. Professionele en gemandateerde humanitaire organisaties dienen veilige, ongehinderde, en onvoorwaardelijke toegang te krijgen tot Gaza.
Ja.
De vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
De schriftelijke vragen over de Gaza-flotilla kunnen met het oog op een zorgvuldige en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Het gaat hierbij om: Vragen van het lid Dobbe (SP) over het bericht «Pieter (61) gaat per boot naar Gaza: «Ik ga ervan uit dat wij ook worden gekidnapt»», ingediend op 22 april 2026 met kenmerk 2026Z08707. Vragen van het lid Van Baarle (DENK) over het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord», ingediend op 1 mei 2026 met kenmerk 2026Z09232. Vragen van de leden Teunissen (PvdD) en Dassen (Volt) over het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord», ingediend op 1 mei 2026 met kenmerk 2026Z09234. Vragen van de leden Bamenga (D66), Kröger (GroenLinks-PvdA) en Dobbe (SP) over het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta», ingediend op 6 mei 2026 met kenmerk 2026Z09302. Het streven is de beantwoording zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.