| Ingediend | 22 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 juni 2026 (na 50 dagen) |
| Indiener | Sarah Dobbe (SP) |
| Beantwoord door | Berendsen |
| Onderwerpen | internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z08707.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2215.html |
Ja.
Het kabinet is ermee bekend dat Nederlandse burgers aan boord waren van schepen van de Global Sumud Flotilla.
Het kabinet deelt de zorgen van de initiatiefnemers van de Global Sumud Flotilla over de catastrofale humanitaire situatie in Gaza. Er is dringend meer humanitaire hulp nodig. Tegelijkertijd is de humanitaire hulp die de Sumud Flotilla af hoopte te leveren voornamelijk symbolisch van aard, en niet voldoende om de hoge noden in Gaza werkelijk te verlichten. In oktober 2025 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat Israël als bezettende macht verplicht is essentiële humanitaire hulp door onpartijdige (VN-)organisaties toe te staan, wanneer de lokale bevolking onvoldoende voorzien is van dergelijke hulpgoederen. Professionele en gemandateerde humanitaire organisaties dienen veilige, ongehinderde, en onvoorwaardelijke toegang te krijgen tot Gaza. Nederland roept de Israëlische autoriteiten op om de toegang van desbetreffende humanitaire organisaties te verbeteren en meer humanitaire hulp toe te laten, zowel bilateraal als in EU-verband.
Op basis van de beschikbare informatie acht het kabinet de onderschepping van de Flotilla in oktober 2025 een schending van het internationaal recht. Zowel in oktober als rondom de recente onderscheppingen van de Flotilla heeft het kabinet de Israëlische autoriteiten meermaals opgeroepen de veiligheid van betrokken Nederlanders te waarborgen, hen goed te behandelen en hen zo snel mogelijk vrij te laten. Ook heeft het kabinet de Israëlische autoriteiten opgeroepen zich aan het internationaal recht te houden. Verder heeft het kabinet rondom de onderscheppingen aan de Griekse en Cypriotische autoriteiten verzocht Nederlandse deelnemers aan de Flotilla in nood desgevraagd bij te staan. Zie ook het antwoord op vraag 5.
Zie het antwoord op vraag 4.
Het kabinet heeft kennisgenomen van de schokkende en ontoelaatbare beelden van de aangehouden Flotilladeelnemers die de Israëlische Minister Ben-Gvir op 20 mei jl. heeft gedeeld. Volgens het kabinet gaat deze behandeling in tegen de menselijke waardigheid. Het kabinet heeft de Israëlische regering daarop aangesproken en de Israëlische ambassadeur ontboden om opheldering te vragen. Daarbij heeft het kabinet opnieuw benadrukt dat alle opvarenden in lijn met het internationaal recht moeten worden behandeld, de veiligheid van Nederlandse opvarenden moet worden gegarandeerd en ze zo snel mogelijk moeten worden vrijgelaten. Ook heeft het kabinet om formele excuses van de Israëlische regering gevraagd. Deze oproep heeft Nederland ook herhaald in Europees verband in lijn met de motie-Van Baarle (21501-02-3421). Israël ging de dag erna, op 21 mei jl., over tot vrijlating van alle deelnemers.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Nederlandse deelnemers aan de Flotilla die daarom verzochten consulair bijgestaan. Het ging onder meer om het faciliteren van contact met familieleden en het op weg helpen bij de zelfstandige doorreis vanuit Griekenland en Turkije, via de posten ter plaatse. Ook stond het Ministerie van Buitenlandse Zaken in contact met familieleden en naasten van betrokken Nederlanders. Zie ook het antwoord op vraag 4.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken stond in regelmatig contact met andere landen van wie staatsburgers opvarenden waren van schepen van de Sumud Flotilla om informatie uit te wisselen. Verder staat Nederland in constant contact met andere landen om veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire hulp door alle hulporganisaties aan te kaarten bij de Israëlische autoriteiten.
Zie het antwoord op vraag 4 en 5.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft waar mogelijk desgewenst consulaire bijstand verleend aan betrokken Nederlanders. Zie ook het antwoord op vraag 4 en 6.
Zie het antwoord op vraag 6.
