| Ingediend | 22 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 juni 2026 (na 50 dagen) |
| Indiener | Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) |
| Beantwoord door | Mirjam Sterk (CDA) |
| Onderwerpen | cultuur cultuur en recreatie |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08710.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2225.html |
Ja, dat ben ik.
De vele (lokale) herdenkingen en andere initiatieven die dit jaar worden georganiseerd, laten zien dat de bewustwording over dit belangrijke onderdeel van onze geschiedenis toeneemt. Het kabinet vindt dit een positieve ontwikkeling en bekijkt hoe hier op een waardige manier bij stil kan worden gestaan.
Het kabinet is zich zeer bewust dat het gebrek aan begrip voor de ondergane oorlogsverschrikkingen in Azië, de kille ontvangst en behandeling in Nederland en het daaropvolgende formalisme in het rechtsherstel bij de Molukse gemeenschap veel verdriet teweeg heeft gebracht. Deze slechte behandeling is door de regering erkend.4 Tegelijkertijd is het kabinet zich – onder meer door gesprekken met mensen uit de Molukse gemeenschap – bewust van het feit dat in de gemeenschap een grote behoefte bestaat aan meer aandacht voor en erkenning van hetgeen met name de eerste generatie heeft moeten meemaken.
Vanwege de gebeurtenissen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog heeft het kabinet een bijzondere solidariteit en ereschuld aan alle eerste generatie Nederlandse oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers, waaronder de Molukse. In dit kader is in de loop der tijd een stelsel van zorg en dienstverlening opgebouwd. Daarbij is de toezegging gedaan dat kwalitatief goede zorg en dienstverlening tot de laatst levende van de 1e generatie in stand blijft.
Daarnaast ben ik, als coördinerend bewindspersoon voor oorlogsgetroffenen en herinnering Tweede Wereldoorlog, verantwoordelijk voor het beleid van collectieve erkenning van de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland. Het ontstaan van het beleid van de collectieve erkenning gaat is het resultaat van een langer proces in het kader van het zogenoemde Indische en Molukse rechtsherstel. Het rechtsherstel bestond onder andere uit verschillende individuele en collectieve regelingen die ten doel hadden het leed en de schade die het gevolg waren van de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarna te compenseren, voor zover dat überhaupt mogelijk was.
Het doel van het beleid van de collectieve erkenning is om een nieuwe fase in te gaan in de relatie tussen de gemeenschappen, de bredere samenleving en de overheid, door middel van een brede collectieve erkenning van de gebeurtenissen en het leed dat mensen in Nederlands-Indië/Indonesië hebben doorstaan gedurende de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië en datgene dat zij na aankomst in Nederland hebben meegemaakt.5 Dit gebeurt door verankering van het (cultureel)erfgoed in Nederland en het vergroten van de kennis van de geschiedenis van gemeenschappen met wortels in Nederlands-Indië/Indonesië.
Het kabinet vindt het van belang op een passende manier stil te staan bij 75 jaar Molukkers in Nederland en te bekijken hoe – in aanvulling op het hetgeen reeds is gebeurd – tegemoet kan worden gekomen aan de behoeften van de gemeenschap. Het is hierover met de gemeenschap in gesprek.
Zie antwoord vraag 5.
De vragen van het lid Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) over erkenning en rechtsherstel voor de Molukse gemeenschap (2026Z08710) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden van het uitstel is dat interdepartementale afstemming langer duurt dan verwacht. Ik zal u zo spoedig mogelijk de antwoorden op de Kamervragen doen toekomen.