| Ingediend | 22 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 1 juni 2026 (na 40 dagen) |
| Indiener | Don Ceder (CU) |
| Beantwoord door | van Bruggen |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08715.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2101.html |
Ja.
Het is mij niet bekend of de registratie van Klarna het gevolg is van handhavend optreden, van de beantwoording van eerdere Kamervragen, of dat deze uit eigen beweging heeft plaatsgevonden.
De Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: Inspectie) doet geen uitspraken over individuele gevallen. Op grond van artikel 3 lid 5 van de Wet kwaliteit incassodienstverlening (hierna: Wki) wordt uitsluitend informatie over schorsingen en doorhalingen actief openbaar gemaakt. Opgelegde sancties zoals boetes en dwangsommen worden weliswaar in het register opgenomen, maar maken geen onderdeel uit van het openbare deel van het register en zijn daarmee niet voor iedereen te raadplegen. Buiten het register om bestaat in de Wki geen andere grondslag om handhavend optreden in individuele gevallen openbaar te maken.
Ja, de Inspectie heeft signalen afgegeven over de effectiviteit van haar instrumentarium en bevoegdheden. Ik neem deze signalen serieus.
In de brief van 9 maart 2025 heeft mijn voorganger uw Kamer geïnformeerd over de invoeringstoets die wordt uitgevoerd naar de werking van de Wki in de praktijk. De beleidsreactie op deze invoeringstoets ontvangt uw Kamer binnenkort, waarin ik nader inga op de signalen van de Inspectie en de maatregelen die ik naar aanleiding daarvan tref.
De beoordeling of een individuele incassodienstverlener voldoet aan alle kwaliteitseisen uit de Wki is aan de Inspectie als toezichthouder. Zoals toegelicht in de beantwoording op vraag 2 is de Inspectie niet bevoegd om uitspraken te doen over individuele gevallen.
Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitspraken van het Kifid over Klarna, evenals van vergelijkbare uitspraken in de rechtspraak, waarover eerder vragen zijn beantwoord.3 Het kabinet treedt niet in individuele gevallen, maar verwacht wel dat aanbieders hun werkwijze toetsen aan geldende wet- en regelgeving en relevante uitspraken.
Het uitgangspunt blijft dat het hanteren van een verdienmodel waarbij wordt geanticipeerd op niet-nakoming van een consument niet mogelijk is zonder te voldoen aan de voorschriften van de CCDI.4 In enkele uitspraken in de rechtspraak en van het Kifid, heeft Klarna niet kunnen onderbouwen dat deze kosten geen onderdeel uitmaken van een verdienmodel. Klarna heeft aangegeven voornemens te zijn in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van het Kifid. Tegelijkertijd zijn in de rechtspraak ook andersluidende oordelen geveld. Twee rechtbanken oordelen juist dat Klarna voldoende heeft onderbouwd dat de bedongen rente en incassokosten geen deel uitmaken van haar verdienmodel.5
Bovengenoemde uitspraken zijn alle gedaan tussen partijen en hebben in beginsel alleen rechtsgevolgen voor die specifieke zaak. Het Kifid heeft aangegeven elke klacht op zijn eigen merites te beoordelen en is bekend met de uitspraken waarin Klarna in het gelijk is gesteld. Het is niet bekend of in die zaken dezelfde vragen zijn gesteld als de Geschillencommissie van het Kifid heeft gedaan en welke antwoorden door Klarna zijn gegeven. Tegelijkertijd heeft het Kifid aangegeven klachten in vergelijkbare gevallen in beginsel langs dezelfde lijn te beoordelen. Dit betekent dat de uitspraak mogelijk bredere uitwerking kan hebben voor andere klanten van Klarna die zich in een vergelijkbare situatie bevinden.
Consumenten die menen dat zij hierdoor zijn benadeeld, kunnen zich wenden tot het Kifid of tot de rechter om hun individuele situatie te laten beoordelen. Het is daarbij wel belangrijk om te vermelden dat in uitspraken in hoger beroep, zowel bij het Kifid als in rechtspraak, een ander oordeel kan worden geveld.
Op dit moment vallen BNPL-aanbieders in bepaalde gevallen nog onder een uitzondering in de wet, namelijk wanneer sprake is van «onbetekenende kosten». Indien kosten, zoals aanmanings- of incassokosten, echter op zichzelf een verdienmodel vormen, is geen sprake meer van onbetekenende kosten. De uitzondering is dan niet van toepassing, waarmee de regels voor kredietverlening van toepassing zijn, inclusief de verplichting tot kredietwaardigheidstoetsing.
Het is aan het Kifid om in individuele zaken te oordelen hoe BNPL-dienstverlening moet worden gekwalificeerd. Daarbij kijkt het Kifid naar het huidige wettelijke kader en de toepasselijke feiten en omstandigheden van het geval. De interpretatie van het Kifid kan richtinggevend zijn voor de praktijk, maar laat onverlet dat uiteindelijk ook de rechter hierover kan oordelen.
Vanaf het moment van implementatie van de herziene Europese richtlijn consumentenkrediet zullen aanbieders van uitgestelde betaling onder het kredietregime vallen.6 Dit betekent dat aanbieders verplicht worden om een kredietwaardigheidstoets uit te voeren en aan dezelfde strenge regels moeten voldoen als andere kredietverstrekkers. Tot het moment van inwerkingtreding blijft het huidige wettelijke kader van toepassing. De toepassing en interpretatie daarvan worden nader ingevuld in de rechtspraak en mede beïnvloed door oordelen van het Kifid.
Het kabinet werkt aan de implementatie van de herziene richtlijn consumentenkrediet, waarmee ook BNPL-aanbieders onder het kredietregime worden gebracht. Het wetsvoorstel is recent aan de Tweede Kamer aangeboden. Het implementatiebesluit herziene richtlijn consumentenkrediet wordt nog vóór het zomerreces gedurende een periode van vier weken aan uw Kamer voorgelegd in het kader van een voorhangprocedure.7
In het implementatiewetsvoorstel is een proportionele kredietwaardigheidsbeoordeling voorgesteld, die rekening houdt met de kenmerken van het krediet, zoals aard, duur, waarde en risico’s van het krediet voor de consument. Deze norm wordt verder uitgewerkt in het implementatiebesluit herziene richtlijn consumentenkrediet, in lijn met de vereisten uit de richtlijn. Zoals gebruikelijk bij andere typen kredietovereenkomsten, zal de norm in de praktijk worden ingevuld door de markt, in overleg met de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Daarnaast zullen aanvullende waarborgen gaan gelden, zoals een verbod op het aanbieden van BNPL aan minderjarigen en de verplichting voor aanbieders om zich aan te sluiten bij het Kifid.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Ceder (ChristenUnie), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de uitspraak van het Kifid over de incassodienstverlening van Klarna (ingezonden 22 april 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.