| Ingediend | 20 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 12 mei 2026 (na 53 dagen) |
| Indiener | Mirjam Bikker (CU) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | gezondheidsrisico's zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z05638.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1893.html |
Ja.
Het kabinet vindt het zorgelijk dat Nederland volgens dit onderzoek tot de Europese top behoort als het gaat om MDMA-gebruik en dat hogere concentraties ketamine in Nederlandse steden zijn gemeten. Het Sewage Analysis Core Group (SCORE)-onderzoek laat zien dat het gebruik van MDMA in 2025 in de Nederlandse steden die deelnemen aan dit onderzoek (Amsterdam, Eindhoven en Utrecht) het hoogste is van alle deelnemende Europese steden. Tegelijkertijd signaleert het onderzoek, in vergelijking met 2024, een afname van het MDMA-gebruik in deze steden. Voor ketamine geldt dat Amsterdam en Eindhoven behoren tot de Europese steden met de hoogst gemeten restanten en dat sprake is van een toename ten opzichte van 2024.
Deze uitkomsten moeten zorgvuldig worden geïnterpreteerd. De deelnemende steden zijn niet representatief voor het drugsgebruik in Nederland als geheel, zoals onder andere blijkt uit de landelijke pilotstudie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Trimbos-instituut uit november 2025 (zie onder andere het antwoord op vraag 5).2 Daarnaast kent rioolwateronderzoek beperkingen: een toename in gemeten restanten kan niet zonder meer worden vertaald naar een toename van het aantal gebruikers, omdat ook gebruiksfrequentie, dosering en zuiverheid van invloed zijn op de uitkomsten. Daarbij is het van belang de uitkomsten in een meerjarig perspectief te bezien. Voor ketamine geldt dat er nog slechts enkele jaren aan meetgegevens beschikbaar zijn, waardoor het op dit moment niet mogelijk is om uitspraken te doen over langjarige trends.
Het kabinet deelt de zorg om het niet medische gebruik van ketamine. Uit verschillende gegevensbronnen blijkt dat het gebruik hiervan stijgt. Drugsgebruik maakt geen onderdeel uit van een normale, gezonde leefstijl. Deze ontwikkeling bevestigt het belang van het huidige beleid gericht op het ontmoedigen van drugsgebruik het denormaliseren van drugsgebruik.
De cijfers uit het rioolwateronderzoek geven geen eenduidig beeld dat drugsgebruik in algemene zin structureel toeneemt. Wel laten zij zien dat er verschillen zijn per middel en per locatie, en dat bij sommige middelen sprake is van een stijgende trend. Dit bevestigt het belang van het huidige beleid gericht op het ontmoedigen en denormaliseren van drugsgebruik. Het kabinet blijft inzetten op preventie, monitoring en het tijdig signaleren van nieuwe ontwikkelingen, zodat waar nodig gericht kan worden bijgestuurd.
De uitkomsten van het Europese rioolwateronderzoek zijn wat de metingen in grote steden en gemeenten betreft vergelijkbaar met de bevindingen uit de landelijke pilotstudie van het RIVM en Trimbos. De pilot heeft aangetoond dat dit beeld niet overeenkomt met drugsgebruik in kleinere gemeenten en steden. Hier is het gebruik van verschillende drugs over het algemeen lager. Beide onderzoeken laten de meerwaarde zien van rioolwatermetingen als aanvullend instrument om trends in drugsgebruik inzichtelijk te maken. Wel is sprake van verschillen in de onderzochte stoffen. In het SCORE-onderzoek is gekeken naar MDMA, amfetamine, cocaïne, ketamine, cannabis en methamfetamine. In de Nederlandse pilot is niet gekeken naar cannabis en ketamine, maar in plaats daarvan naar 3-CMC en 4-CMC. In de toekomst kunnen mogelijk andere stoffen in beschouwing worden genomen. Bij de besluitvorming daarover worden recente risico-ontwikkelingen en signalen over trends in gebruik betrokken. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van inzichten van het RIVM en het Trimbos-instituut.
Het kabinet ziet rioolwateronderzoek inderdaad als een waardevolle aanvulling op bestaande monitoringsinstrumenten. Het kabinet informeert de Kamer voor het zomerreces over de opzet van een landelijk rioolwateronderzoek.
Er worden incidenteel en structureel rioolwatermetingen uitgevoerd in verschillende delen van het land. Zo voerde het Wetterskip Fryslân in opdracht van de gemeente Leeuwarden een rioolwatermeting uit waarover de Kamer op 3 december 2025 schriftelijke vragen heeft ingediend.3 Het is bekend dat meerdere gemeenten dergelijke metingen laten uitvoeren, veelal met ondersteuning van kennisinstellingen zoals KWR Water Research Institute. Deze instelling voert sinds 2011 in opdracht van gemeenten rioolwateronderzoek uit en levert jaarlijks data aan voor het Europese SCORE-onderzoek, dat in samenwerking met het Europese Drugsagentschap (EUDA) wordt uitgevoerd. In 2025 namen 128 Europese steden deel aan het SCORE-onderzoek: dit aantal neemt jaarlijks toe. Van meet af aan worden hiervoor een week lang rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) in de omgeving van Amsterdam, Eindhoven en Utrecht bemonsterd. In de afgelopen jaren hebben Zwolle, Rotterdam, Groningen, Nieuwegein en Leeuwarden vergelijkbare metingen laten uitvoeren door KWR, waarbij de resultaten met instemming van de gemeenten zijn gedeeld met het SCORE-consortium. Deze verschillende onderzoeken leveren waardevolle signalen over ontwikkelingen in drugsgebruik op deze locaties. Met de landelijke pilot van het RIVM en Trimbos is gekozen voor een opzet waarmee wordt beoogd een meer representatief beeld te verkrijgen van ontwikkelingen in drugsgebruik op nationaal niveau.
