| Ingediend | 30 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 mei 2026 (na 11 dagen) |
| Indiener | Christine Teunissen (PvdD) |
| Beantwoord door | Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
| Onderwerpen | defensie internationaal |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09188.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1873.html |
Ja.
Op het moment van uitbreken van de brand gold natuurbrandrisico fase 2 zoals afgekondigd door de veiligheidsregio. De brand is veroorzaakt bij het tot ontploffing brengen van explosieven. Het plan voor het springen van deze munitie was goedgekeurd volgens de juiste procedures, door de relevante autoriteiten van het Artillerieschietkamp (omgeving ’t Harde).
Ik betreur de situatie zeer en ik spreek mijn waardering uit naar de samenwerkende nationale en internationale hulpverleners. De veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goed getrainde krijgsmacht, realistisch oefenen is daarvoor essentieel. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving. Toch zijn bij oefeningen branden ontstaan op en rond militaire terreinen die een impact hebben op de samenleving en waarvan de natuurschade nog duidelijk moet worden.
Er is ongeveer 427 hectare afgebrand. Het getroffen gebied betreft een half open landschap met heideterreinen, vergraste heideterreinen en naaldbossen bestaande uit grove den. De heideterreinen die zijn afgebrand, zijn de terreinen waar de schade voor de natuur het grootst is. Met name de naaldbossen zijn vooral eenvormig en hebben daardoor een lagere natuurwaarde. De overige heideterreinen betreffen vooral vergraste en zogenaamde droge struikheide terreinen met een lagere natuurwaarde. Een klein deel van het getroffen gebied bestaat uit semi-vochtige heide. De vegetatie, waarvoor dit deel een hogere natuurwaarde heeft, is in deze tijd van het jaar nog nauwelijks aanwezig.
Schade aan de fauna in het totale gebied betreft vooral insecten, reptielen en broedende vogels en hun nesten voor zover deze zich bevonden op de bodem of in struiken. Er zijn observaties ten tijde van de brand waaruit blijkt dat grotere fauna voor het vuur konden wegkomen. Er zijn geen resten van grotere fauna gevonden in de dagen na de brand.
In het verbrande deel nestelt sinds vier jaar een visarend met jaarlijks broedsucces. Het terrein rondom het nest is verbrand. Direct na de brand bleken beide oudervogels nog op het nest te zitten en vertonen op dit moment natuurlijk broedgedrag.
Voor al het bodemleven geldt dat een groot deel de brand kan hebben overleefd; het vuur is erg snel over het gebied gegaan en de humuslaag is maar enkele millimeters ingebrand. Enkele dagen na de brand zijn veel vlinders en insecten waargenomen, evenals actieve rode bosmieren en er zijn op de zwarte bodem veel zandspoortjes aanwezig van insecten die weer uit de bodem naar boven zijn gekomen.
In opdracht van Defensie is het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) direct na de brand gestart met herstelmaatregelen. Het beheer is gericht op het tegengaan van vergrassing en herstel van de structuur van bodem en vegetatie. In de delen van het terrein waar de vergraste heide is afgebrand, is gestart om de regeneratie van gras te hinderen, zodat de hei kan uitlopen en de natuurwaarde in dit deel van het terrein zal profiteren. Tevens zijn stobben in het gebied gelegd om reptielen en insecten schuilgelegenheid te bieden. Een afgebrand deel van het terrein herbergt grote aantallen grauwe klauwwier. Het broedseizoen van deze trekvogel is nog niet begonnen. Om deze soort te helpen, zijn takkenhopen van grove den aangebracht, omdat de grauwe klauwier een voorkeur heeft om in omgewaaide grove dennen nesten te bouwen. Deze natuurbeheer maatregel heeft het RVB de afgelopen jaren ook als regulier beheer voor deze Natura2000 soort toegepast.
