| Ingediend | 17 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 4 mei 2026 (na 48 dagen) |
| Indiener | Shanna Schilder (PVV) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | criminaliteit openbare orde en veiligheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z05289.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1816.html |
Ik ben bekend met het bericht en deel de mening dat zware criminaliteit onacceptabel is en een ontwrichtend effect kan hebben op de samenleving als geheel en daarmee ook op jongeren.
Zie antwoord vraag 1.
Ik neem deze signalen zeer serieus. Daarom investeren we ook in de gezamenlijke aanpak van de politie, het Openbaar Ministerie, de Koninklijke Marechaussee, de douane en de gemeenten in de grensregio’s. Daarnaast is de intensieve samenwerking met België en Duitsland daarin belangrijk. Criminelen maken namelijk bewust gebruik van de voordelen van de grens, bijvoorbeeld door hun activiteiten te spreiden over Nederland, België en Duitsland, wat de opsporing bemoeilijkt. Dit is onacceptabel. Daarom is in Limburg op 9 februari jl. een intentieverklaring getekend tussen de Nederlandse, Belgische en Duitse politiediensten en de Koninklijke Marechaussee voor de verdere ontwikkeling van een gecoördineerde en toekomstbestendige Euregionale politieoperatie, om zo structureel samen te werken om de veiligheid in de Euregio te versterken.
Criminaliteit stopt niet bij landsgrenzen. Criminele netwerken maken bewust misbruik van de landsgrenzen, door de verschillen tussen Nederland, België en Duitsland in wetgeving, bevoegdheden en systemen te benutten. Op sommige vlakken hebben de grenzen namelijk een belemmerend effect op de samenwerking tussen de landen. Bijvoorbeeld in de opsporing. Hier heeft de grens voor de politie een vertragend effect, onder meer vanwege een verschil in regelgeving ten aanzien van het bewaren en delen van gegevens, rechtshulpverzoeken en beperktere mogelijkheden van de inzet van bijvoorbeeld taps. Belangrijke gegevens zijn zo niet direct toegankelijk, waardoor criminelen direct na een misdrijf een voorsprong hebben. Ook tijdens het verdere onderzoek zijn mogelijkheden beperkt doordat (vluchtige) data niet meer beschikbaar zijn of pas na langere tijd in het bezit komen van de onderzoekers.
Daarom treedt Nederland, juist in nauwe samenwerking met de grensregio’s en ook overkoepelend met de centrale regeringen in België en Duitsland, ferm op tegen criminele netwerken die bewust misbruik maken van de landsgrenzen. Onderdeel van de samenwerking bij het aanpakken en voorkomen van ondermijnende criminaliteit in de grensregio is de inzet van het Euregionaal Informatie en Expertisecentrum (EURIEC). Via het EURIEC wordt samengewerkt met België en Duitsland (deelstaat Noordrijn-Westfalen). Het EURIEC ondersteunt bij concrete casuïstiek met een internationale component. Het primaire doel is daarbij om te voorkomen dat criminelen, die aan de ene kant van de grens effectief worden geweerd om in de legale wereld zaken te doen, aan de andere kant van de grens ongestoord hun criminelen activiteiten kunnen voortzetten. Het EURIEC doet dat door nauwe samenwerking tussen de Nederlandse RIEC’s, de Belgische ARIEC’s (equivalent van de Nederlandse RIEC’s) en Duitse partners.
Verder staat ook de Nederlandse politie in nauw contact met hun Belgische en Duitse collega’s in de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit. Met de buurlanden wordt intensief operationeel samengewerkt. Hiervoor bestaat onder andere het Benelux-politieverdrag, waarin is geregeld dat politiegegevens kunnen worden gedeeld en grensoverschrijdende bevoegdheden kunnen worden uitgeoefend. Met Duitsland is de grensoverschrijdende politiesamenwerking geregeld in het Verdrag van Enschede uit 2005.
De operationele grensoverschrijdende politiesamenwerking vindt onder meer plaats door de inzet van grensoverschrijdende politieteams met Duitsland, gezamenlijke patrouilles en controles met België en in het Euregionaal politie-informatie-uitwisselingscentrum (EPICC). Regelmatig vindt op operationeel niveau overleg plaats in de zogenoemde burenoverleggen, een samenwerkingsformat tussen lokale politiechefs van grensregio’s.
Sneller informatie delen over grensoverschrijdende veiligheidsproblemen en gezamenlijk actie ondernemen is als ambitie opgenomen in het Benelux jaarplan van 2026. Dit jaarplan heeft als doel om grensbreed de effectiviteit van de politiesamenwerking tussen Nederland, België en Luxemburg verder te versterken.
Elke jongere die geronseld wordt voor de georganiseerde criminaliteit is er één te veel. Met veruit de meeste jongeren in Nederland gaat het echter goed en uit de data blijkt dat de jeugdcriminaliteit de afgelopen twintig jaar stevig is gedaald. Er is dus geen sprake van normalisering van criminaliteit.