De waargenomen weekendpieken bij bepaalde middelen sluiten aan bij het beeld dat drugsgebruik samenhangt met het uitgaansleven. Dit soort inzichten helpt om preventie- en handhavingsactiviteiten gerichter in te zetten, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij specifieke momenten en contexten van gebruik.
Hoewel de uitkomsten van rioolwateronderzoek in samenhang met andere bronnen moeten worden bezien, is het bekend dat drugsgebruik problematische vormen kan aannemen. Dit kan leiden tot gezondheidsrisico’s voor gebruikers, zoals acute intoxicaties en verslavingsproblematiek, maar ook tot risico’s voor de veiligheid, bijvoorbeeld in het verkeer of in de vorm van gewelddadig gedrag richting hulpverleners.4 Daarnaast zorgen de productie en handel van illegale drugs voor milieuschade en houdt deze handel een criminele praktijk in stand die schade toebrengt aan de rechtstaat. Om deze risico’s te beperken zet het kabinet in op een combinatie van preventie, handhaving en bewustwording. Zo heeft in uitvoering van de motie Bikker c.s. uit februari 2024 vorig jaar een campagne gedraaid die jongeren bewust maakt van de negatieve gevolgen van drugsgebruik voor de samenleving, het milieu en de gezondheid. Het kabinet heeft eerder informatie verschaft over de voortgang van deze campagne5 en zal de Kamer voor de zomer informeren over onze plannen met betrekking tot het voortzetten van deze campagne.
Instellingen zoals het Trimbos-instituut worden vanuit de rijksoverheid gefinancierd om materialen en interventies te ontwikkelen die gemeenten en professionals ondersteunen bij het voeren van drugspreventiebeleid. Daarnaast is vanuit Verslavingskunde Nederland (VKN) een basispakket verslavingspreventie ontwikkeld, dat bestaat uit een geïntegreerd aanbod van kwalitatief goede, effectieve interventies die gemeenten op maat kunnen afnemen bij lokale aanbieders, afgestemd op plaatselijke behoeften. Voor dit basispakket wordt eveneens gebruikgemaakt van door het Trimbos-instituut ontwikkelde materialen. Het is aan gemeenten om binnen dit landelijke kader lokaal invulling te geven aan preventie, bijvoorbeeld via Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD), preventiecoalities of regionale zorgaanbieders. Daarnaast heeft het Trimbos-instituut het Modelplan Lokaal Drugspreventiebeleid ontwikkeld. Het modelplan is een concreet format, dat een gemeente helpt bij het schrijven van een effectief, integraal en lokaal drugspreventiebeleid. Het Trimbos-instituut kan daarnaast een zogeheten Scanner-onderzoek uitvoeren, om gemeenten meer inzicht te geven in de lokale situatie rond middelengebruik en mogelijke handelingsperspectieven.
Naast het verschaffen van deze kennis en tools is ook regelmatig contact met verschillende gemeenten en de VNG over relevante onderwerpen.
De uitkomsten van het onderzoek laten het belang zien van een preventiebeleid gericht op vermindering en denormalisering van het drugsgebruik. Signalen uit het onderzoek worden meegenomen om de effectiviteit van het beleid te verbeteren.
Keuzes betreffende opsporing en handhaving worden gemaakt door het bevoegd gezag. Aangezien het gebruik van middelen op zichzelf niet strafbaar is in Nederland, ligt het niet in de rede dat dit onderzoek, dat inzicht geeft in gemeten concentraties en mogelijke ontwikkelingen in gebruik, aanleiding zou zijn voor herprioritering.
Ja, het kabinet deelt de zorg over de gezondheidsrisico’s van ketaminegebruik. Daarom heeft het kabinet het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM) gevraagd een risicobeoordeling uit te voeren en te adviseren over passende maatregelen.
De risicobeoordeling is zeer recent opgeleverd en brengt zowel de gezondheids- als de maatschappelijke risico’s in kaart. De voorgestelde beleidsopties worden momenteel gewogen. Het kabinet informeert de Kamer hierover voor het zomerreces.
De vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) over de uitkomsten van Europees rioolwateronderzoek naar drugsgebruik, waaruit blijkt dat Nederland hoog scoort op MDMA en ketamine (2026Z05638), kunnen helaas niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De vragen zijn gesteld aan de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV), maar omdat ze grotendeels het beleidsterrein van VWS raken, zullen de antwoorden primair door VWS, in afstemming met de Minister van JenV, worden beantwoord. De reden van het uitstel is dat de interdepartementale afstemming meer tijd vraagt. Het kabinet zal u zo spoedig mogelijk de antwoorden op de Kamervragen doen toekomen.