In de bossen wordt geen beheer uitgevoerd. Het is de verwachting dat de komende jaren de aangetaste bossen zullen verloofen. Het getroffen naaldbos zal versneld worden omgevormd naar meer ecologisch waardevol loofbos door komende winter loofhout aan te planten. Hierdoor zal de natuurwaarde stijgen, ook ten opzichte van de oorspronkelijke situatie.
Bovenstaande betekent dat er schade is aan het terrein, maar dat op lange termijn de ecologische kwaliteit kan worden versterkt.
Bij het uitbreken van de brand gold de door de veiligheidsregio afgekondigde natuurbrandrisico fase 2. Voor elke oefening worden risico-inventarisaties uitgevoerd. Hierin worden alle mogelijke aspecten meegenomen, waaronder zaken gerelateerd aan de omgeving zoals omgang met droogte. De preventieve maatregelen zoals vermeld in ons protocol zijn genomen, zoals de aanwezigheid van brandbestrijdingscapaciteit. Voor het Artillerieschietkamp gelden tevens afspraken over extra mitigerende maatregelen ten aanzien van brandbestrijding en risicobeperking. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant dat is afgestemd met de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Ja. Het interne Defensieprotocol sluit wat betreft droogte aan bij het landelijk protocol van Brandweer Nederland. In beide documenten wordt onderscheid gemaakt in twee fasen: fase 1 waarin nog geen extra maatregelen worden getroffen maar wel voorzichtigheid wordt geadviseerd en fase 2 in tijden van langere droogte. In fase 2 wordt ook publiekelijk een oproep gedaan om extra alert te zijn en in sommige natuurgebieden is open vuur verboden.
De veiligheidsregio kondigt de natuurbrandrisicofase af. Op basis van de actieve fase staat in het protocol welke maatregelen noodzakelijk zijn. Er is geen onderscheid tussen soorten terreinen. Bij alle activiteiten, waaronder oefeningen, worden risico-inventarisaties gedaan. Hierin worden, zoals gezegd, zowel de activiteiten als de specifieke omgeving meegewogen. Bij natuurbrandrisicofase 2 hanteert Defensie een protocol dat beperkingen oplegt aan de toegestane activiteiten en verplichtingen oplegt voor aanvullende risicobeperkende maatregelen. Voor het Artillerieschietkamp houdt Defensie zich ook aan de extra mitigerende maatregelen uit het convenant met Defensie en de verantwoordelijke Veiligheidsregio en burgemeesters.
Na de brand op de Ginkelse Heide in april vorig jaar is specifiek aandacht gevraagd voor het bestaande protocol, zowel in de operationele lijn naar commandanten van eenheden als naar terreinopzichters en veiligheidsfunctionarissen. Bovendien heeft eind maart 2026, voorafgaand aan het droge seizoen, een sessie met terreinopzichters plaatsgevonden om het protocol nogmaals te bespreken.
In grote delen van Nederland zijn we terug naar natuurbrandrisico fase 1 waarin geen extra maatregelen nodig zijn om natuurbranden te voorkomen, maar we gebruiken tot 18 mei geen lichtspoormunitie en pyrotechnische middelen. In het geval van fase 2 heeft Defensie het gebruik van open vuur, oefenmunitie en pyrotechnische, spring- en onstekingsmiddelen op oefenterreinen tijdelijk stilgelegd, totdat de eventuele aanpassingen aan het protocol helder zijn. Voor de grote schietterreinen ISK en ASK geldt dat een risico analyse moet uitwijzen wat ten tijde van een oefening de beperkende maatregelen zijn omdat op deze locaties een brandweerorganisatie aanwezig is.
Nee, we zullen dergelijke oefeningen niet verbieden op onze schiet- en oefenterreinen. Oefeningen zijn essentieel voor de gereedheid van onze krijgsmacht. Dat doen we zo veilig mogelijk voor mens, natuur en omgeving om deze situaties zoveel mogelijk te voorkomen. Het Artillerieschietkamp is ingericht om veilig en realistisch te trainen. Tegelijkertijd is het natuurbeleid van Defensie gericht op multifunctioneel gebruik van gronden met een balans tussen militair gebruik en natuurbehoud en nadrukkelijk ook -versterking. De operationele gereedstelling en het gebruik van de terreinen voor oefeningen staan centraal, en de inrichting en het beheer van de terreinen is hierop afgestemd. Door maatregelen te nemen om de biodiversiteit te versterken en de ecosystemen te beschermen, draagt Defensie ook bij aan het verantwoord beheer van deze waardevolle gebieden.
