Deelt u de opvatting dat fraude bij inburgeringsexamens directe consequenties moet hebben voor het verblijfsrecht van betrokkenen? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?1
Vraag 2
Welke mogelijkheden bestaan er om reeds verleende verblijfsvergunningen of naturalisaties, die (mede) zijn gebaseerd op frauduleus verkregen inburgeringscertificaten, in te trekken?
Vraag 3
Hoeveel personen hebben mogelijk ten onrechte een inburgeringscertificaat verkregen als gevolg van deze fraude, en wat betekent dit voor de betrouwbaarheid van het huidige systeem?
Vraag 4
Op welke wijze wordt structureel gecontroleerd op fraude bij examenafname in het buitenland, en bent u bereid deze controles aanzienlijk te intensiveren?
Vraag 5
Welke rol spelen tussenpersonen, commerciële bureaus of opleidingsinstituten bij deze fraude, en welke maatregelen worden genomen om deze partijen aan te pakken of te verbieden?
Vraag 6
Bent u bereid om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de omvang en organisatie van deze fraudepraktijken, inclusief mogelijke netwerken die hierbij betrokken zijn?
Vraag 7
In hoeverre acht u het huidige inburgeringsstelsel nog robuust genoeg om misbruik te voorkomen, en welke fundamentele aanpassingen acht u noodzakelijk?
Vraag 8
Wordt overwogen om de afname van inburgeringsexamens in het buitenland (tijdelijk) op te schorten totdat de integriteit van het systeem kan worden gegarandeerd?
Vraag 9
Hoe wordt samengewerkt met buitenlandse autoriteiten om fraude bij examenafname tegen te gaan en daders op te sporen?
Vraag 10
Bent u bereid om aanvullende sancties in te voeren, zoals langdurige uitsluiting van het inburgeringstraject of boetes, voor personen die fraude plegen of faciliteren?