| Ingediend | 23 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 13 mei 2026 (na 20 dagen) |
| Indiener | Ranjith Clemminck (JA21) |
| Beantwoord door | Eric van der Burg (VVD) |
| Onderwerpen | bestuur organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08878.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1913.html |
Ja.
Ja, dit klopt. Het recht op toegang tot overheidsinformatie en het kunnen doen van een Woo-verzoek is belangrijk voor de werking van onze democratie. Vanzelfsprekend is het onacceptabel dat dit belangrijke recht uit de Woo wordt misbruikt. Misbruik maken van de Woo leidt tot verspilling van publieke middelen en levert het overheidsorganisaties een hoop extra werk op. Misbruik ondermijnt een goede werking van het openbaarheidsstelsel, bijvoorbeeld omdat dit ten koste gaat van de doorlooptijd van andere Woo-verzoeken.
Ja.
Transparantie van overheidshandelen en openbaarmaking van overheidsinformatie zijn belangrijke waarborgen in onze democratische rechtsstaat. Misbruik van het recht om Woo-verzoeken te doen, is dan ook onacceptabel. Deze casus laat zien dat misbruik van de Woo mogelijk is.
Om misbruik tegen te gaan, bevat de Woo een antimisbruikbepaling. Van deze bepaling kunnen overheidsorganisaties gebruik maken als een Woo-verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie. Op dit moment heb ik geen signalen dat misbruik van de Woo op grote schaal voorkomt. Wel is het voor bestuursorganen soms lastig om te bepalen wanneer zij gebruik kunnen maken van de antimisbruikbepaling. Daarom hebben we een handreiking gepubliceerd die bestuursorganen hierbij helpt.2 Daarnaast wordt dit jaar de Woo geëvalueerd, waarbij ook wordt gekeken naar de werking van de antimisbruikbepaling. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie kunnen we kijken of extra maatregelen nodig zijn om misbruik te voorkomen en te bestrijden.
Onlangs is een onderzoek uitgevoerd naar de uitvoeringslasten van Woo-verzoeken.3 In dit onderzoek is niet specifiek gekeken naar bulkverzoeken, maar wel naar zogenaamde «zeer complexe» verzoeken,4 waar ook de hier bedoelde bulkverzoeken onder kunnen vallen. Op landelijk niveau vergen de 10% meest complexe Woo-verzoeken circa 30% van de totale tijd die wordt besteed aan de afhandeling van Woo-verzoeken. De gemiddelde tijdsbesteding voor zeer complexe Woo-verzoeken bedraagt 113 uren voor kleine gemeenten, 128 uren voor middelgrote gemeenten en 159 uren voor grote gemeenten. Dit betreffen uitdrukkelijk niet allemaal verzoeken waarmee misbruik wordt gemaakt van de Woo. In de wetsevaluatie wordt nader gekeken naar de effecten van de Woo in de praktijk en de werking van de antimisbruikbepaling. De uitkomsten van het onderzoek naar de uitvoeringslasten worden in de wetsevaluatie meegenomen.
Zoals eerder genoemd, heeft de Woo een antimisbruikbepaling (artikel 4.6) waarmee bestuursorganen een middel hebben om Woo-verzoeken die een ander doel hebben dan het verkrijgen van informatie niet in behandeling te nemen. Hier heeft de gemeente Utrecht in deze casus ook een beroep op gedaan.
Of de antimisbruikbepaling wordt ingezet, is een afweging die het bestuursorgaan zelf moet maken op basis van de relevante feiten en omstandigheden van de betreffende casus. Er is dus geen standaardformule die altijd kan worden toegepast als er een vermoeden van een oneigenlijk of misbruikverzoek is. Zoals hiervoor al benoemd, is vanuit mijn ministerie – in samenwerking met een overheidsbrede werkgroep – een handreiking opgesteld met handvatten voor de toepassing van de antimisbruikbepaling. Zo kan met behulp van indicatoren uit de wet, jurisprudentie en de praktijk worden bepaald of in een casus toepassing van de antimisbruikbepaling passend is.
De handreiking is net gepubliceerd en moet zijn effect in de praktijk dus nog krijgen. Uiteraard herzien we zo nodig de handreiking op basis van signalen uit de praktijk en nieuwe jurisprudentie. Eventuele aanvullingen van het instrumentarium kunnen volgen naar aanleiding van de wetsevaluatie van de Woo.
Een goed werkend openbaarheidsstelsel is van groot belang. Binnen dit stelsel moeten zowel het recht op overheidsinformatie als mogelijkheden voor bestuursorganen om met misbruik van dit recht om te gaan, geborgd zijn. Het is daarom belangrijk om hier ook in het onderzoek van de wetsevaluatie grondig en objectief naar te laten kijken.
Tijdens de wetsevaluatie van de Woo worden de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk onderzocht. Hieronder vallen dus ook de doeltreffendheid van de antimisbruikbepaling en misbruik van de Woo in de praktijk. De onderzoekers zal worden gevraagd om aanbevelingen te doen voor verbetering van de uitvoering en uitvoerbaarheid van de wet.
In tussentijd zetten we al stappen om tot een betere uitvoering en uitvoerbaarheid van de Woo te komen. Zo hebben we zeer recent een handreiking gepubliceerd die bestuursorganen helpt bij het omgaan met misbruik van de Woo.5 Aan de handreiking hebben ook verschillende gemeenten meegewerkt. Ook is er een openbare internetconsultatie gedaan waarin iedereen op de concepthandreiking kon reageren. Vanuit de praktijk bleek vooral behoefte aan een handreiking met praktische handvatten voor de toepassing van de antimisbruikbepaling. De handreiking is dan ook een praktisch product geworden dat helpt om misbruik van de Woo te herkennen en te bestrijden.
Zie antwoord vraag 8.
Zie antwoord vraag 8.
Ik vind het niet noodzakelijk, en gezien de onafhankelijke positie van de rechterlijke macht onwenselijk, om over deze kwestie in overleg te treden met de Raad voor de rechtspraak. Daarnaast heeft de rechtbank Noord-Holland ook aangegeven deze kwestie hoog op te nemen en gemeld dat de betreffende rechter geen zaken meer behandelt totdat duidelijk is of het handelen gevolgen moet hebben (en zo ja, in welke vorm).6 De concrete acties die ik vanuit BZK onderneem, zoals de handreiking en het onderzoek in het kader van de wetsevaluatie, heb ik in de voorgaande antwoorden toegelicht.