De veiligheidsregio maakt een inschatting van de eventuele gezondheidsgevolgen en kan, via een NL Alert, de omgeving bijvoorbeeld adviseren om ramen en deuren gesloten te houden. Dit om eventuele gezondheidsgevolgen voor omwonenden te beperken. Bij de natuurbrand op het terrein van het ASK is dit middel ook ingezet.
Defensie erkent dat haar activiteiten impact hebben op de omgeving. De essentie van het beleid is echter dat deze activiteiten noodzakelijk zijn voor de nationale veiligheid, en altijd worden uitgevoerd binnen de kaders van de wet en met een zo groot mogelijke beperking van risico’s. De noodzakelijke uitbreidingsplannen van Defensie leiden daarom niet per definitie tot extra gezondheids- en brandrisico’s.
Zie de beantwoording op vraag 5.
Direct na de brand zijn de geplande militaire activiteiten op het Artillerieschietkamp tijdelijk stilgelegd om de veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen de natuurbrand te bestrijden. Het bestaande protocol blijft gelden, waarbij Defensie rekening houdt met de herstellende natuur. Dit betekent onder andere dat het rustgebied voor fauna wordt gerespecteerd en dat beschermde habitattypen worden behouden.
We gaan de uitzonderingsprocedures zoals benoemd in het huidige protocol voor oefeningen in droge periodes opnieuw bekijken. Er zijn momenteel uitzonderingen mogelijk op het verbod om gebruik te maken van bijvoorbeeld spring- en ontstekingsmiddelen. Hiervoor gelden strikte voorwaarden. Aanvullend op het huidige protocol is besloten om het gebruik van lichtspoormunitie en pyrotechnische middelen tot 18 mei 2026 niet toe te staan. We zijn in gesprek met o.a. de veiligheidsregio’s om ons protocol, de processen en procedures tegen het licht te houden. Ik wil de eerste verbetervoorstellen voor de zomer gereed hebben.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) heeft Defensie verzocht om het veiligheidsbeleid (voorschriften en protocollen) rondom oefeningen te evalueren en uiterlijk 1 juli 2026 de uitkomsten te rapporteren aan IL&T. Defensie gaat dit uitvoeren.
De Kamer zal worden geïnformeerd over deze evaluatie en de eventuele aanpassingen van het veiligheidsbeleid.
Nee. Defensie houdt zich aan de geldende wet- en regelgeving, ook als zij op een militair oefenterrein aan oefenen is.
Nee. Militaire oefenterreinen worden zo ingericht en beheerd dat militairen veilig en natuurgetrouw kunnen oefenen. Dat is het primaire doel van de terreinen. Daarnaast wordt op de terreinen veel inzet gepleegd om de natuurwaarden te optimaliseren, waardoor op meerdere terreinen een positieve dynamiek is ontstaan met voor Nederland bijzondere natuur. Hierover is de Kamer in 2023 geïnformeerd.4
Veel Defensieterreinen liggen vanwege de benodigde ruimte en inrichting in of naast natuurgebieden. Defensie en natuur gaan over het algemeen goed samen, zoals onder andere blijkt uit het rapport dat naar uw Kamer is verzonden in juni 2023. Het is ook om die reden dat ik het betreur dat branden zijn ontstaan op onze terreinen waardoor natuurschade is opgetreden. Ik heb er alle vertrouwen in dat door de genomen herstelmaatregelen de natuur zal herstellen en mogelijk zal verbeteren.
Het convenant brandveiligheidsplan van het Artillerieschietkamp is in gezamenlijkheid met de Veiligheidsregio en de betreffende gemeenten opgesteld.
Ja.