| Ingediend | 22 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 29 mei 2026 (na 37 dagen) |
| Indieners | Mohammed Mohandis (PvdA), Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) |
| Beantwoord door | Letschert , Mirjam Sterk (CDA) |
| Onderwerpen | cultuur cultuur en recreatie |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08714.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2080.html |
Ja, dat ben ik.
Het beleid van de collectieve erkenning richt zich op alle gemeenschappen in Nederland, waaronder de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen. Om een pleisterplaats te bieden aan al deze gemeenschappen is in 2019 Museum Sophiahof van Indië tot nu (hierna: Sophiahof) opgericht.
Het Moluks Historisch Museum (MHM) te Utrecht moest in 2012 noodgedwongen sluiten vanwege onvoldoende structurele inkomsten. Vervolgens is MHM een aantal jaar als kenniscentrum gehuisvest geweest in het Moluks Kerkelijk Centrum te Houten, waar de toekomst van de organisatie ook onzeker was. Omdat de geschiedenis van de Molukse gemeenschap nadrukkelijk onderdeel vormt van de collectieve erkenning en om deze geschiedenis toch te borgen, ontvangt MHM subsidie om deze rol te kunnen vervullen. Deze subsidie ontvangt MHM niet zozeer als apart museum, maar als onderdeel van de Sophiahof. Daarbij staat VWS garant voor de huisvestingskosten van de Sophiahof.
In de Sophiahof is, naast MHM, een aantal andere organisaties gehuisvest die verschillende rollen vervullen.2 Met deze partners ben ik een traject gestart hoe gezamenlijk de samenwerking, visieontwikkeling en strategische richting van de Sophiahof verder uit te werken, om daarmee de Sophiahof dé nationale plek te maken voor alle gemeenschappen van de collectieve erkenning. Ik wil graag dit traject dat naar verwachting tot eind 2027 loopt (met mogelijke uitloop tot 2028), afwachten. Om ervoor te zorgen dat de Molukse geschiedenis een goede plek in dit traject krijgt, is aan MHM toegezegd de projectsubsidie voor de komende jaren voort te zetten.
Zie antwoord vraag 2.