Feit is wel dat jeugdcriminaliteit zich momenteel concentreert onder een specifieke groep jongeren met een opeenstapeling van risicofactoren. Met name jongeren in kwetsbare posities komen soms in aanraking met negatieve rolmodellen die criminaliteit verheerlijken. Bij die jongeren in kwetsbare posities is het dan ook cruciaal om hen weerbaar te maken tegen de verleiding van de georganiseerde criminaliteit. Bijvoorbeeld via sociale media en muziek, door hen een beter toekomstperspectief te bieden.
Mede daarom zet ik met Keerpunt in op een veilig en laagdrempelig hulpplatform waar jongeren professionele hulp krijgen wanneer zij crimineel uitgebuit worden. Keerpunt is bedoeld voor jongeren die vastzitten in de criminaliteit, of hier kwetsbaar voor zijn en niet zelfstandig een uitweg weten te vinden. Om te voorkomen dat jongeren met criminaliteit in aanraking komen, daarin afglijden of doorgroeien zetten we in op kansrijke en bewezen effectieve interventies, zoals de gedragsinterventie «Alleen jij bepaalt wie je bent» (AJB). AJB is een effectief bewezen gedragsinterventie waarbij positieve rolmodellen en sport als middel worden ingezet om te voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit en is landelijk beschikbaar. Tenslotte zet ik met Preventie met Gezag in op het wegnemen van de voedingsbodem voor georganiseerde criminaliteit in de meest kwetsbare wijken van Nederland. Dit doe ik door samen met gemeenten, justitie- en zorgpartners kansen te bieden aan jongeren die vatbaar zijn voor criminaliteit en tegelijkertijd grenzen te stellen aan crimineel gedrag. Bijvoorbeeld door de inzet van jongerenwerk. Jongerenwerkers hebben een goed beeld van de jongeren in hun wijk en kunnen problematisch gedrag van kwetsbare jongeren op school, straat of online vroegtijdig signaleren en snel doorverwijzen naar de juiste hulp.
Zie antwoord vraag 5.
Eind 2025 is het WODC-onderzoek naar de precieze effecten van de civiele verboden op Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) in Nederland gepubliceerd tezamen met een beleidsreactie.2 Hieruit blijkt dat de invloed van OMG’s in de openbare ruimte sterk is afgenomen, vergeleken met de start van de OMG-aanpak in 2012. OMG-leden zijn over het algemeen minder zichtbaar geworden in het publieke domein en daarnaast zijn er de afgelopen jaren tientallen clubhuizen gesloten en clubgerelateerde evenementen voorkomen. Dit heeft verder bijgedragen aan de verminderde zichtbaarheid van (verboden) OMG’s.
Dat OMG’s als gevolg van de integrale aanpak en civiele verboden minder zichtbaar zijn in de openbare ruimte, is een resultaat dat we moeten vasthouden. In de beleidsreactie op het WODC-onderzoek is te lezen dat mijn ambtsvoorganger afspraken heeft gemaakt met partners uit het RIEC-LIEC samenwerkingsverband om zich te blijven inzetten op het handhaven van de civiele verboden van verboden motorclubs en op hun leden. Zij mogen immers geen vrijplaats worden geboden en zowel de overheid als de maatschappij moeten ten alle tijde weerbaar tegen hen zijn.
Tegelijkertijd krijg ik ook signalen dat OMG’s hier en daar actiever lijken te worden, en dit is een zorgelijke ontwikkeling. We houden deze motorbendes nauwlettend in de gaten en de lokale driehoek grijpt in waar dit kan. Daarnaast ontvang ik jaarlijks van de politie een fenomeenbeeld op dit thema, dat ook wordt verrijkt door de partners uit het RIEC-LIEC samenwerkingsverband, zodat we tijdig kunnen opschalen indien de situatie hierom vraagt. Dit onderwerp blijft dus onder mijn aandacht en over deze ontwikkeling blijf ik met de relevante partners in gesprek.
Het is onaanvaardbaar dat jongeren worden gerekruteerd door de georganiseerde criminaliteit, ook via sociale media, en ik deel de mening dat daar hard tegen moet worden opgetreden.
Politie en justitie hebben de grensregio’s onder controle. Zoals eerder bij vraag 4 beschreven, wordt samen met België en Duitsland hard opgetreden tegen criminele samenwerkingsverbanden. Zo is de politie-eenheid Limburg bezig met het verkennen van een Euregionale Politiealliantie, waarvoor het op 9 februari jl. een intentieverklaring heeft getekend met hun politieburen in België en Duitsland. De ambitie van een dergelijke Euregionale Politiealliantie is om de duurzame en structurele samenwerking tussen de politiediensten in de Euregio te versterken. Daarmee houden politie en justitie nu en in de toekomst de grensregio’s onder controle.
Zie antwoord vraag 9.
Dat is helaas niet mogelijk gebleken.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over verheerlijking van grensoverschrijdende drugscriminaliteit en ondermijnende criminaliteit in Limburg (ingezonden 17 maart 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.