De humanitaire noden in Gaza zijn zeer hoog. Er komt structureel te weinig hulp in Gaza, terwijl bijna alle Palestijnen in Gaza afhankelijk zijn van humanitaire hulp. De humanitaire hulp die de Global Sumud Flotilla hoopte af te leveren is niet voldoende om de hoge noden daadwerkelijk te verlichten. Daarmee is de Flotilla-actie voornamelijk symbolisch. Nederland roept de Israëlische autoriteiten op om de toegang van humanitaire organisaties te verbeteren en meer humanitaire hulp toe te laten, zowel bilateraal als in multilateraal-verband. Dat geldt ook voor internationale ngo’s, die toegang moeten krijgen om deze essentiële hulp te verlenen. Op 8 juni heeft een groep van 20 landen en de Europese Commissie, op initiatief van Nederland, een verklaring uitgebracht die hiertoe oproept.
In de reactie op het AIV en CAVV advies over geweld tegen hulpverleners heeft het kabinet uiteengezet langs welke verschillende sporen het dit soort geweld evenals straffeloosheid van schendingen van het humanitair oorlogsrecht wil tegengaan. Geweld tegen hulpverleners is onacceptabel. Het kabinet heeft zich daar meermaals over uitgesproken.
Voor de reactie van het kabinet op de beelden van de aangehouden Flotilladeelnemers die de Israëlische Minister Ben-Gvir op 20 mei jl. heeft gedeeld verwijs ik u naar het antwoord op vraag 5.
Het kabinet zet zich in om de situatie in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever te verbeteren, en doet dit door een combinatie van druk en dialoog in zowel bilateraal als multilateraal verband. Nederland heeft tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van februari 2026 onderstreept dat de ontwikkelingen in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever als gevolg van Israëlisch handelen het nodig kunnen maken om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen opnieuw te agenderen. In de Raad Buitenlandse Zaken van 21 april jl. werd duidelijk dat er voor maatregelen, zoals het (gedeeltelijk) opschorten van het associatieakkoord, vooralsnog niet de benodigde meerderheid bestaat. Op 22 mei jl. heeft de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de Nederlandse inzet op dit vlak nogmaals benadrukt. Diverse moties indachtig blijft het kabinet toewerken naar draagvlak hiervoor. Het kabinet heeft daarnaast op 22 mei jl. nationale maatregelen geïntroduceerd die moeten voorkomen dat Nederlandse economische activiteiten bijdragen aan het bestendigen van een situatie die strijdig is met het internationaal recht. Deze maatregelen zijn tegen de invoer van producten afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Hiertoe blijft Nederland ook oproepen in Europees verband, hetgeen de Minister van Buitenlandse Zaken deed tijdens de informele Raad Buitenlandse Zaken op 27 mei jl. en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op 22 mei jl. Nederland heeft bovendien een voortrekkersrol ten aanzien van sancties tegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties, maar ook als het gaat om sancties tegen Hamas/PIJ. Op 12 mei werd hier een nieuw pakket op aangenomen. Nederland werkt aan een volgend, vierde pakket sancties. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft tot slot tijdens de informele Raad Buitenlandse Zaken op 27 mei jl. opnieuw opgeroepen tot het sanctioneren van Israëlische Ministers Ben Gvir en Smotrich. Nederland deed dit reeds op nationaal niveau vanwege ontbrekend EU draagvlak. Nederland staat in continu contact met relevante partners om te bespreken welke inzet het meest effectief is en of maatregelen getroffen dienen te worden. Waar mogelijk treden we op in gezamenlijkheid, zoals met recente verklaring op 22 mei jl. met de E4, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Spanje, België en de Europese Unie over de situatie op de Westelijke Jordaanoever.
De schriftelijke vragen over de Gaza-flotilla kunnen met het oog op een zorgvuldige en volledige beantwoording niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Het gaat hierbij om: Vragen van het lid Dobbe (SP) over het bericht «Pieter (61) gaat per boot naar Gaza: «Ik ga ervan uit dat wij ook worden gekidnapt»», ingediend op 22 april 2026 met kenmerk 2026Z08707. Vragen van het lid Van Baarle (DENK) over het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord», ingediend op 1 mei 2026 met kenmerk 2026Z09232. Vragen van de leden Teunissen (PvdD) en Dassen (Volt) over het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord», ingediend op 1 mei 2026 met kenmerk 2026Z09234. Vragen van de leden Bamenga (D66), Kröger (GroenLinks-PvdA) en Dobbe (SP) over het bericht «Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta», ingediend op 6 mei 2026 met kenmerk 2026Z09302. Het streven is de beantwoording zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te sturen.